Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent het gesloten bodemenergiesysteem Verordening gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015

Geldend van 05-10-2017 t/m heden

Intitulé

Verordening gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015

De raad van de gemeente Delft;

gelezen het voorstel van het college van 12 mei 2015

gelet op de artikelen 121 en 147 van de Gemeentewet, artikel 2.2b van het Besluit omgevingsrecht en artikel 18 van de Wet bodembescherming (Wbb)

overwegende dat:

het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 1.4 van het Besluit lozen buiten inrichtingen het bevoegd gezag is voor het installeren en in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem;

het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht het bevoegde gezag is voor het installeren en in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem met een vermogen van meer dan 70 kW;

het Besluit lozen buiten inrichtingen van toepassing is op het installeren en in werking hebben van gesloten bodemenergiesystemen buiten inrichtingen en het wenselijk is dat in het bij deze verordening aangewezen gebied voorafgaand aan het installeren van gesloten bodemenergiesystemen toestemming wordt verkregen om interferentie tussen bodemenergiesystemen te voorkomen en om het meest doelmatige gebruik van bodemenergiesystemen te bevorderen;

het wenselijk is nadere voorschriften te bepalen ter optimalisering van de uitvoering van het Besluit lozen buiten inrichtingen en het Besluit omgevingsrecht;

BESLUIT

De Verordening gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015 vast te stellen.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening, de bijlage en de toelichting wordt verstaan onder:

  • a.

    gesloten bodemenergiesysteem: een installatie waarmee gebruik wordt gemaakt van de bodem voor de productie van warmte of koude ten behoeve van verwarming of koeling van gebouwen door middel van een gesloten circuit van zich in de bodem bevindende leidingen, met inbegrip van het bovengrondse deel van de installatie;

  • b.

    open bodemenergiesysteem: een installatie waarmee gebruik wordt gemaakt van de bodem voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van gebouwen door grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, met inbegrip van het bovengrondse deel van de installatie;

  • c.

    interferentiegebied: een of meerdere gebieden binnen de gemeente Delft waarin ordening van bodemenergiesystemen wenselijk is met het oog op het voorkomen van negatieve onderlinge beïnvloeding van meerdere bodemenergiesystemen of anderszins ter bevordering van het doelmatig gebruik van bodemenergie.

Artikel 2 Aangewezen interferentiegebied

De bij deze verordening behorende omkaderde gebieden conform de in bijlage 1 opgenomen kaarten gelden als aangewezen interferentiegebied in de zin van artikel 2.2b van het Besluit omgevingsrecht.

Artikel 3 Wijzigingsbevoegdheid burgemeester en wethouders

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de grenzen van een interferentiegebied te wijzigen en opnieuw vast te stellen, indien zij van oordeel zijn dat dit ter voorkoming van interferentie tussen gesloten of open bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie nodig is. Over deze wijziging vindt afstemming plaats met Gedeputeerde Staten.

Artikel 4 Aanleg gesloten bodemenergiesystemen binnen interferentiegebied

  • 1.

    Ingevolge artikel 2.1, lid 1, onder i, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 2.2a Besluit omgevingsrecht is voor het aanleggen van een gesloten bodemenergiesysteem binnen een interferentiegebied een vergunning (een omgevingsvergunning beperkte milieutoets) van het college van burgemeester en wethouders nodig.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 5.13b van het Besluit omgevingsrecht weigert het college van burgemeester en wethouders de in lid 1 genoemde vergunning, als niet voldaan wordt aan de vereisten zoals opgenomen in de Beleidsregels gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dan na de datum van bekendmaking.

Artikel 6 Intrekking oude verordening

De verordening gesloten bodemenergiesystemen TU Delft en omgeving 2013 wordt ingetrokken gelijktijdig met de inwerkingtreding van onderhavige verordening.

Artikel 7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 juni 2015.
mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.
drs. R.G.R. Jeene, griffier.

