Nadere regels bij plaatsing van objecten op openbare plaatsen (artikel 5.50 vierde lid van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad)

Geldend van 31-01-2026 t/m heden

Intitulé

Nadere regels bij plaatsing van objecten op openbare plaatsen (artikel 5.50 vierde lid van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad)

Bouwobjecten

Artikel 1 Definitie bouwobject

In deze nadere regels wordt verstaan onder bouwobject:

(verplaatsbaar) materiaal en/of materieel, zoals bijvoorbeeld steigers, puinbakken, containers, keetcontainers, verhuisliften, pompinstallaties, eco-toiletten, stenen, cement, zand en tegels.

Artikel 2 Criteria plaatsen van bouwobjecten

Het is toegestaan bouwobjecten te plaatsen indien wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

  • 1.

    Het bouwobject levert geen gevaar op voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg. Hiervan is in ieder geval sprake als:

    • a.

      Op het trottoir een vrije doorgang in een recht doorgaande lijn van ten minste 1,5 meter breed is gewaarborgd voor voetgangers en rolstoelgebruikers;

    • b.

      op de weg er altijd een vrije en onbelemmerde doorgang voor hulpdiensten is van:

      • -

        3,5 meter op de rechte weg,

      • -

        4,5 meter in de bochten en

      • -

        4,2 meter boven de weg en

    • c.

      de minimale afstand tussen een te plaatsen object en een kruispunt ten minste 15 meter is.

  • 2.

    Uitgangen en nooduitgangen moeten worden vrijgehouden.

  • 3.

    Brandkranen en aansluitingen voor blusleidingen moeten worden vrijgehouden.

  • 4.

    Het bouwobject brengt door de omvang of vormgeving, constructie, plaats van bevestiging of het beoogde gebruik geen schade toe aan de weg.

  • 5.

    Het bouwobject vormt geen belemmering voor het beheer en onderhoud van de weg.

  • 6.

    Het bouwobject levert geen overlast op voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken.

  • 7.

    Het bouwobject of het beoogde gebruik daarvan levert geen risico op voor de openbare orde en veiligheid.

  • 8.

    Objecten dienen dusdanig geplaatst te worden dat zij het zicht op verkeer, verkeersborden en andere verkeersaanwijzingen niet belemmeren. Het is niet toegestaan om objecten te bevestigen aan verkeersborden, bewegwijzeringborden, bruggen, viaducten, lichtmasten of verkeerslichten.

  • 9.

    Wortels van bomen mogen niet worden beschadigd.

  • 10.

    Materialen worden zo opgeslagen, dat ze niet in het gemeentelijk riool kunnen komen.

  • 11.

    Het is toegestaan tijdelijk maximaal 4 bouwobjecten te plaatsen indien de duur van de ingebruikname van een openbare plaats aaneensluitend niet langer dan 30 dagen bedraagt.

  • 12.

    Bouwobjecten worden volgens de richtlijnen van de CROW publicatie 130 “Richtlijnen voor het markeren van onverlichte obstakels” geplaatst.

  • 13.

    Het college wordt tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan de plaatsing van de bouwobjecten in kennis gesteld met een digitale melding .

Artikel 2a Definitie sandwichborden van politieke partijen

In deze nadere regels wordt verstaan onder sandwichborden van politieke partijen: Tijdelijke reclameborden die bestaan uit twee aan elkaar verbonden platen bevestigd om lantaarnpalen. Deze sandwichborden worden ingezet door een politieke partij om de partij te promoten bij de gemeenteraadsverkiezingen van de raad van de gemeente Zaanstad.

Artikel 2b Criteria plaatsen van sandwichborden politieke partijen 

  • 1.

    Het sandwichbord wordt geplaatst voor verkiezingsuitingen van een politieke partij die deelneemt aan de gemeenteraadsverkiezingen van de gemeente Zaanstad.

  • 2.

    Per politieke partij worden maximaal 50 sandwichborden toegestaan.

  • 3.

    Het plaatsen van sandwichborden is toegestaan in de periode van 21 dagen voor en 5 dagen na de dag van de gemeenteraadsverkiezingen.

  • 4.

    Het sandwichbord is maximaal 1,19 meter hoog en 0,84 meter breed.

  • 5.

    De politieke partij dient zorg te dragen voor het opruimen van de sandwichborden binnen de periode van 5 dagen na de dag van de verkiezingen.

  • 6.

    Sandwichborden mogen uitsluitend om een lantaarnpaal worden geplaatst.

  • 7.

    Het plaatsen is niet toegestaan indien op de lantaarnpaal al een ander object is bevestigd.

