Beleidsregels uitwegen De Ronde Venen 2016

Geldend van 23-09-2016 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels uitwegen De Ronde Venen 2016

Beleidsregels uitwegen De Ronde Venen 2016

Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen;

Overwegende dat het gebruik van de openbare ruimte ten behoeve van een uitweg kan leiden tot problemen als gevaar en/of hinder bij het gebruik van de weg en aantasting van het uiterlijk aanzien van het straatbeeld;

Overwegende dat het, gelet op het belang van een consistente toetsing van meldingen voor het aanleggen van een uitweg, gewenst is beleidsregels toe te passen;

Gelet op het bepaalde in artikel 4:81 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2:12 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2016;

Besluit vast te stellen de

Beleidsregels uitwegen De Ronde Venen 2016

Paragraaf 1

Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze voorschriften wordt verstaan onder:

  • 1.

    APV: Algemene Plaatselijke Verordening De Ronde Venen;

  • 2.

    Bebouwde kom: de door de gemeenteraad overeenkomstig artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom of kommen;

  • 3.

    Breedte: de genoemde breedte van een uitweg bedraagt de breedte op de perceelgrens van het te ontsluiten perceel;

  • 4.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen;

  • 5.

    Uitweg: de plek waar een perceel door een in-/uitritconstructie op de weg wordt ontsloten;

  • 6.

    Weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.

  • 7.

    Aanleg van een uitweg: het aanbrengen, veranderen of verwijderen van een uitweg

Paragraaf 2

Indieningsvereisten

Artikel 2. Indieningsvereisten
  • 1. Een melding als bedoeld in artikel 2:12 van de APV moet worden ingediend op een door het college vastgesteld meldingsformulier.

  • 2. Het meldingsformulier en eventuele bijlagen bevatten de volgende gegevens:

    • a.

      de naam, het adres en het telefoonnummer van de aanvrager;

    • b.

      een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd;

    • c.

      het locatieadres van de uitweg;

    • d.

      het doel van de uitweg;

    • e.

      een situatieschets of foto van de bestaande situatie met daarin de nieuwe, te veranderen of te verwijderen uitweg;

    • f.

      de afmetingen van de nieuwe, te veranderen of te verwijderen uitweg;

    • g.

      de toe te passen materialen;

    • h.

      de aanwezigheid van objecten, zoals bomen, lantaarnpalen, straatmeubilair, nutsvoorzieningen e.d., die in de weg staan voor de aanleg of het gebruik van de uitweg;

    • i.

      de dagtekening van de aanvraag;

    • j.

      de handtekening van de aanvrager.

  • 3. Een melding die niet met het meldingsformulier is ingediend en/of niet is voorzien van de benodigde gegevens, wordt niet in behandeling genomen.

Paragraaf 3

Regels voor uitwegen binnen en buiten de bebouwde kom

Artikel 3. Verkeer

Het college verbiedt het maken van een uitweg en de verandering van een bestaande uitweg als daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht. Hiervan is sprake als de uitweg komt te liggen op een plaats waar onoverzichtelijke en/of onveilige situaties kunnen ontstaan voor het verkeer en het doelmatig gebruik van de weg kan worden belemmerd. Dit geldt onder meer in de volgende situaties:

  • 1.

    er onvoldoende uitzicht ontstaat voor bestuurders vanaf de uitrit op de rijbaan en vice versa;

  • 2.

    de uitweg wordt aangelegd met grindverharding, houtsnippers en/of een ander materiaal dat zich verspreidt;

  • 3.

    de uitweg komt te liggen op of binnen 5 meter van een rotonde, kruising, splitsing van wegen, opstelstroken dan wel voorsorteervakken, voetganger- of fietsoversteekplaats, bushalte of een onoverzichtelijke bocht;

  • 4.

    de uitweg komt te liggen op een plaats waar verlichting, bebording en/of andere gemeentelijke objecten zijn aangebracht en deze uit oogpunt van veilig gebruik van de weg niet verplaatst kan respectievelijk kunnen worden;

  • 5.

