Beleidsregels standplaatsen Ermelo 2016-2020

Geldend van 26-05-2016 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels standplaatsen Ermelo 2016-2020

Hoofdstuk 1 Inleiding

Inleiding

In deze beleidsregels staat in welke gevallen het college van burgemeester en wethouders van Ermelo een standplaatsvergunning verleend.

In de ‘Algemene Plaatselijke Verordening’ (hierna: APV) staat een verbod voor het innemen van een standplaats. Als het college een vergunning verleend, dan mag de standplaats worden ingenomen. Het verbod en het vergunningstelsel staan in artikel 5:17 tot en met 5:21 van de APV.

Belangenafweging

Bij het verlenen of weigeren van een vergunning moet het college meerdere belangen tegen elkaar afwegen. Enerzijds is er het belang van de aanvrager die een standplaats wenst, anderzijds zijn er ook belangen in het kader van bijvoorbeeld de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid, zedelijkheid en het voorzieningenniveau. Als de andere belangen zwaarder wegen dan het belang van de aanvrager, dan weigert het college de vergunning. Ook kan het college voorwaarden verbinden aan de vergunning om aan die andere belangen tegemoet te komen.

Doel

De ‘Beleidsregels standplaatsen Ermelo 2016-2020’ heeft het college een concreet afwegingskader voor het weigeren of verlenen van een standplaatsvergunning op grond van artikel 5:18 van de APV. Daarmee wordt verzekerd dat aanvragen uniform worden behandeld. Dat komt de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid ten goede.

Leeswijzer 

De ‘Beleidsregels standplaatsen Ermelo 2016-2020’ bestaan uit de beleidsregels en een toelichting. In hoofdstuk 2 staan de beleidsregels en in hoofdstuk 3 de toelichting daarop. De toelichting bestaat uit twee delen: een algemeen deel en een artikelsgewijze toelichting. Bij de ‘Beleidsregels standplaatsen Ermelo 2016-2020’ horen een drietal bijlagen: de aangewezen standplaatsen, de voorwaarden voor alle standplaatsen en de voorwaarden in verband met brandveiligheid, indien van toepassing.

Hoofdstuk 2 Beleidsregels

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen
  • a. Algemene Plaatselijke Verordening: de meest recente versie van de ‘Algemene Plaatselijke Verordening’ (APV) van de gemeente Ermelo.

  • b. Incidentele standplaats: een standplaats die gedurende een maximum van zes dagen per kalenderjaar zal worden gebruikt.

  • c. Standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 5:17 van de ‘Algemene Plaatselijke Verordening’.

  • d. Tijdelijke standplaats: een standplaats die gedurende ten hoogste twee aaneengesloten maanden zal worden gebruikt met een maximum van zes dagen per week.

  • e. Vaste standplaats: een standplaats die gedurende een onbepaalde tijd zal worden gebruikt met een minimum van één dag en een maximum van zes dagen per week.

Artikel 2 Indieningsvereisten
  • 1. Een aanvraag voor een standplaatsvergunning moet worden ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2. Het aanvraagformulier en eventuele bijlagen bevatten de volgende gegevens:

    • a.

      De naam en het adres van de aanvrager.

    • b.

      De dagtekening van de aanvraag.

    • c.

      Een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.

    • d.

      De plaats waarvoor de standplaats wordt verzocht.

    • e.

      Een situatietekening, schaal 1:1000, of een luchtfoto met de beoogde plaats indien het een niet aangewezen standplaats is.

  • 3. Een aanvraag die niet met het aanvraagformulier is ingediend en/of niet is voorzien van de benodigde gegevens, wordt niet in behandeling genomen.

Beleidsregels

Artikel 3 Aangewezen standplaatsen

Een standplaatsvergunning voor een in bijlage 1 genoemde standplaats wordt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en verder, uitsluitend verleend indien de aanvraag voldoet aan de in die bijlage gestelde eisen.

Artikel 4 Niet-aangewezen standplaatsen

Een standplaatsvergunning voor een niet in bijlage 1 genoemde standplaats wordt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en verder, geweigerd indien:

  • a.

    Deze een commercieel karakter heeft en is gelegen binnen de bebouwde kom van de kern Ermelo.

  • b.

    Deze niet is geprojecteerd in de nabijheid van bestaande winkels voor detailhandel.

  • c.

