Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Gemeente Ede 2015

Geldend van 10-12-2015 t/m 09-12-2015

Intitulé

Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Gemeente Ede 2015.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede,

Overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen met het oog op een zorgvuldige afdoening van eventuele aanvragen voor nadeelcompensatie als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Ede 2015 (hierna aan te duiden als: “de AVOI”);

Gelet op artikel 10 van de AVOI alsmede artikel 3:4 lid 2 en het bepaalde in Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht (“Beleidsregels”);

Besluit:

Vast te stellen de volgende:

Beleidsregels over nadeelcompensatie als gevolg van het verplaatsen op verzoek van het college van burgemeester en wethouders of het anderszins nemen van maatregelen ten aanzien van in de openbare ruimte aanwezige kabels en/of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen (met uitzondering van kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet).

Hoofdstuk 1 Algemeen

Paragraaf 1.1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

De begripsbepalingen van de AVOI zijn op deze regeling van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken door het bepaalde in artikel 2.

Artikel 2

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a)

    instemmingsbesluit: een instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 4 van de AVOI;

  • b)

    vergunning: een vergunning die voor het in werking treden van de AVOI is verleend;

  • c)

    kabels en/of leidingen: kabels en/of leidingen als bedoeld in de AVOI, met uitzondering van kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet;

  • d)

    vitale transportkabels en/of -leidingen: kabels en/of leidingen, als bedoeld in onderdeel c, die gelegen zijn in een waterweg of waterkerende dijk of gekwalificeerd kunnen worden als een elektriciteitskabel met een nominale spanning hoger of gelijk aan 10 kV, een gasleiding met een nominale druk hoger dan 1 bar of een waterleiding met een nominale diameter groter of gelijk aan 300 mm;

  • e)

    nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen: het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen, waaronder het verplaatsen;

  • f)

    aanvraag: een aanvraag voor het nemen van een besluit aangaande nadeelcompensatie;

  • g)

    belanghebbende: netbeheerder als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de AVOI;

  • h)

    schadebedrag: financieel nadeel dat de belanghebbende lijdt als gevolg van de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege de gemeente (inclusief eventueel door belanghebbende aan derden verschuldigde BTW);

  • i)

    nadeelcompensatie: het bedrag dat op basis van deze regeling als schadevergoeding wordt toegekend aan de belanghebbende;

  • j)

    openbare ruimte: openbare gronden als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de AVOI;

  • k)

    college van burgemeester en wethouders: college van burgemeester en wethouder van de gemeente Ede.

Artikel 3

  • 1. Voor de uitvoering van werken en werkzaamheden als bedoeld in deze regeling is gelet op het bepaalde in artikel 4 van de AVOI een voorafgaand instemmingsbesluit vereist.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders meldt aan de netbeheerders het voornemen tot het aanbrengen van wijzigingen in eigendom en ingebruikneming door derden van openbare gronden waarin zich kabels en/of leidingen bevinden.

  • 3. Het college van burgemeester en wethouders draagt in het geval zoals genoemd in lid 2 van dit artikel, de zorg dat de ongestoorde ligging van kabels en leidingen wordt gehandhaafd door middel van het desgevraagd vooraf aan de netbeheerder verlenen van een recht van opstal voor die kabels en leidingen. De kosten voor het vestigen van een zakelijk recht komen in dat geval voor rekening van de netbeheerder / de koper.

Hoofdstuk 2 Nadeelcompensatie

Paragraaf 2.1. Nadeelcompensatie algemeen

Artikel 4

Indien een netbeheerder schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale maatschappelijke risico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college van burgemeester en wethouders hem op zijn verzoek een vergoeding toe.

Artikel 5

Het schadebedrag wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 2 van deze regeling. Bij die berekening worden uitsluitend de kosten van uit en in bedrijf stellen, ontwerp & begeleiding, uitvoering en materiaal betrokken.

Paragraaf 2.2. Nadeelcompensatie voor het geval de kabel en/of leiding van belanghebbende ligt in openbare ruimte ( met instemming of vergunning )

Artikel 6: nadeelcompensatie binnen 5 jaar na aanleg

Indien de netbeheerder binnen 5 jaren na de datum van inwerkingtreding van het instemmingsbesluit of vergunning maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing, bedraagt de nadeelcompensatie 100% van het schadebedrag.

Artikel 7: nadeelcompensatie tussen 6 jaar en 15 jaar c.q. tussen 6 en 30 jaar na aanleg

Indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen, niet zijnde vitale transportkabels en/of -leidingen, op grond van een aanwijzing in de periode gelegen vanaf 5 tot en met 15 jaren, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van het betrokken instemmingsbesluit of vergunning, zal de gemeente 80% van het schadebedrag vanaf het 6e jaar tot 0% vanaf het 16e jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie uitkeren volgens het schema weergegeven in bijlage 2. Het bedrag van de nadeelcompensatie is dan gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten voor ontwerp & begeleiding, materiaalkosten, kosten voor het uit en in bedrijf stellen en de uitvoeringskosten.

