Regeling vervallen per 14-04-2016

Aanwijzings- en Uitwerkingsbesluit Betaal Parkeren 2015-B

Geldend van 01-10-2015 t/m 13-04-2016

Intitulé

Aanwijzingsbesluit betaald parkeren 2015-B en Uitwerkingsbesluit parkeren 2015-B

Het College van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen, bijeen in haar vergadering van d.d. 22 september 2015;

gelet op:

artikel 225 van de Gemeentewet en de

artikelen 2 en 7 van de vigerende Verordening Parkeerbelastingen

besluit:

* Vast te stellen het Aanwijzingsbesluit Betaald Parkeren 2015- B

* In te trekken alle voorgaande besluiten met betrekking tot het aanwijzen van parkeerplaatsen waar parkeerbelasting wordt geheven, zoals bedoeld in artikel 225 van de Gemeentewet.

Artikel 1

aan te wijzen als plaatsen waarop slechts tegen betaling van belasting als bedoeld in artikel 2 van de vigerende Verordening parkeerbelastingen mag worden geparkeerd:

  • A.

    Het gebied dat wordt begrensd door:

    • -

      De spoorlijn Arnhem - Nijmegen tussen de rivier Waal en het NS Station Nijmegen;

    • -

      De spoorlijn Nijmegen – Venlo tussen NS station Nijmegen en St. Annastraat;

    • -

      St. Annastraat tussen de spoorlijn en Oude Groenewoudseweg;

    • -

      Javaplein;

    • -

      Molukkenstraat;

    • -

      Archipelstraat;

    • -

      Heyendaalseweg (tussen Groesbeekseweg en Archipelstraat);

    • -

      Groesbeekseweg tussen Sumatrastraat en Koolemans Beynenstraat;

    • -

      Van Heutzstraat;

    • -

      Groesbeeksedwarsweg tot aan Van Heutzstraat;

    • -

      Daalseweg tot aan Van Langeveldstraat;

    • -

      Van Langeveldstraat;

    • -

      Rembrandtstraat tussen Heydenrijckstraat en Mesdagstraat;

    • -

      Mesdagstraat tussen Rembrandtstraat en Berg- en Dalseweg;

    • -

      Berg- en Dalseweg even zijde tot aan Jozef Israëlstraat, oneven zijde tot aan Mesdagstraat;

    • -

      Pater Leidekkerstraat;

    • -

      Pater Blommaertlaan;

    • -

      Praetoriumstraat;

    • -

      Nicolaas Molenaarstraat;

    • -

      Eugene Luckerstraat;

    • -

      Charles Estourgiestraat;

    • -

      Ubbergseveldweg tussen Arnoldstraat en Huygensweg;

    • -

      Sterreschansweg tot aan kruising Huygensweg;

    • -

      Huygensweg;

    • -

      Batavierenweg;

    • -

      De denkbeeldige lijn tussen kruising Ottostraat/Batavierenweg en de kruising Ubbergseweg en Nieuwe Ubbergseweg;

    • -

      Ubbergseweg;

    • -

      ’t Meertje tussen Ooysedijk en Waal;

    • -

      Waal tussen ’t Meertje en de spoorlijn Arnhem - Nijmegen.

  • B.

    Het gebied dat wordt begrensd door:

    • -

      Spoorlijn Nijmegen-Lent;

    • -

      Waal;

    • -

      Simon Langendampad;

    • -

      Havenweg (Waalhaven) (het gedeelte tussen Simon Langendampad en de denkbeeldige

      lijn in het verlengde van Lijnbaanstraat);

    • -

      Lijnbaanstraat (tussen Waalbandijk en Weurtseweg)

    • -

      Weurtseweg (oneven zijde t/m nummer 71; even zijde t/m nummer 76);

    • -

      Krayenhofflaan (tussen Voorstadslaan en Tunnelweg)

    • -

      Tunnelweg tot aan spoorlijn Nijmegen-Lent

    • -

      Kwikstaarthof (even zijde 2 t/m 12; oneven zijde 1 t/m 13)

    • -

      Spechtstraat (4, 1 t/m 51)

    • -

      Sperwerstraat tot aan Krayenhofflaan (even zijde 2 t/m 38; oneven zijde1 t/m 35)

  • C.

    Het gebied dat wordt begrensd door:

    • -

      Van Schuylenburgweg;

    • -

      Takenhofplein;

    • -

      Wijchenseweg;

    • -

      Maas-Waalkanaal;

    • -

      Spijkerhofplein

    • -

      Zwanenveld 55e straat;

    • -

      Zwanenveld 41e straat;

    • -

      Zwanenveld 40e straat

  • D.

    Het gebied dat wordt begrensd door:

    • -

      Van Schuylenburgweg;

    • -

      Spijkerhofplein;

    • -

      De spoorlijn Wijchen – Nijmegen;

    • -

      Zwanenveld 50e straat;

    • -

      Zwanenveld 36e straat;

    • -

      Zwanenveld 11e straat;

    • -

      Zwanenveld 10e straat.

  • E.

    Het gebied dat wordt begrensd door de als zodanig aangelegde en van parkeerapparatuur voorziene weggedeelten op de openbare weg, welke zijn gelegen binnen het gebied dat wordt begrensd door:

    • -

      Kapittelweg;

    • -

      St. Annastraat;

    • -

      Houtlaan;

    • -

      Kwekerijweg;

    • -

      d'Almarasweg;

    • -

      spoorlijn Nijmegen-Venlo.

F. Alsmede de straten:

    • -

      St. Annastraat (tussen Hatertseweg en Oude Molenweg);

    • -

      Van Peltlaan (tussen St. Annastraat en Slotemaker de Bruïneweg);

    • -

      Veldstraat;

    • -

      Akkerlaan (tussen Veldstraat en Van Peltlaan);

    • -

      Kastanjehof;

    • -

      Kastanjelaan;

    • -

      Willemsweg (tussen de Graafseweg en de Genestetlaan);

    • -

      Tollensstraat (tussen de Willemsweg en het terrein achter de Aldi);

    • -

      Het terrein achter de Aldi (tussen de Willemsweg en de spoorlijn Nijmegen - 's Hertogenbosch);

    • -

      Slotemaker de Bruïneweg (tussen Van Peltlaan en St. Annastraat);

    • -

      Heyendaalseweg (tussen Groesbeekseweg en Archipelstraat);

  • G.

    Alsook de straten:

    • -

      Proosdijweg (tussen St. Annastraat en de Thesaurierweg);

    • -

      Thesaurierweg;

    • -

      Rode Kruislaan;

    • -

      Uniceflaan;

    • -

      Laan van Scheut;

    • -

      Kapittelweg (tussen huisnummers 1 t/m 15).

H. Evenals de parkeergarages:

  • -

    Eiermarkt;

  • -

    Nieuwstraat;

  • -

    Kelfkensbos;

  • -

    Mariënburg;

  • -

    Keizer Karel;

  • -

    Plein 1944.

  • I.

    Alsmede het Parkeerterrein Molenpoortdak;

  • J.

    Alsook het parkeerterrein Achter de Hezelpoort;

  • K.

    Tevens het afgesloten parkeerterrein:

  • -

    CWZ;

  • L.

    Alsook het afgesloten parkeerterrein;

  • -

    Transferium Nijmegen-Noord;

  • M.

