Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Vlissingen 2016

Geldend van 15-12-2021 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2021

Intitulé

Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Vlissingen 2016

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Vlissingen 2016

De raad van de gemeente Vlissingen;

gelezen het voorstel van het college van 18-10-2016;

gelet op artikel 140 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 134 van de Wet op de expertisecentra, artikel 96g van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen XIII, XV en XVII van de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden en hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende ‘Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Vlissingen 2016’.

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

het college:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen;

b.

schoolbestuur:

bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs , de Wet op de expertisecentra  en de Wet op het voortgezet onderwijs  bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school, of, voor zover in deze verordening is bepaald, van een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente;

c.

school:

school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet) speciaal onderwijs of school voor voortgezet onderwijs;

·school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

·school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra ;

·school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs.

d.

nevenvestiging

deel van een school dat door de minister ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 76a of artikel 76b van de Wet op de expertisecentra, artikel X van de wet van 31 mei 1995 (Stb. 319) of artikel 75 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;

e.

Voorziening

een voorziening zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening;

f.

aanvullende voorziening

een door het college vastgestelde nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt aangevuld;

g.

indieningsdatum

uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn ingediend;

h.

toekenningscriteria

de omstandigheden zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een aanvullende voorziening;

i.

tijdvak

periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend;

j.

subsidieplafond

een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de wet, dat beschikbaar is voor een voorziening, of een aanvullende voorziening;

k.

feitelijke beschikbaarstelling

de beschikking van het college waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura beschikbaar wordt gesteld;

l.

subsidievaststelling

een beschikking zoals bedoeld in artikel 4:42 van de wet;

m.

wet

de Algemene wet bestuursrecht;

n.

subsidieverlening

de beschikking van het college waarbij een voorwaardelijke financiële aanspraak ontstaat op het subsidiebedrag voor een voorziening of een aanvullende voorziening.

Artikel 2 Subsidieplafond en verdelingsregels

  • 1. De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen. Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  • 2. De raad kan voor een voorziening het gestelde in het eerste lid overdragen aan het college. Het college neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.

  • 3. Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum aan de schoolbesturen bekend.

Artikel 3 Aanvullende voorziening

  • 1. Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld met een voorziening.

  • 2. Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak bestaat op de aanvullende voorziening.

Artikel 4 Jaarlijks overzicht

Jaarlijks voor 1 juli zendt het college aan de schoolbesturen een overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen. Het overzicht omvat de periode van 1 juni van het voorafgaande jaar tot en met 31 mei van het jaar van toezending.

Hoofdstuk 2 Procedures

Paragraaf 2.1 Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden

Artikel 5 Toevoegen, wijzigen en intrekken

Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen, wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college.

Artikel 6 Indiening aanvraag

  • 1. Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste daaropvolgend tijdvak wenst, dient voor de indieningsdatum een aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet van toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een indieningsdatum niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet voor de indieningsdatum is ingediend, besluit het college om de aanvraag niet te behandelen.

  • 2. De aanvraag vermeldt:

    • a.

      naam en adres van het schoolbestuur;

    • b.

      de dagtekening;

    • c.

      de gewenste voorziening;

    • d.

      de naam van de school en de onderwijssoort indien de voorziening is bestemd voor een school;

    • e.

      een motivering dat wordt voldaan aan de toekenningscriteria.

  • 3. Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum van verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag niet te behandelen.

Artikel 7 Beslissingstermijn

  • 1. Het college besluit binnen twaalf weken na de indieningsdatum op een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen indieningsdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2. Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij geeft het college de reden voor de verlenging aan.

  • 3. Het college stelt binnen twee weken na de datum van de beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 8 Weigeringsgronden

Het college weigert de voorziening in ieder geval indien:

  • a.

    de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van deze verordening;

  • b.

    niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria;

  • c.

    door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.

Paragraaf 2.2 Aanvraag aanvullende voorzieningen; weigeringsgronden

Artikel 9 Indiening aanvraag

  • 1. Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient een aanvraag in bij het college.

  • 2. Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van toepassing.

Artikel 10 Beslissingstermijn

Het college besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag of binnen vier weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens. Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 11 Weigeringsgronden

Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval indien:

  • a.

    de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals bedoeld in artikel 3 is;

  • b.

    niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria.

Paragraaf 2.3 Toekenning; uitvoering beschikking subsidieverlening; intrekking of wijziging; verbod vervreemding

Artikel 12 Inhoud beschikking tot toekenning; betaling

  • 1. De beschikking van het college tot toekenning van een voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden:

    • a.

      feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening;

    • b.

      of een subsidievaststelling.

  • 2. De beschikking bevat:

    • a.

      het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is toegekend;

    • b.

      de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient uit te voeren.

