Klimaatvisie Kempengemeenten Energieneutraal in 2025

Geldend van 01-01-2000 t/m 16-11-2020

Intitulé

Klimaatvisie Kempengemeenten Energieneutraal in 2025

R 2009.053

  

 

De raad van de gemeente Bladel;

 

 

kennis te hebben genomen van de uitgangspunten en doelstellingen zoals die zijn opgenomen in de  Klimaatvisie Kempengemeenten Energieneutraal in 2025 d.d. 5 december 2008;

besluit:

 

1. de Klimaatvisie Kempengemeenten Energieneutraal in 2025 vast te stellen, met dien verstande dat het succes van de Kempische klimaatvisie er niet alleen op is gericht om energieneutraal te zijn in 2025, maar des te meer op het bereiken van een brede alliantie die werkt aan een betrouwbare, betaalbare en schone energievoorziening in de Kempen, nu en in de toekomst;

2. dat er sprake moet zijn van een meer evenwichtigere samenstelling van de klankbordgroep alvorens een formele relatie met de betreffende groep wordt aangegaan;

3. de Klimaatvisie onderdeel te laten uitmaken van het leefbaarheidproject Toekomstvisie Leven in Bladel 2030;

4. de Klimaatvisie telkens na een periode van twee jaar, voor het eerst per 1 juli 2011, te evalueren en op basis van dan beschikbare nieuwe inzichten, instrumenten en technieken bij te stellen.

Samenvatting

In de extreme weersituaties van de afgelopen jaren zien we steeds vaker de invloed van klimaatverandering. Veel wetenschappelijk onderzoek wijst erop dat de mens hier mede de veroorzaker van is door onder meer het overvloedige gebruik van fossiele brandstoffen. Om verdere klimaatverandering te beperken, de uitputting van grondstoffen voor te zijn en de energievoorziening betaalbaar te houden is de inzet van iedereen nodig.

De gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden trekken samen op om deze grensoverstijgende duurzame ontwikkeling te ondersteunen. De Kempengemeenten hebben daarom samen een Kempenbrede visie opgesteld ten aanzien van energie en klimaat die zorgt voor gebundelde inspanningen en een gelijk speelveld voor alle maatschappelijke actoren in de Kempen.

Op 18 juni 2008 zijn diverse betrokkenen bijeengebracht in een speciaal Kempen Klimaatcongres voor het opstellen van de klimaatvisie. Uit het enthousiasme van die middag is vervolgens een Kempisch Klimaatplatform (KKP) ontstaan, dat heeft meegewerkt aan de realisatie van de Kempische klimaatvisie.

Op basis van onderzoek en maatschappelijk debat is de Kempische klimaatvisie ontstaan. In energiescenario’s is de lokale energievraag en -productie doorgerekend tot 2025. Op basis hiervan ontstond de visie van de vijf gemeenten: ‘de Kempen is energieneutraal in het jaar 2025’. In dat jaar zal het energiegebruik door verregaande besparingen en hogere efficiëntie fors gedaald zijn en zal de resterende energievraag geheel uit hernieuwbare bronnen worden voorzien. De Kempen is dan energieneutraal: duurzaam en zelfvoorzienend.

Om zover te komen is binnen de Kempen structureel en eensgezind beleid nodig voor besparing en opwekking zoals beschreven in dit rapport. De route naar energieneutraliteit in 2025 is opgedeeld in tussentijdse doelen voor besparingen per sector en opwekking van energie uit bronnen als wind, zon, biomassa en omgevingswarmte.

De komende vier jaar kunnen de Kempengemeenten rekenen op financiële steun vanuit het Rijk om het klimaatbeleid verder uit te bouwen en gerichte actie te ondernemen. Om de ambitieuze doelstellingen daadwerkelijk te halen is vooral ook de inzet van andere partijen dan de gemeenten nodig. De uitvoeringsprogramma’s van de Kempengemeenten zijn erop gericht om een breed draagvlak te creëren en om alle maatschappelijke doelgroepen actief te laten participeren in het Kempische klimaatbeleid. Hierin speelt het Kempische Klimaatplatform een centrale rol. Dit biedt kansen voor alle Kempenaren. Strategisch monitorings- en communicatiebeleid zijn hierbij cruciaal.

Het succes van de Kempische klimaatvisie is er niet enkel op gericht om als regio energieneutraal te worden in 2025, maar des te meer op het bereiken van een brede Kempische alliantie die samen werkt aan een betrouwbare, betaalbare en schone energievoorziening in de Kempen, nu en in de toekomst.

1 Inleiding

In de extreme weersituaties van de afgelopen jaren zien we steeds vaker de invloed van klimaatverandering. Veel wetenschappelijk onderzoek wijst erop dat de mens hier mede de veroorzaker van is door onder meer het overvloedige gebruik van fossiele brandstoffen. Om verdere klimaatverandering te beperken én de uitputting van grondstoffen voor te zijn is de inzet van iedereen nodig. Zowel overheid als bedrijven en burgers moeten duurzamer omgaan met natuurlijke hulpbronnen. Het rijksbeleid, verwoord in de nota “Schoon en zuinig” is er op gericht om elk jaar 2% te besparen en in 2020 30% van de energiebehoefte duurzaam op te wekken. Het besparen op energiegebruik en het duurzaam opwekken van energie is niet alleen gericht op behoud van het klimaat. Dit beleid zorgt met name voor een betrouwbare en betaalbare energievoorziening in de toekomst. Iedereen zal zijn steentje bij moeten dragen om de doelen te halen.

