Algemene subsidieverordening gemeente Rucphen 2017

Geldend van 25-05-2016 t/m 08-06-2017

Intitulé

Algemene subsidieverordening gemeente Rucphen 2017

De raad van de gemeente Rucphen,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 maart 2016;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene Wet Bestuursrecht;

Gezien het advies van de commissie MA van 5 april 2016;

Besluit vast te stellen de:

Algemene subsidieverordening gemeente Rucphen 2017

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop betrekking hebbende bepalingen wordt verstaan onder:

a.Activiteitensubsidie: subsidie ten behoeve van de ondersteuning van een evenement

of activiteit

  • b.

    ASV: Algemene subsidieverordening van de gemeente Rucphen 2017

  • c.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht

  • d.

    Boekjaar: een kalenderjaar

  • e.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente

Rucphen

f.Egalisatiereserve: een financiële buffer waarmee (verwachte) tekorten in het ene jaar

kunnen worden opgevangen met overschotten uit het andere jaar

g.eigen vermogen: het eigen vermogen zoals omschreven in artikel 373 van Boek II

van het Burgerlijk Wetboek

  • h.

    Jaarlijkse subsidie: subsidie die per boekjaar wordt verstrekt

  • i.

    Meerjarensubsidie: een subsidie die verleend wordt voor meer dan één boekjaar, maar

ten hoogste voor vier boekjaren

  • j.

    Nadere regels: regels die de ASV nadere uitwerken

  • k.

    Organisatie: een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, ingeval van

    een vereniging met tenminste 10 betalende leden

  • l.

    Raad: de raad van de gemeente Rucphen

  • m.

    Subsidie: financiële middelen zoals bedoeld in artikel 4:21 van de Awb;

  • n.

    Subsidiejaar: een kalenderjaar

  • o.

    Subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb

Artikel 2: Reikwijdte
  • 1. Deze subsidieverordening is van toepassing voor alle gemeentelijk beleidsterreinen.

  • 2. Door het college kunnen nadere regels worden vastgesteld.

  • 3. Deze verordening is niet van toepassing op het verstrekken van subsidies waaromtrent voorzien is bij of krachtens een wettelijk voorschrift afkomstig van de Europese Unie, het Rijk, de provincie of andere publiekrechtelijke rechtspersonen, dan wel waaromtrent een afzonderlijke subsidieregeling door de raad is vastgesteld.

HOOFDSTUK 2: SUBSIDIEPLAFOND, SUBSIDIEVERDELING EN BEGROTINGSVOORBEHOUD

Artikel 3: Bevoegdheid college
  • 1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of een desbetreffend subsidieplafond.

  • 2. Onder de bevoegdheid tot het verstrekken van subsidies, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval ook begrepen het nemen van besluiten tot weigeren, intrekken of wijzigen van subsidies, het verlenen van voorschotten, het betalen van voorschotten of subsidiebedragen, het betalen van subsidiebedragen in gedeelten, het openbreken van de verplichting tot betaling van voorschotten of subsidiebedragen, het terugvorderen van onverschuldigd betaalde voorschotten en subsidiebedragen, het toepassen van de hardheidsclausule en het beslissen op bezwaarschriften tegen subsidiebesluiten.

  • 3. Het college is bevoegd voorwaarden en verplichtingen aan de subsidieverlening te verbinden.

Artikel 4: Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
  • 1. De raad stelt jaarlijks de subsidieplafonds vast.

  • 2. Het college bepaalt bij nadere regels de wijze van verdeling van de beschikbare middelen.

  • 3. Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

HOOFDSTUK 3: SUBSIDIEAANVRAAG

Artikel 5: Aanvraag activiteitensubsidie
  • 1. Een aanvraag voor een activiteitensubsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met gebruikmaking van een aanvraagformulier, zoals vastgesteld conform artikel 4:4 Awb.

  • 2. Een aanvraag kan worden ingediend door een organisatie.

  • 3. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:

    • a.

      Een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      De doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten tot het bereiken van die doelen moeten bijdragen;

    • c.

      Een begroting en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten.

  • 4. Een aanvraag voor een activiteitensubsidie moet, onverminderd het bepaald in artikel 6, lid 1, worden ingediend uiterlijk 13 weken voor aanvang van het evenement of de activiteit.

