Nadere subsidieregels Cultuur 2015-2019

Geldend van 05-12-2018 t/m heden

Intitulé

Nadere subsidieregels Cultuur 2015-2019

NADERE SUBSIDIEREGELS CULTUUR 2015-2019

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen
  • 1  Brongerichte duurzaamheidsmaatregelen: maatregelen die bijdragen aan het duurzaam produceren/organiseren van een cultureel festival of evenement.

  • 2  Creatieve industrie: architectuur, vormgeving, e-cultuur (waaronder digitale cultuur en artscience) en alle mogelijke cross-overs.

  • 3  Culturele activiteiten/cultureel aanbod: activiteiten/aanbod op het gebied van kunst en cultuur.

  • 4  Culturele festivals en evenementen: festivals en evenementen waarbij de samenhangende onderdelen hoofdzakelijk bestaan uit activiteiten/aanbod op het gebied van kunst en cultuur.

  • 5 Cultureel ondernemerschap: de vertaling van artistieke en culturele waarde naar inkomsten en vernieuwende bedrijfsvoering.

  • 6  Effectgerichte duurzaamheidsmaatregelen: maatregelen die bijdragen aan het duurzaam gedrag van bezoekers op culturele festivals of evenementen.

  • 7  Euregionale culturele samenwerking: grensoverschrijdende activiteiten die qua inhoud, samenwerkingsverbanden en/of uitstraling op Euregionale schaal plaatsvinden, tussen tenminste twee partijen, waarvan één partij uit Nederlands-Limburg en één partij van over de grens uit de Euregio Rijn-Maas Noord of Euregio Maas-Rijn.

  • 8  Festival of evenement: een publieke en georganiseerde gebeurtenis / manifestatie / happening / event, gericht op vermaak van een groot publiek gedurende een afgeronde periode. Een festival of evenement bestaat uit een aantal onderdelen die allemaal samen één geheel vormt. Het geheel aan onderdelen staat voor een succesvol festival of evenement. Een festival of evenement hoeft niet tijdens één of meer aaneengesloten dagen plaats te vinden; de onderdelen die samen één geheel vormen kunnen ook met tussenpozen plaatsvinden, waarbij de onderdelen binnen de periode van 1 jaar dienen plaats te vinden.

  • 9  Gezonde bedrijfsvoering: instellingen werken vraaggericht met een focus op de markt en op professionele, inhoudelijke en maatschappelijke ontwikkelingen vanuit een eigen visie en strategie. Instellingen werken aan het verbreden van hun financiële basis om minder afhankelijk te zijn van overheidsinkomsten.

  • 10  Kunst en cultuur: de producten en activiteiten op het brede gebied van de kunsten (waaronder architectuur, beeldende kunst en vormgeving, letteren, podiumkunsten, creatieve industrie en cross-overs tussen deze disciplines). Het gaat om objecten of handelingen die door mensen zijn gemaakt of bedacht en vooral door de artistieke kwaliteiten van het werk worden gewaardeerd. Kunst en cultuur zijn dynamisch, de grenzen tussen verschillende kunstdisciplines veranderen met de tijd. Voorbeelden van objecten zijn een schilderij, land art, een interactieve installatie, een gedicht of een film. Voorbeelden van handelingen zijn een concert, een toneelproductie, een musicaluitvoering, een performance of de uitvoering van een choreografie.

  • 11 Matchmaking: het met elkaar in contact brengen van twee of meerdere personen of organisaties, met het oogmerk van toekomstige zakelijke samenwerking.

  • 12  Project: een in tijd afgebakend samenhangend geheel van culturele activiteiten, met een duidelijk geformuleerd doel en eindresultaat.

  • 13  SMART:

    • -

       Specifiek: zo concreet mogelijk aangeven wie, wat, waar, wanneer, hoe.

    • - Meetbaar: zo veel mogelijk in maat en getal uitdrukken.

