Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed Gooise Meren 2016

Geldend van 24-03-2016 t/m heden

Intitulé

Verordening op de Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed van de gemeente Gooise Meren 2016

De raad van de gemeente Gooise Meren;

gelezen het voorstel van 4 januari 2016, nr. RV2016.007

gelet op artikel 84 van de Gemeentewet, artikel 12, 12a, 12b en 12c van de Woningwet en de Monumentenwet 1988;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende:

Verordening op de Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed van de gemeente Gooise Meren 2016

Artikel 1 Begripsbepaling

  • a. De commissie: de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed.

  • b. Het college: het college van burgemeester en wethouders gemeente Gooise Meren.

Artikel 2 Taken

  • 1. De commissie heeft als taak het bevoegd gezag op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over onder andere de toepassing van de Woningwet, de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Bouwverordening, de Erfgoedverordening, het gemeentelijke monumentenbeleid en over het gemeentelijk ruimtelijk beleid.

    • a.

      De commissies brengt op basis van de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Bouwverordening en de Welstandsnota het welstandsadvies uit.

    • b.

      De commissies brengt op basis van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Erfgoedverordening het monumentenadvies uit.

  • 2. De commissie adviseert over:

    • a.

      Ruimtelijke kwaliteitsaspecten van in voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen, landschapsplannen, beeldkwaliteitsplannen en andere relevante beleidsstukken.

    • b.

      Stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

    • c.

      Initiatieven en plannen betreffende kunst in de openbare ruimte. Eenmalig wordt daartoe één lid van de commissie toegevoegd aan de Commissie Beeldende Kunst ten aanzien van de randvoorwaarden voor de keuze van een kunstwerk op de betreffende locatie.

Artikel 3 Samenstelling

  • 1. De commissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste drie leden aanwezig zijn waarvan ten minste één lid architect is.

  • 2. De leden en plaatsvervangende leden moeten architect, kunst-, bouw,- of architectuurhistoricus, of op andere voor de materie relevante wijze deskundig zijn.

  • 3. In de commissie kan een ingezetene van de gemeente op grond van kennis van en belangstelling voor de maatschappelijke aspecten voor de ruimtelijke kwaliteit, zoals bedoeld in artikel 9.2 lid 6 van de Bouwverordening , zitting hebben.

  • 4. Voor de voorzitter en leden worden 2 plaatsvervangers aangewezen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.

  • 5. In afwijking van het vorige lid kan de commissie bij advisering, zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b slechts adviezen uitbrengen indien ten minste één van de aanwezige leden deskundig is op het gebied van monumentenzorg.

  • 6. De voorzitter en leden van de commissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur.

  • 7. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris. Hij/zij is gemeenteambtenaar en heeft een raadgevende stem.

Artikel 4 Benoemingsprocedure

  • 1. Functie-eisen:

    • a.

      Indien sprake is van een vacature, wordt door de raad op voorstel van burgemeester en wethouders een functieprofiel vastgesteld. Uit dit functieprofiel blijkt waaraan een sollicitant moet voldoen om voor benoeming in aanmerking te komen.

    • b.

      Aan de in het vorige lid genoemde verplichting is voldaan, indien voor de desbetreffende functie binnen de commissie reeds eerder een functieprofiel is vastgesteld en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders nog actueel is.

  • 2. Benoeming:

    • a.

      Het college draagt kandidaten voor benoeming aan de raad voor. Benoemingen vinden plaats op voordracht van de selectiecommissie.

    • b.

      De kandidaat wordt als lid van de commissie benoemd door de raad.

    • c.

      De benoeming wordt hem, onder afschrift van het raadsbesluit, schriftelijk medegedeeld door de secretaris.

    • d.

      De leden van de commissie kunnen ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaren.

  • 3. Secretaris:

    • a.

      De secretaris van de commissie en diens plaatsvervanger(s) worden benoemd door burgemeester en wethouders.

Artikel 5 Vergoeding

De beloning van de leden van de commissie wordt door het college vastgesteld .

Artikel 6 Ontslagprocedure

  • 1. Redenen voor ontslag:

    • a.

      Eervol ontslag wordt verleend na ommekomst van de zittingsduur.

    • b.

      Ontslag kan ook worden verleend bij gebleken disfunctioneren of indien na benoeming blijkt dat bij de sollicitatie onjuiste gegevens zijn verstrekt.

    • c.

      Onder disfunctioneren wordt onder meer verstaan:

      Het in de praktijk niet voldoen aan de eisen ingevolge het functieprofiel;

      Het zich ongemotiveerd niet conformeren aan het door de raad vastgestelde beleid.