    de aanleg van de uitweg naar verwachting een negatieve invloed zal hebben op de verkeersdoorstroming en het beoogde functiegebruik van de weg;

  • 6.

    de aanleg van de uitweg niet strookt met de geldende verkeersregels en -tekens;

  • 7.

    de uitweg komt te liggen op of aan een gebiedsontsluitingsweg (maximumsnelheid gelijk of hoger dan 50 km/u), tenzij de uitweg noodzakelijk is voor de ontsluiting van het perceel én deze uitweg een veilig en doelmatig gebruik van de weg niet belemmert;

  • 8.

    de uitweg onvoldoende als uitweg herkenbaar is waardoor overige weggebruikers niet tijdig kunnen anticiperen op in- of uitvoegend verkeer.

Artikel 4. Parkeerplaatsen

Het college verbiedt de aanleg van een uitweg als dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats. Van een dergelijke situatie is onder meer sprake als:

  • 1.

    de aanleg van een uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats, tenzij één of meerdere parkeerplaatsen op eigen terrein worden gecompenseerd als resultaat van de aanleg van de nieuwe uitweg;

  • 2.

    de aanleg van een uitweg de bruikbaarheid van de overblijvende parkeerplaatsen op de openbare weg belemmert.

Artikel 5. Aantasting openbaar groen

Het college verbiedt de aanleg van een uitweg als het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast.

Van een dergelijke situatie is in ieder geval sprake als:

  • 1.

    de aanleg van een uitweg leidt tot doorkruising van weg-begeleidende beplantingen, anders dan de doorkruisingen die uitgangspunt waren bij het ontwerp van de beplanting en gebaseerd zijn op de bestaande erven. Een herbeoordeling van het wegontwerp en de bijbehorende beplanting kunnen nieuwe gewenste doorkruisingen en daarmee aanleg van uitwegen mogelijk maken;

  • 2.

    door de aanleg van een uitweg de beplantingsvakken of -bakken hun verkeer-begeleidende functie verliezen;

  • 3.

    voor de aanleg van een uitweg een of meerdere bomen uit een rijbeplanting moeten worden geveld;

  • 4.

    door de aanleg van een uitweg de standzekerheid van een houtopstand vermindert;

  • 5.

    door de aanleg van de uitweg, bijvoorbeeld door aan te brengen hoogteverschillen, straatmeubilair of andere obstakels, efficiënt onderhoud aan het groenvak niet meer mogelijk is.

Artikel 6. Tweede uitweg
  • 1. Het college verbiedt de aanleg van een uitweg als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen, tenzij de tweede uitweg het veilig en doelmatig gebruik van de weg bevordert.

  • 2. Een tweede uitweg is mogelijk als de initiatiefnemer kan aantonen dat voorzien wordt in parkeren en manoeuvreren op eigen terrein (ten behoeve van de bruikbaarheid van de weg: niet parkeren en manoeuvreren op de openbare weg). Dit wil zeggen dat alle voertuigen kunnen parkeren op eigen terrein, en dat er voldoende ruimte op eigen terrein voor de noodzakelijke voertuigbewegingen is.

  • 3. Als aan het gestelde onder het vorige lid niet kan worden voldaan, dan dient de initiatiefnemer aan te tonen dat een tweede uitweg voor een goede bedrijfsvoering noodzakelijk is.

  • 4. Bij de aanleg van een tweede uitweg zijn de artikelen 3, 4 en 5 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7. Uitvoeringsvoorwaarden
  • 1.

    De gemeente wordt uiterlijk 5 werkdagen voor de aanvang van de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg van de uitweg in kennis gesteld van de aanvang van de werkzaamheden. Dit kan schriftelijk of per e-mail of tijdens kantooruren telefonisch.

  • 2.

    De uitweg dient te worden aangelegd volgens de technische voorwaarden uitwegen in De Ronde Venen zoals deze zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregels.

Het niet voldoen aan deze voorwaarden kan, in geval van schade, leiden tot aansprakelijkheidsstelling namens de gemeente.

