Gemeenschappelijke regeling Bijsterhuizen

Geldend van 09-02-2016 t/m heden

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling Bijsterhuizen

De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Nijmegen en Wijchen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

overwegende, dat de gemeenten Nijmegen en Wijchen, ter bevordering van de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in de regio Nijmegen, in 1992 hebben besloten tot een gezamenlijke ontwikkeling en exploitatie van het bedrijventerrein Bijsterhuizen;

overwegende dat de Wet gemeenschappelijke regelingen, in werking getreden op 1 januari 2015, redenen geeft om de bestaande gemeenschappelijke regeling op onderdelen te herzien;

gelet op de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen;

B E S L U I T E N:

de Gemeenschappelijke regeling Bijsterhuizen (1992) te wijzigen zodat deze komt te luiden:

HOOFDSTUK 1. Algemene Bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      samenwerkingsverband: het openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

    • b.

      deelnemende gemeente: een aan deze regeling deelnemende gemeente;

    • c.

      gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Gelderland;

    • d.

      bedrijventerrein: het gebied, zoals aangegeven in de bij deze gemeenschappelijke regeling behorende en namens de beide deelnemende gemeenten gewaarmerkte kaart;

    • e.

      regeling: de Gemeenschappelijke regeling Bijsterhuizen;

    • f.

      Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enig andere wet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, het gemeentebestuur, de raad, het college, de burgemeester en de secretaris onderscheidenlijk het samenwerkingsverband, het bestuur van het samenwerkingsverband, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de secretaris.

Artikel 2. Openbaar lichaam

De realisering van de in artikel 4 van deze regeling genoemde doelen wordt opgedragen aan een samenwerkingsverband genaamd "Bijsterhuizen". Dit openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en is gevestigd aan Bijsterhuizen 1217 te (6546 AV) Nijmegen.

Artikel 3. Bestuursorganen

Het samenwerkingsverband kent, onverminderd de mogelijkheid tot het instellen van bestuurscommissies als bedoeld in artikel 19 van deze regeling, de volgende bestuursorganen:

  • a.

    het algemeen bestuur;

  • b.

    het dagelijks bestuur;

  • c.

    de voorzitter.

HOOFDSTUK 2. Doel, taken en bevoegdheden

Artikel 4. Doel

Het samenwerkingsverband heeft tot doel het bevorderen van de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in de regio Nijmegen door middel van het ontwikkelen en exploiteren van een kwalitatief hoogwaardig en uit financieel-economisch oogpunt aanvaardbaar intergemeentelijk bedrijventerrein.

Artikel 5. Taken

  • 1. Het samenwerkingsverband heeft onder meer de volgende deeltaken:

    • a.

      het afstemmen van en het doen van aanbevelingen met betrekking tot het door de afzonderlijke deelnemende gemeenten te voeren ruimtelijk, economisch en milieubeleid in relatie tot de ontwikkeling en realisatie van het bedrijventerrein.

    • b.

      het verwerven van alle voor het bedrijventerrein benodigde en daarvoor in aanmerking komende gronden.

    • c.

      het (doen) aanleggen van alle ten behoeve van het bedrijventerrein benodigde voorzieningen van openbaar nut, inclusief de met deze aanleg verbandhoudende nazorg, waartoe in ieder geval worden gerekend het verrichten van alle werkzaamheden gericht op het bouwrijp maken van het bedrijventerrein.

    • d.

      het ontwikkelen en toepassen van een kostenverhaalinstrumentarium, gericht op het (doen) verkrijgen van een evenredige bijdrage in de door het samenwerkingsverband te maken kosten in verband met de aanleg van voorzieningen van openbaar nut ten aanzien van onroerende zaken, die als gevolg van deze voorzieningen (beter) geschikt zijn geworden voor bebouwing of anderszins zijn gebaat. Tot deze taak behoort tevens de afstemming met het door de deelnemende gemeenten te voeren aanvullende fiscale kostenverhaalbeleid.

