Beleidsregels briefadres gemeente Pijnacker-Nootdorp 2016

Geldend van 24-03-2016 t/m 15-10-2020

Intitulé

Beleidsregels briefadres gemeente Pijnacker-Nootdorp 2016

Het college van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;

gezien het advies van het taakveld Gegevensbeheer van de afdeling Backoffice Publiekszaken d.d. 12 januari 2016;

gelet op het bepaalde in de artikelen 1.1, 2.23, 2.40, 2.41 en 2.45 van de Wet basisregistratie personen;

gelet op het bepaalde in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op de circulaire ‘Correcte registratie op een briefadres in de BRP’ van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties d.d. 6 januari 2014;

besluit:

vast te stellen de navolgende Beleidsregels inschrijving op een briefadres 2016 gemeente Pijnacker-Nootdorp:

Artikel 1 Begripsbepalingen

Artikel 2 Redenen voor het vestigen van een briefadres

Een briefadres kan worden gevestigd, vanwege:

  • 1.

    het ontbreken van een woonadres vanwege:

    • a.

      dak- en thuisloosheid;

    • b.

      de uitoefening van een ambulant beroep;

    • c.

      kort verblijf in het buitenland: gedurende een jaar ten hoogste twee derden van de tijd;

    • d.

      verblijf van maximaal 2 jaar in het buitenland en beroepshalve varend op een schip dat in Nederland de thuishaven heeft.

  • 2.

    Verblijf in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijfhuis).

  • 3.

    Verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40 van de Wet BRP.

  • 4.

    Een briefadres kan ook worden gevestigd als het opnemen van een woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet gewenst is (artikel 2.41 Wet BRP).

  • 5.

    Het College is bevoegd ambtshalve te besluiten tot opneming van een briefadres indien een woonadres ontbreekt en de ingezetene verzuimt aangifte van de vestiging van een briefadres te doen (artikel 2.23, tweede lid Wet BRP).

Artikel 3 Voorwaarden

  • 1. De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres wordt gehouden;

  • 2. De aangever is verplicht bij de aangifte de nodige informatie te verstrekken en bescheiden te overleggen.

  • 3. Onder benodigde bescheiden als bedoeld in het 2e lid wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in de Wet op de Identificatieplicht;

    • b.

      een schriftelijke verklaring (aangifte) van de aangever met de redenen voor de aangifte en de te verwachten periode waarvoor het briefadres noodzakelijk zal zijn;

    • c.

      een schriftelijke verklaring van instemming van degene bij wie het briefadres wordt gehouden alsmede (een afschrift van) een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in de Wet op de identificatieplicht.

  • 4. Een briefadresgever mag maximaal aan twee gezinshuishoudens of twee alleenstaanden een briefadres bieden.

  • 5. Een briefadres kan worden gevestigd bij een als ingezetene in de basisregistratie ingeschrevene of bij een door het College aan te wijzen rechtspersoon.

Artikel 4 Onvolledige aangifte

  • 1. De aangifte is volledig als alle benodigde gegevens als bedoeld in artikel 3 zijn bijgevoegd.

  • 2. Bij het ontbreken van één of meer gegevens wordt de aangever in de gelegenheid gesteld om het verzuim binnen 14 dagen te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen.

  • 3. De in het vorige lid genoemde termijn kan op verzoek van belanghebbende eenmalig met nog eens 14 dagen worden verlengd.

  • 4. Indien de aangifte niet binnen 14 dagen na aangifte wordt aangevuld of niet om verlenging van de hersteltermijn wordt verzocht, wordt de aangifte van toepassing van het bepaalde in artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld.

Artikel 5 Verplichtingen briefadresgever

  • 1. De briefadresgever is verplicht om op verzoek van het College, desverlangd in persoon, alle inlichtingen te verschaffen die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisregistratie.

  • 2. De identiteit van de briefadresgever die desverlangd in persoon verschijnt wordt vastgesteld aan de van een geldig legitimatiebewijs als bedoeld in de Wet op de identificatieplicht.

  • 3. De briefadresgever draagt er zorg voor, dat geschriften van de overheid de briefadresnemer daadwerkelijk bereiken. Daartoe overlegt de briefadresgever bij de aangifte een schriftelijke verklaring waaruit blijkt, dat deze akkoord gaat met het ontvangst nemen van de voor betrokkene bestemde geschriften en garandeert, dat geschriften of inlichtingen daarover de briefadresnemer bereiken.

