Verordening schadevergoeding waterschap Brabantse Delta

Geldend van 01-11-2015 t/m heden

Intitulé

Verordening schadevergoeding waterschap Brabantse Delta

Het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta;

gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 29 september 2015, nummer 15IT024206

gelet op het bepaalde in de Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht

B E S L U I T :

vast te stellen de :

VERORDENING SCHADEVERGOEDING WATERSCHAP BRABANTSE DELTA

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bestuur: het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta;

  • b.

    adviseur: adviseur als bedoeld in artikel 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    schade: schade als bedoeld in artikel 7.14 e.v. van de Waterwet;

  • d.

    verzoeker: degene die een verzoek indient als bedoeld in artikel 2 van deze Verordening;

Hoofdstuk 2 Het verzoek

Artikel 2 Het verzoek om schadevergoeding

  • 1.

    Een verzoek om vergoeding van schade wordt schriftelijk ingediend bij het bestuur.

  • 2.

    Het verzoek wordt ondertekend en bevat tenminste:

    • a.

      de naam en het adres van de verzoeker;

    • b.

      de dagtekening;

    • c.

      een aanduiding van de schadeveroorzakende gebeurtenis;

    • d.

      een vermelding van de reden of redenen waarom het bestuur gehouden zou zijn de schade te vergoeden die het gevolg is van de onder c bedoelde gebeurtenis;

    • e.

      een opgave van de aard van de geleden of te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan;

    • f.

      een kaart die voldoende nauwkeurig de ligging van de getroffen percelen in het gebied aangeeft, waarop de schade geleden is en waarop het verzoek om toekenning van schadevergoeding op grond van deze verordening betrekking heeft.

  • 3.

    De verzoeker verschaft tevens de gegevens en bescheiden die voor het nemen van een beschikking op zijn verzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

  • 4.

    Het bestuur bevestigt de ontvangst van het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken, en stelt de verzoeker in kennis van de op grond van deze Verordening te volgen procedure.

  • 5.

    Indien naar het oordeel van het bestuur niet of onvoldoende is voldaan aan het bepaalde in het tweede of het derde lid stelt het bestuur de verzoeker in de gelegenheid het verzuim te herstellen binnen een door het bestuur te stellen termijn.

Artikel 3 Afdoening van het verzoek zonder externe advisering

  • 1.

    Het bestuur neemt het verzoek niet in behandeling indien het niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 is ingediend en van de geboden gelegenheid om het verzuim te herstellen niet tijdig of onvoldoende gebruik is gemaakt.

  • 2.

    Het bestuur zendt het besluit als bedoeld in het vorige lid aan de verzoeker toe binnen vier weken na ontvangst van de ingevolge artikel 2, lid 5 ingezonden ontbrekende gegevens of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

  • 3.

    Het bestuur kan het verzoek zonder externe advisering behandelen in onder meer de volgende gevallen:

    • a.

      indien het verzoek kennelijk ongegrond is;

    • b.

      indien het verzoek kan worden toegewezen;

    • c.

      indien voor de beoordeling van het verzoek externe advisering niet noodzakelijk is.

Hoofdstuk 3 Inwinning advies

Artikel 4 Behandeling verzoek

  • 1.

    Indien geen toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 3 wordt het verzoek om advies voorgelegd aan een adviseur.

  • 2.

    De adviseur wordt ondersteund door een secretaris die wordt benoemd door het bestuur.

  • 3.

    De adviseur en de secretaris hebben een geheimhoudingsplicht.

  • 4.

    Het bestuur kan nadere regels stellen omtrent de afhandeling van het verzoek, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1.

Artikel 5 De taken en bevoegdheden van de adviseur

  • 1.

    De adviseur stelt een onderzoek in naar en brengt advies uit over:

    • a.

      de aard en omvang van de schade;

    • b.

      het causaal verband tussen schade en schadeoorzaak;

    • c.

      de vraag of de schade niet of niet geheel ten laste van de verzoeker behoort te blijven;

    • d.

      de vraag of de schade niet of niet voldoende anderszins is verzekerd;

    • e.

      de vraag of en in hoeverre er aanleiding bestaat deskundigenkosten te vergoeden;

    • f.

      de hoogte van de door het bestuur te verlenen schadevergoeding.

  • 2.