    Gebruik wordt gemaakt van bak-, braad, of verwarmingsapparatuur en de afstand tot de dichtstbijzijnde gevel met gevelopeningen minder dan 5 meter bedraagt.

  • d.

    Voetgangersstromen in onevenredige mate worden gehinderd.

  • e.

    Een onevenredige parkeer- of verkeersoverlast ontstaat.

  • f.

    Een verkeersgevaarlijke situatie ontstaat.

  • g.

    Een toegang of (nood)uitgang van een gebouw wordt geblokkeerd.

  • h.

    De afstand tot de woonbebouwing niet dusdanig groot is dat

    daardoor in onevenredige mate geuroverlast wordt veroorzaakt.

  • i.

    Een vaste of een tijdelijke standplaats bij een monument is geprojecteerd en er geen positief advies is uitgebracht door de Commissie ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 5 Procedure
  • 1. Aanvragen voor een standplaatsvergunning worden in behandeling genomen, indien zij zijn ingediend na 1 november in het jaar voorafgaand aan het (eerste) kalenderjaar waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. Aanvragen die wij eerder ontvangen, nemen wij niet in behandeling.

  • 2. Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van ontvangst.

  • 3. Indien meerdere aanvragen zien op dezelfde standplaats en tijdstip, dan wordt de vergunning verleend aan degene waarvan de aanvraag als eerste door ons is ontvangen. Overige aanvragen worden geweigerd.

Artikel 6 Voorwaarden
  • 1. Aan een standplaatsvergunning worden de voorwaarden in bijlage 2 verbonden.

  • 2. Aan een standplaatsvergunning voor activiteiten die een verhoogd risico voor de brandveiligheid met zich meebrengen, zoals oliebollen- en gebakkramen, worden tevens de voorwaarden in bijlage 3 verbonden.

Artikel 7 Persoonsgebonden vergunning
  • 1. Een standplaatsvergunning wordt uitsluitend verleend aan natuurlijke personen.

  • 2. Per natuurlijk persoon wordt per dag niet meer dan één standplaatsvergunning verleend.

  • 3. De standplaats moet gebruikt worden door de houder van de standplaatsvergunning. In geval van ziekte of vakantie mag een vervanger de standplaats gebruiken, mits hij voldoende gekwalificeerd is.

  • 4. Een standplaats mag niet (onder)verhuurd worden.

Artikel 8 Duur vergunning
  • 1. Vergunningen voor vaste en tijdelijke standplaatsen kunnen worden verleend voor een aaneensluitende periode tot uiterlijk 31 december 2020.

  • 2. Vergunningen voor incidentele standplaatsen worden verleend voor de activiteiten die plaatsvinden gedurende maximaal één kalenderjaar.

Artikel 9 Intrekking of wijziging van vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 van de APV kan een vergunning worden ingetrokken of gewijzigd, indien:

  • a.

    Veranderde omstandigheden of inzichten aanleiding geven om deze beleidsregels te herzien en de vergunning niet in overeenstemming is met de herziene beleidsregel.

  • b.

    De standplaats gedurende drie achtereenvolgende weken of gedurende zes maal per kwartaal niet wordt ingenomen, gevallen van overmacht en incidentele standplaatsen uitgezonderd.

Artikel 10 Overdracht

Een standplaatsvergunning kan worden overgedragen aan:

  • a.

    Familie in eerste of tweede graad of;

  • b.

    Een werknemer die aantoonbaar tenminste drie jaar in loondienst is, mits diegene voldoet aan alle voorwaarden in de APV en in de ‘Beleidsregels standplaatsen Ermelo 2016-2020’.

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11 Overgangsrecht

Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen die na het inwerkingtreden van deze beleidsregels zijn ontvangen.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Het college behandelt aanvragen voor een standplaatsvergunning volgens deze beleidsregels, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de achtste dag na bekendmaking.

Artikel 14 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels standplaatsen Ermelo 2016-2020’.

Bijlage 1 Aangewezen standplaatsen

Bijlage 1 Aangewezen standplaatsen

Bijlage 2 Algemene voorwaarden

Plaats, datum en tijd

  • 1.

    De vergunning is geldig op [dag].

  • 2.

    De vergunning is geldig vanaf heden tot wederopzegging, doch uiterlijk tot [eind datum].

  • 3.

