Erfgoednota gemeente Geertruidenberg

Geldend van 15-07-2016 t/m heden

Intitulé

Erfgoednota Gemeente Geertruidenberg

Erfgoednota Deel A

30 Juni 2016

foto

Erfgoednota

Gemeente Geertruidenberg

Deel A visie en uitvoeringsprogramma (30 juni 2016)

foto

foto

foto

Inhoudsopgave

1 Inleiding 7

1.1 Een verdere uitbouw van erfgoedbeleid 7

1.2 Bovengronds erfgoed 7

1.3 Leeswijzer 8

2 Verkenning 11

2.1 Sterke punten 11

2.2 Verbeterpunten 12

2.3 Ontwikkelingen 13

2.4 Samenvatting 16

3 De erfgoedvisie 19

4 Uitvoeringsprogramma 23

Bijlagen

Bijlage 1 Achtergrondinformatie bij deel A

Bijlage 2 Schematisch de beleidskaders

Bijlage 3 Bronnen

Bijlage 4 Lijst van personen die input hebben gegeven

Bijlage 5 Informatie over de Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor karakter” en Modernisering van de monumentenzorg

Bijlage 6 Waarderingssystematiek van erfgoed

Bijlage 7 Provinciale Beleidskader erfgoed 2016-2020; de (verbeeldings)kracht van erfgoed.

foto foto

1

Inleiding

1.1 Een verdere uitbouw van erfgoedbeleid

De gemeente Geertruidenberg is rijk aan cultureel erfgoed en heeft dit hoog in het vaandel staan. We streven naar een zorgvuldige omgang met erfgoed. Veel hiervan is al beschermd, bijvoorbeeld monumenten van voor 1940 en het beschermd stadsgezicht van Geertruidenberg. Ook is er beleid, zoals de monumentenverordening en de welstandsnota. Daarnaast houden we bij ruimtelijke plannen rekening met erfgoed.

Het culturele erfgoed in de gemeente en de maatschappelijke waarden daarvan verdienen het om het huidige erfgoedbeleid uit te bouwen en te verbeteren. Het gaat hierbij niet alleen om het inventariseren, beschermen en behouden van erfgoed, maar ook om het toegankelijk maken en het benutten bij de verdere ontwikkeling van onze gemeente. Tevens betrekken we jong en oud om hen te inspireren en enthousiasmeren voor erfgoed.

Bij het opstellen van het beleid zijn diverse externe partijen betrokken, waaronder de lokale erfgoedinstanties, Cultuurwerft, Toeristisch Platform Geertruidenberg en monumentencommissie. De lokale erfgoedinstanties zijn de vereniging Oudheidkundige kring Geertruydenberghe en de stichtingen Veers Erfgoed, Raamsdonks Historie, Behoud Ons Erfgoed (BOEG) en Spoorbrug Geertruidenberg.

1.2 Bovengronds erfgoed

Cultureel erfgoed omvat de sporen uit het verleden van menselijke handelingen en gedragingen die ons bewust maken van onze cultuur en geschiedenis en die we als samenleving of als individu de moeite van het bewaren waard vinden. Deze overblijfselen maken onderdeel uit van onze identiteit. Cultureel erfgoed bestaat uit archeologische, historisch (steden)bouwkundige en historisch-geografische aspecten.

  • Archeologische waarden zijn bijzondere zichtbare en onzichtbare resten van vroegere culturen op het land, in de bodem en onder water.

  • Bij historische (steden)bouwkundige waarden gaat het om gebouwde elementen met bijzondere betekenis, zoals molens, bruggen, kastelen, bijzondere woningen of hele dorpen en binnensteden.

  • Historisch-geografische waarden verwijzen naar de ontstaanswijze en bijzondere plekken van onze cultuurlandschappen, zoals polders, kavelstructuren, terpen en het landschap van waterlinies.

Deze erfgoednota concentreert zich op de bovengrondse monumentenzorg (bouwhistorie en historische geografie/landschapselementen). Vanwege de omvang en specifieke aard van archeologiebeleid (ondergrondse monumentenzorg) en omdat dit goed kan ten opzichte van de rest van het erfgoedbeleid werken we het archeologiebeleid afzonderlijk uit. We houden rekening met de integraliteit tussen beide gebieden.

1.3 Leeswijzer

Het erfgoedbeleid bestaat uit twee onderdelen:

Onderdeel A: het kaderstellende document

Onderdeel B: de uitwerkingen van doelen en kaders.

Over deel A:

Deze nota is het kaderstellende document, met beleid op hoofdlijnen. Het is een kapstok waaraan we nadere uitwerkingen koppelen. Om de nota compact te houden is achtergrondinformatie opgenomen in bijlagen. Het vaststellen van dit deel is een bevoegdheid van de raad. Deel A omvat een verkenning van sterke punten en verbeterpunten en een beschrijving van ontwikkelingen qua erfgoedzorg. Op basis hiervan formuleren we een visie op de gemeentelijke omgang met erfgoed, alsmede aansluitend hierop uitvoeringsacties ter verbetering van die omgang.

Over deel B:

Dit deel zien we als een groeidocument. Hierin werken we erfgoedbeleid binnen de kaders verder uit, aanvullend op eerdere beleidsuitwerkingen (zoals aanwijzingen tot monument). Dit verder uitwerken is een bevoegdheid van het college van b&w, tenzij de uitwerking een besluit vereist dat op basis van andere regels een raadsbevoegdheid is, zoals een bestemmingsplan.

Deel B omvat:

  • De cultuurhistorische waardenkaart (op www.geertruidenbergopdekaart.nl) en een toelichting daarop. Op deze kaart staan de diverse erfgoedwaarden.

  • Een geschiedschrijving per kern;

  • Een beschrijving van de karakteristieken van de gemeente;

  • Een nadere beschrijving (per erfgoedcategorie) van de historische objecten/elementen en de meest kenmerkende daarvan, de identiteitsdragers. Aan deze objecten koppelen we beleidsadviezen wat betreft de historische waarde, mede gezien de karakteristieken van de gemeente.

  • Bijlagen met andere relevante informatie over het lokale erfgoed(beleid).

Het brengt de concrete historische waarden zo goed mogelijk in beeld:

  • 1.

    voor het rekening houden met erfgoed bij ruimtelijke ontwikkelingen en het benutten van erfgoed bij de ontwikkeling van de gemeente en

  • 2.

    als opstap voor uiteindelijke besluiten van het gemeentebestuur over verdere juridische bescherming per concreet historisch object/element.

foto

foto

2

Verkenning

Hieronder volgen sterke punten en verbeterpunten wat betreft het lokale erfgoed en de omgang ermee in brede zin. Daarna brengen we relevante ontwikkelingen qua monumentenzorg in beeld.

2.1 Sterke punten

Historische kern Geertruidenberg

De historische kern Geertruidenberg is een vestingstad, die in 1213 stadsrechten kreeg. Deze kern, met haar vestingwerken, historische Markt en aansluitende straten en vele monumenten, is sinds 1970 rijksbeschermd stadsgezicht. Ze is de meest onderscheidende historische karakteristiek van de gemeente en een markante bezienswaardigheid.

foto

Rijk aan monumenten

De gemeente is rijk aan monumenten, namelijk 123 rijksmonumenten, 57 gemeentelijke monumenten en 81 beeldbepalende panden. In de kern Geertruidenberg zijn veel monumenten aan de Markt gesitueerd; in Raamsdonksveer aan de historische linten/wegen, aan de Haven en het Heereplein. In Raamsdonk zijn met name bijzonder: de Lambertuskerk, de typische Langstraat boerderijen aan de historische dorpslinten en het authentieke dorpsplein (Kerkplein), waaraan diverse monumenten staan, waaronder de St.Bavokerk.

foto

Karakteristieken

Elk van de drie kernen heeft haar eigen geschiedenis, karakter en identiteit. Er zijn diverse karakteristieken in de gemeente aanwezig, die kernwaarden zijn van de historisch gegroeide lokale identiteit. Hierbij valt te denken aan relicten die herinneren aan de lokale geschiedenis, zoals het agrarische, militaire, religieuze en industriële erfgoed, de eerste elektriciteitscentrales waaronder de Dongecentrale, de Langstraatspoorlijn en de scheepswerven. Dit biedt kansen voor het benutten van erfgoed bij de ontwikkeling van de gemeente en het versterken van de lokale identiteit, mede in relatie met de visie Toerisme en Recreatie.

foto

Historische landschapswaarden

Met name het slagenlandschap met de daarbij behorende openheid in Raamsdonk is goed herkenbaar en is bestemmingsplanmatig beschermd.

foto

Bestaand erfgoedbeleid

Er is al op verschillende vlakken gemeentelijk beleid voor de omgang met erfgoed. Veel erfgoed is al beschermd via een monumentenstatus, het bestemmingsplan of de welstandsnota.

foto

2.2 Verbeterpunten

De behoefte aan een ruimere visie op erfgoed

Een ruimere blik op erfgoed is wenselijk via een beschrijving van de lokale geschiedenis en het onderscheiden van karakteristieken in de zin van de kernwaarden van de historisch gegroeide lokale identiteit. Op zo’n manier kunnen historische objecten/elementen in de context van die identiteit worden geplaatst. Dit geeft de nodige richting aan de omgang met erfgoed en het benutten en versterken van de lokale identiteit. Zonder deze richting bestaat het risico van een teveel ad hoc benadering en daardoor van minder goede keuzes.

Nog geen optimale inventarisatie, waardering en bescherming van erfgoed

Veel erfgoedwaarden zijn al beschermd, maar een verdere inventarisatie, waardering en bescherming van erfgoedwaarden zijn wenselijk voor een betere omgang hiermee. Hierbij valt te denken aan panden uit de wederopbouwperiode (1940-1965), historische landschapselementen, kleine monumenten en funerair erfgoed. Ook is er aandacht voor industrieel erfgoed, vanwege de vele industrie in de gemeente. De gemeente heeft nog geen kaart voor bovengronds erfgoedbeleid.

Te verbeteren integrale omgang met erfgoed op andere vakgebieden

Erfgoed raakt andere beleids- en taakvelden: ruimtelijke ordening, economische zaken, toerisme en recreatie, cultuureducatie, kunst, (omgevings)vergunningverlening, toezicht en handhaving en inrichting van de openbare ruimte. Het is nodig dat op die velden goed rekening wordt gehouden met erfgoed, vanuit het oogpunt van het benutten van kansen, ook in relatie met het beleefbaar maken en versterken van erfgoed en identiteitsdragers. Aanvullend en beter herkenbaar erfgoedbeleid en aanvullende ambtelijke werkafspraken zijn hiertoe nodig.

In de organisatie verankeren van culturele planologie en behoud door ontwikkeling

Het is nodig dat we bij aanvang van ruimtelijke planvorming bewust en verantwoord de mogelijkheid van het toepassen van het concept van culturele planologie afwegen. We nemen dan het erfgoed als vertrekpunt en inspiratiebron voor ruimtelijke planontwikkeling, mede gezien de wensen van de gemeente om de lokale historische identiteit te benutten en te versterken. Dit geldt evenzeer voor het concept van behoud van erfgoed door ontwikkeling/herbestemming. Dit gaat verder dan het rekening houden met erfgoed als één van de belangen die wordt afgewogen in het kader van de ruimtelijke ordening. Aanvullend en beter herkenbaar erfgoedbeleid en aanvullende ambtelijke werkafspraken zijn hiertoe nodig.

De afwezigheid van een geïntegreerde welstands- en monumentencommissie

De gemeente werkt al jaren met twee commissies. De monumentencommissie toetst bouwplannen binnen de in de welstandsnota aangeduide historische gebieden en plannen aangaande monumenten. De welstandscommissie toetst de bouwplannen in de andere gevallen.

Diverse argumenten pleiten voor het overstappen naar één geïntegreerde commissie, zoals efficiëntie en een bredere deskundigheid. De modernisering van de monumentenzorg (Momo) en de wenselijke integrale samenwerking met ruimtelijke ordening (inclusief culturele planologie) pleiten voor één commissie ruimtelijke kwaliteit (in de zin van de nieuwe Omgevingswet per 2018).

Het ontbreken van een specifiek handhavingsbeleid voor erfgoed

Nu geldt de Integrale handhavingsnota Geertruidenberg, zichtbaarder handhaven 2010-2014. Toezicht en handhaving qua erfgoed valt hierbij onder toezicht en handhaving wat betreft bouwen. Een specifiek beleid voor de optimalisering van toezicht en handhaving wat betreft erfgoed is nodig gezien het specifieke karakter en de waarde ervan.

2.3 Ontwikkelingen

  • a.

    Bovenlokaal

Ontwikkelingen qua toerisme en recreatie

De volgende ontwikkelingen met betrekking toerisme en recreatie zijn ook van belang voor de informatievoorziening en beleving van erfgoed:

  • De vergrijzing van Nederland: senioren vanaf 65 jaar vormen een steeds grotere doelgroep.

  • Beleving wordt in de toeristische sector steeds belangrijker. Mensen willen geraakt worden door ervaringen.

  • De opkomst van digitalisering van informatievoorziening en marketing biedt kansen voor innovatieve recreatieproducten en informatievoorziening daarover.

  • Een groeiende belangstelling voor de eigen omgeving. Mensen zijn op zoek naar authenticiteit en de eigen identiteit. Cultuurhistorie wordt meer gewaardeerd.

Economische ontwikkelingen

De afgelopen recessie en bezuinigingen werken door. Er is op diverse fronten minder geld beschikbaar voor erfgoed, bijvoorbeeld minder subsidie. Erfgoed heeft vaak financieel niet de hoogste prioriteit. Voor de omgang met erfgoed noopt dit tot het stellen van prioriteiten en de aandacht richten op de meest belangrijke zaken en waarden.

Demografische ontwikkelingen

De vraag die de afgelopen jaren wordt gesteld is of er in onze steeds multicultureler wordende samenleving nog zoiets bestaat als een nationale identiteit. Nieuwe generaties en nieuwe landgenoten kunnen cultureel erfgoed onderwerpen aan alternatieve duidingen en het op grond daarvan een nieuwe bestemming geven of zelfs helemaal afschaffen. De ene gemeenschap is trotser op haar culturele erfgoed en haar identiteit dan de andere en is meer bereid om op te komen voor deze waarden.

Erfgoedwet (2016) en Omgevingswet (2018)

De nieuwe Erfgoedwet treedt naar verwachting op 1 juli 2016 in werking. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2018 van kracht wordt, het fundament voor de bescherming van rijksmonumenten. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen dan naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: de ‘duiding’ van erfgoed komt in de Erfgoedwet, de omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet. Voor de taken van de gemeente verandert er niet veel. Wel nieuw is een wettelijke plicht in de Erfgoedwet voor de eigenaar tot (minimale) instandhouding van zijn monument. Dit biedt (bijvoorbeeld in geval van erge verwaarlozing) een handvat voor handhaving door de gemeente. Waar de gemeente de lat moet leggen, moet blijken in de praktijk. Het rijk zal hiervoor naar verwachting een handreiking bieden.

Duurzaamheid

De vraag naar duurzame, energiezuinige oplossingen voor gebouwde monumenten neemt toe. Denk aan dubbele beglazing, isolatie en zonnepanelen. Om bij de toepassing van zulke oplossingen recht te doen aan de monumentale waarden is maatwerk nodig, mede op basis van een advies van de monumentencommissie. Duurzaamheid gaat ook over verantwoord omgaan met materialen en natuurlijke bronnen. Daarom is monumentenzorg al een vorm van duurzaamheid.