    De adviseur brengt in de vorm van een gemotiveerd rapport advies uit over zijn bevindingen. Wanneer hij daartoe aanleiding ziet, adviseert de adviseur over voorstellen voor maatregelen en voorzieningen, waardoor de schadevergoeding anders dan door een compensatie in geld kan worden beperkt of ongedaan gemaakt.

  • 3.

    De adviseur is bevoegd inlichtingen en adviezen bij derden, waaronder ambtenaren in dienst van het waterschap, in te winnen alsmede een plaatsopneming te houden. Indien met het verstrekken van inlichtingen of het verlenen van adviezen door derden kosten gemoeid zijn, oefent de adviseur deze bevoegdheid eerst uit na instemming van het bestuur.

Hoofdstuk 4 De procedure bij inwinning advies

Artikel 6 Procedure

  • 1.

    Als het verzoek wordt voorgelegd aan een adviseur brengt het bestuur verzoeker hiervan op de hoogte.

  • 2.

    Het bestuur en de verzoeker stellen de adviseur de gegevens en bescheiden ter beschikking die nodig zijn voor een goede vervulling van zijn taak.

  • 3.

    De adviseur kan zowel de verzoeker, andere belanghebbenden als het bestuur (verder: betrokkenen) in de gelegenheid stellen hun standpunt mondeling toe te lichten.

  • 4.

    Betrokkenen kunnen zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een gemachtigde of een deskundige.

  • 5.

    Van de mondelinge toelichting wordt een verslag gemaakt. De adviseur zendt het verslag naar betrokkenen.

  • 6.

    De adviseur stelt een conceptadvies op dat wordt toegezonden aan betrokkenen.

  • 7.

    Betrokkenen worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar aanleiding van het conceptadvies schriftelijk bij de adviseur naar voren te brengen.

  • 8.

    De adviseur zendt het definitieve advies met inbegrip van het verslag en de zienswijzen toe aan betrokkenen.

Hoofdstuk 5 De beslissing op verzoek

Artikel 7 Beslistermijn

  • 1.

    Het bestuur beslist binnen acht weken of – indien extern advies wordt ingewonnen– binnen zes maanden na de ontvangst van de aanvraag, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift een andere termijn is bepaald.

  • 2.

    Het bestuur kan de beslissing eenmaal voor ten hoogste acht weken of – indien een externe adviseur als bedoeld in het eerste lid is ingeschakeld – zes maanden verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.

  • 3.

    Indien de schade mede is veroorzaakt door een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld, kan het bestuursorgaan de beslissing aanhouden totdat het besluit onherroepelijk is geworden.

Artikel 8 Betaling

  • 1.

    Als het besluit als bedoeld in artikel 7 schadevergoeding in de vorm van betaling van een geldsom betreft, is titel 4.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

  • 2.

    Als het besluit als bedoeld in artikel 7 schadevergoeding in een andere vorm dan betaling van een geldsom betreft, wordt daarmee een aanvang gemaakt binnen een redelijke termijn na het onherroepelijk worden van de in artikel 7 bedoelde beslissing.

Artikel 9 Onverschuldigde betaling

  • 1.

    Het bestuur kan de beslissing op het verzoek om een schadevergoeding intrekken of ten nadele van de verzoeker wijzigen, indien:

    • a.

      op grond van feiten of omstandigheden, waarvan het bestuur ten tijde van het nemen van de beslissing op het verzoek redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn, de schadevergoeding niet of lager zou zijn vastgesteld;

    • b.

      de verzoeker onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing op het verzoek zou hebben geleid;

    • c.

      de hoogte van de schadevergoeding anderszins onjuist was en de verzoeker dit wist of behoorde te weten;

  • 2.

    De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de schadevergoeding is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald;

  • 3.

    De beslissing op het verzoek kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd, indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop de beslissing op het verzoek is bekendgemaakt.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 10 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze Verordening treedt in werking op 1 november 2015.

  • 2.

    Op de in het eerste lid genoemde datum wordt de Verordening schadevergoeding waterschap Brabantse Delta, vastgesteld op 15 september 2010, ingetrokken.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening schadevergoeding waterschap Brabantse Delta’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta van 14 oktober 2015,
De 1e loco-dijkgraaf
C.A.A. Coppens
De secretaris-directeur
ir. H.T.C. van Stokkom

TOELICHTING

Algemene toelichting

Aansprakelijkheid bij rechtmatig overheidshandelen

Het waterschap neemt binnen zijn taakuitoefening veel maatregelen en besluiten die in het algemene belang en rechtmatig genomen zijn. Burgers en bedrijven kunnen echter nadeel ondervinden door dit optreden van het waterschap.