    Voor alle gebieden geldt: Inclusief de hierboven genoemde wegen of wegdelen, doch met uitzondering van de straten:

    • -

      Kapittelweg; (vanaf huisnummer 15)

    • -

      Houtlaan;

    • -

      Kwekerijweg;

    • -

      d'Almarasweg;

    • -

      Zwanenveld 50e straat (tussen 51e straat en 41e straat);

    • -

      Zwanenveld 41e straat

    • -

      Zwanenveld 40e straat;

    • -

      Zwanenveld 55e straat (tussen 40e en 36e straat)

    • -

      Zwanenveld 36e straat;

    • -

      Zwanenveld 11e straat;

    • -

      Zwanenveld 10e straat;

    • -

      Oude Groenewoudseweg;

    • -

      Javaplein;

    • -

      Molukkenstraat (tussen de Bankastraat en de Oude Groenewoudseweg);

    • -

      Archipelstraat (tussen Molukkenstraat en Heyendaalseweg);

    • -

      Groesbeekseweg (tussen Coehoornstraat en Van Heutszstraat);

    • -

      Van Heutszstraat;

Artikel 2

Aan te wijzen als plaatsen waarop in afwijking van artikel 1 van het Aanwijzingsbesluit uitsluitend met een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2 onderdeel a van de vigerende Verordening Parkeerbelastingen mag worden geparkeerd de parkeerplaatsen in de straten:

Achter de Bank

Achter Valburg

Begijnenstraat

Bottelstraat

Bloemenburgerhof

Bloemenhof

Expeditiehof 2e Walstraat

Ganzenheuvel

Goffertpark (P: burg. Daleslaan)

Gruitberg

Hertoghof

Hoogstraat

Houthof

Kabelgas

Karrengas

Kerkegasje

Kloosterhof

Korenmarkt

Korte Brouwerstraat

Lange Brouwerstraat

Langebaan

Lutherseplaats

Muchterstraat

Observantenstraat

Oude Haven vanaf Papengas tot aan Nieuwe Markt

Oude Havenstraat

Papengas

Parkdwarsstraat

Parkweg

Priemstraat

Piersonstraat

Regulierenhof

Regulierstraat

Ridderstraat

Rode Toren

Scheidemakershof

Smidstraat

Steenstraat

Van Berchenstraat

Veemarkt

Vinkegas

Vleeshouwerstraat

Zeigelhof

Zwanenveld: parkeerterreinen 66e straat

Artikel 3

Aan te wijzen als plaatsen waarop in afwijking van artikel 1 van het Aanwijzingsbesluit uitsluitend met betaald parkeren mag worden geparkeerd: de parkeerplaatsen op het Molenpoortdak.

Artikel 4

Aan te wijzen als plaatsen waarop in afwijking van artikel 1 van het Aanwijzingsbesluit uitsluitend met betaald parkeren mag worden geparkeerd: de parkeerplaatsen op het parkeerterrein de Wedren.

Artikel 5

Aan te wijzen als plaatsen waarop in afwijking van artikel 1 van het Aanwijzingsbesluit op maandag tot en met zaterdag tussen 11:00u en 17:00u alsmede op koopzondagen tussen 12:00u en 17:00u uitsluitend met betaald parkeren mag worden geparkeerd: de parkeerplaatsen in de volgende straten:

  • -

    Tweede Walstraat;

  • -

    In den Betouwstraat;

  • -

    Van Welderenstraat;

  • -

    Van Broeckhuysenstraat;

  • -

    Hertogstraat;

  • -

    Hertogplein.

Artikel 6

Aan te wijzen als plaatsen waarop in afwijking van artikel 1 van het Aanwijzingsbesluit uitsluitend met betaald parkeren mag worden geparkeerd: de parkeerplaatsen ter hoogte van Stationsplein 26 die zijn ingericht voor het halen en brengen van passagiers van en naar het centraal station.

Artikel 7

Aan te wijzen als plaatsen waarop in afwijking van artikel 1 van het Aanwijzingsbesluit uitsluitend met betaald parkeren mag worden geparkeerd: de parkeerplaatsen op het evenemententerrein op de Waalkade.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 2015.

Toelichting op het aanwijzingsbesluit 2015-B

In het Aanwijzingsbesluit definieert het College van Burgemeester en Wethouders de gebieden waar parkeerbelastingen worden geheven. In tegenstelling tot het verleden is het totale areaal opgenomen in één besluit. Voor alle betrokkenen is op deze wijze gemakkelijk terug te vinden waar parkeerregulering van kracht is. Locaties waar uitsluitend met vergunningen mag worden geparkeerd zijn apart benoemd.

Uitwerkingsbesluit Parkeren 2015-

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen;

Gelet op:

  • -

    artikel 225 van de gemeentewet;

  • -

    het besluit gemeentelijke parkeerbelastingen;

  • -

    het bepaalde in de vigerende parkeerverordening;

  • -

    het bepaalde in de vigerende verordening parkeerbelastingen.

Besluit:

vast te stellen het Uitwerkingsbesluit Parkeren 2015-.

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1. Definities

  • a.

    RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459.

  • b.

    Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 sub z van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459.

  • c.

    Parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225 van de Gemeentewet.

  • d.

    Houder van een motorrijtuig: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken in het register krachtens de Wegenverkeerswet 1994 is ingeschreven of degene die het motorvoertuig op grond van een contract van huurkoop of autolease onder zicht heeft.

  • e.

    Parkeerapparatuur: parkeermeters, centrale computer, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

  • f.

    Centrale computer: computer van het bedrijf c.q. de bedrijven waarmee de gemeente Nijmegen een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon en/of internet.

  • g.

    Parkeervergunning: een door Burgemeester en Wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen op de openbare weg.

  • h.

    Openbare weg; alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.

  • i.

    Vergunninghouder: de natuurlijke persoon aan wie of het bedrijf waar aan een vergunning is verleend.

  • j.

    Woonachtig: ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Nijmegen.

  • k.

    Bewoner: persoon die volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Nijmegen een verblijfseenheid en of woning stelselmatig vast bewoont.

  • l.

    Mantelzorgcompliment: mensen die zorg behoeven en voldoen aan de door de Sociale Verzekeringsbank opgestelde criteria komen in aanmerking voor het zogenaamde mantelzorgcompliment. De door de SVB opgestelde criteria zijn als volgt:

  • -

    de zorgbehoevende dient een indicatie te hebben voor AWBZ-zorg aan huis

(zorg zonder verblijf);

  • -

    de indicatie is afgegeven door het CIZ of door BJZ;

  • -

    de indicatie is voor minimaal 53 weken (371 dagen) afgegeven.

  • m.

    Gedeeld autogebruik: Er zijn drie vormen van gedeeld autogebruik te onderscheiden:

  • i.

    Autodate: het herhaaldelijk en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen een aanbieder die motorvoertuigen ter beschikking stelt en een deelnemer, zijnde een natuurlijk persoon;

  • ii.

    een abonnement bij een commerciële aanbieder of dealer;

  • iii.

    Particulier auto delen via familie buren of vrienden.

  • n.

    Zelfstandige woning: woning welke een eigen toegang heeft, voorzien is van een toilet en keuken en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning; of doormiddel van een notariële acte wordt aangetoond dat sprake is van een zelfstandige woning. Voor deze verordening wordt onder woning mede verstaan: woonwagen op een daartoe aangewezen centrum en woonboot op een reguliere ligplaats. Zie voorts de toelichting op artikel 7.

  • p.

    Zorginstelling: instellingen in de curatieve zorg die beschikken over een erkenning van het College van Ziekenhuisvoorzieningen (CvZ), sectoren Verpleging en Verzorging, de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en gehandicaptenzorg volgens de Awbz-zorg, alsmede professionele organisaties voor stervensbegeleiding.