Leegstand, herbestemming en verruiming van gebruiksmogelijkheden

Meer historische gebouwen staan leeg of dreigen leeg te komen staan. Daarom is er landelijk meer aandacht voor behoud via herbestemming of een verruiming van gebruiksmogelijkheden. Hierbij valt te onder meer te denken aan religieus erfgoed, industrieel erfgoed en historische boerderijen. Het afnemend kerkbezoek en daardoor de kans op leegstand hebben betekenis voor het behoud van kerken, als religieus erfgoed. Er zijn veel voorbeelden waarin dit erfgoed kan worden behouden via herbestemming. Bij historische boerderijen is te denken aan behoud via ruimere gebruiksmogelijkheden en boerderijsplitsing.

foto

Modernisering van de Monumentenzorg

Doel van de Modernisering van de Monumentenzorg (MoMo, sinds 2009) is het doorvoeren van een aantal veranderingen in de monumentenzorg, namelijk het stimuleren en ondersteunen van gebiedsgericht werken (in plaats van objectgericht), het belang van cultuurhistorie laten meewegen in de ruimtelijke ordening, het formuleren van een visie op erfgoed en het verminderen van de administratieve lastendruk. Als gevolg van de MoMo is onder andere het Besluit ruimtelijke ordening op 1 januari 2012 aangepast. Op basis daarvan hebben gemeenten de plicht om bij het opstellen van bestemmingsplannen en afwijkingsbesluiten rekening te houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden.

Meer focus op identiteit, karakter en beleving

Rijk en provincie leggen bij erfgoed meer de focus op identiteit, karakter en beleving voor de gewenste richting voor de omgang met erfgoed. Voor het rijk volgt dit uit de “Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor karakter”. Voor de provincie is het “Beleidskader erfgoed 2016-2020; de (verbeeldings)kracht van erfgoed” hierbij van belang. De provincie wil de Verhalen van Brabant vertellen ter versterking van de identiteit. Hierbij is ook de beleving van de Zuiderwaterlinie te noemen. Samenwerking zoeken met betrokken externe partijen hierbij kan lokaal kansen bieden voor het beter benutten van erfgoed en voor subsidie. Zie bijlage 5 en 7.

  • b.

    Lokaal

Bovenlokale ontwikkelingen en bovenlokaal beleid werken uiteraard ook lokaal door. Zo kan in de toekomst voor het behoud van diverse historische panden een ontwikkeling/herbestemming wenselijk of noodzakelijk zijn. Een tijdige integrale aanpak in- en extern en creativiteit is dan van belang. Recente voorbeelden hierbij zijn de volgende. De herbestemming van het gerestaureerde Fort Lunet dient meerdere doelen (financiering van onderhoud en stimuleren van de beleving van erfgoed en recreatie).

foto

Voor het complex van de Dongecentrale zijn Boei en de provincie al jaren bezig voor een ander gebruik dat geld genereert om dit erfgoed in stand te houden.

De Structuurvisie 2030 (vastgesteld door de raad in 2013) gaat voor de doorontwikkeling van de sterke punten van de gemeente: historische trekpleister, watertoegankelijkheid en toonbeeld van energie.

In de Visie Toerisme en recreatie (vastgesteld door de raad in 2015) kiest de gemeente ervoor zich naar buiten toe te presenteren als ‘Geertruidenberg, Vestingstad aan De Biesbosch’. Diverse zaken uit het uitvoeringsprogramma pakken we, vanwege de raakvlakken met erfgoed, integraal op. De inhoud van de erfgoednota, met name wat betreft identiteit en geschiedschrijving, kan belangrijke input geven voor de uitwerking van de profilering van de gemeente, citymarketing en de verhalen uit de rijke geschiedenis die in dat kader te vertellen zijn.

In de Coalitieovereenkomst 2014-2018 wordt de aandacht gericht op het optimaal gebruik maken van de karakteristieke kenmerken van de drie kernen en stimuleren van het gebruik van erfgoed. Ook wordt gestreefd naar een duurzame gemeente.

Het project Dongeoevers is gericht op het ontwikkelen van de Donge-oevers (o.a. via aanmeervoorzieningen) om de economische, cultuurhistorische en toeristische betekenis van Geertruidenberg uit te bouwen. Te denken valt aan de link met de historische vestingstad, Fort Lunet, de scheepswerven, de vissers- en schippershistorie en de voormalige spoorbrug.

2.4 Samenvatting

  • Onze gemeente is rijk aan cultureel erfgoed met haar historische vesting en vele monumenten.

  • De aanwezige historische karakteristieken in onze gemeente bieden kansen voor het benutten van erfgoed bij de ontwikkeling van de gemeente en het versterken van de lokale identiteit.

  • Diverse ontwikkelingen, waaronder economische, vragen om meer richting voor de omgang met erfgoed, het stellen van prioriteiten en keuzes om het meest kenmerkende erfgoed dat we aan de volgende generaties willen doorgeven, te beschermen en benutten.

  • Een ruimere blik op erfgoed via het onderscheiden van karakteristieken in de zin van kernwaarden van de historisch gegroeide lokale identiteit kan de nodige richting geven aan de omgang met erfgoed in al haar facetten.

  • Een verdere inventarisatie, waardering en bescherming van erfgoed is gewenst voor een optimale omgang hiermee.

  • We verbeteren de integrale omgang met erfgoed op andere taak- en beleidsvelden.

  • Culturele planologie (erfgoed als vertrekpunt en inspiratiebron voor ruimtelijke plannen) en behoud van erfgoed door ontwikkeling zijn nodig om verder in de organisatie te verankeren.

  • De integratie van de welstandscommissie en de monumentencommissie in één commissie (ruimtelijke kwaliteit) is nodig vanuit efficiëntie en kwaliteitsoverwegingen.

  • Een specifiek handhavingsbeleid voor erfgoed is nodig voor optimalisering van toezicht en handhaving van erfgoed.

  • De bovenlokale focus op identiteit, karakter en beleving biedt ons aanknopingspunten voor samenwerking met externe partijen, (buur)gemeenten en provincie en daardoor lokale kansen voor het beter benutten van ons erfgoed en voor subsidie.

foto

foto

foto

3

De erfgoedvisie

Identiteit

Onze gemeente is rijk aan cultureel erfgoed. Dit erfgoed versterkt de identiteit van onze drie kernen en de gemeente als geheel. Het zorgt voor een toegevoegde belevingswaarde en een verbetering van de levenskwaliteit, doordat zo’n gemeente qua uiterlijk vertoon aantrekkelijker is en het er fijner wonen en werken is. De burger voelt zich meer betrokken bij onze gemeente en zijn of haar buurt. Waardevolle elementen verschaffen onze inwoners een gevoel van eigenheid en herkenbaarheid van hun ruimtelijke omgeving. Ze worden ambassadeurs van hun eigen gemeente. Een omgeving om trots op te zijn.

Uit meerdere onderzoeken blijkt dat cultureel erfgoed een belangrijke aanjager is van de lokale economie en dat een investering in cultuurhistorie rendeert. Historische kernen geven een extra dimensie aan het winkel- en horecabezoek. Cultuurhistorische kwaliteit leidt al snel tot een hogere marktwaarde en biedt legio mogelijkheden voor recreatie en toerisme. Erfgoed genereert vele geldstromen. Kosten voor herbestemming, onderhoud, restauratie, toegankelijkheid en informatievoorziening zijn investeringen die zichzelf uiteindelijk terugverdienen.

Een focus op onze sterke en karakteristieke punten draagt bij aan een sterke, authentieke en onderscheidende identiteit van onze gemeente, die van belang is om uit te dragen in het kader van citymarketing, toerisme en recreatie. Het behouden en versterken van het karakter en de identiteit(sdragers) van een gebied is een belangrijk uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen.

De waarde van erfgoed en de zorg ervoor

Het cultureel erfgoed en de maatschappelijke waarden daarvan verdienen onze zorg voor een goede omgang ermee op diverse manieren. Zorg in de zin van het stimuleren van bewustwording ervan, het verder inventariseren, beschrijven, waarderen, behouden en beschermen van ons erfgoed voor huidige en toekomstige generaties en het benutten ervan voor onze verdere ontwikkeling. Door beter in beeld te hebben wat er aan erfgoed is, kunnen we hier beter mee omgaan en het als kans benutten. Wat dit betreft is er voor ons ook een taak weggelegd qua erfgoededucatie aan de jongere generaties. Onze zorg betreft daarnaast de ondersteuning van gemeentelijke monumenteigenaren (via informatie en subsidie voor de instandhouding van monumenten) en de lokale erfgoed-organisaties.

Het lokale culturele erfgoed en de identiteit die daaraan ontleend wordt, zijn waardevolle zaken om trots op te zijn en die de zorg van de gemeente verdienen.

Karakteristieken geven richting aan de omgang met erfgoed

Door een ruimere blik op erfgoed, via het onderscheiden van karakteristieken in de zin van kernwaarden van de historisch gegroeide lokale identiteit, kunnen historische objecten en elementen in de context van die identiteit worden geplaatst. Dit geeft de nodige richting aan de omgang met erfgoed in al haar facetten.

Dit sluit aan op de Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor karakter” van het rijk en de Modernisering van de Monumentenzorg (Momo) (zie bijlage 5). Zo’n ruimere blik is van belang in relatie met het gemeentelijke ambitieniveau wat betreft het rekening houden met erfgoed in de ruimtelijke ordening en het gebruiken van erfgoed als vertrekpunt en inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkelingen (culturele planologie) en voor de verdere ontwikkeling van onze gemeente.

Deze ruimere blik en context draagt bij aan onze waardering van de mate van kenmerkendheid van individuele historische relicten in relatie met keuzes over behoud en bescherming van erfgoed voor volgende generaties.

Ontwikkelingen met respect voor erfgoed, culturele planologie, behoud door ontwikkeling

Geschiedenis staat niet stil, maar zet zich voortdurend voort. Om de leefbaarheid te bevorderen is het nodig dat we bij nieuwe ruimtelijk ontwikkelingen met respect omgaan met cultureel erfgoed. De basis voor elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is de bestaande ruimtelijke kwaliteit. Waar een verbetering van die kwaliteit nodig is, gaan we na of het erfgoed inspiratiebron kan zijn voor zo’n verbetering.

Als voorbereiding op (grootschalige) ruimtelijke ingrepen vindt inventarisatie en waardering van het gehele erfgoed plaats. Daarbij zijn vooral de identiteitsdragers van belang. Bij de ontwikkeling behouden en versterken we de bestaande identiteitsdragers.

Nieuwe identiteitsdragers voegen we toe en vormen de monumenten van de toekomst. Door het toepassen van de benadering ‘verleden – heden – toekomst’ staan, naast behoud van waardevol erfgoed, ook het gebruik en de ontwikkeling van het erfgoed en de landschappelijke kwaliteit centraal. Dit gaat samen met een gebiedsgerichte monumentenzorg (in plaats van alleen een objectgerichte).

Mede gezien onze wens om onze lokale historische identiteit te benutten en te versterken door genoemde maatschappelijke belangen, staan we bij de aanvang van (ruimtelijke) planvorming bewust en verantwoord stil bij de optie van het toepassen van culturele planologie. Erfgoed wordt het vertrekpunt en inspiratiebron voor plannen.

Verder kan erfgoed vaak alleen worden behouden in combinatie met ontwikkeling/herbestemming. Het komt ten goede aan de cultuurhistorische kwaliteit, de ruimtelijke kwaliteit en de sociale kwaliteit om functies te koppelen. Cultuurhistorie leent zich er goed voor gekoppeld te worden aan andere sociale en ruimtelijke functies zoals recreatie en toerisme, en herbestemming.

Door het koppelen van de monumentenzorg aan andere ruimtelijke functies kan er van verschillende kanten gewin gehaald worden en wordt de monumentenzorg steeds meer een functie die zichzelf ‘terugverdient’.

Interne en externe samenwerking

  • -

    Intern: Ter verwezenlijking van de doelen in deze erfgoednota is een integrale samenwerking van belang tussen de verschillende vakgebieden.

  • -

    Extern: We hebben binnen onze gemeente verschillende organisaties die zich inzetten voor het behoud van ons (historisch) erfgoed. We hebben deze organisaties op een proactieve wijze betrokken bij de totstandkoming van deze Erfgoednota. Uiteraard maken we straks dankbaar gebruik van hun kennis en enthousiasme bij de uitwerking van het uitvoeringsprogramma. Daarnaast zoeken we de samenwerking op met externe partijen voor het benutten van kansen die erfgoed biedt, in relatie met toerisme en recreatie en subsidie. Hierbij kunt u denken aan andere partijen zoals (buur)gemeenten en provincie, die betrokken zijn bij bovenlokale onderwerpen, de Zuiderwaterlinie en de door de provincie te vertellen Verhalen van Brabant (provinciale Beleidskader erfgoed 2016-2020).

foto

foto

4

Uitvoeringsprogramma

1. Verder inventariseren, waarderen en beschermen van erfgoed

Dit betreft een aanvullende inventarisatie etc. van erfgoed ten opzichte van wat al bekend en beschermd is. Hierbij denken we aan panden uit de wederopbouwperiode (1940-1965), historische landschapselementen, kleine monumenten en funerair erfgoed. Ook is er aandacht voor industrieel erfgoed, door de vele industrie in de gemeente. De aanvullingen gebeuren in de vorm van uitwerkingen in deel B van de nota en het verder vullen van de erfgoedkaart (op www.geertruidenbergopdekaart.nl). De verdere juridische bescherming per concreet historisch object/element vergt maatwerk.

2. De lokale historische karakteristieken verder in beeld brengen

Deze karakteristieken, in de zin van de kernwaarden van de historisch bepaalde identiteit van de gemeente, die context en richting geven aan de gemeentelijke omgang met erfgoed zoals bedoeld in deze visie, brengen we verder in beeld in deel B van de nota en via de erfgoedkaart. De karakteristieken brengen we tevens visueel in beeld.

3. Verbeteren van de integrale samenwerking met andere vakgebieden

De gewenste proactieve en integrale samenwerking tussen vakgebied monumentenzorg en andere vakgebieden ter uitvoering van de erfgoedvisie, gebieds- en ontwikkelingsgerichte monumentenzorg, het borgen van erfgoedwaarden in bestemmingsplannen, culturele planologie en behoud van erfgoed door ontwikkeling/herbestemming, verankeren we verder in de gemeentelijke organisatie (via nader af te spreken ambtelijke werkwijzen). De andere vakgebieden betreffen: ruimtelijke ordening, toerisme en recreatie, kunst, cultuureducatie, economische zaken, accommodaties, de inrichting van de openbare ruimte en (Wabo)vergunningverlening.

4. Eén geïntegreerde commissie (ruimtelijke kwaliteit)

We evalueren de welstandscommissie en monumentencommissie. Na voldoende duidelijkheid over de inhoud van de Omgevingswet (2018) volgt een voorstel over de optie van één geïntegreerde commissie (ruimtelijke kwaliteit).

5. Voortzetting van de (financiële) ondersteuning van monumenteigenaren

Geertruidenberg heeft sinds 2003 een regeling voor subsidie voor restauratie van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden via een laagrentende lening tot € 50.000,-. Er is zeer weinig animo voor de lening en al jaren zijn geen leningen meer verstrekt.

Voorjaar 2016 zijn de monumenteneigenaren geraadpleegd over ondersteuning van hen door de gemeente in brede zin en qua subsidie. Omdat er monumenteigenaren waren (13%), die aangaven wel of misschien interesse te hebben in de huidige subsidieregeling en er voor andere vormen van financiële ondersteuning geen bestuurlijk draagvlak is, kan voor hun financiële ondersteuning de bestaande subsidiemogelijkheid worden open gehouden, zolang er budget is. Zie ook punt 17 wat betreft communicatie.

6. Het opstellen van een specifiek handhavingsbeleid voor erfgoed

In het kader van de evaluatie van het algemene handhavingsbeleid formuleren we specifiek beleid voor de handhaving en het toezicht wat betreft erfgoed. Aandacht verdient daarnaast de omgang met de instandhoudingsplicht van monumenten in de Erfgoedwet.

7. Het benutten van erfgoed in relatie met toerisme en recreatie en subsidie

De actiepunten uit de nota Toerisme en recreatie om erfgoed te benutten, pakken we integraal op (zie par. 6.3 in die nota). Mede in dat kader maken we een document met informatie over de lokale historie voor geïnteresseerden, toeristen en recreanten en als onderdeel van citymarketing. We vertellen en presenteren de verhalen van de historie van onze gemeente op enthousiasmerende, inspirerende wijze, op basis van de lokale historische karakteristieken. Tevens denken we aan een variant voor de jeugd (bezoekers en basisonderwijs). We betrekken daarbij de mogelijkheden om informatie beleefbaar te maken. We onderzoeken of de erfgoedkaart te koppelen is aan een kaart die te gebruiken is voor toerisme en recreatie.

