Verordening individuele studietoeslag 2015

Geldend van 01-07-2015 t/m heden

Intitulé

Verordening individuele studietoeslag 2015

De raad van de gemeente Delft;

Gelezen het voorstel van het college van 31 maart 2015,

BESLUIT:

Tot het vaststellen van de Verordening individuele studietoeslag 2015.

De raad van de gemeente Delft;

  • -

    heeft het voorstel gelezen van het college van burgemeester en wethouders van Delft van 31 maart 2015;

en houdt rekening met:

  • -

    artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid van de Participatiewet;

  • -

    artikel 36b van de Participatiewet;

  • -

    artikel 149 van de Gemeentewet.

Op basis hiervan besluit de raad:

  • -

    de Verordening individuele studietoeslag 2015 vast te stellen.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1. Deze verordening verstaat onder:

    • a.

      de wet: de Participatiewet;

    • b.

      het college: het college van burgemeester en wethouders van Delft;

    • c.

      belanghebbende: de persoon die overeenkomstig artikel 36b, tweede lid van de wet aanspraak kan maken op een individuele studietoeslag;

  • 2. Alle begrippen die in deze verordening staan en die niet nader zijn omschreven, hebben

    dezelfde betekenis als in de wet en in de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Indienen verzoek

Een verzoek, zoals bedoeld in artikel 36b, eerste lid van de wet, dient belanghebbende in met een formulier dat door het college is vastgesteld.

Artikel 3 Beoordeling verzoek

  • 1.

    Het college beoordeelt of belanghebbende niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.

  • 2.

    Het college kan belanghebbende vragen gegevens in te leveren die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

  • 3.

    De aanspraak op een individuele studietoeslag ontstaat niet eerder dan de dag van aanvraag.

Artikel 4 Hoogte individuele studietoeslag

  • 1.

    De individuele studietoeslag bedraagt 100 euro per maand.

  • 2.

    Als belanghebbende over een gedeelte van een maand aanspraak heeft op individuele studietoeslag is de hoogte van de toeslag naar rato.

  • 3.

    Het college kan de hoogte van de individuele studietoeslag jaarlijks wijzigen.

Artikel 5 Betaling en duur

  • 1.

    Het college stelt de individuele studietoeslag maandelijks betaalbaar.

  • 2.

    Het college verstrekt de individuele studietoeslag zolang de belanghebbende voldoet aan de voorwaarden, zoals bepaald in de wet en alleen over de periode waarin belanghebbende aanspraak heeft gehad op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Artikel 6 Terugvordering

  • 1.

    Indien het college ten onrechte individuele studieslag heeft verstrekt, kan het college de kosten van belanghebbende terugvorderen.

Artikel 7 Ingangsdatum

  • 1.

    Deze verordening gaat in op 1 juli 2015.

  • 2.

    Voor belanghebbenden die in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 juli 2015 18 jaar worden en voor belanghebbenden die in deze periode met hun school of studie beginnen, treedt deze verordening terug tot en met 1 januari 2015. In dat geval is artikel 3, lid 3, van deze verordening niet van toepassing.

Artikel 8 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Dit kan als de toepassing hiervan leidt tot onredelijkheid of onbillijkheid.

Artikel 9 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag 2015.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 juni 2015.
mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.
drs. R.G.R. Jeene ,griffier.

Algemene toelichting

Het college heeft de mogelijkheid om personen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gekwalificeerd is en veel in zijn mars heeft.

Personen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een stuk hoger, omdat ze de kans op een baan doorgaans lager inschatten. Een studieregeling stimuleert hen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie omdat het voor deze groep doorgaans moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan.

De individuele studietoeslag is een vorm van bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d van de Participatiewet). De individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten.

In de Participatiewet staat dat de gemeenteraad in een verordening regels moet vaststellen over het verlenen van een individuele studietoeslag. De regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet).

