Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2007

Geldend van 15-09-2015 t/m heden

Intitulé

Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2007

Geconsolideerde tekst van de regeling

De raad van de gemeente Bernheze;

gezien het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 16 oktober 2007;

gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7 en 8 en 10 tweede lid van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers,

gelet op de EG-verordening Werkgelegenheidssteun (nr. 2204/2002, Pb EG 2002, L 337/3) en de EG-verordening de minimissteun (nr. 69/2001, Pb EG 2001, L 10/30), alsmede de Beleidsaanbeveling van belang voor het opstellen van de gemeentelijke reïntegratieverordeningen in het kader van de Wet Werk en Bijstand (Verzamelcirculaire SZW, april 2004),

besluit:

vast te stellen de volgende:

Titeldeel 1 Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2007

Paragraaf 1

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de Wet Werk en Bijstand, deIOAW of de IOAZ;

  • b.

    Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet die ingeschreven zijn bij het CWI;

  • c.

    Nuggers: personen die als werkzoekenden zijn geregistreerd bij het CWI en die geen

    uitkeringsgerechtigden zijn;

  • d.

    jongeren: uitkeringsgerechtigden, Anw-ers en Nuggers niet ouder dan 23 jaar;

  • e.

    voorziening: een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de wet, dezeverordening en het beleidsplan als bedoeld in artikel 3 eerste lid;

  • f.

    de wet: de Wet werk en bijstand;

  • g.

    IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

  • h.

    IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

  • i.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze

  • j.

    de raad: de gemeenteraad van de gemeente Bernheze

  • k.

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht;

  • l.

    Werknemers in gesubsidierde arbeid: werknemers als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet.

Paragraaf 2

Beleid en financiën

Artikel 2 Opdracht college
  • 1 Het college biedt aan bijstandsgerechtigden tot 65 jaar, aan personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering, niet-uitkeringsgerechtigden alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste lid van de wet is van overeenkomstige toepassing.

  • 2 Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid.

  • 3 Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen.

Artikel 3 Beleidsplan/Beleidsverslag
  • 1 Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening een (meerjaren)beleidsplan vaststellen, waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven, alsmede de hoogte en wijze van financiering.

  • 2 Dit plan omvat in elk geval

    • -

      een omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende doelgroepen en deprioritering binnen en tussen die groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als uitgangspunt wordt genomen;

    • -

      een verdeling van de beschikbare middelen over de verschillende voorzieningen;

    • -

      de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de arbeidsverplichting, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de combinatie van arbeid en zorg;

  • 3 Het college zendt eenmaal per jaar aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. Dit verslag wordt vormgegeven conform het verslag als bedoeld in artikel 77 van de wet.

  • 4 Het (meerjaren)beleidsplan als bedoeld in het eerste lid alsmede het verslag als bedoeld in het derde lid bevat de gevoelens van de cliëntenraad.

Artikel 4 Aanspraak op ondersteuning
  • 1 Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers, Nuggers alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling.

  • 2 Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening en bijbehorend uitvoeringsbesluit.

Artikel 5 Verplichtingen van de cliënt
  • 1 Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken.

  • 2 De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden.

  • 3 Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, dan kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de maatregelenverordening.

  • 4 Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

Artikel 6 Sluitende aanpak
  • 1 Elke uitkeringsgerechtigde/jongere krijgt binnen 3 maanden na inschrijving bij het CWI een aanbod voor een voorziening gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien het college heeft bepaald dat voor deze persoon een volledige ontheffing van de arbeidsverplichting geldt.

  • 3 Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het eerste lid.

Artikel 7 Budget- en subsidieplafonds
  • 1 Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening

  • 2 Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening

Paragraaf 3

Voorzieningen

Artikel 8 Algemene bepalingen over voorzieningen
  • 1 In het uitvoeringsbesluit wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.

  • 2 Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.

  • 3 Het college kan een voorziening beëindigen:

    • a. indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de wet niet nakomt;

    • b. indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;

    • c. indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;

    • d. indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.