Bijlage 1: Interferentiegebied TU Delft en omgeving

Bijlage 2: Interferentiegebied Nieuw Delft

toelichting

ALGEMEEN

Artikel 1

Op 1 juli 2013 is het Besluit bodemenergiesystemen in werking getreden. Het besluit bevat regels over het installeren en in werking hebben van bodemenergiesystemen en leidt tot wijzigingen in zeven bestaande AMVB’s, namelijk het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit bodemkwaliteit, het Besluit lozen buiten inrichtingen, het Besluit omgevingsrecht, Besluit hernieuwbare energie, Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Waterbesluit, zie Staatsblad nr 112, d.d. 25 maart 2013.

Met deze regelgeving wil de rijksoverheid de toepassing van bodemenergie stimuleren en een impuls geven aan duurzaamheidsambities gericht op de besparing van fossiele brandstoffen en CO2-reductie. Daarnaast dient aantasting van de bodem door bodemenergiesystemen te worden voorkomen door de introductie van een aantal algemene regels die een bepaald beschermingsniveau waarborgt. Het besluit draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen van de EG-richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare energiebronnen.

Gemeente Delft heeft als doelstelling: energieneutraal in 2050. Voor de kortere termijn van 2020 geldt als doelstelling:

  • -

    35% CO2-emissiereductie ten opzichte van 1990;

  • -

    Het aandeel duurzame energie bedraagt minimaal 15% van het totale Delftse energiegebruik;

  • -

    35% minder energiegebruik dan in 1990.

De toepassing van bodemenergie levert een bijdrage aan de realisatie van die doelstelling. Het toepassen van bodemenergie leidt tot een ondergrondse ruimteclaim. Omdat de druk op de beschikbare ruimte in bepaalde delen van Delft groot is, willen we het gebruik sturen.

Open en gesloten bodemenergiesystemen

Er bestaan twee typen bodemenergiesystemen, open en gesloten systemen. Bij open bodemenergiesystemen wordt grondwater tussen twee plekken in de bodem, bronnen, heen en weer gepompt. Het water in de twee bronnen verschilt van temperatuur. Het water uit de koude bron wordt opgepompt ten behoeve van koeling, waarna het opgewarmde water teruggepompt wordt in de warme bron. Andersom wordt het water uit de warme bron opgepompt ten behoeve van verwarming, waarna het afgekoelde water teruggepompt wordt in de koude bron. Open bodemenergiesystemen worden voornamelijk toepast bij grotere panden (bedrijven, kantoren, ziekenhuizen) en appartementcomplexen en woonwijken.

Voor open bodemenergiesystemen is Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag. Voor open bodemenergiesystemen is een vergunning vereist op grond van de Waterwet, omdat in een dergelijk systeem grondwater wordt onttrokken aan de bodem. De provincie Zuid-Holland stelt tevens beleidsregels op, die zij hanteert bij de vergunningverlening voor open bodemenergiesystemen. Een belangrijke wijziging met de introductie van het Besluit bodemenergiesystemen is dat de bestaande vergunningprocedure wordt verkort.

open bodemenergiesysteem

Bij gesloten bodemenergiesystemen wordt water, vaak gemengd met een antivriesmiddel, door buizen (lussen) in de bodem geleid. Terwijl het water door de lussen gaat, wordt warmte uitgewisseld met (het water in) de bodem. Als koud water door de lussen geleid wordt, warmt dat op door de bodem (terwijl de bodem plaatselijk afkoelt) en wordt daarna gebruikt voor verwarming. Als warm water door de lussen geleid wordt, wordt dat afgekoeld door de bodem (terwijl de bodem opwarmt) en daarna gebruikt voor koeling. Gesloten bodemenergiesystemen worden veelal toegepast bij individuele woningen en kleinschalige kantoorgebouwen.