Voor vitale transportkabels en/of -leidingen geldt dat indien de netbeheerder maatregelen moet nemen op grond van een aanwijzing in de periode gelegen vanaf 5 tot en met 30 jaren, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van het betrokken instemmingsbesluit of vergunning, de gemeente 80% van het schadebedrag vanaf het 6e jaar tot 0% vanaf het 31e jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie zal uitkeren volgens het schema weergegeven in bijlage 3. Het bedrag van de nadeelcompensatie is dan gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten voor ontwerp & begeleiding, materiaalkosten, kosten voor het uit en in bedrijf stellen en de uitvoeringskosten.

Artikel 8: nadeelcompensatie vanaf 16 jaar c.q. vanaf 31 jaar na aanleg

Indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing na 15 jaar c.q. 30 jaar voor vitale transportkabels en/of -leidingen, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van zijn instemmingsbesluit of vergunning, wordt er geen nadeelcompensatie uitgekeerd.

Paragraaf 2.3. Nadeelcompensatie ingeval de kabel en/of leiding van de belanghebbende niet ligt in openbare ruimte ( zonder instemming of vergunning )

Artikel 9

De nadeelcompensatie bedraagt 100% van het schadebedrag (zie bijlage 4), indien:

  • a)

    de kabel en/of leiding van de netbeheerder is gelegen in of op de grond die hem krachtens het eigendomsrecht toebehoort, of;

  • b)

    de kabel en/of leiding ligt op basis van een ander zakelijk recht of;

  • c)

    op de kabel en/of leiding een gedoogplicht conform de Belemmeringenwet Privaatrecht (BP) rust.

Artikel 10

Rusten op de kabel en/of leiding van de netbeheerder geen van de rechten bedoeld in artikel 9, dan is het bedrag van de nadeelcompensatie gelijk aan de som van de kosten voor ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten (zie bijlage 5). De materiaalkosten en de kosten voor het uit en in bedrijf stellen worden niet vergoed.

Paragraaf 2.3 Algemene bepalingen bij vaststelling van nadeelcompensatie

Artikel 11

Het college van burgemeester en wethouders en de netbeheerder zullen bij het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken.

Artikel 12

Indien in bijzondere omstandigheden gronden aanwezig zijn om te concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van het schadebedrag ten laste van de netbeheerder moet blijven dan uit de toepassing van de paragrafen 2.2. of 2.3. voortvloeit, kan het college van burgemeester en wethouders van de bepalingen van die paragrafen gemotiveerd afwijken.

Artikel 13

  • 1. Indien vanwege het werk sprake is van meerdere (tijdelijke) maatregelen ten aanzien van dezelfde (vitale) kabel en/of leiding, is op de eerste (tijdelijke) maatregel deze regeling (zoals aangegeven in paragraaf 2.2) van toepassing en komen de kosten van de overige maatregelen ten laste van de gemeente. Bedoeld worden meerdere verleggingen op dezelfde locatie in een bepaalde periode van dezelfde (vitale) kabel en/of leiding.

  • 2. Lid 1 is niet van toepassing op (tijdelijke) voorzieningen van fysieke aard, zoals extra kabel- en leidingvoorzieningen die worden opgeheven zodra de definitieve maatregelen zijn gerealiseerd in samenhang met de voortgang van het infrastructuurproject. Dit wordt niet gezien als (tijdelijke) maatregelen, maar als een noodzakelijke uitvoeringswijze.

Artikel 14

Geen nadeelcompensatie vindt plaats als in het instemmingsbesluit of vergunning een bepaling is opgenomen dat binnen een periode van 5 jaren na de datum van inwerkingtreding van het instemmingsbesluit of vergunning, het nemen van maatregelen ten aanzien van de desbetreffende kabel en/of leiding is te voorzien in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden in de openbare ruimte waarin, of waarop de kabel en/of leiding is gelegen en in deze periode daadwerkelijk een aanwijzing als bedoeld in artikel 17 van deze regeling wordt gegeven.

Artikel 15

Als de aanwijzing niet wordt gegeven binnen de periode bedoeld in artikel 14 dan geldt het toepasselijke vergoedingsregime zoals in de paragrafen 2.2. of 2.3. van deze regeling is opgenomen.

Hoofdstuk 3 Bepalingen van procedurele aard

Paragraaf 3.1. Vooroverleg

Artikel 16

Het college van burgemeester en wethouders streeft naar overeenstemming met de netbeheerder over het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen (een technisch adequate oplossing tegen de maatschappelijk laagste kosten), uitvoering en planning. Het college van burgemeester en wethouders voert hiertoe vooroverleg met de netbeheerder.

