Beleidsregels parttime ondernemen

Geldend van 12-04-2016 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2016

Intitulé

Beleidsregels parttime ondernemen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten;

Gelet op artikel 9 en 40, eerste lid Participatiewet;

Besluit:

Vast te stellen de beleidsregels inzake Parttime ondernemen (PTO) zoals opgenomen in richtlijn Participatiewet V004.

HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • a. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten;

  • b. Belanghebbende: de potentiële parttime ondernemer;

  • c. Uitkering: uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ.

Artikel 2 Algemeen

  • 1. Belanghebbenden die vanuit de uitkering en voor eigen rekening en risico in beperkte omvang zelfstandige werkzaamheden gaan uitvoeren, moeten hiervoor bij de afdeling Werk en Inkomen toestemming vragen en een aanvraag indienen. Het college neemt hierin een besluit. Dit is nodig omdat:

    • a)

      aan de hand van de criteria beoordeeld moet worden of er inderdaad sprake is van een bescheiden omvang;

    • b)

      aan de zelfstandige activiteiten voorwaarden gesteld moeten worden;

    • c)

      nauwkeurige afspraken gemaakt moeten worden over de verantwoording en verrekening van verdiensten.

  • 2. Er is sprake van een parttime onderneming als:

    • a)

      dit bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten betreffen van geringe omvang die geen recht geven op de zelfstandigenaftrek (maximaal 1040 uur per jaar);

    • b)

      deze activiteiten voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd;

    • c)

      de parttime ondernemer geen langlopende verplichtingen aangaat of is aangegaan die snelle beëindiging van de zelfstandige activiteiten belemmeren.

    • d)

      deze activiteiten geen belemmering vormen voor het nakomen van de (overige) verplichtingen tot arbeidsinschakeling.

  • 3. Per kwartaal wordt geëvalueerd of belanghebbende zich aan de voorwaarden, verplichtingen en afspraken kan houden en heeft gehouden. Op basis hiervan wordt de toestemming voor Parttime ondernemerschap ingetrokken dan wel voortgezet.

  • 4. Rechten en plichten van de belanghebbende, verband houdend met zijn uitkering en het parttime ondernemen worden vastgelegd in een beschikking.

Artikel 3 Uren

  • 1. De parttime ondernemer mag niet meer dan 86 uur per maand (ongeveer 20 uur per week) als parttime ondernemer werken.

  • 2. De parttime ondernemer houdt van de gewerkte uren een administratie bij in een daarvoor bestemd administratieprogramma (excel).

  • 3. De in lid 1 genoemde urengrens geldt voor alle werkzaamheden inclusief de uren die besteed moeten worden aan administratie en boekhouding.

Artikel 4 Wettelijke vereisten

1.De parttime ondernemer moet voldoen aan de wettelijke eisen die verband houden met zijn

activiteiten, waaronder het beschikken over:

  • a)

    benodigde vergunningen;

  • b)

    een geldige inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

  • c)

    een BTW-nummer;

  • d)

    een deugdelijke boekhouding die voldoet aan de eisen die de Belastingdienst hiervoor hanteert (het Werkplein stelt hiervoor een administratietool beschikbaar);

  • e)

    een verklaring omtrent het gedrag (VOG) indien dit naar het college noodzakelijk wordt geacht.

    • 2.

      Illegale en strafrechtelijk verboden activiteiten en activiteiten in strijd met het bestemmingsplan of de algemeen verbindende voorschriften zijn niet toegestaan.

Artikel 5 Concurrentievervalsing

  • 1. De parttime ondernemer is verplicht om marktconforme tarieven te hanteren voor zijn product of dienst en geen extreem hoge bedrijfskosten op te voeren;

  • 2. Om te bepalen of belanghebbende al dan niet aan concurrentievervalsing doet dient belanghebbende aan het begin van de aanvraag tot toestemming een onderbouwde verklaring te overleggen;

  • 3. Uit de in lid 2 genoemde verklaring dient te blijken welke prijzen belanghebbende en zijn concurrenten vragen voor de aangeboden diensten.

Artikel 6 Inkomen en inkomstenvrijlating

1.Als netto inkomsten worden aangemerkt de opbrengst minus de door het college geaccepteerde bedrijfskosten.

HOOFDSTUK 2. VERPLICHTINGEN

Artikel 7 Arbeidsverplichting

  • 1. Op de parttime ondernemer blijven - in beginsel voor de volle omvang van de werkzame uren – de verplichtingen als bedoeld in artikel 9 PW onverkort van toepassing.

  • 2. De omvang van de arbeidsverplichtingen wordt voor iedere individuele parttime ondernemer vastgelegd in een plan van aanpak of trajectplan.