Ook de Kempengemeenten zetten zich daarvoor in. De gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden trekken samen op om deze duurzame ontwikkeling te bereiken. Gemeente Reusel-De Mierden heeft in 2007 als eerste een klimaatvisie vastgesteld, die aangeeft wanneer zij welke doelen willen halen. Samen met de andere Kempengemeenten is er nu een Kempenbrede visie opgesteld die zorgt voor gebundelde inspanningen en een gelijk speelveld voor alle maatschappelijke actoren in de Kempen. Binnen de doelstellingen van de Kempische klimaatvisie is er ruimte voor iedere gemeente om hieraan invulling te geven.

Het tot stand komen van een klimaatvisie is een proces waarbij alle maatschappelijke actoren betrokken zijn. Vanuit hun diverse rollen en betrokkenheid bij het onderwerp leveren deze partijen een bijdrage aan een reële invulling van de visie voor regionaal klimaatbeleid. Dit raamwerk garandeert regionale afstemming van ambities, doelstellingen en samenwerking ten aanzien van klimaatbeleid. De verschillende actoren zijn op 18 juni 2008 bijeengebracht in een speciaal Kempen Klimaatcongres voor het opstellen van de klimaatvisie. Uit het enthousiasme van die middag is vervolgens een Kempisch Klimaatplatform (KKP) ontstaan, die naast een adviserende rol ook zal participeren in de uitvoering van klimaatprojecten en zal bijdragen aan regionale kennisuitwisseling ten aanzien van energie en duurzame ontwikkeling.

In dit rapport vindt u ten eerste de uitkomsten van onderzoek en debat die hebben geleid tot een Kempische klimaatvisie en ten tweede het te voeren klimaatbeleid van de gemeenten op korte en langere termijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen regionaal ofwel Kempisch beleid en gemeentespecifieke zaken. Hieruit volgt dan één gezamenlijk en vijf gemeentelijke uitvoeringsprogramma’s. Belangrijke aspecten die verder in dit rapport aanbod komen zijn organisatorische inbedding, monitoring en communicatie. Daarnaast is er aandacht voor het betrekken van zoveel mogelijk actoren bij het beleid. De specialistische begrippen die hier en daar gebruikt worden in dit rapport worden uitgelegd in de begrippenlijst in bijlage 1.

2 Samenwerking Kempengemeenten en klimaat

Klimaatverandering is grensoverschrijdend. Het speelt zich af op wereldschaal en het gaat onze hele aarde aan. Toch moet de strijd tegen deze verandering juist op lokaal niveau worden gestreden, omdat de uitstoot van broeikasgassen plaatselijk is en bij de bron moet worden aangepakt. De Kempengemeenten beseffen dit en willen hier samen aan werken. Dit doen zij door samen projecten op te pakken en van elkaar te leren. En elkaar te stimuleren. Door deze wisselwerking hopen zij meer resultaat te boeken en de Kempen op weg te helpen naar een duurzame toekomst.

De Kempengemeenten hebben een hechte traditie van samenwerken op tal van terreinen. Ook op het vlak van duurzame ontwikkeling is de afgelopen jaren vaak samengewerkt. Vorig jaar verscheen een zogenaamde Triple P-monitor, waarin de drie kapitalen, mens (people), milieu (planet) en economie (profit), van de Kempen in onderlinge samenhang werden beschreven. Met de toenemende aandacht voor klimaatverandering hebben de Kempengemeenten er nu voor gekozen om samen een visie te vormen en eenduidig beleid op te stellen. De klimaatvisie geeft aan wat de Kempengemeenten willen bereiken en wanneer. Daarbij wordt in grote lijnen aangegeven hoe ze dat willen bereiken.

In het klimaatbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen Kempische doelen en gemeentespecifieke doelen. Per gemeente verschillen namelijk de mogelijkheden voor duurzame energieopwekking en de kansen voor energiebesparing. Daarom zullen er zowel Kempische als gemeentelijke activiteiten worden geïnitieerd. Belangrijk is dat in elke gemeente het klimaatbeleid en de visie goed verankerd wordt en als integraal aspect in andere aandachtsgebieden wordt geïmplementeerd.

Verder zijn er heldere afspraken nodig tussen de Kempengemeenten om het gezamenlijke klimaatbeleid samen uit te gaan voeren. In een periodiek bestuurlijk overleg kan de voortgang van het klimaatbeleid bewaakt worden, terwijl in ambtelijke vergaderingen de praktische kant van de uitvoering kan worden afgestemd. Het verdient aanbeveling om de coordinatie van de (uitvoering van de) klimaatvisie bij een centrale projectleider onder te brengen, eventueel ondersteund met een intergemeentelijke projectgroep.

Naast het interne draagvlak en de intergemeentelijke samenwerking is ook de externe medewerking cruciaal. De participatie van alle sectoren en partijen is een vereiste voor succes. Als basis is hiervoor het zogenaamde Kempen Klimaatplatform opgericht, waar belangstellenden uit de Kempen samen komen om mee te denken en te praten over het onderwerp. Hierdoor worden ervaringen en inzichten uit de praktijk gekoppeld aan beleid. Daarnaast vormt dit platform een onmisbare schakel tussen de gemeenten en andere actoren die een vitale rol kunnen spelen in de realisatie van de klimaatvisie.

3 De Kempische Klimaatvisie

3.1 Inleiding

Klimaatverandering, welke momenteel door menselijke invloeden wordt veroorzaakt, is een proces dat zich over vele jaren uitstrekt en daarom ook gevolgen heeft voor generaties (van ver) na ons. Om deze verandering te voorkomen of te minimaliseren is ook beleid nodig dat zich over langere tijd uitstrekt.

