Eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van 25 augustus 2010, no. 3 ter uitvoering van de artikelen 8, 9, 10, 11, 16, 17 en 19 van de Eilandsverordening Natuurbeheer (A.B. 2008, no. 23) en tot intrekking van het eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen van 31 maart 2005 no. 6 (A.B. 2005, no. 10) (Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire)

Geldend van 23-10-2015 t/m heden

Intitulé

Eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van 25 augustus 2010, no. 3 ter uitvoering van de artikelen 8, 9, 10, 11, 16, 17 en 19 van de Eilandsverordening Natuurbeheer (A.B. 2008, no. 23) en tot intrekking van het eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen van 31 maart 2005 no. 6 (A.B. 2005, no. 10) (Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire)

Paragraaf l

BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1
  • 1. In dit Eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt verstaan onder:

    • -

      beheerder: de ingevolge artikel 8, eerste lid, van de eilandsverordening jº artikel 23 van dit eilandsbesluit aangewezen organisatie die is belast met het beheer van de natuurparken van het eilandgebied Bonaire;

    • -

      bouwwerk: elke constructie van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats waarvoor zij is bedoeld, hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

    • -

      Eilandsverordening: de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire (A.B. 2008, no. 23);

    • -

      natuurpark: natuurpark als bedoeld in artikel 4 van de eilandsverordening;

    • -

      onderwaterpark: natuurpark ingesteld bij de Verordening marien milieu (A.B. 1991, no. 8) dan wel als natuurpark ingesteld krachtens artikel 4 van de eilandsverordening;

    • -

      vellen: het kappen, verwijderen, snoeien, vernielen en rooien van planten;

    • -

      Washington Siagbaai Park: natuurpark dat door het Eilandgebied Bonaire aan STINAPA Bonaire in beheer is gegeven bij overeenkomst van 9 oktober 1990 (archiefnr. 3499) dan wel als natuurpark is ingesteld krachtens artikel 4 van de eilandsverordening.

  • 2. De begripsbepalingen in artikel 1 van de eilandsverordening zijn van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf II

BESCHERMING VAN GEBIEDEN

Artikel 2

Het is verboden gebruik te maken van een natuurpark zonder dat de daarvoor verschuldigde gebruiksvergoeding is voldaan.

Artikel 3

Voor de toegang tot een natuurpark wordt een vergoeding geheven als vermeld in Annex III van dit besluit.

Artikel 4
  • 1. De beheerder is belast met de inning van de vergoedingen.

  • 2. Dat de vergoeding is voldaan dient te blijken uit een door of namens de beheerder te verstrekken betalingsbewijs.

  • 3. Gebruiksvergoedingen kunnen worden voldaan bij:

    • a.

      het kantoor van de beheerder; of

    • b.

      bij personen of bedrijven die faciliteiten aanbieden ten behoeve van het gebruik van het natuurpark; of

    • c.

      op andere door de beheerder te bepalen plaatsen.

  • 4. De in het derde lid, onder b, bedoelde personen of bedrijven dienen bij hun cliënten de door hen verschuldigde gebruiksvergoedingen te innen dan wel hen op het bezit van een geldig betalingsbewijs te controleren.

Artikel 5
  • 1. Personen of bedrijven als bedoeld in artikel 4, derde lid onder b, dienen per keer ten minste een voorraad betalingsbewijzen bij de beheerder tegen betaling af te nemen overeenkomstig het aantal gebruikers dat in een week wordt verwacht.

  • 2. Betalingsbewijzen welke onjuist zijn ingevuld of welke niet zullen worden verstrekt aan gebruikers kunnen, met toestemming van de beheerder, tegen nieuwe betalingsbewijzen worden ingewisseld.

Artikel 6
  • 1. Betalingsbewijzen bestaan uit hetzij een kwitantie hetzij een kwitantie en een penning, welke beiden zijn voorzien van een gelijk nummer en die gelijktijdig aan de gebruiker worden verstrekt.

  • 2. Betalingsbewijzen zijn niet overdraagbaar.

  • 3. Indien de geldigheid van het betalingsbewijs is beperkt tot één dag wordt slechts een kwitantie verstrekt.

  • 4. De duplicaten van de kwitanties worden door degene die de betalingsbewijzen verstrekt overhandigd aan de beheerder, zo dikwijls als deze daarom vraagt.

  • 5. De penning dient door de gebruiker op een zodanige wijze te worden gedragen of aan kleding of uitrusting bevestigd dat deze goed zichtbaar is.

  • 6. De gebruiker is verplicht de penning en kwitantie, of ingeval een penning niet verstrekt is de kwitantie, op eerste verzoek te tonen aan de personen belast met het beheer van het natuurpark.

