Gedragscode voor wethouders en de burgemeester gemeente Brunssum

Geldend van 17-04-2007 t/m heden

Intitulé

Gedragscode voor wethouders en de burgemeester gemeente Brunssum

De Raad der Gemeente Brunssum;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 februari 2007, afdeling AJOZ, nr. 2007/ ;

gelet op het bepaalde in de artikelen 15, 41c en 69 van de Gemeentewet;

Besluit:

  • III.

    vast te stellen de volgende gedragscode:

Gedragscode voor wethouders en de burgemeester gemeente Brunssum

Wat verstaan wij bij de gemeente Brunssum onder integriteit voor wethouders en de burgemeester?

Het geheel van waarden, normen en regels die gelden voor het handelen van leden van het college van de gemeente Brunssum.

Openheid, betrouwbaarheid, onkreukbaarheid, professionaliteit en zorgvuldigheid, zijn daarbij sleutelwoorden.

de ambtseed voor wethouders (gelijkluidend voor burgemeester, artikel 65 Gemeentewet))

Alvorens hun functie als wethouder van de gemeente te kunnen uitoefenen, leggen de wethouders op grond van artikel 41a van de Gemeentewet, in de vergadering van de raad, ten overstaan van de voorzitter van de raad, de ambtseed of belofte af, inhoudende:

“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot wethouder benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets uit dit ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig” (“ Dat verklaar en beloof ik!”).

I. Kernbegrippen gedragscode voor wethouders en burgemeester

Kernbegrippen:

  • 1. Openheid: de bestuurder (waaronder verder wordt verstaan: wethouder en burgemeester) is zich bij voortduring bewust van zijn openbare taak en zijn verantwoordelijkheid om de integriteit te handhaven en te bevorderen. Hij is open en legt verantwoording af over zijn doen en laten. Hij onthoudt zich van elk handelen en van elke gedraging die de integriteit of het openbaar belang kan schaden.

  • 2. Betrouwbaarheid: op de bestuurder moet men kunnen rekenen. Hij houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij alleen aan voor het doel waarvoor het is gegeven.

  • 3. Onkreukbaarheid: de bestuurder gedraagt zich zoals een goed bestuurder betaamt. Daartoe behoort onder meer dat hij zich onkreukbaar opstelt en bij de uitvoering van zijn taak geen vermenging plaatsvindt met oneigenlijke of persoonlijke belangen, dat geen oneigenlijke beïnvloeding plaatsvindt van derden noch van ambtenaren in de uitoefening van hun functie en dat ook elke schijn van belangenverstrengeling wordt vermeden.

  • 4. Professionaliteit: de bestuurder voert zijn werkzaamheden op voldoende professioneel niveau uit.

  • 5. Zorgvuldigheid: de bestuurder krijgt en neemt verantwoordelijkheid die bij zijn functie passen. Burgers, organisaties en ambtenaren worden op gelijke wijze en met respect behandeld Hij weegt zorgvuldig en correct de belangen tegen elkaar af.

  • De kernbegrippen zijn de toetssteen voor de hierna volgende gedragsregels die de bestuurder bij het uitvoeren van zijn dagelijkse werkzaamheden in acht neemt

II. Gedragsregels voor wethouders en burgemeester

1. Handelwijze

  • a. De bestuurder treedt burgers en organisaties op gelijke wijze en met respect tegemoet. Hij/zij weegt steeds zonder onderscheid des persoons zorgvuldig en correct de belangen tegen elkaar af.

  • b. De bestuurder treedt medewerkers werkzaam binnen de gemeente op gelijke wijze en met respect tegemoet.

2. Goed werkgeverschap

De bestuurder (s) stelt/stellen, vanuit hun werkgeverstaak, de werknemers werkzaam binnen de ambtelijke organisatie in staat hun taken overeenkomstig de gedragscode voor ambtenaren te verrichten. Het college stelt daartoe voldoende middelen en mogelijkheden beschikbaar.

3. Belangenverstrengeling

  • a. De bestuurder doet opgave van al zijn financiële belangen - waaronder aandelen, opties en dergelijke - in ondernemingen en organisaties, waarvan hij weet of kan weten dat de gemeente daar zakelijke betrekkingen mee onderhoudt en die van invloed kunnen zijn op zijn functioneren als collegelid. Deze opgave wordt overgelegd aan de griffier van de raad en is openbaar, door derden te raadplegen en wordt jaarlijks geactualiseerd.