    • Acceptabel: activiteiten dienen te passen binnen het Beleidskader Cultuur 2015-2019 en het Uitvoeringsprogramma Cultuur van het jaar/de jaren waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt en draagvlak te hebben.

    • -

       Realistisch: activiteiten dienen binnen de gestelde tijd, financiële en personele randvoorwaarden te kunnen worden gerealiseerd.

    • -

       Tijdgebonden: vooraf vastleggen welke activiteiten op welk moment plaatsvinden en/of gehaald moeten zijn.

  • 14  Talent: een persoon die studeert aan of afgestudeerd is aan een (inter)nationale kunstvakopleiding met ambitie om door te groeien in zijn of haar professionele ontwikkeling.

  • 15  Talentontwikkeling: het duurzaam creëren van mogelijkheden voor (jong) talent om zich te ontwikkelen en professioneel door te groeien.

Artikel 2 Doelstelling/doel van de regeling

Stimuleren van projecten/activiteiten passend binnen onderstaande speerpunten die bijdragen aan de uitvoering van het beleid zoals beschreven in het Beleidskader Cultuur 2015-2019: Accentennotitie Cultuur ‘Bloeiend Limburg’ en het Uitvoeringsprogramma Cultuur 2018-2019 ‘Limburg: Podium voor culturele kracht’:

  • -

     Euregionale culturele samenwerking;

  • -

     Creatieve industrie;

  • -

     Festivals en evenementen, bestaande uit:

    • o

       Culturele festivals en evenementen;

    • o

       Bovenregionale carnavalsgerichte festivals en evenementen;

  • -

     Regionale (jeugd) orkesten gericht op talentontwikkeling.

Hoofdstuk 2 Criteria

Artikel 3 Algemene subsidiecriteria

Om voor een subsidie in aanmerking te komen, gelden de volgende algemene criteria:

  • 1.

     Er moet sprake zijn van een Limburgs belang. Hiervan is sprake als:

    • a.

       aanvrager een duidelijke relatie met Limburg heeft op basis van domicilie, afkomst en/of werkterrein;

    • b.

       aanvrager is gevestigd in Nederlands-Limburg; en/of

    • c.

       het project en/of de activiteiten in Nederlands-Limburg plaatsvinden.

  • 2.

     Binnen deze regeling is voor eenzelfde (terugkerend) project/activiteit éénmaal per kalenderjaar subsidie mogelijk.

  • 3.

     Het project moet in de periode 1 januari 2016 tot en met 31 december 2019 starten.

  • 4.

     Subsidieaanvrager (in het geval van een rechtspersoon) voert een gezonde bedrijfsvoering.

Artikel 4 Afwijzingsgronden

In aanvulling op artikel 17 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v., wordt de subsidieaanvraag afgewezen indien:

  • 1.

     het project niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2;

  • 2.

     de subsidieaanvraag niet is ingediend door een aanvrager zoals gesteld in de betreffende bijlage waarbinnen subsidie wordt aangevraagd;

  • 3.

     niet wordt voldaan aan (één van) de algemene subsidiecriteria in artikel 3 en/of het gestelde in de betreffende bijlage waarbinnen subsidie wordt aangevraagd;

  • 4.

    de Provincie Limburg dezelfde activiteit/project al op een andere wijze subsidieert en/of financiert, met uitzondering van bijdragen van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg en/of het Cultuurparticipatiefonds Limburg. Bijdragen ontvangen van het Huis voor de Kunsten Limburg in het kader van de Motie Volkscultuur of in de vorm van een projectbijdrage óf bijdragen ontvangen van de Stichting Popmuziek Limburg in de vorm van een projectbijdrage, worden hierbij beschouwd als subsidiëring/financiering door de Provincie Limburg;

  • 5.

     de subsidieaanvraag betrekking heeft op activiteiten die gericht zijn op de continuïteit van een onderneming/instelling;

  • 6.

     de subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 8;

  • 7.

     de aanvraag om een projectsubsidie Culturele festivals en evenementen (bijlage 3 A) betrekking heeft op:

    • a.

       een culinair festival of evenement;

    • b.

       een carnavalsgericht festival of evenement;

    • c.

       een winterfestival of –evenement (waaronder intocht Sinterklaas, kerstmarkten);

    • d.

       een festival of evenement bestemd voor een zeer selecte groep (bijvoorbeeld studenten).