Artikel 7
  • 1. Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege specimens van dieren of planten uit een natuurpark te verwijderen.

  • 2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op het verzamelen met de hand of met traditioneel visgerei van vissen, schaaldieren en weekdieren, voor zover dit overigens is toegelaten.

  • 3. Onder traditioneel visgerei wordt uitsluitend verstaan vislijnen, hengels en door de beheerder goedgekeurde en als zodanig gewaarmerkte werpnetten (tarai) en treknetten (reda).

  • 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op verzamelen en verwijderen van in artikel 19, eerste lid, genoemde dier- en plantensoorten door de beheerder en door de beheerder aangewezen personen.

Artikel 8

Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege in een natuurpark de volgende handelingen te verrichten:

  • a.

    het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;

  • b.

    het beschadigen, verwijderen of vernietigen van natuurlijke vegetatie;

  • c.

    het verwijderen van zand of stenen;

  • d.

    het aanleggen van wegen, kaden, pieren, aanlegplaatsen, kanalen, dammen of andere bouwwerken;

  • e.

    het gebruiken van voertuigen buiten de daarvoor opengestelde wegen en paden;

  • f.

    het gebruiken van modelvliegtuigen en modelmotorvaartuigen;

  • g.

    het storten van afval;

  • h.

    het lozen van ongezuiverd afvalwater of chemische en biologische stoffen die schade kunnen toebrengen aan het milieu;

  • i.

    het gebruiken van bestrijdingsmiddelen of kunstmest;

  • j.

    het verstoren van de waterhuishouding;

  • k.

    het aanleggen van open vuren;

  • l.

    het veroorzaken van geluidshinder;

  • m.

    het binnen het park brengen van dieren of planten met uitzondering van huisdieren op door de beheerder daartoe aangewezen plaatsen;

  • n.

    het binnengaan van als zodanig aangegeven broedgebieden of bijzondere reservaten;

  • o.

    het voeren van dieren.

Artikel 9

Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege in bufferzones als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de eilandsverordening de volgende handelingen te verrichten:

  • a.

    het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;

  • b.

    het beschadigen, verwijderen of vernietigen van natuurlijke vegetatie anders dan ten hoeve van het onderhoud van wegen en paden of de uitoefening van traditionele landbouw;

  • c.

    het aanleggen van wegen, kaden, kanalen, dammen of andere bouwwerken;

  • d.

    het storten van afval;

  • e.

    het lozen van ongezuiverd afvalwater of chemische en biologische stoffen die schade kunnen toebrengen aan het milieu;

  • f.

    het gebruiken van bestrijdingsmiddelen of kunstmest;

  • g.

    het verstoren van de waterhuishouding;

  • h.

    het aanleggen van open vuren voor zover dit een gevaar kan opleveren voor de natuurlijke vegetatie van het natuurpark.

Artikel 10
  • 1. Het is verboden in een natuurpark geweren, pistolen, katapults, strikken of andere jachtmiddelen onder zich te hebben.

  • 2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van jachtmiddelen voor zover deze worden gebruikt voor het beheer van het park.

Paragraaf III

BESCHERMING VAN DIER- EN PLANTENSOORTEN

Artikel 11
  • 1. Als beschermde dier- en plantensoorten in de zin van artikel 11, tweede lid, van de eilandsverordening worden aangewezen de soorten vermeld in Annex I van dit besluit,

  • 2. De geldende tekst van de annex bedoeld in het eerste lid ligt voor een ieder ter inzage op een door het bestuurscollege aangewezen plaats.

Artikel 12

Ten behoeve van het beheer van beschermde vogelsoorten kan het bestuurscollege de eigenaar of beheerder van masten, hoogspanningsleidingen of andere constructies die zich bevinden in de vliegroute van de vogels, gelasten deze constructies op de door het eilandsbestuur aangewezen plaatsen te voorzien van waarschuwingsbollen of soortgelijke voorwerpen.

Artikel 13

(Gereserveerd)

Artikel 14
  • 1. Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege bomen of cactussen met een omtrek van de stam van minimaal 65 centimeter, gemeten op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld, te vellen.

  • 2. Het is verboden zonder vergunning bomen of cactussen te vellen die geplant zijn in het kader van de herplantplicht of anderszins aangegane verplichtingen.

  • 3. Het is verboden bomen of cactussen te vellen die opgenomen zijn in de lijst "waardevolle bomen" van het eilandgebied Bonaire.

