Beleidsregels Lokale belangenbehartiging

Geldend van 01-01-2010 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Lokale belangenbehartiging

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente,  gelet op het bepaalde in de Algemene Subsidieverordening, alsmede op artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht,

besluit:

 

  • I.

    in te trekken de beleidsregels “Lokale belangenbehartiging” vastgesteld d.d. 29 januari 2008;

  • II.

    vast te stellen de beleidsregels “Lokale belangenbehartiging”.

Regel 1 Begripsbepaling

Verordening: de Algemene Subsidieverordening vastgesteld door de raad op 16 december 2008.

 

Regel 2 Werksoorten

Het deelbeleidsterrein lokale belangenbehartiging omvat de volgende werksoort:

  • a.

    dorpsraden

 

Regel 3 Activiteiten

Met activiteiten zoals genoemd in artikel 2 van de verordening worden die activiteiten bedoeld die:

  • 1.

    het behartigen van de belangen van één specifieke kern gelegen in de gemeente Hof van Twente in de ruimste zin des woords zonder binding met of terugkoppeling naar politieke partijen, belangenorganisaties of individuele personen;

  • 2.

    het communiceren met en verstrekken van informatie en voorlichting aan de in de specifieke kern woonachtige personen.

Regel 4 Waarderings- en budgetsubsidie

  • 1.

    Een waarderingssubsidie, zoals bedoeld in artikel 3 sub d van de verordening, kan bestaan uit een vast bedrag.

  • 2.

    Een vast bedrag kan worden toegekend indien het college het bestaan van de vereniging of instelling waardeert.

  • 3.

    In het activiteitenplan als bedoeld in artikel 1 van de verordening geeft de instelling aan welke activiteiten zij voornemens is te organiseren. Het activiteitenplan dient te zijn voorzien van:

  • a.

    een beschrijving van de doelgroep;

  • b.

    welke activiteiten wanneer worden ontplooid;

  • c.

    informatie omtrent de met de activiteiten beoogde effecten;

  • d.

    een begroting.

  • 4.

    Het college kan nadere aanvullende gegevens verlangen, indien deze nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

  • 5.

    Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:68 tot en met 4:72 van de Awb dient  subsidieontvanger de volgende verplichtingen in acht te nemen:

  • a.

    uiterlijk zes maanden na afloop van het vastgestelde subsidietijdvak, rapporteert de subsidieontvanger in hoeverre deze de in de subsidiebeschikking genoemde activiteiten heeft gerealiseerd, een en ander onder overlegging van een financiële verantwoording;

  • b.

    in afwijking van het in lid 1 genoemde, kan het college bepalen dat jaarlijks een activiteitenverslag en financiële verantwoording moet worden overlegd.

 

Regel 5 Grondslagen waarderingssubsidie

  • 1.

    De instelling die voor een waarderingssubsidie in aanmerking komt, krijgt in ieder geval een vast bedrag.

  • 2.

    De grondslagen voor de verschillende werksoorten met betrekking tot een waarderingssubsidie zijn:

  • a.

    dorpsraden:

    - vast bedrag ten behoeve van alle activiteiten genoemd in regel 3.

Regel 6 Incidentele subsidie

  • 1.

    Een incidentele subsidie bedraagt maximaal 35% van de naar het oordeel van het college noodzakelijk te maken kosten ten behoeve van de te organiseren activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd, met een maximum van € 1.000,00. Voor de bepaling van de hoogte van de noodzakelijke kosten wordt rekening gehouden met een redelijke eigen bijdrage en de inkomsten uit andere bronnen.

  • 2.

    Het college kan overeenkomstig artikel 4:84 van de Awb gemotiveerd afwijken van het percentage en van het bedrag genoemd in voorgaand lid.

  • 3.

    Aanvragen worden in volgorde van datum ontvangst afgehandeld.

  • 4.

    De instelling waarvoor een incidentele subsidie wordt vastgesteld dient in de verantwoording als bedoeld in artikel 16 van de verordening in ieder geval aan te geven:

  • a.

    of de met de georganiseerde activiteiten beoogde doelstellingen zijn behaald;

  • b.

    het aantal deelnemers aan de activiteiten;

    een financieel overzicht.

Regel 7 Investeringssubsidie

  • 1.

    Bij de beoordeling van aanvragen voor een investeringssubsidie, zoals bedoeld in artikel 3, sub b van de verordening, toetst het college of aanvragen passen binnen de uitgangspunten en denkrichtingen voor het gemeentelijk accommodatiebeleid, zoals neergelegd in de door de gemeenteraad d.d. 10 februari 2004 vastgestelde deelnotitie Accommodatiebeleid.

  • 2.

    Bij de beoordeling van aanvragen voor een investeringssubsidie, zoals bedoeld in artikel 3, sub b van de verordening, wordt de volgende prioriteitsvolgorde gehanteerd:

     

  • a.

    Aanvragen van instellingen voor subsidie voor groot onderhoud van kapitaalswerken of vervangingsinvesteringen van kapitaalswerken waarvan naar het oordeel van het college de redelijke levensduur is verstreken;

 

Met betrekking tot deze aanvragen wordt de volgende, in zwaarte van gewicht afnemende, prioriteitsvolgorde in acht genomen:

 

  • a.1.

    Aanvragen van instellingen voor accommodaties die een belangrijke rol spelen in de leefbaarheid van kernen;

  • a.2.

    Aanvragen van instellingen voor accommodaties waarin activiteiten plaatsvinden op het terrein van jeugd- en jongerenwerk;

  • a.3.

    Aanvragen van instellingen voor accommodaties waarin organisaties van vrijwilligers gehuisvest zijn.

 

  • b.

    Aanvragen van instellingen voor subsidie ten behoeve de aankoop of eerste stichting van nieuw te realiseren permanente kapitaalswerken;

 

Met betrekking tot deze aanvragen wordt de volgende, in zwaarte van

gewicht afnemende prioriteitsvolgorde in achtgenomen:

 

  • b.1.

    Aanvragen van instellingen voor accommodaties die een belangrijke rol spelen in de leefbaarheid van kernen;

  • b.2.

    Aanvragen van instellingen voor accommodaties waarin activiteiten plaatsvinden op het terrein van jeugd- en jongerenwerk;

  • b.3.

    Aanvragen van instellingen voor accommodaties waarin organisaties van vrijwilligers gehuisvest worden.

 

  • c.

    Aanvragen van instellingen voor subsidie voor de eerste inrichting van de accommodatie (roerende goederen) zoals die voor de ‘kerntaak’ van de desbetreffende instelling door het college redelijkerwijze noodzakelijk worden geacht.

 

Met betrekking tot deze aanvragen wordt de volgende, in zwaarte van gewicht afnemende prioriteitsvolgorde in acht genomen:

 

  • c.1.

    Aanvragen van instellingen voor accommodaties die een belangrijke rol spelen in de leefbaarheid van kernen;

  • c.2.

    Aanvragen van instellingen voor accommodaties waarin activiteiten plaatsvinden op het terrein van jeugd- en jongerenwerk;

  • c.3.

    Aanvragen van instellingen voor accommodaties waarin organisaties van vrijwilligers gehuisvest zijn.

 

Regel 8 Slotbepalingen

Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2010.

 

Regel 9 CiteertitelDeze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels lokale belangenbehartiging”

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders
d.d. 13 juli 2010.
 
 
de secretaris,                        de burgemeester,
 
 
 
drs. G. Twickler                        H. Kok