    De standplaats mag uitsluitend worden gebruikt tussen 06.00 uur en 22.00 uur. Onder gebruik wordt mede verstaan het opbouwen en afbreken van de standplaats.

  • 4.

    De standplaatsvergunning wordt ingenomen op de aangegeven locatie met een oppervlakte van maximaal [afmeting] m2 (zie plattegrond).

  • 5.

    De standplaats mag niet worden ingenomen indien de standplaats is betrokken bij een reguliere markt of als een evenement plaatsvindt waarin de standplaats niet kan worden ingepast.

 

Bijzondere omstandigheden

  • 1.

    De standplaats wordt op eerste aanzegging van het college van burgemeester en wethouders direct ontruimt dan wel verplaatst, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

 

Gebruik standplaats en omgeving

  • 1.

    Op de standplaats mag geen terrasmeubilair en dergelijke worden geplaatst.

  • 2.

    De standplaats moet elke dag, na gebruik, leeg en schoon worden opgeleverd.

  • 3.

    Op de standplaats is een afvalbak aanwezig.

  • 4.

    De vergunninghouder verwijdert direct papierresten en/of afval van eetwaren in de nabijheid van de standplaats.

  • 5.

    Het is verboden om op of vanaf de standplaats andere artikelen in voorraad te houden, uit te stallen, te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren, dan waarvoor deze standplaatsvergunning is verleend.

 

Instructies van het bevoegd gezag

  • 1.

    De vergunninghouder moet de vergunning altijd aanwezig hebben op de standplaats en deze op eerste verzoek aan politieambtenaren of gemeentelijk toezichthouders tonen.

  • 2.

    De houder van deze vergunning is verplicht onmiddellijk de voorschriften op te volgen, door de wettelijk handhavers van de openbare orde en veiligheid gegeven.

  • 3.

    De houder van deze vergunning is verplicht om gedurende de tijd dat de standplaats wordt ingenomen op een zichtbare plaats een bord aanwezig te hebben, waarop duidelijk zijn voorletters en naam zijn aangegeven.

  • 4.

    Deze vergunning laat onverlet dat u dient te voldoen aan de terzake geldende bepalingen van de Warenwet.

 

Aansprakelijkheid

  • 1.

    De gemeente aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid, in welke vorm dan ook, ontstaan door het gebruik van deze vergunning.

Bijlage 3 Bijzondere voorwaarden

Bereikbaarheid en opstelling

  • 1.

    Er moet ten behoeve van het verkeer van de hulpverlenende diensten (politie, brandweer, ambulance), een doorgaande route met een breedte van 3,5 m en een hoogte van 4,2 m worden vrijgehouden. Hekwerken die deze route blokkeren moeten snel en gemakkelijk kunnen worden verwijderd. In deze route mogen geen losse goederen (zoals vlaggen, kledingrekken en dergelijke) worden geplaatst.

  • 2.

    Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen.

  • 3.

    Tuidraden, draden, elektriciteitskabels e.d., die over de weg zijn gespannen moeten minimaal 4,2 m boven het straatniveau zijn aangebracht.

  • 4.

    Gebouwen en bouwwerken achter de bakkraam/bakwagen moeten bereikbaar zijn en bereikbaar worden gehouden.

  • 5.

    De bakkraam/bakwagen moet zodanig zijn opgesteld, dat deze op geen enkele wijze gevaar kan opleveren voor de omgeving.

  • 6.

    Het aanbrengen van borden en vlaggen e.d. aan luifels van bakkramen en bakwagens is binnen voorgenoemde 3,5 m verboden.

 

Deugdelijkheid, gebruik, onderhoud en blusmiddelen

  • 1.

    Verwarmingsbronnen en elektrische en gasinstallaties moeten deugdelijk zijn, aan alle wettelijke eisen voldoen en dusdanig zijn gemaakt en onderhouden dat daardoor bij normaal gebruik geen gevaar ontstaat.

  • 2.

    Frituren is alleen toegestaan in ruimten die daarvoor zijn ingericht.

  • 3.

    Frituren in bakkramen/bakwagens voor geheel “blinde” gevels is toegestaan.

  • 4.

    Frituren voor gevels met ramen en deuren is slechts toegestaan, als de afstand tussen de bakkraam/bakwagen en deze gevels ten minste 5 meter bedraagt.

  • 5.

    De verbrandingsgassen van bak- en braadtoestellen moeten d.m.v. afvoerleidingen van onbran-baar en hittebestendig materiaal worden afgevoerd.

