Verordening op de Commissie voor Welstand en Monumenten

Geldend van 12-12-2013 t/m 30-06-2018

Intitulé

Verordening op de Commissie voor Welstand en Monumenten

De raad der gemeente Delft;

gelezen het voorstel van het college van 6 december 2005;

gelet op de Gemeentewet, de Woningwet en de Monumentenwet 1988;

b e s l u i t :

  • I.

    In te trekken de Verordening op de commissie voor welstand en monumenten van 1995;

  • II.

    vast te stellen de volgende

VERORDENING op de Commissie voor Welstand en Monumenten.

Artikel 1. Adviescommissie

De Commissie voor Welstand en Monumenten is een commissie van advies aan het college ex artikel 84, eerste lid van de Gemeentewet, en welstandscommissie als bedoeld in artikel 12b van de Woningwet, en monumentencommissie als bedoeld 15, eerste lid, van de Monumentenwet 1988.

Artikel 2. Adviestaak

  • 2.1. De commissie heeft tot taak burgemeester en wethouders schriftelijk te adviseren ten aanzien van:

    • -

      aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

    • -

      aanvragen om of het ontwerp van een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, onder f en 2.2 eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

    • -

      vooroverleggen/principeverzoeken (vooruitlopend op de hierboven genoemde aanvragen om omgevingsvergunning)

      de aanwijzing van gemeentelijke monumenten

    • -

      de aanwijzing van beschermde stadsgezichten

    • -

      handhavingsverzoeken

    • -

      aanschrijvingen tot het treffen van voorzieningen

    • -

      overige aanvragen om vergunning/ontheffing waarbij welstand aan de orde komt,

    waartoe de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de monumentenverordening, de Welstandsnota Delft, Bouwverordening, bestemmingsplannen, Reclameverordening voor Delft 2005, Algemene Plaatselijke Verordening of Verordening openbaar gemeentewater Delft 1996 wordt toegepast;

  • 2.2. Het college zendt aanvragen om omgevingsvergunning als genoemd in het eerste lid om advies naar de commissie. Zij kunnen de commissie ook advies vragen over algemene welstandsaspecten en/of aspecten van monumentenzorg.

  • 2.3. Ingetrokken.

  • 2.4. De commissie is bevoegd voorstellen bij het college in te dienen, indien zij dit in het belang van de tot haar werkkring behorende zaken nuttig oordeelt.

Artikel 3. Samenstelling van de commissie

  • 3.1. De commissie bestaat uit vijf leden waaronder de voorzitter.

  • 3.2. Tenminste drie leden moeten deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel architectuurhistorie.

  • 3.3. Leden van de gemeenteraad, leden van het college en medewerkers in dienst van de gemeente Delft kunnen niet tot lid of voorzitter van de commissie worden benoemd.

  • 3.4. De commissie wordt ambtelijk ondersteund door een adviseur en een secretaris. Deze worden door de directeur van het cluster Publiekszaken aangewezen en zijn geen lid van de commissie.

  • 3.5. Aan de commissie kunnen andere (ambtelijke) adviseurs worden toegevoegd. Zij worden door de directeur van het cluster Publiekszaken aangewezen en zijn geen lid van de commissie.

Artikel 4. Benoeming

  • 4.1. De voorzitter en de overige leden van de commissie worden op voorstel van het college benoemd en ontslagen door de gemeenteraad.

  • 4.2. De leden van de commissie kunnen ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.

  • 4.3. Het reglement van orde van de commissie bevat, binnen het gestelde in vorige leden, nadere benoemingsprocedures.

Artikel 5. Reglement van orde

  • 5.1. De commissie verricht haar werkzaamheden volgens een door het college vast te stellen reglement van orde. Daarbij worden de bepalingen van dit artikel in acht genomen.

  • 5.2. De commissie komt bijeen:

    • -

      tenminste tweemaal per maand;

    • -

      op verzoek van één van de leden;

    • -

      op verzoek van burgemeester en wethouders.

    In gevallen bedoeld onder het tweede en derde gedachtestreepje wordt namens de voorzitter binnen zeven dagen na de dag van ontvangst van het verzoek een vergadering belegd.

  • 5.3. De commissie mag slechts een besluit nemen als tenminste drie leden aanwezig zijn. Indien het vereiste aantal leden niet ter vergadering is opgekomen, wordt namens de voorzitter binnen zeven dagen een nieuwe vergadering belegd waarvan tijdig schriftelijk kennis aan de leden wordt gegeven. In deze vergadering mogen besluiten worden genomen ongeacht het aantal aanwezige leden.

  • 5.4. De besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staken van stemmen beslist de stem van de voorzitter.

  • 5.5. De commissie is bevoegd zich bij haar beraadslagingen door andere, daartoe door de voorzitter uitgenodigde, personen te laten bijstaan.