  • 3. De beschikking tot subsidievaststelling bevat voorts:

    • a.

      het bedrag van de subsidie;

    • b.

      het bedrag van het voorschot of de wijze van vaststelling daarvan indien de beschikking tot subsidieverlening bepaalt dat het college een voorschot verleent;

    • c.

      de bepaling dat de wet van toepassing is en voor zover van belang welke afzonderlijke bepalingen of afwijkingen hierop van kracht zijn.

  • 4. De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de subsidievaststelling plaats.

Artikel 13 Intrekken of wijzigen beschikking; terugvordering

Ten aanzien van het beleid tot intrekking, wijziging, stopzetting of verlaging van de afgegeven subsidiebeschikking dan wel terugvordering van gegeven subsidie is titel 4:2 van de wet van toepassing.

Artikel 14 Verbod tot vervreemding

Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander schoolbestuur.

HOOFDSTUK 3 Slotbepalingen

Artikel 15 Informatieverstrekking

Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze verordening.

Artikel 16 Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet

In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 17 Citeertitel; inwerkingtreding

  • 1.

    De verordening wordt aangehaald als ‘Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Vlissingen 2016’.

  • 2.

    De verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking daarvan en werkt terug tot en met 1 januari 2016.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 03-11-2016.

de griffier, de voorzitter,

mr. F. Vermeulen drs. A.R.B. van den Tillaar

Bijlage 1. 'Voorzieningen'

In de Bijlage 'Voorzieningen' moet een gemeente aangegeven welke voorzieningen onder de werking van de verordening vallen. Per voorziening wordt een aparte bijlage opgenomen. In de bijlage bij de verordening worden per voorziening de volgende punten beschreven:

I Aanduiding van de voorziening

Hier dient te worden aangegeven welke voorziening kan worden aangevraagd.

II Indieningsdatum

Hier wordt de indieningsdatum voor de betreffende voorziening bepaald. Ook kan worden bepaald dat geen specifieke indieningsdatum, gezien de aard van de voorziening, is voorgeschreven. Dit laatste zal met name spelen bij voorzieningen die noodzakelijk zijn als gevolg van calamiteiten.

III Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend

De raad vult hier het tijdvak in waarvoor een voorziening wordt toegekend. Dit kan een schooljaar zijn (wat voor de meeste voorzieningen, gezien de koppeling met het onderwijsproces, aan de orde is), maar ook een kalenderjaar.

IV Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening

Het geheel van criteria zoals geformuleerd onder IV (en vastgesteld door de raad), geeft de omstandigheden weer waarin de school moet verkeren om in aanmerking te komen voor de voorziening.

IVa Schoolsoort

Hier dient te worden aangegeven voor welke schoolsoorten (basisonderwijs, [delen van het] [voortgezet] speciaal onderwijs en/of voortgezet onderwijs) de mogelijkheid om de voorziening aan te vragen, wordt geopend.

IVb Voorziening staat open voor een nevenvestiging van een hoofdvestiging in een andere gemeente

Hier dient te worden aangegeven door de raad of de voorziening kan worden aangevraagd voor een in de gemeente gelegen nevenvestiging van een hoofdvestiging die in een andere gemeente is gelegen.

IVc Hoofdgebouw/ dislocatie/ nevenvestiging

Indien relevant voor de voorziening dient hier te worden aangegeven van welke soort gebouwen de voorziening kan worden aangevraagd (dit kan zowel het hoofdgebouw, de dislocatie als de nevenvestiging zijn). IVd Overige criteria op basis waarvan het schoolbestuur van een school in aanmerking komt voor een voorziening Hiermee wordt gedoeld op de overige inhoudelijke toekenningscriteria die zijn gerelateerd aan de voorziening.

V Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningseenheid

VI Subsidieplafond

VIa Voor deze voorziening wordt een subsidieplafond gehanteerd

VIb Verdelingsregels

Bijlage 2. ‘Voorziening verhuiskosten meubilair en onderwijsleerpakket’ (2011)

I Aanduiding van de voorziening

Tegemoetkoming in de kosten voor het verplaatsen van meubilair en bijbehorend onderwijsleerpakket van een of meer groepen leerlingen in verband met nieuwbouw, medegebruik van lokalen bij een andere school, dan wel in gemeentelijke tijdelijke lokalen.

II Indieningsdatum

Gedurende het hele schooljaar, maar wel binnen 3 maanden nadat de verplaatsing heeft plaatsgevonden.

III Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend

Eenmalig bij verplaatsing conform Integraal Huisvestingsplan, dan wel op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs.

IV Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening:

IVa Schoolsoort

Schoolsoort: basisonderwijs en voortgezet onderwijs.