Om zicht te hebben op de huidige en toekomstige situatie rondom klimaat en energie in de Kempen, hebben de Kempengemeenten een energiestudie uitgevoerd (zie bijlage 4 tot en met 9). In deze studie is op basis van metingen, aannames en berekeningen van het huidige energiegebruik een toekomstscenario voor de energievraag en de duurzame energieproductie in de Kempengemeenten opgesteld. De inzichten vormen de basis voor de Kempische klimaatvisie. Naast de aandacht voor energie en CO2 is de focus van het beleid ook gericht op het reduceren van broeikasgassen in sectoren als de bouw en de industrie. Hierbij is grondstof- en materiaalkeuze doorslaggevend. Duurzaam bouwen en duurzame bedrijven(terreinen) vormen zo een integraal onderdeel van het klimaatbeleid.

De energiestudie (zie bijlage 6) geeft in enkele scenario’s aan op welk moment de resterende energievraag volledig zou kunnen worden voorzien uit duurzame (hernieuwbare) bronnen. Op dat moment is een gemeente of regio energieneutraal en wordt er netto geen broeikasgas (koolstofdioxide, CO2) uitgestoten. Volgens deze redenering draagt het energiegebruik van de Kempen dan niet bij aan het versterkte broeikaseffect en dus ook niet aan klimaatverandering. Tegelijkertijd is de Kempenregio dan ook zelfvoorzienend in haar behoefte aan warmte, elektriciteit en transportbrandstoffen en dit noemen we energieneutraal. Op basis van de scenario’s zijn beleidspaden opgesteld die leiden tot deze gewenste situatie.

3.2 Visie van de vijf Kempengemeenten

Uit de energiestudie blijkt dat het voor de Kempengemeenten vanaf 2025 redelijkerwijs mogelijk is om gezamenlijk energieneutraal te zijn. Dit jaartal dient daarom als richtjaar voor de klimaatvisie en als basis voor het gezamenlijke klimaatbeleid. Aldus luidt de Kempische klimaatvisie:

De Kempengemeenten Bergeijk,Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden zijn energieneutraal in 2025.

In 2025 wordt de energievraag in de Kempen volledig voorzien vanuit duurzame bronnen. Om dit te bereiken moeten forse energiebesparingen en aanhoudende efficiencyverbeteringen in alle sectoren de energievraag met zestig procent reduceren ten opzichte van de huidige consumptie. Tegelijkertijd worden alle mogelijke hernieuwbare energiebronnen in de Kempen duurzaam aangewend om in de restvraag te voorzien. Dit potentieel, 4,8 PJ per jaar, is beschikbaar in diverse vormen als zon, wind, water en biomassa (zie ook bijlage 9). Deze doelstellingen kunnen we bereiken via de zogenaamde Trias Energetica, volgens welke we de fossiele energievraag zoveel mogelijk reduceren.

De drie stappen van de Trias Energetica luiden:

  • 1.

    energiegebruik voorkomen, energie besparen en efficiëntie verbeteren

  • 2.

    duurzame energie opwekken en inzetten

  • 3.

    de restvraag op schone wijze voorzien vanuit fossiele bronnen

Uiteindelijk moet in 2025 stap 3 overbodig zijn geworden, omdat de Kempen dan energieneutraal zouden moeten zijn (restvraag = duurzame energie). De energiestudie (zie bijlage 6) gaat hier ook vanuit, zoals is weergegeven in onderstaande grafiek.

De gekozen beleidspaden liggen binnen de theoretische grenzen van besparing en opwekking en richten zich op een versnelde maar geleidelijke ontwikkeling naar energieneutraliteit in 2025. Naast het energiescenario is de reductie van broeikasgassen door duurzaam bouwen, duurzame processen en de kringloop van grondstoffen (cradle to cradle, van wieg tot wieg) een essentieel onderdeel van het streven om klimaatverandering en uitputting te voorkomen.

De uitwerking van de visie komt tot uiting in het klimaatbeleid van de Kempengemeenten (zie hoofdstuk 4). Voor een deel is dit beleid gemeenschappelijk, gebaseerd op bovenstaande visie, voor een ander deel is dit per gemeente specifiek vormgegeven, op basis van gemeentelijke aspecten. De uitvoering van dit beleid staat beschreven in het uitvoeringsprogramma, dat zowel een algemeen als gemeentespecifiek gedeelte kent (zie hoofdstuk 5).

4 Klimaatbeleid Kempengemeenten

Het klimaatbeleid van de Kempengemeenten gaat uit van de visie om in 2025 energieneutraal te zijn. Daarnaast is het beleid gebaseerd op de behoeften en mogelijkheden in de Kempen gezamenlijk en van elke gemeente afzonderlijk. Hierbij wordt het beleid gevoed door zowel politiek als maatschappelijke actoren, zoals bedrijven en organisaties (zie Kempen Klimaatplatform in paragraaf 4.1.2). Het klimaat is een thema dat in alle facetten van het dagelijks handelen terugkomt. Goed klimaatbeleid betekent dat het een integraal onderdeel is van elke organisatie, waarbij de twee hoofdsporen, besparen en duurzaam opwekken in de bedrijfsvoering verankerd zijn.

