Verordening op de afvoer van afvloeiend hemelwater en grondwater Epe

Geldend van 10-03-2016 t/m heden

Intitulé

Verordening op de afvoer van afvloeiend hemelwater en grondwater Epe

De raad der gemeente Epe

Gezien het voorstel van het college, nr. 2015-31872 d.d.1 december 2015;

gelet op artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en artikel 154 van de gemeentewet;

overwegende dat de Wet milieubeheer de bevoegdheid biedt bij verordening regels te stellen over het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een rioolvoorziening;

en over het beëindigen van het brengen van  afvloeiend hemelwater of van grondwater in een rioolvoorziening voor afvalwater binnen in deze verordening aangegeven termijn;

overwegende dat het gewenst is gebruik te maken van de mogelijkheid het afvloeiend hemelwater en het grondwater vanaf een vooraf te bepalen datum niet zonder meer te doen laten afvloeien in een openbaar vuilwaterriool.

besluit vast te stellen

Verordening op de afvoer van afvloeiend hemelwater en grondwater Epe

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    afkoppelen: het beëindigen van het aansluiten van de afvoer van hemelwater en vrijkomend grondwater op het openbaar vuilwaterriool (inclusief indien het type van de voorziening een drukriool betreft) door dit water te benutten, te infiltreren of te houden in de bodem dan wel te brengen in oppervlaktewater.

  • b.

    afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;

  • c.

    bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal,

  • d.

    beheerder: de beheerder van het openbaar riool, zijnde het college van burgemeester en wethouders;

  • e.

    drukriool: het betreft het openbaar vuilwaterriool, type mechanische riool: bestemd voor de afvoer van afvalwater, exclusief hemelwater en grondwater, waarbij het transport plaatsvindt door middel van druk door pompinstallaties;

  • f.

    openbaar riool: het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in eigendom en beheer is voor inzameling en transport van afvalwater, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen, vacuümleidingen en werken en installaties van overeenkomstige aard.  Het omvat tevens de perceel aansluitleiding en de ontstoppingsvoorziening;

  • g.

    openbaar hemelwaterstelsel: voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;

  • h.

    openbaar ontwateringsstelsel: voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van grondwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;

  • i.

    openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;

  • j.

    stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.

Artikel 2. Plicht tot afkoppelen

Afkoppelplicht voor drukriolering

  • 1.

    Onmiddellijk met de inwerkingtreding van deze verordening is het verboden een hemelwaterafvoerleiding  en vrijkomend grondwater bij drainage, pompen of andere vormen van onttrekkingen, aan te sluiten of aangesloten te houden op het drukriool.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is het toegestaan om een hemelwaterafvoerleiding en vrijkomend grondwater die op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening is aangesloten op het drukriool, gedurende een termijn van drie maanden na de inwerkingtreding van de verordening, aangesloten te houden.  

Afkoppelplicht na gebiedsaanwijzing

 

  • 3.

    De beheerder kan een gebied aanwijzen waarbinnen het verboden is een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool. Eenzelfde gebiedsaanwijzing kan door genoemde beheerder worden gedaan ten aanzien van het vrijkomend grondwater bij drainage, oppompen of andere vormen van onttrekkingen.

  • 4.

    De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat deze bekend is gemaakt.

  • 5.

    In afwijking van het derde lid is het toegestaan om een hemelwaterafvoerleiding en vrijkomend grondwater die op tijdstip van de inwerkingtreding van de gebiedsaanwijzing is aangesloten op het openbaar vuilwaterriool, gedurende een termijn van vijf maanden na de inwerkintreding van de gebiedsaanwijzing, aangesloten te houden.  

Algemene bepalingen rondom afkoppelen

  • 6.

    De beheerder kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt.

  • 7.

    De verboden in het eerste en derde lid  hebben geen betrekking op inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer en op de openbare weg.

  • 8.

    Bij het naleven van de verboden in het eerste en derde lid houdt de beheerder van het openbaar riool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan.

  • 9.

    De beheerder kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen die voortvloeien uit de verboden van het eerste en derde lid, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of grondwater kan worden gevergd. Aan de ontheffing kan de beheerder voorschriften of beperkingen verbinden. 

Artikel 3 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze verordening gesteld zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen of groep van personen.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking ervan.