  • 4. Het in het eerste en derde lid bedoelde verbod geldt niet voor het vellen van bomen of cactussen bedoeld in artikel 19 of artikel 20 en indien naar het oordeel van het bestuurscollege er sprake is van ernstige bedreiging van de openbare veiligheid of noodtoestand of andere uitzonderlijke situaties.

Artikel 15
  • 1. Het bestuurscollege is bevoegd de vergunning te verlenen onder de voorwaarde dat de vergunninghouder een geldelijke bijdrage verschuldigd is die bestemd is voor aanplantingen.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt voldaan aan en beheerd door de organisatie als bedoeld in artikel 23, Bij het afleggen van de rekening en verantwoording als bedoeld in artikel 9, vierde lid van de eilandsverordening wordt een overzicht verstrekt van aangeplante bomen per locatie.

  • 3. De geldelijke bijdrage bedraagt:

    • a.

      $ 85,00 (Naf 152,00) bij een stamomtrek van 65 tot 79 centimeter;

    • b.

      $ 140,00 (Naf 250,00) bij een stamomtrek van 80 tot 94 centimeter; en

    • c.

      $ 195,00 (Naf 349,00) bij een stamomtrek van 95 centimeter of meer.

Artikel 16
  • 1. Het bestuurscollege kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder andere:

    • a.

      natuur- en milieuwaarden;

    • b.

      landschappelijke waarden;

    • c.

      cultuurhistorische waarden;

    • d.

      waarden van stads- en dorpsschoon;

    • e.

      waarden voor recreatie en leefbaarheid;

    • f.

      beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    • g.

      één of meerdere van de bovengenoemde waarden die de beplanting in de toekomst kan vertegenwoordigen.

  • 2. Indien er sprake is van bouw- of aanlegplannen, kan een vergunning worden geweigerd op de enkele grond dat de plannen nog niet definitief zijn.

Artikel 17
  • 1.

    Het bestuurscollege wijst bomen of cactussen aan die behouden dienen te blijven vanwege hun;

    • a.

      natuur- en milieuwaarden;

    • b.

      landschappelijke waarden;

    • c.

      cultuurhistorische waarden;

    • d.

      waarden van stads- en dorpsschoon; en

    • e.

      waarden voor recreatie en leefbaarheid.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde bomen of cactussen worden vermeld op een daartoe door het bestuurscollege opgestelde lijst, die voor een ieder ter inzage ligt op een door het bestuurscollege aangewezen plaats.

Artikel 18
  • 1. Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege mangroven, pokhouten bolcactussen in de natuur uit te steken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen, te beschadigen of te vernielen. Het verbod is niet van toepassing op handelingen verricht op een perceel waarop werkzaamheden zullen worden verricht waarvoor op grond van de Bouw- en woningverordening (A.B. 1961, no. 17) of hiervoor in de plaatstredende verordening een bouwvergunning is verleend.

  • 2. Onder mangroven, pokhout en bolcactussen als bedoeld in het eerste lid worden verstaan:

    • a.

      witte mangrove (Avicennia germinans, mangel blanku);

    • b.

      grijze mangrove (Conocarpus erectus, mangel, mangel blanku);

    • c.

      mangrove (Laguncularia racemosa, mangel blanku);

    • d.

      rode mangrove (Rhizophora mangle, mangel tan);

    • e.

      pokhout (Guaiacum offidnale, wayaka) en (Guaiacum sanctum, wayaka shimaron);

    • f.

      boicactus (Melocactus macracanthus, bushi, kabes di indjan, melon di seru).

Paragraaf IV

OVERIGE REGELS TER BESCHERMING VAN DE NATUUR

Artikel 19
  • 1. Als schadelijk voor de natuur of de natuurwaarden van het eilandgebied Bonaire wordt aangemerkt de volgende dier- en plantensoorten:

    • a.

      Cryptostegia grandiflora (rubberiiaan, palu di lechi);

    • b.

      Pterois spp. (koraalduivel);

    • c.

      Boa constridor (afgodslang).

  • 2. Het bestuurscollege kan de rechthebbende op land of wateren alsmede de hoofdgebruiker gelasten dieren of planten behorende tot een in het eerste lid aangewezen soort te verwijderen of passende maatregelen te treffen teneinde te voorkomen dat deze soort zich vermeerdert of verspreidt.

  • 3. De verwijdering dient in eerste instantie mechanisch te geschieden. Verwijdering met chemische middelen mag slechts worden toegepast nadat het bestuurscollege daartoe een vergunning heeft verleend.

Artikel 20
  • 1. Als mogelijk schadelijk voor de natuur of de natuurwaarden van het eilandgebied Bonaire wordt aangemerkt de volgende plantensoort:

    - Azadirachta Mica (neem boom; palu di neem).

