Beleidsregels ten behoeve van de beoordeling van aanvragen ontheffingen op grond van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Geldend van 16-12-2016 t/m heden

Intitulé

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Gouda

gelet op artikel 149 Wegenverkeerswet, artikel 87 Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

besluit:

vast te stellen de volgende beleidsregels voor het aanvragen en verlenen van ontheffingen voor het rijden in het autovrij gebied in de Goudse binnenstad buiten de venstertijden, en andere verkeersontheffingen op grond van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) hierna te noemen: “Beleidsregels ontheffingen autovrij gebied binnenstad en andere verkeersontheffingen “

hoofdstuk 1 – Inleidende bepalingen

artikel 1.1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    autovrij gebied: gebied dat bestaat uit het totaal van wegen die gesloten zijn verklaard voor gemotoriseerd verkeer en wegen die deel uitmaken van het voetgangersgebied, zoals aangegeven op de bij deze beleidsregels behorende kaart van (datum);

  • b.

    binnenstad: het gebied binnen de singels;

  • c.

    euronorm 5: de norm voor voertuigen die voldoen aan Richtlijn 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 inzake de onderlinge aanpassing van wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking (publicatieblad 2005, L275), in het bijzonder aan de grenswaarden in de rij B2 van de tabellen in punt 6.2.1 van bijlage I bij die richtlijn;

  • d.

    evenement: een activiteit die met een door de gemeente Gouda verleende evenementenvergunning plaatsvindt in het autovrije gebied.

  • e.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van Gouda;

  • f.

    laden en lossen: het onmiddellijk nadat het voertuig dichtbij de bezorgplaats of ophaalplaats tot stilstand is gebracht, bij voortduring in- en uitladen van goederen van enige omvang of gewicht die bezwaarlijk anders dan per motorvoertuig kunnen worden vervoerd, gedurende de tijd die daarvoor nodig is;

  • g.

    ontheffing: een schriftelijke ontheffing op grond van artikel 87 van het reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor het rijden of het parkeren in het autovrij gebied buiten de venstertijden;

  • h.

    taxivervoer: vervoer als bedoeld in artikel 1, sub j jo sub h Wet Personenvervoer 2000;

  • i.

    standaard winkelsluitingstijd: de algemeen gebruikte en gangbare winkelsluitingstijden in Gouda, namelijk maandag t/m woensdag en vrijdag 18.00 uur, donderdag 21.00 uur en zaterdag 17.00 uur;

  • j.

    venstertijden: tijden waarin het is toegestaan het autovrije gebied in te rijden voor laden en lossen, namelijk van 06.00-12.00 uur van maandag tot en met zaterdag; van 18.00-19.00 uur op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag en van 21.00-22.00 uur op donderdag; van 17.00-18.00 uur op zaterdag en van 17.00-18.00 uur op door burgemeester en wethouders vastgestelde koopzondagen;

  • k.

    dagverse producten: producten die aangeleverd worden vanaf een veiling of visafslag.

artikel 1.2 indiening van de aanvraag
  • 1. Een aanvraag om een ontheffing in de zin van deze beleidsregels wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda. De ontvangst hiervan wordt per ommegaande door het college van burgemeester en wethouders bevestigd.

  • 2. Bij de aanvraag wordt de reden voor de noodzaak van de ontheffing vermeld en worden de voor de beoordeling van belang zijnde gegevens en bescheiden overgelegd, zoals

    • a.

      het volledig ingevulde en van een handtekening voorziene aanvraagformulier ontheffing RVV

    • b.

      een afschrift van een geldig rijbewijs;

    • c.

      een afschrift van een kentekenhouderschap voertuig;

    • d.

      indien van toepassing een afschrift van een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel.

artikel 1.3 verlening van de ontheffing
  • 1. Het college kan ter beoordeling van de aanvraag advies inwinnen;

  • 2. Er kunnen tijdelijke en vaste ontheffingen worden verleend;

  • 3. Een vaste ontheffing wordt verleend voor de duur van een kalenderjaar;

  • 4. Een tijdelijke ontheffing wordt verleend voor eenmalig gebruik of voor meermalen gebruik gedurende een periode korter dan een jaar;

  • 5. De vaste ontheffing wordt na betaling van de jaarlijkse leges automatisch voor een jaar verlengd, tenzij er sprake is van een wijziging van de bij de aanvraag opgegeven gegevens. In dat geval is een nieuwe aanvraag noodzakelijk;