Artikel 7.14 e.v.van de Waterwet bevat een algemene regeling die voorziet in de vergoeding van schade als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid van het waterschap. Wie schade lijdt, kan zich op dit artikel beroepen.

Uit artikel 7.14 Waterwet volgt een aantal criteria waaraan voldaan moet zijn, voordat schadevergoeding wordt toegekend. Op deze criteria wordt achtereenvolgens ingegaan.

  • 1.

    er moet sprake zijn van rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid van het waterschap;

  • 2.

    de schade moet het gevolg zijn van deze uitoefening van een taak of bevoegdheid;

  • 3.

    de schade behoort niet of niet geheel tot de lasten van de gedupeerde te blijven;

  • 4.

    de vergoeding van schade wordt niet of niet anderszins verzekerd.

Ad 1. er moet sprake zijn van rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid van het waterschap

Er moet sprake zijn van rechtmatig overheidshandelen door het waterschap. Een voorwaarde voor een verzoek om schadevergoeding op grond van rechtmatige overheidsdaad is dat – indien de schadeoorzaak is gelegen in een besluit – het schadeveroorzakende besluit onherroepelijk is geworden.

Voorbeelden van schade die mogelijk voor vergoeding in aanmerking komen zijn: schade (aan gebouwen) door peilwijzigingen, door baggerwerkzaamheden, door de toepassing van gedoogplichten zoals in gebruikneming van waterbergingsgebieden of de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk.

Ad 2. de schade moet het gevolg zijn van deze uitoefening van een taak of bevoegdheid

De schade moet aantoonbaar het gevolg zijn van de uitoefening van de taak of bevoegdheid van het waterbeheer. Dit betekent dat artikel 7.14 niet alleen betrekking heeft op schade die uit de toepassing van de Waterwet voortvloeit, maar ook op schade die volgt uit de uitoefening van taken of bevoegdheden op grond van de Waterschapswet en de keur.

Artikel 7.14 is van toepassing op

  • -

    besluiten

  • -

    schade die ontstaat bij handelingen die gevaar beogen te beperken of voorkomen,

  • -

    de toepassing van gedoogplichten

  • -

    feitelijke handelingen in het kader van het waterbeheer, zoals het doorsteken van een dijk of het stopzetten van bemaling.

Ad 3. de schade behoort niet of niet geheel tot de lasten van de gedupeerde te blijven

De grondslag voor schadevergoeding bij rechtmatig overheidshandelen ligt in het zogenaamde égalité-beginsel (gelijkheid voor de publieke lasten). Dit beginsel gaat er van uit dat de burgers zo veel mogelijk gelijkelijk de lasten dragen van maatregelen die de overheid in het algemeen belang oplegt. Een verplichting tot schadevergoeding is in zoverre alleen aanwezig als de last, die in het algemeen belang wordt opgelegd, ongelijk over de burgers is verdeeld.

Op grond van het égalité-beginsel wordt enkel de onevenredige schade vergoed.

Onevenredige schade, normaal maatschappelijk risico

De toekenning van schadevergoeding wordt beperkt omdat schade alleen voor vergoeding in aanmerking komt voor zover de schade niet of niet geheel ten laste van de verzoeker behoort te blijven. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat schade die behoort tot het normaal maatschappelijk of ondernemersrisico niet voor vergoeding in aanmerking komt. Alleen onevenredige schade die buiten het maatschappelijk risico valt en op een beperkte groep belanghebbenden drukt, komt voor vergoeding in aanmerking. Dit betekent niet dat schade nooit volledig wordt vergoed. Hierbij kan worden gedacht aan vergoeding van (gewassen)schade na de inzet van (agrarische) gronden voor het bergen van water.

Onder de term maatschappelijk (of ondernemers-)risico wordt verstaan: algemene maatschappelijke ontwikkelingen en nadelen waarmee men rekening kan houden, ook al is nog niet bekend welke vorm en omvang een ontwikkeling zal hebben, waar en wanneer zij zal plaatsvinden of wat de aard en omvang van de nadelen die daaruit voortvloeien zullen zijn. Voorbeelden van ontwikkelingen die binnen het normaal risico vallen zijn onder andere het aanscherpen van vergunningvoorschriften naar aanleiding van de verscherping van het milieubeleid, maar ook de aanleg en onderhoud van waterstaatswerken en het versterken van waterkeringen.