  • q.

    Binnen de singels: het gebied dat wordt begrensd door de Generaal James Gavinweg, het Keizer Traianusplein, de St. Canisiussingel, de Oranjesingel, het Keizer Karelplein, de Van Schaeck Mathonsingel, de spoorlijn Nijmegen-Arnhem en de Waalkade, met inbegrip van de genoemde wegen of weggedeelten.

  • r.

    Buiten de singels: geheel Nijmegen, met uitzondering van het gebied binnen de singels.

  • s.

    College: het College van Burgemeester en Wethouders.

Artikel 2. Tijden van parkeerregulering

  • 1.

    De tijden dat betaald parkeren van toepassing is, als bedoeld in artikel 2 aanhef en onderdeel b van de vigerende Verordening parkeerbelastingen, zijn samengesteld uit een of meerdere van de in lid 2 genoemde venstertijden;

  • 2.

    Als tijden van regulering als bedoeld in het eerste lid van dit artikel gelden de navolgende venstertijden van het Aanwijzingsbesluit betaald Parkeren:

  • a.

    op maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 18.00 uur;

  • b.

    op zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur;

  • c.

    op koopavonden van 18.00 uur tot 21.00 uur;

  • d.

    op de door de Raad vrijgestelde algemene zon- en feestdagen waarop winkels voor het publiek geopend mogen zijn van 12:00 uur tot 18:00 uur.

In afwijking van de tijden zoals genoemd in lid 2 van dit artikel, zijn de tijden van regulering, zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel:

  • e.

    voor het gebied dat wordt begrensd door de spoorlijn Nijmegen-Venlo tussen NS station Nijmegen en St. Stephanusstraat, St. Stephanusstraat, St. Annastraat tussen St. Stephanusstraat en Fransestraat, Fransestraat, Groesbeekseweg tussen Fransestraat en Guyotstraat, Waldeck Pyrmontsingel, Jacob Canisstraat, Berg- en Dalseweg tussen Jacob Canisstraat en Mariaplein, Mr. Franckenstraat, Regentessestraat, Graadt van Roggestraat, St. Jorisstraat, Kelfkensbos, Hoogstraat, Lindenberg, Voerweg, Ubbergseweg, Waalbrug, Waal, spoorlijn Arnhem-Nijmegen tussen Waal en NS station Nijmegen met inbegrip van genoemde wegen, of wegdelen:

  • -

    op maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 21.00 uur;

  • -

    op door de Raad vrijgestelde algemene zon- en feestdagen waarop winkels voor het publiek geopend mogen zijn van 12.00 uur tot 18.00 uur;

  • f.

    voor het gebied dat wordt begrensd door Kapittelweg, de St. Annastraat, de Houtlaan, de Kwekerijweg, de d'Almarasweg en de spoorlijn Nijmegen-Venlo (de voornoemde wegen niet inbegrepen):

  • -

    op maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 18.00 uur;

  • -

    op zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur:

  • g.

    Voor de gebieden welke worden omschreven in artikel 1 onder C en D van het Aanwijzingsbesluit Betaald Parkeren:

  • -

    op maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 18.00 uur;

  • -

    op zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur

  • -

    koopavonden van 18.00 uur tot 21.00 uur;

  • h.

    voor het gebied zoals omschreven in artikel 1 onder F en G van het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren;

  • -

    op maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 16.00 uur;

  • i.

    voor het parkeerterrein Goffertpark aan de Burgemeester Daleslaan: op maandag tot en met vrijdag van 07.00 uur tot 19.00 uur.

  • j.

    voor het gebied dat wordt omschreven in artikel 1 onder H. van het Aanwijzingsbesluit betaald Parkeren:

  • -

    24 uur per dag, 7 dagen per week;

  • k.

    voor het gebied dat wordt omschreven in artikel 1 onder I. van het

Aanwijzingsbesluit betaald Parkeren:

  • -

    24 uur per dag, 7 dagen per week;

  • l.

    voor het gebied dat wordt omschreven in artikel 1 onder J. van het Aanwijzingsbesluit betaald Parkeren:

  • -

    Maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 21.00 uur,

  • -

    Op de door de Raad vrijgestelde algemene zon- en feestdagen waarop winkels voor het publiek geopend mogen zijn: van 12.00 uur tot 18.30 uur;

  • m.

    voor het gebied dat wordt omschreven in artikel 1 onder K. van het Aanwijzingsbesluit betaald Parkeren:

  • -

    maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur tot 20.00 uur;

  • -

    zaterdag en zondag van 10.00 uur tot en met 20.00 uur.

  • n.

    voor het gebied dat wordt omschreven in artikel 1 onder L. van het Aanwijzingsbesluit betaald Parkeren:

  • -

    maandag tot en met vrijdag van 06.00 uur tot 22:00 uur;

  • -

    zaterdag van 09.30 uur tot en met 22.00 uur;

  • -

    Op de door de Raad vrijgestelde algemene zon- en feestdagen waarop winkels voor het publiek geopend mogen zijn: van 09.30 uur tot 18.30 uur.

  • o.

    voor het winterparkeren in de periode van 1 november tot 1 april op het evenemententerrein Waalkade:

  • -

    maandag tot en met zondag van 09.00 uur tot 21.00 uur.

  • p.

    voor het parkeren met een camper in de periode van 1 mei tot 1 september op de daartoe aangewezen camperplaatsen bij de Lindenberghaven:

  • -

    24 uur per dag, 7 dagen in de week, zoals vermeld in artikel 2 aanhef en onderdeel b van de vigerende Verordening Parkeerbelastingen. Het camperparkeren is slechts toegestaan voor maximaal drie aaneengesloten dagen per maand.

  • 3.

    De tijden dat betaald parkeren van kracht is zijn in ieder geval vermeld op de parkeerautomaat in de betreffende straat c.q. op de hoek van de betreffende straat, danwel in de directe omgeving van die straat.

  • 4.

    Het parkeren op parkeerplaatsen, welke bij of krachtens de vigerende Parkeerverordening zijn aangewezen als parkeerplaatsen waar uitsluitend met parkeervergunningen mag worden geparkeerd, is slechts toegestaan met vergunning gedurende maandag tot en met zondag van 0.00 uur tot 24.00 uur.

  • 5.

    In afwijking van het 4e lid van dit artikel gelden de op het onderbord vermelde tijden, indien dit onderbord is aangebracht onder het (zonaal) bord E9 Bijlage I van het RVV 1990.

Artikel 3. Geldigheid van de parkeervergunningen

Voor parkeerplaatsen op de openbare weg, waarvoor het parkeren niet op grond van een verkeersmaatregel is verboden is een parkeervergunning nodig voor:

  • 1.

    zone Centrum geldig in het gebied dat wordt begrensd door de spoorlijn Arnhem- Nijmegen; de Waal; deWaalbrug; Ubbergseweg; Voerweg; Lindenberg; Hoogstraat; St. Jorisstraat; St. Canisiussingel even zijde; ventweg van de Oranjesingel even zijde; Keizer Karelplein; van Schaeck Mathonsingel; Stationsplein, met inbegrip van genoemde wegen of wegdelen maar met uitzondering van het gebied binnen de stadsafsluiting en de Van Schaeck Mathonsingel;

  • 2.

    zone B geldig in het gebied binnen de stadsafsluiting;

  • 3.

    zone 1e ring geldig in het gebied dat wordt begrensd door de spoorlijn Nijmegen-Venlo tussen NS station Nijmegen en St. Stephanusstraat, St. Stephanusstraat, St. Annastraat tussen St. Stephanusstraat en Fransestraat, Fransestraat, Groesbeekseweg tussen Fransestraat en Guyotstraat; Waldeck Pyrmontsingel; Jacob Canisstraat, Berg- en Dalseweg tussen Jacob Canisstraat en Mariaplein; Mr. Franckenstraat; Regentessestraat; Graadt van Roggestraat; St. Canisiussingel oneven zijde; ventweg Oranjesingel oneven zijde, Keizer Karelplein; Van Schaeck Mathonsingel, met inbegrip van genoemde wegen of wegdelen.

