Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2016

Geldend van 10-05-2016 t/m heden

Intitulé

Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2016

De raad van de gemeente Bronckhorst;

gelezen het voorstel van het college van b en w van 15 maart 2016;

gelet op de bespreking in de commissievergadering van 13 april 2016;

en gelet op artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht, artikelen 5.2 en 5.4 vierde lid van de Telecommunicatiewet en artikelen 149, 154, /56 en 229 van de Gemeentewet

overwegende dat het wenselijk is de regels van één uniform regime te continueren voor de realisatie voor het werk in en onder de grond in de openbare ruimte en de gemeente in staat te stellen de gewenste regiorol optimaal in te vullen;

dat deze regels uniform worden gehanteerd in veertien andere omliggende gemeenten;

besluit:

  • 1.

    De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2012 in te trekken

  • 2.

    De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2016 vast te stellen

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    breekverbod: verbod voor het uitvoeren van breek- en graafwerkzaamheden in de grond, geldend bij een gesloten sneeuwdek en/of vorst in de grond.

  • b.

    college: college van burgemeester en wethouders van gemeente Bronckhorst.

  • c.

    coördinatieverplichting: de coördinerende rol van de gemeente over de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en leidingen in de gehele openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen.

  • d.

    exploitant van de kabels en/of leidingen: rechtspersoon die het netwerk (k) winstgevend beheert.

  • e.

    gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1, van de Belemmeringenwet Privaatrecht of in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet.

  • f.

    grondroerder: degene, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht.

  • g.

    (huis)aansluiting:het gedeelte van de kabel of leiding door openbare grond dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt ten behoeve van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met d, van de Wet Waardering Onroerende Zaken, of met een ander netwerk.

  • h.

    instemmingsbesluit: besluit van het college op een aanvraag van voorgenomen werkzaamheden (volgens artikel 5.4 lid 5 van de Telecommunicatiewet maar ook geldig voor overige kabels en leidingen zoals bedoeld onder onderdelen k en i van artikel

    1).

  • i.

    kabels en leidingen: kabels en/of leidingen als onderdeel van een net(werk), daaronder ook begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere hulpmiddelen, behalve voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer, en ook omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; voorbeelden van deze kabels en leidingen zijn telecommunicatie- en omroepkabels, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen), waterleidingen, rioleringen (buizen) en kabels en leidingen voor industriële netwerken.

  • j.

    marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt.

  • k.

    net of netwerk: samenstel van ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie (een, al dan niet openbaar, elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1 onder e en h van de Telecommunicatiewet).

  • l.

    netbeheerder: de rechtspersoon die is aangewezen als beheerder van een net of netwerk voor levering van elektriciteit, gas of water, dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk.

  • m.

    niet-openbare kabels en leidingen: kabels en leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze behoren) die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden.

  • n.

    omwonenden: de bewoners en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en leidingen.

  • o.

    openbare grond(en): openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet.

  • p.

    registratiesysteem: geautomatiseerd systeem waarin meldingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels en leidingen worden verwerkt door of namens de gemeente .

  • q.

    spoedeisende werkzaamheden: reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net is opgetreden.

  • r.

    uitvoeringsvoorschriften: uitvoeringsvoorschriften volgens het handboek ondergrondse infrastructuren: "nadere regels en uitvoeringsvoorschriften UNOG (Uniformiteit Netbeheerders Oostelijk Gelderland)". Voorheen bekend als "Algemene voorwaarden UNOG (Uniformiteit Netbeheerders Oostelijk Gelderland) voor het leggen, hebben en onderhouden en opruimen van kabels en leidingen van netbeheerders".

  • s.

    UNOG: UNOG (Uniformiteit Netbeheerders Oostelijk Gelderland): samenwerking van vijftien gemeenten waarbinnen uniforme afspraken gelden voor netbeheerders.

  • t.

    werken: een constructie, of werkzaamheden, niet zijnde een gebouw, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

  • u.

    werkzaamheden: alle stadia van werkzaamheden, die verband houden met de aanleg, het houden, instandhouden en opruimen van kabels en leidingen en het daarbij behorende herstel van de openbare grond (zoals bedoeld in onderdeel o van artikel 1).

  • v.

    werkzaamheden van minder ingrijpende aard:

    het aanbrengen of verwijderen van kabels en leidingen in al aangebrachte voorzieningen (mantelbuizen);

    reparaties of onderhoudswerk aan kabels en leidingen met een lengte van minder dan vijfentwintig (25) meter en niet vallend onder onderdeel q van artikel 1;

    het maken van (huis)aansluitingen, waarbij geen verhardingen of

    groenvoorzieningen worden gekruist, tot een lengte van vijfentwintig (25) meter.

Artikel 2 Toepasselijkheid

Deze verordening is van toepassing op de procedures en voorschriften voor de aanleg, instandhouding inclusief het nemen van maatregelen, waaronder de verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden.

Artikel 3 Nadere regels

1. Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen.

2. Deze nadere regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:

  • a.

    het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verlegging, verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen, het medegebruik van voorzieningen en het opstellen van voorschriften op het gebied van markering, afzetting en het toepassen van proefsleuven.

Hoofdstuk 2 Aanvragen en melden van graafwerkzaamheden

Artikel 4 Instemmingsvereiste
  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van het door het college verleend instemmingsbesluit en zonder de afstemming van voorgenomen werkzaamheden met overige netbeheerders, kabels en/of leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in stand te houden, te wijzigen, te verplaatsen of op te ruimen.

  • 2.

    Ook voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard als bedoeld onder onderdeel v van artikel 1 is een instemmingsbesluit, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk.

  • 3.

    Het instemmingsbesluit vervalt als daarvan niet uiterlijk binnen 12 maanden na afgifte van het besluit gebruik wordt gemaakt.

Artikel 5 Aanvragen en melden
  • 1.

    Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, vraagt daarvoor een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4, aan bij het college.

  • 2.

    Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten kan hierover vooroverleg voeren met het college om de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, voor te bereiden.