  • 8.

    Het sandwichbord brengt door de omvang of vormgeving, constructie, plaats van bevestiging of het beoogde gebruik geen schade toe.

  • 9.

    Het sandwichbord is van weerbestendig en recyclebaar materiaal gemaakt, opdat milieuvervuiling en zwerfafval wordt voorkomen.

  • 10.

    Het sandwichbord levert geen gevaar op voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg. Dit betekent in ieder geval dat:

    • a.

      Het sandwichbord belemmert niet het zicht op verkeer, verkeersborden en andere verkeersaanwijzingen;

    • b.

      Bij 30 km/u wegen: geen borden binnen 30 meter vanaf eerste bocht(straal);

    • c.

      Bij 50 km/u wegen: geen borden binnen 70 meter vanaf eerste bocht(straal);

    • d.

      Op het trottoir een vrije doorgang in een recht doorgaande lijn van ten minste 1,5 meter breed is gewaarborgd voor voetgangers en rolstoelgebruikers; en

    • e.

      Op de weg blijft een vrije en onbelemmerde doorgang voor hulpdiensten van:

      • -

        3,5 meter op de rechte weg;

      • -

        4,5 meter in de bochten; en

      • -

        4,2 meter boven de weg.

  • 11.

    Uitgangen en nooduitgangen worden vrijgehouden.

  • 12.

    Brandkranen en aansluitingen voor blusleidingen worden vrijgehouden.

  • 13.

    Het sandwichbord geen belemmering vormt voor het beheer en onderhoud van de weg.

  • 14.

    Het sandwichbord geen overlast oplevert voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken.

  • 15.

    Het sandwichbord of het beoogde gebruik daarvan levert geen risico op voor de openbare orde en veiligheid.

  • 16.

    Dit artikel is niet van toepassing op die locaties waarvoor een publiekrechtelijke vergunning voor het plaatsen van A0-borden of andere objecten is verleend.

  • 17.

    Dit artikel is niet van toepassing op locaties waarvoor een privaatrechtelijke vergunning is voor het plaatsen van reclame-uitingen.

Plantenbakken en banken

Artikel 3 Definities Plantenbakken, banken en geveltuin

Vervallen

Artikel 4 Criteria plaatsen van plantenbakken en banken

Het is toegestaan plantenbakken en banken te plaatsen op een openbare plaats indien wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De diepte van plantenbakken en banken bedraagt maximaal 1 meter. De toegestane diepte van een geveltuin c.q. plantenbak bedraagt maximaal 30 cm (oftewel een trottoirtegel), inclusief de opstaande rand.

  • 2.

    De plantenbakken en banken mogen enkel aanwezig zijn op de openbare plaats ter hoogte van de gevel van eigen woning of bedrijfspand.

  • 3.

    Vervallen

  • 4.

    De plantenbakken en banken mogen uitsluitend aanwezig zijn op de voor voetgangers bestemde delen van de openbare plaats.

  • 5.

    Op het trottoir is een vrije doorgang in een recht doorgaande lijn van ten minste 1,5 meter breed gewaarborgd voor voetgangers en rolstoelgebruikers.

  • 6.

    De minimale afstand tussen een te plaatsen object en een kruispunt dient ten minste 5 meter te zijn.

  • 7.

    Uitgangen en nooduitgangen moeten worden vrijgehouden.

  • 8.

    Brandkranen en aansluitingen voor blusleidingen moeten worden vrijgehouden.

  • 9.

    Objecten dienen dusdanig geplaatst te worden dat zij het zicht op verkeer, verkeersborden en andere verkeersaanwijzingen niet belemmeren.

  • 10.

    Plantenbakken en banken mogen niet worden verankerd in de grond of worden vastgemaakt aan gemeentelijke eigendommen.

  • 11.

    Het college wordt tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan de plaatsing van de plantenbak of bank in kennis gesteld met een digitale melding

Uitstallingen

Artikel 5 Definitie uitstalling

In deze nadere regels wordt verstaan onder uitstalling:

een los voorwerp, geplaatst voor een pand op een openbare plaats, dat een onmiskenbare relatie heeft met de bedrijfsactiviteiten van de in dat pand gevestigde onderneming, waaronder tevens wordt verstaan:

  • 1.

    reclame-uiting;

  • 2.

    voorwerpen en stoffen die behoren tot het reguliere assortiment van een winkel;

  • 3.

    uitstallingsmaterialen;

  • 4.

    speelattracties.