  • 2. Het bestuurscollege kan de rechthebbende op land alsmede de hoofdgebruiker gelasten passende maatregelen te treffen teneinde te voorkomen dat de op zijn land voorkomende dieren of planten behorende tot een in het eerste lid aangewezen soort zich vermeerderen of verspreiden.

Artikel 21
  • 1. Als activiteiten zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de eilandsverordening worden aangemerkt:

    • a.

      de aanleg, wijziging of uitbreiding van een luchtvaartterrein;

    • b.

      de wijziging in de ligging van een start- of landingsbaan of de verlenging of verbreding daarvan;

    • c.

      de aanleg, wijziging of uitbreiding van een zeehaven;

    • d.

      de aanleg, wijziging of uitbreiding van met land verbonden en buiten een haven gelegen pier voor het lossen en laden van schepen groter dan 500 gross tons (GT);

    • e.

      de aanleg, wijziging of uitbreiding van een kunstmatig strand;

    • f.

      de aanleg, wijziging of uitbreiding van een jachthaven;

    • g.

      de aanleg, wijziging of uitbreiding van een uitwatering in zee;

    • h.

      de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor het ontzien van zeewater of voor het onttrekken van warmte of koude aan zeewater waarbij de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 70 m3 per dag of meer;

    • i.

      de winning dan wel wijziging of uitbreiding van de winning van oppervlaktedelfstoffen, de ophoging of ander gebruik van de zeebodem over een oppervlakte van 0,25 hectare of meer;

    • j.

      de aanleg, wijziging of uitbreiding van een inrichting voor aquacultuur;

    • k.

      de infiltratie van water in de bodem of onttrekking van grondwater aan de bodem alsmede de wijziging of uitbreiding van bestaande infiltraties of onttrekkingen waarbij de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 100 m3 per dag of meer;

    • l.

      de winning van aardolie, aardgas of andere delfstoffen;

    • m.

      m. de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor de opslag van aardolie, aardgas, petrochemische of chemische producten met een opslagcapaciteit van 2.000 ton of meer;

    • n.

      n. de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor de raffinage van aardolie;

    • o.

      de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor de fabricage van chemische producten en de aanleg van de daarbij behorende infrastructuur;

    • p.

      de aanleg, wijziging of uitbreiding van een buisleiding met een diameter van meer dan 20 centimeter voor het transport van gas, olie of chemicaliën over een lengte van meer dan 500 meter;

    • q.

      de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voorde productie van elektriciteit, stoom of warmte met een vermogen van 5 megawatt of meer;

    • r.

      de oprichting, wijziging of uitbreiding van één of meer met elkaar samenhangende installaties voor het opwekken van elektriciteit door middel van windenergie, waarbij de activiteit betrekking heeft op een gezamenlijk vermogen van 10 megawatt of meer of 10 windturbines of meer;

    • s.

      de aanleg, wijziging of uitbreiding van het tracé van een bovengrondse hoogspanningsleiding met een spanning van 30 kilovolt of meer en over een lengte van 3 kilometer of meer;

    • t.

      de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor het verbranden, verwerken of storten van afvalstoffen met een capaciteit van 2.000 ton per jaar of meer;

    • u.

      de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor het reinigen van afvalwater met een capaciteit van 1.000 inwonerequivalenten of meer;

    • v.

      de ontgronding dan wel wijziging of uitbreiding van de ontgronding over een oppervlakte van 1 hectare of meer;

    • w.

      de winning dan wel wijziging of uitbreiding van de winning van oppervlaktedelfstoffen op een winplaats van 5 hectare of meer of een aantal winplaatsen die in elkaars nabijheid liggen met een gezamenlijke oppervlakte van 5 hectare of meer;

    • x.

      de aanleg, wijziging of uitbreiding van een golfbaan en andere recreatieve of toeristische voorzieningen met een oppervlakte van 8 hectare of meer;

    • y.

      de aanleg, wijziging of uitbreiding van terreinen en bouwwerken voor verblijfsaccommodatie van 10 kamers of meer in bufferzones van natuurparken en in gebieden die bij of krachtens de Eilandsverordening ruimtelijke ontwikkelingsplanning Bonaire of een hiervoor in de plaatstredende verordening, voor doeleinden van landschaps- of natuurbehoud of ecologische en milieuhygiënische doeleinden bestemd zijn.

  • 2. Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de eilandsverordening gaat vergezeld van een milieu-effectrapport dat voldoet aan de eisen zoals vermeld in annex II van dit besluit.