  • 3.

    Voor het aanvragen van een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 5, moet gebruik worden gemaakt van daartoe door het college vastgestelde formulier.

  • 4.

    Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente Bronckhorst, wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het (voor)overleg tussen de grondroerder en de overige gedoogplichtige(n). Het bovenstaande geldt niet voor zover artikel 5.5 van de Telecommunicatiewet van toepassing is.

  • 5.

    In geval van spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in onderdeel q van artikel 1, volstaat een melding bij voorkeur voorafgaand aan de start van de werkzaamheden via het meldsysteem als bedoeld onderdeel p van artikel I. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding uiterlijk binnen één werkdag na de uitvoering gemotiveerd worden gedaan aan het college, eveneens via het meldsysteem als bedoeld onderdeel p van artikel 1.

  • 6.

    Als werkzaamheden worden verricht in de gebieden die staan aangegeven op een bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart is de uitzonderingsbepaling voor spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in het vijfde lid, niet van toepassing.

Artikel 6 Gegevensverstrekking
  • 1.

    Bij een aanvraag voor een instemmingsbesluit moeten in ieder geval de volgende gegevens worden verstrekt:

  • a. een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel bij de eerste aanvraag van ieder kalenderjaar;

  • b. een schriftelijke machtiging als het een aanvraag betreft voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels of leidingen voor of namens een netbeheerder;

  • c. NAW-gegevens van de eigenaar, beheerder en exploitant van de kabels en/of leidingen, naam en adres van de aannemer(s) en onderaannemer(s) die belast zijn met de werkzaamheden, maar ook de naam en telefoonnummer van de uitvoerder, zijnde een Nederlands sprekende contactpersoon voor de werkzaamheden;

  • d. een opgave van het aantal, de soort en het beoogde gebruik van de kabels en/of leidingen;

  • e. welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en aard van de werkzaamheden;

  • f. een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:

    - een opgave van het gewenste tracé;

    - een tekening op witdruk in schaal 1:1.000 of 1:500 met daarop aangegeven het gewenste tracé en één of meerdere straatnamen ter plaatse van de werkzaamheden en een doorsnede van zowel de bestaande als de nieuwe inhoud van de sleuf inclusief een geactualiseerde ondergrond;

    - de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek betreffende de beschikbare ruimte;

    - een opgave van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden worden geplaatst, van permanente als tijdelijke aard, maar ook van de situering daarvan;

    - een omschrijving van eventuele opbrekingen;

    de maatregelen die de bereikbaarheid van in de openbare gronden aanwezige kabels en leidingen waarborgen;

    - het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden.

  • 2.

    Als de werkzaamheden betrekking hebben op kabels en leidingen van elektronische communicatienetwerken moeten, aanvullend op het eerste lid, bij de aanvraag ook de volgende gegevens worden verstrekt:

  • a. aanvullend op het uitvoeringsplan wordt daarin ook opgenomen:

  • - een opgave van het aantal kabels en leidingen dat direct in gebruik wordt genomen en een opgave van het aantal kabels en leidingen dat niet direct in gebruik wordt genomen;

  • - de doorsnede van de kabel(goot) en lengte en breedte van de kabelsleuf.

  • 3.

    Bij de aanvraag voor een instemmingsbesluit voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, moeten in ieder geval de volgende gegevens worden verstrekt:

  • a. een schriftelijke machtiging als het een aanvraag betreft voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels of leidingen voor of namens een netbeheerder;

  • b. NAW-gegevens van de eigenaar, beheerder en exploitant van de kabels en/of leidingen, naam en adres van de aannemer(s) en onderaannemer(s) die belast zijn met de werkzaamheden, maar ook de naam en telefoonnummer van de uitvoerder, zijnde een Nederlands sprekende contactpersoon voor de werkzaamheden;

  • c. de dagtekening van de melding;

  • d. de lengte van de sleuf die wordt opengebroken;

  • e. het oppervlak van het lasgat dat wordt opengebroken.

  • 4.

    Het college kan nadere regels stellen betreffende de te verstrekken gegevens maar ook over de wijze waarop die moeten worden verstrekt.

Artikel 7 Termijnen
  • 1.

    Een beslissing op een instemmingsaanvraag wordt genomen uiterlijk acht weken na de dag van ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Betreft het een aanvraag waarbij meerdere gedoogplichtigen zijn betrokken dan beslist het college binnen acht weken na de dag van ontvangst van een volledig ingevulde aanvraag.

  • 3.

    De termijnen, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen eenmaal met ten hoogste acht weken worden verdaagd.

  • 4.

    Als van de bevoegdheid tot verlenging gebruik wordt gemaakt, stuurt het college vóór afloop van de termijnen zoals genoemd in het eerste en tweede lid, een schriftelijke bevestiging met motivering aan de grondroerder.

  • 5.

    Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 8 Voorschriften en beperkingen bij instemming
  • 1. Het college kan met inachtneming van de uitvoeringsvoorschriften aan het instemmingsbesluit nadere voorschriften of beperkingen verbinden in het belang van:

    • a.

      de openbare orde;

    • b.

      veiligheid, waaronder ook wordt verstaan de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het verkeer;

    • c.

      het voorkomen of beperken van schade of overlast; waaronder ook wordt verstaan de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en beplantingen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving;

    • d.

      de bereikbaarheid van gronden of gebouwen; waaronder ook wordt verstaan het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud ervan en het belang van nader aan te geven grote lokale evenementen als weekmarkten en kermissen;

    • e.

      de ondergrondse ordening, waaronder ook wordt verstaan het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor al in de grond aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder ook verstaan worden werken ten behoeve van de riolering en de levering of het transport van elektronische informatie, gas, water en elektriciteit.

  • 2. De voorschriften of beperkingen, zoals genoemd in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op:

    • a.

      het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering bij aanleg, instandhouding, opruiming, onderhoud en verplaatsing van kabels en leidingen;

    • b.

      het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen, die door derden of de gemeente, tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld;

    • c.

      een zekerheidsstelling voor de nakoming van verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en beperkingen aan het instemmingsbesluit;

    • d.

      afmetingen van kasten en andere toebehoren behorende bij het netwerk.

