Parkeerverordening gemeente Gorinchem

Geldend van 01-10-2015 t/m heden

Intitulé

Parkeerverordening gemeente Gorinchem

Parkeerverordening Gemeente Gorinchem

De raad van de gemeente Gorinchem,

gelet op het raadsbesluit van de gemeenteraad van Gorinchem van 23 april 2015; raadsstuk 1352;

gelet op de artikelen 156, tweede lid, onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet, artikel 24 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het bepaalde in of krachtens de Wegenverkeerswet 1994;

besluit vast te stellen:

Parkeerverordening gemeente Gorinchem

Afdeling I: Algemeen

Artikel 1: Definities en begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die door het college, in het kader van deze

verordening, is aangewezen voor het parkeren door

parkeervergunninghouders;

  • -

    daarmee is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of;

  • -

    gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift “zone”, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;

betaald parkeren: populair synoniem voor een regime van parkeerbelasting;

centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Gorinchem een overeenkomst heeft gesloten, zijnde de coöperatie Service Huis Parkeer- en Verblijfrechten U.A. te Lathem (SHPV), bestemd voor de registratie van

parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon;

college: het college van burgemeester en wethouders;

deelauto: motorvoertuig bedoeld voor het herhaald en opeenvolgend

gezamenlijk gebruik op grond van een overeenkomst tussen

natuurlijke personen en een aanbieder. Het voertuig moet uiterlijk

herkenbaar zijn, ter beschikking gesteld worden door de aanbieder én

voor een ieder, via de aanbieder, beschikbaar zijn;

deelautoplaats: een parkeerplaats, speciaal aangewezen voor het parkeren van een

deelauto, krachtens de voorgeschreven wijze van het RVV;

feestdag(en): dag of dagen, die door het college als feestdag worden aangewezen

krachtens de parkeerbelastingverordening en waarop geen

parkeerbelasting wordt geheven;

houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken

ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de

Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven

kentekens;

koopzondag(en): zondag of zondagen die door het college zijn aangewezen als zondag

waarop winkels in de gemeente Gorinchem geopend mogen zijn;

motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van

brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van

verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur en bovendien

door het college, binnen het kader van deze verordening, is

aangewezen als betaald parkeerplaats ofwel parkeerapparatuurplaats;

parkeervergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is

toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen

parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;

parkeervergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een

parkeervergunning is verleend;

parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van

een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en

gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan

wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de

gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen

of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een

wettelijk voorschrift is verboden;

RVV: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;

Wegenverkeerswet: Wegenverkeerswet 1994;

zone: een door het college aangewezen gebied, waarbinnen zich een aaneengesloten verzameling van

parkeerapparatuurplaatsen of belanghebbendenplaatsen bevindt.

Afdeling II: Parkeerregulering

Artikel 2: Belanghebbendenplaatsen

1.Het college wijst, bij openbaar besluit, voor het openbaar verkeer openstaande terreinen en weggedeelten aan, al dan niet als zone, die bestemd zijn voor het parkeren door parkeervergunninghouders;

  • a.

    Het college kan daarbij, per aangewezen terrein, weggedeelte en of zone, tijdvensters vaststellen waarbinnen het parkeren slechts aan parkeervergunninghouders is toegestaan;

  • b.

    Het college kan daarbij, per aangewezen terrein, weggedeelte en of zone, onderscheid maken in de categorieën parkeervergunninghouders als bedoeld in artikel 5;

  • c.

    Het college kan daarbij per aangewezen terrein, weggedeelte en of zone, voorschriften geven over de wijze waarop moet worden geparkeerd;

  • d.

    Het college kan daarbij per aangewezen terrein, weggedeelte en of zone, een maximum aantal uit te geven vergunningen vaststellen, in totaal of per eenheid (categorie, huishouden, etc).

Artikel 3: Parkeerapparatuurplaatsen

1.Het college wijst, bij openbaar besluit, voor het openbaar verkeer openstaande terreinen en weggedeelten aan, al dan niet als zone, die bestemd zijn voor het betaald parkeren (parkeerapparatuurplaatsen), zoals bedoeld in artikel 8.

Artikel 4: Vergunningsbevoegdheid

1.Het college kan op een daartoe strekkende schriftelijke aanvraag een parkeervergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen, zoals bedoeld in artikel 2, of voor het parkeren op mede door parkeervergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen, zoals bedoeld in artikel 3.

Afdeling III: Vergunningen

Artikel 5: Soorten parkeervergunningen
  • 1. Het college kan de volgende parkeervergunningen verlenen:

    • a.