4.1 Integraal klimaatbeleid

De duurzaamheidprincipes van het klimaatbeleid worden helder verwoord in de gangbare definitie van duurzame ontwikkeling: “het proces van verandering waarin het gebruik van grondstoffen, de richting van investeringen, de oriëntatie van technologische ontwikkeling en institutionele verandering alle in onderlinge harmonie zijn en zowel het huidige als toekomstige potentieel verhogen om te voldoen aan de menselijke behoeften en wensen” (WCED, 1987).

Vanuit deze visie is het belangrijk dat de keuzes die gemaakt worden door gemeenten, bedrijven, instellingen en burgers alle uitgaan van duurzaamheid. De klimaatvisie is met andere woorden een integraal onderdeel van beleid en uitvoering. Bij de Kempengemeenten worden de uitgangspunten van de klimaatvisie daarom opgenomen in alle beleid- en afdelingsplannen. Door structureel en integraal aandacht te geven aan klimaatbeleid in de gemeentelijke organisatie, worden kansen die zich voordoen in het werkveld van de gemeente tijdig onderkend en optimaal benut. Om de samenwerking tussen de Kempengemeenten te waarborgen is het van belang een regionale projectgroep te vormen met een centrale coördinator.

4.1.1 Gemeentelijke organisaties

De vereiste gemeentelijke borging is een proces van inbedding in de gemeentelijke organisatie die niet uit zich zelf zal plaatsvinden. Daarom is een gestructureerde implementatie onderdeel van het klimaatbeleid.

Als eerste onderdeel heeft bij alle Kempengemeenten onder leiding van het Agentschap SenterNovem een assessment (evaluatie) plaatsgevonden met het instrument ‘Organisatorische borging van het klimaatbeleid bij gemeenten’ om inzicht te geven in de huidige organisatie en de mogelijkheden die er zijn om een stap voorwaarts te zetten (zie bijlage 2). Uit deze assessments blijkt de huidige mate van borging van het klimaatbeleid binnen de vijf gemeenten. Duidelijk is dat dit verschilt per gemeente en over het algemeen scoren de gemeenten wisselend op de diverse thema’s van het assessment. Op alle thema’s zijn nog verbeteringen mogelijk en meer specifiek is op de thema’s Externe communicatie, Kennisontwikkeling en –borging, en Monitoring en evaluatie verbetering noodzakelijk voor een goed klimaatbeleid, zeker met het oog op de ambitie voor 2025.

Iedere gemeente zal een eigen route volgen voor de borging en implementatie van het klimaatbeleid, maar de gemeenten hebben de mogelijkheid van elkaar te leren en elkaar te stimuleren. Dit vormt een belangrijk onderdeel van de Kempische samenwerking en de centrale projectleider of coordinator vormt hierin de spil. De voortgang zal gevolgd worden middels een periodieke monitoring van de organisatorische borging met het assessment-instrument (zie hoofdstuk 6).

4.1.2 Externe samenwerking: Kempen Klimaatplatform

Op het Kempen Klimaat Congres op 18 juni 2008 meldde een groep van ruim dertig belangstellenden zich om actief betrokken te blijven bij het thema klimaatverandering in De Kempen. Vanuit de gemeenten is voorgesteld deze groep als een platform te betrekken bij het klimaatbeleid. Een platform waarop ideeën ontstaan, doorgroeien en uiteindelijk kunnen worden gerealiseerd. De onderliggende Kempische klimaatvisie is mede tot stand gekomen door de inbreng van het zogenoemde Kempen Klimaat Platform (KKP). De Kempengemeenten zien in de betrokkenheid van deze mensen en in de vertegenwoordiging van diverse maatschappelijke actoren een belangrijk draagvlak voor de ambities op het gebied van energiebesparing en duurzame energie zoals verwoord in de onderliggende Kempische klimaatvisie. In samenspraak met de Kempengemeenten brachten de platformleden een rolomschrijving naar voren, die is samen te vatten in onderstaande steekwoorden:

- ideeën genereren

- adviesfunctie

- klankbordgroep

- informatie uitwisseling

- stimuleren van activiteiten

- projecten begeleiden

De Kempengemeenten onderschrijven deze rollen en functies van het KKP en zullen het platform hierin ondersteunen. De bijdrage van het KKP zorgt voor een goed draagvlak in de diverse sectoren en branches waar het klimaatbeleid in praktijk zal worden gebracht.

4.2 Energiebesparingsbeleid

Het doel van energieneutraliteit kan redelijkerwijs alleen gehaald worden als de energieconsumptie fors wordt gereduceerd. Uit de energiestudie (zie bijlage 6) blijkt dat een afname tot aan een restgebruik van één derde van het huidige energiegebruik nodig is om in 2025 energieneutraal te zijn (hierbij wordt er van uitgegaan dat in die hoeveelheid met lokale duurzame energie voorzien kan worden). De reductie van het energiegebruik kan op drie manieren worden gerealiseerd:

  • 1.

    het voorkomen van energiegebruik

  • 2.

    het besparen van energie

  • 3.

    het verbeteren van de energie-efficiëntie

In bijlage 8 zijn twee grafieken opgenomen die aangeven dat er gemiddeld 3,5% per jaar bespaard moet worden in alle sectoren, op zowel aardgas als elektriciteit om het doel van 2025 te halen. Om dit te realiseren zijn afspraken tussen de verschillende sectoren, partijen en de gemeenten nodig1. Het energiebesparingsbeleid richt zich daarom in de eerste jaren voornamelijk op het verkrijgen van draagvlak in de samenleving en het betrekken van zoveel mogelijk partijen in alle sectoren en branches. Binnen het energiebesparingsbeleid richten we ons op 5 thema’s die overeenkomen met de sectoren die in de Kempen het meeste energie gebruiken (zie taartdiagram). Voor deze thema’s, gemeenten, woningbouw, bedrijven, verkeer en landbouw, zijn in het uitvoeringsprogramma (zie hoofdstuk 5) regionale en gemeentelijke activiteiten benoemd voor de eerste vier jaar die bijdragen aan energiebesparing.

