Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Doetinchem 2017

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Intitulé

Beheersverordening begraafplaatsen Doetinchem 2017

De raad van de gemeente Doetinchem;

gelezen het voorstel van burgmeester en wethouders van 14 december 2016 inzake vaststellen Beheersverordening begraafplaatsen Doetinchem 2017;

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Doetinchem 2017.

HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze beheersverordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de gemeentelijke begraafplaatsen:

    • -

      Begraafplaats Kommendijk: Kommendijk, Doetinchem;

    • -

      Begraafplaats Loolaan: Loolaan 33a, 7009 BA Doetinchem;

    • -

      Begraafplaats Slangenburg: Nutselaer 4, 7004 HJ Doetinchem;

    • -

      Natuurbegraafplaats Slangenburg: Nutselaer 4, 7004 HJ Doetinchem;

  • b.

    particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • c.

    onder ‘particulier graf’ wordt mede verstaan:

    • -

      particulier kindergraf:

    • -

      urnengraf;

  • d.

    grafbedekking: gedenktekenen en grafbeplanting op een graf of een urnengraf;

  • e.

    beheerder: hij die door het college is aangewezen en belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;

  • f.

    aanvrager: degene die - al dan niet door tussenkomst van een uitvaartverzorger - opdracht geeft voor een begrafenis en die om uitgifte van een graf (of urnengraf) verzoekt;

  • g.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf;

  • h.

    gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie het recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf wordt verleend;

  • i.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem;

  • j.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan iedereen de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

  • k.

    urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • l.

    particulier kindergraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken tot de leeftijd van 13 jaar;

  • m.

    grafrecht: het recht op het gebruik van een ruimte in een algemeen graf; of het uitsluitend recht op een particulier graf of urnengraf;

  • n.

    gedenkteken: een grafsteen, liggende of staande zerk, sluitplaat of andere monument ter nagedachtenis aan een overledene;

  • o.

    grafakte: de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens de gemeente een grafrecht wordt verleend;

  • p.

    onderhoudsrecht: een verplichte bijdrage in het onderhoud van de begraafplaats voor alle rechthebbenden en gebruikers.

    Artikel 2 Uitbreiding begrip particulier graf

    • 1.

      Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder 'particulier graf' mede verstaan: urnengraf en particulier kindergraf.

    • 2.

      Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder ‘algemeen graf’ mede verstaan: urnennis.

HOOFDSTUK 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 3 Openstelling begraafplaatsen
  • 1. De begraafplaatsen zijn voor iedereen dagelijks van zonsopgang tot zonsondergang toegankelijk;

  • 2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen en ten behoeve van werkzaamheden kunnen de toegangen door de beheerder tijdelijk worden gesloten.

  • 3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een crematie, begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4 Ordemaatregelen
  • 1. Bezoekers en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 2. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden, van de begraafplaats doen laten verwijderen.

  • 3. Het is aan steenhouwers en andere personen die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf werkzaamheden op de begraafplaats of aan grafbedekkingen verrichten, verboden dit te doen zonder voorafgaande kennisgeving aan de beheerder.

  • 4. Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te rijden:

    • a.

      elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen. Motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;

    • b.

      sneller dan 10 km per uur.

  • 5. Het is verboden honden, niet zijnde een blindengeleidehond, mee te voeren.

  • 6. De beheerder kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef, onder a van het vierde lid.

  • 7. Het is verboden op de begraafplaats:

    • -

      buiten de verharde paden te fietsen;

    • -

      op grasperken, paden, bloemperken, graven of grafkelders te liggen of te zitten;

    • -

      beplantingen, graftekens, grafversieringen of gereedschappen weg te nemen of te beschadigen;

    • -

      een eigen zitgelegenheid te plaatsen;

    • -

      grafversiering, verwelkte bloemen of enig ander afval op de begraafplaats te deponeren anders dan in de daarvoor bestemde afvalbakken;

    • -

      zonder toestemming of opdracht van de nabestaanden een uitvaart te fotograferen, te filmen of anderszins te registreren.

Artikel 5 Plechtigheden
  • 1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten uiterlijk vijf werkdagen tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

  • 2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6 Opgravingen en ruimen

Bij het opgraven van lijken en het ruimen van graven mogen geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.