Een belangrijke wijziging die het Besluit bodemenergiesystemen met zich mee brengt voor gesloten bodemenergiesystemen is dat een melding of vergunning vereist is, waar dat eerder niet het geval was. Of een melding dan wel een vergunning vereist is, hangt af van het vermogen en de locatie van het systeem. Vanaf 1 juli 2013 zijn gesloten bodemenergiesystemen met een vermogen van minder dan 70 kW meldingsplichtig, voor gesloten bodemenergiesystemen met een vermogen van meer dan 70 kW geldt een vergunningplicht. In interferentiegebieden (zie Interferentie) geldt een vergunningplicht voor gesloten systemen, ongeacht het vermogen.

Afbeelding 2: gesloten bodemenergiesysteem

Voor het plaatsen van gesloten bodemenergiesystemen in Delft is het college het bevoegd gezag. Zodra het gesloten bodemenergiesysteem is geplaatst, is de vergunning uitgewerkt. Voor de werking en instandhouding van het gesloten bodemenergiesysteem gelden dan alleen nog de algemene regels uit het Besluit bodemenergiesystemen.

Het Besluit bodemenergiesystemen bevat tevens, zowel voor open als gesloten bodemenergiesystemen en ongeacht of ze wel of niet vergunningplichtig zijn, uniforme voorschriften die gericht zijn op het voorkomen van aantasting van de bodemkwaliteit en voorschriften die het duurzaam gebruik van bodemenergie bevorderen. Er is gekozen voor zoveel mogelijk direct werkende algemene regels, waarmee is voorzien in een algemeen beschermingsniveau voor alle systemen.

Interferentiegebied

Bodemenergiesystemen hebben thermische invloedsgebieden. Dat zijn relatief koude en/of warme zones in de bodem (inclusief grondwater), doordat water in een buizenstelsel of direct in de grond wordt gebracht dat een andere temperatuur heeft dan de van nature aanwezige bodemtemperatuur. Bij bodemenergiesystemen in elkaars nabijheid bestaat het risico dat thermische invloedsgebieden elkaar overlappen (interferentie). Interferentie tussen thermische invloedsgebieden van verschillende temperatuur is ongewenst, omdat één zone dan zowel gekoeld als opgewarmd wordt. Hierdoor vermindert het energierendement van de betrokken bodemenergiesystemen.

Het risico dat thermische invloedsgebieden elkaar overlappen (interferentie) neemt toe als bodemenergiesystemen dichter bij elkaar geplaatst worden. Realisatie van een groot aantal bodemenergiesystemen in een beperkt gebied kan alleen wanneer de systemen ‘slim’ ten opzichte van elkaar gepositioneerd worden. In gebieden waar dergelijke druk op de (energieopslag)capaciteit van de bodem voorzien wordt, is het wenselijk dat regie wordt gevoerd om vraag naar en beschikbaarheid van ruimte voor bodemenergie op elkaar af te stemmen.

Artikel 2 Aanwijzing interferentiegebieden

Interferentiegebieden kunnen zowel bij gemeentelijke als provinciale verordening worden aangewezen. In het Besluit bodemenergiesystemen is ervoor gekozen dat interferentiegebieden in beginsel worden aangewezen bij gemeentelijke verordening. Dit is geregeld in artikel 2.2b van het Besluit omgevingsrecht. De aanwijzing van de in deze verordening opgenomen interferentiegebieden is afgestemd met de provincie Zuid-Holland, zodat overlap in interferentiegebieden is voorkomen en er geen interferentiegebied is aangewezen dat overlap vertoont met een grondwaterbeschermingsgebied.