    • e.

      het ontwikkelen van een slagvaardig promotie- en acquisitiebeleid met betrekking tot de uitgifte van bouwkavels en de daarmee verband houdende vestiging van bedrijven.

    • f.

      het uitgeven van bouwkavels ten behoeve van de vestiging van bedrijven.

    • g.

      het afstemmen en stimuleren van het door de deelnemende gemeenten, ieder waar het hun grondgebied betreft, zelfstandig te voeren beheer met betrekking tot de instandhouding van de hoogwaardige kwaliteit van het bedrijventerrein.

    • h.

      het op bedrijfsmatige basis (mede-)ontwikkelen en/of (mede-)exploiteren van gebouwen, bouwwerken en andere opstallen binnen het bedrijventerrein.

  • 2. Tot de taken, zoals omschreven in het eerste lid, kan, indien dit bijdraagt tot de realisatie van de in artikel 4 van deze regeling genoemde doelstelling tevens worden gerekend het betrekken van één van de of beide deelnemende gemeenten bij de uitvoering van een of meerdere in het eerste lid genoemde deeltaken.

  • 3. Onder de taken van het samenwerkingsverband is niet begrepen de algemene openbare taak, die bij de individuele deelnemende gemeenten - ieder waar het hun grondgebied betreft - berust, zoals de inzameling van huis- en bedrijfsafval, het inzamelen van regen- en afvalwater, het beheer en onderhoud van wegen, riolering en andere voorzieningen van openbaar nut, de handhaving van de openbare orde, de uitvoering van brandweertaken alsmede het daadwerkelijk uitoefenen van het bouw- en milieutoezicht.

Artikel 6. Bevoegdheden

  • 1. Voor zover hiervan niet in deze regeling is afgeweken, en onverminderd het bepaalde in artikel 30 van de wet, komen aan de bestuursorganen van het samenwerkingsverband ter uitvoering van de in artikel 5 van deze regeling genoemde taken de bevoegdheden toe, die aan de bestuursorganen van beide deelnemende gemeenten behoren.

  • 2. Het samenwerkingsverband is bevoegd tot het oprichten van of het deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve of andere verenigingen, danwel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelneming.

  • 3. Het samenwerkingsverband is bevoegd tot het heffen van rechten, zoals bedoeld in artikel 219, eerste lid, van de Gemeentewet en tot het heffen van rechten waarvan heffing krachtens bijzondere wetten geschiedt zulks met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald.

  • 4. Het samenwerkingsverband is bevoegd algemeen verbindende voorschriften vast te stellen ter uitvoering van de in artikel 5 van deze regeling genoemde taken.

  • 5. Het samenwerkingsverband is bevoegd, indien een onteigening in het belang van de ruimtelijke ordening en van de volkshuisvesting hiertoe aanleiding geeft, de Kroon te verzoeken tot onteigening over te gaan ten name van het samenwerkingsverband.

  • 6. Het samenwerkingsverband is bevoegd tot het aanstellen van personeel en het aangaan van detacheringsovereenkomsten en overeenkomsten van opdracht zoals bedoeld in artikel 28 van deze regeling, zulks met inachtneming van hetgeen in hoofdstuk 9 van deze regeling is bepaald.

  • 7. Van de bevoegdheden genoemd in het tweede lid wordt niet eerder gebruik gemaakt dan nadat de raden van beide deelnemende gemeenten zijn gehoord.

HOOFDSTUK 3. Algemeen bestuur

Artikel 7. Samenstelling

  • 1. Het algemeen bestuur bestaat uit 6 leden, als volgt te benoemen:

    • a.

      drie leden aangewezen door de raad uit het college van de gemeente Wijchen en

    • b.

      drie leden aangewezen door de raad uit het college van de gemeente Nijmegen.

  • 2. Elk lid van het algemeen bestuur heeft een plaatsvervanger. Bepalingen in deze regeling geldende voor de leden van het algemeen bestuur zijn mede van toepassing op de plaatsvervangende leden.