  • 6.

    In elke bakkraam/bakwagen moet het volgende aanwezig zijn:

    • -

      nabij de toegang, een draagbaar blustoestel met een inhoud van minstens 6 kg bluspoeder, 5 kg koolzuursneeuw of een gelijkwaardig ander blusmiddel;

    • -

      goed passende deksels voor het snel afdekken van de pannen bij brand;

    • -

      een blusdeken van minimaal 120 x 90 cm.

  • 7.

    De deksels, het draagbaar blustoestel en de blusdeken moeten zich op een goed bereikbare plaats bevinden en voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.

  • 8.

    Een draagbaar blustoestel moet in een goede staat van onderhoud verkeren en zijn voorzien van een geldig Rijkskeurmerk met rangnummer.

  • 9.

    Een draagbaar blustoestel moet overeenkomstig de norm NEN 2559 zijn onderhouden en zijn voorzien van een label of sticker waarop de laatste controledatum is vermeld.

Hoofdstuk 3 Toelichting

Vergunningstelsel

Het verbod in artikel 5:18 van de APV gaat over het gebruiken van gemeentegrond of particuliere grond voor standplaatsen. Een standplaats is een openbare, vaste plaats waar vandaan goederen of diensten worden aangeboden. Vooral in het centrum van de kern Ermelo komt het voor dat particuliere grond openbaar gebied is.

 

Er wordt onderscheid gemaakt tussen commerciële en niet-commerciële activiteiten. Commerciële activiteiten worden op beperkte schaal toegestaan. Niet-commerciële activiteiten zijn bijvoorbeeld kramen van ideële verenigingen.

 

Vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld in artikel 160 van de Gemeentewet, evenementen en vaste plaatsen op snuffelmarkten zoals opgenomen in de APV, zijn geen standplaatsen.

 

Het gemeentelijk verbod op standplaatsen treedt terug als een hogere regeling voorziet in hetzelfde onderwerp. Het kan zijn dat naast de APV nog andere regelingen van toepassing zijn. Over de samenloop hiervan wordt hierna een toelichting gegeven.

Andere regelgevingGrondwet 

Artikel 7 van de Grondwet beschermt de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers. Het verspreiden van drukwerk waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard vallen onder dit grondrecht. Het verspreiden van handelsreclame valt hier niet onder.

 

Voor elke standplaats moet een vergunning worden aangevraagd. Ook als daar drukwerk wordt verspreid waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard. De vergunning mag echter niets bepalen over de inhoud van de gedrukte stukken, maar wel over zaken betreffende de openbare orde en veiligheid gezondheid etc.

Warenwet

In de ‘Warenwet’ staan regels voor de etikettering en de samenstelling van waren. De wet stelt ook eisen aan de hygiëne en degelijkheid van producten. Waren op standplaatsen moeten voldoen aan de eisen in de ‘Warenwet’. De Voedsel- en Warenautoriteit houdt toezicht op deze wet.

Winkeltijdenwet 

De ‘Winkeltijdenwet’ regelt een aantal zaken met betrekking tot de openingstijden van winkels en het leveren van goederen aan particulieren. De wet geldt ook voor verkoop vanaf een standplaats[1]. Een standplaats mag niet worden gebruikt van 22.00 tot 06.00 uur en op zon- en feestdagen de hele dag niet[2].

Wet milieubeheer

Standplaatsen kunnen een inrichting zijn zoals bedoeld in de ‘Wet milieubeheer’. De ‘Wet milieubeheer’ verbiedt het drijven van een inrichting zonder milieuvergunning. Een milieuvergunning is niet nodig als het gaat om zogenoemde type A of B inrichting zoals bedoeld in het ‘Activiteitenbesluit’[3]. Voor type B inrichtingen moet een melding worden ingediend. Type A inrichtingen zijn meldingsvrij. Op die inrichtingen zijn een deel van de regels uit het ‘Activiteitenbesluit’ van toepassing.

 

Vooral aan mobiele verkoopinrichtingen van vis en snacks worden milieueisen gesteld. Deze eisen gaan vooral over de gevolgen van het bakken. Het gaat daarbij om zaken als vetafscheiding van het afvalwater en het voorkomen van geuroverlast. De standplaatshouder kan ook verplicht worden gesteld zelf voldoende maatregelen te nemen om zwerfvuil rond zijn standplaats te voorkomen. Of er sprake is van een inrichting dient per standplaats te worden bepaald.

