Subsidieregeling ganzenfoerageergebieden Groningen 2014

Geldend van 22-12-2022 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling ganzenfoerageergebieden Groningen 2014

Besluit van Gedeputeerde Staten der provincie Groningen van 3 november 2015, corr. nr 2015-44356, afdeling LGW, tot bekendmaking van hun besluit van 3 november 2015, corr. nr 2015-44356, tot het vaststellen van de Subsidieregeling ganzenfoerageergebieden Groningen 2014.

 

 

Gedeputeerde Staten der provincie Groningen

 

gelet op artikel 4, eerst lid, van de Kaderverordening Subsidies provincie Groningen 1998;

 

overwegende dat wij hebben besloten tot invoering van het nieuwe ganzenbeleid, het Groninger Ganzenakkoord 2014, hetgeen onder meer heeft geleid tot vaststelling van nieuwe grenzen op 22 september 2015 van foerageergebieden voor overwinterende ganzen;

 

overwegende dat het nodig is een subsidieregeling vast te stellen voor grondgebruikers waarvan percelen zijn begrensd als foerageergebied;

 

maken bekend dat in hun vergadering van 3 november 2015, corr.nr.2015-44356, is vastgesteld hetgeen volgt:

 

Subsidieregeling ganzenfoerageergebieden Groningen 2014

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de (de-minimis)verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, PbEU, L 352 van 24 december 2013, blz. 1, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen.

  • b.

    BIJ12: uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies, zijnde onderdeel van de Vereniging Interprovinciaal Overleg.

  • c.

    ganzenfoerageergebied: door gedeputeerde staten van Groningen begrensde percelen landbouwgrond waar overwinterende beschermde inheemse ganzen ongehinderd kunnen foerageren gedurende de periode van 1 november tot 1 april.

  • d.

    gewasperceel: een stuk landbouwgrond dat in gebruik is bij één grondgebruiker. Het heeft één gebruikstitel, bijvoorbeeld eigendom, pacht, erfpacht. En het wordt beteeld met één gewas. Als dat niet zo is, dan zijn het meerdere gewaspercelen.

  • e.

    grondgebruiker: degene die gerechtigd is de grond te gebruiken, hetzij als eigenaar, hetzij krachtens een beperkt recht, hetzij krachtens een pachtovereenkomst.

  • f.

    onderneming: onderneming als gedefinieerd in artikel 2 van de verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013.

  • g.

    subsidieontvanger: de grondgebruiker aan wie op grond van deze regeling subsidie is verleend.

 

Artikel 2 Doel

De subsidie heeft tot doel een deelnemersvergoeding te verlenen aan grondgebruikers waarvan percelen landbouwgrond zijn begrensd als ganzenfoerageergebied, voor het beschikbaar stellen van hun grond voor de opvang van overwinterende beschermde inheemse ganzen, gedurende de seizoenen 2022/2023.

Artikel 3 Periode

Subsidie kan worden verleend over de periode dat de ganzenfoerageergebieden gedurende de seizoenen 2022/2023 van kracht zijn.

Artikel 4 Uitvoering

De subsidieregeling wordt namens de provincie Groningen uitgevoerd door BIJ12.

Artikel 5 Aanvraagvereisten

  • 1 De subsidie hoeft niet te worden aangevraagd maar wordt automatisch door het Faunafonds verleend aan de grondgebruiker indien aan de voorwaarden van de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade wordt voldaan.

  • 2 Bij12 is bevoegd nadere gegevens te vragen die naar haar oordeel nodig zijn voor de beoordeling van de subsidie of om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van staatssteun, als bedoeld in artikel 107 van het Werkingsverdrag.

  • 3 Om voor de subsidie in aanmerking te komen, dient een ondertekende de-minimisverklaring te zijn ingediend bij BIJ12 door de grondgebruiker.

  • 4 De grondgebruiker is verplicht het Faunafonds nadere gegevens te verstrekken die naar haar oordeel nodig zijn voor de beoordeling van de subsidie of om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van staatssteun, als bedoeld in artikel 107 van het Werkingsverdrag.

Artikel 6 Toetsingscriteria

Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient te zijn voldaan aan de voorwaarden van de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade om voor een tegemoetkoming in faunaschade in aanmerking te komen.