    • e.

      specifieke tentoonstelling(en), expositie(s), theater- of toneelvoorstelling(en).

Hoofdstuk 3 Financiële aspecten

Artikel 5 Subsidieplafond
  • 1  Gedeputeerde Staten stellen de subsidieplafonds van deze nadere subsidieregels jaarlijks vast.

  • 2  De wijze van verdeling van de subsidieplafonds kunt u raadplegen op www.limburg.nl/subsidies > subsidieplafonds.

Artikel 6 Subsidiebedrag

Bij de bepaling van het subsidiebedrag houden Gedeputeerde Staten rekening met:

  • a.

     de mate waarin het project een bijdrage levert aan de invulling van het provinciaal beleid;

  • b.

     de mate van eigen (financiële) verantwoordelijkheid van de aanvrager; en

  • c.

     de mate waarin medefinanciering door derden plaatsvindt.

Hoofdstuk 4 Aanvraagprocedure

Artikel 7 Indienen aanvraag
  • 1  Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van het standaard aanvraagformulier dat geplaatst is op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/subsidies > actuele subsidieregelingen.

  • 2  De aanvraag dient een volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend standaard aanvraagformulier te bevatten en te zijn voorzien van alle bijlagen zoals aangegeven in het formulier en dient te worden verzonden naar het op het formulier aangegeven adres (Gedeputeerde Staten van Limburg, Cluster Subsidies, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht).

  • 3  De volgende bijlagen dienen in ieder geval aan het aanvraagformulier te worden toegevoegd:

    • a.

       SMART-geformuleerd projectplan waarin inzicht wordt gegeven op welke wijze wordt voldaan aan de algemene subsidiecriteria en het gestelde in de betreffende bijlage waarbinnen subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

       Sluitende, reële en gespecificeerde begroting conform format begroting projectsubsidies Provincie Limburg.

Artikel 8 Termijn voor indienen aanvraag
  • 1  De subsidieaanvraag kan vanaf 1 december 2015 worden ingediend en dient ten minste 12 weken voor de aanvang van het project/de activiteiten en uiterlijk 30 september 2019 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten.

  • 2  Voor projecten die starten in januari en februari 2016 geldt de 12 weken termijn niet, maar de aanvraag dient wél vóór aanvang van het project, respectievelijk de activiteiten, te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten.

  • 3  Voor de datum van ontvangst is de datum van de ontvangststempel van de Provincie Limburg bepalend.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 9 Hardheidsclausule
  • 1  In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen Gedeputeerde Staten.

  • 2  Indien toepassing van het bepaalde in deze regeling, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, tot kennelijke onbillijkheden leidt, dan kunnen Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken.

Artikel 10 Overgangsrecht
  • 1 De Nadere subsidieregels Cultuur 2014-2016 worden bij inwerkingtreding van deze Nadere subsidieregels ingetrokken.

  • 2  Voor subsidiebesluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van de Nadere subsidieregels Cultuur 2015-2019 blijven de Algemene Subsidieverordening 2012 Provincie Limburg en de daarop gebaseerde Nadere subsidieregels Cultuur 2014-2016 van toepassing, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.