  • 5.6. De commissie vergadert en besluit in het openbaar. Op in het reglement van orde te bepalen wijze wordt de agenda tevoren openbaar bekend gemaakt.

  • 5.7. Aan de aanvrager van een vergunning als bedoeld in artikel 2 dan wel aan diens gemachtigde of aan beiden, alsmede aan andere belanghebbenden wordt desgevraagd gelegenheid gegeven zich in de vergadering van de commissie ten aanzien van de behandeling van de aanvraag, waarbij belang bestaat, te laten horen. In het reglement van orde wordt de wijze waarop van deze mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt nader geregeld.

  • 5.8. Aan de beraadslaging over en aan het uitbrengen van een advies omtrent een aanvraag als bedoeld in artikel 2 mogen de commissieleden, de voorzitter en de in het vijfde lid bedoelde personen niet deelnemen indien zij in enige hoedanigheid direct of indirect persoonlijk en/of zakelijk bij de aanvraag betrokken zijn.

  • 5.9. Een commissielid mag geen opdracht aanvaarden tot het aanpassen, verbeteren of anderszins wijzigen van een plan of tot het maken van een nieuw plan behorende bij een in de commissie behandelde of in behandeling zijnde aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2

  • 5.100.

    • a)

      1. De commissie kan de advisering over een aanvraag om advies voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld. De gemandateerde is altijd een op het gebied van architectuur deskundig lid.

      2. De commissie kan de advisering over een aanvraag om advies voor of het ontwerp van een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, onder f, en 2.2, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden adviseren over plannen waarvan volgens hen het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld. De gemandateerde is altijd een op het gebied van monumenten deskundig lid.

      3. De commissie kan de advisering over een vooroverleg/principeverzoek (vooruitlopend op een aanvraag omgevingsvergunning) mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden adviseren over (bouw)plannen waarvan volgens hen het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld. De gemandateerde is altijd een op het gebied van architectuur deskundig lid.

    • b)

      In elk geval van twijfel legt de gemandateerde het bouwplan als bedoeld in lid a) alsnog voor aan de commissie.

    • c)

      Behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. Indien burgemeester en wethouders –al dan niet op verzoek van de aanvrager- een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen.

  • 5.11 5.11.Indien een kwaliteitsteam wordt ingesteld bij grote stedenbouwkundige projecten zal de commissie een lid afvaardigen om hieraan deel te nemen. (Delen uit) het beeldkwaliteitplan dat voor deze stedenbouwkundige projecten is opgesteld worden vastgesteld als nieuw welstandsbeleid voor specifiek benoemde delen van de welstandsnota waar dit op van toepassing is.

Artikel 6. Termijnen van advisering

  • 6.1. De commissie brengt het advies over een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1, onder a, van de Wabo uit binnen vier weken nadat door of namens het college daarom is verzocht.

  • 6.2. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht langer is dan de in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bedoelde termijn van 8 weken.

  • 6.3. Het advies is met redenen omkleed en wordt door de voorzitter ondertekend. De commissie kan de ondertekening van de adviezen mandateren aan de ambtelijke ondersteuning.

Artikel 7. Afwijkingsbevoegdheid van het college

  • 7.1. Het college kan afwijken van een advies van de commissie.

  • 7. 2 Het besluit van het college op aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 2, waarbij van het advies van de commissie wordt afgeweken, is ten aanzien daarvan met redenen omkleed en wordt schriftelijk aan de commissie medegedeeld

Artikel 8. Jaarverslag

  • 8.1. De commissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt:

    • -

      op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota;

    • -

      de werkwijze van de commissie; het werken in mandaat;

    • -

      op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen;

    • -

      de aard van de beoordeelde plannen;

    • -

      de bijzondere projecten.

  • 8.2. De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder.

Artikel 9. Vergoeding

De leden van de commissie genieten een vergoeding per bijgewoonde vergadering. Het reglement van orde geeft nadere bepalingen ten aanzien van de deze vergoeding.

Artikel 10. Overig

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, alsmede bij gerezen geschillen, beslist het college, nadat zij de Commissie voor Welstand en Monumenten gehoord hebben.

Artikel 11.

  • 11.1. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening op de Commissie voor Welstand en Monumenten". Zij treedt in werking op 1 januari 2006.

  • 11.2. Op dat tijdstip komt de Verordening op de Commissie voor Welstand en Monumenten van 1995 te vervallen.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 december 2005.

Bekendgemaakt: 1 januari 2006.

burgemeester

mr. drs. G.A.A. Verkerk

griffier

drs. Y. van Delft

Gewijzigd bij raadsbesluit van 23 september 2010. Bekendgemaakt 10 oktober 2010
Laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 28 november 2013. Bekendgemaakt 4 december 2013.