  • b. De bestuurder is zich er van bewust dat bepaalde beslissingen risico’s met zich mee brengen. Daarom vermijdt hij (elke schijn van) belangenverstrengeling of vriendjespolitiek, en laat hij zich niet beïnvloeden door wie dan ook.

  • c. Hij onthoudt zich van elke handeling of uitspraak jegens de ambtenaar die door de ambtenaar als oneigenlijke beïnvloeding zou kunnen worden opgevat en diens onafhankelijke meningsvorming in de weg staat.

  • d. De bestuurder onthoudt zich van beslissingen of uitspraken over aanvragen en voert geen onderhandelingen met derden, die tot zijn familie-, persoonlijke vrienden- of kennissenkring behoren.

  • e. De bestuurder voorkomt elke (schijn van) belangenverstrengeling bij het nemen van beslissingen en neemt beslissingen zonder (schijn van) vooringenomenheid.

4. Geschenken en giften

  • a. De bestuurder meldt aan het college altijd een relatiegeschenk, dat uit hoofde van het ambt wordt ontvangen, van welke omvang dan ook (met uitzondering van sub f), hetgeen in de verslaglegging van de vergadering van het college wordt opgenomen. 

  • b. De bestuurder neemt geen geld aan noch neemt een relatiegeschenk in ontvangst op het privé-adres (met uitzondering van sub f), omdat dat de indruk kan wekken dat anderen er niet van mogen weten. Indien een geschenk toch wordt bezorgd en niet kan worden geretourneerd dan wordt de bestemming besproken in het college.

  • c. Een relatiegeschenk tot en met een waarde van 50 euro mag worden behouden tenzij duidelijk is dat het geschenk is bedoeld om een beslissing te beïnvloeden.

  • d. Een relatiegeschenk dat de waarde van 50 euro te boven gaat, mag niet worden geaccepteerd en wordt dus geretourneerd. Als het collegelid twijfelt of een geschenk wel of niet kan worden aangenomen, wordt dat in het college besproken.

  • e. Indien het geschenk of gift de waarde van 50 euro te boven gaat maar de herkomst is onduidelijk, wordt het geschenk of gift eigendom van de gemeente en wordt er door of namens het college een passende bestemming voor gevonden.

  • f. Het aannemen van geschenken met een louter symbolische betekenis is toegestaan (bos bloemen, fles wijn e.d.) wanneer dit uitsluitend een blijk van waardering is voor het gepresteerde (houden lezing, verrichten opening, receptie in verband met jubileum e.d.) of wanneer dit een ceremonieel karakter heeft (in ontvangst nemen van eerste druk van een boek).

5. Excursies, werkbezoeken, (studie)reizen en evenementen

  • a. Uitnodigingen voor excursies, werkbezoeken, (studie)reizen, congressen of evenementen, worden door de bestuurder niet aanvaard als in ruil een tegenprestatie van hem of haar of van het college wordt verlangd of als de bestuurder vermoedt dat een tegenprestatie wordt verwacht.

  • b. De bestuurder kan ingaan op een uitnodiging indien deelname functioneel is en in het belang van de gemeente Brunssum. Een aanwijzing hiervoor kan zijn als er volledige openheid bestaat over de activiteit en meerdere instanties deelnemen.

  • c. De bestuurder meldt deelname aan excursies, werkbezoeken en evenementen in het college.

  • d. De bestuurder maakt vooraf melding aan het college indien hij voornemens is in te gaan op uitnodigingen voor reizen en verblijven op kosten van een derde, zulks ter toetsing aan ongewenste belangenverstrengeling.

  • e. de verslaglegging van de vergadering wordt de melding opgenomen.

  • f. In geval van verlenging van de (buitenlandse) reis voor privé-doeleinden, komen de extra reis- en verblijfkosten voor eigen rekening.

6. Lunches, diners en recepties

  • a. De bestuurder neemt alleen deel aan lunches, diners en recepties op uitnodiging van relaties van de gemeente, als dat functioneel is. De bestuurder aanvaardt de uitnodiging niet als sprake is van een lopende onderhandelingssituatie of als er een tegenprestatie van hem of van het college wordt verwacht.

  • b. Werklunches en diners op kosten van een relatie zijn toegestaan mits van de kant van de gemeente ook de gelegenheid bestaat de relatie een lunch of diner aan te bieden (wederkerigheid).