      Bewonersvergunning (categorie I);

    • b.

      Bedrijvenvergunning (categorie II);

    • c.

      Bezoekersvergunning (categorie III).;

    • d.

      Vergunning voor tijdelijke werkzaamheden (categorie IV);

    • e.

      Vergunning alle gebieden (categorie V).

  • 2. Het college kan in bijzondere gevallen (bijvoorbeeld bij huwelijken, verhuizingen, etc) ook andere parkeervergunningen verlenen dan de in lid 1 genoemde parkeervergunningen.

Artikel 6: Maximale geldigheidsduur

Een parkeervergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend.

Artikel 7: Nadere regels door het college
  • 1. Het college stelt, bij openbaar te maken besluit, regels op voor het aanvragen, verlenen, weigeren, intrekken en wijzigen van parkeervergunningen, als bedoeld in artikel 4.

    a.Het college maakt daarbij onderscheid in de soorten parkeervergunningen, zoals bedoeld in artikel 5;

  • 2. Het college kan nadere regels opstellen voor het gebruik van parkeervergunningen en kan daarbij onderscheid maken in soorten parkeervergunningen, zoals bedoeld in artikel 5.

Afdeling IV: Belastinggrondslag

Artikel 8: Belastbaar feit

1.Onder de naam “parkeerbelastingen” of “betaald parkeren” worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende parkeervergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die parkeervergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 9: Belastingplicht(igen)
  • 1. De belasting, bedoeld in artikel 8 onder a, wordt geheven van de degene die het voertuig heeft geparkeerd. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting, genoemd in artikel 8 onder a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

      • i.

        als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

      • ii.

        als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

  • 2. De belasting, bedoeld in artikel 8 onder a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het eerste lid; sub b als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen;

  • 3. De belasting, bedoeld in artikel 8 onder b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 10: Vrijstelling
  • 1. De belasting, bedoeld in artikel 8 onder a, wordt niet geheven van de volgende groepen:

    • a.

      Hulpdiensten;

    • b.

      Artsen en verloskundigen;

    • c.

      Gehandicaptenparkeerkaarthouders, die geparkeerd staan op een algemene gehandicaptenparkeerplaats én hun gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar achter de voorruit hebben aangebracht;

    • d.

      Eigenaren, houders en of gebruikers van een deelauto;

    • e.

      Dierenambulance;

    • f.

      Gemeentelijke dienst;

    • g.

      Reinigingsdienst Waardlanden;

    • h.

      Avelingen Groep;

    • i.

      Klussendienst Gorinchem;

  • 2. Voor alle groepen, zoals genoemd in lid 1, behalve de groep genoemd in sub c, geldt dat het voertuig waarmee wordt geparkeerd duidelijke en onderscheidende uiterlijke kenmerken moet vertonen, waardoor het voertuig ondubbelzinnig tot die groep kan worden gerekend;

  • 3. De vrijstelling, zoals bedoeld in dit artikel 10, eerste lid onder a, b, c, e, f, g, h, en i, is niet geldig wanneer met een voertuig geparkeerd wordt op een speciaal voor dat individuele voertuig gereserveerde parkeerplaats (parkeerplaats op kenteken conform het RVV) terwijl dit voertuig valt onder de groepen genoemd in artikel 10, eerste lid onder a, b, c, e, f, g, h of i.

Artikel 11: Wijze van heffing
  • 1. De belasting bedoeld in artikel 8, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

  • 2. De belasting bedoeld in artikel 8, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 12: Ontstaan van de belastingschuld
  • 1. De belasting, bedoeld in artikel 8 onder a, ontstaat vanaf de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.

  • 2. De belasting, bedoeld in artikel 8 onder b, ontstaat vanaf het tijdstip waarop de parkeervergunning wordt verleend.

Artikel 13: Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
  • 1. De maatstaven van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabellen;

  • 2. Het college kan de tarieven opgenomen in bijlage 1 van deze verordening, tijdelijk verlagen dan wel de tijdsduur behorende bij deze tarieven tijdelijk verlengen, in verband met promotionele acties in het stadscentrum;

  • 3. Voordat het college besluit tot het verlagen van de tarieven of het verlengen van de tijdsduur, treedt het in overleg met het Binnenstadsmanagement;

  • 4. De raad wordt geïnformeerd over de door het college genomen besluiten.