Artikel 6 Weigeringsgronden

De aangifte van vestiging op een briefadres dient in ieder geval te worden geweigerd, indien:

  • a.

    de aangever beschikt over een woonadres als bedoeld in artikel 1.1. onder o. van de Wet BRP;

  • b.

    de aangever gedurende een jaar meer dan twee derden van de tijd in het buitenland verblijft of zal verblijven;

  • c.

    de aangever beroepsmatig varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft en langer dan twee jaar in het buitenland verblijft of zal verblijven;

  • d.

    de adresgegevens van de briefadresgever in onderzoek zijn gesteld dan wel is vastgesteld, dat de briefadresgever zich bewust van zijn verplichtingen als genoemd in artikel 5 onttrekt;

  • e.

    de briefadresgever weigert een verklaring als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder c. af te geven;

  • f.

    het briefadres geen bestaand adres is;

  • g.

    het briefadres een postbus is;

  • h.

    het briefadres wordt gevestigd bij een niet door het College aangewezen rechtspersoon.

Artikel 7 Termijn briefadres

  • 1. Inschrijving op een briefadres is in beginsel voor maximaal 1 jaar toegestaan.

  • 2. Inschrijving op een briefadres op basis van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, onder c. is in beginsel voor maximaal 8 maanden toegestaan.

  • 3. Na verloop van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen dient de aangever:

    • a.

      aangifte te doen van verhuizing naar een woonadres, of:

    • b.

      een verzoek tot verlenging van de termijn van inschrijving op een briefadres in te dienen.

  • 4. Een verzoek tot verlenging als bedoeld in het vorige lid onder b. wordt behandeld als ware het een nieuwe aangifte vestiging briefadres.

  • 5. Dit artikel is niet van toepassing op een briefadres dat op grond van het bepaalde in artikel 2, derde lid, is gevestigd.

Artikel 8 Bestuurlijke boete

Op de naleving van deze beleidsregels is het bepaalde in de artikelen 4.17 van de Wet BRP en 6 van de ‘Regeling oplegging bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen’ van toepassing.

Artikel 9 Onvoorziene omstandigheden en afwijking van de beleidsregels

  • 1. In de gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het College.

  • 2. Indien strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling vanwege individuele bijzondere omstandigheden leidt tot onredelijkheid of onbillijkheid, kan van deze regeling worden afgeweken.

Artikel 10 Citeertitel en Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Beleidsregels briefadres gemeente Pijnacker-Nootdorp 2016’.

  • 2. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van 15 maart 2016

de secretaris,
drs. J.P.R. Woudstra
de burgemeester,
mw. F. Ravestein

Toelichting op de Beleidsregels briefadres gemeente Pijnacker-Nootdorp 2016.

1. Algemeen

De essentie van de bijhouding van de Basisregistratie Personen (BRP) is dat de overheid haar burgers kent en weet te bereiken. De ingezetene dient daarom altijd over een adres te beschikken. Het adres kan een woonadres of een briefadres zijn. Voor de bereikbaarheid van de burger is het van belang waar hij fysiek woont. Voor de overheid is het van belang te weten wie er op welk adres woont, bijvoorbeeld voor het toekennen van huurtoeslag of in geval van een calamiteit. In verband hiermee dient het aantal briefadressen in de basisregistratie beperkt te blijven. Het kan immers nodig zijn, dat de overheid de burger direct en fysiek bereikt. Om dat doel te kunnen bereiken is het wettelijk kader in deze beleidsregels nader uitgewerkt.

Adres

Het adres waarop betrokkene in de basisregistratie is ingeschreven, is het voor de overheid relevante (administratieve) adres. De Wet Basisregistratie Personen (Wet BRP) onderscheidt het woonadres en het briefadres. Het woonadres is het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voer- of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft (artikel 1.1 onder p. Wet BRP). Het briefadres is een adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen en waar, indien daartoe grond bestaat, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover betrokkene bereiken.

2. Artikelsgewijze toelichting

Artikelen die geen nadere toelichting behoeven zijn in dit onderdeel niet opgenomen.

Artikel 2 Redenen voor vestiging van een briefadres

Lid 1a

Personen met een woonadres worden ingeschreven op dat woonadres. Als een (vast) woonadres ontbreekt, bijvoorbeeld omdat men dak- of thuisloos is, is men verplicht een briefadres te kiezen. Een briefadres kan worden gevestigd in elke Nederlandse gemeente, dat kan dus ook een andere gemeente zijn dan de gemeente waarin men verblijft.

Lid 1b

Binnenvaartschippers die aan boord van hun schip wonen en bijvoorbeeld kermis- of circusmedewerkers die met hun attractie door Nederland reizen oefenen een ‘ambulant beroep’ uit. Als een (vast) woonadres ontbreekt dienen zij een briefadres te kiezen.

Lid 1c

Bij kort verblijf in het buitenland, dat wil zeggen een verblijf buiten Nederland in een tijdsbestek van een jaar maximaal 8 maanden, hoeft men niet wegens emigratie uit de basisregistratie te worden uitgeschreven. Heeft men een woonadres, dan blijft men gedurende het verblijf in het buitenland op dat adres ingeschreven staan. Beschikt men echter niet (meer) over een woonadres dan is men verplicht een briefadres te kiezen

Vertrekt men voor een periode van meer dan 8 maanden naar het buitenland dan dient men te worden uitgeschreven wegens vertrek naar het buitenland (emigratie). In dit geval kan geen briefadres worden gekozen.

