Subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing Fryslân 2015 (SAB)

Geldend van 21-07-2015 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing Fryslân 2015 (SAB)

Gedeputeerde staten van Fryslân,

gelet op artikel 14 en 16 van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, zoals gepubliceerd in L 193/1 van 1 juli 2014; en artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2013;

overwegende dat het wenselijk is te investeren in de verplaatsing van en investering in agrarische bedrijven en hiermee bij te dragen aan de verbetering van de natuurlijke- en ruimtelijke infrastructuur van de provincie Fryslân;

besluiten de Subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing Fryslân 2015 vast te stellen als volgt:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze uitvoeringsregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2013;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    cultuurgrond: grond, bestemd voor veeteelt, akker-, weide-, tuin- en bosbouw en glasopstanden;

  • d.

    hervestigingslocatie: locatie van vestiging van het te verplaatsen landbouwbedrijf na de agrarische bedrijfsverplaatsing;

  • e.

    landbouwbedrijf: alle eenheden op het grondgebied van eenzelfde lidstaat die voor landbouwactiviteiten worden gebruikt en door een landbouwer worden beheerd;

  • f.

    modernisering of verhoging productiecapaciteit landbouwbedrijfsgebouw: de vervanging van een bestaand gebouw of van bestaande voorzieningen door een nieuw, modern gebouw, of nieuwe, moderne voorzieningen waarbij de betrokken productie of technologie fundamenteel gewijzigd wordt en met modernisering gepaard gaat;

  • g.

    Verordening (EU) 702/2014: Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.

Hoofdstuk 2 Agrarische bedrijfsverplaatsing

Artikel 2.1 Doel

De subsidie heeft tot doel de realisatie van bedrijfsverplaatsingen mogelijk te maken ten behoeve van de ruimtelijke structuur, agrarische structuur, natuur, landschap of milieu.

Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de verplaatsing van grondgebonden agrarische bedrijfsgebouwen en investeringen in bedrijfsgebouwen op de hervestigingslocatie.

Artikel 2.3 Doelgroep

Subsidie kan verstrekt worden aan de eigenaar of gebruiksgerechtigde van een grondgebonden agrarische bedrijf, zijnde kleine en middelgrote ondernemingen als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) 702/2014.

Artikel 2.4 Aanvraagperiode

Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend in een door gedeputeerde staten vastgestelde indieningsperiode.

Artikel 2.5 Aanvraag

Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door gedeputeerde staten vastgesteld aanvraagformulier en gaat vergezeld van de daarin verplichte bijlagen.

Artikel 2.6 Weigeringsgronden

Een aanvraag voor subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    het landbouwbedrijf een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, veertiende lid, Verordening (EU) 702/2014;

  • b.

    ten aanzien van de aanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;

  • c.

    begonnen is aan de werkzaamheden van het project voordat een schriftelijke subsidieaanvraag is ingediend;

  • d.

    de cultuurgrond en het erf met de zich daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties voor of op de datum waarop de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in eigendom is overgedragen aan gedeputeerde staten;

  • e.

    op het erf of delen van de cultuurgrond woningbouw is toegestaan volgens een geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, of volgens een geldend besluit als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening;

  • f.

    het grondgebonden agrarisch bedrijf is ingebracht bij een verzoek om provinciale planologische medewerking aan:

    • de realisatie van één of meer ‘ruimte voor ruimte’ –woningen; of

    • de ontwikkeling van een nieuw landgoed of een nieuwe buitenplaats.

Artikel 2.7 Toetsingscriteria

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende criteria:

  • 1.

    Het betreft een landbouwbedrijf waarvan de cultuurgrond uitsluitend voor minimaal 50% is gelegen in:

    • a.

      de Ecologische Hoofdstructuur;

    • b.

      een landinrichtingsgebied;

    • c.

      een gebied ten behoeve van planmatige kavelruil; of

    • d.

      een gebied dat is opgenomen in een door gedeputeerde staten vastgesteld aankoopstrategieplan.

  • 2.

    De investeringen op de hervestigingslocatie zijn gericht op tenminste één van de volgende doelstellingen:

    • a.

      verlaging van de productiekosten;

    • b.

      verbetering en omschakeling van productie en kwaliteit;

    • c.

      instandhouding en verbetering van het natuurlijke milieu, voor zover de investering verder gaat dan geldende Unienormen op dit terrein; of

    • d.

      verbetering van de hygiëneomstandigheden of de normen inzake dierenwelzijn, voor zover de investering verder gaat dan geldende Unienormen op dit terrein.