  • 3. De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen moet gebeuren conform in de gemeente van toepassing zijnde uitvoeringsvoorschriften zoals bedoeld in onderdeel r van artikel 1.

  • 4. De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de oude staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier zelf zorg voor te willen dragen.

  • 5. De grondroerder draagt de marktconforme kosten voor herstel die gebaseerd zijn op de uitvoeringsvoorschriften zoals bedoeld in onderdeel r van artikel 1.

  • 6. Als binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van openbare gronden een grondroerder

    werkzaamheden moet uitvoeren, verlangt het college specifiek schadeherstel ten einde de situatie terug te brengen in de oude staat. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de grondroerder.

  • 7. De grondroerder vergoedt aan de gemeente Bronckhorst de schade voortvloeiend uit de werkzaamheden, waarbij de omvang beperkt is tot vergoeding van de marktconforme kosten van de door de gemeente ter beschikking gestelde voorzieningen en van de meerdere marktconforme kosten van onderhoud.

  • 8. Het verkrijgen van een instemmingsbesluit laat onverlet dat in voorkomende gevallen ook een omgevingsvergunning is vereist. Het college draagt zorg voor een samenhangende behandeling van vergunning en aanvraag voor een instemmingsbesluit.

  • 9. Voor de afgifte van een instemmingsbesluit zijn leges verschuldigd conform de Legesverordening van de gemeente Bronckhorst.

  • 10. Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 8 lid 3, het instemmingsbesluit wijzigen of intrekken, als:

    • a.

      de exploitant van de kabels en/of leidingen niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van het instemmingsbesluit met de werkzaamheden als omschreven in het instemmingsbesluit is begonnen;

    • b.

      de in het instemmingsbesluit benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen;

    • c.

      blijkt dat het instemmingsbesluit op basis van onjuiste of onvolledige gegevens is verleend;

    • d.

      het instemmingsbesluit in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven;

    • e.

      de exploitant van de kabels en/of leidingen het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de uitvoeringsvoorschriften niet naleeft;

    • f.

      dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.

  • 11. Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van het instemmingsbesluit dan nadat het college de houder van het instemmingsbesluit heeft gehoord.

  • 12. Aan het besluit tot wijziging of intrekking van het instemmingsbesluit kan de verplichting worden verbonden om de betreffende leiding(en) te verleggen/verplaatsen en/of deze te verwijderen.

Artikel 9 (Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg
  • 1. Een grondroerder moet op verzoek van het college bij de aanleg van kabels en leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik maken van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde, voorzieningen. Deze verplichting geldt als dit technisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid.

  • 2. Het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, dan wel een door het college geïnitieerd overleg naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, is er ook op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Als een grondroerder een marktconform aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is een grondroerder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken.

  • 4. Als de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels en leidingen, moet een grondroerder een alternatief tracé kiezen.

Hoofdstuk 3 Overige bepalingen

Artikel 10 Verleggingen van netten
  • 1. Op het nemen van maatregelen wat betreft kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, waaronder het verplaatsen, op verzoek van de gemeente zijn de wettelijke regels van de Telecommunicatiewet van toepassing.

  • 2. Op het nemen van maatregelen wat betreft kabels en/of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen in of op openbare gronden en niet vallend onder het eerste lid, waaronder het verplaatsen op verzoek van de gemeente of het anderszins nemen van maatregelen over in of op openbare grond aanwezige kabels en/of leidingen, zijn de door het college vastgestelde regels van toepassing, tenzij en voor zover daarover andersluidende afspraken zijn overeengekomen tussen partijen:

    • a.

      De netbeheerder is verplicht op verzoek van de gemeente (aanwijzing) over te gaan tot het nemen van maatregelen voor kabels en leidingen ten dienste van zijn netwerk, waaronder het verplaatsen, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege de gemeente.

    • b.

      De gemeente en de netbeheerder zullen bij verwijdering, verlegging of aanpassing van leidingen en/of kabels elkaars schade zo veel mogelijk beperken; Na een verzoek tot het nemen van maatregelen gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over tot de uitvoering, maar niet later dan twaalf (12) weken na de datum van ontvangst van het verzoek.

    • c.

      De door het college vastgestelde regels zijn van toepassing voor een op aanvraag toe te kennen financiële tegemoetkoming (bij wijze van nadeelcompensatie) in het geval dat een netbeheerder schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en de vergoeding van deze schade niet op een andere wijze is verzekerd.

    - Deze beleidsregels over nadeelcompensatie zijn vastgelegd als "Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen".

Artikel 11 Breekverbod
  • 1. Als er sprake is van extreme weersomstandigheden is het college bevoegd een breekverbod in te stellen. Of er sprake is van extreme weersomstandigheden is naar oordeel van het college.

  • 2. Tijdig of in ieder geval één dag voor beëindiging van het breekverbod, zal het college de betrokken grondroerders hierover informeren.

  • 3. Betrokken grondroerders worden schriftelijk geïnformeerd over het breekverbod.

  • 4. Als er sprake is van een breekverbod is het verboden breek- en graafwerkzaamheden uit te voeren in de openbare grond en/of bestrating.

  • 5. Het breekverbod is niet van toepassing in geval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing en waarvan uitstel niet mogelijk is.

Artikel 12 Eigendom
  • 1. Als het eigendom, exploitatie of beheer van de kabel of leiding wordt overgedragen aan een andere netbeheerder, gaan de rechten en plichten volgens deze verordening die betrekking hebben op de kabel of leiding van rechtswege over op de nieuwe netbeheerder.

  • 2. De netbeheerder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel of leiding verandert.

  • 3. Op het eigendom van de kabels en leidingen zijn de desbetreffende wettelijke bepalingen van toepassing.