Artikel 14: Termijnen van betaling
  • 1. De belasting, bedoeld in artikel 8 onder a, wordt overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer. Het college kan nadere regels stellen over deze heffings- en/of betaalwijze;

  • 3. De belasting, bedoeld in artikel 8 onder b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 15: Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting, als bedoeld in artikel 8 onder a., mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te maken besluit.

Artikel 16: Nadere regels door het college van burgemeesters en wethouders

Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de parkeerbelasting.

Afdeling V: Naheffing, teruggaaf en kwijtschelding

Artikel 17: Naheffing

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting, bedoeld in artikel 8 onder a., bedragen € 59,-.

Artikel 18: Ontheffing en teruggaaf

Indien een houder van een vergunning, zoals bedoeld in artikel 8 onder b., het gebruik van de vergunning gedurende de periode waarvoor deze is verleend beëindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de geheven belasting als er in die periode, na het beëindigen van het gebruik, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 12,90 .

Artikel 19: Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Afdeling VI: Strafbepalingen en toezicht

Artikel 20: Algemeen
  • 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats of een deelautoplaats slechts aan parkeervergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:

    • a.

      zonder vergunning;

    • b.

      zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de voor dat motorvoertuig afgegeven geldige parkeervergunning;

    • c.

      in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften;

  • 2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 21: Oneigenlijk gebruik parkeerplaats
  • 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan:

    • a.

      op een parkeerapparatuurplaats;

    • b.

      op een belanghebbendenplaats.

  • 2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd.

  • 3. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 22: Voorschriften inwerkingstellen parkeerapparatuur

Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten, dan die welke in de kennisgeving (instructies) op de parkeerapparatuur staan aangegeven, in werking te stellen.

Artikel 23: Frauderen
  • 1. Het is verboden om de parkeervergunning, al dan niet tegen betaling, oneigenlijk te (laten) gebruiken, te (foto)kopiëren, na te tekenen, dan wel op enige andere wijze te (laten) reproduceren, dan wel wijzigingen op aan te (laten) brengen;

  • 2. Het is verboden om een vergunning te gebruiken als “betalingsbewijs” (aangiftebiljet), waarvan het kenteken niet overeenkomt met het kenteken van het motorvoertuig waarin de vergunning is aangebracht.

Artikel 24: Strafbepaling

Overtreding van de artikelen 20, 21, 22 en/of 23 van deze verordening wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of maximaal een geldboete uit de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 25: Toezichthouders

De opsporingsambtenaren genoemd in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering en de door het college aangewezen toezichthouders zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

Afdeling VIII: Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 26: Overgangs- en slotbepalingen
  • 1.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening gemeente Gorinchem;

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2015;

  • 3.

    Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Parkeerverordening gemeente Gorinchem 2015;

  • 4.

    Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening gemeente Gorinchem 2015 worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening;

  • 5.

    Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Parkeerverordening gemeente Gorinchem 2015 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening;

  • 6.

    De Verordening parkeerbelastingen gemeente Gorinchem 2015 blijft van toepassing op belastbare feiten die zich vóór 1 oktober 2015 hebben voorgedaan.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering
van 23 april 2015
de griffier, de voorzitter,

Bijlage 1: Tarieventabel “betaald parkeren zonder vergunning”

Locatie

Aanduiding

Bedrag

Per…

1

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur, als bedoeld in artikel 8, onder a. bedraagt voor:

1.1

Parkeergarage Kweeklust

Gebied B

€ 1,-

50 minuten

1.2

Parkeergarage Kazerneplein

Gebied B

€ 1,-

50 minuten

1.3

Parkeerterrein Paardenwater

Gebied A

€ 1,- (max. € 3,-)

Uur

1.4

Parkeerterrein Buiten de Waterpoort

Gebied A

€ 1,- (max. € 3,-)

Uur

1.5

Parkeerterrein Bastion I / Bagijnenwal

Gebied C

€ 1,-

Uur

1.6

Parkeerterrein Groenmarkt / Achter de Kerk

Gebied D

€ 2,50

Uur

1.7

Parkeerterrein Stadhuisplein

Gebied E

€ 1,-

Uur

1.8

Overig binnenstad (binnen wallen)

Gebied F

€ 2,-

Uur

1.9

Overig Kanselpoortweg

Gebied F

€ 2,-

Uur

Tarieventabel behorende bij Parkeerverordening 2015 de giffier,

Bijlage 2: Tarieventabel “parkeervergunningen”

Soort vergunning

Locatie

Belastingtarief

Naam

Categorie

Naam

Aanduiding

Bedrag

Per…

2

Het tarief voor een parkeervergunning, als bedoeld in artikel 8, onder b. bedraagt:

2.1

Bewonersvergunning

Cat.I

n.v.t.