Bij de beoordeling of iets daadwerkelijk tot het normaal maatschappelijk risico behoort, wordt rekening gehouden met de volgende omstandigheden:

  • -

    de aard van de schadeveroorzakende gebeurtenis (is het normale uitoefening van een overheidstaak?);

  • -

    het bestaan van gerechtvaardigde verwachtingen (had de belanghebbende gerechtvaardigd mogen verwachten dat de overheid niet over zou gaan tot uitoefening van de taak of bevoegdheid);

  • -

    de ernst en omvang van de schade (is een bedrijf zonder al te kostbare ingrepen nog levensvatbaar?);

  • -

    de aard van het getroffen belang (onderscheid tussen particulieren en ondernemers; deze laatsten hebben ook nog te maken met het normale bedrijfsrisico);

  • -

    de voorzienbaarheid van de handeling (in hoeverre was de handeling te voorzien? Hierbij wordt onder andere gekeken naar de aard van de schadeveroorzakende maatregelen, het tijdstip en de plaats van de maatregel, enz);

  • -

    de eventuele voordelige positie waarin betrokkene als gevolg van overheidshandelen of – nalaten verkeert (heeft de handeling ook positieve gevolgen voor de betrokkene opgeleverd?);

  • -

    de mogelijkheid om het nadeel door te berekenen (heeft de gedupeerde de mogelijkheid om de schade door te berekenen aan derden?).

Verder kan de burger/ondernemer worden aangerekend dat hij niet aan zijn schadebeperkingsplicht heeft voldaan.

Van belang is verder het begrip ‘risicoaanvaarding’ of ‘voorzienbaarheid’. Bij actieve risicoaanvaarding geldt als criterium dat sprake is van aanvaarding indien, bezien vanuit de positie van een redelijk denkend en handelend burger, aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat er een ongunstig besluit zou worden genomen, Hiernaast bestaat ook de passieve risicoaanvaarding. Hiervan is sprake indien de betrokkene stilgezeten heeft en daarmee een gunstig regime van voorschriften of beleid voorbij heeft laten gaan zonder dat hij daar gebruik van heeft gemaakt. Hij dient alert te zijn op ontwikkelingen in het beleid van de overheid, normale maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in zijn directe ontwikkelingen die mogelijk nadelige gevolgen voor hem kunnen opleveren.

Ad 4. de vergoeding van schade wordt niet of niet anderszins verzekerd.

Vergoeding van schade blijft achterwege als deze reeds anderszins (voldoende) is verzekerd, bijvoorbeeld via aankoop of onteigening.

Afhandeling verzoek om schadevergoeding.

Een verzoek om schadevergoeding moet volgens artikel 7.14 lid 2 Waterwet bevatten:

  • -

    een motivering en een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde schadevergoeding

  • -

    nadere regels omtrent de inhoud, het indienen en de motivering van een verzoek om schadevergoeding kunnen worden gesteld bij algemene maatregels van bestuur of bij waterschapskeur. Dit is in onderhavige Verordening schadevergoeding gebeurd door opname van artikel 2.

Het waterschap neemt een besluit over de vergoeding van de schade in een afzonderlijke beschikking.

In artikel 7.14 lid 3 Waterwet is een verjaringstermijn van vijf jaar opgenomen. Indien een verzoek wordt ingediend na meer dan vijf jaar nadat de schade zich heeft geopenbaard, dan wel nadat de betrokkene redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de schadeveroorzakende gebeurtenis, kan het waterschap dit verzoek afwijzen. De mogelijkheid om een schadevergoedingsverzoek in te dienen verjaart in ieder geval na verloop van twintig jaren na de schadeveroorzakende gebeurtenis. Bijzonder is dat de eerste verjaringstermijn (vijf jaren) pas begint te lopen op het moment dat de schade zich openbaart. De schadeveroorzakende gebeurtenis zelf is de start van de ‘absolute' verjaringstermijn van twintig jaar.