1) Een voorbeeld hiervan is het Convenant Wonen voor de Regio Zuidoost-Brabant, waar alle partijen op de woningmarkt vertegenwoordigd zijn. Momenteel worden daar afspraken gemaakt over woonkwaliteit, waar zaken als comfort en energie-efficiëntie samenkomen.

Energiegebruik Kempen 2007

4.3 Opwekkingsbeleid duurzame energie

Energie is de essentie van het leven. Het zorgt voor warmte, licht en kracht. Ook na 2025 hebben we deze energie nodig. Maar het streven is dat deze energie geen schadelijke gevolgen heeft voor het milieu en het klimaat. Duurzame energie uit hernieuwbare bronnen maakt dit mogelijk. Daarbij maken deze bronnen ons onafhankelijk van eindige voorraden of onzekere handelsrelaties. Voorbeelden van hernieuwbare bronnen zijn de zon, de wind, het water en aardwarmte. Ook biomassa (dierlijk of plantaardig materiaal) wordt gezien als een schone hernieuwbare bron, mits bepaalde duurzaamheidcriteria in acht worden gehouden. Ook omgevingswarmte is een blijvende bron die duurzaam toegepast kan worden, bijvoorbeeld met behulp van warmtepompen.

Uit het energiescenario voor de Kempen blijkt dat in de resterende energievraag in 2025 geheel voorzien kan worden vanuit hernieuwbare bronnen. Biomassa zal naar verwachting ruim de helft van de benodigde duurzame energie voorzien (zie bijlage 9). Daarna neemt windenergie een kwart voor zijn rekening. De overige bronnen zijn naar verwachting minder belangrijk, maar samen goed voor bijna een kwart van de vraag in 2025.

De totale opwekking van duurzame energie moet in 2025 zo’n 4 á 5 PJ (= 1015 Joule) zijn. Ter indicatie: dit komt overeen met zo’n 45 grote windturbines (van 3 MW), plus 4 middelgrote biomassacentrales, plus 6500 huizen met warmtepompen, plus 19 mestvergisters en 50.000 zonnepanelen en/of –collectoren op de daken van huizen, bedrijven en stallen (zie bijlage 9). Om deze aantallen te bewerkstelligen zijn vele initiatieven nodig. Dit vergt hoge investeringen van zowel overheden als bedrijven en instellingen, als ook burgers die zich alleen op langere termijn terugverdienen. De gemeente is hierbij de aangewezen partij om een informerende, stimulerende en faciliterende rol te spelen, zodat er zo min mogelijk knelpunten ontstaan in het traject van initiatief tot realisatie.

5 Uitvoeringsprogramma Klimaatbeleid

Klimaatverandering vraagt om actie. Op basis van het geformuleerde beleid moeten concrete activiteiten worden gepland en uitgevoerd om maatregelen te nemen en initiatieven te ontplooien die tastbare resultaten leveren. Beleid en uitvoering zijn in de Kempengemeenten opgebouwd aan de hand van de thema’s zoals die door de Rijksoverheid worden gehanteerd binnen de Stimuleringsregeling Lokale Klimaatinitiatieven (SLOK). De lange termijndoelen worden ontleend aan het energiescenario voor 2025, de korte termijndoelen zijn hiervan afgeleid. Het uitvoeringsprogramma wordt gebaseerd op deze doelen en zal periodiek, om de vier jaar, worden opgesteld en vastgelegd, op basis van de reeds behaalde resultaten. Monitoring van het beleid en de activiteiten is daarom een vast onderdeel van het uitvoeringsprogramma. In hoofdstuk 6 wordt hier nader op ingegaan. In het uitvoeringsprogramma wordt verder onderscheid gemaakt tussen regionale ofwel Kempische activiteiten en activiteiten die specifiek per gemeente worden georganiseerd.

5.1 Klimaatdoelstellingen

Het ambitieniveau van het Kempische klimaatbeleid is hoog. Het bereiken van energieneutraliteit in 2025 is zeer ambitieus. Om dit doel te bereiken worden er tot die periode tussenliggende doelstellingen geformuleerd. Deze ijkpunten worden in principe om de vier jaar gemonitord: in 2012, 2016, 2020 en uiteindelijk in 2025. Het uitvoeringsprogramma onder de SLOK-regeling, waaraan de Kempengemeenten deelnemen, beperkt zich in eerste instantie tot een periode van vier jaar, van 2009 tot en met 2012. Voor de eerste vier jaar zijn vanuit de SLOK-regeling per thema doelstellingen geformuleerd voor energiebesparing en/of duurzame energie opwekking.