  • 6. De ontheffing wordt afgegeven op voertuigkenteken. Als het niet mogelijk is om een vast kenteken op te geven omdat er sprake is van een bedrijfsproces waardoor de expeditieactiviteiten niet uitsluitend met één en dezelfde motorvoertuig kunnen plaatsvinden, dan kan een ontheffing worden afgegeven op wisselend voertuigkenteken.

artikel 1.4 intrekken en weigering van de ontheffing

Het college kan een ontheffing intrekken of weigeren:

  • a.

    indien ter verkrijging daarvan onjuiste, dan wel onvolledige gegevens zijn ingediend;

  • b.

    indien aan de ontheffing verbonden beperkingen of voorschriften niet worden nagekomen;

  • c.

    indien de ontheffinghouder niet (meer) voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor

  • d.

    een ontheffing;

  • e.

    indien sprake is van misbruik van de ontheffing;

  • f.

    indien de houder van de ontheffing daartoe verzoekt;

  • g.

    om redenen van openbaar belang.

artikel 1.5 voorschriften en beperkingen
  • 1. Bij verlening van de ontheffing gelden de volgende algemene voorschriften:

  • a. de originele ontheffing dient altijd zichtbaar aanwezig te zijn in het voertuig;

  • b. de ontheffing mag alleen worden gebruikt door het bedrijf of de persoon aan wie deze ontheffing is uitgereikt;

  • c. de ontheffing is niet overdraagbaar;

  • d. in het autovrij gebied mag maximaal stapvoets gereden worden.

  • 2. Aan een ontheffing kunnen per geval specifieke voorschriften of beperkingen worden verbonden (bijvoorbeeld ten aanzien van de uren waarop de ontheffing geldt, rijroute, toegang, koppeling aan bepaalde werkzaamheden enzovoort).

hoofdstuk 2 – Ontheffingen voor toegang in het autovrij gebied binnenstad buiten de venstertijden (RVV artikel 62, verkeersbord C1 van Bijlage 1 RVV)

§ 1.

Inleiding

artikel 2.1 algemeen
  • 1. Een ontheffing voor het rijden en laden en lossen buiten de venstertijden in het autovrij gebied, wordt door het college van burgemeester en wethouders uitsluitend verleend indien de aanvrager aantoont dat het vervoer van goederen (of personen) niet binnen de venstertijden en niet op andere wijze dan met een motorvoertuig kan plaatsvinden, een en ander met inachtneming van het in deze beleidsregels bepaalde;

  • 2. Bij de ontheffing hoort een hulpmiddel om fysiek toegang tot het gebied te verkrijgen. Dit hulpmiddel wordt tegen betaling van een borgsom ter beschikking gesteld;

  • 3. Een ontheffing voor het rijden en laden en lossen geeft geen recht op parkeren in het autovrij gebied. Alleen met een aparte parkeerontheffing zoals bedoeld in artikel 4.1, is parkeren buiten de vakken in het autovrij gebied toegestaan. Op het parkeren in de (enkele) parkeervakken in het autovrij gebied is de Parkeerverordening van toepassing

§ 2.

Vaste ontheffingen voor doelgroepen

artikel 2.2 ontheffingen voor bewoners
  • 1. Aan een bewoner van het autovrije gebied in de binnenstad die op het in de aanvraag vermelde adres staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, beschikt over parkeerruimte op eigen terrein (dan wel een gehandicaptenparkeerplaats op naam) in dat gebied en als kentekenhouder van het voertuig staat geregistreerd, kan ten behoeve van het bereiken van de eigen parkeerplaats een ontheffing voor het rijden in het autovrije gebied buiten de venstertijden worden afgegeven.

  • 2. Het maximale aantal ontheffingen per adres zoals bedoeld in lid 1, is gelijk aan het aantal per adres beschikbare parkeerplaatsen op particulier terrein.

  • 3. Aan een bewoner die voldoet aan de in lid 1 gestelde eisen maar niet beschikt over eigen parkeerruimte, kan indien gewenst voor het onmiddellijk laden en lossen en het verplaatsen van en naar de woning een ontheffing worden verstrekt voor het rijden in het autovrije gebied na standaard winkelsluitingstijd.

