Gemeenschappelijke regeling gemeenschappelijke gezondheidsdienst Zaanstreek-Waterland (GGD Zaanstreek-Waterland)

Geldend van 01-01-2010 t/m 26-11-2017

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling gemeenschappelijke gezondheidsdienst Zaanstreek-Waterland (GGD Zaanstreek-Waterland)

De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de

gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland,

Wormerland, Zaanstad en Zeevang, elk voorzover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn;

gelet op de Wet Publieke Gezondheidzorg (voorheen: Wet collectieve preventie volksgezondheid) en de Wet gemeenschappelijke regelingen;

gelezen het voorstel van het Algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke

Gezondheidsdienst (GGD) Zaanstreek-Waterland tot wijziging van de gemeenschappelijke

regeling GGD Zaanstreek-Waterland;

b e s l u i t e n :

de ‘Gemeenschappelijke regeling gemeenschappelijke gezondheidsdienst Zaanstreek-Waterland (GGD Zaanstreek-Waterland)’, in werking getreden op 1 januari 1999, per 27 mei 2010 te

wijzigen in dier voege dat de regeling komt te luiden als volgt:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN.

Artikel 1.
  • 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      de Wgr : de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stbl.1984-668), sindsdien gewijzigd.

    • b.

      de regeling : deze gemeenschappelijke regeling;

    • c.

      vervallen

    • d.

      vervallen

    • e.

      vervallen

    • f.

      vervallen

    • g.

      Gedeputeerde Staten : Gedeputeerde Staten der provincie Noord-Holland.

    • h.

      het algemeen bestuur : het orgaan, bedoeld in art. 5

      van de regeling;

    • i.

      het dagelijks bestuur : het orgaan bedoeld in art. 12

      van de regeling;

    • j.

      de voorzitter : het orgaan, bedoeld in art. 15

      van de regeling.

    • k.

      de GGD : de gemeenschappelijke

      gezondheidsdienst Zaan-

      streek-Waterland.

    • l.

      een deelnemende : een aan deze regeling gemeente deelnemende gemeente

  • 2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zaanstreek-Waterland (GGD), het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

HOOFDSTUK II. HET OPENBAAR LICHAAM

Artikel 2.
  • 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd: "Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zaanstreek-Waterland". Het lichaam is gevestigd te Zaanstad.

  • 2. Het rechtsgebied van het openbaar lichaam omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

Artikel 3.

Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit:

  • a.

    het algemeen bestuur;

  • b.

    het dagelijks bestuur;

  • c.

    de voorzitter.

HOOFDSTUK III. HET BELANG EN DE BEVOEGDHEDEN

Artikel 4.
  • 1. Het belang waarvoor de regeling wordt getroffen betreft de bevordering en uitvoering van de collectieve preventie, als bedoeld in de Wet Publieke Gezondheid (WPG) en andere gemeentelijke activiteiten in het kader van de gezondheidszorg.

  • 2. Het openbaar lichaam is bevoegd tot:

    • a.

      het oprichten en instandhouden van een doelmatig georganiseerde GGD, als bedoeld in de WPG;

    • b.

      de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, met inachtneming van het bepaalde in de gemeenschappelijke regeling "Geneeskundige hulpverlening bij Ongevallen en Rampen in de Agglomeratie Amsterdam (GHOR);

    • c.

      het uitvoeren van taken voortkomend uit andere wetgeving;

    • d.

      vervallen.

  • 3. Het algemeen bestuur kan besluiten of en in hoe-verre wijziging (daaronder ook begrepen toevoeging van nieuwe en afstoting van bestaande taken) aangebracht wordt in het takenpakket, binnen het kader als bedoeld in lid 1. Dit besluit wordt niet genomen als niet omtrent de verwachte eenmalige en structurele financiële consequenties voldoende inzicht is verkregen. Gemeenten zullen voorafgaande aan de besluitvorming omtrent voorgenomen wijzigingen gehoord worden. Hun bevindingen zullen middels hun vertegenwoordiging in het bestuur in de besluitvorming betrokken worden.

  • 4. Taken worden naar omvang en kwaliteit voor alle gemeenten als basispakket gelijk uitgevoerd. Op verzoek van gemeenten kan de GGD tegen meerprijs extra taken (laten) verrichten.

    Bij de bepaling van het kwaliteitsniveau van de dienstverle-

    ning worden wettelijke uitgangspunten in acht genomen.

  • 5. Op verzoek en voor rekening van derden kunnen na een

    daartoe door het algemeen bestuur genomen besluit onder

    vaststelling van nadere voorwaarden werkzaamheden

    worden uitgevoerd.

  • 6. De deelnemende gemeenten/derden verbinden zich voor de uitvoering van de hiervoor bedoelde taken voor eigen kosten geschikte ruimten beschikbaar te stellen.

HOOFDSTUK IV. HET ALGEMEEN BESTUUR.

Artikel 5.
  • 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de portefeuillehouders Volksgezondheid van de deelnemende gemeenten.