7. Aanbestedingen en transacties

  • a. Onderhandelingen en (vertrouwelijke) gesprekken met externe partijen, waarbij afspraken worden gemaakt of waarvan de inhoud financiële of juridische gevolgen kan hebben, worden altijd samen met een ambtenaar gevoerd.

  • b. Van deze gesprekken wordt altijd een kort schriftelijk verslag gemaakt en in het betreffende dossier opgeborgen.

  • c. De bestuurder volgt, voor zover van toepassing, de binnen de gemeente Brunssum geldende regels voor (openbare) aanbesteding.

8. Nevenfuncties- en nevenwerkzaamheden

  • a. De bestuurder vervult geen nevenfunctie die strijdig is of kan zijn met het belang van de gemeente of die belangenverstrengeling kan opleveren in de uitoefening van het ambt.

  • b. Alle bezoldigde en onbezoldigde nevenfuncties worden door de bestuurder bij aanvaarding van het ambt gemeld aan de griffier van de raad, alsook alle nadien ontstane voornemens tot aanvaarding van nevenfuncties. De lijst met nevenfuncties wordt openbaar gemaakt.

  • c. Vergoedingen voor functies die qualitate qua worden vervuld, vloeien toe aan de gemeentekas. Onkosten die in dat verband worden gemaakt kunnen op de voorgeschreven wijze worden gedeclareerd bij de gemeente.

  • d. Nevenfuncties die niet qualitate qua worden vervuld, worden in de eigen tijd uitgevoerd. De hiermee gepaard gaande onkosten, komen niet ten laste van de gemeente.

9. Omgaan met informatie

  • a. De bestuurder gaat zorgvuldig om met alle informatie waarover hij uit hoofde van het ambt of anderszins beschikt. Hij maakt niet ten eigen bate noch ten bate van derden, oneigenlijk gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

  • b. De bestuurder “lekt” geen vertrouwelijke informatie vanuit de gemeente naar derden. Hij gaat vertrouwelijk om met privacy-gevoelige informatie van burgers, zakelijke relaties en ambtenaren.

10. Omgaan met gemeentelijke voorzieningen

Voor het uitvoeren van de werkzaamheden wordt aan de bestuurder middelen en voorzieningen van gemeentewege ter beschikking gesteld. Het is toegestaan om de gemeentelijke voorzieningen voor privé-doeleinden te gebruiken. De bestuurder neemt geen gemeentelijke eigendommen mee naar huis.

11. Ongewenste omgangsvormen

  • a. De bestuurder is zich er van bewust dat zijn of haar omgangsvormen correct zijn en dat ambtenaren noch derden onheus door hem of haar worden bejegend.

  • b. De bestuurder onthoudt zich van handelingen, uitlatingen of gedragingen in de werksfeer die tot doel hebben de werkprestaties van een ambtenaar te ondermijnen of die leiden tot een vijandige, (seksueel) intimiderende of onaangename werkomgeving.

Artikel 12. Uitgaven en declaraties

  • a. De bestuurder declareert geen uitgaven en kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

  • b. Declaraties worden op de binnen de gemeente gebruikelijke wijze ingediend en door de bestuurder verantwoord.

  • c. Bij twijfel over de functionaliteit van de gemaakte kosten, wordt de declaratie voorgelegd aan de burgemeester. Indien het een declaratie van de burgemeester betreft, wordt de declaratie voorgelegd aan het college.

  • d. De bestuurder maakt geen gebruik van gemeentelijke creditcards.

Artikel 13. Handhaving

  • a. De bestuurder is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor een goede naleving van deze gedragscode.

  • b. Als een vermoeden zou ontstaan dat hij zich niet aan de gedragscode houdt, kan het college dan wel de burgemeester al dan niet op verzoek van een ambtenaar of een derde, opdracht geven tot het instellen van een onderzoek. Dit wordt aan het collegelid bekend gemaakt.

Artikel 14. Vangnetbepaling

In gevallen waarin deze gedragscode niet voorziet, beslist de raad.

Artikel 15. Inwerkingtreding

Deze gedragscode treedt in werking zodra zij is vastgesteld door de raad van Brunssum.

Artikel 16. Slotbepaling

  • a. De bestuurder ontvangt een kopie van de gedragscode bij diens aanstelling.

  • b. Deze gedragscode ligt voor elke inwoner van Brunssum ter inzage.

  • c. Dit besluit kan worden aangehaald als: gedragscode wethouders en burgemeester gemeente Brunssum 2007.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd,
,voorzitter.
,griffier.