HOOFDSTUK 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
  • 1. Degene die wil begraven, as wil bijzetten of as wil verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden op aanwijzing van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

Artikel 8 Verboden materialen bij het begraven
  • 1. Een lijk mag uitsluitend worden begraven in een kist of ander omhulsel, eventueel met gebruikmaking van een lijkhoes, die voldoen aan de in de volgende twee leden opgenomen eisen:

  • 2. Bij de vervaardiging van lijkkisten zijn voor de volgende onderdelen of bewerkingen de volgende kunststoffen of toepassingen van kunststoffen toegelaten:

    • a.

      Spaanplaat: Verlijmde houtspaanders/houtvezels. Het spaanplaat bevat niet meer dan 10 mg vrij of gemakkelijk vrij te maken formaldehyde per 100 gram plaatmateriaal. Gemeten met de fotometrische methode is dit 8 mg formaldehyde per 100 gram droog plaatmateriaal (normuitgave NEN-EN 120 uit 1991);

    • b.

      Lijm: Verwerkt in houtspaanplaat: ureumformaldehyde-lijm of isocyanaat-lijm;
verwerkt in schottenlijm: ureumformaldehyde-lijm en/of PVAC-lijm;
verwerkt in perslijm: PVAC lijm - polyvinylacetaat;
verwerkt in constructielijm: PVAC lijm - polyvinylacetaat.


    • c.

      Lak:
Nitrocelluloselak dan wel een combinatielak van nitrocellulose, alkydharsen, en - eventueel - polyesterharsen;


    • d.

      Handgrepen, sierschroeven en andere ornamenten:
Handgrepen, ornamenten en accessoires van graf- en crematiekisten dienen uitgevoerd te worden in vergankelijk materiaal, dan wel van buitenaf verwijderd te kunnen worden;

    • e.

      Hoofdkussen of hoofdsteun:
Zak van vergankelijk materiaal gevuld met houtkrullen of kartonnen hoofdsteun;

    • f.

      Binnenbekleding:
Niet geïmpregneerd papier aan de binnenkant van de deksel en de wanden; katoen, zijde, rayon, of cellulose-acetaat dan wel een mengsel van genoemde stoffen, en wel zo dat de stof van de binnenbekleding niet in één stuk over de bodem en wanden van de kist wordt gespreid, maar dat voor de bodem een los stuk stof wordt gebruikt;

    • g.

      Bodembedekking:
Niet-geïmpregneerd papier op de bodem, al dan niet voorzien van een extra celstof onderlegger;

    • h.

      Print en kantenband:
Basispapier op edelcellulosebasis met anorganische pigmenten.

  • 3. Materiaal voor lijkhoezen dient aan de volgende eisen te voldoen:

    • a.

      Doorlaatbaarheid

    • -

      van water: gedurende zeven dagen voortdurend contact met water van 5°C en 20°C bij pH = 7,0 mag het materiaal niet meer dan 1 mg vloeibaar water per vierkante meter per uur doorlaten, gemeten volgens norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm;

    • -

      van gas: na veertien dagen mag de doorlaatbaarheid voor gasvormig kooldioxide, gemeten volgens norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm, niet minder zijn dan 150 ml per vierkante meter per uur en voor zuurstof niet minder dan 200 ml per vierkante meter per uur.

    • b.

      Mechanische eigenschappen


    • -

      treksterkte: de treksterkte van het materiaal en van de lasverbindingen mag niet minder bedragen dan 1 N per millimeter, gemeten volgens norm DIN 53455 of een vergelijkbare norm;


    • -

      vouwbestendigheid: als het materiaal wordt dubbelgevouwen en de vouw gedurende dertig minuten wordt belast bij een druk van 5 N per vierkante centimeter, mag het materiaal in de vouw geen scheur vertonen;

    • c.

      Vorm: Gedurende twee jaar opslag bij 20°C mag de krimp in de lengte- en breedterichting niet meer dan 10% bedragen, gemeten volgens norm ASTM: D 2732-83 of een vergelijkbare norm;

    • d.