Artikel 7 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt:

  • 1.

    € 50,00 per hectare voor de als ganzenfoerageergebied begrensde percelen die aan de toetsingscriteria voldoen;

  • 2.

    de subsidie wordt verleend in de vorm van de-minimissteun en bedraagt, tezamen met eventueel andere verleende de-minimissteun, maximaal € 15.000,00 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming.

Artikel 8 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger is verplicht zich te houden aan de voorwaarden welke binnen de ganzenfoerageergebieden van toepassing zijn.

Artikel 9 Betaling

Betaling van de subsidie vindt plaats nadat door BIJ12 is vastgesteld dat aan de toetsingscriteria en verplichtingen van de subsidieontvanger is voldaan. Er wordt geen voorschot verleend.

Artikel 10 Staatssteun

  • 1 De subsidie met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 15.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun.

  • 2 De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent zoals omschreven in de de-minimisverordening.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 november 2014.

Artikel 12 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ganzenfoerageergebieden Groningen 2014

 

Ondertekening

Groningen, 3 november 2015
 
Gedeputeerde Staten voornoemd:
 
M.J. van den Berg, voorzitter.
 
H.J. Bolding, secretaris.
 
Groningen, 3 november 2015
 
Gedeputeerde Staten voornoemd:
 
M.J. van den Berg, voorzitter.
 
H.J. Bolding, secretaris.

Bijlage: Verklaring de-minimissteun met toelichting

VERKLARING DE-MINIMISSTEUN

Versie april 2014

 

Aanbevolen wordt om alvorens deze verklaring in te vullen eerst de toelichting in de bijlage van dit formulier te lezen!

 

Verklaring

Hierbij verklaart ondergetekende, dat aan de hierna genoemde onderneming, alsmede aan het eventuele gehele moederconcern waartoe de onderneming behoort,

 

o geen de-minimissteun is verleend

Over de periode van ……………………..(begindatum van het belastingjaar gelegen 2 jaar vóór de datum van ondertekening van deze verklaring) tot …………………............ (datum van ondertekening van deze verklaring) is niet eerder de-minimissteun verleend.

o beperkte de-minimissteun is verleend

Over de periode van……………………..(begindatum van het belastingjaar gelegen 2 jaar vóór de datum van ondertekening van deze verklaring) tot ............. ............... (datum van ondertekening van deze verklaring) is eerder de-minimissteun (in welke vorm of voor welk doel dan ook) verleend tot een totaal bedrag van € ..........................................................

Of deze de-minimissteun al daadwerkelijk is uitbetaald, doet niet ter zake.

 

Een kopie van gegevens waaruit het verlenen van de-minimissteun blijkt, wordt bijgaand verstrekt.

 

o reeds andere steun voor dezelfde in aanmerking komende kosten is verleend

Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is reeds staatssteun verleend tot een totaal bedrag van €……………………... Deze staatssteun is verleend op grond van een groepsvrijstellingsverordening of een besluit van de Europese Commissie op …………….

 

Een kopie van gegevens waaruit het verlenen van staatssteun voor dezelfde in aanmerking komende kosten blijkt wordt bijgaand verstrekt.

 

Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door:

 

.............................................................................................................................(bedrijfsnaam)

………………………………………………………………………………..............(inschrijfnr. KvK)

.....................................................................................................(naam functionaris en functie)

...................................................................................................................(adres onderneming)

..........................................................................................................(postcode en plaatsnaam)

...............................................(datum)................................................................(handtekening)

 

 

 

Zie toelichting hierna

Toelichting verklaring de-minimissteun

 

Deze toelichting dient als hulpmiddel bij het invullen van de de-minimisverklaring. Aan de toelichting kunnen geen rechten worden ontleend. De de-minimisverordening nr. 1407/2013 is bepalend1.

 

De-minimisverordening en staatssteun

De staatssteunregels in de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) stellen beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen. Deze de-minimisverklaring is nodig voor de provincie om na te gaan of het voordeel dat uw onderneming door deze de-minimissteun krijgt, past binnen de voorwaarden die de Europese staatssteunregels stellen.