  • 4 Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3, met inachtneming van hetgeen daarover in het beleidsplan is bepaalde, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:

    • a.

      de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;

    • b.

      de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;

    • c.

      de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of –vaststelling;

    • d.

      de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en premies;

    • e.

      de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;

    • f.

      het vragen van een eigen bijdrage;

    • g.

      overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.

Artikel 9 Sociale activering
  • 1 Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als onderdeel van een reïntegratietraject activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering.

  • 2 Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten ter voorbereiding op een traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het voorkomen van sociaal isolement.

Artikel 10 Opstapbanen met behoud van uitkering
  • 1 Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1 onder a en d een opstapbaan met behoud van uitkering aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling.

  • 2 Een plaatsing met behoud van uitkering kan de volgende doelen dienen:

    proefplaatsing opdoen van werkritme vrijwilligerswerk

  • 3 Het college plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt.

  • 4 In een schriftelijke overeenkomst worden, voor plaatsingen zoals bedoeld in lid 2 onder a en b, tenminste vastgelegd het doel van de plaatsing, alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.

Artikel 11 Opstapbanen met loonkostensubsidie
  • 1 Het college kan een subsidie verstrekken aan derden voor een persoon bedoeld in artikel 1 onder a en d, gericht op arbeidsinschakeling.

  • 2 De subsidie wordt gebaseerd op de inverdiencapciteit van betrokken persoon, met dien verstande dat er nooit voor 100% subsidie verstrekt zal worden.

  • 3 De werknemer kan voor het verrichten van arbeid, door bemiddeling van een reïntegratiebedrijf door een werkgever/onderneming in dienst worden genomen.

  • 4 De werknemer kan in dienst worden genomen door een reïntegratiebedrijf die betrokken persoon, voor het verrichten van arbeid, detacheert bij een onderneming.

  • 5 Bij uitvoeringsbesluit stelt het college regels ten aanzien van de duur van de subsidie, de hoogte en de verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden.

  • 6 Een werknemer wordt alleen geplaatst indien door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt.

  • 7 Met het reïntegratiebedrijf/ werkgever worden in ieder geval schriftelijk afspraken gemaakt over de van toepassing zijnde rechtspositie.

Artikel 12 Scholing
  • 1 Het college kan een vorm van scholing aanbieden gericht op arbeidsinschakeling.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde scholing kan aangeboden worden in de vorm van een subsidie.

  • 3 Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de noodzakelijkheid van de scholing, de duur en de maximale kosten.

Artikel 13 Premies
  • 1 Het college kan aan personen een activeringspremie toekennen.

  • 2 Deze premie wordt verstrekt

    Het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, niet zijnde gesubsidieerde arbeid; Het met goed gevolg afronden van scholing in het kader van de arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 12. Het verrichten van vrijwilligerwerk.

  • 3 Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels over de doelgroepen en de hoogte van de premies.

Artikel 14 Overige vergoedingen

Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die gemaakt zijn in het kader van de

arbeidsinschakeling.

Artikel 15 Persoonsgebonden reïntegratiebudget
  • 1 Het college kan aan personen bedoeld in artikel 1 onder a een subsidie verstrekken in de vorm van een op arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget.

  • 2 Onder een persoonsgebonden reïntegratiebudget wordt verstaan een subsidie ter voldoening van de noodzakelijk te maken kosten van werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling.

  • 3 Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels met betrekking tot de uitvoering van dit artikel.

Artikel 16 Voorzieningen gericht op nazorg

Het college kan aan ondernemingen waarbij een persoon algemeen geaccepteerde arbeid heeft aanvaard, niet zijnde een voorziening als bedoeld in de artikel 11 voorzieningen bieden gericht op nazorg.

Paragraaf 4

Slotbepalingen

Artikel 17 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 18 Intrekking oude regeling

De Verordening Activering en Reïntegratie 2007 wordt ingetrokken.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008.

Artikel 20 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2007.

Ondertekening

De raad voornoemd
de griffier, de voorzitter,
J.H.M. van den Oever A.A.M.M. Heijmans