Artikel 8. Vereisten lidmaatschap

Een lid van het algemeen bestuur kan niet tevens zijn medewerker in dienst van of op grond van een overeenkomst van opdracht werkzaam voor het samenwerkingsverband.

Artikel 9. Zittingsduur en einde lidmaatschap

  • 1. De leden van het algemeen bestuur hebben – onverminderd het bepaalde in artikel 22, vierde lid van deze regeling – zitting gedurende de zittingsduur van de gemeenteraad. Indien zij in de nieuwe zittingsperiode opnieuw als lid of voorzitter deel uitmaken van de gemeenteraad danwel opnieuw zijn benoemd tot wethouder kunnen zij terstond opnieuw worden aangewezen.

  • 2. De raad van elke deelnemende gemeente beslist in de eerste vergadering van zijn zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe leden van het algemeen bestuur.

  • 3. Indien de raad van een deelnemende gemeente niet kan voldoen aan het bepaalde in het tweede lid, blijven de door hem aangewezen leden van het algemeen bestuur die hadden moeten aftreden als zodanig fungeren, totdat die gemeenteraad nieuwe leden heeft aangewezen.

  • 4. Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid of voorzitter te zijn van de gemeenteraad die hem heeft aangewezen, dan wel ophoudt wethouder van de desbetreffende deelnemende gemeente te zijn.

  • 5. Indien tussentijds een plaats van een door een raad aangewezen lid van het algemeen bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst de raad die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering, of zo dat niet mogelijk zou zijn ten spoedigste daarna, een nieuw lid aan. Degene die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

  • 6. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mede aan de raad die hem heeft aangewezen. De raad doet mededeling van het ontslag aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Het ontslag gaat in zodra onherroepelijk in de opvolging is voorzien.

  • 7. Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur geeft de raad van de desbetreffende gemeente binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het algemeen bestuur.

Artikel 10. Werkwijze

  • 1. Het algemeen bestuur vergadert ten minste viermaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of een lid van het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of een lid van het algemeen bestuur dit, onder opgaaf van redenen, verzoekt.

  • 2. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.

  • 3. Elk lid heeft in de vergadering twee stemmen.

  • 4. In afwijking van het tweede lid worden de deuren gesloten wanneer één van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 5. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

    • a.

      het beleidsplan;

    • b.

      de begroting en de daarop betrekking hebbende wijzigingen;

    • c.

      het voorlopig vaststellen van de rekening;

    • d.

      het oprichten van of het deelnemen in stichtingen, vennootschappen, coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelneming;

    • e.

      het aangaan van geldleningen, het uitlenen van gelden, het waarborgen van geldelijke verplichtingen door anderen aan te gaan en het aangaan van rekening-courantovereenkomsten;

    • f.

      het vervreemden, bezwaren, onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van eigendommen van Bijsterhuizen;

    • g.

      het onderhands aanbesteden van werken en/of leverantiën;

    • h.

      het doen van een uitgaaf, voordat de begroting of de begrotingswijziging waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd;

    • i.

      het liquidatieplan.

Artikel 11. Bevoegdheden

Aan het algemeen bestuur behoren de bevoegdheden die in deze regeling aan dit bestuur zijn opgedragen, alsmede alle bevoegdheden toe die niet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen.

HOOFDSTUK 4. Dagelijks bestuur

Artikel 12. Samenstelling

Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, te weten:

  • -

    de voorzitter;

  • -

    één lid, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen uit hen, die daarin aangewezen zijn door de raad van de gemeente Wijchen;

  • -

    één lid, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen uit hen, die daarin aangewezen zijn door de raad van de gemeente Nijmegen.

Artikel 13. Zittingsduur en einde lidmaatschap

  • 1. Het algemeen bestuur kiest in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het dagelijks bestuur. De artikelen 40, 41, 45 tot en met 47 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. De leden van het dagelijks bestuur treden – onverminderd het bepaalde in artikel 20, derde lid, van deze regeling – af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur. Zij kunnen, indien zij opnieuw zijn aangewezen tot lid van het algemeen bestuur, terstond opnieuw worden benoemd.