Artikel 17

Het college van burgemeester en wethouders neemt het besluit tot een schriftelijke aanwijzing voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen, op grond van artikel 10 lid 1 van de AVOI, zo mogelijk op basis van overeenstemming zoals bereikt in het vooroverleg, als bedoeld in artikel 16. In het besluit is een omschrijving van het werk opgenomen met vermelding van het nemen van noodzakelijke maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen.

Paragraaf 3.2. Verzoek om vaststelling nadeelcompensatie

Artikel 18

  • a)

    De belanghebbende dient bij het indienen van een verzoek aan te tonen op welke datum instemmingsbesluit of vergunning is verleend voor het aanleggen van de desbetreffende kabel en/of leiding.

  • b)

    Indien niet kan worden aangetoond op welke datum instemmingsbesluit of vergunning is verleend dan wel op welke datum het leggen is aangevangen, wordt ervan uit gegaan dat de betreffende kabel en/of leiding langer dan 15 jaar c.q. 30 jaar voor vitale transportkabels en/of -leidingen aanwezig is.

Artikel 19

Belanghebbende dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een termijn van 5 jaar nadat hij een aanwijzing heeft gekregen tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen bij het college van burgemeester en wethouders een verzoek in om vaststelling van nadeelcompensatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het formulier, opgenomen in bijlage 1.

Artikel 20

Het verzoek bevat - onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht - ten minste:

  • a)

    een verwijzing naar de aanwijzing van het college van burgemeester en wethouders aan de netbeheerder tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen;

  • b)

    een naar kostensoort gespecificeerde opgave van het schadebedrag aan de hand van het model opgenomen in bijlage 1;

  • c)

    de hoogte van de nadeelcompensatie waarop belanghebbende aanspraak maakt.

Paragraaf 3.3. Besluit vaststelling nadeelcompensatie

Artikel 21

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders neemt binnen 8 weken na indiening van het verzoek een besluit:

    • a)

      om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit is ingediend na de termijn genoemd in artikel 19;

    • b)

      om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet of onvoldoende is onderbouwd en nadat de netbeheerder in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen binnen een termijn van 4 weken nadat het verzuim is kenbaar gemaakt aan netbeheerder;

    • c)

      om het verzoek om nadeelcompensatie geheel of gedeeltelijk toe te kennen;

    • d)

      om het verzoek af te wijzen.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders kan deze termijn eenmalig met 8 weken verdagen.

Paragraaf 3.4. Betaling nadeelcompensatie

Artikel 22

  • 1. Indien nadeelcompensatie is bepaald op basis van een vaste prijs zal het schadebedrag binnen 6 weken na vaststelling van de nadeelcompensatie en gereedkomen van de werkzaamheden worden overgemaakt, conform het bepaalde in artikel 4:87 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2. Indien nadeelcompensatie is bepaald op basis van voor- en nacalculatie zal na vaststelling van de definitieve nadeelcompensatie het schadebedrag worden overgemaakt.

Hoofdstuk 4 Kostentechnische bepalingen

Paragraaf 4.1. Algemeen

Artikel 23

De hoogte van de kosten voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen wordt vastgesteld op basis van de hierna volgende bepalingen. De kosten worden vastgesteld aan de hand van werkelijke kosten voor het nemen van de maatregelen. De kosten worden onderscheiden in:

  • -

    kosten van ontwerp en begeleiding;

  • -

    kosten van uit- en inbedrijfstellen;

  • -

    kosten van uitvoering;

  • -

    kosten van materiaal.

Paragraaf 4.2. Kosten van ontwerp en begeleiding

Artikel 24

  • 1. Onder kosten van ontwerp en begeleiding worden verstaan de kosten van werkzaamheden voorafgaand aan en tijdens de uitvoering. Het gaat om kosten van:

    • -

      overleg en correspondentie;

    • -

      directievoering en toezicht houden;

    • -

      detailengineering en daaruit voortvloeiende uitvoerende werkzaamheden;

    • -

      verplichtingen vanuit wet- en regelgeving;

    • -

      juridisch vrij maken van tracé;

    • -

      kosten ten behoeve van aanbesteden werk;

    • -

      kosten van benodigde instemmingsbesluiten en leges.

Paragraaf 4.3. Kosten van uit- en inbedrijfstellen

Artikel 25

Onder de kosten van het uit- en inbedrijfstellen worden verstaan:

  • -

    kosten van het spannings- of productloos maken van de kabel en/of leiding alsmede de kosten van het weer inbedrijfstellen van de kabel en/of leiding;

  • -

    kosten samenhangend met tijdelijke voorzieningen van operationele aard rechtstreeks verband houdende met het uit- en inbedrijfstellen.

Paragraaf 4.4. Uitvoeringskosten

Artikel 26

Onder uitvoeringskosten worden verstaan:

  • -

    kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden;

  • -

    kosten samenhangend met het verwijderen van verlaten kabels en/of leidingen;

  • -

    kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen;

  • -

    kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard.