  • 3.

    Het grondgebonden agrarisch bedrijf wordt naar een hervestigingslocatie verplaatst waar het nieuwe erf met zich daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties en cultuurgrond niet zijn gelegen in de ecologische hoofdstructuur of een natuurgebied.

Artikel 2.8 Subsidie investeringssteun

Op grond van artikel 14 van de Verordening (EU) 702/2014 bedraagt de subsidie maximaal 40% van de subsidiabele investeringskosten voor nieuwe investeringen op de hervestigingslocatie.

Artikel 2.9 Subsidie verplaatsingssteun
  • 1 Op grond van artikel 16 van Verordening (EU) 702/2014 bedraagt de subsidie voor:

    • a.

      verplaatsingskosten maximaal 100% van de daadwerkelijk gemaakte verplaatsingskosten bestaande uit het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande installaties voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van dergelijke werkzaamheden;

    • b.

      kosten voor gewone vervangingsinvesteringen maximaal 100% waarbij de investering bestaat uit de loutere vervanging van een bestaand gebouw of van bestaande voorziening door een nieuw modern gebouw of nieuwe, moderne voorzieningen waarbij de betrokken productie of technologie niet fundamenteel wordt gewijzigd.

  • 2 Op grond van artikel 16 in samenhang met artikel 14 van Verordening (EU) 702/2014 bedraagt de subsidie voor met de verplaatsing samenhangende investeringen maximaal 40% van de subsidiabele investeringskosten voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van dergelijke werkzaamheden:

    • a.

      40% van de investeringskosten van de betrokken installaties na de verplaatsing, indien de verplaatsing in het algemeen belang de landbouwer modernere installaties oplevert;

    • b.

      40% van de met verhoging van de productiecapaciteit gepaard gaande investeringskosten, indien de verplaatsing in het algemeen belang leidt tot een verhoging van de productiecapaciteit.

Artikel 2.10 Subsidiabele kosten
  • 1 Subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 14, zesde lid, van Verordening (EU) 702/2014 komen voor investeringssteun in aanmerking voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van dergelijke werkzaamheden:

    • a.

      de kosten van de bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen, waarbij grond alleen in aanmerking komt voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10% van de totale in aanmerking komende kosten van de totale bedrijfsverplaatsing;

    • b.

      de kosten van de koop of huurkoop van machines en uitrusting, tot maximaal de marktwaarde van de activa;

    • c.

      de algemene kosten in verband met de onder a en b bedoelde uitgaven, zoals voor het inschakelen van architecten, ingenieurs en adviseurs en voor advies over ecologische en economische duurzaamheid, met inbegrip van haalbaarheidsstudies;

    • d.

      uitgaven voor niet-productieve investeringen in verband met de in artikel 2.7, tweede lid, van deze regeling bedoelde doelstellingen.

  • 2 Subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 702/2014 komen voor verplaatsingssteun in aanmerking, zijnde kosten ten behoeve van hervestiging voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van dergelijke werkzaamheden, zijnde:

    • a.

      advieskosten van makelaars, architecten, notarissen en accountants;

    • b.

      ontwerpkosten;

    • c.

      onderzoekskosten;

    • d.

      kadastrale kosten;

    • e.

      bedrijfsmatige verhuiskosten;

    • f.

      kosten voor fiscale afrekening van de verplaatsing.

Artikel 2.11 Niet-subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten van het saneren van de bodem;

  • b.

    kosten voor leges voor vergunningen en procedures;

  • c.

    kosten voor verwerking, aankoop of afzet van landbouwproducten;

  • d.

    kosten voor betalingsrechten;

  • e.

    kosten ten behoeve van bedrijfswoningen, alsmede investeringen in bedrijfswoningen;

  • f.

    voorbereidingskosten voor zover deze één jaar vóór indiening van de aanvraag zijn gemaakt;

  • g.

    kosten voor de aankoop van productierechten, betalingsrechten en eenjarige gewassen;

  • h.

    de aanplant van eenjarige gewassen;

  • i.

    afwateringswerkzaamheden;

  • j.

    investeringen om aan de geldende Unienormen te voldoen;

  • k.

    de aankoop van dieren;

  • l.

    werkkapitaal.