  • 3. Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

  • 4. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt, wijst het algemeen bestuur een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan zal het algemeen bestuur het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitstellen totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur weer is bezet.

  • 5. Degene die als lid van het dagelijks bestuur ontslag neemt of overeenkomstig het bepaalde in het derde lid bepaalde moet aftreden, blijft zijn functie waarnemen, totdat een opvolger de functie heeft aanvaard.

Artikel 14. Werkwijze

  • 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of een lid van het dagelijks bestuur dit, onder opgaaf van redenen, verzoekt.

  • 2. De artikelen 54, 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Over personen wordt schriftelijk, over zaken mondeling gestemd.

  • 4. Ieder lid heeft één stem, met uitzondering van het lid dat afkomstig is uit de gemeente die niet de voorzitter levert: dit lid heeft twee stemmen.

Artikel 15. Taken en bevoegdheden

  • 1. Aan het dagelijks bestuur is opgedragen:

  • a. het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband;

  • b. het voorbereiden van al hetgeen het algemeen bestuur ter beraadslaging en besluitvorming wordt voorgelegd;

  • c. het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur;

  • d. het voorstaan van de belangen van het samenwerkingsverband bij andere overheden, instellingen, diensten of personen, waarmee contact met het samenwerkingsverband van belang is;

  • e. het beheer van activa en passiva van het samenwerkingsverband;

  • f. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

  • g. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is, ter voorkoming van verjaring en verlies van recht en bezit;

  • h. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet;

  • i. het benoemen, schorsen en ontslaan van personeel in dienst van het samenwerkingsverband, al dan niet op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, het aangaan van detacherings-overeenkomsten met betrekking tot personeel in dienst van een of beide deelnemende gemeenten alsmede het aangaan van overeenkomsten van opdracht met een of beide deelnemende gemeenten, met inachtneming van door het algemeen bestuur te stellen regelen;

  • j. het houden van een voortdurend toezicht op al hetgeen het samenwerkingsverband aangaat.

  • 2. Het dagelijks bestuur oefent, indien het algemeen bestuur daartoe besluit en naar de door hem te stellen regelen, de aan het algemeen bestuur toekomende bevoegdheden uit met uitzondering van:

  • a. het vaststellen en wijzigen van de begroting;

  • b. het vaststellen van de rekening;

  • c. het vaststellen van verordeningen;

  • d. het oprichten van of deelnemen in stichtingen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of beëindigen van de deelneming;

  • e. het heffen van rechten zoals bedoeld in artikel 6 lid 3.

HOOFDSTUK 5. Voorzitter

Artikel 16. Benoeming

  • 1. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode. De artikelen 40, 41 en 67 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een ander lid van het dagelijks bestuur door dat bestuur aan te wijzen.

  • 3. De voorzitter treedt af op de dag, waarop de zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur afloopt. Hij blijft echter de functie waarnemen, totdat een opvolger de functie heeft aanvaard.

  • 4. Indien tussentijds de functie van voorzitter beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuwe voorzitter aan. Gaat het beschikbaar komen van de functie van voorzitter gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan zal het algemeen bestuur het aanwijzen van een nieuwe voorzitter uitstellen totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur weer is bezet. Degene die als voorzitter ontslag neemt, blijft zijn functie waarnemen totdat een opvolger de functie heeft aanvaard.

Artikel 17. Taken en bevoegdheden

  • 1. Hij is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 2. Hij tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. Deze stukken worden mede-ondertekend door een ander lid van het dagelijks bestuur door dat bestuur aan te wijzen.

  • 3. Het dagelijks bestuur kan besluiten de ondertekening van de stukken die van dit bestuur uitgaan op te dragen aan een ander lid van dit bestuur, aan de secretaris of aan een andere ambtenaar van het samenwerkingsverband.

  • 4. De voorzitter vertegenwoordigt het samenwerkingsverband in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.

HOOFDSTUK 6. Commissies

Artikel 18. Commissies van advies

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de wet.