Een belangrijke reden waarom de gemeente in het Besluit bodemenergiesystemen het initiatief heeft bij de aanwijzing van interferentiegebieden, is dat de aanwijzing van een interferentiegebied vooral gevolgen voor de gemeente heeft. Hierdoor wordt namelijk voor de installatie van kleine gesloten bodemenergiesystemen met een vermogen van minder dan 70 kW een omgevingsvergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verplicht. Het college van Burgemeester en Wethouders is hiervoor het bevoegd gezag. Daarnaast is de gemeente de lokale regisseur, zeker als het gaat om de afstemming van lokaal gebruik van schaarse (onder)grond. De aanwijzing van een interferentiegebied leunt sterk aan tegen de taken van de gemeente in het kader van de ruimtelijke ordening, vooral het opstellen van een bestemmingsplan of een structuurvisie, en moet daarop worden afgestemd.

Binnen de in deze Verordening aangewezen gebieden bestaat een grote vraag naar bodemenergie en daarom is het wenselijk regie te voeren om vraag en aanbod van ruimte voor bodemenergie op elkaar af te stemmen.

Het rechtsgevolg van de aanwijzing van een interferentiegebied is dat voor het installeren van een klein gesloten bodemenergiesysteem toestemming is vereist. Dit is een omgevingsvergunning op grond van de Wabo. Buiten interferentiegebieden geldt voor de plaatsing van een klein gesloten bodemenergiesysteem een meldingsplicht. Grote bodemenergiesystemen (>70 kW) hebben ook buiten interferentiegebieden een vergunningplicht.

De provincie Zuid-Holland houdt bij het verlenen van vergunningen voor open bodemenergiesystemen rekening met de door Delft aangewezen interferentiegebieden en het voor het TU gebied opgestelde Bodemenergieplan.

Schematisch ziet de vergunningplicht er als volgt uit:

Open systeem

Gesloten systeem

Buiten interferentiegebied

Vergunningplichtig (GS)

< 70 kW meldingsplichtig

≥ 70 kW vergunningplichtig (B&W)

Binnen interferentiegebied

Vergunningplichtig (GS)

Vergunningplichtig (B&W)

Artikel 3

Delegatie aan het college van Burgemeester en Wethouders van de bevoegdheid de grenzen van interferentiegebieden te wijzigen en opnieuw vast te stellen is opgenomen, omdat te voorzien is dat deze met enige regelmaat wijziging behoeven. De delegatie wordt beperkt tot de bevoegdheid om de begrenzing van de aangewezen gebieden te veranderen. Het College is dus niet bevoegd om buiten de Raad om nieuwe interferentiegebieden aan te wijzen. Afstemming met de provincie Zuid-Holland is nodig, omdat de aanwijzing mede is bedoeld ter bescherming van open bodemenergiesystemen, waarvoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn.

Artikel 4

Algemeen

In artikel 2 is weergegeven dat als gevolg van de aanwijzing van interferentiegebieden voor het installeren van een klein gesloten bodemenergiesysteem een vergunning is vereist, zie artikel 4 lid 1.

De algemene weigeringsgronden voor deze vergunning zijn opgenomen in artikel 5.13b van het Besluit omgevingsrecht. De gronden voor weigering zijn het veroorzaken van interferentie waardoor het functioneren van een ander bodemenergiesysteem kan worden geschaad en het ondoelmatig gebruik van bodemenergie. Het gaat in algemene zin om de vraag of het juiste bodemenergiesysteem op de juiste plaats wordt geïnstalleerd. Hieruit volgt dat geen voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden en dat de vergunning ook niet onder beperkingen kan worden verleend. Het besluit kan alleen toestemming voor de installatie inhouden of weigering van die toestemming. In die zin heeft de vergunning alleen betrekking op de aanleg van het bodemenergiesysteem en ziet niet toe op het gebruik van dat systeem.

In aanvulling op deze algemene weigeringsgronden die in het Besluit omgevingsrecht zijn opgenomen, heeft de gemeente in de beleidsregels specifieke weigeringsgronden opgenomen, die zij noodzakelijk acht om te komen tot een juiste ordening van bodemenergiesystemen in de ondergrond en anderzijds te komen tot een goede uitvoering van het besluit.