Paragraaf 4.5. Materiaalkosten

Artikel 27

Onder materiaalkosten worden verstaan de kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de kabel en/of leiding en daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies.

Paragraaf 4.6. Bundeling werkzaamheden

Artikel 28

Indien sprake is van het bundelen van werkzaamheden van verschillende netbeheerders geeft de belanghebbende het college van burgemeester en wethouders inzicht in de verdeling van het gezamenlijke financiële nadeel.

Hoofdstuk 5 Overige en slotbepalingen

Artikel 29

  • 1. Deze regeling is van toepassing op werken en werkzaamheden waarover op het moment van in  werking treden nog geen overeenkomsten zijn aangegaan tussen de gemeente en belanghebbende.

  • 2. Deze regeling is niet van toepassing op het gemeentelijke rioleringsnet.

  • 3. Deze regeling is niet van toepassing bij het bouwrijp maken van grond ten behoeve van derden of activiteiten niet behorende tot de taak van de gemeente. De kosten komen in dat geval voor rekening van de betreffende opdrachtgever.

Artikel 30

Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 31

De regeling wordt aangehaald als:

Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Ede 2015.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 8 december 2015, onder nummer 40299.
de secretaris, w.g. WIELINGA
de burgemeester, w.g. VAN DER KNAAP

Bijlagen 1 tot en met 5

Toelichting: Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Gemeente Ede 2015

Hoofdstuk 1 Algemeen

 

Met enige regelmaat komt het voor dat de gemeente bij de uitvoering van haar taken ter behartiging van het algemeen belang besluiten neemt, dan wel werken uitvoert of doet uitvoeren, waardoor één of meer burgers of bedrijven onevenredig zwaar worden benadeeld. Deze besluiten of feitelijke handelingen zijn rechtmatig. Toch kan er onder omstandigheden een verplichting tot vergoeden van schade ontstaan. Deze verplichting is gebaseerd op het rechtsbeginsel van "égalité devant les charges publiques" (gelijkheid van openbare lasten).

Het college van burgemeester en wethouders is krachtens artikel 4:81 Awb bevoegd tot het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot een haar toekomende of onder haar verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door haar gedelegeerde bevoegdheid. Met het vaststellen van deze nadeelcompensatieregeling voor kabels en leidingen wordt beoogd een regeling in het leven te roepen op grond waarvan benadeelden voldoende zekerheid wordt verschaft op welke wijze een verzoek om nadeelcompensatie kan worden ingediend en volgens welke normen het eventuele nadeel dat niet ten laste van de benadeelde behoort te blijven, zal worden vergoed. De regeling roept geen nieuwe aansprakelijkheden in het leven, die naar de huidige stand van het recht niet reeds bestaan.

De gemeente zal alle binnen haar grondgebied aanwezige netbeheerders in een zo vroeg mogelijk stadium informeren over haar plannen. Daartoe worden op reguliere basis coördinatieoverleggen kabels en leidingen gehouden, waarvoor alle netbeheerders worden uitgenodigd. Doel van deze (niet vrijblijvende) bijeenkomsten is elkaar te informeren over de (wederzijdse) plannen ten aanzien van werkzaamheden en projecten in de openbare ruimte. De netbeheerders hebben dus ook een inspanningsverplichting om de gemeente te informeren. De planningen die onder andere besproken worden zijn meerjarenplannen, jaarplannen en plannen die op korte termijn worden gerealiseerd.

De regeling is gebaseerd op de binnen de gemeente te voorziene planningshorizon. De gemeente gaat er vanuit dat binnen 5 jaar na het verlenen van een instemmingsbesluit voor het leggen van een kabel en/of leiding in de openbare ruimte de gemeente geen werkzaamheden uitvoert, die verlegging van een conform een instemmingsbesluit (of in het verleden conform een vergunning) aangelegde kabel en/of leiding noodzakelijk maakt. Na deze 5 jaar wordt een periode van 6 t/m 15 jaar gehanteerd, waarbij het bedrag van nadeelcompensatie trapsgewijs wordt afgebouwd van 80% naar 0%.

Voor vitale transportkabels en/of -leidingen (kabels en/of leidingen die gelegen zijn in een waterweg of waterkerende dijk of gekwalificeerd kunnen worden als een elektriciteitskabel met een nominale spanning hoger of gelijk aan 10 kV, een gasleiding met een nominale druk hoger dan 1 bar of een waterleiding met een nominale diameter groter of gelijk aan 300 mm) wordt een termijn gehanteerd van 6 t/m 30 jaar, waarbij het bedrag van nadeelcompensatie trapsgewijs wordt afgebouwd van 80% naar 0%. Voor meer informatie wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting.

artikel 1

Aangezien de nadeelcompensatieregeling is gebaseerd op de AVOI zijn de daar gedefinieerde begrippen ook hier van toepassing.

artikel 2

Telecommunicatiekabels zijn uitdrukkelijk uitgezonderd van deze regeling. Deze kabels vallen onder de Telecommunicatiewet die voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en de kosten daarvan een geheel eigen regeling kent. Kort gezegd komt die regeling neer op: de aanbieder ligt om niet (moet worden gedoogd zonder dat daar een vergoeding voor verschuldigd is) en verlegt in principe ook om niet, voor zover het handelt om de oprichting van gebouwen (woningen) of de uitvoering van werken. Zie verder artikel 5.8 van de Telecommunicatiewet.