Artikel 5 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de afvoer van afvloeiend hemelwater en grondwater Epe.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 januari 2016
De voorzitter, Ir. H. van der Hoeve MPA
De griffier, V. Smit

Toelichting

Algemeen

In artikel 10.32a van de Wet milieubeheer (afgekort: Wm) is opgenomen dat gemeenteraden de bevoegdheid hebben in het belang van de bescherming van het milieu bij verordening regels te kunnen stellen aan het lozen van afvalwater op de riolering alsmede het beëindigen van het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een voorziening voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater. Gelet op de voorkeursvolgorde afvalwaterbeheer van art. 10.29a Wm geniet het de voorkeur om afvalwater zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken en als er dan toch afvalwater is, de afvalwaterstromen gescheiden te houden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater. In de verordening kan tevens een termijn worden bepaald waarbinnen afgekoppeld dient te worden. Met deze verordening maakt de gemeente Epe gebruik van de bevoegdheid in art. 10.32a Wm en om de gemeentelijke watertaken (zorgplichten) vorm te geven.

De gemeente Epe heeft haar hemel- en grondwaterbeleid vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan gemeente Epe 2016 t/m 2020 (projectnummer 400423). Hierin is vastgelegd dat de gemeente Epe het hemelwater wenst af te koppelen. Voorschriften over de riolering en de aansluiting van bouwwerken op de openbare riolering staan in het Bouwbesluit 2012 (BB) en de bouwverordening. De onderhavige verordening is aanvullend hierop. Voor de bestaande bouw geldt enkel een plicht de aansluiting aan het riool aanwezig te hebben en te houden voor de afvoer van afvalwater en fecaliën (art. 3.36 BB). Een plicht tot het afkoppelen van het hemelwater als bedoeld in deze verordening komt hiermee niet in strijd. De wijze waarop het hemelwater wordt afgevoerd nadat dit is afgekoppeld, dient te voldoen aan het doelvoorschrift van art. 3.36, lid 1 BB: een voor de gezondheid nadelige situatie wordt voorkomen.

Artikel 1 Begripsbepalingen

Bij de begrippen is waar mogelijk aangesloten bij de begrippen rondom afvalwater in de Wet milieubeheer.

Ad A Afvalwater

De Wet milieubeheer beschouwt afvalwater als een afvalstof. Afvalwater is gedefinieerd als "alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen." Dit betekent dat afvalwater (net zoals elke afvalstof) op een doelmatige en milieu hygiënisch verantwoorde wijze dient te worden beheerd en afgevoerd. Met de wetswijziging van de Wm door de Wet gemeentelijke watertaken is het onderscheid in verschillende soorten afvalwater per 1 januari 2008 als volgt:

  • -

    Huishoudelijk afvalwater

  • -

    Afvloeiend hemelwater

  • -

    Grondwater

  • -

    Bedrijfsafvalwater

  • -

    Stedelijk afvalwater

  • -

    Ander afvalwater 

Uit een uitspraak van de Raad van State (200704332/1, 18 juni 2008) blijkt dat het afstromend hemelwater - onafhankelijk van de vraag of, en in welke mate, dit water al dan niet verontreinigd is - wordt aangemerkt als afvalstof.

Ad B Bouwwerk

Een definitie van het begrip bouwwerk geeft de Wet milieubeheer niet, daarom wordt de definitie in de modelbouwverordening van de VNG (MBV) aangehouden, die in de jurisprudentie is aanvaard:

Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.

Aan de hand van de vier elementen van de definitie van het begrip bouwwerk: 1) constructie, 2) van enige omvang, 3) met de grond verbonden, 4) bedoeld om ter plaatse te functioneren, wordt bepaald op een object een bouwwerk is of niet.

Ad C Beheerder

De in artikel 2 genoemde beheerder van het openbaar riool is het college van burgemeester en wethouders.

Ad D Drukriool

Bij de conventionele rioleringswijzen wordt het afvalwater onder vrij verval, door gebruik te maken van de zwaartekracht, ingezameld. Zodra de afvoer niet geschiedt onder vrij verval, wordt gesproken over mechanische riolering. Tot de mechanische riolering wordt drukriolering gerekend. Drukriolering bestaat uit een aantal (kleine) gema­len en daarop aangesloten persleidingen.