We zoeken samenwerking met externe partijen voor het benutten van kansen die erfgoed biedt, in relatie met toerisme en recreatie en subsidie. Hierbij denken we aan andere partijen, (buur)gemeenten en provincie, die betrokken zijn bij bovenlokale onderwerpen, zoals de Zuiderwaterlinie en de door de provincie te vertellen Verhalen van Brabant (provinciale Beleidskader erfgoed 2016-2020).

8. Erfgoededucatie

We bezien iedere twee jaar of we onze bestaande ondersteuning (subsidie) kunnen continueren op basis van een activiteitenplan. Samen met Cultuurwerft bezien we waar we nog meer op andere manieren kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld via input voor het lesmateriaal voor het primair onderwijs op basis van het erfgoedbeleid en samenwerking met de erfgoedinstanties. We houden daarbij rekening met de provinciale cultuurnota.

9. Actualisatie naar bevind van zaken van welstandsnota, monumentenverordening en verordening op de monumentencommissie

Tenzij er eerder aanleiding voor is, vindt in principe iedere vier jaar een evaluatie plaats van het beleid. Vanwege de Erfgoedwet (per 1-7-2016) volgt er z.s.m. in 2016 een voorstel voor een aanpassing van de monumentenverordening. De algehele evaluatie en aanpassing van de welstandsnota en de verordening op de monumentencommissie koppelen wij vanuit efficiëntie in principe aan de evaluatie van de welstands- en monumentencommissie (zie punt 4), tenzij er aanleiding is voor een eerdere evaluatie.

10. Voortaan alleen de status van gemeentelijk monument toekennen

De monumentenverordening kent de status van gemeentelijk monument (beschermd vanwege exterieure en/of interieure historische waarden) en de status van beeldbepalend pand/zaak (beschermd vanwege vanaf de openbare ruimte zichtbare, beeldbepalende, exterieure historische waarden). De landelijke regelgeving voor vergunningsvrij bouwen kent niet de status van beeldbepalend pand. Voor een eenduidigere behandeling hanteren we voor nieuwe gevallen niet meer de status van beeldbepalend pand/zaak. In plaats daarvan hanteren we hiervoor de status van gemeentelijk monument, waarbij alleen de beeldbepalende, exterieure delen onder de bescherming vallen.

11. Andere beoordelingscriteria voor erfgoedwaarden

De eerdere criteria voor de beoordeling van monumentale waarden blijken in de praktijk niet optimaal te werken. Voor de waardering van erfgoed gaan we daarom voortaan uit van de beoordelingscriteria die het rijk hanteert, aangevuld met een beoordeling van het belang als lokale karakteristiek en identiteitsdrager.

12. Aandacht voor vrij komend of leegstaand erfgoed

We voeren een inventarisatie van vrijkomend of leegstaand erfgoed (diverse categorieën) uit en, mochten erfgoedwaarden bedreigd worden, handelen wij naar bevind van zaken proactief tegen de achtergrond van behoud door ontwikkeling/herbestemming en verruiming van gebruiks-mogelijkheden. Langdurige leegstand leidt doorgaans tot verval, sloop of enorme kostenverhoging. Herbestemming kan daardoor in gevaar komen. In dat kader gaan we de situatie na van religieus erfgoed en overleggen we met eigenaren ervan (kerkbesturen) over instandhouding van religieus erfgoed en eventuele herbestemming.

13. Aanvullende regels voor bepaalde activiteiten in beschermd stadsgezicht

Bij de volgende bestemmingsplanherziening schenken we aandacht aan aanvullende regels voor nu vergunningsvrije activiteiten, zoals de toepassing van een andere kleur voor panden zonder status in het beschermd stadsgezicht. Dit is voor een optimalisering van de gewenste beeldkwaliteit in dit gebied.

14. Regels/richtlijnen voor de toepassing van voorzieningen voor duurzaamheid bij monumenten en voor het belichten van panden in beschermd stadsgezicht en bij monumenten.

Deze regels, mede ter bescherming van monumenten en omgeving, werken we verder uit ter vaststelling door het college.

15. De optie van een parapluplan voor cultuurhistorie

Op zich is het mogelijk om via een paraplu-bestemmingsplan het erfgoed in heel de gemeente juridisch te beschermen. Bij het traject voor het archeologiebeleid (vaststelling gepland in 2017) overwegen we de optie van een parapluplan voor archeologie en cultuurhistorie. Vooralsnog zien we af van zo’n plan, gezien wat al juridisch beschermd is en wordt.

16. Budget voor de uitvoering van erfgoedbeleid

Om slagvaardig en adequaat te kunnen werken, worden de bestaande middelen beschikbaar gesteld voor de financiering van door het college, na advies van de lokale erfgoedinstanties, te bepalen doelen in het kader van de gemeentelijke zorg voor erfgoed. Hiertoe behoren onder meer de acties die voortvloeien uit het uitvoeringsprogramma van de erfgoednota, alsook een continuering van subsidie voor monumenteigenaren. Verder denken we aan nieuwe, onvoorziene gevallen waarin het erfgoedbelang niet via een ander budget kan worden behartigd. Dit budget wordt gevoed uit de reserve monumenten (€ 48.000,-).

17. Communicatie

We optimaliseren de communicatie over erfgoed, ook rekening houdend met de reacties die de monumenteneigenaren voorjaar 2016 hebben gegeven op dit vlak. Op onze nieuwe website wordt erfgoed één van de toptaken.

18. Evaluatie

Iedere twee jaar evalueert het college het erfgoedbeleid en de uitvoering ervan. Dit gebeurt in overleg met de erfgoedinstanties. De resultaten van deze evaluatie brengen we ter kennisname aan de gemeenteraad.

19. Immaterieel erfgoed

Het immateriële erfgoed wordt geïnventariseerd, gewaardeerd en desgewenst beschermd.

Erfgoednota Bijlagen bij deel A30 juni 2016

foto

foto

Erfgoednota

Gemeente Geertruidenberg

Bijlagen bij deel A (30 juni 2016)

foto

foto

foto

Bijlagen

Bijlage 1 Achtergrondinformatie bij deel A 6

Bijlage 2 Schematisch de beleidskaders 25

Bijlage 3 Bronnen 28

Bijlage 4 Lijst van personen die input hebben gegeven 29

Bijlage 5 Informatie over de Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor karakter”

en Modernisering van de monumentenzorg 30

Bijlage 6 Waarderingssystematiek van erfgoed 39

Bijlage 7 Provinciale Beleidskader erfgoed 2016-2020;

de (verbeeldings)kracht van erfgoed. 41

foto

foto

Bijlage 1: Achtergrondinformatie bij deel A

De volgende onderwerpen worden nader besproken.

Hoofdstuk 1: Het huidige beleid 7

  • 1.1. Bovenlokaal 7

    • Monumentenzorg op rijksniveau 7

    • Monumentenzorg op provinciaal niveau 7

  • 1.2 Monumentenzorg op gemeentelijk niveau 8

Hoofdstuk 2: De Geertruidenbergse identiteit 9

  • 2.1 Een ruimere blik op erfgoed 9

  • 2.2 Lokale karakteristieken 10

    2.2.1 Historische kernen 10

    2.2.2 Water 13

    2.2.3 Landschap 13

    2.2.4 Agrarisch erfgoed 13

    2.2.5 Industrie, handel en nijverheid 13

    2.2.6 Religieus en funerair erfgoed 14

    2.2.7 Militair erfgoed 14

    2.2.8 Kunst en cultuur 15

Hoofdstuk 3: Het inventariseren, waarderen, beschermen en in stand houden van erfgoed 16

  • 3.1 Het inventariseren en waarderen van erfgoed 16

  • 3.2 Bescherming 17

  • 3.3 Instandhouding en subsidie 19

Hoofdstuk 4: Integraliteit bij andere gemeentelijke beleidsvelden en taken 20

  • 4.1 Ruimtelijke ordening, culturele planologie en herbestemming 20

  • 4.2 Vergunningverlening (WABO) 21

  • 4.3 Toerisme en recreatie, cultuur en kunst 21

  • 4.4 Archeologie 22

  • 4.5 Inrichting van de openbare ruimte 22

  • 4.6 Toezicht en handhaving 23

Hoofdstuk 5: Informeren, draagvlakverbreding en bevordering van participatie 24

  • 5.1 Overleg met erfgoedinstanties 24

  • 5.2 Informatievoorziening naar monumenteigenaren en andere belanghebbenden 24

  • •.

    5.3 Promoten en stimuleren van evenementen, zoals Open Monumentendag 24

  • 5.4 Erfgoededucatie 24

* Wabo = Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Hoofdstuk 1: Het huidige beleid

1.1. Bovenlokaal

Monumentenzorg op rijksniveau

De gemeente heeft één rijksbeschermd stadsgezicht, nl. de historische kern van Geertruidenberg, en 123 rijksmonumenten.

De zorg voor het cultuurhistorische erfgoed en het toezicht daarop is met name geregeld in de Monumentenwet 1988 en de Wet Ruimtelijke Ordening.

Het Rijk houdt geen toezicht meer op het uitvoeren van wet- en regelgeving en rijksbeleid bij gemeentelijke bestemmingplannen. Dat toezicht ligt nu bij de provincies. Bij grote, ingrijpende ruimtelijke ontwikkeling adviseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alleen nog op verzoek, bijvoorbeeld bij een ingrijpend ruimtelijk plan in een gebied van nationaal belang of in een rijksbeschermd stadsgezicht.

Het omgevingsrecht in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) en het Besluit omgevingsrecht (BOR) regelt de omgevingsvergunning voor activiteiten zoals bouwen, wijzigen van een monument etc. Het BOR geeft aan wat vergunningsvrij is. De rijksdienst adviseert over een omgevingsvergunningaanvraag voor rijksmonumenten in het geval van plannen met een zekere mate van ingrijpendheid.

Doel van de Modernisering van de Monumentenzorg (hierna: MoMo) is het doorvoeren van een aantal veranderingen in de monumentenzorg, namelijk het stimuleren en ondersteunen van gebiedsgericht werken, het belang van cultuurhistorie laten meewegen in de ruimtelijke ordening, het formuleren van een visie op erfgoed en het verminderen van de administratieve lastendruk. Meer informatie hierover in par. 2.3 van deel A van de nota en in bijlage 5.

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) moet bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening worden gehouden met de cultuurhistorische waarden.

Het rijk heeft subsidiemogelijkheden voor erfgoed, met name Brim-subsidie voor rijksmonumenten.

Monumentenzorg op provinciaal niveau

De provincie ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft ze haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW).

Het provinciaal cultuurhistorisch belang hangt nauw samen met het provinciaal ruimtelijk belang, zoals benoemd in de provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening. Het gaat immers om erfgoed dat belangrijk is voor de regionale identiteit. Het is beperkt tot het landelijk gebied, waar de provincie haar belangrijkste taak heeft. De kaartlagen ‘cultuurhistorische vlakken’ en ‘complexen van cultuurhistorisch belang’ zijn ook opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. In deze verordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen; dit betreft de waarden en kenmerken van de cultuurhistorische vlakken.

* BRIM = Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten.

Het college van Gedeputeerde Staten adviseert binnen de vastgestelde cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang. Het college besteedt bij advisering extra aandacht aan monumenten die tot de provinciale zorgcategorieën horen, zoals industrieel erfgoed, religieus erfgoed, molens, kastelen en gebouwen met sociaal-maatschappelijke functies.

De provincie heeft subsidiemogelijkheden voor erfgoed.

1.2 Monumentenzorg op gemeentelijk niveau

Vanaf de invoering van de nieuwe Monumentenwet in 1988 is monumentenzorg gedecentraliseerd van het Rijk naar gemeenten. Deze hebben meer mogelijk - en verantwoordelijkheden gekregen tot het voeren van een eigen monumentenbeleid. Elke gemeente is in principe vrij in het bepalen van het ambitieniveau. Men kan zich enerzijds beperken tot de wettelijke verplichtingen. Anderzijds is er de ruimte om eigen beleid te formuleren.

De gemeente Geertruidenberg heeft zich niet beperkt tot de wettelijke verplichtingen. Het volgende erfgoedbeleid is opgesteld.

  • Bestemmingsplannen

    Zo is het beschermd stadsgezicht beschermd in bestemmingsplan Kom Geertruidenberg 2012. Historische geografie in het buitengebied is beschermd in plan Buitengebied.

  • Welstandsnota (2012)

    Deze nota bevat de welstandscriteria en reclamecriteria waaraan de welstandscommissie en de monumentencommissie (bouw)plannen toetsen. De nota regelt de advisering door de welstandscommissie.

  • Monumentenverordening (2010).

    Hierin is de aanwijzing van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende zaken geregeld, alsook in welke zin voor wijzigingen en sloop van monumenten en beeldbepalende zaken een omgevingsvergunning is vereist.

  • Verordening op de monumentencommissie (2010)

    Deze verordening regelt de advisering door de monumentencommissie.

  • Subsidieverordening leningen voor restauratie (2011).

    Hierin staan de procedure en regels voor het verkrijgen van subsidie voor de restauratie van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende zaken. De subsidie is in de vorm van laagrentende leningen tot € 50.000,-.

  • Lijst van benoemde monumenten/beeldbepalende zaken

    Bebouwing van voor 1940 is beoordeeld op historische waarden en monumenten en beeldbepalende panden tot 1940 zijn benoemd. In 2015 heeft de gemeente 57 gemeentelijke monumenten en 81 beeldbepalende panden. Rijksmonumenten zijn van nationaal belang, gemeentelijke monumenten van lokaal belang.

  • Diverse interne werkwijzen voor integrale afstemming qua monumentenzorg

    Opgesteld voor de ambtelijke afstemming tussen de vakgebieden monumentenzorg en ruimtelijke ontwikkeling en (Wabo)vergunningverlening

  • Concept-archeologiebeleid (b&w-besluit in 2009)

  • Reclamevergunning-eis in APV voor reclame-uitingen in beschermd stadsgezicht

Hoofdstuk 2: De Geertruidenbergse identiteit

2.1 Een ruimere blik op erfgoed.

In deel A van de erfgoednota is de erfgoedvisie beschreven. Daarbij is vermeld: “Door een ruimere blik op erfgoed, via het onderscheiden van karakteristieken in de zin van kernwaarden van de historisch gegroeide lokale identiteit, kunnen historische objecten/elementen in de context van die identiteit worden geplaatst. Dit geeft de nodige richting aan de omgang met erfgoed in al haar facetten.” Dit hoofdstuk licht dit verder toe.

In de Visie erfgoed en ruimte van het rijk, met de titel “Kiezen voor karakter”, staat samengevat:

De gemoderniseerde monumentenzorg is ontwikkelings- en gebiedsgericht en benut de instrumenten van ruimtelijke ordening. Een dergelijke monumentenzorg vraagt om richting en een ruimere blik met meer afstand tot afzonderlijke erfgoedobjecten en -structuren. Deze ruimere blik werkt via karakteriseren: het tot één geheel samenvatten van de meest kenmerkende en aansprekende eigenschappen van onze cultuur van bouwen en land inrichten, die hebben geleid tot een landschap dat we waarderen en waarvan we de geschiedenis willen kunnen blijven lezen. Voor Nederland als geheel kan die blik door vier karakteristieken worden geleid, namelijk waterland, stedenland, kavelland en vrij land. Meer informatie hierover staat in bijlage 5.

Het is van belang om eenzelfde ruimere blik toe te passen op lokaal niveau, omdat die ruimere blik:

  • richting geeft aan de ontwikkelings- en gebiedsgerichte monumentenzorg;

  • van belang is in relatie met het gemeentelijke ambitieniveau, wat betreft het rekening houden met erfgoed in de ruimtelijke ordening en het gebruiken van erfgoed als vertrekpunt en inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkelingen (culturele planologie) en de verdere ontwikkeling van de gemeente;

  • bijdraagt aan een betere waardering van de mate van kenmerkendheid van individuele historische relicten in relatie met keuzes over behoud en bescherming.