  • 3. Geen milieu-effectrapport behoeft te worden overgelegd indien:

    • a.

      voor de voorgenomen activiteit of een activiteit waarvan de voorgenomen activiteit een herhaling of voortzetting is reeds eerder een milieu-effectrapport is opgesteld en een nieuw milieueffectrapport redelijkerwijs geen nieuwe gegevens kan bevatten over de mogelijke nadelige gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu;

    • b.

      als gevolg van een gebeurtenis waarbij ernstige verstoring van de openbare orde is of dreigt te ontstaan, waarbij het leven, het welzijn van vete personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of worden geschaad, de voorgenomen activiteit onverwijld moet worden uitgevoerd;

    • c.

      ten behoeve van de voorgenomen activiteit onderzoek naar de mogelijke nadelige gevolgen van deze activiteit voor het milieu is uitgevoerd en uit dit onderzoek ter beoordeling door het bestuurscollege blijkt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Deze bepaling is niet van toepassing op gebieden die op basis van het Verdrag van Ramsar en het SPAW-Protocol worden beschermd, inclusief bufferzones, en de gronden met de bestemmingen Water-Marinepark, Water-Natuur, en Natuur in het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Bonaire, met uitzondering van de binnen de bestemming Natuur gelegen terreinen die ingevolge een in dit plan opgenomen aanduiding mede bestemd zijn voor een andere functie dan natuur;

    • d.

      De voorgenomen activiteit wordt uitgevoerd overeenkomstig door het bestuurscollege opgestelde richtlijnen.

  • 4. Een initiatiefnemer doet het bestuurscollege mededeling van een door hem te verrichten activiteit als bedoeld in het derde lid, onderdeel c.

  • 5. Het bestuurscollege stelt op basis van de hiervoor bedoelde mededeling binnen vier weken na ontvangst van de mededeling richtlijnen vast ten aanzien van het onderzoek.

  • 6. Het bestuurscollege legt voorafgaande aan haar beoordeling van het onderzoek het onderzoek gedurende 30 dagen ter inzage en stelt daarbij belanghebbenden in de gelegenheid om een schriftelijke reactie in te dienen. Het bestuurscollege betrekt deze reacties bij haar beoordeling van het initiatief. Het bestuurscollege besluit binnen zes weken na ontvangst van het onderzoek of er wel of geen milieu-effectrapport opgesteld moet worden.

  • 7. Indien op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de eilandsverordening positief wordt beslist, bepaalt het bestuurscollege bij de vaststelling van haar besluit tevens een datum voor de evaluatie van dat besluit.

  • 8. Na verloop van de in het vierde lid bedoelde termijn voert het bestuurscollege met medewerking van de vergunninghouder een evaluatie uit van haar besluit met inachtneming van de werkelijk opgefreden gevolgen van de ondernomen activiteit voor het milieu.

  • 9. Het bestuurscollege neemt, na hiertoe de landelijke commissie gehoord te hebben, zonodig aanvullende maatregelen om nadelige gevolgen van de ondernomen activiteit voor het milieu te beperken.

Artikel 22

Het bepaalde in artikel 19, derde tot en met vijfde lid, van de eilandsverordening is niet van toepassing op de volgende categorieën vergunnings- of ontheffingsaanvragen:

  • a.

    aanvragen voor een vergunning als bedoeld in artikel 8 onder n, tot het binnengaan van als zodanig aangegeven broedgebieden en reservaten;

  • b.

    aanvragen vooreen vergunning als bedoeld in artikel 19, derde lid, tot het verwijderen van schadelijke planten met chemische middelen; en

  • c.

    aanvragen voor een vergunning of ontheffing ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek.

Paragraaf V

BEHEER VAN DE NATUURPARKEN

Artikel 23

Als beheerder van de natuurparken van Bonaire wordt aangesteld de Stichting Nationale Parken Bonaire (STINAPA Bonaire) gevestigd te Bonaire.

Artikel 24

Het beheer van de natuurparken wordt bij overeenkomst geregeld tussen het Bestuurscollege en de in artikel 23 genoemde beheerder.

Paragraaf VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel 25

Het eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, van 31 maart 2005 (A.B. 2005, no. 10) wordt ingetrokken.

Artikel 26

Dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als: Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire.

Artikel 27

Dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, treedt in werking op 1 september 2010 met uitzondering van de artikelen 14 en 15 die in werking treden op 1 januari 2011.

Bijlagen

Annex I als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire

Eilandelijk beschermde dier- en plantensoorten

Op grond van artikel 11, tweede lid, van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire (Beschermde dier- en plantsoorten op grond van verdragen (artikel 11, eerste lid Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire) worden niet vermeld).