Wet ruimtelijke ordening

Op alle gronden in de gemeente Ermelo is een bestemmingsplan conform de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. Een bestemmingsplan bepaalt hoe de grond mag worden gebruikt. De locaties waar standplaatsen staan zijn meestal bestemd voor ‘Verkeer en verblijf’ met een functieaanduiding ‘standplaats’. Standplaatshouders zullen zich moeten houden aan de voorschriften van de standplaatsvergunning en het bestemmingsplan.

Standplaatsen, venten en evenementen

Het verschil tussen standplaatsen en venten is niet altijd duidelijk. Hetzelfde geldt voor standplaatsen en evenementen.

 

Het verschil tussen een standplaats en venten is van belang, omdat venten in Ermelo niet verboden is of aan een vergunningstelsel is onderworpen. Het verschil tussen het innemen van een standplaats en venten is een glijdende schaal. Een venter moet zich voortdurend voortbewegen, tenzij hij bezig is een klant te bedienen of om een andere duidelijke, aannemelijke reden stopt. In winkelstraten worden regelmatig abonnementen op kranten of andere producten verkocht. Zolang de verkopers voortdurend doorlopen tenzij een (potentiële) klant wordt benaderd, hebben zij geen standplaatsvergunning nodig. Abonnementenverkopers die een (snel inklapbaar) verkoopkraampje hebben, moeten wel een standplaatsvergunning hebben.

 

In artikel 5.17, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Algemene Plaatselijke Verordening zijn vaste plaatsen op een evenement uitgesloten van het begrip standplaats. Zo is voor een vaste plaats op een braderie geen standplaatsvergunning nodig als die plaats is opgenomen in de evenementenvergunning voor de braderie. Daarom is voor de standplaats op het Raadhuisplein in het kader van de week voor de toegankelijkheid een standplaatsvergunning nodig. Voor de week van de toegankelijkheid wordt immers geen evenementenvergunning verleend.

Artikelsgewijze toelichting 

Artikel 1 Begripsbepalingen

Artikel 1 definieert een aantal begrippen die in de beleidsregels worden gehanteerd. Begrippen die ook in de ‘Algemene Plaatselijke Verordening’ worden gebruikt hebben dezelfde definitie.

 

‘Algemene Plaatselijke Verordening’

De definitie is zo gekozen dat steeds verwezen wordt naar de meest recente ‘Algemene Plaatselijke Verordening’.

 

Incidentele standplaats

Er wordt onderscheid gemaakt in incidentele standplaatsen, commerciële standplaatsen en niet-commerciële standplaatsen. Incidentele, commerciële standplaatsen zijn meestal activiteiten als autoruitreparatie. Incidentele, niet-commerciële standplaatsen zijn meestal ideële verenigingen, zoals het Wereld Natuurfonds en Amnesty International.

 

Een incidentele standplaats wordt maximaal zes dagen per kalenderjaar gebruikt. Incidentele, commerciële standplaatsen worden in beperkte mate toegestaan.

 

Tijdelijke standplaats

Een tijdelijke standplaats wordt gebruikt gedurende ten hoogste twee aaneengesloten maanden per kalenderjaar. De standplaats wordt in die periode voor maximaal van zes dagen per week gebruikt.

 

Er wordt onderscheid gemaakt in tijdelijke, commerciële standplaatsen en niet-commerciële standplaatsen. Tijdelijke, commerciële standplaatsen zijn meestal activiteiten als kerstbomenverkoop, oliebollenkramen en ijsverkoop. Tijdelijke, niet-commerciële standplaatsen zijn meestal ideële verenigingen, zoals de Plaatselijke Werkgroep Toegankelijkheid Ermelo.

 

Vaste standplaats

Een vaste standplaats wordt het gehele jaar door gebruikt met een minimum van één dag en een maximum van zes dagen per week. Vaste standplaatsen worden in Ermelo vooral ingenomen door bloemisten, poeliers, groenteboeren en verkopers van zuivelproducten.

Artikel 2 Indieningsvereisten

Artikel 2 van de beleidsregels regelt welke gegevens de aanvrager moet verstrekken. Verder stelt het artikel het gebruik van een aanvraagformulier verplicht. Het college heeft het ‘aanvraagformulier standplaatsvergunning’ vastgesteld. In het formulier staat welke gegevens de aanvrager aan moet leveren.