Artikel 2.12 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 500.000,- per drie fiscale jaren met de volgende verdeling:

  • a.

    de hoogte van de subsidie voor de verplaatsing van landbouwbedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten van dergelijke werkzaamheden voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel tot een maximum van € 100.000,- per onderneming per bedrijfsgebouwverplaatsing;

  • b.

    de hoogte van de subsidie voor investeringen bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van dergelijke werkzaamheden tot een maximum van € 400.000,- per onderneming per bedrijfsgebouwverplaatsing.

Artikel 2.13 Verdeelsystematiek
  • 1 Subsidieaanvragen worden op volgorde van datum van binnenkomt behandeld.

  • 2 Voor zover door verstrekking van subsidie voor volledige aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking door loting vastgesteld.

Artikel 2.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de tot het oorspronkelijke landbouwbedrijf behorende cultuurgrond en het bouwblok met het landbouwbedrijf worden vrij van enig eigendoms-, zekerheids-, gebruiks- of ander beperkend of bezwarend recht overgedragen aan gedeputeerde staten, of via een met Gedeputeerde Staten gesloten overeenkomst op basis van de WILG, artikel 64, waarbij voornoemde gronden middels een akte van toedeling worden geleverd;

  • b.

    de subsidieontvanger draagt zorg voor de rechtsgeldige overdracht van alle tot het bedrijf behorende cultuurgrond en het bouwblok met het landbouwbedrijf aan gedeputeerde staten middels een notariële akte, of via een met Gedeputeerde Staten gesloten overeenkomst op basis van de WILG, artikel 64, waarbij voornoemde gronden middels een akte van toedeling worden geleverd;

  • c.

    de gepasseerde notariële akte van overdracht wordt onverwijld overlegd;

  • d.

    de subsidieontvanger houdt de investeringen tenminste vijf jaar in stand na vaststelling van de subsidie;

  • e.

    de subsidieontvanger start binnen twee maanden na ontvangst van de verleningsbeschikking met de uitvoering van de activiteit;

  • f.

    binnen twee jaar na ontvangst van de verleningsbeschikking worden de activiteiten voltooid;

  • g.

    eenmaal per jaar wordt een tussenrapportage omtrent de voortgang van de activiteiten overlegd;

  • h.

    gedeputeerde staten kunnen in afwijking van het bepaalde onder a en b bepalen dat het erf met de zich daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen, installaties en circa 1 hectare cultuurgrond niet in eigendom hoeven te worden overdragen aan gedeputeerde staten mits:

    • de bedrijfskavel niet is gelegen in de Ecologische Hoofdstructuur en handhaving van de eventuele bedrijfswoning passend is in de doelstellingen zoals verwoord in het gebiedsplan dat op het desbetreffende gebied van toepassing is;

    • het erf met gebouwen een naar het oordeel van gedeputeerde staten passende niet-agrarische bestemming krijgt;

    • de zich op het erf bevindende bedrijfsgebouwen en installaties worden gesloopt;

    • de onder 3 genoemde voorwaarde geldt niet voor de bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties waarvan het gemeentebestuur heeft verklaard dat sloop daarvan niet zal worden toegestaan.

  • i.

    gedeputeerde staten kunnen in afwijking van het bepaalde onder a en b bepalen dat percelen niet in eigendom hoeven te worden overdragen aan gedeputeerde staten mits de provincie de gronden niet nodig heeft in het kader van de EHS en/of niet benodigd voor projectdoelstellingen en/of niet nodig als ruilgrond.

Artikel 2.15 Staatssteun
  • 1 Subsidie voor agrarische bedrijfsverplaatsingen en investeringen in bedrijfsgebouwen wordt slechts verstrekt met toepassing van Verordening (EU) Nr. 702/2014.

  • 2 Subsidie voor investeringskosten wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 14 van Verordening (EU) 702/2014.

  • 3 Subsidie voor verplaatsingskosten wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 16 van Verordening (EU) 702/2014.

Artikel 2.16 Bevoorschotting en betaling

Het voorschot voor subsidies bedraagt maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 3.1 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 3.2 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing Fryslân 2015. 