Het centrale begrip in de nadeelcompensatieregeling is ‘schadebedrag’. Het schadebedrag omvat uitsluitend de kosten die gemaakt moeten worden bij het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen, waaronder het verplaatsen. Uitgangspunt bij de bepaling van het schadebedrag bij het nemen van maatregelen zijn de werkelijke kosten. De werkelijke kosten omvatten alle directe kosten die de belanghebbende moet maken. Vermogenschade en inkomensschade worden niet als uitgangspunt genomen. Van het schadebedrag wordt een bepaalde percentage als nadeelcompensatie uitgekeerd. De nadeelcompensatie wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in deze regeling.

artikel 3

Behoeft geen verdere toelichting.

Hoofdstuk 2 Nadeelcompensatie

 

2.1. Nadeelcompensatie algemeen

 

artikel 4

Als het college van burgemeester en wethouders het besluit neemt om een aanwijzing te geven tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen – als gevolg van het voornemen tot uitvoering van een werk - en dit leidt voor een netbeheerder tot schade die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale maatschappelijke risico kan worden gerekend, dan kan de netbeheerder om nadeelcompensatie verzoeken. Op basis van deze regeling wordt bepaald of nadeelcompensatie toegekend wordt en hoe hoog het bedrag is dat wordt uitgekeerd.

 

artikel 5

Voor de hoogte van eventuele nadeelcompensatie zijn de artikelen in hoofdstuk 2 van de nadeelcompensatieregeling bepalend. De omvang van de nadeelcompensatie is afhankelijk van het schadebedrag. Het schadebedrag dient inzichtelijk te worden gemaakt aan de hand van de verschillende kostenposten.

 

2.2. Nadeelcompensatie voor het geval de kabel en/of leiding van belanghebbende ligt in

openbare ruimte ( met instemming of vergunning )

 

Paragraaf 2.2 bepaalt de hoogte van de nadeelcompensatie als de te verleggen, te verwijderen of aan te passen kabel en/of leiding van de netbeheerder ligt in de openbare ruimte.

 

Voor de vaststelling van de periode waarover nog nadeelcompensatie plaatsvindt is voor de overheid in beginsel de voorzienbaarheid het uitgangspunt. Welke periode kan worden overzien om te bepalen of een instemmingsbesluit of vergunning wordt afgegeven?

 

Voor vitale transportkabels en/of -leidingen spelen, in tegenstelling tot overige kabels en leidingen, naast voorzienbaarheid nog andere uitgangspunten een rol. De netbeheerder heeft onder andere in verband met zijn leveringszekerheid extra bescherming nodig dat deze specifieke kabels en/of leidingen voor een langere periode ongestoord in de grond mogen blijven liggen. Projecten waarvoor verlegging van vitale transportkabels en/of -leidingen toch noodzakelijk is, rechtvaardigen daarom het uitgangspunt dat de gemeente hiervoor over een periode van 30 jaar nadeelcompensatie verschuldigd is. Dit in tegenstelling tot de periode van 15 jaar nadeelcompensatie bij overige kabels en/of leidingen.

In bijlage 2 en bijlage 3 is met een grafiek en een tabel het schadevergoedingsregime opgenomen voor kabels en/of leidingen die onder de werkingssfeer van artikel 6, artikel 7 en artikel 8 vallen.

 

artikel 6: nadeelcompensatie binnen 5 jaar na aanleg

De periode van 5 jaren is de periode waarin redelijkerwijs voor de gemeente voorzienbaar is dat werken in de openbare ruimte plaats zullen gaan vinden. De termijn begint vanaf het moment van inwerkingtreding van het instemmingsbesluit of vergunning, dit omdat het moment van instemming of vergunnen vaststaat.

 

artikel 7: nadeelcompensatie tussen 6 jaar en 15 jaar c.q. tussen 6 en 30 jaar na aanleg

De termijn vanaf 6 tot en met 15 jaren is de periode waarin de voorzienbaarheid steeds minder wordt. Voor vitale transportkabels en/of -leidingen is de termijn opgehoogd naar 30 jaar.