Artikel 19. Bestuurscommissies

  • 1. Het algemeen bestuur kan met inachtneming van hetgeen in artikel 6, vierde lid van deze regeling is bepaald commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen.

  • 2. Het algemeen bestuur regelt met inachtneming van artikel 25 van de wet hun bevoegdheden en samenstelling.

HOOFDSTUK 7. Informatie, verantwoording en ontslag

Artikel 20. Dagelijks bestuur en voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur

  • 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

  • 3. Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.

  • 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dat geval is artikel 49 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

Artikel 21. Algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden

  • 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de raden van beide deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

  • 2. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van beide deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd.

Artikel 22. Leden algemeen bestuur ten opzichte van de raden

  • 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad die hem als lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 van de wet alle inlichtingen, die door die raad of door een of meer leden van die raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.

  • 2. Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste lid te verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren door het dagelijks bestuur.

  • 3. Een lid van het algemeen bestuur is de raad die hem als lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 van de wet verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.

  • 4. Een lid van het algemeen bestuur kan, onverminderd het bepaalde in de artikelen 7, 8 en 9 van deze regeling, door de raad die hem heeft aangewezen worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van die raad niet meer bezit.

HOOFDSTUK 8. Reglement van orde

Artikel 23. Reglement van orde algemeen bestuur

  • 1. Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de artikelen 22 en 23 van de wet voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

  • 2. In het reglement van orde worden onder meer regels gegeven omtrent:

    • a.

      het horen van belanghebbenden ten aanzien van door het algemeen bestuur te nemen besluiten;

    • b.

      de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording als bedoeld in de artikelen 20 en 21 van deze regeling.

Artikel 24. Reglement van orde dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt overgelegd.

HOOFDSTUK 9. Personeel

Artikel 25. Personeel

  • 1. Op het personeel van het samenwerkingsverband, al dan niet werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, zijn de door het algemeen bestuur aan te wijzen arbeidsvoorwaardenregelingen, bezoldigingsregelingen en andere algemene voorschriften en bepalingen van de gemeente Wijchen van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Bij de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde regelingen en voorschriften treden in de plaats van de organen en functionarissen van de gemeente Wijchen de overeenkomstige organen, functionarissen van het samenwerkingsverband.

Artikel 26. Secretaris

  • 1. Het dagelijks bestuur kan, met inachtneming van de door het algemeen bestuur te stellen regels, personeelsleden aanstellen.

  • 2. Tot het personeel van het samenwerkingsverband behoort de secretaris. Het dagelijks bestuur beslist over zijn benoeming, schorsing en ontslag en stelt zijn taken en bevoegdheden vast. De secretaris wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen op een door het dagelijks bestuur te bepalen wijze.

  • 3. De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter in alles, dat de hun opgedragen taak aangaat, behulpzaam.

  • 4. Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan mede ondertekend.

  • 5. Het dagelijks bestuur stelt voor de secretaris een instructie vast.

Artikel 27.

Vervallen.

Artikel 28. Detachering en overeenkomsten van opdracht

  • 1. Indien het samenwerkingsverband een detacheringsovereenkomst - met inachtneming van de door het algemeen bestuur te stellen regels - aangaat waarbij personeel in dienst van beide deelnemende gemeenten wordt gedetacheerd bij het samenwerkingsverband, worden in deze overeenkomst bepalingen opgenomen inzake het functionele werkgeverschap, de rechtspositie en de kosten.

  • 2. Indien het samenwerkingsverband een overeenkomst van opdracht aangaat, worden in deze overeenkomst bepalingen opgenomen over de met de uitvoering gepaard gaande kosten.

HOOFDSTUK 10. Klachten

Artikel 29. Klachtenregeling

  • 1. Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van hoofdstuk 9, titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, een interne en externe klachtenregeling vast.

  • 2. Het samenwerkingsverband verklaart de ombudsman van de deelnemende gemeente Wijchen bevoegd om klachten, als bedoeld in hoofdstuk 9, titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht, af te handelen.