  • 3 Voor subsidieaanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van de Nadere subsidieregels Cultuur 2015-2019 en waarover bij inwerkingtreding van de Nadere subsidieregels Cultuur 2015- 2019 nog niet is beslist, blijven de Algemene Subsidieverordening 2012 Provincie Limburg en de daarop gebaseerde Nadere subsidieregels Cultuur 2014-2016 van toepassing, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject, tenzij Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat de aanvrager in zijn belangen wordt geschaad. In dat laatste geval handelen Gedeputeerde Staten overeenkomstig de Nadere subsidieregels Cultuur 2015-2019.

Artikel 11 Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel
  • 1.

     Deze Nadere subsidieregels treden in werking met ingang van de dag na de dag van publicatie in het Provinciaal Blad.

  • 2.

     Deze Nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.

  • 3.

     Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere subsidieregels Cultuur 2015-2019”.

Ondertekening

de voorzitter,

dhr. drs. Th.J.F.M. Bovens

secretaris

dhr. mr. A.C.J.M. de Kroon

Bijlage 1 Projectsubsidie Euregionale culturele samenwerking

Sluit aan bij onderdeel

Programma 2.2. Cultuur

Programmalijn 2.2.1. Cultuur

Activiteit

Euregionale culturele samenwerking.

Aanvrager

Natuurlijke personen en rechtspersonen

Toepassingsgebied

- Euregio Rijn-Maas Noord

- Euregio Maas-Rijn

Specifieke subsidiecriteria

Projecten moeten aan alle hieronder vermelde criteria voldoen:

- Het project richt zich op de totstandkoming en/of intensivering van Euregionale culturele samenwerking tussen in ieder geval een partij uit Nederlands-Limburg met ten minste één partij van over de grens uit de Euregio Rijn-Maas Noord of Euregio Maas-Rijn. Deze samenwerking dient niet alleen te bestaan uit het leveren van één of meerdere producten of diensten door één van de partijen aan de andere partij(en);

- Het project draagt vanuit deze Euregionale culturele samenwerking bij aan het realiseren van een concreet cultureel aanbod;

- Ten minste één van de betrokken partners is de partij die het cultureel aanbod uitvoert;

- Het project bereikt een Euregionaal publiek voor het cultureel aanbod. Bijvoorbeeld door middel van tweetalige communicatie/PR over de activiteiten.

Subsidiebedrag

- Het subsidiebedrag voor een projectaanvraag bedraagt nooit meer dan 35% van de totale subsidiabele kosten.

- Indien voor een cultureel project of activiteit in enig jaar subsidie is verstrekt, daalt voorgenoemd percentage bij iedere daarop volgende subsidieverstrekking voor eenzelfde (terugkerend) cultureel project of activiteit met 5%.

- Subsidies onder de € 1.000,00 worden niet verstrekt.

Niet-subsidiabele kosten

Naast de in artikel 15, van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v. genoemde niet-subsidiabele kosten, zijn ook de volgende kosten niet subsidiabel. Het betreft kosten die gerelateerd zijn aan:

- reis- en verblijfkosten (bij concertreizen);

- drukwerk voor boeken en schriftelijke publicaties (behoudens ten behoeve van de communicatie/PR over de activiteiten);

- oprichten en onderhouden van websites;

- onvoorziene uitgaven (post onvoorzien);

- consumptieve kosten (drank, eten, en dergelijke).

- reprise, herdruk of heruitgave.

Bijlage 2 Projectsubsidie Creatieve industrie

Sluit aan bij onderdeel

Programma 2.2. Cultuur

Programmalijn 2.2.1. Cultuur

Activiteit

Projecten op het gebied van creatieve industrie.

Aanvrager

Natuurlijke personen en rechtspersonen

Toepassingsgebied

- Nederlands-Limburg

- Euregio Maas Rijn

- Euregio Rijn Maas Noord

- Eindhoven

- Noordrijn-Westfalen

- Vlaanderen

Specifieke subsidiecriteria

Projecten moeten aan één of meerdere van hieronder vermelde criteria voldoen:

- Het project versterkt het cultureel ondernemerschap van personen die werkzaam zijn in de creatieve industrie of een opleiding daartoe volgen.