5.1.1. Tussentijdse doelstellingen

De overkoepelende doelstelling van energieneutraliteit in 2025 vertaalt zich in tussentijdse doelstellingen. Het doel voor 2025 is 4,8 PJ duurzame energie opwekking en een reductie van 59% in het energiegebruik ten opzichte van 2007. Om daar te komen zijn beleidspaden opgesteld (zie bijlage 6). De tussentijdse doelen zijn:

Jaar

Energiegebruik

(PJ)

Energiebesparing

(% t.o.v. 2007)

Duurzame

Energie (PJ)

Duurzame Energie

(% van energievraag)

2007

11,7

0%

0,3

3%

2012

10,5

10%

0,9

9%

2016

8,8

25%

2,4

27%

2020

6,4

45%

4,1

64%

2025

4,8

59%

4,8

100%

Tabel 1 Tussentijdse doelen energiebesparing en duurzame energie

Tussen nu en 2012 moet dus 1,2 PJ bespaard worden t.o.v. het gebruik in 2007 en moet de capaciteit voor de opwekking van duurzame energie met 0,6 PJ vergroot worden. Dit komt terug in de Kempische en gemeentelijke uitvoeringsprogramma’s.

5.1.2 Doelen per klimaatthema

Het klimaatbeleid gaat uit van 6 aandachtsgebieden, de zogenaamde klimaatthema’s. De overkoepelende klimaatdoelstelling voor 2025 wordt ontleed in doelen per klimaatthema, zie onderstaande tabel.

Klimaatthema

Doelstellingen voor 2025

A. Gemeentelijke organisatie,

gebouwen en voorzieningen

- een geheel energieneutrale organisatie

B. Woningen en huishoudens

- volledig energieneutrale nieuwbouw

- de realisatie van 40% besparing in de

bestaande bouw t.o.v. 2007

C. Utiliteitsgebouwen

- volledig energieneutrale nieuwbouw

- de realisatie van 40% besparing in de

bestaande bouw t.o.v. 2007

D. Bedrijven en non-profit-

organisaties

- volledig energieneutrale nieuwbouw

- de realisatie van 40% besparing in de

bestaande bouw t.o.v. 2007

- 3 á 4% jaarlijkse energiebesparing in alle bedrijfsprocessen tot 2025

E. Verkeer en vervoer

- reductie van 60% van het energiegebruik t.o.v. 2007

F. Duurzame Energie

- opwekking en toepassing van ca. 4,8 PJ per jaar aan duurzame energie vanaf 2025

Tabel 2 Doelstellingen 2025 per klimaatthema

Bovenstaande ambities voor 2025 worden gefaseerd gerealiseerd. Voor de eerste beleidsperiode, van 2009 tot 2012, zijn per gemeente doelen geformuleerd, die zijn opgenomen in de bijlagen 12 tot 16.

5.2 Regionale activiteiten

De thema’s die Kempenbreed worden opgepakt concentreren zich op woningbouw, bedrijven, verkeer en vervoer en (grootschalige) duurzame energie. De projecten binnen deze thema’s zijn afgeleid van de doelstellingen voor deze periode. Een groot deel van de regionale projecten worden in samenwerking met de andere gemeenten binnen het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven opgepakt. Deze projecten worden gecoordineerd door SRE Milieudienst. Overige projecten worden in Kempisch verband uitgevoerd.

De invulling van deze projecten wordt nader bepaald in overleg met de SRE-gemeenten. De Kempengemeenten geven hun eigen richting aan de projecten op basis van de klimaatvisie en het klimaatbeleid. Hiertoe zullen de gemeenten periodiek ambtelijk en bestuurlijk overleg voeren.

5.3 Gemeentespecifieke activiteiten

De gemeentespecifieke activiteiten zijn met name gericht op de gemeentelijke organisatie, en de gemeentespecifieke aspecten van woningbouw en duurzame energie. De vijf kempengemeenten hebben deze projecten opgenomen in de aanvraag voor een uitkering onder SLOK. De gemeentelijke uitvoeringsprogramma’s zijn opgenomen in de bijlagen 12 tot en met 16. Voor zowel de Kempische als gemeentespecifieke projecten gelden de minimumdoelstellingen van de SLOK-programma’s voor 2012. Door middel van monitoring worden deze doelstellingen in het vizier gehouden, zie hoofdstuk 6.

6 Monitoring Klimaatbeleid

Zoals met ieder beleid is het ook voor klimaatbeleid van belang in de gaten te houden of de gestelde doelstellingen ook worden gehaald. Het Kempische klimaatbeleid kent zowel een lange termijn doelstelling, energieneutraal in 2025, als korte termijn doelstellingen, zoals verwoord in de uitvoeringsprogramma’s.

6.1 Monitoring energiegebruik en duurzame opwekking

De nulmeting van het energiegebruik in de Kempengemeenten laat zien hoe de regio er momenteel (in 2007) voorstaat. Om te weten welk resultaat de inspanningen voor energiebesparing en duurzame opwekking opleveren wordt het energiegebruik periodiek gemeten. De voorkeur is deze monitoring tweejaarlijks te doen. De tweede meting volgt dus in 2010, over het gebruik in het jaar 2009, en in 2012 wordt de energiesituatie van 2011 bepaald, enzovoorts.

Zodoende ontstaat er een reeks van metingen van zowel het gebruik als de opwekking, die kan worden afgezet tegen de berekende energiescenario’s naar 2025. Mocht de koers afwijken dan kan zo het beleid of de uitvoeringsplannen worden bijgesteld. Het instrument voor de nulmeting dat voor deze klimaatstudie is gebruikt, zal in de komende jaren verder worden verbeterd en zo worden aangepast dat het geschikt is voor de tweejaarlijkse monitoring.