Gebieden A, C, D, E, F, I, J

1e vergunning op hetzelfde huishouden

€ 68,25

Jaar

2e vergunning op hetzelfde huishouden

€ 168,-

Jaar

Kweeklust

Gebied B

€ 173,25

Jaar

2.2

Bedrijfsvergunning

Cat. II

n.v.t.

Gebieden A, C, D, E, F, I, J

Voor 1 kenteken

€ 435,75

Jaar

Kazerneplein

Gebied B

€ 533,68

Jaar

Kweeklust

Gebied B

€ 446,90

Jaar

2.3

Vergunning voor alle gebieden

Cat. V

n.v.t.

Gebieden A, C, D, E, F, I, J

€ 540,75

Jaar

2.4

Wijziging van een vergunning zoals genoemd in 2.1 tot en met 2.3

€ 12,90

2.5

Bezoekersvergunning

Cat. III

n.v.t.

Gebieden A, C, D, E, F, I, J

Voor 6 bezoeken

€ 37,80

6 strips

Voor 12 bezoeken

€ 75,60

12 strips

2.6

Vergunning tijdelijke werkzaamheden

Cat. IV

n.v.t.

Gebieden A, C, D, E, F, I, J

€ 12,60

Dag

Tarieventabel behorende bij Parkeerverordening 2015 de griffier,

Soort vergunning

Locatie

Naam

Categorie

Naam

Aanduiding

Bedrag

3

Het tarief voor een verlenen of wijzigen van een parkeervergunning, als bedoeld in artikel 8 onder b bedraagt:

3.1

Bewonersvergunning

Cat. I

Dokter Schöyerstraat

Gebied G

1e vergunning op hetzelfde huishouden

€ 12,90

3.2

Nieuwe Wolpherensedijk

Gebied H

1e vergunning op hetzelfde huishouden

€ 12,90

2e vergunning op hetzelfde huishouden

Tarieventabel behorende bij Parkeerverordening 2015 de griffier,

Bijlage 3: Aanwijzingsbesluit belanghebbendenplaatsen

Bijlage 4: Aanwijzingsbesluit parkeerapparatuurplaatsen

Afdeling I: Algemeen - 3 -

Artikel 1: Definities en begripsomschrijvingen - 3 -

Afdeling II: Parkeerregulering - 4 -

Artikel 2: Belanghebbendenplaatsen - 4 -

Artikel 3: Parkeerapparatuurplaatsen - 4 -

Artikel 4: Vergunningsbevoegdheid - 4 -

Afdeling III: Vergunningen - 5 -

Artikel 5: Soorten parkeervergunningen - 5 -

Artikel 6: Maximale geldigheidsduur - 5 -

Artikel 7: Nadere regels door het college - 5 -

Afdeling IV: Belastinggrondslag - 6 -

Artikel 8: Belastbaar feit - 6 -

Artikel 9: Belastingplicht(igen) - 6 -

Artikel 10: Vrijstelling - 7 -

Artikel 11: Wijze van heffing - 7 -

Artikel 12: Ontstaan van de belastingschuld - 7 -

Artikel 13: Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak - 7 -

Artikel 14: Termijnen van betaling - 8 -

Artikel 15: Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen - 8 -

Artikel 16: Nadere regels door het college van burgemeesters en wethouders

Afdeling V: Naheffing, teruggaaf en kwijtschelding - 9 -

Artikel 17: Naheffing - 9 -

Artikel 18: Ontheffing en teruggaaf - 9 -

Artikel 19: Kwijtschelding - 9 -

Afdeling VI: Strafbepalingen en toezicht - 10 -

Artikel 20: Algemeen - 10 -

Artikel 21: Oneigenlijk gebruik parkeerplaats - 10 -

Artikel 22: Voorschriften inwerkingstellen parkeerapparatuur - 10 -

Artikel 23: Frauderen - 10 -

Artikel 24: Strafbepaling - 10 -

Artikel 25: Toezichthouders - 10 -

Afdeling VIII: Overgangs- en slotbepalingen - 11 -

Artikel 26: Overgangs- en slotbepalingen - 11 -

Bijlage 1: Tarieventabel “betaald parkeren zonder vergunning” - 14 -

Bijlage 2: Tarieventabel “parkeervergunningen” - 15 -

Bijlage 3: Gebiedsindeling “belanghebbendengebieden” - 17 -

Bijlage 4: Nadere gebiedsindeling “parkeerapparatuurplaatsen A t/m F” - 18 -