HOOFDSTUK 11. Vergoedingen

Artikel 30.

  • 1. Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 21 en 25 van de wet, voor de leden van het dagelijks bestuur en voor de leden van een commissie als bedoeld in artikel 19 van deze regeling, die niet de functie van burgemeester, wethouder of secretaris vervullen, een regeling inzake de vergoeding van hun werkzaamheden respectievelijk voor het bijwonen van vergaderingen een vergoeding in de kosten vaststellen.

  • 2. Het algemeen bestuur kan met inachtneming van artikel 24 van de wet bepalen dat de leden van een commissie als bedoeld in artikel 18 van deze regeling, die niet de functie van burgemeester, wethouder, raadslid of secretaris vervullen een vergoeding voor het bijwonen van vergadering ontvangen.

  • 3. Het bepaalde in de vorige leden is niet van toepassing op ambtenaren die als zodanig tot lid van een commissie zijn benoemd.

  • 4. De in het eerste en tweede lid bedoelde regelingen worden aan gedeputeerde staten gezonden.

HOOFDSTUK 12. Beleidsplan

Artikel 31. Inhoud

  • 1. Het algemeen bestuur stelt een beleidsplan vast waarin het beleid dat het bestuur van het samenwerkingsverband voornemens is uit te voeren, in grote lijnen wordt aangegeven. Het algemeen bestuur kan één of meer onderdelen van het beleidsplan afzonderlijk vaststellen.

  • 2. In het beleidsplan worden in ieder geval voorstellen gedaan over:

    • a.

      de wijze, het tempo alsmede de te verwachten resultaten van realisatie van de in artikel 4 van deze regeling genoemde doelstelling.

    • b.

      de afstemming met het door beide deelnemende gemeenten te voeren beleid met betrekking tot de ontwikkeling van de omliggende terreinen en locaties;

    • c.

      de afstemming van het door beide deelnemende gemeenten te voeren ruimtelijk, economisch en milieubeleid in relatie tot de ontwikkeling en realisatie van het bedrijventerrein.

    • d.

      de door beide deelnemende gemeenten te hanteren uitgangspunten inzake het beheer met betrekking tot de instandhouding van de hoogwaardige kwaliteit van het bedrijventerrein.

  • 3. Het beleidsplan beslaat steeds een periode van vier jaren, te rekenen vanaf het eerste jaar volgende op het jaar van vaststelling. Het beleidsplan wordt jaarlijks bijgesteld. Het bepaalde in dit hoofdstuk is ten aanzien van de bijstelling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 32. Totstandkoming

De totstandkoming van het beleidsplan geschiedt op overeenkomstige wijze als in artikel 34, eerste tot en met vijfde lid, van deze regeling, voor de begroting is aangegeven.

HOOFDSTUK 13. Financiële bepalingen

Artikel 33. Organisatie administratie en controle

  • 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van vermogenswaarden. Op deze regels zijn de artikel 212 en 214 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van vermogenswaarden. Op deze regels zijn de artikelen 213 en 214 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 34. Begrotingsprocedure

  • 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april een ontwerpbegroting van het samenwerkingsverband voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van beide deelnemende gemeenten.

  • 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van beide deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3. De raden van beide deelnemende gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending van de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 4. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen.

  • 5. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van beide deelnemende gemeenten.

  • 6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus aan gedeputeerde staten. Van de beslissing van gedeputeerde staten doet het dagelijks bestuur mededeling aan de raden van beide deelnemende gemeenten.

  • 7. In de begroting wordt aangegeven het naar raming bepaalde batig of nadelig saldo. Het bepaalde in artikel 36 van deze regeling is van overeenkomstige toepassing.

  • 8. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Artikel 35. Jaarrekening

  • 1. Het dagelijks bestuur biedt de rekening over het afgelopen jaar, onder toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 33, tweede lid van deze regeling aangewezen deskundigen, en van hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks vóór 1 april ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan onder gelijktijdige toezending aan de besturen van beide deelnemende gemeenten.