  • 4.

    zone 2e ring west geldig in het gebied dat wordt begrensd door spoorlijn Nijmegen-Venlo, St. Stephanusstraat, Bankastraat, Molukkenstraat; Archipelstraat tot aan Molukkenstraat; Archipelstraat tussen Atjehstraat en Groesbeekseweg; Heyendaalseweg tussen Archipelstraat en Groesbeekseweg; Coehoornstraat even zijde; Prins Bernhardstraat even zijde tot aan Waldeck Pyrmontsingel; Waldeck Pyrmontsingel; Guyotstraat, Groesbeekseweg; St. Annastraat tussen St. Stephanusstraat en spoorlijn Nijmegen - Venlo, met inbegrip van genoemde wegen of wegdelen maar met uitzondering van St. Stephanusstraat, Waldeck Pyrmontsingel, Guyotstraat, Groesbeekseweg tussen Guyotstraat en Fransestraat;

  • 5.

    zone 2e ring oost geldig in het gebied dat wordt begrensd door Prins Bernhardstraat oneven zijde tot aan Waldeck Pyrmontsingel; Coehoornstraat oneven zijde; Groesbeekseweg; Van Heutszstraat; Koolemans Beynenstraat; Daalseweg; Rembrandtstraat tot aan Mesdagstraat; Van Langeveldstraat; Vermeerstraat; Mesdagstraat tussen Rembrandtstraat en Berg- en Dalseweg; Berg- en Dalseweg tussen Mesdagstraat en Mariaplein; Berg- en Dalseweg even zijde tussen Mesdagstraat en Jozef Israelstraat; Pater Leidekkerstraat; Jezuietenlaan; Pater Blommaertlaan; Pater van Ruthstraat; Praetoriumstraat; Nicolaas Molenaarstraat; Eugene Luckerstraat; Charles Estourgiestraat; Huygensweg; Beekmansdalseweg; Sterreschansweg; Batavierenweg; Reinaldstraat; Dr. Claas Noorduijnstraat; Mariaplein; Berg- en Dalseweg tussen Jacob Canisstraat en Mariaplein; Jacob Canisstraat; Waldeck Pyrmontsingel, met inbegrip van genoemde wegen of wegdelen maar met uitzondering van Berg- en Dalseweg tussen Jacob Canisstraat en Mariaplein, Jacob Canisstraat, Waldeck Pyrmontsingel en Koolemans Beijnenstraat;

  • 6.

    zone I geldig in de straten: Valkenaerhof en de ventweg van de Wijchenseweg tussen Spijkerhofweg en Viaductweg;

  • 7.

    zone J geldig in straat Wijchenseweg tussen Viaductweg en Maas-Waalkanaal;

  • 8.

    zone K geldig in de straten:

  • a.

    Zwanenveld 50e straat, 52e straat, 53e straat; 54e straat; 55e straat en

56e straat;

  • b.

    Zwanenveld 80e straat, 82e straat en 83e straat;

  • c.

    Spijkerhofplein;

    (zie bijlage: Vergunninggebied: K)

  • d.

    Van Schuylenburgweg;

  • 9.

    zone L geldig in de straten:

  • a.

    Zwanenveld 65e straat en 66e straat;

  • b.

    Zwanenveld 60e straat, 61e straat , 62e straat, 63e straat, 70e straat; 71e straat; 72e straat, 73e straat, 74e straat en 75e straat;

    (zie bijlage: Vergunninggebied: L)

  • 10.

    zone P geldig in de straten: Ubbergseweg tussen de Nieuwe Ubbergseweg en de Generaal James Gavinweg; de Oude Ubbergseweg;

    (Zie bijlage: Vergunninggebied: P blad 1)

  • 11.

    zone Q geldig betreft de St Annastraat gelegen tussen de Hatertseweg en Houtlaan; Oude Molenweg; Veldstraat; Kastanjelaan; Kastanjehof; Van Peltlaan; Akkerlaan tussen Veldstraat en Van Peltlaan en Hatertseweg met inbegrip van het gedeelte van de Slotenmaker de Bruïneweg gelegen tussen de Van Peltlaan en de St. Annastraat;

    (Zie bijlage: Vergunninggebied: Q blad 1,2)

  • 12.

    zone R geldig in het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door Heselaan; Oude Weurtseweg; Eerste Oude Heselaan en Kauwstraat, Krayenhofflaan tussen Weurtseweg en Oude Weurtseweg, en tussen Tunnelweg en Voorstadslaan; Voorstadslaan tussen Nieuwe Hezelpoort en Krayenhofflaan; Weurtseweg (oneven zijde t/m nr. 71, even zijde t/m nr. 76); Lijnbaanstraat (tussen Waalbandijk en Weurtseweg); Havenweg (Waalhaven) (het gedeelte tussen Simon Langendampad en de denkbeeldige lijn in het verlengde van de Lijnbaanstraat); de spoorlijn Arnhem Nijmegen; met inbegrip van genoemde wegen of wegdelen en met inbegrip van de Havikstraat, Sperwerstraat en het parkeerterrein “Achter de Hezelpoort”;

    (Zie bijlage: Vergunninggebied: R)

  • 13.

    zone S geldig in het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door de Proosdijweg, Rode Kruislaan, Laan van Scheut, Uniceflaan en de Kapittelweg (1 t/m 15).

    (Zie bijlage: Vergunninggebied: S)

  • 14.

    zone T geldig op: het parkeerterrein Goffertpark aan de Burgemeester Daleslaan;

(Zie bijlage: Vergunninggebied: T)

15.zone U geldig in het gebied dat wordt begrensd door de spoorlijn Nijmegen-Lent, de Waal, Simon Langendampad, Heselaan en de denkbeeldige lijn tussen de spoorlijn Nijmegen-Lent en Oude Weurtseweg;

(Zie bijlage: Vergunninggebied: U)

16.zone W geldig op: Willemsweg op het gedeelte tussen nrs 1 t/m 118 met inbegrip vangenoemde nrs.

Artikel 4. Wijze van vaststellen van het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen

  • 1.

    Het maximaal aantal aan bewoners te verstrekken vergunningen in een vergunning gebied is 90% van het aantal parkeerplaatsen op de openbare weg in het betreffende vergunning gebied.

  • 2.

    Het maximaal aantal aan bedrijven te verstrekken vergunningen in een vergunning gebied is 30% van het aantal parkeerplaatsen op de openbare weg in het betreffende vergunning gebied.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel is in het gebied als genoemd in artikel 3 lid 2 van dit besluit het maximaal aantal aan bewoners te verstrekken vergunningen 100% van het aantal parkeerplaatsen op de openbare weg in het betreffende vergunning gebied.

  • 4.

