Aansluitverordening riolering Edam-Volendam

Geldend van 28-05-2016 t/m heden

Intitulé

Aansluitverordening riolering Edam-Volendam

De raad van Edam-Volendam;

Gelet op de Gemeentewet

B e s l u i t :

tot het vaststellen van:

Aansluitverordening riolering Edam-Volendam.

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    Aansluitleiding : het gedeelte van het particulier riool op openbaar terrein vanaf de perceelsgrens tot en met het aansluitpunt.

  • 2.

    Aansluitpunt:

    • a.

      bij gemengde en (verbeterd) gescheiden stelsels en drainage het punt waar de aansluitleiding op het openbaar riool wordt aangesloten;

    • b.

      bij drukriolering het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op de pompput of vacuümput;

    • c.

      bij IBA’s het punt waar het particuliere riool aansluit op de IBA;

    • d.

      indien een vetafscheider, olieafscheider of andere voorziening die onderdeel uitmaakt van het particulier riool in openbare grond is gelegen: het punt waar die voorziening wordt aangesloten op de perceelaansluitleiding; en

    • e.

      indien het openbaar riool in particuliere grond is gelegen: het punt dat als aansluitpunt is aangeduid in de overeenkomst tot het vestigen van een recht van opstal.

  • 3.

    Aanvraagformulier : het bij deze verordening behorende door het college van Burgemeester en Wethouders vast te stellen aanvraagformulier voor de aanvraag van de aansluitvergunning voor een aansluiting op het openbaar riool of de wijziging van een aansluitleiding.

  • 4.

    Afvalwater : alle water waarvan de houder zich – met het oog op de verwijdering daarvan – ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.

  • 5.

    Bedrijfsafvalwater : afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is.

  • 6.

    Bronneringswater : grondwater onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand.

  • 7.

    Controlevoorziening : voorziening ten behoeve van het nemen van monsters.

  • 8.

    Drainagewater : grondwater ingezameld door een ingegraven doorlatend buizensysteem.

  • 9.

    Drainage stelsel : het openbaar riool, voor de afvoer van drainagewater.

  • 10.

    Drukriolerin g: het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater exclusief hemelwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van onder- of overdruk.

  • 11.

    Gemeente : de gemeente Edam-Volendam.

  • 12.

    Gemengd stelsel: het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, inclusief hemelwater.

  • 13.

    Gescheiden stelsel en verbeterd gescheiden stelsel: het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater en een buizenstelsel voor de afvoer van het overige afvalwater. Bij een gescheiden stelsel gaat al het hemelwater direct naar oppervlaktewater, het afvalwater gaat via het gemaal naar de RWZI. In een verbeterd gescheiden stelsel lopen hemel- en afvalwater allebei naar een gemaal. Vanaf het gemaal gaat een klein deel van het hemelwater naar de RWZI.

  • 14.

    H uishoudelijk afvalwater: afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden.

  • 15.

    IBA : voorziening voor de individuele behandeling van afvalwater, in eigendom bij de gemeente.

  • 16.

    Openbaar riool : het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in eigendom en beheer is voor de inzameling, transport en behandeling van afvalwater, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, IBA’s, persleidingen en werken en installaties van overeenkomende aard, met uitzondering van de aansluitleidingen.

  • 17.

    Particulier riool : de binnenriolering, perceelleiding en aansluitleiding tot aan het aansluitpunt.

  • 18.

    Perceelsgrens : De grens tussen het perceel in eigendom bij de rechthebbende en het aansluitend (openbaar) terrein.

  • 19.

    Perceelleiding : het riool en voorzieningen die deel uitmaken van dit riool op particulier terrein;

  • 20.

    Rechthebbende:

    • a.

      de eigenaar van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op het openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden;

    • b.

      de rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van de onder 1 bedoelde persoon.

  • 21.

    Richtlijnen : de bij deze verordening behorende door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen nadere regels voor het verkrijgen van een aansluiting of wijziging van een aansluiting op het openbaar riool van de gemeente Edam-Volendam.

  • 22.

    Vet- en /of olieafscheider : een put, in het rioolstelsel, met als doel te voorkomen dat etensresten, vet, slib en minerale olie in het afvalwater terechtkomen.