      Biologische afbreekbaarheid: Het materiaal van de lijkhoezen dient binnen 90 dagen voor meer dan 98% te worden afgebroken, gemeten volgens norm ASTM: D 5338-92 of een daarmee vergelijkbare norm. Daarnaast dienen uit de lijkhoezen, zowel bij de biologische afbraak als bij crematie, geen schadelijke stoffen vrij te komen. Voor zware metalen (Pb, Cr, Ni, Cu, Cd, Zn) en gechloreerde koolwaterstoffen dient voldaan te worden aan de Duitse Bundesgütegemeinschaft-norm RAL GZ 251 of een daaraan gelijk te stellen norm. Voor de bepaling hiervan dient gebruik te worden gemaakt van de norm ASTM: D 5152-91 of een vergelijkbare norm.

  • 4. Andere omhulsels dan lijkkisten en lijkhoezen die op het doel van begraven zijn afgestemd, zijn toegestaan bij het begraven, mits zij voldoen aan de hierboven gestelde eisen van doorlatendheid voor lucht en biologische afbreekbaarheid voor zover deze omhulsels dan wel onderdelen daarvan niet verwijderd worden voorafgaand aan het begraven.

  • 5. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of het lijk behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften.

  • 6. Bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel dient ten minste 24 uur voor-afgaand aan het tijdstip van begraving een schriftelijke verklaring te worden overgelegd - volgens een door het college vast te stellen model - omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen. Indien van een lijkhoes gebruik wordt gemaakt, zal de aanbieder tevens moeten overleggen a) een afschrift van een rapport waaruit blijkt dat de gebruikte hoes voldoet aan de normen van het voormalige Lijkomhulselbesluit 1998 of dit artikel en b) een bewijs dat de betreffende hoes is aangekocht.

Artikel 9 Over te leggen stukken
  • 1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

  • 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd. De machtiging moet zijn ondertekend door de rechthebbende of, indien deze de overledene is, door een nieuwe rechthebbende, aangewezen door degenen die in de uitvaart voorzien.

  • 3. Begravingen of bijzettingen in een particulier graf waarvan de termijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kunnen alleen plaatsvinden onder verlenging van de termijn met tien jaar.

Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging
  • 1. De tijd van begraven en het bezorgen van as is:

    • -

      op werkdagen gedurende zomertijd: 8.30 uur tot 17.00 uur;

    • -

      op werkdagen gedurende wintertijd: 9.00 uur tot 15.00 uur;

    • -

      op zaterdagen: 9.00 uur tot 15.00 uur.

  • 2. De beheerder kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

HOOFDSTUK 4. SOORTEN, UITGIFTE EN TERMIJNEN VAN DE GRAVEN

Artikel 11 Soorten graven en asbezorging
  • 1. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:

    • a.

      particuliere graven voor het begraven van 1 of 2 personen. Daarnaast is het toegestaan om de as van maximaal 4 overledenen bij te plaatsen in een asbus en om de as van maximaal 4 personen te verstrooien;

    • b.

      urnengraven voor het bijzetten van maximaal 4 asbussen. Daarnaast is het mogelijk de as van maximaal 4 personen te verstrooien;

    • c.

      islamitische graven voor het begraven van 1 of 2 personen op de islamitische begraafplaats;

    • d.

      particuliere graven voor het verstrooien van de as van maximaal 4 personen;

    • e.

      particuliere grafkelders voor het bijzetten van 1, 2 of 4 personen. Daarnaast is het toegestaan om in een particuliere grafkelder de as van maximaal 4 overledenen bij te plaatsen in een asbus of urn en de as van maximaal 4 personen te verstrooien;

    • f.

      particuliere kindergraven voor het begraven van 1 kind tot de leeftijd van 13 jaar. Daarnaast is het toegestaan om in een particulier kindergraf de as van maximaal 4 overledenen bij te plaatsen in een asbus of urn en de as van maximaal 4 personen te verstrooien;

    • g.

      algemene graven voor het begraven van 2 personen. Het is niet mogelijk een asbus of urn bij te plaatsen. Een verstrooiing is niet mogelijk.

  • 2. As kan worden verstrooid op en in graven en op het strooiveld.