    In afwijking van het bepaalde in lid 2 van dit artikel is in het gebied als genoemd in artikel 3 lid 2 van dit besluit het maximaal aantal aan bedrijven te verstrekken vergunningen 50% van het aantal parkeerplaatsen op de openbare weg in het betreffende vergunning gebied.

Artikel 5. Intrekken of wijzigen parkeervergunning

  • 1.

    Het College kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:

  • a.

    op verzoek van de vergunninghouder.

  • b.

    of ambtshalve:

    • i.

      wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van de vergunning;

    • ii.

      wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;

    • iii.

      wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    • iv.

      wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;

    • v.

      om redenen van openbaar belang;

    • vi.

      bij niet tijdige betaling en geen reactie op de aanmaning;

    • vii.

      bij wijziging van de gemeentelijke regelgeving.

  • 2.

    Indien de parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder iii of iv wordt een aanvraag voor een parkeervergunning door dezelfde vergunninghouder, binnen 6 maanden na intrekking, geweigerd.

  • 3.

    Indien een parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder vi wordt uitsluitend een nieuwe vergunning verstrekt na nieuwe aanvraag.

  • 4.

    Een tweede of volgende bewonersvergunning op een adres kan worden ingetrokken indien een wachtlijst voor eerste bewonersvergunningen ontstaat.

  • 5.

    Indien de tweede of volgende bewonersvergunning op een adres wordt ingetrokken op grond van het vierde lid van dit artikel wordt een opzegtermijn in acht genomen van minimaal 3 maanden.

Paragraaf 2. Soorten parkeervergunningen

Artikel 6. Bewonersvergunning

  • 1.

    Het College kan aan een bewoner, onverminderd het gestelde in artikel , op aanvraag een Bewonersvergunning verlenen voor het vergunninggebied waarin hij woonachtig is, indien hij:

  • a.

    kentekenhouder is van het motorvoertuig of gemotoriseerd voertuig op 3 of meer wielen met een kenteken, niet zijnde een voertuig bestemd voor recreatief gebruik, of krachtens een leaseovereenkomst feitelijk gebruiker is van het motorvoertuig, en

  • b.

    woonachtig is in een gebied waar parkeerregulering van kracht is, en

  • c.

    woonachtig binnen de singels, niet reeds in het bezit is van een bewonersvergunning of een bedrijfsvergunning, en

  • d.

    woonachtig in de parkeergebieden K en L, niet reeds in het bezit is van twee bewonersvergunningen of van een bewonersvergunning en een bedrijfsvergunning.

  • 2.

    Indien het in het eerste lid van dit artikel bedoelde adres binnen de singels of in de gebieden K en L is gelegen, en beschikt, zou kunnen beschikken of had kunnen beschikken over een eigen parkeervoorziening, wordt het aantal parkeervoorzieningen in mindering gebracht op het aantal vergunningen waarop een bewoner ten behoeve van dit betreffende adres, conform het eerste lid van dit artikel aanspraak zou kunnen maken.

  • 3.

    Onder een eigen parkeervoorziening wordt in ieder geval verstaan:

  • a.

    Een oprit op eigen terrein met een minimale lengte van 5,50 meter en een breedte van 2,50 meter;

  • b.

    Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare weg;

  • c.

    Een parkeerplaats in een parkeergarage die is gebouwd (mede) ten behoeve van de woning;

  • d.

    Een reeds verstrekte bedrijfsvergunning op naam van aanvrager.

  • 4.

    In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan aan een bewoner van een kamer in een geregistreerd kamerverhuurbedrijf op aanvraag een Bewonersvergunning worden verstrekt indien:

  • a.

    De bewoner volgens de gemeentelijke basisadministratie woonachtig is op het geregistreerde adres van het kamerverhuurbedrijf, en

  • b.

    Het maximale aantal uit te geven bewonersvergunningen op een adres binnen de singels nog niet is bereikt. Het maximale aantal uit te geven bewonersvergunningen op een adres binnen de singels bedraagt 1 vergunning en vervolgens 1 vergunning per10 kamers.

  • 5.

    Een bewonersvergunning wordt verleend op kenteken.

  • 6.

    Tijdelijke wijziging van het kenteken waarop de vergunning is verleend kan maximaal 4x per jaar plaatsvinden, telkens voor een periode van maximaal 7 aaneengesloten kalenderdagen.

  • 8.

    Aan de Bewonersvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

  • 9.

    Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het eerste lid genoemde voorwaarden, met dien verstande dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, waarbij gelijk hierbij betrekking heeft op het parkeergedrag annex parkeernoodzakelijkheid.

Artikel 7. Bedrijfsvergunning

  • 1.

    Het College kan aan een bedrijf,onverminderd het gestelde in artikel , op aanvraag een bedrijfsvergunning verlenen voor het vergunninggebied waarin het gevestigd is

  • 2.

    In afwijking van het gestelde in lid 1 kan aan een bedrijf dat is gevestigd binnen de singels, in plaats van een vergunning voor het vergunninggebied waarin het is gevestigd, een vergunning worden verleend voor vergunninggebied U.

  • 3.
    • Met betrekking tot het maximale aantal bedrijfsvergunningen dat aan een bedrijf kan worden verleend geldt dat

    a. het maximale aantal voor een adres of een vestiging binnen de singels en in zones K en L wordt berekend op basis van de Crow-richtlijn (publicatie 182), volgens welke

    richtlijn het aantal m² van een pand bepalend is voor het maximale aantale

    verstrekken vergunningen;

    b. er geen maximum bestaat voor een adres of een vestiging buiten de singels, met uitzondering van de zones K en L.

  • 4.

    Indien het in het eerste lid van dit artikel bedoelde adres beschikt, zou kunnen beschikken of had kunnen beschikken over een eigen parkeervoorziening wordt dit aantal eigen parkeervoorzieningen in mindering gebracht op het aantal vergunningen waarop een bedrijf ten behoeve van het betreffende adres conform het lid van dit artikel aanspraak zou kunnen maken.

  • 5.

    Onder een eigen parkeervoorziening wordt in ieder geval verstaan:

  • a.

    Een oprit op eigen terrein met een minimale lengte van 5,50 meter en een breedte van 2,50 meter;

  • b.

    Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare weg;

  • c.

    Een parkeerplaats in een parkeergarage die is gebouwd (mede) ten behoeve van het bedrijf of de instelling;

  • d.

    Openbare parkeergelegenheid binnen een straal van 125 meter van het werkadres zowel in praktische als in financiële zin een redelijk alternatief biedt;

  • e.

    Reeds verstrekte bewonersvergunningen op het betreffende adres.

  • 8.

    Aan de bedrijfsvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

  • 9.

    Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het eerste lid genoemde voorwaarden, met dien verstande dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, waarbij gelijk hierbij betrekking heeft op het parkeergedrag annex de parkeernoodzakelijkheid.

  • 10.

    Indien een bedrijf niet in aanmerking komt voor een bedrijfsvergunning in het betaald parkeergebied kan gebruik worden gemaakt van het GSM - Parkeren of van de dag- of meerdagenkaart.

Artikel 8. Overloopvergunning

  • 1.

    Aan een bewoner, aan wie eenewonersvergunning is geweigerd voor het vergunninggebied waarin de bewoner woonachtig is, omdat het maximum aantal bewonersvergunningen voor het betreffende vergunningengebied is bereikt, kan, onverminderd het gestelde in artikel , op aanvraag een tijdelijke vergunning worden verstrekt voor een ander vergunninggebied.Voor bewoners binnen de singels geldt dat aan deze bewoners een tijdelijke vergunning in een parkeergebied buiten de singels wordt verstrekt.