 

In de de-minimisverordening2 heeft de Europese Commissie verklaard dat steunmaatregelen (zoals subsidieverlening) tot een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden en de mededinging niet vervalsen en daarom niet beschouwd worden als staatssteun in de zin van het VWEU. Deze drempel is gesteld op een bedrag van € 200.000,-- (€ 100.000,-- voor ondernemingen in de sector wegvervoer; voor de visserijsector geldt een drempel van € 30.000,--; voor de sector van de primaire productie van landbouwproducten, is de drempel per 1-1-2014 gesteld op € 15.000--3).

 

Dit bedrag geldt per onderneming4 over een periode van drie belastingjaren. Steun die genoemde drempelbedragen niet overschrijdt, wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’.

De de-minimisvrijstelling is van toepassing op steun die aan ondernemingen wordt verleend in alle sectoren. De verwerking en afzet van landbouwproducten valt sinds 1 januari 2007 onder de 'gewone' de-minimisvrijstelling. Van de de-minimisregel zijn echter uitgezonderd: exportsteun en steun waardoor binnenlandse producten ten opzichte van ingevoerde producten worden bevoordeeld en steun aan ondernemingen die actief zijn in de kolenindustrie. Ook steun voor de aanschaf van vrachtwagens (‘wegvervoermiddelen voor vracht door ondernemingen die vrachtvervoer voor rekening van derden uitvoeren’) valt buiten de de-minimisvrijstelling. In deze gevallen dient steun aangemeld te worden bij de Europese Commissie. De aanmelding wordt gedaan door de provincie.

 

Bedrag van de-minimissteun

Door middel van deze verklaring geeft u aan, dat met de huidige subsidieverlening voor uw onderneming alsmede het eventuele gehele moederconcern waartoe uw onderneming behoort, de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren enige vorm van de-minimissteun door een overheidsinstantie aan uw onderneming is verstrekt.

 

1 Voor de sectoren van de primaire productie van landbouwproducten is de Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector bepalend. Voor de visserijsector is Verordening (EG) Nr. 875/2007 van toepassing.

2 Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de minimissteun.

3 Verordening (EG) Nr. 875/2007 en Verordening (EU) Nr. 1408/2013.

4 In artikel 2, tweede lid, Verordening (EU)Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L352) zijn criteria opgenomen aan de hand waarvan kan worden bepaald wanneer twee of meer ondernemingen binnen dezelfde lidstaat als één onderneming moeten worden beschouwd.

De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een wettelijke aanspraak op de steun verwerft. Dit betekent concreet de datum waarop het besluit tot subsidieverlening (of verlening van een voordeel) aan uw onderneming is genomen. Het de-minimisplafond van € 200.000,-- (respectievelijk € 100.000,--/ € 30.000,--/ € 15.000-- ) wordt als subsidiebedrag uitgedrukt. Alle bedragen die dienen te worden gebruikt bij het invullen van de verklaring, zijn brutobedragen vóór aftrek van belastingen. Behalve om subsidieverlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de verkoop van grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of kwijtschelding van directe of indirecte belastingen etc. Het gaat daarbij niet alleen om steun die u hebt ontvangen van de provincie, maar ook om steun die u heeft ontvangen van andere overheidsinstanties. Ook Europese subsidies dienen te worden meegerekend.

 

Het is belangrijk om zorgvuldig na te gaan of in uw geval de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. Bij het bedrag van de onderhavige subsidieverlening dient u eventuele andere gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren ontvangen de-minimissteun op te tellen. Immers bij overschrijding van de drempel dient de steun aangemeld te worden en kan geen beroep meer worden gedaan op de de-minimisregel. Handelen in strijd met de staatssteunregels uit het VWEU kan in het ergste geval leiden tot terugvordering van de verleende steun!

 

Samenloop met reguliere staatssteun

Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige de-minimissteun reeds staatssteun ontvangen, die door de Europese Commissie is goedgekeurd of binnen het toepassingsgebied van de zogenaamde algemene groepsvrijstel-lingsverordening5 of de MKB landbouwvrijstellingsverordening6 valt. Het totaalbedrag van de-minimissteun en deze staatssteun mag dan de maxima niet overschrijden die op basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of groepsvrijstellingsverordening zijn toegestaan. In het geval bijvoorbeeld voor investeringskosten ten behoeve van het milieu een goedkeuringsbeschikking is gegeven om 30 % van de subsidiabele kosten te vergoeden, dan mag bovenop deze steun voor deze zelfde kosten geen de-minimissteun worden verleend. Als u twijfelt of bepaalde steun die u heeft ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover het beste contact opnemen met de overheid of uitvoeringsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen.