Artikel 13 Niet-openbare kabels en leidingen
  • 1. Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van niet-openbare kabels en leidingen in openbare wegen en wateren is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Het opnemen van het eerste lid van artikel 13 in deze verordening houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente Bronckhorst met betrekking tot niet-openbare kabels en leidingen.

Artikel 14 Informatieplicht
  • 1. De netbeheerder stelt het college meteen en schriftelijk in kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten dienste staat van een net of netwerk in of op openbare gronden.

  • 2. In dit kader kan van de netbeheerder een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen worden verlangd. De bewijslast van ingebruikname ligt bij de netbeheerder.

Artikel 15 Digitale gegevens
  • 1. Het college kan nadere regels stellen over de te verstrekken gegevens en de wijze waarop die worden verstrekt.

  • 2. Het college kan van een grondroerder verlangen dat het aanvragen van een instemmingsbesluit en het verstrekken van gegevens in digitale vorm gebeurt.

  • 3. Het college kan van een grondroerder verlangen dat het melden van de aanvang van de werkzaamheden in digitale vorm gebeurt.

  • 4. Uitgangspunt is dat gegevens die digitaal voorhanden zijn of moeten zijn ook in digitale vorm worden verstrekt.

Artikel 16 Overleg
  • 1. Het college organiseert periodiek een overleg, waarvoor in elk geval de bij de gemeente bekende netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen worden uitgenodigd.

  • 2. In dit overleg worden de plannen van de gemeente, en van de diverse netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen besproken en eventueel afgestemd in het kader van de bepalingen van deze verordening.

Hoofdstuk 4 Handhavings-toezicht- en strafbepalingen

Artikel 17 Toezicht en handhaving

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.

Artikel 18 Strafbepaling bij overtreding

Overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 19 Naleving voorschriften
  • 1. Als een grondroerder zich niet houdt aan de voorschriften en beperkingen uit het instemmingsbesluit, kan het college het instemmingsbesluit intrekken.

  • 2. Als een grondroerder zich niet houdt aan de voorschriften en/of beperkingen krachtens deze verordening, moet hij op aanzegging van het college de oorspronkelijke situatie herstellen.

Artikel 20 Bevoegdheid college

Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, als er wordt gewerkt:

  • a.

    zonder voorafgaande aanvraag of melding, als bedoeld in artikel 5 van deze verordening;

  • b.

    in afwijking van de voorschriften uit het instemmingsbesluit;

  • c.

    in strijd met het geldende breekverbod.

Hoofdstuk 5 Overgangs-en slotbepalingen

Artikel 21 Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

Artikel 22 Overgangsbepalingen en hardheidsclausule
  • 1. De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden, voor zover deze zijn gemeld of aangevraagd en aangelegd met toepassing van verleende vergunningen, instemmingsbesluiten en/of op basis van andere aantoonbare en gelegaliseerde afspraken met de gemeente, zoals die hebben gegolden tot de inwerkingtreding van deze verordening, wordt per ingang van deze verordening eveneens beheerst door de regels van deze verordening.

  • 2. Op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen.

  • 3. Het college kan in incidentele en te motiveren gevallen afwijken van de bepalingen van deze verordening, als de toepassing daarvan, gelet op het doel en de strekking van de verordening, leidt tot onredelijkheden of onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 23 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: "Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2016".

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bronckhorst in zijn openbare vergadering van 28 april 2016
de griffier, de voorzitter,
M. van der Leur M. Besselink

Toelichting Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren

De gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Duiven, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude Usselstreek, Rijnwaarden, Westervoort, Winterswijk, Zevenaar en Zutphen hebben sinds vele jaren een overlegstructuur: UNOG (Uniformiteit Netbeheerders Oostelijk Gelderland). De vijftien deelnemende gemeenten werken uniform samen in de openbare ruimte met netbeheerders en de afstemming met deze partijen. De genoemde gemeenten hebben vanaf 2012 in het kader van eenduidigheid een uniforme Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren eensluidend vastgesteld.

In 2014 en 2015 zijn nieuwe beleidsregels vastgelegd als "Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen" en zijn de Uitvoeringsvoorschriften /algemene voorwaarden UNOG herzien. Om deze reden waren enkele passages verouderd en worden met deze herziene Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) gecorrigeerd.

Algemeen

Het doel van deze Toelichting is het bieden van aanvullende informatie gebaseerd op de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) en de interpretatie hiervan. De actuele versie van de Toelichting is daarbij bepalend.

Volgens de AVOI wordt iedere aanvraag eenduidig behandeld. Het verschil in wettelijke grondslag (Telecommunicatiewet en overige) is geen reden om de aanvragen verschillend te behandelen. De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) geeft ook invulling aan de conform de Telecommunicatiewet verplichte Telecommunicatieverordening.

Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Breekverbod

In de verordening zijn bepalingen over het breekverbod opgenomen die het college de bevoegdheid geven een verbod op te leggen tot uitvoering van breekwerkzaannheden bij extreme weersomstandigheden (bijvoorbeeld wateroverlast, zware sneeuwval of ijzel, strenge vorst). Dat wil zeggen dat er niet in de grond gegraven mag worden zolang het breekverbod geldt.

College

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de taken voortvloeiende uit de verordening af te handelen, waarbij deze voor wat betreft de uitvoering naar wens en behoefte uit praktische overweging gemandateerd kunnen worden aan één of meer daartoe aangewezen ambtenaren.

Instemmingsbesluit

Werkzaamheden als bedoeld in deze verordening moeten vooraf gemeld worden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen reguliere (graaf)werkzaamheden, werkzaamheden van minder ingrijpende aard en spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing.

Het onderscheid tussen reguliere (graaf)werkzaamheden, werkzaamheden van minder ingrijpende aard is ook bedoeld volgens artikel 5.4 lid 5 van de Telecommunicatiewet maar niet uitsluitend voor telecommunicatie.

