Standplaatsenbeleid Gemeente Bergen

Geldend van 01-01-2023 t/m heden

Intitulé

Standplaatsenbeleid Gemeente Bergen

1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van een mobiel en/of demontabel verkoopmiddel, zoals een kraam, een wagen of een tafel;

  • b.

    vaste standplaats: een standplaats, niet zijnde een standplaats op een jaar- of weekmarkt, waarop gedurende het hele jaar of een deel daarvan (seizoen) en gedurende één of enkele dagen per week, een mobiel verkoopmiddel (kar, kraam, wagen) geplaatst kan worden. Het verkoopmiddel dient elke dag opnieuw te worden op- en afgebouwd en verwijderd.

  • c.

    aangewezen standplaats: een standplaats zoals genoemd en aangegeven in de door burgemeester en wethouders afgegeven vergunning met bijbehorende kaart en situatietekening.

  • d.

    vergunninghouder: hij of zij aan wie vergunning is verleend om een standplaats in te nemen;

  • e.

    kandidaat-vergunninghouder: hij of zij wiens aanvraag om een vergunning aan de vereisten voor toewijzing van een standplaats voldoet, en wiens aanvraag is afgewezen, omdat de aangevraagde standplaats (nog) niet beschikbaar is.

2. Standplaatsenplan

Een standplaatsenplan bestaat uit:

  • 1.

    Een kaart schaal 1:20.000 van het gehele grondgebied van de gemeente Bergen met daarop aangegeven de locaties met standplaatsen waarvoor een vergunning is verleend.

  • 2.

    Locatiekaarten schaal 1:100 per standplaats waarvoor een vergunning is verleend met per kaart een vermelding van adres, straat en coördinaten.

  • 3.

    Een lijst met de standplaatsen waarvoor een vergunning is verleend. Op de lijst staan de adresgegevens van de standhouders, de adresgegevens van de standplaatsen met daarbij de vermelding van de dagen en aangeboden producten.

3. Weigeringsgronden

Voor het vaststellen van de bestaande en eventueel nieuwe locaties voor standplaatsen worden in beginsel de volgende criteria voor weigering van de vergunning in acht genomen:

  • 1.

    In het belang van de openbare orde en veiligheid kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

    • a.

      het zicht op etalages en terrassen wordt belemmerd;

    • b.

      het uitzicht vanuit woningen en kantoren wordt belemmerd;

    • c.

      de toegang tot gebouwen wordt belemmerd;

    • d.

      de doorgang voor hulpdiensten als politie, brandweer, ambulance wordt belemmerd.

  • 2.

    In het belang van het voorkómen of beperken van overlast kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

    • a.

      geur- of geluidshinder of enige andere vorm van overlast te verwachten is voor gebruikers of zakelijk gerechtigden van in de nabijheid van de standplaats gelegen onroerende zaken en deze hinder niet afdoende kan worden beperkt door het stellen van voorwaarden;

    • b.

      de rust in nabijgelegen woningen en kantoren en dergelijke wordt verstoord.

  • 3.

    In het belang van het waarborgen van redelijke eisen van welstand, hetzij voor wat betreft de standplaats zelf, hetzij in verband met de omgeving, kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

    • a.

      het aanzien van monumentale gebouwen of stedenbouwkundige ensembles wordt aangetast;

    • b.

      het uitzicht op monumenten of kunstobjecten wordt aangetast;

    • c.

      de aangevraagde standplaats zich bevindt op bij de gemeente in beheer zijnde gazons of groenstroken;

    • d.

      het open karakter van pleinen wordt aangetast.

  • 4.

    In het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

    • a.

      de aangevraagde standplaats het uitzicht belemmert op kruisingen, oversteekplaatsen of uitritten en dergelijke;

    • b.

      de aangevraagde standplaats is gelegen op een parkeerplaats waar parkeerbelasting wordt geheven;

    • c.

      de aangevraagde standplaats is gelegen op een locatie, welke is aangewezen ten behoeve van ‘belanghebbenden parkeren’;

    • d.

      de aangevraagde standplaats leidt tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk;

    • e.

      in de directe omgeving van de aangevraagde standplaats onvoldoende parkeergelegenheid is voor klanten met gemotoriseerd vervoer;

    • f.

      de ter plaatse benodigde vrije doorgang voor het verkeer (zowel voetgangers, fietsers als gemotoriseerd verkeer) wordt belemmerd met een minimale vrije doorgang van 1.20 meter ten behoeve van rolstoelen, rollators en scootmobielen en/of een ruimte van minimaal 50 centimeter bij een blindengeleidestrook.