 

artikel 8: nadeelcompensatie vanaf 16 jaar c.q. vanaf 31 jaar na aanleg

Werkzaamheden binnen het openbare gebied van de gemeente Ede zijn vooraf niet te voorzien op een termijn van 15 jaren of langer. Als een instemmingsbesluit of vergunning 16 jaar of langer geleden is afgegeven zal geen nadeelcompensatie worden uitgekeerd. Voor vitale kabels en/of leidingen zal geen nadeelcompensatie worden uitgekeerd vanaf het 31e jaar na aanleg. De kosten voor het nemen van maatregelen worden na de genoemde termijnen volledig tot het maatschappelijke risico van de netbeheerder gerekend. Daarvóór verschuift als gezegd het maatschappelijk risico stapsgewijs van 100% voor de gemeente gedurende de eerste 5 jaar steeds meer naar de netbeheerder.

 

2.3. Nadeelcompensatie ingeval de kabel en/of leiding van de belanghebbende niet ligt in

openbare ruimte ( zonder instemming of vergunning )

 

Paragraaf 2.3 handelt over de hoogte van de nadeelcompensatie indien de kabel en/of leiding van de netbeheerder verlegd, verwijderd of aangepast moet worden en niet in de openbare ruimte ligt.

Een verlegging van een kabel en/of leiding in niet-openbare grond is gezien vanuit het standpunt van deze nadeelcompensatieregeling altijd het gevolg van een verlegging van dezelfde kabel en/of leiding in openbare grond. Het is dus een oorzaak-gevolg kwestie.

 

artikel 9

Artikel 9 handelt over de situatie dat een kabel en/of leiding in openbaar gebied wordt verplaatst die gedeeltelijk ook op eigen terrein van de netbeheerder ligt. Het is mogelijk dat door de verplaatsing van de openbare kabel en/of leiding de niet-openbare kabel en/of leiding ook verplaatst dient te worden om de aansluiting op de openbare kabel en/of leiding te behouden. Dan dient de verplaatsing van de kabel en/of leiding gesplitst te worden in een gedeelte in openbare grond en een gedeelte in niet-openbare grond.

 

Voor de bepaling van de hoogte van de nadeelcompensatie is in dit artikel aangesloten bij hetgeen bepaald is in de Onteigeningswet. Dit betekent dat 100% van het schadebedrag vergoed zal worden.

We onderscheiden de situaties dat sprake is van ligging van een kabel en/of leiding in grond die in eigendom is van netbeheerder zelf, de kabel en/of leiding met een zakelijk recht ligt en of een recht krachtens de Belemmeringenwet Privaatrecht (BP) rust op de kabel en/of leiding enerzijds en overige rechtsposities anderzijds. Het onderscheid wordt gemaakt in aansluiting op gelijke bepalingen in de Overeenkomst op rijksniveau (NKL ’99). Ingevolge de regels van het onteigeningsrecht kan aanspraak worden gemaakt op volledige schadeloosstelling in geval een kabel en/of leiding ligt in grond die in eigendom is van de netbeheerder, ingeval er een zakelijk recht rust op deze kabel en/of leiding of een BP-gedoogplicht bestaat.

 

artikel 10

Indien de te verleggen, te verwijderen of aan te passen kabel en/of leiding niet in de openbare ruimte ligt en niet in grond van de netbeheerder, noch met een zakelijk recht of een gedoogplicht op basis van de Belemmeringenwet Privaatrecht, dan bestaat de nadeelcompensatie uit de kosten van ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten. De materiaalkosten en de kosten van uit- en in bedrijfstellen worden niet vergoed.

 

2.4. Algemene bepalingen bij vaststelling van nadeelcompensatie

 

Deze paragraaf bevat een aantal artikelen die betrekking hebben op de vaststelling van het bedrag van de nadeelcompensatie.

 

artikel 11

Partijen dienen, in het kader van de verwijdering, verlegging of aanpassing van een kabel en/of leiding schadebeperkend op te treden. Zij moeten rekening houden met de wederzijdse belangen bijvoorbeeld bij de technische oplossing of de keuze van het tracé. De te nemen maatregelen moeten gerealiseerd worden op basis van een technisch adequaat alternatief dat tegen de maatschappelijk laagste kosten gerealiseerd kan worden.

 

artikel 12

Dit artikel betreft de zogenaamde hardheidsclausule. Indien de netbeheerder of de gemeente kan aantonen dat door bijzondere omstandigheden toepassing van de paragrafen 2.2 of 2.3 van deze regeling tot een evident onredelijke nadeelcompensatie zou leiden, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten op basis van dit artikel de nadeelcompensatie aan te passen. Te denken valt aan voordeeltoerekening in verband met verbetering of van correctie van fouten. Of in het geval van risicoaanvaarding bij de netbeheerder.

 

artikel 13

Indien vanwege het werk sprake is van meerdere (tijdelijke) maatregelen, is op de eerste tijdelijke maatregelen deze nadeelcompensatieregeling van toepassing en komen de kosten van de overige maatregelen ten laste van de gemeente. Bedoeld worden meerdere tijdelijke maatregelen op dezelfde locatie in een voorzienbare periode van dezelfde kabel en/of leiding.