Artikel 7.15 Waterwet is een specifieke schadevergoedingsregeling voor schade bij waterberging. Het artikel geeft geen zelfstandige grondslag voor vergoeding van schade in verband met wateroverlast en overstroming maar is een nadere uitwerking van artikel 7.14 Waterwet. In artikel 7.15 Waterwet is uitdrukkelijk geregeld dat ook schade door wateroverlast of overstroming in aanmerking komt voor vergoeding krachtens artikel 7.14 Waterwet. Dit betekent niet dat elke vorm van wateroverlast recht geeft op vergoeding van schade. Uit de samenhang tussen de artikelen 7.14 Waterwet en 7.15 Waterwet volgt dat de wateroverlast of overstroming het gevolg moet zijn van overheidshandelen.

Naast de schadevergoedingsregeling van artikel 7.14 kent de Waterwet enkele specifieke schaderegelingen namelijk een regeling voor schade toegebracht aan waterstaatswerken (artikelen 7.21 e.v. Waterwet) en een schadevergoedingsregeling in verband met grondwateronttrekkingen (artikel 7.18 e.v Waterwet).

De schadevergoedingsregelingen in de wet zijn bedoeld als uitputtende regelingen zodat aanvullende regeling van het recht op schadevergoeding bij verordening zoals een keur of een provinciale verordening niet mogelijk is.

Artikel 7.16 van de Waterwet bepaalt dat afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening buiten toepassing blijft, voor zover een belanghebbende met betrekking tot de schade een beroep doet of kan doen op een schadevergoeding als bedoeld in artikel 7.14, eerste lid Waterwet. Dit betekent dat ook verzoeken om planschade onder deze regeling kunnen vallen.

Beleidsregels

Het waterschap is bevoegd om voor de verschillende schadesoorten beleidsregels op te stellen waarin het begrip schade wordt geconcretiseerd.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Ingevolge artikel 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen onder een adviseur één of meerdere adviseurs (commissie) worden verstaan die zijn belast met het adviseren inzake door een bestuursorgaan te nemen besluiten en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan.

Artikel 2 Het verzoek om schadevergoeding

In dit artikel worden regels gegeven voor het indienen van een verzoek om schadevergoeding. De regeling sluit aan bij de bepalingen in de Awb, handelend over het aanvragen van een beschikking.

Indien er redelijkerwijs van kan worden uitgegaan dat het verzoek om schadevergoeding zal worden toegekend, kan een voorschot verleend worden. Artikel 4:95 e.v. Awb is van toepassing.

Leden 2 en 3

Deze artikelleden bepalen aan welke eisen een aanvraag moet voldoen. Het noemt een aantal formele en materiële eisen. Bij de materiële eisen gaat het om gegevens die naar het oordeel van de aanvrager de aanvraag met argumenten onderbouwen en om gegevens die het waterschap nodig heeft om zich een beeld van de betrokken belangen te vormen.

Uit artikel 3: 2 van de Awb vloeit voort dat op het bestuursorgaan de verplichting rust de nodige gegevens te verzamelen, maar het bestuursorgaan kan binnen redelijke grenzen daarvoor een beroep doen op de aanvrager. Welke gegevens nodig zijn voor een verantwoorde beslissing hangt af van het concrete geval.

Lid 5

In dit lid wordt bepaald welke de gevolgen zijn van het in strijd met de voorschriften van deze regeling indienen van een verzoek tot schadevergoeding. Het bevoegd gezag is verplicht de verzoeker in de gelegenheid te stellen zijn gebrekkige verzoek te herstellen binnen een termijn van zes weken na kennisgeving van het verzuim.

Artikel 3 Behandeling van het verzoek zonder externe advisering

In dit artikel worden verschillende behandelscenario’s genoemd.

Lid 1

In lid 1 wordt bepaald dat een verzoek niet zal worden behandeld indien het niet is ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 2. Het artikel sluit aan bij artikel 4:5 van de Awb. Het ontbreken van gegevens of bescheiden kan alleen leiden tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag, indien het niet mogelijk is zonder die gegevens of bescheiden op de aanvraag te beslissen. Indien direct of bij een inhoudelijke beoordeling blijkt dat de aanvraag niet voor inwilliging vatbaar is, komt de bepaling niet voor toepassing in aanmerking; er behoort dan een inhoudelijke beslissing tot afwijzing te volgen.