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijving

Begrippen die al omschreven zijn in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) worden niet afzonderlijk toegelicht in deze verordening.

Artikel 2 Indienen verzoek

Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling (artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet) kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.

Het college kan op verzoek van een belanghebbende een individuele studietoeslag verlenen. Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden ingediend, bepaalt artikel 2 van de verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een door het college ter beschikking gesteld formulier. Het verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1. van de Awb.

Een persoon dient op datum van de aanvraag wettelijk aan de voorwaarden te voldoen, zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet. Dit is het geval indien de persoon op de datum van de aanvraag:

  • -

    18 jaar of ouder is;

  • -

    geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet;

  • -

    recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (hierna WTOS); en

  • -

    een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.

Het maximale vrij te laten vermogen is op 1 januari 2015 € 5.895,- voor een alleenstaande en € 11.790,- voor een echtpaar of één-oudergezin (normbedragen).

Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen.

Voor het recht op de individuele toeslag moet tenslotte worden vastgesteld dat de persoon door verstandelijke, lichamelijke of psychische beperkingen niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.

Artikel 3 Beoordeling verzoek

Het college toetst eenmalig of de persoon een lagere loonwaarde heeft dan het wettelijk minimumloon en al dan niet mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Hierbij gebruikt het college gegevens die de aanvrager overlegt, zoals informatie uit het netwerk: is de persoon bijvoorbeeld opgenomen in een instelling voor verzorging en verpleging of is er informatie van de school overlegd? Het college maakt gebruik van een gestandaardiseerde meetmethode als uit de beschikbare informatie onvoldoende blijkt of de persoon tot de doelgroep belanghebbenden behoort.

Artikel 4 Hoogte individuele studietoeslag

Artikel 4 van deze verordening regelt de hoogte van de individuele studietoeslag. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de voorwaarden toegekend.

Bij het bepalen van de hoogte van de toeslag is gekeken naar de wijze waarop andere gemeenten (landelijk, de 4 grote steden en in de regio) de studieregeling willen invullen, of al hebben ingevuld, de grootte van de doelgroep en het toegekende rijksbudget.

Artikel 5 Betaling en duur

Het recht op de individuele studietoeslag wordt bij aanvraag getoetst, waarna het college de toeslag maandelijks uitbetaalt. Indien belanghebbende niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de toeslag vanaf dat moment beëindigd. Halfjaarlijks wordt het recht her beoordeeld.

Artikel 6 Terugvordering

Op grond van artikel 17 Participatiewet is de inlichtingenplicht van toepassing voor die feiten en omstandigheden die relevant zijn voor de vaststelling van het recht op individuele studietoeslag.

Als belanghebbende de inlichtingenverplichting niet of onbehoorlijk is nagekomen, kan het college de toekenning van de individuele studietoeslag herzien/intrekken en de ten onrechte verstrekte studietoeslag terugvorderen op grond van artikel 58 van de wet.

Artikel 7 Ingangsdatum

De verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2015. Dit betekent dat belanghebbenden die in het studiejaar 2015/2016 instromen voor de individuele studietoeslag in aanmerking kunnen komen. Dit is tevens de datum waarop de gemeenteraad de verordening uiterlijk vastgesteld moet hebben (artikel 78z, zevende lid, van de Participatiewet).

Personen met een beperking die in het studiejaar 2014/2015 of eerder zijn ingestroomd en onder de Wajong vallen, verliezen hun Wajongrechten niet.

Belanghebbenden die in de eerste helft van 2015 18 jaar worden, vallen niet onder de Wajong. Dat geldt ook voor belanghebbenden die in januari 2015 ingestroomd zijn in het onderwijs. Om te voorkomen dat deze groep tussen wal en schip belandt, treedt deze verordening voor hen met terugwerkende kracht in werking tot en met 1 januari 2015.

Artikel 8 en 9 Hardheidsclausule en citeertitel

Deze artikelen spreken voor zich.