Controleverordening Tribuut belastingsamenwerking

Geldend van 19-03-2016 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2016

Controleverordening Tribuut belastingsamenwerking.

Het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking,

gelet op artikel 213 Gemeentewet;

gelet op het Besluit accountantscontrole provincies en gemeenten (BAPG);

gelet op het Besluit begroting en verantwoording (BBV);

gelet op de Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking;

besluit vast te stellen de:

Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van Tribuut belastingsamenwerking, hierna te noemen “Tribuut”

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.accountant

een door het bestuur benoemde:

registeraccountant of accountant- administratieconsulent met een aantekening in het inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van artikel 36, Wet op de Accountant-Administratieconsulenten of organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken, belast met de controle van de jaarrekening en toetsing van het jaarverslag.

b.accountantscontrole

de controle van de jaarrekening en toetsing van het jaarverslag (samen jaarstukken), uitgevoerd door de door het bestuur benoemde accountant volgens de richtlijnen van het NIVRA, van:

de volledigheid en juistheid van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en de grootte en samenstelling van het vermogen;

het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en balansmutaties;

het rechtmatig tot stand komen van de belastingafdracht aan de deelnemende gemeenten;

het in overeenstemming zijn van de door de directeur opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet, de BBV en de BAPG;

de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken;

de toetsing van het jaarverslag op juiste weergave van de feiten in de jaarrekening;

waarbij de nadere regels, die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gesteld op grond van het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet, in acht worden genomen.

c.rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole

het overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het BAPG.

d.Team

iedere organisatorische eenheid binnen Tribuut met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan de directeur.

e.deelverantwoording

een in opdracht van het bestuur ten behoeve van de verslaglegging opgestelde verantwoording van de directeur, welke verantwoording onderdeel uit maakt van de jaarrekening.

Artikel 2.

Opdrachtverlening accountantscontrole

  • 1.

    De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door het bestuur te benoemen accountant. Het bestuur stelt voorafgaande aan de benoeming van de accountant de periode van benoeming vast.

  • 2.

    Het bestuur stelt voor de opdrachtverlening aan de accountant het programma van eisen vast. Het programma van eisen bevat in ieder geval een vermelding van:

    • a.

      de toe te passen goedkeurings- en rapporteringstoleranties bij de controle van de jaarrekening;

    • b.

      de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;

    • c.

      de posten van de jaarrekening, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden;

Artikel 3. Informatieverstrekking door de directeur

  • 1. De directeur is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarstukken conform de geldende interne - en externe wet- en regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor controle.

  • 2. De directeur draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten grondslag liggende verordeningen, nota’s, collegebesluiten, deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten, berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn.

  • 3. Bij de jaarrekening bevestigt de directeur schriftelijk aan de accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de oordeelsvorming van de accountant is verstrekt.

  • 4. De directeur dient de conceptjaarstukken met accountantsverklaring vóór 15 maart van het jaar na afloop van het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben in bij het bestuur.

  • 5. De directeur zendt na instemming van het bestuur vóór 15 april na afloop van het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben de gecontroleerde conceptjaarstukken met de accountantsverklaring aan de gemeenteraden.

  • 6. De directeur zendt de jaarstukken met accountantsverklaring vóór 15 juli na afloop van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan Provinciale Staten van provincie Gelderland.

  • 7. Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor behandeling van de jaarstukken door het bestuur beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarstukken geven, wordt terstond door de directeur aan het bestuur en de accountant gemeld.

Artikel 4. Inrichting accountantscontrole

  • 1. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.

  • 2. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.

  • 3. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings)overleg plaats tussen de accountant en de directeur en controller van Tribuut.

Artikel 5. Toegang tot informatie

  • 1. De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven, computerbestanden en overige bescheiden, waarvan hij inzage voor de accountantscontrole nodig oordeelt. De directeur draagt er zorg voor dat de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren, magazijnen, werkplaatsen, terreinen en informatiedragers van Tribuut.

  • 2. De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. De directeur draagt er zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking verlenen

  • 3. De directeur draagt er zorg voor, dat alle teams de accountant alle informatie verstrekken, opdat de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over de rechtmatige totstandkoming van baten, lasten, balansmutaties en het gevoerde beheer en over de getrouwheid van de daarover verstrekte informatie.

Artikel 6. Overige controles en opdrachten

  • 1. De directeur kan de door het bestuur benoemde accountant opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover de onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. De directeur informeert het bestuur vooraf over deze aan de accountant te verstrekken opdrachten.

  • 2. De directeur draagt de zorg voor de verantwoording aan derden (bijvoorbeeld, Belastingdienst, ABP, Sociale verzekeringsbank) en neemt hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel van deze vereisten moet worden uitgevoerd door een accountant, is de directeur bevoegd hiervoor de opdracht te verlenen aan een andere dan de door het bestuur benoemde accountant, indien dit in het belang van Tribuut is.

  • 3. De directeur draagt de zorg voor de verantwoording aan de gemeenten over de belastingoplegging en ontvangsten en neemt hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel van deze vereisten moet worden uitgevoerd door een accountant, is de directeur bevoegd hiervoor de opdracht te verlenen aan een andere dan de door het bestuur benoemde accountant, indien dit in het belang van Tribuut is.

Artikel 7. Rapportering

  • 1. Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze terstond schriftelijk aan het bestuur en zendt een afschrift hiervan aan de directeur.

  • 2. In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles verslag uit over zijn bevindingen van niet bestuurlijk belang aan de directeur en controller van Tribuut.

  • 3. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden door de accountant verzonden aan het bestuur.

  • 4. Voorafgaand aan de verzending aan het bestuur legt de accountant de accountantsverklaring en het verslag van bevinden voor aan de directeur met de mogelijkheid voor de directeur om op deze stukken te reageren.

  • 5. De accountant bespreekt voorafgaand aan de behandeling door het bestuur van de jaarstukken het verslag van bevindingen met (een voor dit doel door het bestuur ingestelde vertegenwoordiging van) het bestuur.

Artikel 8. Bekendmaking en inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op de dag van bekendmaking, met dien verstande dat zij van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarstukken (en deelverantwoordingen) van het verslagjaar 2016 en later.

Artikel 9. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Controleverordening Tribuut belastingsamenwerking”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur van Tribuut,

De voorzitter, De ambtelijk secretaris,

Dhr. R.A.J. Scholten Drs. G.A.G. Eggermont

Epe,

19 februari 2016