    De aansluiting

Artikel 2. Aansluitvergunning

  • 1. Het is zonder daartoe verleende aansluitvergunning van burgemeester en wethouders niet toegestaan een aansluiting of een lozing op het openbaar riool tot stand te brengen of te wijzigen;

  • 2. Het is verboden zonder daartoe verleende aansluitvergunning van burgemeester en wethouders op een andere wijze dan met een rioolaansluiting te lozen op het openbaar riool;

  • 3. Burgemeester en wethouders verlenen alleen een aansluitvergunning voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen de aansluitleiding en het openbaar riool:

    • a.

      voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is;

    • b.

      voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is;

    • c.

      voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is;

    • d.

      voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien ter plaatse riolering onder overdruk en/of onderdruk of een IBA aanwezig is;

    • e.

      voor de afvoer van drainagewater naar het daarvoor bedoelde stelsel indien ter plaatse een drainage stelsel aanwezig is;

    • f.

      voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien ter plaatse een IBA aanwezig is.

  • 4. Indien meer dan één aansluiting van een aansluitleiding op het openbaar riool tot stand dient te worden gebracht, alsmede wanneer meer dan één aansluiting of bestaande lozing dient te worden gewijzigd, is het eerste lid voor iedere aansluiting of wijziging afzonderlijk van toepassing;

  • 5. In de aansluitvergunning kunnen nadere voorschriften worden opgenomen met betrekking tot:

    • a.

      het tot stand brengen van de aansluiting;

    • b.

      het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de aansluitleiding;

    • c.

      de aard en omvang van de (gewijzigde) lozing;

    • d.

      de periode waarvoor de aansluitvergunning wordt verleend, indien een tijdelijke aansluitvergunning wordt aangevraagd;

    • e.

      de aan te brengen controlevoorziening en/of vet- of olieafscheider, indien de rechthebbende een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer, betreft;

    • f.

      sloopwerkzaamheden op het perceel van de aanvrager;

  • 6. Een rechthebbende van een perceel kan de gemeente tevens verzoeken een aansluitleiding aan te leggen of een wijziging van een aansluitleiding uit te voeren. De rechthebbende dient daarvoor een schriftelijk verzoek door middel van een daartoe bestemd aanvraagformulier in te dienen bij burgemeester en wethouders.

Artikel 3. Vangnetbepaling

  • 1. Afvalwater dat huishoudelijke stoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet in een voorziening voor inzameling en het transport van afvalwater gebracht;

  • 2. Bedrijfsafvalwater en huishoudelijk afvalwater worden overigens slechts in een openbaar riool gebracht, indien door de samenstelling, eigenschappen en/of hoeveelheid ervan:

    • a.

      de doelmatige werking van een openbaar riool, een door een bestuursorgaan beheerd zuiveringstechnisch werk, de bij een zodanig openbaar riool of zuiveringstechnisch werk behorende apparatuur niet wordt belemmerd;

    • b.

      de verwerking van slib, verwijderd uit een openbaar riool of een door een bestuursorgaan beheerd zuiveringstechnisch werk niet wordt belemmerd; en

    • c.

      de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlakte water zoveel mogelijk worden beperkt;

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van afvalwater dat in een openbaar riool wordt gebracht met het oog op de doelmatige werking, bedoeld in het eerste lid onder a, de verwerking, onder b en de kwaliteit van het oppervlaktewater, bedoeld in het eerste lid onder c;

  • 4. Met betrekking tot afvalwater dat wordt gebracht in een andere voorziening voor inzameling en het transport van afvalwater, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing; 5. Onder de werkingssfeer van deze vangnetbepaling, valt tevens het afvalwater:

    • a.

      met een temperatuur die hoger is dan 30 graden Celsius op het regenwaterriool;

    • b.

      waarvan de zuurgraad lager is dan de pH = 6,5 of hoger dan pH = 10 is;

    • c.

      waarvan de sulfaatconcentratie groter is dan 300 mg/l;

    • d.

      dat brand- of explosiegevaar kan veroorzaken; of

    • e.

      dat door een IBA is geleid.