6.2 Monitoring klimaatprojecten

Naast de grote lijn is het ook van belang te weten wat het effect is van de diverse klimaatprojecten binnen de regionale en gemeentelijke uitvoeringsprogramma’s. Van ieder project worden daarom vooraf de doelstellingen bepaald en de criteria waarop monitoring zal plaatsvinden. Op basis van de monitoringresultaten kan de effectiviteit en efficiëntie van de verschillende projecten bepaald worden. Zo wordt duidelijk welke werkwijzen het best gehanteerd kunnen worden om bij te dragen aan de energie- en klimaatdoelstellingen. Op basis hiervan kan het uitvoeringsprogramma worden bijgesteld.

Door de projectmonitoring wordt ook duidelijk welke vorderingen gemaakt zijn ten aanzien van energiebesparing en de opwekking van duurzame energie en waar nog verdere inspanningen nodig zijn. Samen met de energiemetingen per sector geeft dit een goed beeld van de stand van zaken in de Kempen en de koers op weg naar energieneutraliteit.

6.3 Monitoring integratie klimaatbeleid in de gemeente

De organisatorische borging van het klimaatbeleid in de Kempengemeenten is van groot belang voor het succes van het streven naar energieneutraliteit (zie paragraaf 4.1). Het is daarom nodig te weten hoe het proces van borging verloopt in de gemeentelijke organisaties. Daarom vindt periodieke monitoring van het integratieproces plaats.

De nulmetingen zijn verricht in 2008 (zie bijlage 2). Bij alle Kempengemeenten heeft een zogenaamd ‘assessment’ (evaluatie) plaatsgevonden met het instrument ‘Organisatorische borging van het Klimaatbeleid bij gemeenten’ om inzicht te geven in de huidige organisatie en de mogelijkheden die er zijn om een stap voorwaarts te zetten. Tweejaarlijks, in 2010 en 2012, zal met dit instrument de vorderingen in beeld worden gebracht. Tussentijds wordt zo duidelijk in welke afdeling de klimaatdoelstellingen wel of niet zijn geïntegreerd en waar extra maatregelen nodig zijn. De monitoringresultaten in 2012 kunnen worden gebruikt om te bepalen op welk ambitieniveau voor de volgende jaren klimaatbeleid gevoerd kan worden en hoeveel gemeentelijke middelen kunnen worden ingezet.

7 Communicatie

Communicatie speelt vanaf het begin een belangrijke rol in het Kempische klimaatbeleid. Communicatie is belangrijk omdat de hele gemeenschap bij het streven van de klimaatvisie betrokken moet worden. Klimaatverandering treft iedereen en elk individu kan zijn of haar steentje bijdragen. Om mensen te informeren over en te betrekken bij de visie, het beleid en de uitvoering, nu en tot in 2025 is een gedegen communicatieplan onmisbaar. In dit hoofdstuk wordt een eerste aanzet gegeven voor het communicatieplan. In de eerste fase van het uitvoeringsprogramma kan dit plan nader worden uitgewerkt.

7.1 Communicatiedoel

Communicatie is een middel om een doel te bereiken. Dit doel is direct afgeleid uit de klimaatvisie: De Kempengemeenten zijn in 2025 klimaatneutraal. Deze doelstelling kan worden ontleed in verschillende communicatiedoelen. Deze hangen samen met de fasen waarin de klimaatvisie wordt vertaald naar beleid en de uitvoering daarvan. Per fase onderscheiden we interne en externe communicatiedoelen. Een voorbeeld van een extern communicatiedoel in de beginfase is dat de inwoners van de Kempengemeenten op de hoogte zijn van het bestaan van de klimaatvisie en het doel van de visie. In volgende fasen wordt ook op projectniveau gecommuniceerd; dan kunnen specifieke doelgroepen worden betrokken en geïnformeerd over een bepaald project. Uiteraard gaat aan deze externe communicatiedoelen een intern communicatiedoel vooraf; de intern betrokkenen en verantwoordelijken van de vijf Kempengemeenten moeten voldoende afstemmen over de inhoud van de visie en de daaruit voortkomende projecten. Alleen als dat gebeurt, kan de klimaatvisie op gedegen wijze extern worden uitgedragen.

7.2 Communicatiedoelgroepen

De interne doelgroepen bestaan uit de beleidsmakers en uitvoerders “achter de schermen” en de externe doelgroepen zijn “de toeschouwers”, ofwel “het publiek”. Bij interne doelgroepen kan gedacht worden aan gemeentebesturen- en ambtenaren en een gemeentelijke projectgroep klimaat. Communicatie zal in eerste instantie vooral betrekking hebben op procesniveau. Voor de communicatie is het essentieel te weten wie de sleutelfiguren zijn, welke beslismomenten er komen en wat tot weerstand kan leiden. Externe doelgroepen kunnen uiteenlopen van inwoners en bedrijven tot scholen en verenigingen en natuurlijk het Kempen Klimaatplatform. Communicatie met externe doelgroepen zal meer plaatsvinden naarmate er meer of grotere belangen spelen. Pers kan gezien worden als een belangrijke intermediair omdat het een groot bereik heeft en bijdraagt aan de beeldvorming van het project. Ook het KKP kan een rol als intermediair vervullen.