  • 2. De raden van de deelnemende gemeenten wijzen elk één lid vanuit het college van burgemeester en wethouders als plaatsvervangend lid aan.

Artikel 6.

De zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur is gelijk aan de zittingsduur van leden van een gemeenteraad.

Artikel 7.
  • 1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de nieuw aangewezen leden van het algemeen bestuur in functie treden.

  • 2. Vervallen.

  • 3. Het algemeen bestuur komt zo spoedig mogelijk bijeen na benoeming van de nieuwe portefeuillehouders, doch uiterlijk binnen twee maanden.

  • 4. Vervallen.

  • 5. Vervallen.

  • 6. Vervallen.

Artikel 8.

Onverminderd het bepaalde in artikel 7 eindigt het lidmaatschap

van het algemeen bestuur eveneens op het moment van de uittreding uit deze gemeenschappelijke regeling.

Artikel 9.
  • 1. Het algemeen bestuur is - met inachtneming van het bepaalde in artikel 30 van de Wgr - bevoegd tot alle daden van regeling en bestuur nodig voor de behartiging van het belang van de regeling en de uitoefening van de bevoegdheden van het openbaar lichaam, genoemd in artikel 4.

  • 2. Het algemeen bestuur stelt regelingen voor de orde en de huishouding van het openbaar lichaam vast voor zover daarvan bij de regeling niet is afgeweken.

Artikel 10.
  • 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt dan wel tenminste drie leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoeken.

  • 2. De artikelen 19 en 20 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Vervallen

  • 4. Een lid van het algemeen bestuur heeft in de

    vergadering van het algemeen bestuur één stem.

  • 4a. Die gevallen waarin Zaanstad en Purmerend zwaarwegende bezwaren hebben tegen een voorstel en met het oog daarop tegenstemmen, leidt die tegenstem tot verwerping van het voorstel. Het voorgaande is niet van toepassing op het voorstel tot vaststelling van de begroting respectievelijk de jaarrekening van de GGD.

  • 5. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast; dit reglement, alsmede de daarin aangebrachte wijzigingen, wordt aan Gedeputeerde Staten meegedeeld.

Artikel 11.
  • 1. Met betrekking tot de openbaarheid, beslotenheid en het opleggen van geheimhouding is artikel 22 en 23 van de Wgr van toepassing.

  • 2. Inzake de beraadslaging en besluitvorming in een besloten vergadering is artikel 24 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK V. HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 12
  • 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit tenminste drie en ten hoogste vijf door het algemeen bestuur uit zijn midden gekozen leden, de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter inbegrepen.

  • 2. De in het vorige lid bedoelde verkiezing vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.

  • 2a. De portefeuillehouders Volksgezondheid van Zaanstad en Purmerend hebben in elk geval zitting in het dagelijks bestuur.

  • 3. De leden treden af op de dag van aftreden van het algemeen bestuur.

  • 4. Het lid dat ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur.

  • 5. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen, met dien verstande dat het lidmaatschap eindigt op het tijdstip waarop de opvolger in functie is getreden.

  • 6. De aanwijzing ter aanvulling van een plaats in het dagelijks bestuur geschiedt in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur na het openvallen van die plaats.

Artikel 13
  • 1. De afbakening van de bevoegdheden en van de verplichtingen van het dagelijks bestuur is analoog aan die welke in de Gemeentewet is aangegeven voor het college van burgemeester en wethouders, voor zover daarvan bij deze regeling niet wordt afgeweken.

  • 2. Tot het dagelijks beheer, opgedragen aan het dagelijks bestuur, behoort onder meer:

    • a.

      het voorbereiden van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht;

    • b.

      het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur.

    • c.

      het voorstaan van de belangen van het samen- werkingsorgaan bij andere overheden, instellingen, diensten of personen, waarmee contact van belang is;

    • d.

      het beheer van inkomsten/uitgaven en activa/ passiva van de GGD;

    • e.

      de zorg - voor zover niet aan anderen opgedragen - voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

    • f.

      het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;

    • g.

      het aannemen, schorsen en ontslaan van personeel, met inachtneming van deze regeling;

    • h.

      het houden van toezicht op al wat de

      dienst aangaat.

Artikel 14
  • 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of twee zijner leden dit aan de voorzitter verzoeken.

  • 2. Voor de besluitvorming in het dagelijks bestuur is de wijze van stemmen, zoals deze in de Gemeentewet is bepaald voor het college van burgemeester en wethouders, van overeenkomstige toepassing.

  • 3. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.

  • 4. Het dagelijks bestuur kan zich in een vergadering door deskundigen doen bijstaan.

HOOFDSTUK VI DE VOORZITTER

Artikel 15
  • 1. De portefeuillehouders Volksgezondheid van Zaanstad en Purmerend bekleden bij toerbeurt het voorzitterschap en het plaatsvervangend voorzitterschap.

  • 2. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

  • 3. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

  • 4. De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen

    en dagelijks bestuur uitgaan.