  • 4. Het maximale aantal ontheffingen per adres zoals bedoeld in lid 3, bedraagt één.

  • 5. De ontheffing:

    • a.

      wordt op naam, adres en kenteken of nummer leasecontract gesteld;

    • b.

      geldt slechts voor een van tevoren vastgelegde route;

    • c.

      geldt uitdrukkelijk niet voor het parkeren in het autovrije gebied, met uitzondering van de eigen parkeerruimte;

    • d.

      geldt uitdrukkelijk niet voor het laden en lossen van goederen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van een bedrijf.

Artikel 2.3 ontheffingen ten behoeve van de in de binnenstad gevestigde ondernemers/instellingen
  • 1. Aan een ondernemer/instelling gevestigd in het autovrije gebied in de binnenstad die ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel, beschikt over parkeerruimte op eigen terrein in dat gebied en als kentekenhouder van het voertuig staat geregistreerd, kan ten behoeve van het bereiken van de eigen parkeerplaats een ontheffing voor het rijden in het autovrij gebied buiten de venstertijden worden afgegeven.

  • 2. Het onder lid 1 gestelde is tevens van toepassing op een werknemer van een ondernemer/instelling die gevestigd is in het autovrije gebied, een en ander onder overlegging van een werkgeversverklaring.

  • 3. Het maximale aantal, in tijd bruikbare, ontheffingen per ondernemer/instelling zoals bedoeld in lid 1, is gelijk aan het aantal beschikbare parkeerplaatsen op particulier terrein.

  • 4. Aan een ondernemer/instelling die voldoet aan de in lid 1 gestelde eisen maar niet beschikt over eigen parkeerruimte, kan indien gewenst voor het verplaatsen van en naar de locatie van de ondernemer/instelling bij – of ter voorkoming van - calamiteiten een ontheffing worden verstrekt voor het berijden van het autovrije gebied na standaard winkelsluitingstijd.

  • 5. Het maximale aantal ontheffingen per ondernemer/instelling zoals bedoeld in lid 4, bedraagt één.

  • a. De ontheffing: wordt op naam, adres en kenteken of nummer leasecontract gesteld;

  • b. geldt slechts voor een van tevoren vastgelegde route;

  • c. geldt uitdrukkelijk niet voor het parkeren in het autovrije gebied, met uitzondering van de eigen parkeerruimte.

  • d. geldt uitdrukkelijk niet voor het laden en lossen van goederen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van een bedrijf.

  • 6. Voor bezorging van maaltijden of cateringproducten door maaltijdverstrekkende bedrijven gevestigd in het autovrije gebied in de binnenstad die als zodanig ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, geldt als hoofdregel dat de venstertijden voldoende ruimte bieden, maar dat een ontheffing na standaard winkelsluitingstijd mogelijk is indien aangetoond wordt:

  • a. dat het uur na standaard winkelsluitingstijd hiervoor onvoldoende is, en

  • b. dat de bezorging structureel van aard is en minimaal 1x per week voorkomt;

  • c. dat de bezorging bezwaarlijk anders dan met een motorvoertuig plaats kan vinden.

Artikel 2.4 ontheffingen ten behoeve van goederenvervoer in het autovrij gebied
  • 1. Voor aanvragen om ontheffing ten behoeve van de levering van producten naar of uit het autovrij gebied geldt als uitgangspunt dat de venstertijden in principe voldoende ruimte bieden;

  • 2. Indien aanvrager aantoont dat de venstertijden om bijzondere redenen voor hem onvoldoende zijn, wordt in eerste instantie gekeken naar een ontheffing na standaard winkelsluitingstijd;

  • 3. Voor de levering van dagverse producten naar het autovrij gebied kan een ontheffing voor het laden en lossen buiten de venstertijden worden gegeven indien is aangetoond dat het vervoer van de goederen:

  • a. niet binnen de venstertijden kan plaatsvinden;

  • b. niet op andere wijze dan met een motorvoertuig kan plaatsvinden;

  • c. de goederen niet geschikt zijn voor aanbieding aan een vervoerder die de goederen binnen de venstertijden kan afleveren;

  • 4. Bedrijven die zijn ingericht voor gebundeld vervoer en vanaf een depot rijden naar klanten in het autovrije gebied, komen in aanmerking voor een ontheffing voor het laden en lossen buiten de venstertijden, mits:

  • a. het vervoer niet plaatsvindt op zaterdag, zondag en koopavond, en

  • b. het voertuig is ingericht met een euro 5 motor, en

  • c. het proces van rijden, laden en lossen het maximale geluidsniveau van 45 dB(A) op de gevel niet overschrijdt, en

  • d. de voertuigen door hun inrichting niet harder kunnen rijden dan 45 km per uur, en

  • e. de voertuigen of samengestelde voertuigen niet langer zijn dan 12 meter.