Verder vragen diverse (in deel A genoemde) ontwikkelingen, waaronder economische, om meer richting voor de omgang met erfgoed, het stellen van prioriteiten en keuzes om het meest kenmerkende erfgoed dat we aan de volgende generaties willen doorgeven, te beschermen en benutten. Zonder deze richting aan de omgang met erfgoed bestaat het risico van teveel een ad hoc benadering en daardoor van minder goede keuzes. In dit deel B van de erfgoednota beschrijven we de lokale karakteristieken en de context van de lokale geschiedenis.

Hieronder duiden we in hoofdlijnen aan welke lokale karakteristieken te onderscheiden zijn:

  • 1 Historische kernen

  • 2 Water

  • 3 Landschap

  • 4 Agrarisch erfgoed

  • 5 Industrie, handel en nijverheid

  • 6 Religieus en funerair erfgoed

  • 7 Militair erfgoed

  • 8 Kunst en cultuur

2.2. De lokale karakteristieken

2.2.1 Historische kernen

foto

De Geertruidskerk aan de Markt in de vestingstad

Geertruidenberg

Geertruidenberg is een oude vestingstad waaraan in 1213 stadsrechten werden verleend. In de late middeleeuwen was de stad een bloeiend handelscentrum. In de veertiende eeuw verrezen de stadsmuren en het Kasteel van Geertruidenberg, in de vijftiende en zestiende eeuw kwamen de vestingwerken en in de achttiende eeuw werd Geertruidenberg een garnizoenstad (tot circa 1963).

Heden ten dage bevinden zich in de historische kern van de stad nog vele fraaie monumentale panden, onder meer uit de late middeleeuwen, welke op de Rijks- en Gemeentelijke Monumentenlijsten staan. De meeste panden bevinden zich aan de schitterende Markt. De vestingstad is een Rijksbeschermd stadsgezicht, waarvan behalve de oude kom, de vestingwerken met aarden wallen en dubbele grachtengordel deel uitmaken.

foto

De muziekkiosk aan het Heereplein te Raamsdonksveer

Raamsdonksveer

Raamsdonksveer is ontstaan uit een middeleeuwse parochie waarvan de naam voor het eerst in 1273 als “Dunc” in akten voorkomt. In de loop der eeuwen ontstonden twee kernen Raamsdonk en Raamsdonksveer. In het “Veer” woonden voornamelijk schippers, vissers, polder- en griendwerkers.

Raamsdonksveer is in de loop der jaren veranderd van een veelal landbouw georiënteerde plaats tot een industriële plaats. Dit dynamische dorp heeft diverse beeldbepalende panden en resten uit het verleden, met name rondom de Haven en het Heereplein en aan de Grote Kerkstraat en Sandoel.

foto

De St.Bavokerk aan het Kerkplein te Raamsdonk

Raamsdonk

Raamsdonk was een deel van een middeleeuwse parochie waarvan de naam voor het eerst in 1273 als “Dunc” in de akten genoemd wordt. Door de eeuwen heen ontwikkelde Raamsdonk zich tot een lintdorp dat voornamelijk op de landbouw is gericht.

Er zijn nog vele markante Langstraat boerderijen te bewonderen aan de historische linten. Tevens bevindt zich hier de fraaie Lambertuskerk (12e eeuw) en het authentieke dorpsplein (Kerkplein), waaraan diverse monumenten staan, zoals de voorname r.k. St. Bavokerk.

Tastbare relicten onder meer

Diverse monumenten in de drie kernen:

Het tracé en de relicten van de voormalige Langstraatspoorlijn in de drie kernen

  • -

    Geertruidenberg: Historische vestingstad met vestingwerken, stadswallen en vele monumenten (rijksbeschermd stadsgezicht sinds 1970).

  • -

    Raamsdonksveer: Historisch lint van de Kloosterhoeve noordwaarts via Sandoel, Grote Kerkstraat naar de Julianalaan.

    De Napoleonroute (via de Wilhelminalaan, Keizersdijk naar de Maasdijk).

  • -

    Raamsdonk: Organische gegroeide lintbebouwing met een duidelijk herkenbaar historisch hart.

    Typische Langstraat boerderijen.

    Het authentieke dorpsplein (Kerkplein), waaraan diverse monumenten staan, waaronder de St. Bavokerk.

2.2.2 Water

Water is sterk aanwezig in de gemeente: de Donge, Bergsche Maas en de ligging aan de Biesbosch. De aanwezigheid van water is in belangrijke mate bepalend voor de lokale geschiedenis. Hierbij valt te denken aan de betekenis voor de bewoningsgeschiedenis, de betekenis voor handel, industrie en nijverheid en de militaire betekenis. Alle drie de kernen hebben een haven gehad: aan de Haven in Geertruidenberg, aan de Haven/Heereplein in Raamsdonksveer en aan de Oude Melkhaven te Raamsdonk. De binding met het water heeft er voor gezorgd dat Raamsdonksveer ooit één van de grootste schippersdorpen van Nederland was.

Tastbare relicten onder meer

  • (Restanten van) de scheepswerven aan de Donge.

  • Relicten die herinneren aan de havens.

  • Watersnoodwoningen (1953) in Raamsdonksveer en Raamsdonk.

2.2.3 Landschap

Met name het slagenlandschap met de daarbij behorende openheid in Raamsdonk is nog goed herkenbaar. Op diverse plekken in de gemeente zijn historische landschapselementen te vinden, zoals hoogte-elementen (met woonfunctie), dijken, wielen, oude wegen en monumentale bomen.

2.2.4 Agrarisch erfgoed

foto Hierbij zijn met name de historische (Langstraat)boerderijen aan de historische linten van Raamsdonk te noemen en de verkavelingsstructuur (slagenlandschap) in Raamsdonk.

2.2.5 Industrie, handel en nijverheid

De gemeente heeft een lange en rijke geschiedenis wat betreft electriciteitscentrales. Begin 1900 werden twee electriciteitscentrales opgericht aan de Oosterhoutseweg, de ene voor de lokale energievoorziening en de andere voor de bemaling van de polders. In 1919 werd de Dongecentrale opgericht en in 1951 de Amercentrale, beide met een belangrijke betekenis voor de provinciale energievoorziening. De Dongecentrale was de eerste provinciale electriciteitscentrale (PNEM).

foto foto

Tussen 1886 en 1890 werd tussen Den Bosch en Lage Zwaluwe de Langstraatspoorlijn aangelegd. Geertruidenberg kreeg een aanzienlijk stationsgebouw, met als enige in Nederland, gebouwd met kantelen en een enorm emplacement, voor het militair vervoer en toeleveringen aan de industrie. De enkelsporige lijn werd vooral gebruikt door de lederindustrie (in de Langstraat) en daarom in de volksmond de Halve Zolenlijn genoemd. De spoorlijn is functioneel in 1971 opgeheven. Vanaf 1988 is vanuit de oostelijke Langstraat het tracé nieuw leven ingeblazen als een toeristisch en recreatief veilig fietstraject tot aan Raamsdonk. De uitgereikte Europa Nostra Award in 2013 bevestigt de grote cultuurhistorische waarde van deze spoorlijn.

Verder zijn de verschillende scheepswerven langs de Donge (vanaf begin 1900) te noemen en de daaraan gerelateerde bedrijven, zoals voor het inbouwen en repareren van scheepsmachines en het leveren van stookolie.

foto Tastbare relicten onder meer

Tracé en restanten van de voormalige Langstraatspoorlijn in de drie kernen, waaronder de draaibare spoorbrug over de Donge, een wachterswoning en een perron in Raamsdonk en een wachterswoning in Raamsdonksveer.

- Geertruidenberg: Dongecentrale-complex

- Raamsdonksveer: (restanten van) scheepswerven, twee electriciteitscentrales, molen en watertoren

2.2.6 Religieus en funerair erfgoed

In de zich ontwikkelende nederzettingen in het gemeentelijke grondgebied ontstond de behoefte aan een religieuze ontmoetingsplek. Men begon kerken te bouwen. Elke historische kern beschikt over minimaal één kerk, al dan niet met pastorie. Naast esthetische en cultuurhistorische waarden heeft religieus erfgoed ook symbolische en spirituele lading. Religie heeft een specifieke plaats in onze maatschappij; vroeger nadrukkelijker aanwezig dan nu. Kerken, pastorieën en ander religieus erfgoed worden gewaardeerd als essentiële beelddragers van een stad of dorp, van groot belang voor de lokale identiteit.

foto

Nauw verweven met het religieus erfgoed is het funerair erfgoed. Funerair erfgoed is erfgoed dat te maken heeft met de dood of een begrafenis. Begraafplaatsen zijn bijzondere uitingen van onze houding tegenover het levenseinde en omgang met de menselijke sterfelijkheid. Graven, grafstenen, grafschriften en symbolen verwijzen naar de plaats die individuen en groepen in de samenleving hebben ingenomen.

Tastbare relicten onder meer

De kerken en begraafplaatsen in de drie kernen, het klooster en pastorie in Raamsdonk.

2.2.7 Militair erfgoed

Van de Middeleeuwen tot de ontmanteling van de vesting in 1911 speelde Geertruidenberg een militaire rol. Dit militaire verleden is op verschillende plaatsen terug te vinden in de huidige stad. Direct in het oog springend, de vestingwerken, de Marktkazerne met Hoofdwacht, het wachtgebouw aan het Wouter Mulders Plein, de Havenkazerne, het Arsenaal, het Kruithuis, maar ook de voormalige affuitloods aan de Markt, de voormalige geweerloods aan de Haven en het Kasteel van Geertruidenberg aan het Wilhelminaplein. Geertruidenberg maakte deel uit de zeventiende eeuwse Zuiderwaterlinie, die zich uitstrekt van Bergen op Zoom tot Grave met het doel de doortocht van vijandelijke groepen naar het noorden te verhinderen.

foto

Tastbare relicten onder meer

- Geertruidenberg: vestingwerken, militaire gebouwen, zoals de Marktkazerne en het arsenaal

- Raamsdonksveer: Fort Lunet

2.2.8 Kunst en cultuur

Cultuur gaat over het delen van (creatieve) uitdrukkingsvormen, kennis, ervaringen en meningen. Cultuur is noodzakelijk voor de vorming van onze identiteit, voor de ontplooiing van mensen en voor de ontwikkeling van creativiteit. Cultuur verbindt, verrijkt ons, biedt schoonheid en geeft inspiratie en bezieling. Belangrijk voor de cultuur zijn onder meer: materieel erfgoed, immaterieel erfgoed (voorstellingen, sociale gewoonten, rituelen, tradities, (taal)uitdrukkingen, muziek en verhalen), media, letteren, bibliotheken, musea en kunsten.

Lokaal valt hierbij te denken aan:

  • De lokale geschiedenis en volksverhalen

  • Kunstobjecten in de gemeente

  • Vestingfeesten

  • Plaatselijk dialect

  • Lokale dichters en schilders (zie www.erfgoedopdekaart.nl)

  • Straatnamen, toponiemen die verwijzen naar de historie

  • Historische pandnamen

foto foto Twidde Fèrs Dikteej 2013: de mensen op deze foto hebben toestemming gegeven voor publicatie.

Hoofdstuk 3: Het inventariseren, waarderen, beschermen en in stand houden van erfgoed

3.1 Het inventariseren en waarderen van erfgoed

De basis van erfgoedbeleid is weten wat er aan erfgoedwaarden aanwezig is. Hiervoor zijn een goede inventarisatie, beschrijving en waardering van die waarden van belang. Al veel erfgoedwaarden zijn beschreven, gewaardeerd en juridisch beschermd. Bebouwing van 1940 is gewaardeerd, wat heeft geresulteerd in een groot aantal aangewezen monumenten. Verder is erfgoed al beschermd via bestemmingsplannen (zoals het beschermd stadsgezicht) en de welstandsnota.

Vervolgaanpak

Aanvullende inventarisatie en waardering van erfgoed is gewenst, omdat er nog andere relevante historische objecten en elementen zijn. Dit betreft onder meer zaken die zijn aangedragen door de lokale erfgoedinstanties. Hierbij valt te denken aan de panden uit de wederopbouwperiode (1940-1965), historische landschapselementen, funerair erfgoed en “kleine monumenten”, de wat kleinere historische objecten. Een deel van deze objecten zal een onderzoek op locatie en in het veld vergen, in samenwerking met de lokale erfgoedinstanties. Deze zaken zullen verder worden verder uitgewerkt als onderdeel van deel B van de nota. De waarden zullen op de erfgoedkaart worden aangeduid en worden beschreven. Na waardering zal een afweging volgen over juridische bescherming hiervan.

foto

De ontwikkelingen, vermeld in deel A van de erfgoednota, kunnen nopen tot het stellen van prioriteiten en het richten van onze aandacht op het meest waardevolle en kenmerkende erfgoed. Verder is het zo dat we niet alles kunnen behouden. In de toekomst kunnen zich dus omstandigheden voordoen, waarbij andere belangen concurreren met die van monumentenzorg. In dat geval dient het belang van monumentenzorg niet alleen te worden bezien vanuit de waarde van het individuele object/element, maar ook binnen de context van de karakteristieken uit hoofdstuk 2.

Waarderingsmethode

Vanaf circa 2000 hanteert de gemeente voor de waardering van een monumentenstatus een set van beoordelingscriteria. In de praktijk blijkt deze set niet meer optimaal te werken. Hierbij speelt dat juridische bescherming van erfgoedwaarden in bepaalde gevallen beter is via het bestemmingsplan dan via een monumentenstatus. Er werken daarom voortaan met de waarderingstandaard die de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed heeft ontwikkeld, aangevuld met een waardering van het object/element in relatie tot de bedoelde lokale karakteristieken (waarderingscijfer van 1 t/m 10). Zie bijlage 6. Dit biedt ons een goed kader voor de waardering van erfgoed, waarbij de monumenten-commissie adviseert. Bij deze waardering zijn ook de mate van zichtbaarheid en beleefbaarheid van belang, alsook ook de leesbaarheid van de geschiedenis(perioden) van de kernen.

3.2 Bescherming

Er is veel erfgoed juridisch beschermd, maar aanvullende bescherming van erfgoed is gewenst.

Algemeen

Als een object/element voldoende erfgoedwaarde heeft om voor bescherming in aanmerking te komen, gaan we na op welke wijze we deze waarde het best juridisch kunnen beschermen. Dit vergt maatwerk.

Instrumenten voor juridische bescherming van erfgoed:

  • 1.

    Via borging via ruimtelijke ordening en in het bestemmingsplan;

  • 2.

    Via een aanwijzing tot gemeentelijk monument;

  • 3.

    Via een aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht;

  • 4.

    Via de welstandsnota en de toets door welstands- en monumentencommissie;

  • 5.

    Via een overeenkomst.

Bij 1: Via borging via de ruimtelijke ordening en in het bestemmingsplan

Dit betreft ten eerste dat we in de ruimtelijke ordening, bij bestemmingsplan en projectbesluit, rekening houden houden met erfgoed.

Er is een onderscheid tussen waardevast en waardevol erfgoed. Waardevast erfgoed geniet al bescherming op basis van monumentwetgeving (monumenten) en hoeven we niet te beschermen in het bestemmingsplan. Aanduiding ervan in het bestemmingsplan is wel van belang voor de attentiewaarde en ensemblevorming. Waardevol zijn elementen die wel van belang zijn voor de cultuurhistorie, maar niet beschermd zijn op basis van de monumentenwetgeving. De geëigende manier om waardevol erfgoed te beschermen is via het bestemmingsplan. Dit kan op verschillende manieren (bestemming, dubbelbestemming en aanduiding) en tot verschillende niveau’s. Hiervoor verwijzen we naar paragraaf 4.1.

Bij 2: Via een aanwijzing tot gemeentelijk monument

Basis is de monumentenverordening. Relevante wijzigingen en sloop zijn verbonden aan een omgevingsvergunningsplicht, waarbij we de monumentencommissie om advies vragen of het plan aanvaardbaar is in relatie tot de erfgoedwaarden.

Bij 3: Via een aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht

Een gebied met daarin monumenten kunnen we op basis van de monumentenverordening beschermen als beschermd stads- of dorpsgezicht. Het betreft bescherming tegen sloop van bebouwing en tegen wijzigen van onroerende zaken, geen bouwwerken zijnde, waaronder verhardingen. Die bescherming moet gevolgd worden door bescherming via een bestemmingsplan.