  • 5. De voorzitter of bij diens ontstentenis de plaatsvervangend

    voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam GGD in en

    buiten rechte.

  • 6. Indien de voorzitter c.q. de plaatsvervangend voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een rechtsgeding waarbij het openbaar lichaam GGD is betrokken, wordt het openbaar lichaam GGD door een ander, door het dagelijks bestuur aan te wijzen, lid van dat bestuur vertegenwoordigd.

  • 7. De voorzitter resp. plaatsvervangend voorzitter kan de vertegenwoordiging, onder goedkeuring van het dagelijks bestuur, overdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.

HOOFDSTUK VII INFORMATIE EN VERANTWOORDING

Artikel 16.
  • 1. Het bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle informatie die door een of meer leden van die raden, de voorzitter inbegrepen, wordt verlangd, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

  • 2. De agenda met bijbehorende stukken voor de vergaderingen van het algemeen bestuur alsmede een jaarverslag worden door of vanwege de voorzitter ter kennisneming toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 17
  • 1. Een lid van het algemeen bestuur geeft de gemeenteraad, alle inlichtingen die door de raad, of een of meer leden daarvan wordt verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.

  • 2. Een lid van het algemeen bestuur is aan de gemeenteraad, verantwoording verschuldigd voor het door hem of haar in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

    Het afleggen van verantwoording gebeurt op de in die gemeente gebruikelijke wijze.

Artikel 18
  • 1. Vervallen.

  • 2. Vervallen.

  • 3. Vervallen.

  • 4. Vervallen.

Artikel 19
  • 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur mondeling dan wel schriftelijk verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid en de door hem uitgeoefende bevoegdheden en geven ten aanzien daarvan alle, tezamen en ieder afzonderlijk door het algemeen bestuur of door een of meer leden daarvan, gevraagde inlichtingen.

  • 2. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op de verantwoordingsplicht van de voorzitter aan het algemeen en het dagelijks bestuur voor het door hem/haar gevoerde bestuur en de door hem uitgeoefende bevoegdheden.

  • 3. In het reglement van orde bedoeld in artikel 9 van de regeling, worden nadere regels gesteld omtrent de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de voorgaande leden.

HOOFDSTUK VIII HET AMBTELIJK APPARAAT

Artikel 20.
  • 1. De directeur van de GGD is de secretaris van het algemeen en het dagelijks bestuur.

  • 2. De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter met raad en daad bij in de vervulling van hun functie.

  • 3. De secretaris ondertekent mede de stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.

Artikel 21
  • 1. De directeur van de GGD, alsmede de adjunct-directeur worden benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur dient voor elke benoeming een aanbeveling in van zo mogelijk twee personen.

  • 2. Terzake de verantwoordelijkheid voor medisch-inhoudelijke zaken zal het dagelijks bestuur afzonderlijke voorzieningen treffen.

  • 3. De eindverantwoordelijkheid over het beheer van de dienst berust bij de directeur, die daaromtrent verantwoording schuldig is aan het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 4. Bij (langdurige) afwezigheid van de directeur wordt diens functie waargenomen door de adjunct-directeur.

  • 5. Vervallen.

  • 6. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden van dit artikel, benoemt, schorst en ontslaat het dagelijks bestuur het personeel van de GGD, de directeur gehoord.

Artikel 22
  • 1. Op het personeel van het openbaar lichaam GGD is de rechtspositieregeling van de gemeente Purmerend van toepassing, zoals die dan luidt of in de toekomst zal komen te luiden, voor zover door het algemeen bestuur niet anders wordt bepaald. De regelingen, afgesproken in het Sociaal Plan dat in 1998 is vastgesteld naar aanleiding van de fusie van de GGD’en Zaanstreek en Waterland, zijn onverkort van toepassing.

  • 2. Het bestuur kan voor het personeel van het openbaar lichaam GGD regelingen vaststellen ter aanvulling of ter vervanging van de regelingen, bedoeld in het eerste lid. In dit geval wordt vooraf overleg gepleegd met vertegenwoordigers van relevante werknemersorganisaties.

  • 3.

    • a.

      vervallen.

    • b.

      vervallen.

HOOFDSTUK IX. OVERIGE BEVOEGDHEDEN.

Artikel 23
  • 1. Het algemeen bestuur kan commissies instellen als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Wgr.

  • 2. Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van verordeningen in het kader van de uitvoering van zijn taak, als bedoeld in art. 4.

  • 3. Aan het algemeen bestuur wordt de bevoegdheid toegekend verordeningen vast te stellen tot heffing van leges en rechten als bedoeld in artikel 228 Gemeentewet.

HOOFDSTUK X FINANCIELE BEPALINGEN

Paragraaf 1:

De administratie.

Artikel 24.
  • 1. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het beheer van de geldmiddelen van het samenwerkingsorgaan.

  • 2. Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding is artikel 212 tot en met 214 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 25

Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Paragraaf 2:

De begroting.