Ad E Openbaar riool

Het openbaar riool is het gedeelte van het rioolstelsel dat in eigendom en in beheer is bij de gemeente en omvat tevens de perceel aansluitleiding en de ontstoppingsvoorziening. Verder bestaat het uit diverse onderdelen als rioolgemalen, persleidingen, vacuümleidingen en werken en installaties. Het openbaar riool bestaat uit het openbaar hemelwaterstelsel, openbaar vuilwaterriool zoals een drukriolering en het openbaar ontwateringsstelsel tezamen.

Ad F Openbaar hemelwaterstelsel

Dit betreft het onderdeel van het openbaar riool dat bestemd is voor het beheer van afvloeiend hemelwater. Vormen van een openbaar hemelwaterstelsel zijn een zelfstandig hemelwaterriool of als er een gescheiden stelsel is, het hemelwatergedeelte waar alleen hemelwater op mag worden geloosd.

Een gescheiden stelsel is het openbaar riool met 1. een buizenstelsel voor de afvoer van afvloeiend hemelwater dat eventueel ook dienst kan doen als leiding voor de afvoer van drainagewater en bronneringswater en 2. een buizenstelsel voor de afvoer van stedelijk afvalwater. Daarbij kan er ook een buizenstelsel zijn voor de afvoer van drainagewater en bronneringswater indien dat niet via het hemelwaterstelsel kan of mag worden afgevoerd.

Een openbaar hemelwaterstelsel kan ook een bovengrondse voorziening zijn voor de afvoer en in het milieu terug brengen van het afvloeiende hemelwater, denk hierbij bijvoorbeeld aan wadi’s.

Ad G Openbaar ontwateringstelsel

Een openbaar ontwateringsstelsel is bestemd voor de verwerking van grondwater. Zoals aangegeven bij de definitie van het openbaar hemelwaterstelsel, kan dit een apart stelsel zijn, maar dit kan ook het buizenstelsel zijn voor het afvloeiend hemelwater.

Ad H Openbaar vuilwaterriool:

Een openbaar vuilwaterriool betreft een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. Dit betreft het huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Het openbaar vuilwaterriool betreft het riool voor de stroom afvalwater die overblijft nadat het hemelwater en/of grondwater zijn afgevoerd op of in de bodem, in een nabijgelegen watergang of in de daarvoor bedoelde voorziening. Het openbaar vuilwaterriool kan een drukriool zijn.

Ad I Stedelijk afvalwater

Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.

Een begripsbepaling voor open erf en terrein is niet opgenomen. Met het besluit tot gebiedsaanwijzing en de bijbehorende kaart heeft het college voldoende mogelijkheden om open erven en terreinen al dan niet onder de werking van het besluit en daarmee de plicht tot afkoppelen te brengen.

Artikel 2 Plicht tot afkoppelen

Inleiding

Dit artikel biedt de mogelijkheid om een eigenaar van een bouwwerk, die niet uit vrije wil meewerkt aan de uitvoering van een rioleringsplan, te dwingen de hemelwaterafvoer af te koppelen van het openbaar vuilwaterriool. Een dergelijke verplichting voor bestaande bouwwerken is enkel redelijk, indien een andere wijze van afvoeren of verwerken van hemelwater mogelijk is.

De gemeente Epe maakt van de bevoegdheid in art. 10.32a Wm gebruik door middel van deze verordening. Zij verlangt van de perceelseigenaren in de gemeente dat zij afkoppelen waar dat in redelijkheid van de perceelseigenaren kan worden verlangd, namelijk waar zij de mogelijkheid hebben om afvloeiend hemelwater en grondwater op eigen terrein af te voeren of de aanwezige oppervlaktewaterlichamen gebruiken als locatie waar de perceelseigenaren hun hemelwater op kunnen afvoeren.

Indien deze twee opties niet mogelijk zijn, dan zal gebruik mogen worden gemaakt van het aanwezige openbaar vuilwaterriool, indien dat is aangelegd.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat van eigenaren enige inspanning kan worden verlangd. Bij verwerking op eigen terrein kan van de perceelseigenaar worden verlangd de tuin zodanig in te richten dat infiltratie in de bodem mogelijk is, indien er geen gescheiden stelsel aanwezig is. Indien er echt geen mogelijkheden zijn of het niet in redelijkheid van de perceelseigenaar kan worden verlangd af te koppelen, kan een ontheffing worden aangevraagd. Per geval zal bekeken worden wat de mogelijkheden zijn en of de ontheffing kan worden verleend.