Kabels en leidingen

De AVOI ziet enerzijds op netwerken bestaande uit fysieke kabels en/of leidingen inclusief ondergrondse ondersteuningswerken (zoals mantelbuizen, kabelgoten, handholes, lasdozen, duikers), beschermingswerken, signaalinrichtingen (zoals optische en elektrische versterkers en kasten) en dergelijke en anderzijds op componenten voor het verbinden van kabels en leidingen in de openbare grond met die in de gebouwen. Inhoudelijk is er procedureel geen onderscheid gemaakt in de begrippen kabels en leidingen.

Net of netwerk

De definitie is afgeleid van de omschrijving zoals die gehanteerd wordt in de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION). De omschrijving maakt met name duidelijk dat het om ondergrondse netten gaat, en dan zowel de distributie- en transportnetten voor energie (gas, water, elektriciteit, riool) als de elektronische communicatienetwerken (zoals specifiek geregeld in en krachtens de Telecommunicatiewet).

In de tekst wordt geen inhoudelijk onderscheid gemaakt tussen de termen net en netwerk.

Netbeheerder

Het begrip netbeheerder wordt gehanteerd als uniforme term voor enerzijds de beheerders van de netten voor de levering van energie en anderzijds de aanbieders van (niet-)openbare elektronische communicatienetwerken.

Vaak zal de netbeheerder in het geval van voorgenomen graafwerkzaamheden de rol van opdrachtgever op zich nemen. In aansluiting bij de recente wet- en regelgeving op het gebied van graafrechten wordt de opdrachtgever meer dan voorheen medeverantwoordelijk gehouden voor een juiste uitvoering en naleving van de rechten en verplichtingen met betrekking tot graafwerkzaamheden.

Werkzaamheden

Hoewel gezien de consequenties ervan de regelingen van de AVOI vooral betrekking hebben op mechanische werkzaamheden, vallen handmatige werkzaamheden er ook onder. Voor zover die beperkt van karakter zijn, zullen ze overigens vaak betrekking hebben op de separaat onderscheiden categorieën spoedeisende werkzaamheden of minder ingrijpende werkzaamheden. Tot de werkzaamheden die deze AVOI betreffen behoren eveneens de werkzaamheden in verband met het medegebruik van voorzieningen, zoals dat van mantelbuizen, kabelgoten of geleidingen. Vanuit de te behartigen belangen kan het nastreven of voorschrijven van medegebruik door de gemeente gestimuleerd worden.

Artikel 2 Toepasselijkheid

Deze AVOI geeft invulling aan de wettelijke verplichting voor de gemeente om een Telecommunicatieverordening op te stellen. Vooralsnog is niet voorzien in een algemene wettelijke grondslag voor een vergelijkbare regeling voor de energienetten. Daarom wordt vooruitlopend op mogelijke toekomstige nationale basisregelgeving hiermee voorzien in uniforme, lokale afspraken met daarbij een zo gelijk mogelijke behandeling van beheerders/aanbieders van deze infrastructuren.

Daarnaast heeft de gemeente een coördinatieverplichting met betrekking tot de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en leidingen in de gehele openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen, zie ook artikel 5. Onder het uitvoeren van de coördinerende rol worden o.a. werkzaamheden verstaan als een onderzoek naar de haalbaarheid van het gevraagde tracé en het onderzoeken of meerdere partijen tegelijkertijd gebruik willen maken van het tracé. Ook worden, indien noodzakelijk, voor het uiteindelijke tracé aanvullende uitvoeringseisen gesteld. De feitelijke situatie is zo dat de fysieke ondergrond vol raakt met een veelheid aan kabels en leidingen en dit noodzaakt tot betere afstemming van werkzaamheden en belangen.

Artikel 3 Nadere regels

Het college krijgt de mogelijkheid toegekend door de raad om in voorkomende gevallen nadere regels ter uitvoering van deze verordening vast te stellen. Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op: de wijze van uitvoering bij de aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen, het medegebruik van voorzieningen en het opstellen van voorschriften op het gebied van markering, afzetting en het toepassen van proefsleuven.

Hoofdstuk 2: Aanvragen en melden van graafwerkzaamheden

Artikel 4 Instemmingsvereiste

Het in de Telecommunicatiewet wettelijk vastgelegde principe van graafrechten in relatie tot de vereiste instemming van het college is vertaald naar de AVOI in dit artikel en wordt toegepast op alle werkzaamheden. Conform het wettelijk bepaalde geldt dat die instemming betrekking heeft op de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden.

Het reguleringsonderscheid tussen reguliere werkzaamheden en werkzaamheden van minder ingrijpende aard wordt in dit artikel duidelijk gemaakt. Tot de minder ingrijpende werkzaamheden behoren werkzaamheden waarvoor gedurende niet meer dan een korte tijd in een beperkt gedeelte van het netwerk werkzaamheden worden verricht en waarvan de impact voor de omgeving relatief beperkt en kortstondig is. Er wordt als norm een lengte van de kabels en leidingen korter of gelijk aan 25 meter gehanteerd en daarbij mogen geen verhardingen of groenvoorzieningen worden gekruist.

Artikel 5 Aanvragen en melden

In het artikel wordt aangegeven dat de aanvraag van de voorgenomen werkzaamheden bij het college moet worden aangevraagd. Dat kan bij het college van burgemeester en wethouders of bij de daarvoor gemandateerde ambtenaren.

Voor spoedeisende werkzaamheden en storingen wordt een uitzondering gemaakt. Deze moeten zoveel mogelijk voor aanvang van de werkzaamheden gemeld worden, als dit niet mogelijk is moet dit in ieder geval binnen één werkdag na uitvoering van de werkzaamheden zijn gedaan.

Het college kan besluiten dat de werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden als de openbare orde zich verzet tegen de uitvoering van bovengenoemde werkzaamheden. Dit geldt ook als er gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar is.