De Awb voorziet niet in de mogelijkheid een verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. Wanneer de verzoeker bijvoorbeeld geen belanghebbende is, dient een afwijzing te volgen. Deze afwijzende beslissing levert geen besluit op en is dus niet vatbaar voor bezwaar en beroep. De afwijzende beslissing op een verzoek van een niet-belanghebbende is geen afwijzing van een aanvraag. (ABRvS 5 september 2001, JB 2001/271; ABRvS 6 februari 2002, AB 2002,142; ABRvS 13 april 2005, AB 2005,162).

Het besluit van het bevoegd gezag om een verzoek niet in behandeling te nemen is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Tegen het besluit staat bezwaar en beroep open. Tegen het besluit van het bestuursorgaan om aanvulling van gegevens te vragen staat geen bezwaar en beroep open. De aanvrager kan weigeren de aanvullende gegevens te verschaffen. Tegen de daarop volgende beslissing om de aanvraag niet te behandelen of tegen de inhoudelijke beslissing kan hij bezwaar maken.

Lid 2

In bepaalde gevallen kan het bestuur een verzoek om schadevergoeding zonder externe advisering behandelen omdat er bij voorbeeld geen twijfel is over de oorzaak van de schade en het waterschap op basis van eigen beleid en deskundigheid de hoogte hiervan kan vaststellen (denk bijv. aan gewassenschade). Ook de hoogte van het schadebedrag kan aanleiding zijn om af te zien van externe advisering bij de afhandeling van het verzoek.

Zodra de beoordeling van het verzoek te complex wordt of specifieke deskundigheid vereist, zal een adviescommissie of deskundige worden geraadpleegd zoals bedoeld in artikel 4.

Artikel 4 Behandeling verzoek

Het bestuur kan het verzoek om schadevergoeding voorleggen aan een adviseur, die een gemotiveerd rapport advies uitbrengt over zijn onderzoek naar de gegrondheid van het verzoek.

Lid 4

De regels die het bestuur kan stellen, kunnen betrekking hebben op bij voorbeeld de werkwijze van de adviseur.

Artikel 5 De taken en bevoegdheden van een adviseur

Lid 1

De adviseur adviseert het bevoegd gezag over het verzoek om schadevergoeding en stelt daartoe een onderzoek in. Het onderzoek zal in het algemeen betrekking hebben op: het causaal verband, de omvang van de schade en de hoogte van de schadevergoeding.

Kosten inschakeling deskundige door de verzoeker

Indien de verzoeker een deskundige heeft ingeschakeld en daarvoor kosten maakt, adviseert de adviseur hierover. De gemaakte deskundigenkosten worden vergoed, als het redelijk is dat een deskundige is ingeschakeld en voor zover de gemaakte kosten redelijk zijn; het dubbele redelijkheidscriterium uit de rechtspraak. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat de adviescommissie of externe deskundige onafhankelijk is en dus objectief adviseert.

Lid 2

Wanneer de situatie daartoe aanleiding geeft kan de adviseur maatregelen in natura voorstellen die geschikt zijn om het nadeel te beperken of ongedaan te maken.

Artikel 7 Beslistermijn

Deze bepaling komt overeen met het toekomstige artikel 4:130 Awb 1 .

Artikel 8 Betaling

Lid 2

Met schadevergoeding in een andere vorm dan betaling van een geldsom betreft wordt bijvoorbeeld gedoeld op maatregelen in natura voorstellen die geschikt zijn om het nadeel te beperken of ongedaan te maken.

Artikel 9 Onverschuldigde betaling

In artikel 10 worden de gevallen genoemd waarin het waterschap een schadevergoeding of een voorschot zal terugvorderen. Gedacht moet dan worden aan de situatie dat ten tijde van het besluit tot toekenning niet alle feiten bekend waren, dat verzoeker onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel dat de hoogte onjuist was en de verzoeker dit wist of behoorde te weten. Teveel betaalde bedragen moeten ingevolge artikel 4:87 Awb worden terugbetaald binnen zes weken nadat de terugvorderingsbeschikking is bekendgemaakt.


Noot
1

Op 15 februari 2013 is de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Wns) in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2013, 50). De bepalingen uit de Wns die betrekking hebben op schadevergoeding bij onrechtmatig bestuurshandelen zijn op 1 juli 2013 in werking getreden.

De bepalingen die betrekking hebben op nadeelcompensatie zijn nog niet in werking getreden omdat hiervoor nog aanpassingswetgeving in voorbereiding is. Dit betreft de toekomstige artikelen 4:126 t/m 130 Awb.