- Het project bevordert matchmaking en/of kennisuitwisseling tussen personen die werkzaam zijn in de creatieve industrie of een opleiding daartoe volgen en/of het bedrijfsleven en/of onderwijsinstellingen en/of kennisinstellingen en/of onderzoeksinstellingen.

- In het project worden door personen die werkzaam zijn in de creatieve industrie of een opleiding daartoe volgen methodes, producten en/of toepassingen ontwikkeld.

- Het project versterkt de zichtbaarheid en de promotie van de Limburgse creatieve industrie.

Subsidiebedrag

- Het subsidiebedrag voor een projectaanvraag bedraagt nooit meer dan 35% van de totale subsidiabele kosten.

- Indien voor een cultureel project of activiteit in enig jaar subsidie is verstrekt, daalt voorgenoemd percentage bij iedere daarop volgende subsidieverstrekking voor eenzelfde (terugkerend) cultureel project of activiteit met 5%.

- Subsidies onder de € 2.500,00 worden niet verstrekt.

Aanvullend subsidiebedrag

- Bovenop het subsidiebedrag zoals gesteld in artikel 6 en het bepaalde in deze bijlage kan voor het project een aanvullende subsidie worden verstrekt van maximaal 5% van het te verstrekken subsidiebedrag, indien naast een projectdeelnemer uit de creatieve industrie een bedrijf, onderwijs-, kennis- en/of onderzoeksinstelling inhoudelijk en/of financieel deelnemer is binnen het project.

Niet-subsidiabele kosten

Naast de in artikel 15, van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v. genoemde niet-subsidiabele kosten, zijn ook de volgende kosten niet subsidiabel. Het betreft kosten die gerelateerd zijn aan:

- drukwerk voor boeken en schriftelijke publicaties;

- oprichten en onderhouden van websites;

- onvoorziene uitgaven (post onvoorzien);

- consumptieve kosten (drank, eten, en dergelijke);

- reprise, herdruk of heruitgave;

- een seriële productie;

Bijlage 3A Projectsubsidie Culturele festivals en evenementen

Sluit aan bij onderdeel

Programma 2.2. Cultuur

Programmalijn 2.2.1. Cultuur

Activiteit

(Boven) regionale culturele festivals en evenementen met een uitstraling naar heel Limburg en/of de Euregio Rijn-Maas Noord / Euregio Rijn-Maas

Aanvrager

Natuurlijke personen en rechtspersonen

Toepassingsgebied

Nederlands-Limburg met een uitstraling naar heel Limburg en/of de Euregio Rijn-Maas Noord / Euregio Rijn-Maas

Specifieke subsidiecriteria

Projecten moeten aan alle hieronder vermelde criteria voldoen:

- Het cultureel festival of evenement heeft een publieksbereik van ten minste 2500 bezoekers;

- Het cultureel festival of evenement moet een podium bieden aan talenten;

- Het cultureel festival of evenement ,pet aandacht besteden aan jonge/nieuwe kunstvormen en/of aandacht besteden aan speciale (kwetsbare bezoekersdoelgroepen;

- Het cultureel festival of evenement moet financieel ondersteund worden door minimaal één partner uit de private sector én door minimaal één gemeente..

Subsidiebedrag

- Het subsidiebedrag voor een projectaanvraag bedraagt nooit meer dan 35% van de totale subsidiabele kosten en zal niet hoger zijn dan de financiële bijdrage(n) van de gemeente(n) voor het betreffende festival of evenement. Alleen in uitzonderlijke gevallen, wanneer er sprake is van een bijdrage van private partners van ten minste 70% van de totale subsidiabele kosten én Gedeputeerde Staten van mening zijn dat er sprake is van een bijzondere culturele waarde, kan het subsidiebedrag hoger zijn dan de bijdrage(n) van de gemeente(n) voor het betreffende festival of evenement.