Artikel 26.
  • 1. Het dagelijks bestuur stelt de ontwerpbegroting voor het daaropvolgende kalenderjaar op.

  • 2. De ontwerpbegroting wordt uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de behandeling in het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden. Deze kunnen schriftelijk hun zienswijze ter kennis brengen aan het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 3. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient.

Artikel 27.
  • 1. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft.

  • 2. Bij de opstelling van de begroting wordt rekening gehouden met de bij deze regeling behorende verdeelsleutelbijlage, welke als aanhangsel aan deze regeling is toegevoegd.

  • 3. Voor de vaststelling van de inwonertallen worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek laatst vastgestelde bevolkingscijfers.

  • 4. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.

  • 5. De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen, in verhouding tot de verdeelsleutel als bedoeld in lid 2 van dit artikel, dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

Artikel 28.
  • 1. Van de vaststelling van de begroting wordt terstond mededeling gedaan aan de besturen van de deelnemende gemeenten, die ervoor zorgdragen dat het in deze begroting voor de deelnemende gemeente als bijdrage in de kosten van de GGD geraamde bedrag, in hun begroting wordt opgenomen.

  • 2. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen

    twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 juli, aan Gedeputeerde Staten ter kennisname.

Artikel 29.

Met betrekking tot wijziging van de begroting kan van het

bepaalde in artikel 35 Wgr worden afgeweken ten aanzien van

wijzigingen die geen invloed hebben op de bijdragen van de

deelnemende gemeenten.

Paragraaf 3:

De rekening.

Artikel 30.
  • 1. Het dagelijks bestuur stelt een voorlopige rekening van inkomsten en uitgaven op. De rekening vermeldt alle inkomsten en uitgaven van de GGD, van welke aard ook, over het jaar waarop zij betrekking hebben en is vergezeld van een verklaring terzake van de deugdelijkheid daarvan, afgegeven door de persoon of de instelling die door het algemeen bestuur belast is met de controle als bedoeld in artikel 24.

  • 2. De voorlopige rekening wordt binnen twee weken, doch uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de behandeling in het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden. Deze kunnen schriftelijk hun zienswijze ter kennis brengen aan het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de voorlopige rekening, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

Artikel 31.
  • 1. Het algemeen bestuur onderzoekt jaarlijks de rekening over het afgelopen jaar zonder uitstel en stelt haar vast.

  • 2. De rekening wordt door het dagelijks bestuur binnen veertien dagen na vaststelling, doch in elk geval vóór 15 juli met alle bijbehorende stukken ter kennisname aan Gedeputeerde Staten aangeboden. Tevens doet het dagelijks bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3. De vaststelling strekt de ambtenaren, belast met het doen van ontvangsten en uitgaven, alsmede het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

Artikel 32.
  • 1. In de rekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten, over het desbetreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. Voor de vaststelling van de inwoneraantallen worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor dat jaar vastgestelde bevolkingscijfers.

  • 2. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 27 bepaalde en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de deelnemende gemeenten van de vaststelling van de rekening.

Artikel 33

De kosten van de GGD worden na aftrek van de per kostenplaats/functiegebied op grond van artikel 34 onder b tot en met f verworven geldmiddelen, omgeslagen over de deelnemende gemeenten volgens de bij deze regeling behorende verdeelsleutelbijlage.

Artikel 34

De geldmiddelen van de GGD bestaan uit:

  • a.

    de bijdragen van de deelnemende gemeenten, ingevolge artikel 33;

  • b.

    de leges en rechten, te heffen op grond van daarvoor in aanmerking komende verordeningen;

  • c.

    de bijdragen van derden, ingevolge op verzoek of volgens overeenkomst geleverde diensten;

  • d.

    subsidies;

  • e.

    renten en opbrengsten van bezittingen;

  • f.

    onvoorziene ontvangsten;

  • g.

    bestemmingsreserves;

  • h.

    geldleningen;

Artikel 35

Bij de vaststelling van de in het voorgaande artikel onder c bedoelde bijdragen zal het algemeen bestuur ervan uitgaan dat deze bijdragen voor verrichte diensten tenminste kostendekkend moeten zijn.

Het algemeen bestuur kan daarbij aangeven dat een bepaald deel van de kosten ten laste van de GGD blijft.

HOOFDSTUK XI. GESCHILLEN

Artikel 36.
  • 1. Voordat over een geschil als bedoeld in art. 28 van de Wgr de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie.

  • 2. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen en brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

HOOFDSTUK XII. HET ARCHIEF

Artikel 37.

Ten aanzien van de archiefbescheiden van de GGD zijn de voor-

schriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer daarvan,

alsmede die omtrent het toezicht daarop, zoals deze voor

de gemeenten zijn of nader zullen worden vastgesteld, van

overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK XIII. TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Artikel 38.

Op wijziging van, uittreding uit en toetreding tot een

gemeenschappelijke regeling is goedkeuring van Gedeputeerde

Staten nodig, conform artikel 36 jo 8 Wgr.