  • 2.

    Deze vergunning wordt uitsluitend verstrekt in gebied het maximale aantal uit te geven bewonersvergunningennog niet is bereikt.

  • 3.

    De overloopvergunning wordt in ieder geval ingetrokken:

  • a.

    Indien de aanvrager voor het vergunningengebied waarin hij woonachtig is een vergunning krijgt aangeboden;

  • b.

    Indien voor het vergunningengebied waarvoor de overloopvergunning geldig is een wachtlijst is ontstaan.

Artikel 9. Vergunning gedeeld autogebruik

  • 1.

    Vergunning gedeeld autogebruik voor particulieren:

  • a.

    Het College kan op aanvraag aan een natuurlijk of rechtspersoon een vergunning

    verlenen voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen.

  • b.

    Een parkeervergunning voor gedeeld autogebruik kan worden verleend op kenteken van een deelauto, voor zover de natuurlijke persoon of rechtspersoon is aangesloten bij de stichting voor gedeeld autogebruik, en wanneer de natuurlijke persoon of rechtspersoon volgens de gemeentelijke basisadministratie een zelfstandige woning bewoont in een gebied waar parkeerapparatuurplaatsen zijn.

  • c.

    Aan de parkeervergunning voor gedeeld autogebruik kunnen zowel beperkingen

    worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met

    betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

  • 2.

    Een vergunning voor gedeeld autogebruik door een commerciële aanbieder kan aan hem worden verleend als is voldaan aan de volgende criteria:

  • a.

    de auto is voor deelnemers dag en nacht beschikbaar, en

  • b.

    het ophalen en terugbrengen van de auto is gemakkelijk en relatief dicht in de buurt, en

  • c.

    het systeem draagt bij aan een bewust en selectief autogebruik, en

  • d.

    de afspraken tussen aanbieder en deelnemers zijn van langere duur (dus niet

  • e.

    incidenteel), en

  • f.

    de deelnemers hebben de keuze uit meerdere typen auto’s, en

  • g.

    de (technische) kwaliteit en service bij ongevallen en storingen is goed.

Artikel 10. Marktparkeervergunning

  • 1.

    Het College kan op aanvraag aan een marktkoopman op de markt een vergunning verlenen voor het parkeren op een marktdag indien de marktkoopman staat ingeschreven als vaste plaatshouder van de markt;

  • 2.

    De marktvergunning is geldig in maximaal één zone, welke het dichtst bij de vaste standplaats gelegen is.

  • 3.

    Aan de marktvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

Artikel 11. Bezoekersvergunning

  • 1.

    Het College kan op aanvraag, aan de bewoner woonachtig in een gebied waar parkeerbelasting moet worden betaald, een vergunning verlenen ten behoeve van het parkeren van zijn bezoekers.

  • 2.

    Van een bezoekersvergunning mag uitsluitend gebruik worden gemaakt ten behoeve van het parkeren van motorvoertuigen van bezoekers binnen de vergunning zone waarin de bewoner woonachtig is.

  • 3.

    Per zelfstandige woning:

  • a.

    binnen de singels wordt maximaal 1 bezoekersvergunning verstrekt;

  • b.

    buiten de singels worden maximaal 3 bezoekersvergunningen verstrekt.

  • 4.

    Een uitgebreide digitale bezoekersvergunning voor mantelzorg kan worden verstrekt aan een bewoner die mantelzorg ondergaat door iemand aan wie het mantelzorgcompliment is toegekend en die de mantelzorg verleent op het adres waarop de bewoner woonachtig is.

  • 5.

    Aan de bezoekersvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

  • 6.

    Het College kan aan een bezoekersvergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden.

  • 7.

    De bezoekersvergunning wordt verleend voor de duur van een kalenderjaar.

  • 8.

    Een bezoekersvergunning wordt niet verleend indien deze wordt aangevraagd binnen een jaar na intrekking.

  • 9.

    In afwijking van het in lid 1 en lid 2 bepaalde kan het College aan een zorginstelling, op een daartoe strekkende aanvraag, per kamer een bezoekersvergunning verlenen.

Artikel 12. Hulpverlenervergunning

  • 1.

    Een hulpverlenervergunning kan worden verleend aan professionele zorg- of hulpverleningsinstellingen, zijnde huisartsen, verloskundigen, crisisdiensten in de geestelijke gezondheidszorg en/of dierenambulance (verder te noemen “zorgverleners”) indien:

  • a.

    Voor de uitoefening van de praktijk gebruik wordt gemaakt van een motorrijtuig, en

  • b.

    Het aannemelijk is dat de hulpverlenende organisatie met regelmaat geconfronteerd wordt met medische urgentiegevallen dat vooraf inplannen niet als reële optie beschouwd kan worden.

  • 2.

    Een hulpverlenervergunning kan worden verleend aan zorgverleners indien het motorrijtuig nodig is vanwege het geregeld met spoed zorg of hulp verlenen aan personen of dieren op wisselende plaatsen in een gebied waar gereguleerd parkeren is ingevoerd.

  • 3.

    Aan een hulpverlenervergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

  • 4.

    De hulpverlenervergunning wordt enkel op kenteken verstrekt.

  • 5.

    De hulpverlenervergunning is van kracht in alle gereguleerde parkeergebieden op het grondgebied van de gemeente Nijmegen, met uitzondering van het parkeren in het gebied waar de praktijk is gevestigd.

Paragraaf 3. Betalen bij parkeerapparatuur.

Artikel 13. Voorschriften voor het in werking stellen van de parkeerapparatuur

  • 1.

    Bij het in werking stellen van de parkeerapparatuur moeten de aanwijzingen en voorschriften, aangegeven op of bij de parkeerapparatuur, in acht worden genomen. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op of bij de parkeerapparatuur kennis gegeven.

  • 2.

    Het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door middel van:

    • a.

      contante betaling (uitsluitend indien de parkeerapparatuur daarvoor geschikt is);

    • b.

      een betaling met een door de parkeerautomaat geaccepteerde creditcard of pinbetaling.

  • 3.

    Indien de parkeerapparatuur ter plaatse geschikt is voor contante betaling kan de parkeerbelasting in eenheden van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00 en € 2,00 worden voldaan.

  • 4.

    Het in werking stellen van de parkeerapparatuur kan tevens geschieden door het via een telefoon inloggen op de centrale computer en daarbij:

  • a.

    geregistreerd te zijn als deelnemer bij een bedrijf waarmee de gemeente Nijmegen een contract heeft afgesloten voor deze dienst;

  • b.

    beschikken over een geldige parkeerkaart of token van het betreffende bedrijf;

  • c.

    de parkeerkaart op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig is aangebracht.

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2015;

  • 2.

    Dit besluit kan worden aangehaald als "Uitwerkingsbesluit Parkeren 2015-B".

Nijmegen, 22 september 2015;

Het College van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen,

De Burgemeester,

drs. H.M.F. Bruls

De Secretaris,

drs. B van der Ploeg

TOELICHTING OP HET UITWERKINGSBESLUIT 2015-B

Het uitwerkingsbesluit vindt zijn grondslag in zowel de vigerende parkeerverordening (art. 3 en 4) en de vigerende verordening parkeerbelastingen (art. 7) en de in de verordeningen genoemde artikelen uit de Gemeentewet.

Artikel 2. Tijden van parkeerregulering.