Artikel 8 Administratieve verplichtingen

  • 1.De parttime ondernemer overlegt maandelijks samen met het inkomsten- & wijzigingsformulier:

    • a)

      een inkomstenopgave; en;

    • b)

      een urenadministratie.

      2.Indien de parttime ondernemer in een maand geen zelfstandige activiteiten heeft verricht, dienen de in lid 1 genoemde overzichten wel ingeleverd te worden.

HOOFDSTUK 3. BOEKHOUDING EN INKOMSTEN

Artikel 9 Boekhouding

  • 1. De parttime ondernemer houdt een deugdelijke boekhouding bij die voldoet aan de criteria van de Belastingdienst en die in ieder geval bestaat uit:

    • a)

      een kopie van de aangifte en aanslag inkomstenbelasting; EN

    • b)

      een jaarrekening inclusief balans, winst- en verliesrekening en toelichting; OF

    • c)

      een kasboek inclusief een BTW-aangifte.

  • 2. De in lid 1 genoemde boekhouding moet jaarlijks na afloop van het boekjaar vóór 1 april aan het college verstrekt worden;

  • 3. De deadline voor het inleveren van de boekhouding, zoals genoemd in het vorige lid, kan met toestemming van de klantbegeleider worden verlengd.

Artikel 10 Kosten

  • 1. Noodzakelijke kosten voor de uitvoering van de werkzaamheden mogen als kosten in mindering worden gebracht op de omzet wanneer het college deze heeft goedgekeurd. De parttime ondernemer dient hiertoe bewijsstukken te overleggen.

  • 2. Op de omzet kunnen de volgende kosten niet in mindering worden gebracht:

    • a)

      huur of kosten bedrijfsruimte;

    • b)

      investeringen;

    • c)

      rentelasten;

    • d)

      kosten die worden opgevoerd in strijd met de belastingwetgeving;

    • e)

      kosten van activiteiten die in strijd zijn met de bepalingen van deze beleidsregel.

  • 3. Kosten die niet als aftrekbaar in aanmerking worden genomen, blijven voor eigen rekening van de parttime ondernemer.

Artikel 11 Inkomstenverrekening

  • 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 31, lid 2, onder n van de Participatiewet wordt op de uitkering maandelijks een vooraf bepaald inkomen in mindering gebracht.

  • 2. Het inkomen als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald achteraf op basis van jaarstukken en het gemiddelde maandelijkse inkomen, of vooraf op basis van een prognose en begroting;

  • 3. Indien de winstrealisatie tussentijds afwijkt van het bedrag dat in mindering wordt gebracht op de uitkering wordt dit bedrag, zoals bedoeld in het eerste lid, bijgesteld;

  • 4. Uitgangspunt is dat de parttime ondernemer na 12 maanden minimaal 50% van het wettelijk minimumloon (WML) (netto) structureel verdient.

Artikel 12 Definitieve vaststelling

  • 1. Na ontvangst van de in artikel 9 lid 1 genoemde stukken zal overgegaan worden tot een definitieve vaststelling van het inkomen uit onderneming, rekening houdend met de bepalingen van artikel 10 en 11 van deze beleidsregels.

  • 2. Indien de inkomsten na definitieve vaststelling lager zijn dan wat op grond van artikel 11 met de uitkering is verrekend, vindt nabetaling plaats van wat teveel verrekend is. Dit wordt vastgelegd in een beschikking.

  • 3. Indien de inkomsten na definitieve vaststelling hoger zijn dan wat op grond van artikel 11 met de uitkering is verrekend, vindt herziening plaats van de verstrekte uitkering over het afgelopen boekjaar. Dit wordt ook vastgelegd in een beschikking.

  • 4. De teveel verstrekte uitkering als gevolg van het bepaalde in lid 3 zal worden teruggevorderd overeenkomstig de bepalingen in artikel 58 PW en de beleidsregels terugvordering PW, IOAW en IOAZ.

  • 5. Indien aan alle voorwaarden en verplichtingen is voldaan en belanghebbende minimaal 50% van het wettelijk minimumloon (WML) verdient gedurende zes aaneengesloten maanden zal – als incentive - na verrekening van de toegestane kosten en voorzover hij algemene bijstand ontvangt van het te korten bedrag 10% worden vrijgelaten over deze 6 maanden. Dit bedrag wordt binnen 4 weken na ontvangst van de noodzakelijke stukken en na administratieve verwerking uitbetaald of verrekend.

HOOFDSTUK 4. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 13 Hardheidsclausule

  • 1. Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien toepassing ervan tot kennelijke onredelijke en onbillijkheid leidt.