De uitzonderingsbepaling voor spoedeisende werkzaamheden geldt niet als werkzaamheden moeten worden verricht in gebieden die door het college op een vooraf bekend gemaakte kaart zijn aangegeven. Dit betekent dat in gebieden die op deze kaart staan geen spoedeisende werkzaamheden uitgevoerd mogen worden zonder voorafgaande melding. Voorbeelden op een kaart met dergelijke gebieden: risicogebieden als

industriegebieden met buisleidingen voor transport met gevaarlijke stoffen, historische stadskernen of historische straten of natuurgebieden. Ook kan het gaan om toegangswegen van en naar gebouwen van hulpdiensten, brandweerkazernes, politie en gemeentelijke gebouwen. De gemeente kan voor toegangswegen naar zulke gebouwen de doorgang altijd vereisen. Dan is het niet aanvaardbaar dat zonder specifiek toezicht van de gemeente wordt gegraven. Vaststelling van deze gebieden kan ook plaatsvinden na vaststellen van de AVOI.

In dit artikel wordt beschreven dat de voorgenomen (graaf)werkzaamheden ook betrekking kunnen hebben op openbare gronden van andere gedoogplichtigen dan de gemeente. Omdat de gemeente coördinatieplicht heeft over alle openbare gronden binnen de gemeentelijke grenzen moet voor alle voorgenomen (graaf)werkzaamheden in openbare grond een aanvraag voor een instemmingsbesluit worden gedaan. Dit geldt dus ook in het geval dat voorgenomen (graaf)werkzaamheden zich beperken tot bijvoorbeeld openbare gronden van de Provincie of Waterschap. De grondroerder is allereerst zelf verantwoordelijk voor afstemming en overeenstemming met alle betrokken gedoogplichtigen. De grondroerder doet ook schriftelijk een terugkoppeling (inclusief instemming/vergunning) aan het college toekomen over de uitkomst van het overleg dat is gevoerd met alle betrokken gedoogplichtigen. Zonder terugkoppeling kan het college geen instemmingsbesluit afgeven. Ook kan de situatie aan de orde zijn dat er naast het instemmingsbesluit ook nog andere vergunningen aangevraagd moeten worden voor aanvang van de werkzaamheden.

Als de grondroerder daar om verzoekt kan de gemeente inhoudelijke afstemming van de beoordeling van de aanvragen bij andere bestuursorganen nastreven. De grondroerder blijft zelf verantwoordelijk voor de afstemming met private partijen.

Artikel 6 Gegevensverstrekking

In dit artikel is verduidelijkt op welke wijze een aanvraag moet worden gedaan en welke gegevens daarbij verstrekt moeten worden. Het betreft informatie die de gemeente als beheerder van de openbare gronden nodig heeft om een juiste beoordeling te maken en inzicht te krijgen in de belangen die door de voorgenomen werkzaamheden worden geraakt. Duidelijk is ook gemaakt dat instemming steeds op aanvraag van de verzoekende partij zal plaatsvinden en niet op eigen initiatief van de gemeente.

De aanvraag moet gebeuren door middel van de door het college vastgestelde formulieren. Voor aanvragen voor minder ingrijpende werkzaamheden moeten slechts een beperkt aantal gegevens verstrekt worden. Voor reguliere aanvragen moeten meer gegevens verstrekt worden.

Een aanvraag aangetekend versturen, is niet als uniforme eis opgenomen in de AVOI. De verzending is voor risico van de grondroerder. Het kan vaak in het belang van de verzoekende partij zijn om via aangetekende verzending duidelijkheid te hebben over datum en tijd van de verzending.

Registratieplicht door aanbieder van kabels en leidingen van elektronische communicatienetwerken

Op basis van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI), maar ook op basis van artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet moet een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst die het voornemen heeft werkzaamheden uit te voeren in of op openbare gronden in verband met de aanleg van kabels een instemmingsbelsuit aanvragen bij burgemeester en wethouders van de gemeente.

Als de werkzaamheden betrekking hebben op kabels en leidingen van elektronische communicatienetwerken is het wenselijk om te onderzoeken en aan te tonen of is voldaan aan de registratieplicht conform de Telecommunicatiewet artikel 2.1. De gemeente kan deze gegevens in de vorm van een kopie van de door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) afgegeven registratie controleren, maar dit is geen vereiste.

De vraag of een partij kan worden gekwalificeerd als een aanbieder van een openbare telecommunicatiedienst dient, in materiële zin, te worden beantwoord aan de hand van de definitie uit artikel 1.1 onderdeel i van de Telecommunicatiewet. Een registratie bij OPTA is geen vereiste om te worden gekwalificeerd als een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst in de zin van hoofdstuk 5 Tw. Er moet dus feitelijk worden vastgesteld of een bepaalde partij een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst is. De beantwoording van deze vraag is niet afhankelijk van het feit of een partij zich heeft geregistreerd bij OPTA of niet.

Overigens wordt in hoofdstuk 5 van de Telecommunicatiewet onder aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst ook verstaan degene die in eigen naam en voor eigen rekening kabels ten dienste van een dergelijk netwerk aanlegt, instandhoudt en opruimt (zie artikel 5.1 Telecommunicatiewet).

Detailgegevens kabels en leidingen van elektronische communicatienetwerken

Bij de aanvraag voor een instemming voor kabels en leidingen van elektronische communicatienetwerken moeten meer gegevens worden aangeleverd. De reden is dat de gemeente wil weten of een kabel of leiding wel of niet in gebruik is genomen.

Over een 'dark fibre' (dit is een glasvezelkabel die nog niet wordt gebruikt, waar letterlijk "het licht (nog) niet aan staat") of lege voorzieningen kan een gemeente precario heffen na de termijn conform artikel 5.2 lid 8 van de Telecommunicatiewet.

Daarnaast geeft het de gemeente een mogelijkheid om bij gelegenheden waarop de ondergrond geroerd wordt, periodiek te inventariseren wat er in zijn grond moet worden gedoogd, welke kabels niet (langer) onder deze regeling vallen en waarvan dus verwijdering kan worden geëist.

Overigens worden deze voorzieningen aangelegd met het oog op de toekomst. Nu aanleggen, betekent dat later niet gegraven hoeft te worden. Dit werkt overlast beperkend. Als deze termijn (10 jaar) wordt overschreden, kan de gemeente in principe precario heffen over lege mantelbuizen, kabelgoten of 'dark fibre'.