Lid 1d

Er hoeft geen aangifte van vertrek te worden gedaan als men beroepsmatig gaat varen op een schip dat in Nederland de thuishaven heeft en naar verwachting niet langer dan 2 jaar buiten Nederland zal verblijven. Voorwaarde is wel dat men in Nederland beschikt over een woon- of bij gebreke daarvan, een briefadres.

Voorts is het aan personen die verblijven in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang (blijf van mijn lijfhuis), instellingen voor gezondheidszorg, kinderbescherming of penitentiaire instellingen toegestaan in voorkomend geval een briefadres te kiezen. Op grond van het bepaalde in artikel 2.41 van de BRP kan de burgemeester bepalen, dat het opnemen van het (daadwerkelijk) woonadres om veiligheidsredenen niet wenselijk is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan huiselijk geweld, eerwraak, stalking en andere ongewenste situaties. In dat geval kan vestiging van een briefadres uitkomst bieden. In voorkomend geval wordt met de burgemeester overlegd.

Artikel 3 Voorwaarden

Zoals onder ‘algemeen’ reeds aangegeven is het van belang, dat de overheid de burger als dat nodig is direct en fysiek kan bereiken. Het aantal briefadressen dient in de BRP dient dan ook beperkt te blijven. Daarom is in het 4e lid van artikel 3 een maximum aantal briefadressen per briefadresgever opgenomen en is inschrijving op een briefadres op grond van het bepaalde in artikel 7 slechts voor één jaar toegestaan. Het gaat hier echter om richtlijnen. Het aantal briefadressen per briefadresgever of de tijdsduur waarop iemand aan een briefadres wordt ingeschreven kan wettelijk niet worden beperkt of afgedwongen. Zolang de briefadresgever zich aan de verplichtingen houdt kan men wettelijk gezien, al dan niet tegen betaling, zoveel gelegenheid bieden als men wil. Het bepaalde in de artikelen 3 en 7 is dan ook meer bedoeld om periodieke controle op het voldoen aan de regels mogelijk te maken. Stelt men aan meer mensen dan op grond van dit artikel is toegestaan een briefadres ter beschikking, dan kan dat worden toegestaan met toepassing van het bepaalde in artikel 9 van deze Beleidsregels (hardheidsclausule).

Artikel 5 Verplichtingen briefadresgever

In dit artikel zijn de wettelijke verplichtingen van de briefadresgever vastgelegd. De registratie aan een briefadres kan worden beëindigd als de briefadresgever zich bewust niet aan zijn verplichtingen houdt. Dat is bijvoorbeeld het geval als de briefadresgever weigert aan het College de nodige inlichtingen te verschaffen, de voor de briefadreshouder bestemde geschriften niet aan de houder doet toekomen, etc. De briefadreshouder kan in dat geval worden verzocht een ander briefadres te zoeken en aan de briefadresgever kan op basis van het gestelde in artikel 8 van deze Beleidsregels een bestuurlijke boete worden opgelegd.

Artikel 6 Weigeringsgronden

De vestiging van een briefadres wordt in ieder geval niet toegestaan in de gevallen genoemd in dit artikel. In voorkomend geval dient een officiële- en gemotiveerde beschikking te worden afgegeven en kan zowel de briefadresgever als de beoogde briefadreshouder bij ons College bezwaar aantekenen. Een briefadres kan geen postbus zijn. Kenmerk van een briefadres is namelijk, dat gewaarborgd wordt, dat de voor de briefadreshouder bestemde geschriften of inlichtingen daarover aan hem worden doorgegeven of meegedeeld. Als deze geschriften of informatie naar een postbus worden gestuurd, wordt niet aan deze wettelijke voorwaarde voldaan, omdat er dan niemand is die de geschriften door kán geven of inlichtingen kan verstrekken.

Artikel 7 Termijn briefadres

Evenmin als het aantal briefadressen, dat een briefadresgever ter beschikking kan stellen, kan de termijn waarop iemand aan een briefadres staat beschreven niet worden beperkt, zolang aan de voorwaarden wordt voldaan. De in dit artikel genoemde termijnen kunnen niet worden afgedwongen. Ook hier is de termijn echter opgenomen om periodiek te kunnen controleren of nog aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Na verloop van de termijn kan betrokkene worden opgeroepen voor het geven van inlichtingen.

Artikel 8 Bestuurlijke boete

Op grond van bepaalde in de Wet BRP en onze ‘Regeling oplegging bestuurlijke boete Wet basisregistratie Personen’ kan een boete van maximaal € 325,-- worden opgelegd bij overtreding van de in de Wet opgelegde verplichtingen omtrent migratie (het doen van aangifte van vestiging, adreswijziging, vertrek e.d.) Een dergelijke boete kan echter alleen worden opgelegd als er sprake is van bewust niet nakomen van de verplichtingen.