  • 2. In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorziet, beslist het college.

Artikel 14 Overgangsrecht

  • 1. De beleidsregel Marginaal Zelfstandigen wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij tot zes maanden na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige beleidsregel van toepassing blijft op bijstandsgerechtigden aan wie het college een gedeeltelijke ontheffing van de arbeidsverplichting heeft verleend op grond van de eerst genoemde beleidsregel.

  • 2. Na het verstrijken van de termijn van zes maanden beoordeelt het college voor deze categorie bijstandsgerechtigden de situatie opnieuw en beziet zij of de bepalingen van de onderhavige beleidsregel onverkort op hen van toepassing worden dan wel zij daarvan al dan niet gedeeltelijk vrijstelling krijgen met gebruikmaking van de hardheidsclausule.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden na bekendmaking met terugwerkende kracht op 1 januari 2016 in werking.

Artikel 16 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels parttime ondernemen (PTO).

Besloten in de vergadering van 29 maart 2016

College van burgemeester en wethouders van Asten,

Mr. W.M.A. Verberkt

secretaris

mr. H.G. Vos

burgemeester

Toelichting Beleidsregels parttime ondernemen (PTO)

ALGEMEEN

Voor bijstand aan zelfstandigen, die voldoen aan de definitie "zelfstandige" gelden afzonderlijke bijstandsregels (Bbz). Voor mensen die niet als zelfstandige worden aangemerkt en beroep op bijstand moeten doen, geldt de PW of IOAW. De PW en de IOAW bieden juridische mogelijkheden om naast de uitkering parttime als ondernemer te werken. Deze ruimte is niet binnen de wet afgekaderd. Het staat gemeenten derhalve vrij om beleid te formuleren om parttime ondernemen binnen de PW of IOAW te honoreren.

De criteria waaraan de parttime ondernemer moet voldoen om in aanmerking te (blijven) komen voor een uitkering moeten worden vastgelegd om onder andere concurrentievervalsing te voorkomen en inkomsten goed te kunnen verrekenen.

Deze beleidsregels hebben betrekking op diegenen die voor een gedeelte van hun werkzame uren voor eigen rekening werken en hierdoor niet voldoen aan de definitie “zelfstandige”. In deze beleidsregels wordt aangegeven aan welke voorwaarden de parttime ondernemer moet voldoen om binnen de PW of IOAW zelfstandige activiteiten te verrichten.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit artikel wordt een aantal begrippen toegelicht die in deze beleidsregels gehanteerd worden.

Artikel 2 Algemeen

In dit artikel wordt omschreven wanneer iemand voldoet aan het begrip “parttime ondernemer” en dus een beroep kan doen op de bepalingen van deze beleidsregels. De activiteiten worden voor eigen rekening en risico uitgevoerd. Dit betekent dat de parttime ondernemer geen personeelsleden in dienst heeft en vanuit een eenmanszaak of een zzp-constructie zijn werkzaamheden verricht. Dit criterium wordt gebruikt om het verschil tussen ondernemer/zelfstandige en werknemer aan te geven.

Belanghebbende moet vooraf toestemming krijgen om met behoud van uitkering als parttime ondernemer te gaan werken. Hiertoe dient belanghebbende een aanvraag in bij het college. Het college neemt op de aanvraag een besluit, conform de gehanteerde termijn die in de Algemene wet bestuursrecht zijn genoemd. Er wordt geen toestemming verleend of de toestemming wordt ingetrokken wanneer niet voldaan wordt of zal worden aan de voorwaarden. Uitgangspunt is hierbij dat de parttime ondernemer aan de voorwaarden moet blijven voldoen om intrekking van de toestemming te voorkomen.

Artikel 3 Uren

De omvang van parttime ondernemerschap met behoud van uitkering moet onder het urencriterium van het Bbz blijven. Het Bbz hanteert een urencriterium van 23½ uur of meer per week.

Binnen deze beleidsregels is ervoor gekozen om de grens op 50% van het aantal beschikbare uren te leggen. Uitgaande dat iemand 40 uur per week beschikbaar zou zijn voor werk, dan mag hij de helft van deze uren als parttime ondernemer aan de slag gaan. De parttime ondernemer kan voor de aangifte inkomstenbelasting niet in aanmerking komen voor zelfstandigenaftrek volgens de regels van de Belastingdienst.