  • 2. De raden van beide deelnemende gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending bij het algemeen bestuur hun zienswijze over de rekening naar voren brengen.

  • 3. Het algemeen bestuur stelt de rekening vast vóór 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 4. Zij wordt binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 juli, met alle bijbehorende stukken aan gedeputeerde staten aangeboden.

  • 5. Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

  • 6. In de rekening wordt het werkelijke batige of nadelige saldo opgenomen. Het bepaalde in de artikelen 36 en 37 van de regeling is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 36. Risicoverdeling

  • 1. Het algemeen bestuur beslist, onverminderd het bepaalde in artikel 37 van deze regeling, of een batig saldo van de begroting of rekening van baten en lasten:

    • a.

      geheel of gedeeltelijk zal worden toegevoegd aan (bestaande) reserve, en/of:

    • b.

      geheel of gedeeltelijk aan de deelnemende gemeenten zal worden uitgekeerd.

  • 2. Het algemeen bestuur beslist, onverminderd het bepaalde artikel 34 van deze regeling, of een nadelig saldo van de begroting of rekening van baten en lasten:

    • a.

      geheel of gedeeltelijk ten laste van de volgende dienstjaar zal worden gebracht, en/of:

    • b.

      geheel of gedeeltelijk ten laste van de bestaande reserves zal worden gebracht, en/of:

    • c.

      geheel of gedeeltelijk ten laste van de deelnemende gemeenten zal worden gebracht.

  • 3. Indien sprake is van een verdeling van enig batig saldo ten gunste van de deelnemende gemeenten dan wel van enig nadelig saldo ten laste van de deelnemende gemeenten geschiedt de verdeling als volgt:

  • - 50% van het batig/nadelig saldo komt ten gunste/laste van de gemeente Nijmegen;

  • - 50% van het batig/nadelig saldo komt ten gunste/laste van de gemeente Wijchen.

  • 4. Het uiteindelijke batig/saldo van de exploitatie van het samenwerkingsverband wordt bepaald met inachtneming van de financiële resultaten van het in voorkomende gevallen door het samenwerkingsverband te voeren privaatrechtelijk kostenverhaalsbeleid en met inachtneming van de financiële resultaten voortvloeiende uit de rechtstreeks door de deelnemende gemeenten te dekken tekorten, zoals bedoeld in het vijfde lid.

  • 5. Onverminderd het bepaalde in het derde lid is ten aanzien van binnen het bedrijventerrein gelegen eigendommen, welke niet in eigendom zijn of kunnen worden verworven door het samenwerkingsverband alsmede waarbij niet kan worden gekomen tot verhaal van kosten op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst, de deelnemende gemeente, op wier grondgebied deze eigendommen zich bevinden, verantwoordelijk voor de dekking van de uit deze eigendommen ontstane exploitatietekorten. De omvang van de voor rekening van de desbetreffende deelnemende gemeente komende tekorten is beperkt tot de opbrengst, voortvloeiende uit een door die gemeente in voorkomende gevallen in te stellen baat- of bouwgrondbelasting, zoals bedoeld in artikel 221 respectievelijk 222 van de Gemeentewet.

  • 6. Ter uitvoering van het bepaalde in het vijfde lid, zullen de deelnemende gemeenten, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, ieder waar het hun grondgebied betreft, tijdig maatregelen treffen om te komen tot een adequate inzet van een baat- en/of bouwgrondbelasting, als bedoeld in het vijfde lid.

Artikel 37. Bekostiging kwalitatieve instandhouding

  • 1. Ten behoeve van de stimulering van het door de beide deelnemende gemeenten zelfstandig uit te voeren en te bekostigen beheer inzake de kwalitatieve instandhouding van het samenwerkingsverband wordt, naast de in artikel 36 van deze regeling genoemde risicoverdeling, in de door het algemeen bestuur op te stellen kost- en uitgifteprijsberekening en met inachtneming van de door het algemeen bestuur te stellen regels met ingang van het eerste begrotingsjaar (1994) een bedrag van € 1,34 per uitgeefbare m2 opgenomen.