 

De basis voor het vaststellen van het formulier is artikel 4:4 ‘Algemene wet bestuursrecht’. De ‘Algemene wet bestuursrecht’ verplicht de aanvrager om de benodigde gegevens aan te leveren voor het behandelen van de aanvraag[4].

 

Als de aanvraag onvoldoende gegevens bevat, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag aan te vullen. Mocht de aanvraag binnen de gestelde termijn niet zijn aangevuld, dan stelt het college de aanvraag buiten behandeling[5].

Artikel 3 Aangewezen standplaatsen

In artikel 3 en bijlage 1 staan de aangewezen standplaatsen. De standplaatsen zijn beschikbaar als wordt voldaan aan de criteria die in bijlage 1 staan vermeld. Naast de criteria in de bijlage moet de vergunninghouder ook voldoen aan de criteria in de artikelen 5 en verder. Het college weigert de aanvragen die niet voldoen aan de criteria.

 

Voor elke standplaats geldt dat deze gebruikt mag worden van 06:00 uur ’s ochtends tot 22.00 uur

’s avonds. Standplaatsen mogen niet worden ingenomen op zondag. Voor alle standplaatsen geldt dat deze moeten wijken voor evenementen zoals braderieën.

 

De meeste standplaatsen liggen op grond van de gemeente. Enkele standplaatsen liggen op grond van particulieren. Omdat deze percelen (deels) in het openbaar gebied liggen, moet ook voor die standplaatsen een vergunning worden aangevraagd. De particuliere eigenaar van de grond moet toestemming verlenen voor het gebruik van de grond.

 

In het beleid wordt onderscheid gemaakt in drie soorten standplaatsen: vaste, tijdelijke en incidentele standplaatsen. Wij verwijzen u hiervoor naar de toelichting bij artikel 1 (pagina 9). Het verschil tussen tijdelijke en incidentele standplaatsen zit in de duur van het gebruik van de standplaats. Een incidentele standplaats wordt maximaal zes dagen per jaar gebruikt. De dagen kunnen verspreid worden over het hele jaar, maar mogen ook geclusterd worden. Een tijdelijke standplaats wordt meer dan zes dagen per jaar gebruikt. De tijdelijke standplaats wordt hooguit twee maanden per jaar achter elkaar gebruikt.

 

In totaal zijn er 6 standplaatsen aangewezen. Hierna volgt een korte beschrijving per locatie.

 

Marktplein, nabij Plus Supermarkt

Op de kop van het complex waarin de Plus Supermarkt gevestigd is, staan twee standplaatsen. Beide zijn vaste standplaatsen.

 

De Enk - Pauwenplein

Deze tijdelijke standplaats is in de maand december beschikbaar voor een oliebollen- en gebakkraam.

 

Herderlaan 10a, nabij Boni Supermarkt

Deze standplaats is een vaste standplaats voor commerciële en niet-commerciële activiteiten. De eigenaresse moet toestemming geven voor het gebruik.

 

Chevalierlaan, hoek Hortensialaan

Deze tijdelijke standplaats is uitsluitend bedoeld voor een mobiel onderzoekscentrum voor borstkankeronderzoek of vergelijkbare activiteiten. De standplaats mag voor maximaal vier aaneengesloten maanden worden ingenomen. Voor het overige mag deze standplaats niet worden gebruikt.

 

Molenaarsplein

Deze tijdelijke standplaats is in de maand december beschikbaar voor commerciële en niet-commerciële activiteiten. In de regel staat hier de oliebollen- en gebakkraam.

Artikel 4 Niet aangewezen standplaatsen

Artikel 4 biedt de mogelijkheid om buiten de aangewezen standplaatsen een standplaatsvergunning te verlenen.

 

De mogelijkheid om buiten de aangewezen standplaatsen in de kern Ermelo standplaatsvergunningen te verlenen is zeer beperkt. Alleen voor niet-commerciële activiteiten kunnen standplaatsvergunningen worden verleend op grond van artikel 4. De standplaatsen in bijlage 1 voorzien in de behoefte aan commerciële standplaatsen in de kern Ermelo. Meer commerciële standplaatsen zijn niet toestaan. Alleen voor ideële activiteiten worden meer standplaatsen toestaan dan in bijlage 1 staan vermeld. De standplaats moet dan wel voldoen aan de vereisten in de artikelen 4 en verder.