  • 5. Aanvragen die te laat zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

  • 6. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.

  • 7. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, wordt het tijdstip van binnenkomst bepaald door het moment waarop de subsidieaanvraag wel volledig is.

Artikel 6: Aanvraag voor een jaarlijkse of meerjarensubsidie
  • 1. Een aanvraag voor een jaarlijkse of meerjarensubsidie, alsmede voor een activiteitensubsidie die jaarlijks terugkeert, wordt gedaan uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  • 2. De aanvraag kan worden ingediend door een organisatie.

  • 3. De aanvrager gebruikt hiervoor het daartoe vastgestelde aanvraagformulier.

  • 4. Een subsidieaanvraag bevat tenminste het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen.

  • 5. Het college kan toestemming verlenen om af te wijken van de uiterste indieningsdatum als bedoeld in het eerste lid.

  • 6. Aanvragen die, onverminderd het bepaalde in het vijfde lid, te laat zijn ingediend worden niet in behandeling genomen.

  • 7. Indien de te honoreren subsidieaanvragen het desbetreffende subsidieplafond te boven gaan, wordt subsidie verstrekt tot het subsidieplafond is bereikt. Hierbij hebben bestaande subsidierelaties voorrang ten opzichte van nieuwe aanvragers. Daarna worden aanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld.

Artikel 7: Beslistermijn
  • 1. Het college beslist op een aanvraag om een jaarlijkse of meerjarensubsidie en op een aanvraag voor een jaarlijks terugkerende activiteitensubsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2. Het college beslist op een aanvraag om een activiteitensubsidie binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

  • 3. De beslissing op de aanvraag kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.

Artikel 8: Eigen vermogen

1.Het college dient nadere regels te bepalen hoe in het kader van de subsidiëring omgegaan wordt met het eigen vermogen van de organisatie.

HOOFDSTUK 4: WEIGERING VAN SUBSIDIE

Artikel 9: Weigeringsgronden
  • 1.

    Geen subsidie wordt verleend voor activiteiten van godsdienstige of politieke aard;

  • 2.

    Geen subsidie wordt verleend indien door de aanvraag het subsidieplafond wordt overschreden;

  • 3.

    Het college kan besluiten geen subsidie te verlenen indien:

    a.de activiteit naar het oordeel van het college niet of niet voldoende is gericht op het belang

van de gemeente Rucphen;

b.de activiteit niet aanwijsbaar ten goede komt aan de ingezetenen van de gemeente

Rucphen;

  • c.

    de activiteit strijdig is met gemeentelijk beleid;

  • d.

    de activiteit niet toegankelijk is voor publiek;

  • e.

    met de activiteit commerciële doelen worden nagestreefd;

  • f.

    de aanvraag betrekking heeft op de (reguliere) activiteiten van de aanvrager waarvoor de

gemeente al een subsidieverplichting tegenover de aanvrager of derden heeft;

g.het gaat over een reguliere jubileumviering van een organisatie, vereniging of terugkerend

evenement;

h.de aanvrager doelstellingen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de Awb,

het algemeen belang, de openbare orde of met fundamentele rechtsbeginselen;

i.als niet aangetoond kan worden dat subsidie noodzakelijk is voor het verrichten

van de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd;

j.in het beoogde doel of de voorgenomen activiteit al op een andere wijze in belangrijke

mate is voorzien;

k.het kosten betreft die niet direct te relateren zijn aan de uitvoering van een activiteit.

HOOFDSTUK 5: VERLENING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 10: Verlening subsidie
  • 1. Bij het besluit tot toekenning van subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt.

  • 2. Het college kan aan de beschikking tot subsidieverlening voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in de artikel 4:37, 4:38 en 4:39 van de Awb verbinden.

  • 3. Het college bepaalt, indien van toepassing, de looptijd van de subsidieverstrekking.

Artikel 11: Meerjarensubsidie
  • 1. Het college kan een meerjarensubsidie verlenen, met een maximum van vier jaar.

  • 2. Indien het college een meerjarensubsidie verleent, wordt in de subsidiebeschikking aangegeven op welke bedragen de subsidieontvanger jaarlijks aanspraak heeft.

HOOFDSTUK 6: VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEAANVRAGER

Artikel 12: Tussentijdse rapportage bij subsidies van € 50.000,- of meer

Bij subsidies van € 50.000,- of meer, die verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college in de subsidiebeschikking de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden kosten.