Artikel 2 regelt de tijden dat betaald parkeren van kracht is. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de verschillende vormen van betaald parkeren, zoals die in de Verordening Parkeerbelastingen zijn gedefinieerd. Voor het parkeren uitsluitend met parkeervergunningen geldt een regime van 24 uur per dag en 7 dagen per week, tenzij anders op de bebording is aangegeven. Voor de plaatsen waar ook bezoekers mogen parkeren zonder vergunning levert de gemeente maatwerk, rekening houdend met de aard van het gebied. Om te voorkomen dat in de stad een veelheid van verschillende regimes van kracht zijn, hanteert de gemeente een viertal venstertijden die zij in combinatie met elkaar kan gebruiken.

Uitzondering hierop zijn de tijden dat betaald parkeren van toepassing is op het terrein van de Radboud Universiteit Nijmegen / UMC St. Radboud. Hiervoor gelden de tijden die in het verleden overeen zijn gekomen tussen gemeente en Universiteit/ziekenhuis. Hoewel deze wegen niet openbaar zijn in de zin van de wegenwet (de wegen zijn eigendom van de universiteit/ziekenhuis) is de gemeente bevoegd om betaald parkeren uit te voeren op de wegen die openbaar zijn in de zin van de wegenverkeerswet. Dit zijn wegen die niet zijn afgesloten door een slagboom of waarvoor een andere afsluiting geldt.

De tijden worden in ieder geval zichtbaar gemaakt op de parkeerautomaten die betrekking hebben op de gereguleerde plaatsen ter plekke. Aanvullend kan op bebording informatie worden geplaatst.

Artikel 3. Geldigheid van de parkeervergunningen

.

Artikel 2a van de Verordening Parkeerbelastingen bepaalt dat de het College moet bepalen waar met een vergunning mag worden geparkeerd. Voor een optimale regulering op dit vlak is Nijmegen verdeeld in vergunninggebieden, zodat de houder van de vergunning een ruime gelegenheid heeft om in de nabijheid van zijn woning of bedrijf te parkeren. Bij het vaststellen van de vergunninggebieden is al voorgesorteerd op mogelijke uitbreiding van het parkeerareaal, zoals is benoemd in het principebesluit van de Gemeenteraad van december 2005. Uitbreiding van het gereguleerde areaal kan daarmee plaatsvinden zonder de vergunninggebieden te herdefiniëren. De aanwijzing van de plaatsen waar uitsluitend vergunninghouders mogen parkeren, is geregeld in het Aanwijzingsbesluit.

Houders van een vergunning mogen op alle parkeerplaatsen parkeren in een gebied, tenzij sprake is van een gereserveerde parkeerplaats (gehandicapt op kenteken of autodate) of het parkeren voor vergunninghouders bij besluit van het College is verboden. Er bestaat geen verschil meer tussen een “vergunning voor het parkeren bij de betaal automaat” en “een vergunning voor het parkeren op plaatsen die uitsluitend voor vergunninghouders bestemd zijn”. De vergunninghouder krijgt zodoende meer parkeerplaatsen tot zijn beschikking. In de “Benedenstad” zijn nog wel plaatsen uitsluitend bestemd voor vergunninghouders. Dit omdat in de Benedenstad geen ruimte is voor parkerende bezoekers.

Artikel 4. Maximaal aantal uit te geven vergunningen

.

In gebieden waar voor het eerst parkeerregulering wordt toegepast is het maximale aantal te verstrekken vergunningen gerelateerd aan het aantal parkeerplaatsen dat is gefiscaliseerd. Jaarlijks vinden tellingen plaats van het feitelijk aantal gefiscaliseerde parkeerplaatsen. Voor de uitgifte van vergunningen aan bewoners wordt een percentage van 90% en voor bedrijven een percentage van 30% van het aantal beschikbare parkeerplaatsen aangehouden. Indien in de praktijk blijkt dat de parkeerdruk in een gebied met deze uitgifte hoog dan wel laag is, kunnen de percentages voor het betreffende gebied naar boven of beneden worden bijgesteld. Zo zijn voor het gebied binnen de roadbarriers de percentages bijgesteld naar 100% voor bewoners en 50% voor bedrijven.

Artikel 5. Intrekken of wijzigen parkeervergunning.

De parkeerregulering is erop gericht om de schaarse parkeerruimte zo eerlijk mogelijk te verdelen. Dat betekent dat zoveel mogelijk huishoudens die een vergunning willen kopen, hiervoor de kans moeten krijgen. Met de invoering van de digitale bewonersvergunning is het onderscheid tussen de Eerste en de Tweede Bewonersvergunning komen te vervallen. Met uitzondering van het gebied binnen de singels en de zones K en L bestaat de beperking van maximaal 1 of 2 bewonersvergunningen per adres voor de overige gebieden niet meer.

Elke tweede of latere op een adres verstrekte vergunning kent echter een tijdelijk karakter. Op het moment dat een wachtlijst ontstaat voor een eerste op een adres te verstrekken vergunning, kunnen tweede en latere op een adres verstrekte vergunningen worden ingetrokken, om zodoende meer huishoudens in de gelegenheid te stellen een vergunning aan te schaffen.

Artikel 6. Bewonersvergunning

Zolang het maximaal aantal vergunningen voor bewoners, zoals vastgelegd in artikel van het uitwerkingsbesluit, nog niet is bereikt, kan een bewoner een vergunning krijgen. Zodra het maximum wel is bereikt, wordt geen vergunning verstrekt, maar wordt de aanvraag op een wachtlijst, als bedoeld in artikel 7 van de Parkeerverordening, geplaatst.

Om voor een bewonersvergunning in aanmerking te komen moet men woonachtig zijn in een straatdeel waar daadwerkelijk parkeerregulering van kracht is en een auto of een gemotoriseerd voertuig met meer dan drie wielen en een kenteken bezitten. Hierdoor komen ook invalidenvoertuigen en brommobielen in aanmerking voor een parkeervergunning. Caravans (geen motor) en bromfietsen (geen 3 wielen) niet. Een motorfiets komt wel in aanmerking voor een vergunning, want dat is immers een motorvoertuig. Men krijgt de vergunning voor het gebied waar men woonachtig is. Het is dus niet mogelijk om een vergunning voor een ander gebied aan te vragen. Per persoon wordt maximaal 1 vergunning verleend. Iemand met twee auto’s komt dus niet in aanmerking voor twee vergunningen.

Het stallen van caravans op betaald parkeerplaatsen is toegestaan voor een maximum van drie dagen (Zie APV). Dergelijke voertuigen mogen normaal niet op een betaald parkeerplaats worden geparkeerd zonder ontheffing.

Omdat ontheffing aanvragen als deze in de praktijk vrijwel altijd worden toegewezen op grond van de APV (Algemene Plaatselijke Verordening voor de Gemeente Nijmegen), is er voor gekozen om het stallen van caravans op parkeerplaatsen die binnen het gereguleerde gebied vallen maximaal 3 dagen te gedogen.

Binnen de singels en in de gebieden K en L wordt geen vergunning verleend als men beschikt over een eigen parkeervoorziening zoals genoemd in lid . Indien parkeerplaatsen te koop of te huur worden aangeboden aan bewoners van appartementen in deze gebieden, komt men niet in aanmerking voor een parkeervergunning. Hiermee wordt voorkomen dat voor voorzieningen die in beginsel wel beschikken over eigen parkeercapaciteit de parkeerdruk wordt afgewenteld op de openbare weg.