Bij 4: Via de welstandsnota en de toets door welstands- en monumentencommissie

Op basis van de welstandscriteria in de welstandsnota toetsen we, uitgaande van de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, of de verschijningsvorm en plaatsing van een bouwwerk aanvaard-baar is in relatie met de gewenste kwaliteit van de gebouwde omgeving. De nota bevat ook reclamecriteria.Voor historisch waardevolle gebieden en objecten geldt een uitgebreide toets.

Hierbij melden we nog het beeldkwaliteitsplan, dat voor een specifieke ontwikkeling/gebied is opgesteld, als voorwaarde voor een planologische medewerking.

Bij 5: Via een overeenkomst

Afspraken voor de bescherming van erfgoed kunnen in bepaalde gevallen passend zijn, bijvoorbeeld (aanvullend) in het kader van de medewerking door de gemeente aan een planologische procedure voor medewerking aan een ruimtelijke ontwikkeling of in een privaatrechtelijke overeenkomst over gemeentelijk eigendom.

Strategie

Hier volgt de strategie voor verdere juridische bescherming van erfgoed.

  • 1.

    De bekende en aanvullende historische objecten en elementen nemen we op de erfgoedkaart en in de beschrijvingen ervan in deel B van de nota op. In het kader van ruimtelijke ordening (bij bestemmingsplan en afwijkingsbesluit) (cluster Beleid/RO) en bij de inrichting van de openbare ruimte (cluster Buitenruimte) houden we rekening met deze historische objecten/elementen en waarden. Als voorbereiding op (grootschalige) ruimtelijke ingrepen vindt inventarisatie en waardering van het gehele erfgoed plaats. Daarbij zijn vooral de identiteitsdragers van belang. Bij de ontwikkeling behouden en versterken we de bestaande identiteitsdragers. In aansluiting hierop willen we het authentieke dorpsplein aan het Kerkplein te Raamsdonk bij de eerstvolgende herziening bestemmingsplanmatig beschermen.

  • 2.

    Als we een object/element van voldoende waarde achten om in aanmerking te komen voor verdere juridische bescherming, wordt het instrument hiertoe gekozen. Dit vergt maatwerk.

De algemene lijn hierbij is als volgt:

  • Als erfgoedwaarden voldoende worden geborgd via een toets aan de welstandscriteria of beeldkwaliteitsplan in het kader van de vergunningaanvraag voor plannen voor bouwen of een reclame-uiting, vindt bescherming plaats via de welstandsnota.

  • Als erfgoedwaarden dusdanig hoog zijn bij een individueel object dat (naast sloop) relevante wijzigingen slechts mogelijk moeten zijn na een toets of de concreet beschreven waarden (redengevende omschrijving) voldoende worden gerespecteerd, ligt een status van gemeentelijk monument voor de hand.

  • In andere gevallen waarin erfgoedwaarden zo hoog zijn dat (naast sloop) relevante wijzigingen slechts moeten mogelijk zijn na een toets of erfgoedwaarden voldoende worden gerespecteerd, beschermen we deze erfgoedwaarden via het bestemmingsplan. Dit is dan van toepassing voor die elementen die het meest kenmerkend en een afspiegeling van de identiteit van het gebied zijn.

  • 3.

    Mede gezien de wenselijkheid om de lokale historische identiteit te benutten en te versterken door voormelde maatschappelijke belangen, is het passend om bij de aanvang van (ruimtelijke) planvorming bewust en verantwoord stil te staan bij de optie van het toepassen van culturele planologie, dus het nemen van erfgoed als vertrekpunt en inspiratiebron voor plannen. Dit geldt ook voor de optie van behoud van erfgoed door ontwikkeling/herbestemming. Meer hierover in paragraaf 4.1.

Op zich is het mogelijk om via een paraplu-bestemmingsplan het erfgoed in heel onze gemeente juridisch te beschermen. Het is dan van belang om de inventarisatie, beschrijving en waardering van het erfgoed zoveel mogelijk compleet te hebben. Momenteel zijn er niet veel gemeenten met zo’n plan. En die er zijn, zijn gekoppeld aan bescherming van archeologie. Veelal wordt de bescherming meegenomen in de reguliere herziening van bestemmingsplan om de 10 jaar. Bij het traject voor het archeologiebeleid (vaststelling gepland in 2017) overwegen we de optie van een parapluplan voor archeologie en cultuurhistorie nader. Vooralsnog zien we af van zo’n plan, gezien wat al juridisch beschermd is en wordt.

Bij de volgende bestemmingsplanherziening schenken we aandacht aan aanvullende regels voor nu vergunningsvrije activiteiten, zoals de toepassing van een andere kleur voor panden zonder status in het beschermd stadsgezicht. Dit is voor een optimalisering van de gewenste beeldkwaliteit in dit gebied.

De status van gemeentelijk monument

De monumentenverordening kent de status van gemeentelijk monument (beschermd vanwege exterieure en/of interieure historische waarden) en de status van beeldbepalend pand/zaak (beschermd vanwege vanaf de openbare ruimte zichtbare, beeldbepalende, exterieure historische waarden). De landelijke regelgeving voor vergunningsvrij bouwen kent niet de status van beeldbepalend pand. Voor een eenduidigere behandeling willen we daarom voor nieuwe gevallen niet meer de status van beeldbepalend pand/zaak hanteren. In plaats daarvan hanteren we hiervoor de status van gemeentelijk monument, waarbij alleen de beeldbepalende, exterieure delen onder de bescherming vallen.

De welstandscommissie en de monumentencommissie

De gemeente werkt al jaren met deze twee commissies. De monumentencommissie toetst aan welstandscriteria en historische waarden voor bouwplannen in de in de welstandsnota aangeduide historische gebieden en voor plannen aangaande monumenten. De welstandscommissie toetst de bouwplannen in de andere gebieden. De monumentencommissie toetst restauratieplannen aan de erfgoedwaarden. Daarbij is het uitgangspunt advisering tot behoud. Vernieuwing of een ander gebruik kan in voorkomende gevallen aan de orde zijn als deze nodig zijn voor het voortbestaan van het monument.

De omgevingswet treedt op zijn vroegst in 2018 in werking. Daarbij wordt mogelijk de verplichte monumentencommissie verruimd tot gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit, zodat met een bredere blik naar kwaliteit van de leefomgeving kan worden gekeken. Die adviescommissie behoeft zich dan niet te beperken tot adviezen over de monumentenzorg, maar kan van de gemeente ook een bredere, integrale opdracht krijgen. Uiteraard moeten wel enkele leden van deze commissie expert zijn op het gebied van de monumentenzorg.

Gezien Momo, de ontwikkelings- en gebiedsgerichte monumentenzorg, de integraliteit met ruimtelijke ordening (culturele planologie) en de voordelen van een bredere deskundigheid van de commissie, maar ook vanuit efficiëntie bevelen we één commissie ruimtelijke kwaliteit aan. Een voorstel hiertoe ontvangt de gemeenteraad na evaluatie van de commissie en na voldoende duidelijkheid over de inhoud van de Omgevingswet.

3.3 Instandhouding en subsidie

Veel monumenten zijn het bezit van een particuliere eigenaar. Instandhouding van deze monumenten is primair een verantwoordelijkheid van die eigenaar. Zowel het rijk, de provincie als de gemeente hebben subsidiemogelijkheden voor erfgoed, waaronder die voor instandhouding.

De zorg voor gebouwde rijksmonumenten kan financieel worden ondersteund vanuit verschillende bronnen: subsidie (zowel voor regulier onderhoud (Brim-subsidie) als voor het wegwerken van achterstallig onderhoud), fiscale aftrek en een laag rentende Restauratiefonds-hypotheek.

Geertruidenberg heeft sinds 2003 een regeling voor subsidie voor restauratie van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden via een laagrentende lening tot € 50.000,-. Er is zeer weinig animo voor de lening en sinds 2007 zijn geen leningen meer verstrekt. Voorjaar 2016 zijn de monumenteneigenaren geraadpleegd over ondersteuning van hen door de gemeente in brede zin en qua subsidie. Omdat er monumenteigenaren waren (13%), die aangaven wel of misschien interesse te hebben in de huidige subsidieregeling en er voor andere vormen van financiële ondersteuning geen bestuurlijk draagvlak is, kan voor hun financiële ondersteuning de bestaande subsidiemogelijkheid worden open gehouden, zolang er budget is.

Verder heeft de gemeente een taak voor de instandhouding van de eigen historische objecten en elementen.

Hoofdstuk 4: Integraliteit bij andere gemeentelijke beleidsvelden en taken

Erfgoed raakt ook andere gemeentelijke beleids- en/of taakvelden: ruimtelijke ordening, economische zaken, toerisme en recreatie en cultuureducatie (cluster Beleid), (omgevings)vergunningverlening (cluster Gemeentewinkel), toezicht en handhaving en gemeentelijke taken in de openbare ruimte (cluster Buitenruimte). Het is nodig dat we ook bij deze andere beleids- en taakvelden goed rekening houden met erfgoed. Dit zowel vanuit het oogpunt van bescherming van erfgoed als vanuit het oogpunt van het benutten van kansen, onder andere in relatie met het beleefbaar maken en versterken van erfgoed en identiteitsdragers. De integrale samenwerking hierbij wordt verder verankerd in de gemeentelijke organisatie (via nader af te spreken ambtelijke werkwijzen).

4.1 Ruimtelijke ordening, culturele planologie en herbestemming

Voor de integrale samenwerking tussen ruimtelijke ordening en monumentenzorg zijn interne afspraken gemaakt.

Rekening houden met erfgoed in de ruimtelijke ordening

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) moet in een bestemmingsplan in een toelichting staan: een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Deze eis is overeenkomstig van toepassing voor de ruimtelijke onderbouwing van een projectbesluit (art. 5.20 Besluit omgevingsrecht). Dat betekent dat we als gemeente een analyse moeten maken van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan moeten verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Hoe en op welk niveau de gemeente rekening houdt met erfgoed valt onder de beleidsvrijheid van de gemeente.

De regeling, die voortvloeit uit de Momo, beoogt een verandering in de manier van denken: cultureel erfgoed als belangrijke factor en kans in ruimtelijke ontwikkelingen (beleefbaar maken van cultuurhistorie). Wat betreft kansen is te denken aan de mogelijkheid dat erfgoed een ontwerp voor een ruimtelijke plan verbetert en culturele planologie.

Culturele planologie en herbestemming

Het werkveld van de planologie omvat het ordenen en inrichten van de ruimte, van de cultuurland-schappen van Nederland. Deze cultuurlandschappen, die kenmerkend zijn voor Nederland, staan onder grote druk door de vele planologische ontwikkelingen op het gebied van de infrastructuur, woningbouw en recreatie, en door schaalvergrotingen in de landbouw. In het vakgebied van de culturele planologie wordt geprobeerd bij de ordening en inrichting van de ruimte in grote mate rekening te houden met cultuur en cultuurhistorie.

Dit vertaalt zich erin dat de culturele planologie haar ruimtelijk-economische visie op het ordenen en inrichten van de ruimte zoveel mogelijk probeert te koppelen aan een ruimtelijk-culturele visie. Een visie die mede wordt bepaald door het inbrengen van cultuuractoren zoals (landschaps)architecten, kunstenaars, erfgoedspecialisten, historici, andere vormgevers en ook burgers en cultuurfactoren zoals verhalen van mensen, de geschiedenis van de plek, de in een gebied aanwezige gebouwde en landschappelijke monumenten, tradities en gebruiken, bij de ruimtelijke inrichting. Deze actoren en factoren kunnen de basis leggen voor nieuwe, geïntegreerde ontwikkelingen.

Culturele planologie is geïntroduceerd in de Cultuurnota 2001-2004 en verder geïntegreerd in erfgoedbeleid met de Nota Belvedere met de strategie van ‘behoud door ontwikkeling’.

Het idee van ontwikkeling van de monumentenzorg is gemeengoed geworden door de nota Belvedere. Hierin wordt immers gesteld dat behoud van ons erfgoed dient te gebeuren in combinatie met ontwikkeling: behoud door ontwikkeling. De uitwerking ervan is met de afronding van het Belvederebeleid echter niet volledig. In MoMo dient dit beleid daadwerkelijk verankerd te worden in de denkwijzen van alle partijen die te maken met cultuurhistorie. Dit gebeurt door voorwaarden te stellen aan het beleid van gemeenten en professionele partijen in de monumentenzorg, en door de nadruk te leggen op maatschappelijke vraagstukken, functies en waarden van monumenten en de monumentale omgeving. Het inzetten op ontwikkeling binnen de monumentenzorg kan een boost geven aan de inbedding ervan in de ruimtelijke ordening.

[1] De Nota Belvedere is een Nederlandse beleidsnota over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting. De nota is in de zomer van 1999 uitgebracht en ondertekend door vier ministeries: de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Verkeer en Waterstaat. De doelstelling van de nota is de cultuurhistorische waarde meer prioriteit te geven bij de inrichting van Nederland.

4.2 Vergunningverlening (WABO)

Voor de integrale samenwerking tussen monumentenzorg en (wabo)vergunningverlening zijn interne afspraken gemaakt.

4.3 Toerisme en recreatie, cultuur en kunst

In december 2015 stelde de gemeenteraad de visie Toerisme & Recreatie vast. Diverse onderdelen van deze visie hebben raakvlakken met erfgoed.

Uit deze visie: “De gemeente stelt zich ten doel de toeristisch-recreatieve werkgelegenheid op langere termijn te verdubbelen en een groei van 25% te realiseren in de periode tot 2020. (..)

Om de ambitie te realiseren, is het belangrijk dat de gemeente beter op de toeristische kaart wordt gezet. Keuzes in profilering en doelgroep moeten worden gemaakt en het merk van de gemeente Geertruidenberg moet worden ingevuld. Op deze wijze wordt het voor de bezoeker duidelijker waar Geertruidenberg voor staat, wordt de kwaliteit van het toeristisch product verhoogd en kan de marketing op een meer efficiënte wijze worden opgepakt.

De gemeente kiest er voor zich naar buiten toe te presenteren als ‘Geertruidenberg, Vestingstad aan De Biesbosch’. De onderscheidende kwaliteiten van de gemeente komen hierin naar voren: de aan de Bergsche Maas en Donge gelegen historische vestingstad Geertruidenberg en de nabijheid van de Biesbosch. Deze elementen vormen de basis van het verhaal waarmee Geertruidenberg zich op de kaart gaat zetten en de bezoekers van buitenaf wil aantrekken. Vervolgens is het van belang ook de andere kwaliteiten van de gemeente volop in de etalage te plaatsen. Met Raamsdonk (het dorpse, cultuurrijke en landelijke karakter) en Raamsdonksveer (levendig met meer stedelijke allure en bedrijvigheid aan het water) heeft de gemeente een mooie variatie aan mogelijkheden te bieden.

Het verhaal van Geertruidenberg kent meerdere hoofdstukken. In de eerste plaats is daar natuurlijk de historie van de strijd (grensplaats en garnizoenstad), maar ook met de handel (relatie met de Biesbosch) en nijverheid (relatie met de Raamsdonksveer, Langstraat en huidige (watergebonden) bedrijvigheid) zijn interessante hoofdstukken. De industriële geschiedenis, met in het bijzonder energie-opwekking door de tijd heen, is onderdeel van het verhaal van Geertruidenberg. Het in de economische visie aangegeven thema energie kan ook op het gebied van toerisme worden ingevuld (elektrisch varen en fietsen, openstelling en benutting centrales, edutainment en duurzame energie).”