Artikel 13: Meldingsplicht

Op het moment dat aannemelijk is of vastgesteld kan worden, dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet geheel of niet aan de voorwaarden in de subsidieverlening zal worden voldaan, doet de subsidieontvanger hiervan melding aan het college.

Artikel 14: Overige verplichtingen van de subsidieaanvrager
  • 1. De subsidieaanvrager verricht de activiteiten waarvoor subsidie is verleend;

  • 2. De subsidieaanvrager informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

    • a.

      besluiten of procedures die zijn gericht op het beëindigen van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      het doen van aangifte van faillissement of het aanvragen van surseance van betaling;

    • d.

      ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;

    • e.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon;

    • f.

      ontbinding van de rechtspersoon en de mogelijke financiële afwikkeling

  • 3. De subsidieaanvrager behoeft toestemming van het college voor handelingen zoals vermeld in artikel 4:71 van de Awb.

HOOFDSTUK 7 Verantwoording en vaststelling van de subsidie

Artikel 15 Verantwoording subsidies tot € 5.000,--
  • 1. Subsidies tot € 5.000,-- worden door het college

    • a.

      direct vastgesteld, of

    • b.

      ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.

  • 2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager in de beschikking tot subsidieverlening verplichten om op de door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat voldaan is aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden en verplichtingen.

Artikel 16 Verantwoording subsidie vanaf € 5.000,-- tot € 50.000,--
  • 1. Indien de subsidieverlening € 5.000,-- of meer bedraagt, maar minder dan € 50.000,-- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

  • a. bij een activiteitensubsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

  • b. bij een jaarlijkse- of meerjarensubsidie uiterlijk vóór 1 juni van het jaar na afloop van het boekjaar, respectievelijk 3 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

  • a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht;

  • b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening).

  • 3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 17 Verantwoording subsidies van € 50.000,-- of meer
  • 1. Indien de subsidieverlening € 50.000,-- of meer bedraagt dient de subsidieontvanger een aanvraag in bij het college:

  • a. bij een activiteitensubsidie, uiterlijk 13 weken na het uitvoeren van de activiteiten;

  • b. bij een jaarlijkse- of meerjarensubsidie, uiterlijk vóór 1 juni van het jaar na afloop van het boekjaar, respectievelijk 3 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

  • a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht;

  • b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

  • c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;

  • d. een accountantsverklaring.

  • 3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens of bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 18 Vaststelling subsidie
  • 1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

  • 2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 3. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in artikel 16, eerste lid, of artikel 17, eerste lid, genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college 6 weken na een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling

HOOFDSTUK 8: OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 19: Betaling en bevoorschotting
  • 1. Bij een beschikking als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a, vindt de betaling van het subsidiebedrag in een keer plaats.

  • 2. Bij een beschikking als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder b, wordt 100% bevoorschot

  • 3. Het voorschot, bedoeld in het tweede lid, wordt in een keer betaald.

  • 4. Indien het college in andere dan de in het tweede lid bedoelde gevallen besluit tot bevoorschotting van de subsidie worden, in de beschikking tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

Artikel 22: Hardheidsclausule

Het college kan bepalingen vastgesteld bij of krachtens deze verordening in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken. Deze clausule geldt alleen voor zover toepassing gelet op het belang van het doel van de regeling zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 23: Intrekking

De Algemene Subsidieverordening gemeente Rucphen, vastgesteld d.d. 09-02-2012 wordt ingetrokken.

Artikel 24: Overgangsbepalingen

Aanvragen voor een subsidie die zijn ingediend voor het subsidiejaar 2016 worden afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening gemeente Rucphen, vastgesteld op 09-02-2012. Deze subsidieverordening geldt ook voor de meerjarige subsidies die al eerder zijn toegekend en tot na 2016 van kracht zijn.

Artikel 25: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en is voor het eerst van toepassing op subsidieaanvragen voor het subsidiejaar 2017.

Artikel 26: Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Algemene subsidieverordening gemeente Rucphen 2017’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door
de raad van de gemeente Rucphen
In zijn openbare vergadering van 13 april 2016
de griffier, de voorzitter,
J.C.W.M. Rosiers-Goorden Msc. mr. M. van der Meer Mohr.