 

In bijlage 1 staan geen standplaatsen voor de andere kernen dan de kern Ermelo van de gemeente Ermelo[6]. In het verleden heeft nimmer behoefte bestaan aan standplaatsen in die kernen. In de periode waarin dit beleid van kracht is, zou dat kunnen veranderen. Artikel 4 biedt de mogelijkheid om voor de andere kernen een standplaatsvergunning te verlenen voor commerciële en niet-commerciële activiteiten. De standplaats moet dan wel voldoen aan de vereisten in de artikelen 4 en verder.

 

De vereisten in artikel 4, waaraan een standplaats moet voldoen, zijn gebaseerd op de artikelen 1.8 en 5.18 van de Algemene plaatselijke verordening.

Artikel 5 Procedure

Artikel 5 bepaalt wanneer aanvragen in behandeling worden genomen en in welke volgorde zij worden afgehandeld.

 

Aanvragen worden behandeld op datum van ontvangst. Om te voorkomen dat al maanden (of jaren) van te voren een aanvraag wordt ingediend, hebben wij een datum vastgesteld vanaf wanneer aanvragen kunnen worden ingediend. Aanvragen voor een standplaatsvergunning worden in behandeling genomen indien zij zijn ingediend na 1 november in het jaar voorafgaande aan het (eerste) kalenderjaar waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.

 

Aanvragen die wij eerder ontvangen, nemen wij niet in behandeling. Aanvragen die in de juiste periode zijn ontvangen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Als een standplaats niet meer beschikbaar is, wordt de aanvraag geweigerd.

Artikel 6 Voorwaarden

Aan een standplaatsvergunning worden voorwaarden verbonden. Aan alle standplaatsvergunningen worden de voorwaarden in bijlage 2 verbonden. Als de activiteiten op een standplaats een verhoogd risico voor de brandveiligheid met zich brengen worden tevens de voorwaarden in bijlage 3 verbonden. Activiteiten die een verhoogd risico met zich brengen zijn onder andere het bereiden van voedsel met een hittebron. Maar ook een standplaats, die verwarmd wordt met een kachel, levert een verhoogd risico op.

Artikel 7 Persoonsgebonden vergunning

Deze bepaling is opgenomen om te verzekeren dat de standplaats wordt ingenomen door degene die de vergunning heeft aangevraagd. Het persoonsgebonden karakter is vooral van belang bij commerciële standplaatsen. Het aantal commerciële standplaatsen overtreft (voor een aantal locaties) de vraag. Eén van de doelstellingen van dit beleid is een eerlijke verdeling van de beschikbare standplaatsen. Daarom moet een standplaats worden ingenomen door de persoon die de vergunning heeft aangevraagd. Als dat niet het geval zou zijn, dan zou één persoon voor meerdere standplaatsen vergunning kunnen aanvragen en daar anderen laten werken.

 

De vergunning mag alleen door een natuurlijk persoon worden aangevraagd. Aanvragen worden geweigerd als die zijn ingediend door:

  • -

    vennootschappen onder firma;

  • -

    maatschappen;

  • -

    besloten vennootschappen;

  • -

    naamloze vennootschappen;

  • -

    verenigingen;

  • -

    stichtingen.

 

Ideële organisaties zullen hun vergunning moeten laten aanvragen door iemand die onderdeel uitmaakt van hun organisatie. Omdat de vergunning op naam staat van die persoon, is het verstandig om onderling goede afspraken te maken over het gebruik van de vergunning.

 

Het persoonsgebonden karakter speelt een minder belangrijke rol bij niet-commerciële standplaatsen. Het aantal locaties kan immers worden uitgebreid met toepassing van artikel 4. Bovendien worden niet-commerciële standplaatsen voornamelijk bemand door vrijwilligers. Daarom kan de eis dat de vergunninghouder altijd de standplaats inneemt niet onverkort worden gehanteerd. Een voorbeeld kan dat verhelderen: in de decembermaand verkoopt de Rotaryclub kerstkaarten, waarvan de opbrengst naar het goede doel gaat. Verschillende personen niet zelden notabelen verkopen de kaarten. Juist de verschillende personen die de verkoop op zich nemen bepaalt de charme en het succes.