- Indien voor een cultureel project of activiteit in enig jaar subsidie is verstrekt, daalt voorgenoemd percentage van 35% bij iedere daarop volgende subsidieverstrekking voor eenzelfde (terugkerend) cultureel project of activiteit met 5%.

- Subsidies onder de € 2.500,00 worden niet verstrekt.

Aanvullende subsidiebedrag

Bovenop het subsidiebedrag zoals gesteld in artikel 6 en het bepaalde in deze bijlage kan voor het culturele festival of evenement een aanvullende subsidie worden verstrekt van maximaal 20% van het te verstrekken subsidiebedrag, indien:

- Popmuziek: het cultureel festival of evenement een podium biedt aan talenten in de popmuziek (aanvullend subsidiebedrag van 10% van het te verstrekken subsidiebedrag);

en/of

- Duurzaamheid/Limburgs landschap (aanvullende subsidiebedrag van 10% van het te verstrekken subsidiebedrag:

   a. op het cultureel festival of evenement brongerichte en/of effectgerichte duurzaamheidsmaatregelen worden gehanteerd; en/of

   b. op het cultureel festival of evenement de stedelijke omgeving en/of Limburgs landschap als een wezenlijk onderdeel van de culturele programmaonderdelen op het cultureel festival of evenement worden benut.

 

Naast de in artikel 15, van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v. genoemde niet-subsidiabele kosten, zijn ook de volgende kosten niet subsidiabel. Het betreft kosten die gerelateerd zijn aan:

- drukwerk voor boeken en schriftelijke publicaties;

- oprichten en onderhouden van websites;

- onvoorziene uitgaven (post onvoorzien);

- consumptieve kosten (drank, eten, en dergelijke);

- reprise, herdruk of heruitgave.

Bijlage 3B Bovenregionale carnavalsgerichte festivals en evenementen

Sluit aan bij onderdeel

Programma 2.2. Cultuur

Programmalijn 2.2.1. Cultuur

Activiteit

Bovenregionale carnavalsgerichte festivals en evenementen met een uitstraling naar heel Limburg en/of de Euregio Rijn-Maas Noord / Euregio Rijn-Maas

Aanvrager

Rechtspersonen die de volgende carnavalsgerichte festivals en evenementen organiseren:

- Boetegewone Boetezitting Venlo;

- Sjtasiefestatie Roermond;

- Groeëte Gulpener Vasteloavesfinale;

- Tiener Vasteloavesleedjes Konkoer (TVK);

- Kinder Vasteloavend Leedjesfestival (KVL).

Toepassingsgebied

Nederlands-Limburg met een uitstraling naar heel Limburg en/of de Euregio Rijn-Maas Noord / Euregio Rijn-Maas

Specifieke subsidiecriteria

Er dienst sprake te zijn van een gemeentelijke cofinanciering voor het carnavalsgerichte festival en evenement.

Subsidiebedrag

De subsidie bedraag € 5.000,00.

Bijlage 4 Regionale (jeugd) orkesten gericht op talentontwikkeling

Sluit aan bij onderdeel

Programma 2.2. Cultuur

Programmalijn 2.2.1. Cultuur

Activiteit

Regionale (jeugd)orkesten die activiteiten organiseren gericht op talentontwikkeling en daarbij een bijzondere rol vervullen binnen het culturele veld in Limburg.

Aanvrager

Rechtspersonen die hiervoor in aanmerking komen:

- Limburgs Fanfare Orkest;

- Limburgse Bond voor Muziekgezelschappen;

- Brassband Limburg.

Toepassingsgebied

Nederlands-Limburg

Specifieke subsidiecriteria

Er dient sprake te zijn van een activiteit gericht op talentontwikkeling binnen de genoemde (jeugd)orkesten.

Subsidiebedrag

De subsidie bedraagt € 7.500,00.