Bij ondernemerschap is sprake van directe en indirecte uren. Directe uren zijn de voor de onderneming gewerkte uren, waarin daadwerkelijk geld wordt verdiend. De indirecte uren zijn de uren die besteed worden aan administratie, werven opdrachten, studie etc. Voor parttime ondernemers met een uitkering gelden zowel de directe als de indirecte uren als zelfstandige werkuren. Er kan dus niet meer dan 20 uur per week aan de onderneming besteed worden. De parttime ondernemer moet zoveel mogelijk met een rooster werken, zodat inzichtelijk is hoeveel uren aan de zelfstandige activiteiten besteed worden.

Voor de IOAW kan geen urenbeperking worden opgelegd, maar hiervoor geldt dat de parttime ondernemer nog wel als werkloze werknemer als bedoeld in de IOAW moet kunnen worden aangemerkt. Als een IOAW-er door zijn werkzaamheden als parttime ondernemer helemaal niet meer beschikbaar is voor de arbeidsmarkt dan is hij geen werkloze werknemer meer en heeft dit gevolgen voor het recht op IOAW. Door middel van een urenregistratie vindt de controle hierop plaats.

Artikel 4 Wettelijke vereisten

Formele vestigingseisen moeten voorkomen dat onrechtmatig wordt gestart met gevaar, schade, hinder, overlast etc. voor de omgeving waarin het bedrijf/beroep is gevestigd. Formele vestigingseisen zijn controleerbaar via inzage van vergunningen/verklaringen. Daarnaast moet ook de parttime ondernemer alle wettelijk vereiste inschrijvingen hebben.

Artikel 5 Concurrentievervalsing

Deze regeling is niet bedoeld om personen met een uitkering een betere positie te bieden op de markt dan fulltime ondernemers. Naast het voldoen aan de voorwaarden van deze beleidsregels is het dan ook niet toegestaan om tarieven te hanteren die niet marktconform zijn.

Artikel 6 Inkomen en inkomstenvrijlating

De parttime ondernemer mag eventuele verliezen niet afwentelen op de bijstand. Als een parttime ondernemer verlies of géén winst heeft gemaakt, zal dit gevolgen hebben voor de toestemming om met behoud van uitkering als zelfstandige te blijven werken. Uit het oogpunt van bijstandverlening is het maken van verlies of geen winst immers niet verantwoord (o.a. i.v.m. het ontstaan van schulden).

Artikel 7 Arbeidsverplichting

Het doel van onderhavige regeling is dat personen met een uitkering op termijn onafhankelijk worden van een uitkering dan wel een deel van de uitkering terugverdienen (schadelastbeperking). De zelfstandige activiteiten mogen geen belemmering vormen voor het aanvaarden of verrichten van arbeid in loondienst. Echter, kan het college een gedeeltelijke ontheffing geven van de arbeidsverplichting, als bedoeld in artikel 9 lid 1 sub a PW, indien er sprake is van een (tijdelijke) beperking. De omvang van de arbeidsverplichtingen wordt voor iedere parttime ondernemer vastgesteld in een plan van aanpak of trajectplan. Op die manier kan maatwerk geboden worden.

Artikel 8 Administratieve verplichtingen

Een aparte (zakelijke) bankrekening voor de kosten en opbrengst uit ondernemerschap vergemakkelijkt het zicht op de inkomende en uitgaande geldstromen van de onderneming. Het voorkomen van samenloop van privé en zakelijke kasstromen binnen één rekening vergroot het inzicht in de mate waarin de ondernemer de lopende betalingsverplichtingen kan voldoen.

Een deel van de administratie die de parttime ondernemer bij moet houden bestaat uit de urenadministratie. Via deze overzichten kan beoordeeld worden of het urencriterium niet wordt overschreden. Daarnaast kan aan de hand van een maandelijks inkomensoverzicht het inkomen per maand verrekend worden. De inkomstenopgave betreft de netto opbrengt minus de door het college geaccepteerde kosten.

Artikel 9 Boekhouding

Uitgangspunt is dat klanten voor het bijhouden van hun administratie en boekhouding zich moeten houden aan de eisen die de Belastingdienst hiervoor heeft opgesteld. De boekhouding kan bestaan uit een jaarrekening (balans, verlies- en winstrekening en toelichting) of een kasboek ( in combinatie met een BTW-aangifte). Het ontbreken van zo’n administratie wordt gelijk gesteld met oneigenlijk gebruik en/of misbruik van de uitkering (omgekeerde bewijslast) en kan leiden tot intrekking van de toestemming, terugvordering van de uitkering en het opleggen van een bestuurlijke boete of maatregel. De parttime ondernemer zal veelal met het zgn. ‘kasstelsel’ werken. Hierbij wordt de betaling pas gedaan en in de administratie opgeboekt nadat de inkomsten zijn ontvangen.