Artikel 4. Het verkrijgen van de aansluitvergunning/ de aanvraag

  • 1. De aanvraag om aansluitvergunning wordt schriftelijk met behulp van een daartoe bestemd aanvraagformulier, bij burgemeester en wethouders ingediend door de rechthebbende van het aan te sluiten dan wel aangesloten perceel;

  • 2. Bij een aanvraag om aansluitvergunning dienen de volgende gegevens door de rechthebbende te worden vermeld:

    • a.

      de naam en het adres van de rechthebbende;

    • b.

      de ligging van het aan te sluiten dan wel aangesloten perceel aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende perceel en een situatieschets 1:1000 of grotere schaal;

    • c.

      de aard en de hoeveelheid van het af te voeren afvalwater en of er regenwater, drainagewater of bronneringswater zal worden afgevoerd;

    • d.

      van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten minste de volgende gegevens:

      • 1.

        het leidingverloop en de dimensies van de leidingen;

      • 2.

        de hoogteligging en het materiaal ter plaatse van het aansluitpunt;

      • 3.

        het toe te passen duidelijke verschil in kleur of symbolen tussen afvalwater, hemelwater en drainageafvoerleidingen.

  • 3. Indien de gegevens zoals bedoeld in het tweede lid, reeds zijn vastgelegd in een voor het perceel afgegeven omgevingsvergunning, kan bij de aanvraag worden volstaan met een verwijzing naar die vergunning;

  • 4. Op de aanvraag voor een aansluitingvergunning of het tot stand brengen van een lozing, het wijzigen van een lozing of het wijzigen van de bestaande lozing wordt pas beslist nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid vermelde gegevens in het bezit van de gemeente zijn. Bij het ontbreken van gegevens wordt de rechthebbende daarover geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld deze gegevens alsnog aan te vullen;

  • 5. Burgemeester en wethouders beslist binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag en alle in het tweede lid vermelde gegevens over de aansluitvergunning;

  • 6. In afwijking van het vijfde lid houden burgemeester en wethouders de beslissing omtrent een aanvraag aansluitvergunning aan, indien er geen reden is de aansluitvergunning te weigeren:

    • a.

      terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag moet worden gedaan of in behandeling is voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, krachtens artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);

    • b.

      terwijl er voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag moet worden gedaan of in behandeling is voor een lozingsvergunning vanuit een inrichting krachtens de Wet milieubeheer(Wm), of in de AMvB, op grond van artikel 8.40 van de Wm, van toepassing op de inrichting;

    • c.

      indien het een ´overige´ lozing betreft vanuit een niet-inrichting en een ontheffingsprocedure in behandeling is op grond van artikel 10.47 Wm;

    • d.

      terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag moet worden gedaan of in behandeling is voor een watervergunning;

    • e.

      terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag moet worden gedaan of in behandeling is voor een vergunning krachtens het lozingsbesluit Wet Bodembescherming;

    • f.

      terwijl het afvalwater (mogelijk) in strijd is met deze verordening en hiervoor advies noodzakelijk is van het Waterschap;

    Rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk van de aanhouding op de hoogte gesteld.Na verlening van de in sub a. en b. bedoelde vergunningen, nemen burgemeester en wethouders alsnog binnen 8 weken na verlening een besluit op de aanvraag.

Artikel 5. Het weigeren van de aansluitvergunning

  • 1. Vergunning tot aansluiting, lozing of wijziging kan slechts worden geweigerd indien aansluiting van de aansluitleiding op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting of wijziging van de bestaande lozing vanwege technische, juridische, milieutechnische of milieueconomische redenen bezwaarlijk is;

  • 2. Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool, wijziging van die aansluiting of wijziging van de bestaande lozing is in ieder geval bezwaarlijk indien:

    • a.

      de gevraagde aansluiting een afvoerleiding betreft die niet voldoet aan de eisen die daaraan krachtens de bouwregelgeving zijn gesteld;

    • b.

      de aansluiting op een vrijverval riool niet onder vrijverval kan plaatsvinden;

    • c.