 

Met betrekking tot het tweede lid geldt dat een noodnet niet kan worden gezien als een (tijdelijke) voorziening. Dit wordt gezien als een uitvoeringswijze.

 

artikel 14

Als een instemmingsbesluit of vergunning wordt of is verleend aan een netbeheerder voor het leggen van een kabel en/of leiding op een locatie waarvan de gemeente vermoedt dat de kabel en/of leiding binnen 5 jaren verlegd zal moeten worden als gevolg van de uitvoering van haar werken en in het instemmingsbesluit of de vergunning daartoe een bepaling is opgenomen, dan zal geen nadeelcompensatie plaats vinden.

 

artikel 15

Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

 

Hoofdstuk 3 Bepalingen van procedurele aard

 

3.1. Vooroverleg

 

artikel 16

Het college van burgemeester en wethouders voert vooroverleg met de netbeheerder nadat de netbeheerder geïnformeerd is over de plannen en de consequenties voor betrokken kabels en/of leidingen.

Het college van burgemeester en wethouders streeft ernaar in het overleg tot overeenstemming te komen over de te nemen maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen. Tijdens het vooroverleg worden onder andere aspecten met betrekking tot de technische oplossing en planning aan de orde gesteld.

 

artikel 17

Het college van burgemeester en wethouders neemt het besluit tot het geven van een aanwijzing voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen. In het vooroverleg is overeenstemming bereikt of niet. Het aanwijzingsbesluit richt zich op de noodzaak tot het nemen van maatregelen en het tijdstip waarop dit gerealiseerd moet zijn. Het besluit handelt uitdrukkelijk niet over ontstane schade en nadeelcompensatie. Die aspecten komen aan de orde in het besluit dat genoemd wordt in artikel 21 en dat genomen kan worden nadat een verzoek om nadeelcompensatie is ingediend door de netbeheerder. De aanwijzing is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waardoor er mogelijkheden zijn voor bezwaar en beroep.

 

3.2. Verzoek om vaststelling nadeelcompensatie

 

artikel 18

De netbeheerder zal zelf de periode moeten aantonen van de ligging van de betreffende kabel en/of leiding op die locatie. In beginsel zal dit plaatsvinden met een instemmingsbesluit of vergunning.

Indien niet kan worden aangetoond op welke datum instemming of vergunning is verleend c.q. op welke datum het leggen is aangevangen, wordt er van uit gegaan dat de betreffende kabel en/of leiding langer dan 15 jaar c.q. 30 jaar aanwezig is.

 

artikel 19

De datum waarop een belanghebbende een aanwijzing heeft gekregen tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen is bepalend voor het ingaan van de termijn waarbinnen belanghebbende een verzoek om nadeelcompensatie kan indienen.

artikel 20

Om tot een beslissing te kunnen komen op het verzoek van de belanghebbende, zijn meer gegevens noodzakelijk dan in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht als minimum opgesomd is. De aanduiding van de aard en de omvang van de schade en de specificatie van het schadebedrag dienen daarom bepaald te worden op basis van te onderscheiden kostenposten, daarbij gebruik makend van het formulier van bijlage 1.

 

3.3. Besluit vaststelling nadeelcompensatie

 

artikel 21

Het college van burgemeester en wethouders neemt binnen 8 weken na indiening van het verzoek een besluit inhoudende één van de in dit artikel opgesomde mogelijkheden. Het verzoek om nadeelcompensatie wordt niet in behandeling genomen als deze meer dan 5 jaren nadat door het college van burgemeester en wethouders een aanwijzing is gegeven aan de netbeheerder voor het nemen van maatregelen wordt ingediend. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de te nemen maatregelen aan de kabel en/of leiding van belanghebbende niet door de gemeente wordt veroorzaakt. Het verzoek kan ook geheel of gedeeltelijk toegekend worden of geheel afgewezen worden. Indien de aanvraag onvoldoende gegevens bevat voor een beoordeling van het verzoek om nadeelcompensatie of voor de vaststelling van het schadebedrag zal belanghebbende 4 weken de gelegenheid krijgen om aanvullende informatie te verstrekken. De termijn van 8 weken na indiening van het verzoek om nadeelcompensatie, waarbinnen het college van burgemeester en wethouders een besluit neemt, wordt opgeschort met ingang van de dag waarop aanvullende informatie wordt gevraagd. Het besluit tot vaststelling van de nadeelcompensatie is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waarvoor de mogelijkheid van bezwaar en beroep bestaat. Het college van burgemeester en wethouders kan de termijn eenmalig met een redelijke termijn verlengen, met een maximum van 8 weken. Dit zal schriftelijk aan de belanghebbende worden medegedeeld.