  • 2. Wijze van ontslag:

    • a.

      Het college stelt aan de raad voor om tot ontslag te besluiten.

    • b.

      Het ontslag wordt, onder afschrift van het raadsbesluit, schriftelijk medegedeeld door de secretaris.

Artikel 7 Werkwijze

  • 1. Het vaststellen van adviezen van de commissie vindt plaats bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.

  • 2. Aan de beraadslaging over een advies, wordt niet deelgenomen door een lid, dat op enigerlei wijze rechtstreeks of zijdelings is betrokken bij de zaak, waarop het advies betrekking heeft.

  • 3. Bij twijfel over een situatie als in het vorige lid, beslist de voorzitter.

  • 4. De commissie adviseert en motiveert schriftelijk.

  • 5. Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Van het advies wordt de aanvrager afschrift gestuurd.

  • 6. De commissie vergadert ten minste één maal per twee weken, zoveel mogelijk op een vast tijdstip.

Artikel 8 Termijn en advisering

  • 1. De commissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, ook indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of het een gefaseerde aanvraag betreft, uit binnen 14 dagen nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht.

  • 2. Het college kan in hun verzoek om advies de commissie een langere termijn dan genoemd in lid 1 en 2 van dit artikel geven voor het uitbrengen van hun advies. Een langere termijn kan door het college worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of als er geen wettelijke beslistermijn van toepassing is.

Artikel 9 Openbaarheid van vergaderen

  • 1. De vergadering van de commissie is openbaar. Indien het college – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doet tot niet-openbare behandeling, dan dient het college daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. Het vereiste van openbaarheid geldt niet voor informeel vooroverleg over een toekomstig bouwplan.

  • 2. Het tijdstip van de vergadering van de commissie wordt tijdig( in ieder geval 24 uur voorafgaand aan de vergadering) bekendgemaakt op de gemeentelijke website, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning hierom bij het indienen van de aanvraag om vergunning heeft verzocht, wordt deze door of namens de commissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan.

  • 3. In het geval dat het plan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld.

  • 4. Belanghebbenden kunnen, in toelichtende zin, spreekrecht krijgen ten aanzien van welstandsaspecten. Spreekrecht dient, aan het begin van de vergadering. te worden aangevraagd bij de secretaris van de commissie. Als belanghebbend worden aangemerkt de belanghebbenden ingevolge artikel 1:2 Algemene Wet Bestuursrecht. Indien een groep van belanghebbenden verschijnt kan de voorzitter eisen dat een woordvoerder wordt aangewezen. Het inspreekrecht mag worden uitgeoefend tijdens de toelichtende fase van de behandeling van het onderhavige adviesverzoek. Inspraak tijdens de beraadslagingen van de commissie behoeft niet te worden toegestaan. Van het inspreken wordt verslag gelegd in het advies.

Artikel 10 Afdoening bij mandaat

  • 1. De commissie kan de advisering over een aanvraag om advies voor vergunningplichtige bouwwerken als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid onder d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht mandateren aan één of meerdere daartoe aangewezen deskundige leden of de secretaris van de commissie. De aangewezen delegatie adviseert over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de commissie voor Ruimtelijke kwaliteit als bekend mag worden verondersteld.

  • 2. In elk geval van twijfel legt de gemandateerde delegatie het bouwplan als bedoeld in het vorige lid alsnog voor aan de commissie.

  • 3. Behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. Indien burgemeester en wethouders al dan niet op verzoek van de aanvrager een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dient het college daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen.

  • 4. de secretaris van de commissie is gemandateerd om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 48 van de Woningwet.

Artikel 11 Jaarlijkse verantwoording

  • 1. De commissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt:

    • a.

      op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota;

    • b.

      op welke wijze toepassing is gegeven aan het monumentenbeleid;

    • c.

      de werkwijze van de commissie;

    • d.

      op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen;

    • e.

      de aard van de beoordeelde plannen;

    • f.

      de bijzondere projecten:

    • g.

      De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder.

Artikel 12 Slotbepaling

  • 1. In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, alsmede bij gerezen geschillen, beslist het college.

  • 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.

  • 3. Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervallen de:

    • a.

      bij raadsbesluit van 7 mei 2014 vastgestelde “Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed van de gemeente Naarden 2014”.

    • b.

      bij raadsbesluit van 20 april 2010 vastgestelde “verordening op de monumentencommissie Muiden 2010”

    • c.

      bij raadsbesluit 1 april 2012 vastgestelde “Bouwverordening Bussum 2012, hoofdstuk 9 Welstand”

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Gooise Meren op 4 januari 2016.

De voorzitter
De griffier