  • 3. Sommige typen graven, urnenruimten of bepaalde diensten zijn niet, niet meer of nog niet op elke begraafplaats beschikbaar. Er bestaat geen recht op uitgifte of levering.

Artikel 12 Natuurbegraafplaats
  • 1. Op de natuurbegraafplaats kan worden uitgegeven:

  • a. particuliere graven voor het begraven van 1 of 2 personen. Daarnaast is het toegestaan om de as van maximaal 4 overledenen bij te begraven;

  • b. urnengraven voor het bijzetten van maximaal 4 biologisch afbreekbare asbussen of urnen;

  • c. behalve kindergraven zijn de overige grafsoorten op de natuurbegraafplaats niet toegestaan;

  • 2. De graven op de natuurbegraafplaats worden voor onbepaalde tijd uitgegeven.

  • 3. Een natuurgraf heeft geen grafbedekking. Het is wel mogelijk om na de begrafenis een boomschijf neer te leggen. Deze boomschijf is van onbehandeld hout. Na het verteren van de boomschijf wordt deze niet vervangen;

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels voor de natuurbegraafplaats vaststellen in een reglement.

Artikel 13 Afmetingen van de graven

De afmetingen van de graven zijn:

  • 1.

    Kindergraven: 120 bij 60 cm;

  • 2.

    Urnengraven: 100 bij 50 cm;

  • 3.

    Grafkelders: 200 bij 100 cm en 200 bij 200 cm;

  • 4.

    Overige graven, cirkel B en F: 200 bij 100 cm en 200 bij 80 cm.

Artikel 14 Volgorde van uitgifte
  • 1. De graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 2. De beheerder kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk is.

Artikel 15 Termijnen particuliere graven
  • 1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dit toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag het recht op:

  • a. particuliere graven voor de tijd van tien, twintig, dertig of veertig jaar;

  • b. urnengraven voor de tijd van tien, twintig, dertig of veertig jaren;

  • c. grafkelders voor de tijd van twintig of veertig jaren;

  • d. graven en urnengraven op de natuurbegraafplaats voor onbepaalde tijd.

  • 2. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.

  • 3. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien of twintig jaren, mits de aanvraag tijdig voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

Artikel 16 Grafkelder

Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden.

Artikel 17 Overschrijving van verleende rechten
  • 1. Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven.

  • 2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het particuliere graf binnen drie maanden worden overgeschreven op naam van een nieuwe rechthebbende.

  • 3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het recht op het particulier graf te doen vervallen.

Artikel 18 Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particulier graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

HOOFDSTUK 5. GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 19 Vergunning grafbedekking
  • 1. Voor het hebben van een gedenkteken is een schriftelijke vergunning nodig van het college.

  • 2. De rechthebbende op een particulier graf of de gebruiker van een algemeen graf vraagt de vergunning voor het hebben van een gedenkteken.

  • 3. Het college stelt nadere regels vast inzake onder andere de duurzaamheid en de maximale afmetingen van gedenktekens en beplanting voor de verschillende soorten graven.

  • 4. Toestemming voor het aanbrengen van een grafbedekking kan worden geweigerd als naar het oordeel van het college:

  • a. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

  • b. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is;

  • c. de grafbedekking of afsluitplaat afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaatsen, of

  • d. indien aan eventuele andere voorschriften uit de in het vorige lid bedoelde regels niet wordt voldaan.

  • 5. Het (doen) plaatsen of aanbrengen van gedenktekens of van beplantingen op graven geschiedt door de rechthebbende of gebruiker.

Artikel 20 Onderhoud door gemeente

Het college voorziet in het algemeen onderhoud van de begraafplaats.

Artikel 21 Onderhoud door rechthebbende of gebruiker
  • 1. Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van gedenktekens of van beplantingen op graven komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker.

  • 2. Rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de gedenktekens en grafbeplanting goed te onderhouden. Onder dit onderhoud wordt begrepen het rechtzetten, herstellen of vernieuwen, het verven van opschriften, en het bijkleuren of schilderen van stenen en hekwerken en ornamenten, alsmede het regelmatig snoeien van winterharde gewassen en het verwijderen van dode beplanting.