Artikel 2.5 taxibedrijven
  • 1. Aan taxiondernemers die zijn ingeschreven in het landelijke taxiregister kan ontheffing worden verleend voor het rijden in het autovrij gebied in de binnenstad.

  • 2. Ten aanzien van de ontheffing geldt het volgende:

  • a. een taxi waarmee gebruik wordt gemaakt van de ontheffing is uiterlijk herkenbaar als taxi;

  • b. de ontheffing geldt uitsluitend voor het direct halen en brengen van passagiers in het autovrij gebied binnenstad;

  • c. de bestuurder van een taxi waarmee gebruik wordt gemaakt van de ontheffing ten behoeve van het aanbieden van taxivervoer op de openbare weg, houdt zich aan de Regeling taxivervoer Gouda.

Artikel 2.6 ontheffing voor ondernemers die deelnemen aan de warenmarkten in het autovrije gebied in Gouda
  • 1. Een ontheffing voor het rijden in het autovrije gebied buiten venstertijden kan worden verleend aan ondernemers die deelnemen aan de warenmarkten die plaatsvinden op de Markt.

  • 2. De ontheffing:

    • a.

      is alleen geldig op de dagen en tijden dat de Goudse warenmarkt daadwerkelijk op de Markt plaatsvindt;

    • b.

      wordt op naam, adres en kenteken of nummer leasecontract gesteld;

    • c.

      geldt slechts voor een van tevoren vastgelegde route en tijdsperiode.

  • 3. Het maximale aantal ontheffingen wordt afhankelijk van de aard van de werkzaamheden en het aantal benodigde voertuigen op een door de ondernemer met redenen omkleed verzoek door het college vastgesteld.

Artikel 2.7 ontheffing in verband met veiligheid, hygiëne, (volks)gezondheid en in noodgevallen

Een ontheffing voor het rijden in het autovrij gebied buiten de venstertijden wordt verleend voor noodzakelijke ritten die verband houden met veiligheid, hygiëne en (volks)gezondheid, en in noodgevallen.

§ 3.

Tijdelijke ontheffingen voor doelgroepen

artikel 2.8 tijdelijke ontheffingen ten behoeve van bouw-, installatie- en reparatieverkeer en verhuizingen
  • 1. Een tijdelijke ontheffing voor het rijden in het autovrije gebied buiten venstertijden kan worden verleend ten behoeve van bouw-, installatie- of reparatiewerkzaamheden of verhuizingen.

  • 2. Aanvrager dient aan te tonen:

    • a.

      dat hij is gecontracteerd voor de werkzaamheden

    • b.

      dat laden en lossen ten behoeve van bouw-, installatie- of reparatiewerkzaamheden of verhuizingen in het autovrije gebied absoluut niet kan plaatsvinden tijdens de toegestane venstertijden;

    • c.

      dat de goederen, gereedschappen of materialen niet op andere wijze kunnen worden afgeleverd of afgehaald.

  • 3. De tijdelijke ontheffing:

    • a.

      wordt voor maximaal vijf dagen achtereen verstrekt, tenzij het langdurige bouw- en onderhoudswerkzaamheden betreft. In dat geval wordt de duur waarvoor de ontheffing geldt na onderling overleg vastgesteld;

    • b.

      wordt op naam, adres en kenteken of nummer leasecontract gesteld;

    • c.

      geldt slechts voor een van te voren vastgelegde route.

  • 4. In bijzondere omstandigheden is verlenging van de tijdelijke ontheffing als bedoeld in lid 3 mogelijk.