4.4 Archeologie

Sinds 2009 werken we met beleidsuitgangs-punten voor de omgang met archeologie op basis van de archeologische (verwachtings) waardenkaart. Met deze uitgangspunten houden we rekening bij bestemmingsplannen en afwijkingsbesluiten. Archeologie is voor de historische kern Geertruidenberg beschermd in het bestemmingsplan Kom Geertruidenberg 2012. De archeologische (verwachtings) waardenkaart is begin 2016 geactualiseerd. Door de verbanden, die er kunnen zijn tussen bovengronds en ondergronds erfgoed, is deze kaart ook waardevol voor de aanvullende duiding van de historische context van een bovengronds historisch object/element. Vanaf 2016 werken we het archeologiebeleid verder uit, zodanig dat het integraal onderdeel uitmaakt van het gemeentelijke erfgoedbeleid.

foto

4.5 Inrichting van de openbare ruimte

We houden bij de inrichting van de openbare ruimte rekening met erfgoedwaarden. Dit borgen we met name via de omgevingsvergunningseis en het bestemmingsplan. Hierbij kunt u denken aan het beschermd stadsgezicht waar dubbelbestemmingen cultuurhistorie en archeologie gelden.

Bepaalde bouwwerken/objecten, bijvoorbeeld voor openbaar nut zoals straatmeubilair e.d., zijn op grond van landelijke regelgeving (BOR) vergunningsvrij, ook in het beschermd stadsgezicht. Bij de plaatsing door/via de gemeente van zo’n vergunningsvrij object in beschermd stadsgezicht of in de nabijheid van een object of element van historische waarde, zoals een monument, is het nodig om zorgvuldig om te gaan met erfgoedwaarden. Om ervoor te zorgen dat dit altijd gebeurt, is het nodig om de integrale samenwerking tussen de betrokken vakgebieden te verbeteren.

4.6 Toezicht en handhaving

De drie kernactiviteiten van toezicht zijn informatie verzamelen, oordelen en ingrijpen. Handhaving begint als de regels niet goed worden nageleefd en de toezichthouder ingrijpen noodzakelijk vindt. Het toezicht op de naleving van wetten en regels kan verschillende vormen aannemen. Zo kan onderscheid worden gemaakt tussen eerste- en tweedelijnstoezicht en tussen preventief en repressief toezicht.

Kader hiervoor is de Integrale handhavingsnota Geertruidenberg, Zichtbaarder handhaven 2010-2014. Toezicht op en handhaving van erfgoed valt hierbij onder toezicht en handhaving bouwen en is verder niet specifiek geregeld.

In het kader van de evaluatie van het algemene handhavingsbeleid (vanaf 2016) formuleren we specifiek beleid voor de handhaving van en het toezicht op erfgoed. Dit vinden we belangrijk, gelet het specifieke karakter van erfgoed en de waarde ervan. Aandacht verdient ook de omgang met de instandhoudingsplicht van monumenten in de Erfgoedwet. Zie par. 2.3 van deel A.

Hoofdstuk 5: Informeren, draagvlakverbreding en bevordering van participatie

5.1 Overleg met erfgoedinstanties

Met de lokale erfgoedinstanties vindt twee keer per jaar regulier overleg plaats over monumenten-zorg. Als er concrete projecten zijn die erfgoed rake, worden naar bevind van zaken deze instanties betrokken, voor hun advies.

5.2 Informatievoorziening naar monumenteigenaren en andere belanghebbenden

Er staat de nodige informatie over monumentenzorg op de gemeentelijke website. Voor mensen met (bouw)plannen, onder andere over monumenten en in het beschermd stadsgezicht, wordt vooroverleg gestimuleerd. Voor alle mogelijke vragen over monumentenzorg is de beleidsmedewerker monumentenzorg contactpersoon.

We evalueren met monumenteigenaren over hun ondersteuning aan de gemeente in brede zin, waaronder de informatieverstrekking.

5.3 Promoten en stimuleren van evenementen, zoals Open Monumentendag

De actiepunten uit de nota Toerisme & Recreatie om erfgoed te benutten pakken we integraal op (zie par. 6.3 in die nota). Mede in dat kader maken we een document met informatie over de lokale historie voor geïnteresseerden, toeristen en recreanten en als onderdeel van citymarketing. De vorm hiervan bekijken we nog. We vertellen en presenteren hierin de verhalen van de historie van de gemeente op enthousiasmerende, inspirerende wijze, op basis van de lokale historische karakteristieken. Tevens denken we aan een variant voor de jeugd (bezoekers en basisonderwijs). Ook mogelijkheden om informatie beleefbaar te maken betrekken we hierbij. We bezien of de erfgoedkaart te koppelen is aan een kaart die te gebruiken is voor toerisme en recreatie.

We zoeken samenwerking met externe partijen voor het benutten van kansen die erfgoed biedt, in relatie met toerisme en recreatie en subsidie. Hierbij denken we aan andere partijen, (buur)gemeenten en provincie, die betrokken zijn bij bovenlokale onderwerpen, zoals de Zuiderwaterlinie en de door de provincie te vertellen Verhalen van Brabant (provinciale Beleidskader erfgoed 2016-2020).

Er werken in- en extern samen voor de realisering van de actiepunten in relatie met erfgoed uit de nota Toerisme & Recreatie (zie par. 6.3 daarvan).

We contineren de ondersteuning van de nationale Open Monumentendag door de gemeente. We bezien of we onze betrokkenheid kunnen verbeteren voor meer stimulans.

5.4 Erfgoededucatie

We bezien tweejaarlijks of onze bestaande ondersteuning (subsidie) kunnen continueren op basis van een actueel activiteitenplan. Samen met Cultuurwerft bezien we waar we nog meer op andere manieren kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld via input voor het lesmateriaal voor het primair onderwijs op basis van het erfgoedbeleid en samenwerking met de erfgoedinstanties. We houden daarbij rekening met de provinciale cultuurnota.

Bijlage 2: Schematisch de beleidskaders

Hier worden schematisch aangeduid: De bestaande en nieuwe beleidskaders van nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Per onderwerp wordt aangeduid of wel/geen gemeentelijk besluit nodig is.

Nationaal niveau

Bestaand kader van nationaal niveau

B&w-besluit nodig?

Raadsbesluit nodig?

Monumentenwet 1988, Wet ruimtelijke ordening, Besluit ruimtelijke ordening, Omgevingsrecht, waaronder Wabo en Bor.

-

-

123 rijksmonumenten

1 rijksbeschermd stadsgezicht

-

-

Verplicht advies van het rijk over ingrijpende plannen aangaande rijksmonumenten

Ja, besluit over elke omgevingsvergunning-aanvraag waartoe het college bevoegd is.

-

Advies van het rijk op verzoek over ingrijpende plannen in het beschermd stadsgezicht

Ja, besluit over elke omgevingsvergunning-aanvraag waartoe het college bevoegd is.

Ja, besluit over elk bestemmingsplan of ontheffing waartoe de raad bevoegd is.

Verplicht rekening houden met cultuurhistorische waarden bij het opstellen van bestemmingsplannen en projectbesluiten

-

Ja, besluit over elk bestemmingsplan en projectbesluit

Modernisering van de monumentenzorg: het opstellen van gemeentelijk erfgoedbeleid is hierbij wenselijk.

Visie Erfgoed en ruimte

Ja, uitwerking van erfgoedbeleid.

Ja, kader stellend erfgoedbeleid vaststellen.

Subsidiemogelijkheden van het rijk, met name BRIM-subsidie

Ja, bij elke subsidie binnen de lokale kaders.

-

Nieuwe kaders van nationaal niveau

Erfgoedwet (per 1-7-2016)

Ja, aanpassing van de monumentenverordening in 2016 en o.a. beleid vanwege de plicht van de eigenaar tot minimale instandhouding van zijn monument; elk concreet besluit omtrent handhaving.

Ja, aanpassing van de monumentenverordening in 2016 en o.a. beleid vanwege de plicht van de eigenaar tot minimale instandhouding van zijn monument

Omgevingswet (per 2018)

Afhankelijk van de inhoud van de wet

Afhankelijk van de inhoud van de wet

Provinciaal niveau

Bestaand kader van provinciaal niveau

B&w-besluit nodig?

Raadsbesluit nodig?

Provinciale structuurvisie ruimtelijke ordening

Verordening Ruimte Noord-Brabant

Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW)

-

-

Verplicht rekening houden bij het opstellen van bestemmingsplan en projectbesluit met de Verordening Ruimte en de CHW

-

Ja, besluit over elk bestemmingsplan en projectbesluit

Subsidiemogelijkheden van de provincie

Ja, bij elke subsidie binnen de lokale kaders.

-

Nieuwe kaders van provinciaal niveau

Beleidskader erfgoed 2016-2020; biedt kansen voor benutten van erfgoed en voor subsidie daarvoor

Afhankelijk van actie hierbij

Afhankelijk van actie hierbij

Gemeentelijk niveau

Bestaand kader van gemeentelijk niveau

B&w-besluit nodig?

Raadsbesluit nodig?

Bestemmingsplannen

Welstandsnota

Monumentenverordening

Verordening op de monumentencommissie

Subsidieverordening voor restauratieleningen

Lijst van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden

Interne werkwijzen voor integrale samenwerking op het gebied van monumentenzorg

Vergunningeis voor reclame in bescherming stadsgezicht in de APV

-.

-

Nieuwe kaders van gemeentelijk niveau, in relatie met de uitvoeringsacties van erfgoedbeleid

Het opstellen van gemeentelijk erfgoedbeleid en budget hiervoor beschikbaar stellen

Ja, uitwerking van erfgoedbeleid.

Ja, kader stellend erfgoedbeleid vaststellen en budget beschikbaar stellen.

Nieuwe gemeentelijke monumenten aanwijzen

Ja

-

Erfgoed beschermen in bestemmingsplannen

-

Ja

(Te zijner tijd na evaluatie:) één geïntegreerde welstands- en monumentencommissie instellen; dit vergt aanpassing van welstandsnota en verordening op de monumentencommissie

-

Ja

Een besluit dat het budget voor de gemeentelijke subsidie voor de restauratie van gemeentelijke monumenten (laagrentende leningen) door het college van b&w naar bevind van zaken ook kan worden ingezet voor de andere doelen van het beleid in de erfgoednota (i.k.v. kadernota medio 2016).

-

Ja

Het opstellen van specifiek handhavingsbeleid voor erfgoed

Ja, beleid vanwege de plicht van de eigenaar tot minimale instandhouding van zijn monument; elk concreet besluit omtrent handhaving.

Ja, beleid vanwege de plicht van de eigenaar tot minimale instandhouding van zijn monument.

Voor nieuwe gevallen alleen de status van gemeentelijk monument (en niet meer die van beeldbepalende zaak) toekennen.

-

-

Aanvullende regels voor bepaalde activiteiten zoals het toepassen van een ander kleur voor panden zonder status in het beschermd stadsgezicht.

Ja, bestemmingsplan

Regels/richtlijnen opstellen voor de toepassing van voorzieningen voor duurzaamheid bij monumenten en voor het belichten van panden in beschermd stadsgezicht en bij monumenten.

Afhankelijk van de vorm van de regeling

Afhankelijk van de vorm van de regeling

Bijlage 3: Bronnen

Literatuur

  • Handreiking erfgoed en ruimte, rijksdienst voor het cultureel erfgoed

  • Architectuur en stedebouw in N-Brabant 1850-1940, provincie N-Brabant 1993

  • “Culturele planologie in de steigers‟, Monumentenhuis Brabant, 2010

  • “Kiezen voor karakter‟, Visie Erfgoed en Ruimte Ministerie OCW, 2010

  • Kleine monumenten Geertruidenberg, Raamsdonksveer, Raamsdonk, Oudheidkundige kring Geertruydenberghe 2013

  • Erfgoedvisie Breda 2008-2015

  • Erfgoednota gemeente Heusden 2012

  • Door Raamsdonks Historie ingediende informatie voor het erfgoedbeleid in 2014 en het “Erfgoedbeleid kern Raamsdonk 2015”

Websites

www.geertruidenberg.nl

www.geertruidenbergopdekaart.nl

www.cultureelerfgoed.nl

www.oudheidkundige-kring-geertruidenberg.nl

www.veerserfgoed.nl

www.raamsdonkshistorie.nl

www.erfgoedbrabant.nl

www.langstraatspoorlijnwest.nl

www.monumenten.nl

www.monumentenhuisbrabant.nl

www.brabant.nl

www.erfgoedbrabant.nl

www.herbestemming.nu

www.rijksoverheid.nl

www.overheid.nl

Bijlage 4: Lijst van personen die input hebben gegeven

Gemeente Geertruidenberg:

Wethouder Bert van den Kieboom

Wethouder Kevin van Oort

Adjunct-directeur Marijke van Riel

Robert Celie, beleidsmedewerker monumentenzorg, schrijver van de erfgoednota

Ellen Mulders, beleidsmedewerker ruimtelijke ordening

Marjolijn van Oosterhout, beleidsmedewerker toerisme en recreatie

Lilian de Jong, medewerker wabo-vergunningverlening

Henk Kools, medewerker Buitenruimte

Paul Fennis, beleidsmedewerker Accommodaties

Nicole de Kort, beleidsmedewerker economische zaken

Lokale erfgoedinstanties:

Jan van Strien (Veers Erfgoed)

Pascal Hendriks (Veers Erfgoed)

Cees Bouwens (Raamsdonks Historie)

Jan van Strien (Raamsdonks Historie)

Joke Serraris (Stichting Boeg en Stichting Spoorbrug Geertruidenberg)

Ben Massop (Stichting Spoorbrug Geertruidenberg)

Jan van Gils (Oudheidkundige Kring Geertruydenberghe)

Andere betrokken instanties:

Cultuurwerft

Toeristisch Platform Geertruidenberg

Monumentencommissie

Bijlage 5: Informatie over de Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor karakter” en Modernisering van de monumentenzorg

Informatie over Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor karakter” (uittreksel)

In deze visie schetst het rijk zijn visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening.

Meer informatie op de site: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2011/06/15/beleidsvisie-kiezen-voor-karakter-visie-erfgoed-en-ruimte

en op de site www.cultureelerfgoed.nl en de Handreiking erfgoed en ruimte op die site.

Kiezen voor karakter

Visie erfgoed en ruimte

1. Inleiding: ruimte voor eigentijds erfgoedmanagement

De gemoderniseerde monumentenzorg is ontwikkelings- en gebiedsgericht en benut de instrumenten van ruimtelijke ordening. De Visie erfgoed en ruimte geeft aan hoe het rijk het onroerend cultureel erfgoed borgt in de ruimtelijke ordening, welke prioriteiten het kabinet daarbij stelt en hoe het wil samenwer­ken met publieke en private partijen. Vanuit een brede erfgoedvisie wordt inge­zoomd op de meest actuele en urgente opgaven van nationaal belang. De visie is complementair aan de Structuurvisie infrastructuur en ruimte.

Particulier initiatief en publieke zaak

Cultureel erfgoed is een zaak van mensen. Mensen van vroeger, mensen van nu, mensen van later. De essen­tie van de zorg voor het cultureel erfgoed ligt in zorgvuldige overdracht van generatie op generatie. We willen waardevolle cultuur die aan ons is nagelaten of een product is van onze eigen tijd, in goede staat overdragen. Het mogelijk maken van die overdracht in de toekomst vraagt om een goede zorg voor het erfgoed vandaag.

In veel gevallen kunnen we die zorg met een gerust hart aan de huidige eigenaren en gebruikers overlaten. Zij kennen het erfgoed het beste en ze houden er van. Ze weten bovendien als geen ander wat er voor nodig is om een karakteristiek gebouw of gebied door de eigen tijd te loodsen. Ze hebben er zelf belang bij om eigentijds functioneren te combineren met een duurzame instandhouding.

Maar de zorg overlaten aan burgers, particulier beheerders en bedrijven gaat niet altijd. Er zijn erfgoed-opgaven die het belang, de interesse, de draagkracht of de kennis van eigenaren en gebruikers te boven gaan. Waar publieke belangen of verantwoordelijkheden aan de orde zijn, komt de overheid in beeld. De overheids­rol is aanvullend op de rol van eigenaren en particuliere initiatiefnemers. Het stelsel van monumentenzorg in Nederland is op die privaat-publieke interactie gebaseerd.

In het besef dat er publieke belangen in het spel zijn die niet zonder een oplettende en ondersteunende over­heid kunnen, heeft het kabinet in het regeerakkoord benadrukt dat de zorg voor ons cultureel erfgoed ook een overheidsverantwoordelijkheid is en blijft. Bij de invulling van die verantwoordelijkheid heeft het kabinet aandacht voor de culturele, maatschappelijke en economische waarde van het erfgoed.