Artikel 8 Duur vergunning 

Vergunningen voor vaste en tijdelijke standplaatsen kunnen worden verleend voor een aansluitende periode tot en met 31 december 2020. Op die manier wordt voorkomen dat jaarlijks een vergunning moet worden aangevraagd. Deze vorm van deregulering leidt tot kosten besparing voor de burger. Die hoeft immers niet jaarlijks formulieren in te vullen en leges te betalen.

 

Iemand die in 2016 een vergunning aanvraagt, kan dat doen voor de komende vijf jaar. De vergunning vervalt op 31 december 2020. De aanvraag wordt beoordeeld op basis van het nieuwe beleid. Vanzelfsprekend kan een vergunning ook worden aangevraagd voor een kortere periode. Zolang een standplaats vrij is, kan men aanvragen blijven indienen.

 

Vergunningen voor incidentele standplaatsen worden verleend over een periode van maximaal één kalenderjaar.

Artikel 9 Intrekken vergunning

Artikel 1.6 van de Algemene plaatselijke verordening geeft vijf redenen waarom ons college een vergunning in kan trekken:

  • -

    indienen van onjuiste of onvolledige gegevens;

  • -

    gewijzigde omstandigheden;

  • -

    het niet nakomen van het in de vergunning gestelde;

  • -

    geen gebruik maken van de vergunning;

  • -

    op verzoek van de vergunninghouder.

 

Het eerste lid van artikel 9 maakt duidelijk dat onder gewijzigde omstandigheden in ieder geval moet worden verstaan: het wijzigen van deze beleidsregel. Het tweede lid maakt concreet wanneer het niet gebruikmaken van de vergunning leidt tot intrekking.

Artikel 10 Overdracht

De vergunning heeft een persoonsgebonden karakter (zie artikel 7). Daarom zijn ook de mogelijkheden om de vergunning over te dragen beperkt. De vergunning kan alleen aan bepaalde familieleden en werknemers worden overgedragen.

Artikel 11 Overgangsrecht

Deze beleidsregels zijn van toepassing op vergunningaanvragen die na het inwerkingtreden van deze beleidsregels zijn ontvangen.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Onder bijzondere omstandigheden is het college niet alleen bevoegd, maar zelfs verplicht van de beleidsregels af te wijken. Dat geldt als de strikte toepassing van de beleidsregels onder bijzondere omstandigheden leidt tot nadelige of voordelige gevolgen voor één of meer belanghebbenden die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. Het moet dan gaan om omstandigheden waarin de beleidsregels niet voorzien[7].

 

Dat heeft tegelijkertijd tot gevolg dat onder normale omstandigheden niet afgeweken mag worden en de beleidsregels moeten worden gevolgd. Het is de aanvrager die de bijzondere omstandigheden moet aanvoeren en zo nodig bewijzen. Alleen als de bijzondere omstandigheden overduidelijk aanwezig zijn, kan van het college worden verwacht dat het daar uit eigen beweging rekening mee houdt bij de besluitvorming.

 

Een bijzondere omstandigheid om een vergunning in afwijking van het beleid te verlenen, kunnen werkzaamheden aan de bestrating, nabij gelegen panden of kabels en leidingen zijn. Maar ook het bijzondere karakter van een activiteit kan aanleiding geven om van deze beleidsregels af te wijken. Daarbij moet wel bedacht worden dat afwijken van de beleidsregels, betekent dat vergelijkbare gevallen in de toekomst ook voor een vergunning in aanmerking komen.

 

Strikt genomen hoeft de hardheidsclausule niet in het beleid opgenomen te worden. De wet voorziet in een algemene formulering van deze clausule[8].

[1] Artikel 2, tweede lid, Winkeltijdenwet.

[2] Artikel 2, eerste lid, Winkeltijdenwet.

[3] De formele naam van het Activiteitenbesluit is: Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.

[4] Artikel 4:2, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht

[5] Artikel 4:5, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht.

[6] De andere kernen zijn: Beek, Drie, Horst, Houtdorp, Leuvenum, Speuld, Staverden, Telgt en Tonsel.

[7] ABRS 16 februari 2005, 200403595/1

[8] Artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht

Bijlagen

  • 1.

    Aangewezen standplaatsen

  • 2.

    Algemene voorwaarden

  • 3.

    Bijzondere voorwaarden