    • g.

      de standplaats anderszins verstorend of verwarrend werkt op de verkeerskundige inrichting ter plaatse of anderszins leidt tot onveilige verkeerssituaties of onveilig verkeersgedrag.

  • 5.

    In het belang van het waarborgen van een redelijk verzorgingsniveau voor de consument kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

    • a.

      in de directe nabijheid een door de gemeente ingestelde week- of jaarmarkt wordt gehouden (tijdens marktdagen);

    • b.

      de honorering van de aanvraag resulteert in verkapte (week)marktvorming doordat er vanuit meer dan zes verkoopwagens en/of kramen, die zich op minder dan 50 meter afstand van elkaar bevinden, gelijktijdige verkoop plaatsvindt;

    • c.

      binnen het verzorgingsgebied in een bepaalde branche nog slechts één winkel is gevestigd die door de concurrentie van een vergunninghouder ten onder dreigt te gaan.

  • 6.

    Vanwege strijdigheid met een geldend bestemmingplan wordt een aanvraag voor een vergunning tot het innemen van een standplaats geweigerd, tenzij er een omgevingsvergunning verleend kan worden om af te wijken van het bestemmingsplan.

  • 7.

    In het belang van een redelijk verzorgingsniveau kunnen aanvragen voor nieuwe standplaatsen worden geweigerd wanneer de nieuwe standplaats danwel de aard van de aan te bieden producten geen verrijking danwel aanvulling vormt op het huidige voorzieningenniveau.

    In de praktijk gelden hierbij de volgende beleidslijnen:

    a. Geen nieuwe standplaatsen in de toeristische kernen en op toeristische locaties (zeeboulevards) waar het voorzieningenniveau en productaanbod voldoende zijn.

    b. Wel nieuwe standplaatsen in die delen van de gemeente waar recent het voorzieningenniveau en productaanbod zijn verminderd en verarmd als gevolg van ondermeer schaalvergroting en/of winkelsluiting.

  • 8.

    In het belang van openbare orde en milieu kunnen aanvragen voor nieuwe standplaatsen worden geweigerd indien deze zich bevinden binnen een afstand van 200 meter van andere standplaatsen waarvoor reeds een vergunning is afgegeven.

4. Vereisten

Om in aanmerking te komen voor een standplaatsvergunning is vereist dat de gegadigde een handelingsbekwaam natuurlijk persoon is die:

  • 1.

    zich kan legitimeren met een geldig identiteitsbewijs en

  • 2.

    kan aantonen dat de verkoopinrichting voldoet aan de eisen, die daaraan bij of krachtens de Wet Milieubeheer worden gesteld.

5. Toewijzing standplaats

  • 1.

    Een standplaatshouder kan zich inschrijven voor een beschikbare aangewezen locatie door de gemeente voor een periode van maximaal 5 jaar.

  • 2.

    Voor vrijgekomen standplaatsen komen zowel bestaande als nieuwe aanvragers in aanmerking.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een vrijgekomen standplaats niet meer uit te geven.

6. Wachtlijst

  • 1.

    Zes maanden voor afloop van een lopende vergunning publiceert de gemeente de vrijgekomen standplaats in de gemeentekrant.

  • 2.

    Zowel bestaande standplaatshouders als nieuwe aanvragen voor een standplaats kunnen inschrijven.

  • 3.

    Bij meerdere inschrijvingen voor dezelfde standplaats vindt een loting door de gemeente plaats.

7. Omschrijving van de standplaats in de vergunning

  • 1.

    Een toegewezen standplaats wordt in de betreffende vergunning duidelijk omschreven, met vermelding van onder andere de maximumoppervlakte die met de standplaats mag worden ingenomen en van de categorie waren die op de standplaats mogen worden verkocht.

  • 2.

    De standplaats moet worden ingenomen overeenkomstig de bij de vergunning behorende situatietekening.

8. Duur van de vergunning

De gemeente geeft een vergunning af voor de duur van maximaal vijf jaar.