Ondertekening

Leeuwarden, 30 juni 2015
Voorzitter J.A. Jorritsma
Secretaris A.J. van den Berg
 

Toelichting Het doel van deze subsidieregeling is realiseren van overheidsdoelstellingen ten aanzien van de verbetering van de ruimtelijke of agrarische structuur, verbetering van natuur, landschap, water of milieu. Dit doel wordt bewerkstelligd door het ondersteunen en faciliteren van verplaatsingen van en investeringen in bedrijfsgebouwen van kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren. Subsidie wordt verstrekt voor hervestiging van perspectiefvolle grondgebonden landbouwbedrijven waarvan de landbouwgronden benodigd zijn voor provinciale doelstellingen.

De subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing bestaat uit twee types subsidie met ieder een eigen subsidiepercentage: een deel verplaatsing en een deel investering. Verplaatsingskosten worden voor 100% gesubsidieerd met een maximum van € 100.000,- subsidie per project, investeringskosten worden voor 40% gesubsidieerd met een maximum van € 400.000,-. In totaal kan de subsidie € 500.000,- per verplaatsingsproject bedragen. De subsidie wordt berekend op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten.

De onderdelen verplaatsing- en investeringssteun verhouden zich tot elkaar op de volgende wijze. Stel: de agrariër wil zijn bedrijf verplaatsen en dient een projectplan in. In dit projectplan is aangegeven dat de stal, waar nu 80 dieren in zitten, verplaatst zal worden met een uitbreiding tot 100 dieren. In dit geval kan dan 100% subsidie worden verleend voor de fysieke verplaatsing van dit bedrijf, o.a. dus kosten vrachtauto/veewagen en dergelijke verplaatsingen. Tevens kunnen de kosten van adviseurs, notarissen en overige adviseurs worden gesubsidieerd.

De meerkosten (extra investering oud-nieuw) in het kader van het waardeverschil tussen het oude bedrijf en het nieuwe bedrijf (in verband met de grotere stal, nieuwere stal, e.d.) komt voor 40 % subsidie in aanmerking.

Mocht het zo zijn dat de agrariër besluit investeringen te doen (of een nieuwe stal te bouwen) die verder gaan dan de geldende Unienormen, dan kan de volledige investering in bijvoorbeeld de stal (of nieuwbouwvan de stal) voor 40% subsidie in aanmerking komen, met een maximum van € 400.000,-.

Soorten steun Er kunnen zich een drietal situaties voordoen waarvoor subsidie verstrekt kan worden. Subsidie kan worden verstrekt voor verplaatsing van bestaande voorzieningen, voor investeringen op een nieuwe locatie of investeringen die gepaard gaan met de verplaatsing in bestaande inventaris. Het type investering bepaalt de hoogte van het subsidiepercentage en de subsidiehoogte.

Werkwijze Aanvragers komen voor subsidie in aanmerking indien voldaan is aan de toetsingscriteria van deze regeling. Indien de aanvrager besluit subsidie aan te vragen betekent dit dat, bij toewijzing, de gronden en bedrijfsgebouwen in eigendom overgedragen dienen te worden aan gedeputeerde staten van Fryslân. Op basis van een voorafgaande taxatie door een onafhankelijke taxateur wordt door gedeputeerde staten bepaald wat de oude situatie ten opzichte van de nieuwe situatie op hervestigingslocatie betekent voor de subsidiabele kosten. Op basis van deze berekening wordt subsidie verstrekt voor verplaatsingskosten (100 % tot maximaal € 100.000 op basis van offertes van betreffende adviseurs, bedrijven/adviesbureaus, e.d.) en investering op twee verschillende onderdelen (waardeverschil oude en nieuwe bedrijf op taxatiebasis 40 % en investeringen op basis van offertes op de nieuwe locatie 40 %, samen maximaal € 400.000) .

Niet subsidiabele kostenDe subsidiabele kosten staan aangegeven onder artikel 2.11. Voor alle kosten geldt dat deze aan bedrijfsgebouwen gerelateerd dienen te zijn. Aankoop van landbouwgronden (agrarische percelen) komt dus niet voor subsidie in aanmerking.

Toepassing vrijstellingsverordening (EU) nr. 702/2014Subsidies op grond van de Subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing worden verstrekt met toepassing van de vrijstellingsverordening (EU) nr. 702/2014 Verordening van de Commissie van 25 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. In deze Europese verordening worden bepaalde categorieën steun in de landbouwsector en plattelandsgebieden met de interne markt verenigbaar worden verklaard.