Voor grondwater dat vrijkomt bij drainage, oppompen of andere vormen van onttrekkingen of ontwateren geldt een vergelijkbare situatie. Ook hier is het wenselijk dat het water op een andere wijze wordt afgevoerd dan via het openbaar vuilwaterriool.

Afkoppelplicht voor drukriolering

Lid 1

Binnen de gemeenten zijn diverse typen vrij verval riool aangelegd. De gemeente vindt het redelijk dat in stedelijk gebied  gebruik wordt gemaakt van het vrij verval riool indien op of in de bodem brengen van hemwelwater op eigen perceel of afvoeren op een watergang niet mogelijk is.

Met name in het buitengebied zijn veelal mechanische rioleringstelsels aangelegd. Een mechanisch rioolstelsel is ongeschikt om regenbuien te kunnen verwerken. Op diverse locaties is er de laatste jaren (water)overlast geweest van aangesloten hemelwater op het drukriool. Dit heeft geleid tot schade aan woningen. Ook het aansluiten van grondwater op het drukriool kan (water) schade veroorzaken. De gemeente heeft daarom besloten om in deze verordening binnen de gehele gemeente te verbieden dat hemelwater of grondwater wordt aangekoppeld op het drukriool. Een drukriool is een type mechanisch riool.

Lid 2

Omdat het onredelijk is van perceelseigenaren van bestaande situaties te vereisen dat zij onmiddellijk afkoppelen op de dag dat de verordening in werking treedt, krijgen zij een termijn waarbinnen zij de afkoppeling dienen te bewerkstelligen. Voor nieuwe situaties waarbij nieuwe aansluitingen op het riool ontstaan, dient wel meteen te worden voldaan aan het gestelde verbod in deze verordening. Voor hen geldt dat zij niet zullen aankoppelen op het drukriool van het vuilwaterriool, omdat het verbod meteen van kracht is vanaf het moment dat de verordening in werking is getreden.

Afkoppelplicht na gebiedsaanwijzing

Lid 3

Het derde lid geeft de juridische grondslag voor het afkoppelen van de hemelwaterafvoerleiding van het openbaar vuilwaterriool of voorzover nog geen aansluiting aan het openbaar vuilwaterriool bestaat, deze niet aan te brengen.

Het gaat hier zowel om de afvoerleidingen die direct zijn aangesloten op het openbaar vuilwaterriool alsmede leidingen die op het perceel of binnen de woning/het gebouw zijn aangesloten op een gemengde leiding die op het openbaar vuilwaterriool is aangesloten.

De plicht tot afkoppelen is niet beperkt tot het bouwwerk, maar betreft ook open erf of terrein. Bedoeld is zowel het afvloeiend hemelwater dat afkomstig is van een bouwwerk en via een dakgoot, regenpijp, afvoerbuis enz. het openbaar vuilwaterriool bereikt als het afvloeiend hemelwater dat afkomstig is van een open erf of terrein en via goten, putten, afvoerbuis enz. het openbaar vuilwaterriool bereikt te omvatten. Een open erf of terrein waarin goten en putten zijn aangebracht, is onder meer een terras, een oprit, een parkeerterrein, een laad- en losperron.

Eenzelfde plicht geldt ten aanzien van het grondwater.

Gebiedsaanwijzing

Deze bepaling werkt pas nadat met betrekking tot de riolering in een bepaalde kern, buurt, wijk of straat een situatie is ingetreden, waardoor het naar het oordeel van de beheerder van het rioleringsstelsel nodig wordt geacht het afkoppelen en het op andere wijze afvoeren van het afvloeiend hemelwater te verlangen. Dit kan na een renovatie, groot onderhoud, geheel vernieuwen van het rioolstelsel, waarbij hetzij een gemengd stelsel wordt vervangen door een gescheiden rioolstelsel, hetzij een mogelijkheid bestaat af te voeren op andere wijze. Het is echter ook mogelijk het afkoppelen op te leggen zonder renovatie of aanleg van een gescheiden openbaar rioolstelsel, bijvoorbeeld in geval van wateroverlast als gevolg van een beperkte capaciteit van de riolering. Het kunnen beschikken over dit nieuwe artikel is van belang voor het handhaven van de plicht tot afkoppelen bij huishoudens.