Artikel 6 Criteria plaatsen van uitstallingen

Voor criteria bij het plaatsen van uitstallingen worden de volgende gebieden onderscheiden 1 :

Voetgangersgebied Zaandam Centrum

Het is niet toegestaan uitstallingen te plaatsen in het voetgangersgebied Zaandam Centrum. Dit is vastgelegd in het ‘Aanwijzingsbesluit Inverdan als gebied waarin geen voorwerpen geplaatst mogen worden bij artikel 5.50 vijfde lid van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad’.

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van dit verbod indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    het reclamebord heeft een hoogte van 1492 mm en een breedte van 800 mm;

  • b.

    het reclamebord heeft een uiterlijke verschijningsvorm als een van de drie borden zoals opgenomen in bijlage II 'Maatvoering reclamebord voetgangersgebied' van de 'Beleidsregels reclame- en standplaatsenbeleid (Apv) Inverdan 2015';

  • c.

    per winkelfront is maximaal één bord toegestaan;

  • d.

    het bord staat geplaatst tegen de gevel van de winkel (binnen gele straatstrook van 1 meter diep).

Indien het reclamebord overeenkomstig deze criteria is, kan worden volstaan met een melding via de website van de gemeente Zaanstaaed.

Gemengd gebied Zaandam Centrum

Het is toegestaan een uitstalling te plaatsen indien wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De uitstalling mag uitsluitend aanwezig zijn ter hoogte van de eigen onderneming op voor voetgangers bestemde delen van de openbare plaats.

  • 2.

    De uitstalling mag een strook van maximaal 1 meter langs en tegen de gevel in beslag nemen

  • 3.

    Op het trottoir is een vrije doorgang in een recht doorgaande lijn van ten minste 1,5 meter breed gewaarborgd voor voetgangers en rolstoelgebruikers.

  • 4.

    Per onderneming mag 1 reclame-uiting van maximaal 1 m2 worden geplaatst.

  • 5.

    De uitstalling is enkel aanwezig op de openbare plaats op tijden dat de in dat pand gevestigde onderneming voor het publiek geopend is.

  • 6.

    Brandkranen en aansluitingen voor blusleidingen moeten worden vrijgehouden.

  • 7.

    Het college wordt tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan de plaatsing van de uitstalling in kennis gesteld met een digitale melding.

Overige gebieden Zaanstad

Het is toegestaan een uitstalling te plaatsen indien wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De uitstalling mag uitsluitend aanwezig zijn ter hoogte van de eigen onderneming op voor voetgangers bestemde delen van de openbare plaats.

  • 2.

    Op het trottoir is een vrije doorgang in een recht doorgaande lijn van ten minste 1,5 meter breed gewaarborgd voor voetgangers en rolstoelgebruikers.

  • 3.

    De uitstalling is enkel aanwezig op de openbare plaats op tijden dat de in dat pand gevestigde onderneming voor het publiek geopend is.

  • 4.

    Brandkranen en aansluitingen voor blusleidingen moeten worden vrijgehouden.

  • 5.

    Het college wordt tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan de plaatsing van de uitstalling in kennis gesteld met een digitale melding.

Algemeen

Artikel 7 Opvolgen aanwijzingen

Door of namens het bestuursorgaan gegeven aanwijzingen in het kader van het algemene belang, de openbare orde of veiligheid dienen strikt te worden opgevolgd. Deze aanwijzingen kunnen onder ander betrekking hebben op het geheel of gedeeltelijk verplaatsen dan wel verwijderen van de geplaatste objecten zonder dat de initiatiefnemer aanspraak kan maken op schadevergoeding.

Artikel 8 Overtreding van de nadere regels

Bij overtreding treedt het college op door het opleggen van een last onder bestuursdwang met een uiterst korte begunstigingstermijn. De begunstigingstermijn bedraagt maximaal 24 uur vanaf het moment dat de overtreder over het voornemen tot handhaving is geïnformeerd. Indien de overtreder bij machte is de overtreding te beëindigen binnen een kortere termijn dan 24 uur, zal een navenant kortere begunstigingstermijn worden gegeven. De kosten van bestuursdwang worden ten laste van de overtreder gebracht.

Artikel 9 Schade

Schade die is toegebracht aan gemeentelijke eigendommen als gevolg van de objecten zal door de gemeente voor rekening van de initiatiefnemer worden hersteld.


Noot
1

Indeling van gebieden zoals de kaart in het Aanwijzingsbesluit van openbare plaatsen als een gebied waarin geen voorwerpen geplaatst mogen worden (Aanwijzingsbesluit Inverdan als gebied waarin geen voorwerpen geplaatst mogen worden (artikel 5.50 vijfde lid van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad)).