Van had kunnen beschikken over een parkeerplaats is sprake indien iemand zijn parkeerplaats bijvoorbeeld heeft verbouwd, verhuurd of als de parkeerplaats op een andere wijze niet meer te gebruiken is als parkeerplaats. Ook indien iemand op later moment dan bij aankoop of huur van een woning een parkeervoorziening nodig heeft, komt hij niet in aanmerking voor een vergunning als hij bij aankoop of huur over een dergelijke voorziening had kunnen beschikken. Zo wordt voorkomen dat parkeerplaatsen te gelde worden gemaakt en de parkeerbehoefte wordt afgewenteld op de openbare weg.

Voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats is geen vergunning benodigd, wel een gehandicaptenparkeerkaart.

Voor kamerverhuurbedrijven zijn de regels iets soepeler. Voorwaarde is dat een kamerverhuurbedrijf formeel als zodanig staat geregistreerd. Per geregistreerd adres kan 1 vergunning worden verstrekt en vervolgens 1 per 10 kamers. Dit betekent dat bij aanwezigheid van 10 kamers of meer een tweede vergunning kan worden verstrekt, bij 20 kamers of meer een derde, enzovoorts. Woongroepen worden niet beschouwd als kamerverhuurbedrijven. Het aantal vergunningen dat maximaal aan een woongroep kan worden verstrekt is afhankelijk van het aantal zelfstandige woningen waaruit de woongroep bestaat. Zie daarvoor ook de definitie van zelfstandige woning in het Uitwerkingsbesluit en de Parkeerverordening.

Het kenteken waar op de vergunning wordt verstrekt kan permanent worden gewijzigd indien het voertuig met bedoeld kenteken wordt verkocht of anderszins niet meer in gebruik is, en er een ander voertuig voor in de plaats komt. Daarnaast kan het kenteken waarvoor de vergunning is verstrekt maximaal 4x per jaar tijdelijk worden gewijzigd, telkens voor een periode van maximaal 7 aaneengesloten dagen. Deze regel ziet bijvoorbeeld op de situatie dat een bewoner gebruikt maakt van een leenauto op het moment dat zijn eigen auto ter reparatie bij de garage is.

Elke tweede of later verstrekte bewonersvergunning op een adres heeft een tijdelijk karakter. Deze vergunningen worden slechts verleend indien er nog plaats is in het betreffende vergunning gebied. Zodra in een vergunning gebied een wachtlijst ontstaat voor eerste op een adres te verstrekken vergunningen, kunnen tweede en latere op een adres verstrekte vergunningen worden ingetrokken, om zodoende meer huishoudens in de gelegenheid te stellen een vergunning aan te schaffen.

Artikel 7. Bedrijfsvergunning

De bedrijfsvergunning is bedoeld voor bedrijven die gevestigd zijn in het gereguleerde gebied in Nijmegen. Bedrijven van buiten dit gereguleerde gebied, met de auto in Nijmegen moeten zijn, komen niet in aanmerking voor een vergunning. Zij kunnen kiezen uit een dag- / week- of maandkaart. Uiteraard kunnen zij ook kiezen voor een uit de automaat of betalen met GSM- Parkeren.

Een uitzondering vormt de bedrijfsvergunning voor vergunning gebied U: ook bedrijven die niet in dit gebied maar wel in het centrum zijn gevestigd komen in aanmerking voor een vergunningvoor dit gebied, in plaats van een vergunning voor het centrum en mits aan alle overige voorwaarden wordt voldaan.

Het aantal te verstrekken edrijfsvergunningen is vastgelegd in artikel van het Uitwerkingsbesluit. De aanpassing van criteria voor het uitgeven van edrijfsvergunningen heeft geen invloed op het totaal aantal uit te geven vergunningen.

Zoals in de (artikel 7) is beschreven, wordt de vergunning op volgorde van aanvraag verleend.

Artikel 8. Overloopvergunning.

De overloopvergunning is een tijdelijke parkeervergunning die aan een bewoner wordt aangeboden indien hij op een wachtlijst staat, zodat hij zijn auto elders in de stad kan parkeren. Het is aan de bewoner om deze vergunning al dan niet aan te vragen. Deze vergunning komt te vervallen indien het betreffende vergunninggebied vol raakt of indien voor zijn eigen gebied een vergunning beschikbaar komt.

De toepassing van de overloopvergunning zal door de samenvoeging van vergunninggebieden zijn noodzaak deels verliezen. In voorkomende gevallen blijft dit echter een adequaat instrument om eventuele capaciteitsproblemen (tijdelijk) het hoofd te bieden.

Artikel 9. Vergunning gedeeld autogebruik

Voor het bedrijfsmatig gedeeld autogebruik(autodate) hanteert de Stichting Gedeeld Autogebruik een aantal criteria:

  • -

    de auto is voor deelnemers dag en nacht beschikbaar;

  • -

    het ophalen en terugbrengen van de auto is gemakkelijk en dicht in de buurt;

  • -

    het systeem draagt bij aan een bewust en selectief autogebruik;

  • -

    de afspraken tussen aanbieder en deelnemers zijn van langere duur (dus niet incidenteel);

  • -

    de deelnemers hebben de keuze uit meerdere typen auto’s;

  • -

    de (technische) kwaliteit en service bij ongevallen en storingen is goed.

Voor particuliere gedeeld autogebruikers geldt dat zij aangesloten dienen te zijn bij de Stichting Gedeeld Autogebruik. Deze registratie dient als bewijs van het gedeeld autogebruik, en dient bij de aanvraag van een parkeervergunning voor gedeeld autogebruik overhandigd te worden. De aanvragers ontvangen dan één vergunning die geldig is in beide woongebieden waar gereguleerd parkeren van toepassing is.

Artikel 10. Marktparkeervergunning.

Deze vergunning is bestemd voor kooplieden van de markt. Alleen aan vaste plaatshouders wordt een vergunning verstrekt. Overige marktkooplieden parkeren tegen het reguliere tarief. De marktparkeervergunning is geldig in maximaal twee zones, welke het dichtst bij de vaste standplaats gelegen zijn.

Artikel 11. Bezoekersvergunning.

Iedere bewoner die woonachtig is in gereguleerd parkeergebied kan een bezoekersvergunning aanvragen teneinde zijn bezoekers daarmee tegen gereduceerd tarief te laten parkeren. De bezoekersvergunning is uitsluitend geldig voor bezoeken.

Een bewoner woonachtig in gereguleerd parkeergebied die kan aantonen dat aan hem mantelzorg wordt verleend op het adres waar hij volgens de gemeentelijke basisadministratie woonachtig is door iemand aan wie het mantelzorgcompliment is toegekend, kan in aanmerking komen voor een bezoekersvergunning ten behoeve van deze mantelzorg.

Artikel 12. Hulpverlenervergunning

De hulpverlenervergunning is een vergunning voor de in de stad operationele doch niet als zodanig herkenbare acute hulpverleners, met welke vergunning deze hulpverleners in spoedeisende situaties op wisselende plaatsen in het gereguleerd parkeergebied direct hulp kunnen verlenen, zonder dat zij daarbij in de uitvoering van hun werkzaamheden worden beperkt door het rechtmatig parkeren (in zowel fiscaal als vergunningengebied) of het op tijd komen bij een incident (inrijdontheffing, medegebruik busbanen). De betreffende groep hulpverleners is limitatief.

Artikel 13. Voorschriften voor het in werkingstellen van de parkeerapparatuur

In dit artikel is geregeld hoe het parkeergeld te betalen bij parkeerapparatuur.