Een gebiedsaanwijzing is een besluit van algemene strekking. Dit is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het openbaar vuilwaterriool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan.

De plicht tot afkoppelen geldt voor alle eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen, voor zover deze zijn gelegen binnen de gebiedsaanwijzing en het desbetreffende besluit geen uitzondering bevat.

Het is mogelijk in de gebiedsaanwijzing een onderscheid te maken in het afkoppelen van de aansluiting die zich bevindt aan de voorkant (wegzijde) van het bouwwerk en de achterkant. Dit is een gevolg van het redelijkheidscriterium uit het tweede lid van art. 10.32a Wm. Dit zal meestal voor een hele straat of een rij woningen hetzelfde zijn.

Lid 4 en 5

Omdat het onredelijk is van perceelseigenaren van bestaande situaties te vereisen dat zij onmiddellijk afkoppelen op de dag dat het besluit tot gebiedsaanwijzing in werking treedt, krijgen zij een termijn waarbinnen zij de afkoppeling dienen te bewerkstelligen. Voor nieuwe situaties waarbij nieuwe aansluitingen op het riool ontstaan, dient wel meteen te worden voldaan aan het gestelde verbod in deze verordening. Voor hen geldt dat zij niet zullen aankoppelen op het drukriool van het vuilwaterriool, omdat het verbod meteen van kracht is na gebiedsaanwijzing.

Lid 6

De beheerder kan ten aanzien van het afkoppelen aangeven op welke wijze dit (technisch) moet gebeuren, zodat het afkoppelen verantwoord gebeurt en er in de praktijk geen situaties ontstaan waarbij elke eigenaar of aannemer naar eigen goeddunken de afkoppeling tot stand laat komen.

Lid 7

Aan een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer kunnen via de omgevingsvergunning of de direct werkende (maatwerk)voorschriften eisen ingevolge het Activiteitenbesluit milieubeheer worden gesteld. Deze kunnen betrekking hebben op het afkoppelen van de hemelwaterafvoer van het openbaar vuilwaterriool. Uit de Memorie van Toelichting bij de Wet gemeentelijke watertaken (Zie Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 30578, nr. 3.) blijkt dat deze verordening dezelfde mogelijkheden biedt als via een maatwerkvoorschrift afkoppelen van het afvloeiend hemelwater van het (openbaar) vuilwaterriool bij bedrijven op basis van art. 6.18 Activiteitenbesluit. Het verschil hiertussen is dat een maatwerkvoorschrift een individuele beschikking is voor een bedrijf en de verordening een situatie regelt voor een groep lozingen binnen een gebied in de gemeente. Deze verordening zal daarom met name een instrument zijn om voorwaarden te stellen aan particuliere lozingen.

Daarom zijn deze inrichtingen uitgezonderd van het verbod in artikel 2.

Bedrijven, werkplaatsen, scholen, winkels enzovoort die niet vallen onder de reikwijdte van het begrip inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, vallen wel onder de verplichting van dit artikel. Dit betekent dat ook scholen, buurthuizen e.d. onder de verordening vallen, waardoor eventuele kosten van het afkoppelen voor de gemeenten zelf zijn.

Een redelijke uitvoering van dit artikel brengt met zich mee, dat in het geval woningen en bedrijven onder één dak zijn gelegen en een gezamenlijke hemelwaterafvoer bezitten, het besluit omtrent de

gebiedsaanwijzing betrekking heeft op het hele bouwwerk en op alle (deel-/appartements-) eigenaren.

De openbare weg waarin zich normaliter goten en putten voor de afvoer van hemelwater bevinden, is uitgesloten van de plicht tot afkoppelen. Dit komt pas aan de orde wanneer de riolering in de straat wordt gesplitst in een vuilwaterriool en een schoonwaterriool. Indien aan de voorzijde van een bouwwerk het hemelwater wordt afgekoppeld van het vuilwaterriool en niet afzonderlijk wordt opgevangen of afgevoerd, komt dit vanzelf op de straat en vandaar in het vuilwaterriool. Dan heeft afkoppelen geen zin.

Er zijn meerdere AMvB’s die zien op het lozen van afvalwater, namelijk het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Aanvullend op deze AMvB’s kan in deze verordening een gebied worden aangewezen waarbinnen afgekoppeld moet worden binnen een bepaalde termijn.