  • 3. De al dan niet winterharde beplantingen die in of op de graven worden aangebracht, mogen de begrenzingen van het graf niet overschrijden.

  • 4. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen.

  • 5. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is, maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 6. Op algemene graven kan slechts een grafbedekking worden aangebracht, indien het graf vol is.

  • 7. Het is niet toegestaan losse voorwerpen van glas of een ander breekbaar materiaal op een graf te leggen.

Artikel 22 Niet-blijvende grafbeplanting

Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op enige schadevergoeding. Ook losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder verwijderd worden.

Artikel 23 Schade aan gedenktekens
  • 1. De in artikel 19 bedoelde gedenktekens of beplantingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vorst, storm, wateroverlast, bliksem, ontploffing, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende en gebruiker.

  • 2. De rechthebbende of gebruiker is verplicht de - door welke omstandigheden ook - aan een gedenkteken of beplanting toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaatsen schaadt.

  • 3. Indien door een ondeugdelijk geworden constructie een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of inzakken van een gedenkteken of grafkelder, kan de beheerder direct maatregelen treffen.

  • 4. Indien binnen 3 maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld, onverlet het recht van het college tot herstel of vernieuwing op kosten van de rechthebbende of gebruiker over te gaan.

Artikel 24 Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn
  • 1. De grafbedekking kan gedurende een maand voor het verstrijken van de graftermijn door de rechthebbende of gebruiker worden verwijderd.

  • 2. De grafbedekking vervalt na het verstrijken van de graftermijn van rechtswege aan de gemeente en kan door het college worden verwijderd en vernietigd.

HOOFDSTUK 6. RUIMING VAN (URNEN)GRAVEN

Artikel 25 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
  • 1. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

  • 2. De gebruiker of nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders.

  • 3. De rechthebbende op een particulier graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een urnengraf of urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

HOODSTUK 7. EINDE VAN DE GRAFRECHTEN

Artikel 26
  • 1. De grafrechten vervallen:

  • a. door het verlopen van de termijn;

  • b. indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het recht;

  • c. indien één van de begraafplaatsen wordt opgeheven.

  • 2. Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:

  • a. indien de betaling van het gebruiksrecht en de onderhoudskosten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht - ondanks een aanmaning - niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;

  • b. indien de rechthebbende of gebruiker - ondanks een aanmaning - in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

  • c. indien de rechthebbende of gebruiker van een graf is overleden en het recht niet binnen één jaar is overgeschreven.

  • 3. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en in het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsbijdragen of eventuele andere kosten.

  • 4. Onverminderd het bepaalde in voorgaande leden is de rechthebbende of gebruiker of degene die opdracht heeft gegeven een grafrecht te vestigen of andere diensten te verrichten, een uitvaartverzorger inbegrepen, bij niet (tijdige) betaling van kosten die verband houden met werkzaamheden of diensten in verband met lijkbezorging of plechtigheden als bedoeld in artikel 5 of maatregelen als bedoeld in artikel 4, zonder dat nadere ingebrekestelling is vereist, in gebreke. Het college is dan gerechtigd om vanaf de factuurdatum aan de rechthebbende in rekening te brengen:

  • a. rente ad 1,5% per maand - een gedeelte van een maand als een maand gerekend - over het opeisbare bedrag;

  • b. administratiekosten, gesteld op 10% van het factuurbedrag, met een minimum van € 25,- per factuur;

  • c. alle gerechtelijke en buitengerechtelijke incassokosten; deze laatste worden wat omvang betreft bepaald door de door het college met de inning belaste advocaat en/of incassobureau.

HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN

Artikel 27 Intrekking oude regeling

De Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Doetinchem 2007 wordt ingetrokken op het in het artikel 30 genoemde tijdstip.

Artikel 28 Overgangsbepaling
  • 1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Doetinchem 2007 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Doetinchem 2007 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 29 Strafbepaling

Hij die handelt in strijd met artikel 4 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 30 Inwerkingtreding

Deze beheersverordening treedt in werking op 1 januari 2017.

Artikel 31 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Beheersverordening begraafplaatsen Doetinchem 2017.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergaderingvan 22 december 2016,
griffier voorzitter