Latijnse naam

Papiamentse naam

Nederlandse naam

Engelse naam

Haaiachtigen

Aetobatus narinari

chuchu águila

gevlekte adelaarsroq

spotted eagle ray

Dasyatis Americana

chuchu ròk

Amerikaanse pijlstaartrog

southem stingray

Manta birostris

manta

mantarog

manta ray

Selachimorpha (Euselachii)

tribon

haaien

sharks

Zeevissen

Balistes vetula

pishiporko rabu di gai

koningstrekkervis

queen triggerfsh

Dermatolepis inermis

olitu

marbled grouper

Epinephelus itajara

djukvis

itajara

Goliath grouper, jewfish

Epinephelus striatus

jakupepu

Nassau tandbaars

nassau grouper

Lachnolaimus maximus

hokfis

everlipvis

hogfish

Lutjanus analis

kapitán

snapper

mutton snapper

Lutjanus cyanopterus

karaña pretu

cubera snapper

cubera snapper

Pagrus pagrus

djent'i maishi

rode zeebrasem

red porgy

Scaridae

gutu

papegaaivissen

parrotfishes

Thunnus obesus

buni wowo grandi

grootoogtonijn

bigeye tuna

Ongewervelde zeedieren

Panulirus argus

kref

kreeft

Caribbean spiny lobster

Panulirus guttatus

kref

gevlekte kreeft

spotted spiny lobster

Panulirus laevicauda

kref

kreeft

smoothtail spiny lobster

Koraalachtigen

Antipatharia

koral pretu

zwarte koralen

black corals

●○

Gorgoniacea

waaierkoralen

gorgonians

Milleporidae

brandkoralen

fire corals

●○

Scleractinia

steenkoralen

stony corals

●○

Stylasteridae

kantkoralen

lace corals

●○

Zeeschelpdieren

Strombus gigas

karkó

roze vleugelhoom grote kroonslak

queen conch

●■○

Zeegrassen

Syringodium filiforme (Cymodocea manitorum)

zeegras

manatee grass

Thalassia testudinum

yerba di kaña

zeegras

turtle grass

Zoogdieren

Chiroptera

raton di anochi

vleermuizen

bats

Vogels

Aratinga pertinax xanthogenius

prikichi

West Indische parkiet

brown-throated parakeet

●○

Buteo albicaudatus

gabilan di seru, falki

witstaartbuizerd

white tailed hawk

●○

Margarops fuscates bonairensis

chuchubi Spaño palabrua boka duru

witoogspotlijster

pearly eyed trasher

Pandion haliaetus

gabilan piskadó

visarend

osprey

●○

Phoenicopterus ruber

chogogo

Caribische flamingo

Caribbean flamingo

●○

Tyto alba

palabrua

kerkuil

bamowl

●○

Reptielen

Iguana iguana

yuana

groene leguaan

green iguana

Zoetwaterdieren

Typhlatya monae

blinde garnaal

Mona cave shrimp

Mangrovésoorten

Avicennia germinans

mangel blanku

witte mangrove

black mangrove

Conocarpus erectus

mangel, mangel blanku

gijze mangrove

buttonwood

Laguncularia racemosa

mangel blanku

mangrove

white mangrove

Rhizophora mangle

mangel tan

rode mangrove

mangrove

Bomen

Amyris ignea (A. simplicifolia)

Capparis tenuisiliqua

Celtis iguanaea

Clusia sp.

tam machu

Crateva tapia

ishiri

Euphorbia cotinifolia

manzaliña bobo

Ficus brittonii

palu di mahawa, mahòk di mondi

Geoffroea spinosa (G. superba)

palu di taki

Guaiacum officinale

wayaká

pokhout

lignum-vitae

●■○

Guaiacum sanctum

wayaká shimaron

pokhout

roughbark lignum-vitae

●■○

Guapira fragrans (Pisonia fragans)

Guapira pacurero (Pisonia bonairensis)

mafobari, mushi bari

Krugiodendron ferreum

kaobati

Manihot carthaginensis

marihuri

Maytenus tetragona (M. sieberiana)

palu di kolebra (A)

Maytenus versluysii

bèshi di yuana

Phoradendron trinervium

Sabal cf. causiarum (Sabal sp.)

kabana

sabalpalm

sabal palm

Salicornia perennis

Schoepfia schreberi

mata combles (A)