Lid 8

De gemeenteraad is verplicht een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) vast te stellen ingevolge artikel 4.22 Wet milieubeheer. Dit plan bevat beleid en normering voor het rioleringsstelsel in de gemeente en geeft aan wanneer vernieuwing en onderhoud plaatsvindt. Daarnaast zal de gemeente uiterlijk voor eind 2012 de zorgplichten voor het afvalwater, hemelwater en grondwater in het (verbreed) GRP moeten hebben geformuleerd. De basis voor de verplichting tot afkoppeling – inclusief de afweging van de redelijkheid en de kosten – ligt in het GRP. Indien het GRP geen beleidsvoornemen bevat over het afkoppelen, kan dit  artikel niet worden toegepast. Andere plannen, waarin mogelijk ook beleidsvoornemens staan over de riolering, hebben niet deze status, tenzij deze zijn vastgesteld door de gemeenteraad als onderdeel van het gemeentelijk rioleringsplan. De gemeente Epe heeft aan deze verplicht voldaan met haar ‘Gemeentelijk Rioleringsplan gemeente Epe 2016 t/m 2020’, met projectnummer 400423.

Lid 9

Art. 10.32a, tweede lid Wet milieubeheer luidt: ‘Van de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geen gebruikgemaakt, indien van degene bij wie afvloeiend hemelwater of grondwater vrijkomt redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van dat water kan worden gevergd.’

Dit legt een beperking op aan de toepassing van deze bevoegdheid en geeft een plicht tot een motivering over de redelijkheid van het opleggen of althans het effectueren van de verplichting. De redelijkheid tot het invoeren van een plicht tot afkoppelen in een bepaald gebied wordt overwogen en gemotiveerd bij het opstellen van het GRP. Daarnaast is in deze verordening de mogelijkheid opgenomen om een ontheffing te verlenen voor de gevallen waarin de plicht onredelijk uitwerkt. In de praktijk kunnen namelijk er situaties zijn waarbij het onredelijk is om afkoppelen af te dwingen. Voor deze situaties kan de beheerder ontheffing verlenen aan de perceelseigenaar. Met deze bepaling wordt hiertoe de mogelijkheid geboden. Enig nadeel is aanvaardbaar. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Een voorschrift of beperking kan betrekking hebben op onder meer een uitstel van de plicht tot afkoppelen en op het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening.

Artikel 3 Toezicht op de naleving

In artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt aangegeven dat onder toezichthouder wordt verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling 5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college worden beperkt. In dit verband is tevens artikel 5:16a van de Awb van belang. Hierin staat beschreven dat een toezichthouder bevoegd is van personen inzage te vorderen van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Het college wijst in de regel een gemeentelijke afdeling of dienst aan waarvan de ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van de verordening. Voorts kan het bevoegd gezag ambtenaren aanwijzen van andere afdelingen of diensten. Aanwijzing betekent niet dat zij tevens opsporing bevoegd zijn.

Een bepaling over buitengewone opsporingsambtenaren is overbodig en in strijd met Aanwijzing 92 van de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving. Immers, in artikel 142, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering, is onder meer bepaald dat met de opsporing van strafbare feiten als buitengewoon opsporingsambtenaar zijn belast de personen die bij verordeningen zijn belast met het toezicht op de naleving daarvan, een en ander voor zover het die feiten betreft en de personen zijn beëdigd. Aangezien buitengewone opsporingsambtenaren hun aanwijzing aan het Wetboek van Strafvordering ontlenen, is een nadere regeling niet nodig.

De aanwijzing als toezichthouder is de grondslag voor de aanwijzing als buitengewoon opsporingsambtenaar. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewone opsporingsambtenaren beperkt zich tot die zaken waarvoor zij toezichthouder zijn. Zij dienen op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar aan eisen van vakbekwaamheid en betrouwbaarheid te voldoen en te zijn beëdigd door de procureur-generaal.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt een dag na de bekendmaking in werking.

Artikel 5 Citeertitel

De tekst van artikel 10.32a Wm geeft de verordening geen naam. Deze verordening wordt daarom aangehaald als: Verordening op de afvoer van afvloeiend hemelwater of grondwater Epe.