Erfgoedzorg verankeren in de ruimtelijke ordening

Een belangrijke pijler van de gemoderniseerde monumentenzorg is de verankering van de zorg voor het cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. Die verankering is noodzakelijk voor een zorgvuldige omgang met het erfgoed binnen de snelle en omvangrijke veranderingen in de inrichting van stad en land.

De verankering van cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening vraagt om twee zaken. In de eerste plaats dient het belang van het cultureel erfgoed volwaardig mee te worden genomen in de integrale afweging van belangen die plaatsvindt ten behoeve van het goed functioneren van de ruimte. In de tweede plaats dient cultureel erfgoed dat van bijzondere betekenis is, te worden benoemd. Zo kan er op voorhand rekening mee worden gehouden in ruimtelijke plannen en ontwikkelingsprocessen.

De generieke borging in de ruimtelijke afwegingsprocessen wordt versterkt door aanpassing van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6.). De overheid die een bestemmingsplan, projectbesluit of beheersverorde­ning opstelt, is verplicht rekening te houden met cultuurhistorische waarden in en boven de grond.1 Dit bete­kent dat zij een analyse maakt van de cultuurhistorische waarden in een plangebied en vervolgens motiveert welke conclusies zij daaraan verbindt voor het plan.2

Het benoemen van waardevol erfgoed betekent dat overheden duidelijk maken welke cultuurhistorische waarden zij van publiek belang vinden. Ter versterking van het sectorale instrumentarium van de monumen­tenzorg, is het instrument structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening) daarvoor geschikt. In een structuurvisie kunnen gebiedsgericht erfgoedwaarden worden benoemd en kunnen keuzes worden gemaakt over de omgang met die waarden in relatie tot andere ruimtelijke belangen. Voor de realisatie van een structuurvisie kunnen algemene regels worden opgesteld, met verplichtingen voor derden.

Doel van deze visie: duidelijk over eigen rol, kader voor samenwerking

In deze Visie erfgoed en ruimte zet het kabinet de cultuurhistorische belangen van nationale betekenis in een gebieds- en ontwikkelingsgerichte context. De visie is complementair aan de Structuurvisie infrastruc­tuur en ruimte, waarin het kabinet de unieke cultuurhistorische waarden van nationaal belang planologisch borgt. De Visie erfgoed en ruimte plaatst die waarden in een bredere context en geeft aan hoe de goede zorg voor die belangen ook via niet-juridische instrumenten wordt nagestreefd.

Het doel van deze visie is tweeledig. In de eerste plaats maakt het rijk duidelijk welke belangen hij in de gebiedsgerichte erfgoedzorg zelf behartigt, welke prioriteiten hij stelt en hoe hij wil samenwerken met publieke en private partijen. In de tweede plaats legt het rijk met deze visie een basis voor een gedeeld refe­rentiekader voor gebiedsgericht erfgoedbeheer. Zo’n kader is nodig om effectieve samenwerking mogelijk te maken tussen overheden onderling en tussen overheid en particulier initiatief.

Het verhelderen van rijksbelangen en –prioriteiten draagt bij aan:

  • de focus van het rijk op cultuurhistorische opgaven van (inter)nationaal belang, mede ter uitvoering van internationale verdragen en verplichtingen;

  • het bieden van de mogelijkheid tot gebiedsgerichte prioritering van de inzet van subsidiemiddelen voor instandhouding, restauratie en herbestemming van monumenten;

  • het maken van keuzes ten aanzien van kennisaanbod en -ontwikkeling, waaronder de kennisagenda van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;

  • het bewuster en gerichter opereren van de rijksoverheid t.a.v. cultureel erfgoed in haar rol als opdrachtgever, ruimtelijk investeerder en vastgoedeigenaar;

  • duidelijkheid over de agenda van het rijk als samenwerkingspartner en bevorderen van een comple­mentaire inzet van overheden.

De formulering van een inspirerend referentiekader voor gebiedsgericht erfgoedbeheer draagt bij aan:

  • het behouden van de leesbaarheid en beleefbaarheid van de culturele ontstaansgeschiedenis van Nederland, door aandacht te genereren voor de opgave om karakteristieke gebieden, structuren en objecten in samenhang te behouden en te ontwikkelen;

  • effectievere gebiedsgerichte samenwerking tussen verschillende overheden en tussen verschillende ruimtelijke sectoren.

  • 1.

    Het betreft hier een verbreding van de al langer geldende verplichting t.a.v. archeologie.

  • 2.

    De Handreiking Erfgoed en Ruimte (www.cultureelerfgoed.nl/handreikingerfgoedenruimte) geeft informatie over verschillende mogelijkheden om dit te doen.

Afbakening: onroerend erfgoed op alle schaalniveaus

Deze beleidsvisie richt zich op het onroerende erfgoed. Voor dat type erfgoed is de publieke opgave primair een ruimtelijke opgave: hoe dient met het erfgoed te worden omgegaan in relatie tot andere ruimtelijke belangen en veranderingen? Geografisch is het Nederlandse grondgebied de afbakening. Die afbakening wordt vooral ingegeven door de bestuurlijke grenzen, niet door de inhoud van de culturele geschiedenis. Die gaat immers voorbij grenzen en bovendien heeft de huidige natiestaat pas in de recente geschiedenis betekenis gekregen.

Voor Caribisch Nederland is de betekenis van de visie anders dan die voor de rest van Nederland. De (wet­telijke) systemen waarop deze visie aanhaakt zijn immers niet of niet allemaal van kracht op de Caribische eilanden. Dat neemt niet weg dat de geschiedenis van het overzeese bij die van Nederland hoort en het gebiedsgerichte erfgoedbeheer daar ook een zorg van het rijk is. Er wordt daarom in deze visie beknopt aandacht gegeven aan Caribisch Nederland.

2. Visie

2.1 Gebiedsgericht kijken: het karakter van Nederland

Gebiedsgericht erfgoedbeheer vraagt om een ruimere blik met meer afstand tot afzonderlijke erfgoedobjecten en -structuren. Voor Nederland als geheel kan die blik door vier kenmerkende eigenschappen worden geleid: waterland, stedenland, kavelland en vrij land. Die karakteristieken vormen een inspirerende leidraad voor zowel het beschrijven van de ruimtelijke wordingsgeschiedenis, als voor het verhelderen van de toekomstige cultureel-ruimtelijke opgaven.

Een ruime blik

De geschiedenis heeft geen eigen ruimte. We kunnen geen lijnen trekken op de kaart of in het veld, die markeren waar de geschiedenis ophoudt en waar het heden begint. Het verleden is nu eenmaal geen bestemming. Tegelijkertijd is er in Nederland geen ruimte zonder cultuurgeschiedenis. Het land is ermee doordesemd. Dat is geen last, maar een geluk. Dat historische karakter is immers van grote waarde voor de samenleving: een unique selling point voor economie en toerisme, een rijke referentie voor sociale verbinding en identiteit en een onuitputtelijke bron voor onze culturele ontplooiing.

De transitie naar een ontwikkelings- en gebiedsgerichte erfgoedzorg vraagt om richting. Die richting vinden we niet door ons enkel te richten op de smakelijkste krenten in de cultuurhistorische pap. We moeten het perspectief op de monumentenzorg verruimen. In de ruimte, door de cultuurhistorische waarde van gebie­den te duiden en daarbinnen de betekenis van monumentale objecten en structuren. En in de tijd, door de ontwikkelingsgeschiedenis, de culturele biografie centraal te stellen, in plaats van alleen goed te zorgen voor de - door onze generatie – meest gewaardeerde stukken.

De fysieke leefomgeving biedt kansen om vragen over de Nederlandse eigenheid op een overtuigende én ontspannen manier aan de orde stellen. De ruimtelijke werkelijkheid maakt onmiddellijk duidelijk dat een eendimensionale karakterisering van Nederland niet aan de orde kan zijn. Het gaat niet om het opplakken van een nationale identiteit. Het gaat om het voortdurend (re)vitaliseren van het culturele karakter van Nederland, om de ziel van ons land levend te houden. En om de noodzaak daarbij duidelijke keuzes te maken voor bepalende ontwikkelingsopgaven.

Karakteriseren

Het louter uitzoomen in tijd en ruimte, leidt echter nog niet tot een (gedeelde) agenda van prioritaire opga­ven. Daarvoor is – vanuit de ruimere blik – een nieuwe focus nodig. Een manier om dat te doen is om niet direct te gaan waarderen maar (eerst) te karakteriseren: de kenmerkende bijzonderheden van een gebied tot een geheel samen te vatten. Zoeken naar de meest kenmerkende en aansprekende eigenschappen van onze cultuur van bouwen en land inrichten, die hebben geleid tot een landschap dat we waarderen en waarvan we de geschiedenis willen kunnen blijven lezen. Door de oogharen kijken en bepalen welke historische kenmerken onze bijzondere aandacht verdienen bij de maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen die op ons af komen.

Om dat voor Nederland als geheel te doen, is geen sinecure. Toch durven we het aan, omdat er in het land vrij brede overeenstemming blijkt te bestaan over wat de bepalende karaktertrekken van Nederland zijn. Het gaat er niet om een ‘ware aard’ van Nederland te definiëren, maar een breed gedragen beeld van het bijzondere ruimtelijke karakter van Nederland te presenteren, waarmee te werken valt als referentie bij de beschouwing, analyse en definitie van cultureel-ruimtelijke opgaven vanuit een nationaal perspectief.

Deze visie richt zich op het deel van dat gebied dat wij sinds en kleine twee eeuwen Nederland noemen. Die begrenzing is voor de karakterisering tegelijkertijd wel en niet relevant. Niet relevant, omdat veel kenmerken van land en volk bij de grens niet abrupt veranderen en de ‘karaktervorming’ in vroegere eeuwen zich al helemaal niets kon aantrekken van de huidige rijksgrens. Wel relevant, omdat de inwoners van de huidige natiestaat en zijn voorgangers sommige dingen echt anders doen en deden dan de buren.

Nederland in vier karakteristieken

De spannende, complexe verhouding tussen orde en variatie, wordt wel gezien als de kern van de grote aan­trekkelijkheid van het Nederlandse landschap. De mede door de fysieke omstandigheden gegeven hang naar planning en ordening en de noodzaak tot volledige benutting van de schaarse ruimte, hebben in combinatie met eigenzinnige regionale voorkeuren en de niet aflatende creativiteit, geleid tot een enorme ruimtelijke variatie. Eenheid in verscheidenheid was niet alleen het devies voor onze decentrale eenheidsstaat, het is ook de resultante van onze ruimtelijke ingrepen.

Maar deze karakterschets is nog te algemeen. Binnen de complexe, subtiele en gevarieerde orde die Nederland is, zijn vier karakteristieken te ontwaren die het resultaat zijn van een ongekend rijke cultuur­geschiedenis en die het aanzien van Nederland nog steeds bepalen: het alom aanwezige bedwongen en benutte water, de grote dichtheid aan sterke, relatief kleine steden, het zeer intensief gebruikte landschap en de sporen van vrije handel en politieke, religieuze en burgerlijke autonomie. Het zijn vier karakteristieken die onlosmakelijk met elkaar samenhangen en tegelijkertijd elk een bijzonder verhaal vertellen over het leven in de Noordwest-Europese delta. Deze vier karakteristieken vertegenwoordigen een lange geschiedenis van menselijk ingrijpen in de leefomgeving, met vroege manifestaties die teruggaan tot in de prehistorie.

Hierna worden de karakteristieken afzonderlijk beschreven. Per karakteristiek wordt zowel terug als vooruit gekeken. In de cultuurhistorische karakterschets wordt beschreven waarom het betreffende kenmerk zo bepalend is geworden voor het karakter van Nederland en in welke fysiek ruimtelijke eigenschappen dat tot uiting is gekomen. Vervolgens wordt aangegeven welke cultureel-ruimtelijke opgaven aan de orde zijn bij het verder ontwikkelen van die kenmerkende eigenschappen in de toekomst.

Waterland

Cultuurhistorische karakterschets

In alle deltagebieden van de wereld hebben de inwoners sinds zij het gebied gingen bewonen, moeten kam­pen met de grillen van het water. Maar er zijn buiten Nederland maar weinig gebieden waar het leven met het water zo bepalend is geworden voor de aard van land en volk. De Nederlanders hebben zich in de loop der eeuwen niet slechts verdedigd tegen het water, of er op voor de hand liggend manier van geprofiteerd. Er was sprake van een innovatief samenspel tussen de bewoners van de lage landen en het water. Het water is een bron geworden van bestuurlijke organisatie, technologische vernieuwing en economische expansie.

De innige en creatieve band met het water laat zijn sporen nadrukkelijk na in de inrichting van ons land. Het woekeren in de delta bracht ons dijken, droogmakerijen en deltawerken. Terpen, trekvaarten en waterli­nies. Beeklandschappen, molens, havens en handelssteden. En daaronder verscholen de verdronken dorpen, de afgedekte landschappen en de restanten van een omvangrijke maritieme traditie.

Cultureel-ruimtelijke ontwikkelingsopgave

Ook in de eenentwintigste eeuw blijft de worsteling met het water een van de belangrijkste ruimtelijke uitdagingen. Het watersysteem leent zich er niet voor om in bewondering stil te blijven staan bij een rijke geschiedenis. Aan waterveiligheid kunnen we geen concessies doen. Met de voorspelde klimaatverandering en de enorme economische waarde die zich inmiddels in Nederland onder zeeniveau bevindt, is de waterop­gave zelfs groter dan ooit.

Het upgraden van het waterbeheerssysteem vindt doorgaans plaats op dezelfde plaatsen waar ook de historisch waardevolle staaltjes van waterbeheer hun diensten bewezen en bewijzen. Behoud daarvan zonder meer kan dan ook niet aan de orde zijn. Het gaat erom ontwikkelingsstrategieën toe te passen die het verleden zoveel mogelijk recht doen.

Stedenland

Cultuurhistorische karakterschets

De dichtheid van historische steden in Nederland is ongekend. Na een lange geschiedenis van het wonen in (versterkte) nederzettingen, heeft zich vanaf de late Middeleeuwen in hoog tempo een patroon van kleine en middelgrote steden ontwikkeld, met korte onderlinge afstanden en een intensieve relatie met het omlig­gende landelijk gebied. In alle delen van het land hebben zich in verschillende fasen van de geschiedenis onderscheidende steden ontwikkeld. Een aantal is – mede dankzij onze schilders en kazen – wereldberoemd. De meeste Nederlandse steden zijn prachtige staalkaarten van de geschiedenis, waarin van de oudste archeologische sporen, via de uitingen van onze typische burgercultuur tot de grootschalige planmatige twintigste-eeuwse uitbreidingen, een enorme tijddiepte waarneembaar is.

Achter het ontstaan van dit fijnmazige stedelijke patroon ligt een complex van (a)biotische, geografische, economische en militaire motieven. Toen, door de explosieve groei van bevolking en welvaart na de Tweede Wereldoorlog, het behoud van dit ‘kleine stedenkarakter’ geen vanzelfsprekendheid meer was, werd het onderdeel van bewust overheidsbeleid. De suburbanisatie werd, van de groeikernen uit de jaren zestig tot VINEX en bundelingsbeleid, zo gestuurd dat steden niet aan elkaar groeiden, en hun eigen karakter en relatie met de groene ruimte konden behouden. Tegelijkertijd was er een sterke inzet op de leefbaarheid van de steden, van stadsvernieuwing tot Aandachtswijken.

Cultureel-ruimtelijke ontwikkelingsopgave

Sinds enkele jaren woont meer dan de helft van de wereldbevolking in de stad en dit percentage zal verder groeien. Waar die beweging in veel (jonge) stedelijke regio’s gepaard gaat met een enorme stedelijke expansie, wordt in Nederland juist een trendbreuk voorzien: een overgang van een lange naoorlogse periode van explosieve stedelijke uitbreiding naar een periode waarin stedelijke inbreiding en herstructurering de boventoon zullen voeren.