 

Het formulier heeft betrekking op drie situaties:

  • -

    uw onderneming alsmede het gehele eventuele moederconcern heeft gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren in het geheel geen de-minimissteun ontvangen,

  • -

    uw onderneming alsmede het gehele eventuele moederconcern heeft gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren de-minimissteun ontvangen. Opgeteld bij het bedrag van de huidige subsidieverlening wordt echter het bedrag van € 200.000,-- niet overschreden (respectievelijk € 100.000,--/ € 30.000,--/ € 15.000,--)

  • -

    uw onderneming alsmede het gehele eventuele moederconcern heeft voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige subsidie reeds andere vormen van staatssteun ontvangen.

 

5 Verordening (EG) nr 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorie-en van steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard. PbEU2008 L 214.

6 Verordening (EG) Nr 1857/2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren en tot wijziging van Verordening (EG) nr 70/2001. PbEU2006 L358

Uiteraard vult u alléén de rubriek(en) in die op uw situatie van toepassing is/zijn. Vergeet u vooral niet om de bijlage(n) bij te sluiten!

 

 

 

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling wordt vastgesteld in het kader van de besluiten van Gedeputeerde Staten van Groningen tot invoering van het nieuwe ganzenbeleid, het Groninger Ganzenakkoord 2014. Ter uitvoering van dit beleid zijn onder meer, op basis van vrijwillige deelname door grondgebruikers, ganzenfoerageergebieden door Gedeputeerde Staten begrensd. Binnen deze foerageergebieden kunnen overwinterende ganzen ongestoord foerageren.

 

Artikel 2

Op grond van deze regeling kan een subsidie worden verleend aan grondgebruikers met percelen binnen de foerageergebieden, voor het beschikbaar stellen van hun grond voor de opvang van overwinterende ganzen.

 

Artikel 4

Om voor subsidie in aanmerking te komen moet worden voldaan aan de vereisten zoals vermeld onder artikel 6 Toetsingscriteria. Tot de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming zijn dit de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade van het Faunafonds. Daarna moet voldaan zijn aan provinciale Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade. Alle gegevens van de potentiële subsidieontvangers zijn aanwezig bij BIJ12 en tevens vindt betaling van tegemoetkomingen in aangerichte ganzenschade plaats door BIJ12. Uitvoering van de subsidieregeling door BIJ12 voorkomt dan ook extra (administratieve) lasten en bureaucratie voor zowel de Provincie als de grondgebruikers.

 

Artikel 5

Omdat in het Groninger Ganzenakkoord 2014 is vastgelegd dat de subsidie wordt verstrekt aan alle grondgebruikers die voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade in aanmerking komen en een dergelijke tegemoetkoming hebben aangevraagd, is het niet nodig deze vergoeding op aanvraag te verstrekken. Bij BIJ12 zijn deze grondgebruikers immers reeds bekend.

 

Artikel 7, lid c

Het bedrag van € 15.000,-- komt overeen met het drempelbedrag dat de Europese Commissie heeft vastgesteld ten aanzien van de-minimissteun. Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Steun onder deze drempel behoeft niet te worden aangemeld. Het kan echter in de praktijk voorkomen dat een door ons begunstigde onderneming in de afgelopen drie jaar al eens subsidie of ander voordeel heeft ontvangen binnen het kader van verlening van staatsteun aan ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van landbouwproducten. Dit moet blijken uit de Verklaring de-minimissteun. Indien de te verlenen subsidie tezamen met die reeds ontvangen steun het bedrag van € 15.000,-- overschrijdt, zal in dat specifieke geval de onderhavige verleende subsidie slechts worden uitgekeerd tot een bedrag dat niet tot overschrijding van het plafond van € 15.000,-- leidt.