Artikel 39.
  • 1. Toetreding door een andere gemeente kan plaatsvinden op verzoek van het algemeen bestuur en op hun verzoek bij een besluit van de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de desbetreffende gemeente, indien de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste de helft van het aantal reeds aan de regeling deelnemende gemeenten het verzoek inwilligen.

  • 2. Aan de toetreding kunnen door het algemeen bestuur voorwaarden worden verbonden.

  • 3. De toetreding gaat, na goedkeuring door Gedeputeerde Staten, in op de eerste dag van de maand volgende op die van opname in de registers, als bedoeld in art. 27 van de Wgr, tenzij het besluit een latere datum van ingang aangeeft.

  • 4. De raad van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige aanwijzingen overeenkomstig artikel 5 e.v. van deze regeling.

    Behoudens eerdere beëindiging van het lidmaatschap, treden de aangewezenen af op het tijdstip waarop de dan zitting hebbende leden van het algemeen bestuur aftreden.

Artikel 40.
  • 1. Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending van een daartoe strekkend besluit van de bestuursorganen van die gemeente aan het algemeen bestuur.

  • 2. Vervallen.

  • 3. Tenzij het algemeen bestuur een kortere termijn bepaalt kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar volgende op dat waarin de goedkeuring van het besluit tot uittreding heeft plaatsgevonden.

  • 4. Het algemeen bestuur regelt, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, de gevolgen van de uittreding, de financiële gevolgen daaronder begrepen.

Artikel 41.
  • 1. Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen worden gedaan door het algemeen bestuur, al dan niet op initiatief van de raad van een deelnemende gemeente.

  • 2. Voor een wijziging van de regeling is nodig

    dat tenminste tweederde van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste tweederde van het aantal inwoners van het rechtsgebied op 1 januari van dat jaar, tegen deze wijziging geen bezwaar hebben kenbaar gemaakt.

  • 3. De wijziging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die, waarin de wijziging - na de vereiste goedkeuring door Gedeputeerde Staten - is opgenomen in de registers als bedoeld in art. 27 van de Wgr. Bij de wijziging kan worden bepaald dat deze op een eerder of later tijdstip van kracht wordt.

Artikel 42.
  • 1.

    • a.

      Voor de opheffing van de regeling is nodig dat tenminste tweederde van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste tweederde van het aantal inwoners van het rechtsgebied op 1 januari van dat jaar, tegen deze opheffing geen bezwaar hebben kenbaar gemaakt.

    • b.

      Een besluit als bedoeld onder a kan niet eerder worden genomen dan nadat het algemeen bestuur daarover zijn mening heeft kenbaar gemaakt.

  • 2. De opheffing gaat niet eerder in dan nadat de goedgekeurde besluiten zijn verwerkt in de registers, als bedoeld in art. 27 van de Wgr, tenzij een latere datum is bepaald.

  • 3. Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling, met uitzondering van het bepaalde in artikel 27 lid 5, worden afgeweken.

  • 4. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld en voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. Het plan behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten.

  • 5. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en overige gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft.

  • 6. Zonodig blijven de bestuursorganen van het samenwerkingsorgaan ook na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd.

HOOFDSTUK XIV. SLOTBEPALINGEN

Artikel 43.
  • 1. Vervallen.

  • 2. Vervallen.

Artikel 44.
  • 1. Het gemeentebestuur van Zaanstad draagt zorg voor de toezending van de regeling als bedoeld in artikel 26 van de Wgr.

  • 2. De besturen van de deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de bekendmaking en de opname in de registers als bedoeld in artikel 26 en 27 van de Wgr, zal plaatsvinden binnen 14 dagen na het bericht van goedkeuring van deze regeling.

  • 3. De regeling treedt in werking op 1 januari 2010 nadat deze is ingeschreven in de registers, als bedoeld in artikel 27 van de Wgr.

Artikel 45.
  • 1.

    De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 2.

    De regeling kan worden aangehaald onder de titel "Gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland".

Ondertekening

Vastgesteld door de gemeenteraad van Oostzaan in de openbare vergadering van 18 mei 2010
voorzitter, griffier
Vastgesteld door burgemeester en wethouders van Oostzaan
burgemeester, secretaris
Vastgesteld door de burgemeester van Oostzaan
burgemeester

VERDEELSLEUTELBIJLAGE, behorende bij artikel 27,lid 2 van de gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland,

Ten behoeve van de begroting en de rekening van de GGD wordt een verdeelsleutel gehanteerd, volgens welke de kosten per onderscheiden functiegebied/kostenplaats over de gemeenten en/of derden worden omgeslagen.

  • I.

    Epidemiologie, Beleid en Gezondheidsbevordering.

    Dit zijn de kosten van beleidsadvisering (w.o. lokaal gezondheidsbeleid), periodieke beschrijving van en onderzoek naar de gezondheidssituatie en/of gezondheidsproblemen bij de diverse doelgroepen (jeugd, ouderen en algemeen) en bevordering van gezond gedrag.