  • 5. Het maximale aantal tijdelijke ontheffingen wordt afhankelijk van de aard van de werkzaamheden en het aantal benodigde voertuigen op een door de aanvrager met redenen omkleed verzoek door het college vastgesteld, waarbij geldt dat voor het parkeren zoals bedoeld in artikel 4.1 maximaal 2 ontheffingen per klus verleend worden.

artikel 2.9 tijdelijke ontheffingen ten behoeve van trouwerijen
  • 1. Tijdelijke ontheffingen voor het rijden op Achter de Waag,de Wijdstraat en de Markt, alsmede voor het parkeren op de Markt buiten venstertijden kunnen op aanvraag door het bruidspaar (of een van beiden) worden verleend ten behoeve van trouwerijen.

  • 2. De tijdelijke ontheffing:

  • a. geldt slechts voor (motor)voertuigen behorende bij een trouwstoet;

  • b. geldt slechts indien zij duidelijk en leesbaar achter de voorruit aanwezig zijn;

  • c. geldt slechts gedurende een half uur voor tot een uur na de trouwplechtigheid d. geldt slechts voor een van tevoren vastgelegde route.

  • 3. Per trouwerij worden maximaal tien ontheffingen afgegeven, tenzij het college op een door het bruidspaar met redenen omkleed verzoek een hoger aantal vaststelt.

artikel 2.10 tijdelijke ontheffingen evenementen
  • 1. Een tijdelijke ontheffing voor het rijden in het autovrije gebied buiten venstertijden kan worden verleend ten behoeve van ondernemers die deelnemen aan evenementen die plaatsvinden in het autovrije gebied in Gouda.

  • 2. De ontheffing dient door de organisator van het evenement aangevraagd te worden.

  • 3. De tijdelijke ontheffing:

    • a.

      is alleen geldig gedurende de periode dat het evenement, waarvoor de tijdelijke ontheffing is verstrekt, plaatsvindt in het autovrije gebied, inclusief de periode van op- en afbouw;

    • b.

      wordt op naam van de organisator gesteld;

    • c.

      geldt slechts voor een van tevoren vastgelegde route

  • 4. Het maximale aantal tijdelijke ontheffingen wordt afhankelijk van de aard van de werkzaamheden en het aantal benodigde voertuigen op een door de organisator met redenen omkleed verzoek door het college vastgesteld.

Hoofdstuk 3 – Ontheffing van lengtebeperkingen binnenstad (RVV artikel 62, verkeersbord C17 van Bijlage 1 RVV 1990)

art. 3.1 lengtebeperking binnenstad

Een ontheffing voor het rijden in de binnenstad met een voertuig langer dan 12 meter, wordt door het college van burgemeester en wethouders uitsluitend verleend:

  • a.

    indien de noodzaak van het vervoer met het lange voertuig aangetoond wordt;

  • b.

    van maandag tot en met zaterdag tussen 06.00 en 09.00 uur en na 18.00 uur.

Hoofdstuk 4 – Ontheffing van parkeerverboden in en buiten het autovrij gebied binnenstad (RVV artikel 10 lid 1, artikel 23 lid 1, artikel 24, artikel 46, verkeersbord E1 van Bijlage 1 RVV 1990)

Art. 4.1 parkeren
  • 1. Een ontheffing voor het parkeren in strijd met verkeersregels of verkeerstekens in en buiten het autovrij gebied, wordt slechts verleend indien de aanvrager aantoont dat:

    • a.

      de nabijheid van het voertuig noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden of

    • b.

      in redelijkheid niet kan worden verlangd, dat de in het voertuig aanwezige gereedschappen en/of materialen worden uitgeladen.

  • 2. De ontheffing geldt:

    • a.

      slechts voor een van tevoren vastgelegde tijdsperiode;

    • b.

      slechts voor een aangegeven wijk of gebied, en in het autovrij gebied binnenstad alleen voor een van tevoren vastgelegde locatie;

    • c.

      alleen gedurende de tijd dat werkzaamheden door de aanvrager verricht worden.

  • 3. Er mag niet hinderlijk geparkeerd worden en door het parkeren mogen er geen gevaarlijke situaties ontstaan.

Hoofdstuk 5 – slot- en overgangsbepalingen

Artikel 5.1 slot- en overgangsbepalingen
  • 1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

  • 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels ontheffingen autovrij gebied binnenstad en andere verkeersontheffingen”.

Bijlage 1: toelichting algemeen en artikelsgewijs

Bijlage 2: overzicht van straten die deel uitmaken van het autovrij gebied binnenstad Gouda

Bijlage 3: artikelen Wegenverkeerswet en Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

tekst