Artikel 10 Kosten

Noodzakelijke kosten voor de uitvoering van de werkzaamheden mogen als kosten in mindering worden gebracht op de opbrengst. Noodzakelijke kosten zijn kosten die echt nodig zijn, omdat de parttime ondernemer anders de werkzaamheden niet zou kunnen uitvoeren. De parttime ondernemer overlegt hiertoe bewijsstukken (bonnetjes, facturen waarop de bedrijfsnaam staat etc).

Kosten die de parttime ondernemer ook zou hebben als hij geen zelfstandige activiteiten zou verrichten, zijn geen noodzakelijke kosten. Dit zijn bijvoorbeeld abonnementskosten voor telefoon, internet of televisie in het woonhuis. Deze kosten komen in principe volledig voor eigen privérekening.

Internet en (mobiele) telefoon

Werkelijke kosten tot maximaal € 50,00 per maand

Gebruik eigen vervoer

Zakelijke reizen € 0,19 per km (km-registratie verplicht)

Reiskosten openbaar vervoer

Zakelijke reizen volledig aftrekbaar

Opleidingen, cursussen, seminars, etc.

Na toestemming aftrekbaar

Representatiekosten, lunches, etc.

Werkelijke kosten tot maximaal € 25,00 per maand

Werkruimte thuis/ huur bedrijfsruimte

Niet aftrekbaar

Gemengde kosten

Niet aftrekbaar

Abonnementen

Na toestemming aftrekbaar

De in dit artikel genoemde kosten vormen geen limitatieve opsomming. Het college bepaalt of kosten wel of niet kunnen worden opgevoerd. Daarbij wordt tevens aangesloten bij de regels van de Belastingdienst hieromtrent.

Met de jaarlijkse afrekening wordt de administratie gecontroleerd en indien van toepassing gecorrigeerd. Niet toegestane/ niet noodzakelijke kosten komen dan alsnog voor eigen rekening.

Dit geldt ook voor kosten hoger dan € 250,00 waarvoor vooraf geen toestemming is gevraagd aan de klantbegeleider van het Werkplein Regio Helmond.

Na verrekening van de toegestane kosten zal van het te korten bedrag 10% worden vrijgelaten indien belanghebbende minimaal 50% van het WML gedurende zes maanden terugverdiend. Dit kan worden gezien als tegemoetkoming in de niet aftrekbare kosten.

Bij parttime ondernemen is het uitgangspunt dat deze activiteiten ook op korte termijn beëindigd kunnen worden. Er kunnen dus geen langlopende verplichtingen aangegaan worden zoals het huren van een bedrijfspand of het aannemen van personeel. Dergelijke kosten kunnen dan ook niet in mindering worden gebracht op de omzet. Daarnaast kan er (indirect) geen bijstand worden verleend voor schulden of investeringen in het bedrijf.

Het is in beginsel niet mogelijk om investeringen te doen. Er kan een uitzondering worden gemaakt voor bepaalde bedrijfsmiddelen die de parttime ondernemer financiert met eigen geld. Eventuele afschrijvingskosten zijn echter voor eigen rekening en worden gecorrigeerd op de jaarrekening bij de jaarlijkse afrekening.

Artikel 11 Inkomstenverrekening

De inkomsten uit zelfstandige activiteiten worden volledig in mindering gebracht op de uitkering. Daarvoor wordt maandelijks op basis van jaarstukken of prognose/begroting een bedrag in rekening gebracht. De parttime ondernemer dient een minimaal bedrag te verdienen (netto). Na 12 maanden mag van hem verwacht worden dat hij in beginsel minimaal de helft van het wettelijk minimum loon (WML) kan “terugverdienen” met zijn activiteiten.

Artikel 12 Definitieve vaststelling

Aan de hand van de jaarcijfers en kopie belastingaangifte wordt het inkomen definitief vastgesteld en volgt eventueel terugvordering of nabetaling. Als belanghebbende de definitieve belastingaanslag inlevert, volgt een definitieve herziening.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Voor onvoorziene situaties is de hardheidsclausule opgenomen in de beleidsregels. Als toepassing van de overige artikelen leidt tot kennelijke onredelijkheid en onbillijkheid, kan het college van de beleidsregels afwijken.

Artikel 14 Overgangsrecht

Dit artikel regelt de overgang van de oude regeling naar de nieuwe regeling, in het bijzonder voor de doelgroep, die bij de vaststelling van de gewijzigde beleidsregels nog parttime zelfstandige werkzaamheden verricht op basis van de richtlijn marginaal zelfstandigen.

Artikel 15 en 16

Behoeven geen toelichting.