Spondias mombin

hoba

Strumpfia maritima

Ximenia americana

kashu di mondi

Zanthoxylum flavum (Fagara flava)

kalabari

West Indian satinwood

Zanthoxylum monophyllum (Fagara monophylla)

bosùa, koubati

Planten

Bromelia humilis (B. lasiantha)

teku

bromelia

bromeliad

Cereus repandus (Subpilocereus repandus)

kadushi

boomcactus

candle cactus

Melocactus macracanthus

bushi, kabes di indjan, melon di seru

bolcactus

Turk's cap cactus

●■○

Opuntia caracassana (Opuntia wentiana)

infrou, tuna

Spaanse juffer

prickly pear

Orchidaceae

orkidia

orchideeën

orchids

●○

Pilosocereus lanuginosus (Cephalocereus lanuginosus)

kadushi di pushi, kadushi spaño

zuilcactus

candle cactus

Stenocereus griseus (Lemaireocereus griseus, Ritterocereus griseus)

yatu, datu

zuilcactus

candle cactus

Tillandsia flexuosa

teku di palu

bromelia

bromeliad

Varnes

varens

ferns

Legenda

● = Beschermde dier- of plantsoort aangewezen op grond van artikel 11, tweede lid, van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire.

■ = Beschermde dier- of plantsoort aangewezen op grond van artikel 11, tweede lid, van de

Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire waarvoor ook beheersmaatregelen gelden op grond van artikel 11, derde lid van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire.

○ = Beschermde dier- of plantsoort op bijlage 2 van het CITES-Verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora). Specimens van soorten op deze lijst die worden geëxporteerd, behoeven een uitvoervergunning.

Toelichting op Annex I

Eilandelijk beschermde dier- en plantensoorten

Verplicht beschermd door verdragen

De bescherming van dier- en plantensoorten is geregeld in Paragraaf III van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire. Volgens artikel 11, eerste lid, worden alle dier- en plantensoorten beschermd die zijn genoemd in:

• bijlage 1 van het CITES-Verdrag;

• bijlage 1 van de Bonn-Conventie;

• bijlagen 1 en 2 van het SPAW-Protocol; en

• bijlage 1 van het Zeeschildpaddenverdrag.

De soorten die op grond van deze verdragen verplicht zijn beschermd, zijn niet in Annex l aangegeven.

Beschermd door het eilandgebied Bonaire

Volgens artikel 11, tweede lid, van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire kunnen bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen ook andere dier- en plantensoorten, die tot de inheemse flora en fauna behoren, worden aangewezen als beschermde soorten. Naast ecologische criteria zijn het draagvlak onder de bevolking en de handhaafbaarheid van de wettelijke bescherming belangrijke voorwaarden voor soortbescherming op eilandsniveau. Met het oog hierop dient de lijst kort te zijn.

Voor het samenstellen van de lijst zijn de volgende criteria gehanteerd. De soorten op de lijst dienen aan één of meer criteria te voldoen.

  • -

    Vermelding op de rode lijst van bedreigde soorten van de World Conservation Union, IUCN, categorie CR (critically endangered), categorie EN (endangered) of categorie VU (vulnerable). Dit geldt bijvoorbeeld voor een aantal mariene vissoorten.

  • -

    Endemisch en daarnaast zeldzaam, bedreigd of andere overwegingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de sabal palm (kabana), de parkiet (prikichi) en de witoogspotlijster (chuchubi Spano).

  • -

    Lokaal bedreigd of zeldzaam. Dit geldt bijvoorbeeld voor haaien, vleermuizen, varens, orchideeën en een aantal boomsoorten.

  • -

    Ecologisch belang (sleutelsoorten). Dit geldt bijvoorbeeld voor koralen, haaien, papegaaivissen, vleermuizen, mangroven en zeegras.

  • -

    Onderhevig aan grote exploitatie druk. Een voorbeeld hiervan is de karkó.

  • -

    Toeristische waarde (vlaggeschip soorten). Voor Bonaire valt de flamingo onder dit criterium, maar ook haaiachtigen.

  • -

    (Potentieel) verzamelobject. Voorbeelden hiervan zijn karkó's, orchideeën en bolcactussen (bushi).

  • -

    Handhavingsoverwegingen. De verschillende soorten zijn door leken niet uit elkaar te houden, daarom wordt de hele groep beschermd. Dit geldt bijvoorbeeld voor koralen, haaien en vleermuizen.

Annex II als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van het Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire

Inhoud en procedure milieu-effectrapport;

  • 1.