    In de begroting worden deze kosten omgeslagen naar rato van het aantal inwoners per deelnemende gemeente op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het betreffende dienstjaar (t-1). Bij de vaststelling van de definitieve bijdrage in de jaarrekening wordt uitgegaan van het aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaart-1.

  • II.

    Algemene Gezondheidszorg (AGZ).

    Dit zijn de kosten verbonden aan de uitvoering van de Wet Publieke Gezondheidzorg op het wettelijk voorgeschreven kwaliteitsniveau en voor zover in deze bijlage niet anders is bepaald.

    In de begroting worden deze kosten omgeslagen naar rato van het aantal inwoners per deelnemende gemeente op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het betreffende dienstjaar (t-1). Bij de vaststelling van de definitieve bijdrage in de jaarrekening wordt uitgegaan van het aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaar t-1.

    Kosten verbonden aan de uitvoering van taken op grond van andere wetgeving kan (ook) op basis van dezelfde verdeelsleutel plaatsvinden, dan wel tegen kostendekkend tarief.

  • III.

    Maatschappelijke gezondheidszorg (MGZ).

    Dit zijn kosten verbonden aan de uitvoering van verschillende OGGZ taken, zoals het signaleren, uitvoeren, coördineren, regisseren en monitoren van zorg voor kwetsbare groepen om sociale kwetsbaarheid te voorkomen, huiselijk geweld en overlast te bestrijden. Het gaat om doelgroepen die geen duidelijke of reguliere hulpvraag uiten of groepen waarbij het bestaande zorgaanbod niet aansluit. Deze activiteiten worden regiobreed dan wel op verzoek van (een) gemeente(n) uitgevoerd.

    In de begroting worden deze kosten voor een deel omgeslagen naar rato van het aantal inwoners per deelnemende gemeente op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het betreffende dienstjaar (t-1). Bij de vaststelling van de definitieve bijdrage in de jaarrekening wordt uitgegaan van het aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaart-1. Daarnaast worden een aantal taken op verzoek van de (centrum-)gemeenten uitgevoerd. Financiering van deze taken loopt via de centrumgemeenten dan wel via de betrokken gemeenten.

  • IV.

    Jeugdgezondheidszorg (JGZ).

    Dit zijn de kosten verbonden aan de taken uit de Wet Publieke Gezondheidzorg, voor zover betrekking hebbend op jeugdgezondheidszorg in de gemeenten.

    Voor de uitvoering van het basistakenpakket 0-19 jaar wordt de verdeelsleutel gehanteerd, die gebaseerd is op de criteria die worden gebruikt voor het verdelen van de BDU/CJG, namelijk aantal inwoners 0-19 jaar per deelnemende gemeenten, aantal lage inkomens en minderheden. In afwijking van de gehanteerde peildata voor de BDU-verdeling wordt als peildatum 1 januari van het dienstjaar t-1 gehanteerd.

  • V.

    Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.

    Dit betreft alle aan deze activiteit toe te rekenen werkelijk gemaakte kosten

    In de begroting worden deze kosten omgeslagen naar rato van het aantal inwoners per deelnemende gemeente op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het betreffende dienstjaar (t-1).Bij de vaststelling van de definitieve bijdrage in de jaarrekening wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het voorafgaande dienstjaar (t-1).

  • VI.

    Logopedie.

    Vervallen, zie IV.

  • VII.

    Wet voorzieningen gehandicapten/Sociaal-medische advisering.

    Vervallen.

  • VIII.

    Reizigersvaccinaties.

    Vervallen.

  • IX.

    Projecten.

    Hieronder vallen alle kosten welke kunnen worden toegerekend aan een of meer projecten, welke door het bestuur als zodanig zijn aangewezen. De kosten worden op kostendekkende basis doorberekend aan de opdrachtgever.

  • X.

    Vrije beleidsruimte gemeente Zaanstad.

    Vervallen.

TOELICHTING BIJ DE BELANGRIJKSTE ARTIKELEN van de gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland.

Considerans.

Op 1 januari 1999 is de GGD Zaanstreek-Waterland opgericht. De dienst is oorspronkelijk ingesteld op basis van een gemeenschappelijke regeling tussen het Intergemeentelijk Samenwerkingsorgaan Waterland (ISW), de gemeente Zaanstad en de gemeente Oostzaan.

In het kader van de operatie “vernieuwing ISW” heeft het ISW op 4 april 2005 besloten de eigen gemeenschappelijke regeling te wijzigen. Dit had tot gevolg dat de GGD regeling uit 1998 gewijzigd diende te worden. In plaats van de bestuursorganen van het Intergemeentelijk Samenwerkingsorgaan Waterland (ISW) zijn met ingang van het jaar 2006 de 7 aan het ISW deelnemende gemeenten rechtstreeks aan de (gewijzigde) regeling gaan deelnemen. Voor de oorspronkelijke deelnemers aan de regeling, de gemeenten Zaanstad en Oostzaan, betekende het dat zij met de wijziging van de regeling moesten instemmen en als zodanig diende vast te stellen. De dienst bestaat sinds 2006 dan ook uit de negen gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland.