      de aansluiting op een drukriool onder verhoogde atmosferische druk moet plaatsvinden, maar de aangegeven drukhoogte onvoldoende is;

    • d.

      de aansluiting op een drukriool moet plaatsvinden, maar er geen balkeerklep of terugslagklep aanwezig is;

    • e.

      de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis) lager ligt dan de bovenzijde van het openbaar riool, vermeerderd met 200 mm plus de benodigde hoogte voor het afschot van de aansluitleiding;

    • f.

      de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft, terwijl een (verbeterd) gescheiden openbaar riool aanwezig is;

    • g.

      de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende milieu en/of water wetgeving een vergunning benodigd is, maar niet is verleend, of niet aan de geldende algemene regels is voldaan;

    • h.

      het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren;

    • i.

      niet wordt voldaan aan de bepalingen in artikel 3;

    • j.

      het een lozing van niet verontreinigd drainage water betreft;

    • k.

      het een lozing niet verontreinigd regenwater betreft, terwijl er een openbaar regenwater riool aanwezig is;

    • l.

      de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels retourbemaling kan worden afgevoerd;

    • m.

      een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, een watervergunning of een vergunning op grond van de Wet Bodembescherming voor het aan te sluiten perceel is geweigerd;

    • n.

      de rechthebbende bij het aanbrengen van de benodigde voorzieningen op particulier terrein, geen recht van opstal en/of een erfdienstbaarheid aan de gemeente wil verstrekken;

    • o.

      er bij een bedrijfsmatige aansluiting geen controle voorziening en (indien van toepassing) een vet- of olieafscheider wordt aangebracht;

    • p.

      de afstand van het particulier riool tot het openbaar riool waarop de aansluiting kan plaatsvinden 40 meter of meer bedraagt.

  • 3. Een weigering om aansluitvergunning is met redenen omkleed, waarbij burgemeester en wethouders de nadere eisen aangeven waaraan moet worden voldaan om voor een aansluitvergunning in aanmerking te komen.

Artikel 6. Intrekken, wijzigingen of vervallen van de aansluitvergunning

  • 1. De aansluitvergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken of gewijzigd indien:

    • a.

      er ter verkrijging van de aansluitvergunning onjuiste en/of onvolledige gegevens zijn verstrekt, danwel blijkt dat het gebruik van de aansluiting door rechthebbende niet overeenkomstig de bij de aansluitvergunning verstrekte gegevens is;

    • b.

      na het verlenen van de aansluitvergunning, op grond van een wijziging van omstandigheden of inzichten, door de gemeente wordt aangenomen dat een intrekking of wijziging noodzakelijk is geworden voor de bescherming van de kwaliteit van het rioolslib, van de riolering en de goede werking daarvan;

    • c.

      de bepalingen van deze verordening en/of de aan de aansluitvergunning verbonden voorwaarden niet zijn of worden nagekomen;

    • d.

      de rechthebbende dit verzoekt;

  • 2. Indien de rechthebbende binnen 26 weken na het verlenen van de aansluitvergunning de gevraagde voorzieningen en/of maatregelen niet heeft gerealiseerd vervalt de aansluitvergunning van rechtswege;

  • 3. De intrekking van de aansluitvergunning is met redenen omkleed. Voordat tot intrekking wordt overgegaan krijgt rechthebbende de gelegenheid gedurende 2 weken schriftelijk haar/zijn zienswijze omtrent de intrekking kenbaar te maken.

Artikel 7. Uitvoering aanleg of wijziging van een aansluitleiding

  • 1. De uitvoering van de aanleg of wijziging van een aansluitleiding, inclusief de aansluiting op het openbaar riool, vindt niet plaats anders dan door of namens de gemeente.

  • 2. De gemeente verzorgt uitsluitend de uitvoering van de aanleg of wijziging vanaf het openbaar riool tot aan de perceelsgrens. Vanaf de perceelsgrens komt de aanleg van het riool voor rekening en risico van de rechthebbende;

  • 3. In afwijking van lid 1 kunnen burgemeester en wethouders na overleg met de rechthebbende besluiten dat de rechthebbende zelf de aansluiting uitvoert. Dit wordt aan de rechthebbende schriftelijk medegedeeld. De rechthebbende meldt het tijdstip van uitvoering minimaal 3 werkdagen van te voren aan de gemeente.