    Een milieu-effectrapport als bedoeld in artikel 16, tweede lid van de eilandsverordening bevat tenminste de volgende onderdelen:

    • a.

      een beschrijving van de voorgenomen activiteit en van de wijze waarop deze zal worden uitgevoerd;

    • b.

      een beschrijving van de alternatieven voor de voorgenomen activiteit die redelijkerwijs in plaats daarvan in aanmerking zouden kunnen komen;

    • c.

      een aanduiding van het door het bestuurscollege met betrekking tot de voorgenomen activiteit te nemen besluit en een overzicht van de besluiten die eerder door het bestuurscollege met betrekking tot die activiteit of de beschreven alternatieven zijn genomen;

    • d.

      een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu, voor zover de voorgenomen activiteit of de beschreven alternatieven daarvoor gevolgen kunnen hebben, alsmede van de te verwachten ontwikkeling van het milieu indien noch de voorgenomen activiteit noch de beschreven alternatieven worden ondernomen;

    • e.

      een beschrijving van de gevolgen voor het milieu, die de voorgenomen activiteit, onderscheidenlijk elk van de beschreven alternatieven kan veroorzaken, alsmede van de wijze waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven;

    • f.

      een vergelijking van de te verwachten ontwikkeling van het milieu zoals deze is beschreven ter uitvoering van onderdeel d, met de gevolgen voor het milieu zoals deze zijn beschreven ter uitvoering van onderdeel e;

    • g.

      een overzicht van de leemten in de beschrijvingen, bedoeld onder d en e, die het gevolg zijn van het ontbreken van de benodigde gegevens; en

    • h.

      een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de beoordeling van het milieu-effectrapport.

  • 2.

    Voor de opstelling en behandeling van een milieu-effectrapport als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de eilandsverordening geldt de volgende procedure:

    • a.

      de initiatiefnemer stelt een startnotitie met basisgegevens op en zendt deze aan het bestuurscollege;

    • b.

      het bestuurscollege legt de startnotitie om advies voor aan een daartoe tijdelijk door het bestuurscollege ingestelde commissie, waarvan de leden worden benoemd op grond van hun deskundigheid;

    • c.

      binnen 60 dagen na ontvangst van de startnotitie door de onder b genoemde commissie brengt de commissie advies uit over de gewenste richtlijnen voor het milieu-effectrapport na belanghebbenden in de gelegenheid te hebben gesteld hun mening kenbaar te maken;

    • d.

      binnen 90 dagen na ontvangst van de startnotitie door het bestuurscollege stelt het bestuurscollege de onder c bedoelde richtlijnen vast en informeert de initiatiefnemer hiervan;

    • e.

      de initiatiefnemer stelt het milieu-effectrapport op met inachtneming van de richtlijnen en overige eisen en zendt het rapport met de vergunningsaanvraag aan het bestuurscollege;

    • f.

      binnen 60 dagen na ontvangst van het milieu-effectrapport en de vergunningaanvraag beslist het bestuurscollege of het rapport voldoet aan de richtlijnen en overige eisen en of de vergunningsaanvraag in behandeling kan worden genomen;

    • g.

      voor de behandeling van de vergunningsaanvraag geldt de procedure zoals vastgesteld bij artikel 19 van de eilandsverordening, waarbij de tijdelijke commissie als bedoeld onder b advies uitbrengt over de volledigheid en de kwaliteit van het milieu-effectrapport.

      Annex III als bedoeld in artikel 3 van het Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire en Annex I bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 19 eerste lid, 22, eerste en tweede lid, 33 en 36 van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire:

      Gebruiksvergoedingen

      Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire en Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire

      Behoudens het gebruik van het onderwaterpark ten behoeve van openbare dienst gelden de volgende vergoedingen:

      • a.

        voor het gebruik of de toegang van een natuurpark wordt een vergoeding geheven van $ 10,00 (Naf. 17,50) per jaar;

      • b.

        toegang voor duikers: $ 25,00 (Naf 43,75) per persoon per jaar of $ 10,00 (Naf. 17,50) per persoon per dag;

      • c.

        gebruik voor het drijven van een zaak als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire: $ 840,00 (Naf 1.500,00) per vestiging per jaar;

      • d.

        gebruik van een meerboei, trap, riprap, zeewering, (privé dan wel commerciële) pier, steiger of overhangende constructie en overige bouwwerken $ 280,00 (Naf 500,00) per jaar;

      • e.

        gebruik van een meerboei als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire: $ 10,00 (Naf 17.50) per boei per nacht;

      • f.

        gebruik van een ladder $ 140,00 (Naf 250,00) per jaar;

      • g.

        gebruik van een industriële pier of steiger $ 560,00 (Naf 1.000,00) per jaar;

      • h.

        gebruik van een aangelegd of aangevuld strand $ 140,00 (Naf 250,00) per strekkende meter per jaar met een maximum van $ 16.760,00 (Naf 30.000,00) per jaar;

      • i.

        gebruik van een volgens artikel 35 van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire aangelegd of aangevuld strand $ 280,00 (Naf 500,00) per jaar.