In de nu voorliggende gemeenschappelijke regeling zijn onder andere de volgende wijzigingen in taken, wijziging in wettelijke basis (invoering van de Wet Publieke Gezondheidszorg) en wijziging van de verdeelsleutel (artikel 27) verwerkt.

Artikel 2

De hoofdvestiging van de GGD is in Zaandam. Dientengevolge is Zaanstad in dit artikel als vestigingsplaats van het openbaar lichaam genoemd.

Artikel 3

Ingevolge art.12, lid 1 Wgr bestaat het bestuur van het openbaar lichaam uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.

Artikel 4

Artikel 10 Wgr schrijft voor dat het belang genoemd wordt dat de regeling behartigt en dat tevens de bevoegdheden van het openbaar lichaam worden vermeld. De genoemde

bevoegdheden (taken) vinden hun basis in de Wet Publieke Gezondheidszorg.

Bij de formulering van de bevoegdheid onder punt b (geneeskundige hulpverlening bij

ongevallen en rampen) is rekening gehouden met het feit dat deze taak nu is ondergebracht in de gemeenschappelijke regeling Geneeskundige Hulpverlening bij ongevallen en rampen in de Agglomeratie Amsterdam (GHOR).

Bij punt c is de bevoegdheid opgenomen taken uit te voeren die voortkomen uit andere wetgeving. Concreet wordt hier gedoeld op het uitvoeren van inspecties in het kader van de Wet Kinderopvang en de inspecties van instellingen die huidpenetrerende handelingen uitvoeren op grond van de gewijzigde Warenwet.

De opsomming van overige werkzaamheden onder punt d geeft aan wat nu wordt gedaan en sluit andere werkzaamheden niet uit.

In lid 3 van dit artikel is met gebruikmaking van art.10, lid 2 Wgr voorzien in de mogelijkheid om tot uitbreiding of vermindering van bevoegdheden te komen, mits dit binnen het belang als genoemd in lid 1 blijft.

Lid 4 maakt het mogelijk voor gemeenten om extra zorg, begeleiding of onderzoek of intensievere uitvoering te vragen. Deze activiteit (projecten) worden door of vanwege de dienst tegen kostendekkend tarief uitgevoerd.

In lid 5 wordt de mogelijkheid geboden dat de GGD op basis van een besluit van het algemeen bestuur ook diensten voor derden zou kunnen uitvoeren. Dit kunnen zowel overheidsderden als particuliere derden zijn.

Lid 6 voorziet in een regeling voor het gebruik van met name onderzoeksruimte ten behoeve van de GGD in de deelnemende gemeenten. De gemeenten dragen voor eigen rekening zorg voor deze ruimten.

Artikel 5

Opgenomen is dat de leden van het AB de portefeuillehouders volksgezondheid zijn van de deelnemende gemeenten. De raad van elke gemeente wijst vervolgens een plaatsvervanger van het AB lid aan te weten een ander collegelid.

Het feit dat de raad de leden van het AB niet meer aanwijst heeft consequenties voor een aantal andere artikelen. Deze zijn aangepast, dan wel zijn komen te vervallen (aangepast zijn artikel 6, 7 lid 3 en 17 lid 1 en 2, vervallen zijn artikel 7 lid 2, 4, 5 en 6 en 18 lid 1,2,3, en 4).

Artikel 10

Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem en in principe wordt bij meerderheid van stemmen besloten. Echter om meer recht te doen aan het grote aantal inwoners van de gemeenten Zaanstad en Purmerend en hun bijdragen aan het GGD-budget (samen goed voor bijna 65 % van het totaal) is besloten om aan deze gemeenten het recht te verlenen om in situaties waarin zij zwaarwegende bezwaren hebben jegens een voorstel, dit voorstel te verwerpen. Gekozen is om aan dit recht de voorwaarde te verbinden dat Zaanstad én Purmerend gezamenlijk tegen het voorstel dienen te zijn. Concreet betekent dit, dat wanneer zowel Zaanstad als Purmerend tegen een voorstel is, daarmee het voorstel is verworpen.

Van bovenstaande besluitvorming zijn twee onderwerpen uitgesloten, namelijk het vaststellen van de begroting GGD ZW en het vaststellen van de jaarrekening van de GGD ZW, omdat toepassing ervan kan leiden tot ernstige ontregeling van de bedrijfsvoering van de GGD. Hier blijft de gewone besluitvorming ‘bij meerderheid van stemmen’ gelden.

Artikel 11

Dit artikel bevat bepalingen over openbaarheid en beslotenheid en over beraadslaging en besluitvorming in een besloten vergadering.

Artikel 12 - 15

Vastgelegd is dat het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal 3 en maximaal 5 leden, de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter inbegrepen.