Artikel 8. Kosten

Alle kosten die gepaard gaan met de aanleg en het onderhoud van de uitweg zijn voor rekening van de melder. Onder de kosten vallen in ieder geval de kosten voor:

  • ·

    het aanbrengen, veranderen of verwijderen van de uitweg;

  • ·

    het verplaatsen, aanpassen of verwijderen van putten, kolken, verlichting, bebording, nutsvoorzieningen of andere objecten;

  • ·

    de compensatie van vervallen openbare parkeerplaatsen;

  • ·

    het voor het instandhouden van een goede waterhuishouding plaatsen, wijzigen of verwijderen van een duiker en beschoeiingen;

  • ·

    het schoonhouden en in goede staat houden van de duiker en de beschoeiing;

  • ·

    het aanpassen van de groenvoorzieningen en/of gemeentelijke verhardingen;

  • ·

    het weer in orde brengen van het openbaar groen;

  • ·

    het aan weerzijden van de uitweg onderhouden van de berm ten behoeve van voldoende vrije uitzichtlengte op en van de openbare weg.

Artikel 9. Handhaving

Als een uitweg niet conform deze beleidsregels, daarbij behorende bijlagen en gestelde eisen en voorwaarden is aangelegd, wordt corrigerend en zo nodig handhavend opgetreden, waarbij in een uiterst geval de oorspronkelijke situatie wordt teruggebracht. Alle hiermee gemoeide kosten zijn voor rekening van de overtreder.

Paragraaf 4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10. Overgangsrecht

Deze beleidsregels zijn van toepassing op meldingen die na het inwerkingtreden van deze beleidsregels zijn ontvangen.

Artikel 11. Citeertitel en inwerkingtreding
  • 1.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels uitwegen De Ronde Venen 2016”.

  • 2.

    Deze beleidsregels treden in werking de eerste dag na die van bekendmaking.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het College van B&W van 23 augustus 2016.
Burgemeester en wethouders van De Ronde Venen,
de secretaris, de burgemeester,

Inhoudsopgave Bijlage 1 Technische voorwaarden uitwegen in De Ronde Venen

deel 1 a

uitweg direct op rijweg bij een situatie met trottoirband

uitweg direct op rijweg bij een situatie zonder trottoirband (asfaltverharding)

uitweg direct op rijweg bij een situatie zonder trottoirband (elementenverharding)

uitweg direct op rijweg bij bedrijfsvoering (elementenverharding)

uitweg direct op rijweg bij bedrijfsvoering (asfaltverharding)

uitweg ter plaatse van een voet-/fietspad (tegels)

deel 1 b

uitweg ter plaatse van een voetpad met groenstrook

dubbele uitweg ter plaatse van een voetpad

dubbele uitweg ter plaatse van een groenstrook

dubbele uitweg ter plaatse van een voetpad met groenstrook

uitweg ter plaatse van een voetpad

deel 1 c

uitweg ter plaatse van een fietspad asfalt (hoogteverschil) 

uitweg ter plaatse van een fietspad asfalt (geen hoogteverschil)

uitweg ter plaatse van een fietspad tegels (hoogteverschil)

uitweg ter plaatse van een fietspad tegels (geen hoogteverschil)

deel 1 d

uitweg ter plaatse van een voetpad en haaksparkeerstrook

uitweg ter plaatse van een voetpad en langsparkeerstrook

uitweg op bedrijventerrein

uitweg op bedrijventerrein (variant)

Bijlagen 1a, 1b, 1c en 1d

Bijlage 1 a bij Beleidsregels uitwegen DRV 2016

Bijlage 1 b bij Beleidsregels Uitwegen DRV 2016

Bijlage 1 c bij Beleidsregels uitwegen DRV 2016

Bijlaeg 1 d bij Beleidsregels uitwegen DRV 2016

Bijlage 2 Melding uitweg

Bijlage 2 Melding uitweg bij Beleidsregels uitwegen DRV 2016

Toelichting bij Beleidsregels uitwegen De Ronde Venen 2016

Toelichting bij Beleidsregels uitwegen DRV 2016