  • 2. Het in het eerste lid vermelde bedrag per uitgeefbare m2 wordt jaarlijks aangepast op basis van een door het algemeen bestuur vast te stellen indexeringsregeling.

  • 3. De aan een deelnemende gemeente toekomende stimuleringsbijdrage in de te maken kosten van kwalitatieve instandhouding van het samenwerkingsverband wordt jaarlijks vastgesteld door vermenigvuldiging van het in het eerste lid vermelde bedrag met het aantal binnen het grondgebied van die gemeente liggende en in dat jaar uitgegeven vierkante meters bouwterrein zoals opgenomen in de jaarlijks vast te stellen jaarrekening.

  • 4. Het algemeen bestuur is bevoegd, indien dit ten behoeve van de bedrijfsvoering gewenst of noodzakelijk is, het in het eerste lid bedoelde bedrag te verhogen of te verlagen.

Artikel 38. Voldoen aan verplichtingen

  • 1. Wanneer aan het algemeen bestuur blijkt, dat de raad van een deelnemende gemeente op de begroting van die gemeente niet de kosten heeft gebracht die voor de gemeente uit de regeling voortvloeien doet het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194, eerste lid van de Gemeentewet.

  • 2. Artikel 195 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3. De beide deelnemende gemeenten garanderen ieder voor 50% de voldoening van de rente en aflossing van de door de gemeenschappelijke regeling te sluiten vaste geldleningen en op te nemen rekening-courant kredieten.

HOOFDSTUK 14. Archief

Artikel 39.

Ten aanzien van de zorg en het beheer van de archiefbescheiden van het samenwerkingsverband en ten aanzien van het toezicht op het beheer, zijn de voorschriften van de gemeente Nijmegen van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK 15. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 40. Toetreding

  • 1. Een gemeente kan toetreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar bestuursorganen.

  • 2. De toetreding gaat in op 1 januari van het jaar, volgende op het jaar waarin is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 27, eerste en tweede lid, van de wet.

  • 3. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding.

Artikel 41. Wijziging en opheffing

  • 1. De regeling kan worden gewijzigd of opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de besturen van beide deelnemende gemeenten.

  • 2. Indien het algemeen bestuur wijziging of opheffing van de regeling wenselijk acht, kan het dagelijks bestuur een daartoe strekkend voorstel van het algemeen bestuur doen toekomen aan de besturen van beide deelnemende gemeenten.

  • 3. De bij de wet voorgeschreven toezending van de wijziging aan gedeputeerde staten geschiedt door de zorg van het college van de gemeente Nijmegen.

  • 4. Het college van de gemeente Nijmegen maakt de besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing van de regeling bekend in de deelnemende gemeenten door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant.

Artikel 42. Uittreding

  • 1. Een gemeente kan uittreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar bestuursorganen.

  • 2. Uittreding van één van beide deelnemende gemeenten heeft opheffing van de regeling tot gevolg. De uittreding gaat daarom in op 1 januari van het tweede jaar, volgende op het jaar waarin is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 27, eerste en tweede lid, van de wet.

Artikel 43. Liquidatie

  • 1. Ingeval van opheffing van de regelingbesluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.

  • 2. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de gemeenten gehoord, vastgesteld.

  • 3. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel als bedoeld in hoofdstuk 9 van deze regeling.

  • 4. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop beide deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband.

  • 5. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

  • 6. Zonodig blijven de organen van het openbaar lichaam ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

HOOFDSTUK 16. Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 44. Inwerkingtreding

  • 1. De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin gedeputeerde staten haar in het provinciale register hebben opgenomen.

  • 2. Het bestuur van de gemeente Nijmegen draagt zorg voor de in artikel 26 van de wet bedoelde toezending.

Artikel 45. Duur van de regeling

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 46. Citeertitel

De regeling wordt aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling Bijsterhuizen (2004)".