Wat de samenstelling betreft is alleen vastgelegd dat de portefeuillehouders van de gemeenten Zaanstad en Purmerend in het dagelijks bestuur zitting hebben.

Verder is vastgelegd dat deze portefeuillehouders bij toerbeurt het voorzitterschap en het plaatsvervangend voorzitterschap bekleden. Uitgaande van de gebruikelijke zittingstermijn van 4 jaar ligt het voor de hand na 2 jaar te rouleren.

Artikelen 16 - 19

Er is voor gekozen alle bepalingen over informatieverstrekking en verantwoording in één hoofdstuk bijeen te brengen, in plaats van bij het betreffende bestuursorgaan. De bepalingen over het ontslag van een lid van het AB zijn vervallen nu de portefeuillehouders q.q. AB lid zijn.

Artikel 20

In de regeling is vastgelegd dat het hoofd van de GGD-organisatie (de directeur) tevens secretaris is van het bestuur.

Artikel 21

Gezien het belang van de functie is bepaald dat de directeur en de adjunct-directeur van de GGD door het algemeen bestuur worden benoemd, geschorst en ontslagen.

Artikel 22

Op het personeel is de rechtspositieregeling van de gemeente Purmerend van toepassing. Deze rechtspositieregeling is vrijwel gelijk aan de rechtspositieregeling van het ISW, die voorheen van toepassing was. Een afwijking bestaat op het punt van het woon-werk verkeer en bevordering naar de uitloopschaal. Ook is vastgelegd dat de afspraken uit het Sociaal Plan dd. 25 november 1998 van toepassing blijven.

Artikel 23

In dit artikel worden de bijzondere bevoegdheden van het algemeen bestuur genoemd.

Artikel 26 en 28

De procedure tot vaststelling van de begroting is uitgeschreven. Meer concreet dienen de

volgende data in acht te worden genomen:

  • -

    Het dagelijks bestuur stelt vóór 1 mei de ontwerpbegroting op.

  • -

    De ontwerpbegroting wordt in principe uiterlijk 8 mei aan de gemeenteraden toegezonden.

  • -

    De gemeenteraden hebben tot aan de vergadering van het algemeen bestuur in de laatste week van juni de mogelijkheid om schriftelijk hun zienswijze ter kennis te brengen aan het dagelijks bestuur.

  • -

    Het algemeen bestuur stelt vóór 1 juli de begroting vast.

  • -

    Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 juli, aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 27-verdeelsleutelbijlage

Ten behoeve van de toerekening van kosten van de GGD wordt onderscheid gemaakt naar kostenplaats/functiegebied in de geest van de opsomming van taakonderdelen, genoemd in artikel 4 van de regeling.

Aan elk van deze functiegebieden is een afzonderlijke kostenverdeelsleutel gekoppeld, waarbij waar mogelijk is uitgegaan van kostendekkendheid, zoals bij inspecties en reizigersvaccinaties.

Waar dat zinvol en mogelijk is wordt uitgegaan van de mate waarin van de voorziening gebruik wordt gemaakt. Uitgangspunt is dat dienstverlening voor derden en extra dienstverlening op verzoek en voor rekening van een gemeente kostendekkend zal zijn.

Voor beleid, gezondheidsbevordering en epidemiologie, de algemene gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen is de verdeling op basis van het inwonertal gekozen. Met ingang van 1 januari 2010 is de afdeling maatschappelijke gezondheidszorg (MGZ) opgericht.

Voor JGZ en MGZ is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de doelgroep. Materiële kosten voor specifieke activiteiten (bv gezondheidsenquête, voorlichtingsmateriaal gezonde school en genotmiddelen) worden apart in rekening gebracht.

Artikel 30 en 31

De procedure tot vaststelling van de jaarrekening is uitgeschreven. Meer concreet dienen de

volgende data in acht te worden genomen:

  • -

    Het dagelijks bestuur stelt vóór 1 mei de voorlopige rekening op.

  • -

    De voorlopige rekening wordt in principe binnen twee weken aan de gemeenteraden toegezonden.

  • -

    De gemeenteraden hebben tot aan de vergadering van het algemeen bestuur in de laatste week van juni de mogelijkheid om schriftelijk hun zienswijze ter kennis te brengen aan het dagelijks bestuur.

  • -

    Het algemeen bestuur stelt vóór 1 juli de rekening vast.

  • -

    Het dagelijks bestuur zendt de rekening binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 juli, aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 36

Bedoeling van dit artikel is om een geschil eerst op intergemeentelijk niveau te doen beslechten. Mocht men er op dit niveau niet uitkomen, dan staat de weg naar Gedeputeerde Staten ex art. 28 Wgr weer volledig open.

Artikel 38

Hoewel de regeling ervan uitgaat dat alleen de gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland aan de regeling deelnemen, wordt de mogelijkheid tot toetreding van een andere gemeente open gelaten.

Artikel 44

De Wgr schrijft voor dat de regeling een gemeente moet aanwijzen voor het contact met de provincie. Gekozen is voor de vestigingsgemeente Zaanstad.