7.3 Communicatiestrategie

Hoe de communicatiedoelen moeten worden bereikt verwoordt de communicatiestrategie. Deze strategie dient rekening te houden met de volgende projectkenmerken. De Kempische klimaatvisie is een omvangrijk project: het kent diverse subdoelen die verschillende thema’s en projecten beslaan. Dit kan tot een versnipperd beeld leiden. Ook is bij dit regionale project een groot aantal partijen met diverse belangen betrokken die gemeentegrenzen overschrijden. Daardoor kan het lastig worden om draagvlak te krijgen. Daarnaast is er sprake van een lange termijn doelstelling, wat betekent dat sommige resultaten pas later zichtbaar en meetbaar worden. Een gevolg daarvan kan zijn dat de aandacht voor het project verslapt. De genoemde projectkenmerken dwingen tot een communicatiestrategie die samenhang, zichtbaarheid, continuïteit en herkenbaarheid nastreeft. Een heldere boodschap, het gebruik van een overkoepelende projecthuisstijl (logo met slagzin), het scheppen van realistische verwachtingen en met regelmaat concrete resultaten melden vormen de onmisbare ingrediënten voor de communicatiestrategie van dit project. Voor de inzet van communicatiemiddelen betekent dit dat op regionaal niveau (overkoepelend) en op projectenniveau gebeurt. Een slagzin als ‘De Kempen energieneutraal’ kan op deze wijze als een terugkerende kreet op alle gelieerde projecten worden geplakt.

7.4 Communicatiemiddelen

Afhankelijk van de fase waarin het project zich bevindt en welke doelgroep bereikt moet worden wordt een communicatiemiddel ingezet. De communicatiemiddelen zijn gericht op interne, externe of intermediaire communicatie, waarbij te denken valt aan een nieuwsbrief, informatieavond en persbericht.

8. Financiën

8.1 Klimaat en kosten

Zorg voor het milieu gaat gepaard met investeringen. Investeringen die zich op termijn zullen terugverdienen. Hetzij door het besparen op energiekosten, hetzij doordat de kosten om klimaatverandering te voorkomen vele malen lager liggen dan de kosten van alle mogelijke negatieve gevolgen. Denk hierbij aan economische en materiële schade als gevolg van extreme klimaat- en weersveranderingen. Anderzijds geeft het opraken van de fossiele bronnen een financiële prikkel om op hernieuwbare bronnen over te stappen. Het opzetten en uitvoeren van de Kempische klimaatvisie is daarom lonend werk, maar het vereist wel een terugkerende investering van de gemeenten. De ambitie om in 2025 energieneutraal te zijn in de Kempen is hoog en uniek voor samenwerkende gemeenten. Toch kunnen de gemeenten zelf bepalen in welke mate zij hier financieel in investeren. In theorie kan een aanjaag- en regiefunctie voldoende zijn, wat de kosten beperkt houdt. De meeste projecten zullen echter vanuit de gemeenten worden geïnitieerd en er zal ook een voorbeeldfunctie verwacht worden. Deze klimaatprojecten kunnen de komende vier jaar rekenen op een financiële bijdrage van het Rijk. Voor de periode daarna is dat nog onbekend.

8.2 Begroting uitvoeringsprogramma

8.2.1 Begroting SLOK programma 2009 – 2012

De vijf Kempengemeenten hebben elk hun eigen uitvoeringsprogramma opgesteld en dit voorgedragen voor goedkeuring van het Rijk binnen het programma Stimulering Lokale Klimaatinitiatieven (SLOK). Indien de vierjarige programma’s en begrotingen worden goedgekeurd, krijgen de gemeenten een bijdrage uitgekeerd in het gemeentefonds. Deze bijdrage is een co-financiering van maximaal vijftig procent. De maximale bijdrage verschilt per gemeente, afhankelijk van de grootte van de gemeente (aantal inwoners en grootte van het oppervlak) en het aantal geplande klimaatprojecten. Grofweg komt het klimaatbudget neer op 30.000 à 40.000 euro per gemeente per jaar, waarvan de helft financiering door het Rijk. Dit budget vergoedt de kosten voor gemaakte uren en middelen voor inhuur en uitbesteding. Het is niet bedoeld als investeringsgeld in vaste activa of ondernemingen.

In bijlage 12 tot en met 16 zijn de uitvoeringsprogramma’s van alle vijf Kempengemeenten opgenomen, inclusief begroting en financiering voor de periode van 2009 tot 2012. Uiterlijk medio 2009 krijgen de gemeenten uitsluitsel of hun verzoek voor financiële ondersteuning van het klimaatprogramma wordt gehonoreerd.

8.2.2 Verwachte kosten op weg naar 2025

De inhoudelijke en financiële invulling van de periode na 2012 tot 2025 is nog grotendeels onbekend. Wel is duidelijk dat er in deze periode grote investeringen door alle partijen, inclusief de gemeenten, zullen moeten worden gedaan om de klimaatambitie te realiseren. Voor de Kempengemeenten zal de nadruk in eerste instantie van bewustwording en voorlichting verschuiven naar actieve participatie en investeringen. Daarbij zullen de gemeenten optreden als regisseurs ten aanzien van duurzame ontwikkeling, zoals dat nu bij ruimtelijke ordening gebeurt. Voor de eigen organisatie zal iedere gemeente duurzame investeringen moeten plegen om zelf energieneutraal te worden en, incidenteel, kunnen de gemeenten (mee-)financieren in particuliere klimaatinitiatieven.

De kosten voor de rol van promotor zullen de komende jaren toenemen, omdat hier nog veel te bereiken valt. De hoogte van de investeringen in de eigen organisatie zal per gemeente verschillen maar zullen naar verwachting fors toenemen. Een deel hiervan zal op termijn worden terugverdiend vanwege lagere energielasten. Over incidentele investeringen kan nu nog weinig gezegd worden, maar deze vallen buiten het bereik van de Kempische klimaatvisie en het klimaatbeleid.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 16 juli 2009.
 
 
De raad voornoemd,
de griffier,                                   de voorzitter,

Bijlagen 1 t/m 18