IVb Voorziening staat wél open voor een nevenvestiging van een hoofdvestiging in een andere gemeente

IVc Hoofdgebouw/dislocatie/nevenvestiging

Niet van toepassing.

IVd Overige criteria op basis waarvan het schoolbestuur van een school in aanmerking komt voor een voorziening

Niet van toepassing.

V Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningseenheid

Het aantal te verhuizen groepen is bepaald op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs.

VI Subsidieplafond

Het subsidieplafond wordt jaarlijks bepaald.

Vlb Verdelingsregels

Vergoed wordt op basis van daadwerkelijke kosten, waarbij aanbesteed dient te zijn conform het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid.

Bijlage 3. ‘Voorzieningen lokaal bewegingsonderwijs’ (2014)

I Criteria schoolbestuur dat in aanmerking komt voor een voorziening

Het bevoegd gezag van een school of nevenvestiging voor:

  • a.

    basisonderwijs of speciaal basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, en

  • b.

    speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, dat juridisch eigenaar is van een school voor basisonderwijs, school voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs die zich bevindt op het grondgebied van de gemeente en juridisch eigenaar is van een lokaal bewegingsonderwijs dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente.

II Aanduiding van de voorziening

Onderscheid wordt gemaakt in de voorziening:

a.aanpassing, bestaande uit:

1°. het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij het lokaal bewegingsonderwijs ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van het lokaal bewegingsonderwijs;

2°. wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw als het gebouw anders niet geschikt is voor het primair onderwijs en speciaal of voortgezet speciaal onderwijs, omdat:

A.de netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs niet minstens 252 vierkante meter netto is en de hoogte niet minstens 5 meter bedraagt, en

B.het lokaal bewegingsonderwijs niet voorzien is van minstens twee kleedruimten met een was- of douchegelegenheid;

3°. voorzieningen voor eisen voortkomend uit wet- en regelgeving;

b.onderhoud, bestaande uit:

1°. vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten;

2°. vervangen buitenberging of dak buitenberging;

3°. vervangen rijwielstalling of rijwielstaanders;

4°. vervangen brandtrap;

5° vervangen erfscheiding;

6°. Vervangen of herstellen riolering of bestrating schoolplein;

7°. vervangen binnenkozijnen en -deuren, inclusief hang- en sluitwerk;

8°. vervangen buitenkozijnen en -deuren, inclusief hang- en sluitwerk;

9°. vervangen radiatoren, convectoren of leidingen voor centrale verwarming;

10°. vervangen dakpannen, inclusief houtwerk, dakrand en goten;

11°. vervangen boeiboorden.

III Criteria voor het toekennen van een voorziening

  • 1.

    De noodzaak van de voorziening:

  • a.

    maken van voldoende wasgelegenheid is aanwezig als bij het lokaal bewegingsonderwijs geen twee wasgelegenheden zijn;

  • b.

    maken van voldoende kleedgelegenheid is aanwezig als blijkt dat er geen twee kleedruimten zijn;

  • c.

    ingebruikneming blijkt uit het feit dat het desbetreffende gebouw niet voldoet aan de inrichtingseisen voor lokalen bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs en het geschikt maken van het gebouw met redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college, te verwezenlijken is;

  • d.

    eisen voortkomend uit wet- en regelgeving blijkt als wordt vastgesteld dat het gebouw niet voldoet aan de geldende wet- en regelgeving, terwijl onontkoombaar is dat dit verschil op korte termijn moet worden opgeheven en

  • e.

    onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of een gedeelte daarvan:

1°. ten minste in een matige conditie verkeert volgens de bouwkundige opname op grond van NEN 2767, en

2°. regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat.

2. Bovenstaande voorzieningen komen voor bekostiging in aanmerking als op basis van een prognose, die voldoet aan de in bijlage II van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Vlissingen 2014 gestelde vereisten, het gebouw nog ten minste vier jaar voor het bewegingsonderwijs noodzakelijk is, tenzij er een andere, goedkopere, voorziening mogelijk is. Dit ter beoordeling van het college.

IV Datum indienen aanvraag

De aanvraag voor het bekostigen van de voorziening moet uiterlijk 1 februari voorafgaande het jaar van bekostiging bij het college worden ingediend. Bij de aanvraag moet worden overlegd:

  • a.

    een leerlingenprognose, en

  • b.

    een rapportage waaruit de noodzaak blijkt van de voorzieningen, of

  • c.

    een bouwkundige rapportage die voldoet aan NEN 2767 en aantoont dat het gevraagde onderhoud noodzakelijk is, en

  • d.

    een offerte van de kosten.

V Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend

De voorziening wordt toegekend voor het jaar volgend op het jaar waarop de aanvraag is

ingediend. Is het niet mogelijk om de voorziening in het toegekende jaar te realiseren dat moet het bevoegd gezag voor 1 september van het toegekende jaar van uitvoering bij het college een gemotiveerd verzoek indienen om uitstel van de uitvoering van de voorziening. Het college beslist voor 1 november daaropvolgend.

VI Wijze waarop de voorziening wordt toegekend

  • 1.

    De voorziening wordt voorlopig toegekend op basis van de door het bevoegd gezag bij de ingediende aanvraag overgelegde offerte.

  • 2.

    Het definitieve bedrag wordt vastgesteld op basis van de offertes die zijn aangevraagd nadat de voorziening is toegekend.

  • 3.

    Bij het opvragen van de definitieve offertes is het bevoegd gezag gehouden aan de gemeentelijk richtlijnen voor het opvragen van offertes.

VII Subsidieplafond

Het subsidieplafond wordt jaarlijks bepaald.

Toelichting

Als gevolg van de wetswijziging per 1 januari 2015 vervalt de zorgplicht voor de gemeente voor het bekostigen van onderhoud en aanpassen lokalen bewegingsonderwijs. Desondanks blijft de gemeente verantwoordelijk voor het vaststellen van de vergoeding voor onderhoud en aanpassen van de lokalen bewegingsonderwijs, maar nu als onderdeel van de vergoeding materiele instandhouding (artikel 136 Wpo en artikel 130 Wec).

Voor het vaststellen van de hoogte van het bedrag van de bekostiging bestaan twee mogelijkheden:

  • 1.

    het verhogen van de bedragen per klokuur van de vaste en variabele kosten, of

  • 2.

    het handhaven van de huidige procedure, waardoor de bekostiging van onderhoud en aanpassen van de lokalen bewegingsonderwijs niet afhankelijk is van het aantal klokuren gebruik, maar op een gelijke wijze plaatsvindt als het onderhoud en aanpassen van de gemeentelijke lokalen bewegingsonderwijs plaatsvindt.

Mede omdat het, gelet op de verscheidenheid in bvo en soort lokalen bewegingsonderwijs praktisch ondoenlijk is om een bedrag per klokuur vast te stellen is gekozen voor de in deze bijlage beschreven procedure.

Bijlage 4. ‘Voorziening bekostiging/gebruik ruimten Technum Vlissingen, onderdeel van Scalda, in het kader van techniekonderwijs’. (2021)

I Aanduiding van de voorziening

Bijdrage in de huisvestingskosten van te huren ruimten bij het Technum in Vlissingen in het kader van techniekonderwijs (w.o. Basis-/Kaderopleidingen leerjaren 3 en 4, alsmede Vakcollege).

II Indieningsdatum

In het 1e jaar 2016 voor 1 december 2016, daarna uiterlijk 1 februari van enig jaar. In afwijking van de gestelde beslissingstermijn genoemd in artikel 7 van deze verordening is de beslissingstermijn gelijk aan die van de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Vlissingen, artikel 11.2.

III Tijdvak waarvoor bekostiging wordt toegekend

De bekostiging kan met ingang van 2016 jaarlijks worden aangevraagd.

IV Toekenningscriteria op grond waarvan het schoolbestuur in aanmerking komt voor

een bekostiging

IVa Schoolsoort

De bekostiging kan worden aangevraagd door een school als bedoeld in artikel 1 in de Wet op het Voortgezet onderwijs.

IVb De bekostiging staat uitsluitend open voor de hoofd- en nevenvestiging voor zover die zijn gelegen op het grondgebied van de gemeente, ook als de hoofdvestiging van de nevenvestiging is gelegen op het grondgebied van een andere gemeente.

IVc Aanspraak op de bekostiging bestaat als:

  • 1.

    uit de teldatum gegevens van 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar blijkt dat tenminste 1 groep leerlingen gebruik zal maken van het Technum in Vlissingen en

  • 2.

    de lesroosters van de techniekopleidingen (w.o. Basis-/Kader opleidingen leerjaren 3 en 4, alsmede het Vakcollege) dit aantonen.

V Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningseenheid

Een vast gemaximaliseerd jaarbedrag van € 103.500 verdeeld over de scholen, dat is afgeleid van de normeringen zoals die in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Vlissingen zijn opgenomen.

VI Subsidieplafond

Voor deze bekostiging wordt een subsidieplafond gehanteerd van € 103.500 per jaar. Het subsidieplafond geldt voor een periode van 5 jaar (2021 t/m 2025); daarna zal voor iedere volgende 5 jaar het subsidieplafond opnieuw worden vastgesteld, op basis van het gemiddelde aantal leerlingen berekend aan de hand van de leerlingenaantallen techniek op de teldatum 1 oktober (w.o. BK 3 en 4 alsmede Vakcollege) over de 5 jaar daaraan voorafgaand.