De gemeente controleert of voorzieningen na de in het instemmingsbesluit afgesproken termijn nog leeg staan. Een gemeente doet dit door in het instemmingsbesluit een meldingsplicht op te nemen voor de inwerkingstelling van dark fibre. Voor het vullen van HDPE buizen zijn additionele werkzaamheden noodzakelijk (bijvoorbeeld, het inblazen van de glasvezels) waarvoor een gemeente tenminste een meldingsplicht kan instellen, of een nieuw instemmingsbesluit dient af te geven. Zo lang de aanbieder dit niet aanmeldt dan wel aanvraagt, staan de buizen klaarblijkelijk leeg.

Artikel 7 Termijnen

De beslisternnijn van het college is maximaal acht weken en is afgeleid uit de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van de Awb is het college verplicht binnen een redelijke termijn een besluit te nemen, waarbij die redelijke termijn geacht te zijn verstreken na verloop van acht weken. In navolging van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen moet het college zich bewust zijn van het belang van de voortgang van de activiteiten en zich inspannen om de termijn tot besluitvorming zo kort mogelijk te houden. Het college kan onder bepaalde voorwaarden de termijn tot besluitvorming verlengen.

De Lex Silencio Positivo is de rechtsfiguur waarbij er automatisch sprake is van een positieve beschikking als een bestuursorgaan niet binnen de voorgeschreven beslistermijn een besluit op een aanvraag heeft genomen, de zogenaamde van rechtswege verleende beschikking. De van rechtswege verleende beschikking is geregeld in paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht. Er geldt een speciaal regime voor vergunningstelsels die onder de Europese Dienstenrichtlijn vallen. Met het in werking treden van deze richtlijn is een overgangstermijn van twee jaar vastgesteld welke eind 2011 eindigt. Gedurende de overgangstermijn moesten decentrale overheden expliciet in het vergunningstelsel opnemen dat de Lex Silencio Positivo van toepassing was op dat stelsel anders gold deze niet. Na de overgangstermijn is er sprake van een omgekeerde situatie en moet de Lex Silencio Positivo expliciet worden uitgesloten, anders is deze van toepassing op elk vergunningstelsel dat onder de Dienstenrichtlijn valt. Het uitsluiten van de Lex Silencio Positivo is alleen mogelijk wanneer dit gerechtvaardigd kan worden door dwingende redenen van algemeen belang.

In de AVOI wordt beschreven wat de procedure is om zaken grondig af te wegen, waarbij juist onderdelen van openbare veiligheid en verkeersveiligheid een grote rol spelen. Een Lex Silencio Positivo is hier niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang met name openbare orde, openbare veiligheid, verkeersveiligheid en volksgezondheid. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht wordt niet van toepassing verklaard.

In artikel 5 van de AVOI is beschreven wat de werkwijze is bij spoedeisende werkzaamheden waarvan uitstel niet mogelijk is. Het zal dan gaan om een ernstige belemmering of storing die in de dienstverlening via het betreffende net is opgetreden. Deze spoedeisende werkzaamheden worden expliciet genoemd met een uitzonderingsregel, namelijk enkel het melden vooraf. Mocht het niet mogelijk zijn dit vooraf te melden, dan volstaat ook een melding achteraf binnen één werkdag. Een reguliere aanvraag vervalt dus als het gaat om dwingende redenen van algemeen belang.

Artikel 8 Voorschriften en beperkingen

Grondroerders moeten aan een aantal verplichtingen voldoen als zij werkzaamheden gaan verrichten zoals bedoeld in de AVOI. Daarnaast kan het college aan het instemmingsbesluit aanvullende voorschriften of beperkingen verbinden. Omwille van de uniformiteit is in de verordening geregeld onder welke voorwaarden dit kan en welke soort voorschriften en beperkingen dit zijn. De voorschriften hebben vooral te maken met de wijze van uitvoering en zijn gericht op de (deels wettelijk vastgelegde) belangen die de gemeente geacht wordt te behartigen. Daarnaast kunnen door het college lokaal geldende regels van toepassing worden verklaard als die er ten aanzien van de aanleg van kabels en leidingen zijn.

Verplaatst naar uitvoeringsvoorschriften:

  • Een lid uit dit artikel benadrukte dat bewoners van percelen langs het tracé, maar ook de bedrijfsmatige gebruikers worden geïnformeerd. Hieronder vallen o.a. winkeliers en gebruikers van kantoorpanden, die gelijk bewoners behandeld moeten worden.

  • Het informeren van omwonenden en de wijze waarop dit moet gebeuren, is uitgewerkt in de uitvoeringsvoorschriften.

Verplaatst naar uitvoeringsvoorschriften:

  • Enkele leden uit dit artikel omschreven dat toegebrachte schade moet worden vergoed en op welke basis de hoogte van deze vergoeding berekend wordt.

  • Deze onderdelen zijn uitgewerkt in de uitvoeringsvoorschriften.

Artikel 9 (Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg

Dit artikel beschrijft dat een grondroerder op verzoek van een gedoogplichtige gebruik moet maken van reeds aanwezige voorzieningen als deze tegen een marktconforme prijs worden aangeboden. Het doel hiervan is te voorkomen dat onnodig gegraven wordt in gemeentegrond of overige voorzieningen in de openbare ruimte.

Hoofdstuk 3: Overige bepalingen

Artikel 10 Verleggingen

Op het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, waaronder het verplaatsen op verzoek van de gemeente, zijn de wettelijke regels van toepassing. Hiervoor geldt het principe "leggen om niet, verleggen om niet".

Voor het verplaatsen of het anderszins nemen van maatregelen over in of op openbare grond aanwezige kabels en/of leidingen, zijn de door het college vastgestelde regels van toepassing, tenzij en voor zover daarover andersluidende afspraken zijn overeengekomen tussen partijen.