  • 4. De aansluiting van de aansluitleiding op de perceelleiding vindt slechts plaats, als de perceelleiding voldoet aan de daaraan op grond van het Bouwbesluit of de Gemeentelijke Bouwverordening te stellen eisen.

    Kosten

Artikel 8. Kosten voor het aansluiten op het openbaar riool

  • 1. Voor de aansluiting op het openbaar riool is de aanvrager de kosten voor de eventuele aanleg van nieuw openbaar riool, het aansluiten op het openbaar riool en de aanleg of wijziging van de aansluitleiding aan de gemeente verschuldigd;

  • 2. De kosten voor de aanleg van nieuw openbaar riool, het aansluiten op het openbaar riool en de aanleg of wijziging van de aansluitleiding die aan de aanvrager in rekening worden gebracht is afhankelijk van de lengte van de leiding. Deze bedragen worden door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. En kunnen jaarlijks worden herzien. De kosten worden vooraf in rekening gebracht;

  • 3. Indien de kosten voor de aanleg van het openbaar riool, het aansluiten op het openbaar riool en de aanleg of wijziging van de aansluitleiding reeds zijn voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente gesloten overeenkomst, worden er geen kosten in rekening gebracht.

    Onderhoud

Artikel 9. Onderhoud, renovatie en vervanging

  • 1. De kosten voor het onderhoud, renovatie dan wel vervanging van het particulier riool vanaf het openbaar riool tot de perceelsgrens komen voor rekening van de gemeente. De kosten voor het onderhoud, renovatie dan wel vervanging van het particulier riool in het perceel van de rechthebbende komen voor rekening van de rechthebbende, tenzij onomstotelijk vaststaat dat de noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbaar riool of wanneer aanpassing van de aansluitleiding noodzakelijk is ten gevolge van een wijziging van het openbaar riool.

  • 2. In afwijking van lid 1 zijn de kosten voor onderhoud, renovatie dan wel vervanging van een aangebrachte controlevoorziening of vetafscheider die zich bevindt tussen het openbaar riool en de perceelsgrens komen voor rekening van de rechthebbende.

    Verwijdering aansluitleiding, sloop

Artikel 10. Zorgplicht

  • 1. Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een op het openbaar riool aangesloten perceel, moeten door de rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool worden getroffen dat verzanding van het openbaar riool en de aansluitleiding wordt voorkomen;

  • 2. Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en de hieraan verbonden kosten te verhalen op de rechthebbende;

  • 3. Indien het gebruik van een aansluiting definitief wordt beëindigd, is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan per ommegaande in kennis te stellen;

  • 4. Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd, wordt de aansluitleiding op kosten van de rechthebbende verwijderd.

    Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11. Hardheidsclausule

  • 1. Indien een strikte toepassing van deze verordening zou leiden tot een beslissing die onmiskenbaar als onredelijk moet worden aangemerkt, kunnen burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen van het gestelde in deze verordening afwijken.

  • 2. In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.

Artikel 12. Overgangsrecht

  • 1. De aanvragen tot aansluiting en aanleg of wijziging van een aansluitleiding, die voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, vallen onder de bepalingen van deze verordening;

  • 2. Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening krachtens de tot dan toe geldende regelgeving en voorschriften tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van artikel 8 en 9 van deze verordening rechtstreeks van toepassing;

  • 3. Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het bepaalde in deze overeenkomsten.

Artikel 13. Intrekking verordeningen

  • 1. De Aansluitverordening Riolering Edam-Volendam wordt ingetrokken.

  • 2. De Aansluitverordening riolering 2012 van de gemeente Zeevang wordt ingetrokken.

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dag van bekendmaking;

  • 2. Deze verordening kan worden aangehaald als: Aansluitverordening Riolering Edam-Volendam.

Ondertekening

Aldus besloten door de gemeenteraad van Edam-Volendam in zijn openbare vergadering, d.d. 19 mei2016
de griffier, de voorzitter,