 

3.4. Betaling nadeelcompensatie

 

artikel 22

Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Hoofdstuk 4 Kostentechnische bepalingen

 

4.1. Algemeen

 

artikel 23

Bij de bepaling van de nadeelcompensatie is sprake van een berekening op basis van de werkelijke kosten. Dit zijn de kosten die direct toegerekend kunnen worden aan het nemen van de maatregelen. Hierbij is van belang dat de te nemen maatregelen gerealiseerd moeten worden op basis van een technisch adequaat alternatief tegen de maatschappelijk laagste kosten ten opzichte van de meest voor de hand liggende variant.

 

4.2. Kosten van ontwerp en begeleiding

 

artikel 24

Onder kosten van ontwerp en begeleiding worden verstaan de kosten van werkzaamheden voorafgaand aan en tijdens de uitvoering.

 

4.3. Kosten van uit- en inbedrijfstellen

 

artikel 25

Tijdelijke voorzieningen van operationele aard zijn voorzieningen die benodigd zijn om de levering tijdens de uitvoering van een maatregel te waarborgen. Voorbeelden zijn extra kosten van personele aard ten behoeve van bedrijfsvoering en hulpmiddelen zoals watertanks, gasflessen en noodaggregaten.

 

4.4. Uitvoeringskosten

 

artikel 26

Kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden zijn bijvoorbeeld werkputten en ondersteuningen. Alle tijdelijke voorzieningen van fysieke aard die nodig zijn tijdens de bouw vallen onder de uitvoeringskosten. Onder tijdelijke voorzieningen van fysieke aard worden alle tijdelijke fysieke leidingverbindingen verstaan die de netbeheerder moet aanleggen en later

buiten bedrijf moet stellen. Deze kosten houden nauw verband met de noodzakelijke continuïteit van het bedrijfsproces van de betrokken netbeheerder. Het betreffen voorzieningen die worden opgeheven zodra de definitieve maatregelen zijn gerealiseerd. De kosten die de aannemer moet maken om de leiding uit de grond te halen vallen onder uitvoeringskosten.

 

Ook het opslaan in hanteerbare stukken en het transport op de bouwlocatie zijn uitvoeringskosten. De kosten samenhangend met de uitvoering van het verwijderen van verlaten leidingen vallen eveneens onder uitvoeringskosten. De kosten voor de afvoer van vrijgekomen materialen naar een tijdelijk werkterrein behoren tot de uitvoeringskosten.

 

4.5. Materiaalkosten

 

artikel 27

Onder materiaalkosten worden in elk geval verstaan kosten van leidingcomponenten, kosten van elektrotechnische, werktuigbouwkundige en civieltechnische materialen, alsmede kosten van bouwmaterialen, alsmede kosten van bouwmaterialen bestemd voor gebouwen waarin delen van leidingsystemen worden ondergebracht. Transportkosten en stortkosten van vrijgekomen leidingen vanaf de bouwlocatie naar de stort of verwerkingslocatie behoren tot de materiaalkosten (behalve de

stortkosten ingeval de leiding asbesthoudende stoffen bevat. Hierbij is in aanmerking genomen dat deze kosten bij vervanging van de leiding op eigen initiatief ook ten laste komen van netbeheerder). De materiaalkosten van constructieve en/of bijzondere voorzieningen die worden veroorzaakt door eisen van derden (en niet door gemeente) vallen onder de materiaalkosten.

 

4.6. Bundeling werkzaamheden

 

artikel 28

In geval van bundeling van werkzaamheden van verschillende netbeheerders moeten de kosten worden verdeeld over de netbeheerders. De projectkosten worden verdeeld in direct aan de netbeheerders toe te delen kosten en gezamenlijke kosten. De direct toe te delen kosten zijn kosten van in- en uitbedrijfstellen en materiaalkosten, exclusief de extra materialen die nodig zijn voor de gezamenlijke kruising. De gezamenlijke kosten zijn de uitvoeringskosten, ontwerp en begeleiding en de extra materialen die nodig zijn om gezamenlijk te kruisen. De verdeelsleutel voor de gezamenlijke kosten wordt bepaald op basis van de afzonderlijke fictieve kosten van uitvoering en ontwerp en begeleiding die zouden moeten worden gemaakt als elke netbeheerder afzonderlijk zou kruisen.

Hoofdstuk 5 Overige en slotbepalingen

 

artikel 29

Deze bepaling bevat het overgangsrecht. Deze nadeelcompensatieregeling is uitsluitend van toepassing op werken waarvoor op het moment van in werking treden nog geen (schriftelijke) afspraken zijn. Daarnaast is deze regeling niet van toepassing op het gemeentelijke rioleringsnet en bij het bouwrijp maken van grond ten behoeve van derden of activiteiten niet behorende tot de taak van de gemeente.

 

artikel 30

Behoeft geen nadere toelichting.

 

artikel 31

Behoeft geen nadere toelichting.