Een netbeheerder is verplicht te verleggen als dat noodzakelijk is voor werken door of vanwege de gemeente. De gemeente zal dus de noodzakelijkheid moeten aantonen. De eventuele compensatie van kosten van de verleggingen worden berekend aan de hand van de beleidsregels over nadeelcompensatie die zijn vastgelegd als "Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen".

Artikel 11 Breekverbod

Het college is bevoegd een breekverbod in te stellen als er sprake is van extreme weersomstandigheden. Dit naar oordeel van het college. Een afweging die gemaakt wordt is de kans op schade en de omvang hiervan aan de openbare gronden als er gegraven wordt. Het breekverbod wordt op de dag dat het breekverbod geldt, gecommuniceerd naar de betrokken grondroerders. In ieder geval één dag voor het beëindigen van het breekverbod wordt dit meegedeeld aan de betrokken grondroerders. Ten tijde van het breekverbod mogen er op geen enkele wijze breek- en/of graafwerkzaamheden plaatsvinden in de grond en/of bestrating. In het geval van spoedeisende werkzaamheden is het breekverbod niet van toepassing. Overtreding van het breekverbod leidt tot (opnieuw) stillegging van het werk.

Artikel 12 Eigendom

Het zakelijk karakter van de verkregen instemming is gewenst, opdat ook een nieuwe netbeheerder die gebruik maakt van de kabel en/of leiding, de betreffende graafrechten heeft, maar ook gehouden is aan de geldende voorschriften. Het college moet op de hoogte gesteld worden van het feit dat het eigendom wordt overgedragen. De wettelijke bepalingen zijn van toepassing op het eigendom van kabelnetwerken in grond van anderen.

Artikel 13 Niet-openbare kabels en leidingen

Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van niet-openbare kabels en leidingen in openbare wegen en wateren is het bepaalde in de AVOI van overeenkomstige toepassing. Onder niet-openbare kabels en leidingen worden kabels en leidingen bedoeld die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden. Een voorbeeld hiervan is een point-to-point glasvezelverbinding tussen twee bankgebouwen als deze is aangelegd door de bankinstelling zelf.

Artikel 14 Informatieplicht

Wettelijk is voor wat betreft openbare elektronische communicatienetwerken voorzien in regels ten aanzien van kabels en leidingen (en bijbehorende voorzieningen) voor wat betreft de duur van de gedoogplicht. Het is van groot belang om inzichtelijk te hebben of kabels en leidingen nog deel uitmaken van een netwerk. Ook gezien de mogelijkheden tot medegebruik van al bestaande voorzieningen.

Op basis van de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) is de netbeheerder verplicht kabels en leidingen te registreren. Netbeheerders zijn verplicht het college te informeren over het al dan niet in gebruik zijn van bepaalde voorzieningen. Op verzoek van het college moeten zij gegevens kunnen overleggen van alle al dan niet in gebruik zijnde kabels en leidingen.

Wijzigingen kunnen ook optreden door het vervallen van het openbare karakter van gronden. Dit heeft ook gevolgen voor het karakter van kabels en leidingen in deze gronden.

Artikel 15 Digitale gegevens

Als het college dit wenst, moeten gegevens op digitale wijze verstrekt worden. Dit echter op verzoek van het college. Als er geen verzoek ligt tot digitale verstrekking, moet een aanvraag op schrift aangeleverd worden.

Artikel 16 Overleg

Ter afstemming van allerlei zaken wordt een overleg gepland tussen de gemeente en netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen. Dit op initiatief van de gemeente. Dit kan ook in samenwerking met andere gemeenten of overheden gebeuren.

Hoofdstuk 4: Handhavings- toezicht- en strafbepalingen

Artikel 17 Toezicht en handhaving

Dit artikel geeft aan dat het college ambtenaren kan aanwijzen die belast zijn met toezicht op de naleving vanhet bepaalde krachtens deze AVOI.

Dit artikel maakt alle betrokken partijen bewust van het niet-vrijblijvende karakter van de AVOI.

Artikel 18 Strafbepaling bij overtreding

Dit artikel heeft vooral ten doel alle partijen bewust te maken van het niet-vrijblijvende karakter van deze AVOI. Uitgangspunt is dat partijen zich houden aan de bepalingen van de AVOI, waarmee nagestreefde doeleinden bereikt kunnen worden.

Als één of meer partijen zich echter niet houden aan de voorschriften en beperkingen van deze AVOI behoudt het college zich nadrukkelijk het recht voor gebruik te maken van de haar toekomende bevoegdheden en mogelijkheden zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk en eventueel strafrechtelijk.

Bestuursrechtelijk zijn met name de AWB en de Gemeentewet van belang met de huidige bepalingen inzake bestuursdwang, last onder dwangsom en bestuurlijke boete. Civielrechtelijk blijven de opties van onrechtmatige daad van toepassing. Strafrechtelijk is naast het wetboek van Strafrecht in algemene zin ook de Wet op de economische delicten relevant, omdat daarin rechtstreeks bepalingen uit de Telecommunicatiewet van toepassing zijn verklaard.

Artikel 19 Naleving voorschriften

Het college heeft de mogelijkheid de verleende instemming in te trekken als er niet voldaan is aan de voorschriften wat betreft plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden, afgezien van de in artikel 18 genoemde straf- of handhavingsmogelijkheden.

Artikel 20 Bevoegdheid college

Afgezien van voornoemde preventieve en vooral correctieve of repressieve acties kan het college in voorkomende gevallen ook ingrijpen in het lopende proces en werkzaamheden (onder bepaalde voorwaarden) ook tijdelijk stil leggen. In dit artikel staat beschreven in welke gevallen dit kan.

Hoofdstuk 5: Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 21 Inwerkingtreding

Geen nadere toelichting.

Artikel 22 Overgangsbepalingen en hardheidsclausule

Geen nadere toelichting.

Toegevoegd in 2015: hardheidsclausule: Het college kan afwijken van de bepalingen van deze verordening.

Artikel 23 Citeertitel

Geen nadere toelichting.