9. Voorwaarden gebruik standplaats

  • 1.

    Een standplaats kan, mits de situatie ter plaatse dat toelaat, worden ingenomen door een verkoopwagen of kraam of dergelijke, waarvan de frontbreedte niet meer dan 6 meter en de diepte niet meer dan 2.50 meter bedraagt. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, afhankelijk van de locatie, een afwijking van de maximale afmetingen toestaan.

  • 2.

    Van de standplaatsvergunning mag gebruik gemaakt worden tijdens de openingstijden welke zijn opgenomen in de Verordening Winkeltijden Gemeente Bergen 2011.

  • 3.

    De vergunninghouder mag op de standplaats, zoals aangegeven op de situatietekening bij de vergunning, maximaal één tafel en vier stoelen plaatsen of maximaal twee statafels (zonder stoelen).

  • 4.

    De vergunninghouder mag geen gebruik maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid.

  • 5.

    De vergunninghouder verwijdert dagelijks de verkoopinrichting met toebehoren en laat de standplaats en de directe omgeving dagelijks schoon en leeg achter.

  • 6.

    Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere voorschriften voor het gebruik van de standplaats aan de vergunning te verbinden.

10. Tijdelijke standplaatsen

  • 1.

    Voor het innemen van een tijdelijke standplaats voor de verkoop van producten en/of het aanbieden van diensten kan een standplaatsvergunning worden afgegeven.

  • 2.

    De tijdelijkheid en/of het seizoensgebonden karakter van de standplaats worden aangegeven en omschreven in de vergunning.

  • 3.

    Het bepaalde in artikel 8 is in het geval van een standplaats als bedoeld in lid 1 niet van toepassing.

11. Innemen standplaats

  • 1.

    Een standplaats moet door de vergunninghouder en/of een of meerdere medewerkers van de vergunninghouder worden ingenomen en mag niet aan een ander worden af gestaan of in gebruik gegeven.

  • 2.

    Op verzoek van burgemeester en wethouders of daartoe door hen aangewezen ambtenaren legitimeert de vergunninghouder of, bij diens afwezigheid, de medewerker zich door middel van een geldig identiteitsbewijs en toont hij/zij de aan hem/haar in persoon toegekende vergunning voor het gebruik van de standplaats.

12. Ontheffing en vervanging

  • 1.

    Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats tijdelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 11.

  • 2.

    De periode voor de tijdelijke ontheffing bedraagt maximaal drie maanden.

  • 3.

    Indien een vergunninghouder zijn verkoopmiddel (de wagen, kraam of tafel en dergelijke) verkoopt, verhuurt of in gebruik geeft, verschaft dat aan de koper, huurder of gebruiker geen enkel recht op een vergunning of ontheffing door de gemeente voor de betreffende of een andere standplaats binnen de gemeente.

13. Intrekking of wijzigen van vergunning

Een standplaatsvergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:

  • 1.

    op verzoek van de vergunninghouder;

  • 2.

    indien de omstandigheden dusdanig zijn gewijzigd dat niet meer wordt voldaan aan de uitgiftecriteria verbonden aan de vergunningverlening door de gemeente.

  • 3.

    indien als gevolg van infrastructurele, herinrichtings- of reconstructiewerkzaamheden aan de openbare weg of de openbare ruimte geen gebruik meer kan worden gemaakt van de vergunning;

  • 4.

    indien ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • 5.

    indien de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;

  • 6.

    indien de vergunninghouder drie aaneengesloten maanden geen gebruik maakt van de verleende vergunning, zonder toestemming van de gemeente;

  • 7.

    bij overlijden van de vergunninghouder.

14. Leges en belasting

Naast een standplaatsvergunning is een omgevingsvergunning vereist voor het gebruik van een standplaats. Aan het in behandeling nemen van vergunningaanvragen zijn kosten verbonden. De tarieven voor het in behandeling nemen van de aanvraag staan in de Legesverordening. Daarnaast kan de gemeente, indien zij eigenaar is van de grond, een vergoeding bedingen voor het gebruik hiervan. Dit gebeurt middels de Verordening Precariobelasting Gemeente Bergen. De hoogte van de precariobelasting zal in de vergunning worden vermeld.

15. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de eerstvolgende dag na de bekendmaking ervan.