Daarbij groeit de Nederlandse bevolking minder hard dan we de laatste generaties gewend zijn. In com­binatie met de trend van stedelijke en Randstedelijke concentratie, betekent dit dat de komende decennia in grote delen van Nederland de bevolking gaat dalen. De uitdaging is om binnen alle stedelijke transformaties de bewonings- en verstedelijkingsgeschiedenis van Nederland herkenbaar en beleefbaar te houden, cultuur­historische waarden en ontwikkelingspotentie in de gebiedsontwikkeling te betrekken, en het erfgoed van nationale betekenis op zorgvuldige wijze te behandelen bij verdichting en krimp.

Kavelland

Cultuurhistorische karakterschets

Dat er in Nederland geen vierkante meter ruimte onbenut blijft, is inmiddels bijna spreekwoordelijk. De intensiteit van het grondgebruik is hoog en het niet aflatende vermogen van de Nederlander om de gronden voor eigen bestaan of gewin te ontginnen en te verbouwen, heeft de vorm van het landschap in hoge mate bepaald. In de loop van duizenden jaren slaagden de bewoners van de lage landen erin het land steeds met toenemende schaal en intensiteit - letterlijk – in cultuur te brengen, om daarmee steeds hogere niveaus van agrarische productie en energieproductie te realiseren. Sinds we ons dat konden permitteren, zijn daar recreatie en natuurbeheer als landschapsvormende krachten bijgekomen, van buitenplaatsen tot recreatie­bossen en van Naardermeer tot Ecologische Hoofdstructuur.

Het intensieve landgebruik heeft in de confrontatie met verschillen in geomorfologische, culturele en economische omstandigheden, geleid tot een uitzonderlijke variatie aan cultuurlandschappen, zowel in hoog als laag Nederland.

Cultureel-ruimtelijke ontwikkelingsopgave

De levende landschappen van Nederland zullen opnieuw veranderingen ondergaan onder invloed van de opgaven met betrekking tot voedselproductie, energie, biodiversiteit, wonen, waterbeheer, infrastructuur en recreatie. Hoewel de periode van grootschalige ‘kaalslag’ en verstedelijking van het cultuurlandschap wel achter de rug is, zijn ook voor de komende decennia de te verwachten transformaties in het landelijk gebied groot. Ze vormen nieuwe uitdagingen voor een karakterversterkende ontwikkeling van het historische cul­tuurlandschap. De groene en blauwe ontwikkelingen zijn daarbij net zo relevant als de rode en de grijze. Als bedreiging, maar ook als kans voor een gebiedsontwikkeling met oog voor het historisch karakter.

Landschap beschouwen als cultureel erfgoed, als een onderdeel van de eigen geschiedenis, kan bijdragen aan een grotere waardering van dat landschap. Indirect kunnen zo, via een toenemend gevoel van eigenaar­schap en verbinding, mogelijk ook de opgaven met betrekking tot financiering, behoud en beheer worden verlicht.

Vrij land

Cultuurhistorische karakterschets

Vrijheid kleeft Nederland aan. Natuurlijk, elk land kent zijn heroïsche en mythische verhalen over succesvol verzet tegen vreemde overheersing. En vele volken vinden zichzelf eigenwijs, onafhankelijk en non-conformistisch. Maar Nederland heeft wel recht van spreken. Het pragmatische doen (‘gewoon doen’) en het calvinistische laten (‘gewoondoen’) van de vrije boeren, burgers en buitenlui vormen een bepalende onder­stoom in onze geschiedenis. En daarop verschenen mondiaal vaak toonaangevende uitingen van vrijheid: vrije denkers als Erasmus en Spinoza, een vroeg model voor vrije democratie (De Republiek) en een actieve inzet voor vrije markten en vrijheidsrechten.

Vrijheid was overigens ook in onze geschiedenis lang niet altijd ieders vrijheid: het is een geschiedenis van insluiting en uitsluiting, van tolerantie en repressie, van (koloniale) expansie en regressie.

De strijd om (godsdienst)vrijheid, de uiting en kanalisering van verschillen, het profijt van een open houding naar de wereld en de ruimte voor persoonlijke en regionale voorkeuren, hebben in Nederland hun fysieke sporen nagelaten. Ze zijn zichtbaar in zowel de talloze kleine variaties in ruimtegebruik die het gevolg zijn van individuele keuzes, als de grote gebaren die het resultaat zijn van collectieve inspanningen ten behoeve van handel, religie en landverdediging. Ze brachten kloosters en kerken, raadhuizen en paleizen, handelsroutes en industrielandschappen, villa’s en recreatieoorden, patronen van grenzen, versterkingen en verwoestingen en een unieke verzameling aan (verzuilde) collectieve gebouwen en voorzieningen.

Cultureel-ruimtelijke ontwikkelingsopgave

Het formuleren van een karakterversterkende ontwikkelingsopgave voor het ‘vrije land’ heeft iets tegenstrijdigs. Op het eerste gezicht lijkt niets doen, vrijheid geven, het beste recept voor ontwikkeling van deze karakteristiek. Maar dat is schijn. De ‘grote gebaren’ vergen een actieve benadering, om iets van het historisch karakter te behouden. De sterk veranderende samenleving van de afgelopen halve eeuw in sociaal-cultureel, economisch en technologisch opzicht, heeft veel van de religieuze, militaire, industriële en institutionele monumenten ook in figuurlijke zin van een andere tijd gemaakt. Door het wegvallen van de primaire functie verdwijnt de economische drager. Ruimte maken voor nieuwe functies, door herbestem­ming en herontwikkeling, is vaak de enige mogelijkheid om de monumenten duurzaam in stand te houden.

De verdere ontwikkeling van deze karakteristiek vraagt bovendien om de wil om ook bij nieuwe ontwik­kelingen de inrichting van Nederland ´eigen´ te maken. De bewezen vaardigheid om functionaliteit en aantrekkelijkheid te combineren, dient daartoe bij publieke, private en particuliere ruimtelijke ingrepen ruimte en aandacht te krijgen. (…)

Informatie over Modernisering van de monumentenzorg (Momo)

Meer informatie op de site:

http://cultureelerfgoed.nl/dossiers/erfgoed-en-ruimte/modernisering-monumentenzorg

Modernisering Monumentenzorg

foto Weiland met bunkers Nieuwe Hollandse Waterlinie

De opvattingen over de omgang met monumenten zijn sterk veranderd. Gebieden worden belangrijker dan individuele gebouwen. Ook de inzichten over de organisatie van de monumentenzorg zijn anders. Het systeem is daarom aangepast aan de ontwikkelingen van deze tijd. De Directie Erfgoed & Kunsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling van deze modernisering.

Beleidsbrief

Erfgoed en Ruimte is ontstaan uit de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009. De beleidsbrief bevatte vier speerpunten:

  • Cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening;

  • Krachtigere en eenvoudigere regels;

  • Herbestemming;

  • Het opzetten van een kennisinfrastructuur.

Cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening

Cultureel erfgoed krijgt een belangrijke plaats binnen de ruimtelijke ordening. Met de visie Kiezen voor karakter toont het kabinet zijn verantwoordelijkheid voor een goede omgang met onroerend cultureel erfgoed van nationale betekenis bij integrale ruimtelijke afwegingen.

Vijf prioriteiten

Het kabinet kiest voor de komende jaren vijf prioriteiten in het gebiedsgerichte erfgoedbeleid:

  • 1.

    Werelderfgoed: samenhang borgen, uitstraling vergroten.

  • 2.

    Eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren.

  • 3.

    Herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: focus op groei en krimp.

  • 4.

    Levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie, ecologie.

  • 5.

    Wederopbouw: tonen van een tijdperk.

Bestemmingsplan

Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Dit betekent dat de rol die gemeenten, provincies en de rijksoverheid hebben in de erfgoedzorg verandert. In oktober 2010 stuurden de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de steunpunten een brief over de ondersteuning op dit gebied aan de gemeenten.

Besluit ruimtelijke ordening

In 2010 is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.De Rijksdienst helpt gemeenten hiermee met de Handreiking erfgoed en ruimte. In deze handreiking staat hoe gemeenten zo'n inventarisatie en analyse kunnen uitvoeren. Ook wordt aangegeven op welke wijze gemeenten cultuurhistorische waarden kunnen opnemen in een bestemmingsplan.

Krachtiger en eenvoudigere regels

Minder regels, kortere procedures en structureel meer financiële middelen zorgen voor een duurzame instandhouding van rijksmonumenten. Deze regels hebben betrekking op:

  • vergunningen

  • subsidie

  • kwaliteit

Vergunning

De monumentenvergunning is onderdeel van de omgevingsvergunning (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Ook wordt bepaald welke werkzaamheden zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd.

Subsidie

Het aanvragen van een Brim-subsidie is in 2011 nog verder vereenvoudigd. De minister heeft structureel extra middelen beschikbaar gesteld voor zowel reguliere instandhouding als incidentele restauraties.

Kwaliteit

De Rijksdienst staat de restauratiesector bij in het uitwerken van normen om de kwaliteit van restauraties te borgen. Het behoud en de overdracht van vakkennis vormen onderdeel van dat project.

Herbestemming

Monumenten die hun functie verliezen, komen vaak leeg te staan. Belangrijke cultuurhistorische waarden gaan dan verloren. Herbestemming van gebouwen, complexen en structuren kan dit tegengaan. Bij de modernisering van de monumentenzorg is herbestemming een essentieel onderwerp. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2010 een Nationaal Programma Herbestemming in het leven geroepen. Bovendien ondersteunt de Rijksdienst het programma met geld en medewerkers. Een groot aantal organisaties werkt verder aan een gezamenlijke agenda van activiteiten om herbestemming te stimuleren. Deze Nationale Agenda Herbestemming bestrijkt het brede veld van herbestemming. In deze Nationale Agenda Herbestemming wordt ingezet op:

  • het bevorderen van de praktijk van herbestemming;

  • het ontwikkelen en verspreiden van kennis over herbestemming;

  • het inhoudelijk, politiek en publiek agenderen van het onderwerp.

Het opzetten van een kennisinfrastructuur

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is binnen de monumentenzorg het kenniscentrum bij de rijksoverheid. Daarnaast zijn er nog veel instanties die kennis hebben van het erfgoed. Kennis op academisch niveau, vakinhoudelijke en operationele kennis en ervaring in de praktijk. De Rijksdienst heeft hierbij een stimulerende en verbindende rol.

Kennisuitwisseling

Om uitwisseling van kennis mogelijk te maken, is een goed functionerende kennisinfrastructuur nodig. Daaromheeft de Rijksdienst het programma Kennisinfrastructuur Modernisering Monumentenzorg (KIMOMO) opgezet. Met dit informatiesysteem voorziet de Rijksdienst de erfgoedsector van digitale informatie. Het programma KIMOMO liep van januari 2010 tot en met december 2013.Om gemeenten te helpen bij de invullen van de verplichting om in de ruimtelijke ordening rekening te houden met cultuurhistorie biedt de rijksdienst de digitale Handreiking erfgoed en ruimte.

Bijlage 6: Waarderingssystematiek van erfgoed

Waarderingscriteria voor monumentbeschrijvingen

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft een standaard ontwikkeld voor de waardering van bouwkunst. Daarmee kunnen de monumentale waarden van een gebouw helder en eenduidig vastgesteld worden. De waardering speelt een leidende rol bij de aanwijzing van een gebouw als monument én bij het wijzigen van het beschermde gebouw. De waardering is gebaseerd op vijf hoofdcriteria die zijn onderverdeeld in subcriteria.

I Cultuurhistorische waarden

1. Belang van het object/complex als bijzondere uitdrukking van (een) culturele, sociaaleconomische en/of bestuurlijke/beleidsmatige en/of geestelijke ontwikkeling(en);

2. Belang van het object/complex als bijzondere uitdrukking van (een) geografische, landschappelijke en/of historisch-ruimtelijke ontwikkeling;

3. Belang van het object/complex als bijzondere uitdrukking van (een) technische en/of typologische ontwikkeling(en);

4. Belang van het object/complex wegens innovatieve waarde of pionierskarakter;

5. Belang van het object/complex wegens bijzondere herinneringswaarde.

II Architectuur- en kunsthistorische waarden

1. Bijzonder belang van het object/complex voor de geschiedenis van de architectuur en/of bouwtechniek;

2. Bijzonder belang van het object/complex voor het oeuvre van een bouwmeester, architect ingenieur of kunstenaar;

3. Belang van het object/complex wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp;

4. Belang van het object/complex wegens het bijzondere materiaalgebruik, de ornamentiek en/of monumentale kunst;

5. Belang van het object/complex wegens de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur(onderdelen).

III Situationele en ensemblewaarden

1. Betekenis van het object als essentieel (cultuurhistorisch, functioneel en/of architectuurhistorisch en visueel) onderdeel van een complex;

2.a. Bijzondere, beeldbepalende betekenis van het object voor het aanzien van zijn omgeving;

2.b. Bijzondere betekenis van het complex voor het aanzien van zijn omgeving, wijk, stad of streek;

3. a. Bijzondere betekenis van het complex wegens de hoogwaardige kwaliteit van de bebouwing in relatie tot de onderlinge historisch-ruimtelijke context en in relatie tot de daarbij behorende groenvoorzieningen, wegen, wateren, bodemgesteldheid en/of archeologie;

3.b. Bijzondere betekenis van het object wegens de wijze van verkaveling/ inrichting/ voorzieningen .

IV Gaafheid en herkenbaarheid

1. Belang van het object/complex wegens de architectonische gaafheid en/of herkenbaarheid van ex- en/ of interieur;

2. Belang van het object/complex wegens de materiële, technische en/of constructieve gaafheid;

3. Belang van het object/complex als nog goed herkenbare uitdrukking van de oorspronkelijke of een belangrijke historische functie;

4. Belang van het complex wegens de waardevolle accumulatie van belangwekkende historische bouw- en/of gebruiksfasen;

5. Belang van het complex wegens de gaafheid en herkenbaarheid van het gehele ensemble van de samen stellende onderdelen (hoofd- en bijgebouwen, hekwerken, tuinaanleg e.d.);

6. Belang van het object/complex in relatie tot de structurele en/of visuele gaafheid van de stedelijke, dorpse of landschappelijke omgeving.

V Zeldzaamheid

1. Belang van het object/complex wegens absolute zeldzaamheid in architectuurhistorisch, bouwtechnisch, typologisch of functioneel opzicht;

2. Uitzonderlijk belang van het object/complex wegens relatieve zeldzaamheid in relatie tot één of meer van de onder I t/m III genoemde kwaliteiten.

Het Monumentenhuis volgt bij het opstellen van redengevende monumentbeschrijvingen deze door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ontwikkelde waarderingsstandaard.

Waarderingscijfer (1 t/m 10) van de mate waarin het object/element karakteristiek en identiteitsdrager is, wat betreft de historisch bepaalde identiteit van de gemeente:

…….

Bijlage 7: Provinciale Beleidskader erfgoed 2016-2020; de (verbeeldings)kracht van erfgoed

Meer informatie op de site:

https://www.brabant.nl/dossiers/dossiers-op-thema/cultuur/nieuws-cultuur/2015/oktober/erfgoedkader.aspx

Beleidskader erfgoed

14-10-2015

De (verbeeldings)kracht van erfgoed werken we uit in 4 verhalen van Brabant: Innovatief Brabant, Religieus Brabant, Bevochten Brabant en Bestuurlijk Brabant.

foto De provincie kiest focus binnen deze verhalen waar kansen liggen, vanuit erfgoed maar ook in relatie tot de sociale veerkracht en ruimtelijke en economische ontwikkelingen van Brabant. Daarmee richten we onze provinciale inzet.

Partners

De provincie trekt op met partners uit de samenleving, zoals overheden, ondernemers, eigenaren en Brabanders. Samen gaan we:

  • verhalen uitwerken;

  • werken aan initiatieven;

  • projecten mogelijk maken;

  • initiatieven en energie uit de samenleving benutten;

  • zorgen dat de basis in orde is: de restauraties, de collecties, de educatie en de kennis;

  • basisinfrastructuur verbeteren: de provinciale uitvoeringsorganisaties en erfgoedinstellingen meer in samenhang brengen.