Verordening op de rekenkamercommissie Ridderkerk 2015

Geldend van 01-07-2015 t/m 14-12-2022

Intitulé

Verordening op de rekenkamercommissie Ridderkerk 2015

De raad van de gemeente Ridderkerk;

gelezen het voorstel van het Presidium, d.d. 30 maart 2015;

gelet op artikel 81oa van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de:

Verordening op de rekenkamercommissie Ridderkerk 2015

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1. In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      wet: Gemeentewet;

    • b.

      commissie: rekenkamercommissie Ridderkerk;

    • c.

      voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie;

    • d.

      college: college van burgemeester en wethouders;

Artikel 2 Rekenkamercommissie

  • 1. Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid als de rekenkamercommissie Ridderkerk.

  • 2. De commissie bestaat uit ten minste 3 en ten hoogste 5 leden, waaronder de voorzitter.

Artikel 3 Benoeming leden en voorzitter

  • 1. De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie.

  • 2. De leden worden benoemd voor een periode van 6 jaar. Deze periode kan worden verlengd met één of meerdere, maar ten hoogste 6 jaren.

  • 3. De voorzitter wordt benoemd door de raad. De plaatsvervangend voorzitter wordt aangewezen door en uit de commissie.

  • 4. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met het secretariaat en de onderzoekers.

  • 5. De voorzitter vertegenwoordigt de commissie bij bestuurlijke contacten.

  • 6. Bij een tussentijdse vacature pleegt de raad, voorafgaand aan de benoeming van een lid, overleg met de commissie.

Artikel 4 Benoeming plaatsvervangende leden

  • 1. De raad kan voor elk of voor meerdere leden een plaatsvervangend lid benoemen.

  • 2. De plaatsvervangende leden kunnen benoemd worden voor elke gewenste duur van maximaal 6 jaren. Deze periode kan worden verlengd voor elke gewenste duur van maximaal 6 jaar.

  • 3. Een plaatsvervangend lid kan door de voorzitter worden opgeroepen een lid tijdelijk te vervangen, als dat lid door de raad op non-actief is gesteld dan wel bij voorziene afwezigheid anderszins.

  • 4. De voorzitter kan de plaatsvervangende leden oproepen deel te nemen aan bepaalde werkzaamheden. Zij hebben dan dezelfde bevoegdheden als de gewone leden; zij maken deel uit van de commissie.

  • 5. De bepalingen van deze verordening zijn op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Onverenigbaarheid

  • 1. Leden van de commissie kunnen niet tevens de functies uitoefenen zoals genoemd in artikel 81f van de Gemeentewet, inclusief het burgerlidmaatschap.

  • 2. Ambtenaren, door of vanwege het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie, de gemeente Albrandswaard of de gemeente Barendrecht aangesteld of daaraan ondergeschikt, kunnen geen lid zijn van de commissie;

  • 3. Artikel 15, eerste en tweede lid van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamercommissie. Daar waar in dit wetsartikel genoemd wordt ‘gemeente’ dient daaronder ook te worden verstaan de Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie.

  • 4. Een lid van de commissie is niet tevens (plaatsvervangend) lid van de rekenkamer c.q. rekenkamercommissie van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard of Rotterdam.

  • 5. Medewerkers en bestuursleden bij instellingen die van de gemeente Ridderkerk een subsidie ontvangen kunnen niet benoemd worden tot lid, tenzij dit langer dan 3 jaar geleden is bij het aanvaarden van de functie binnen de commissie.

Artikel 6 Integriteit

  • 1. De leden vervullen geen andere functies waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het lidmaatschap van de commissie.

  • 2. De leden maken openbaar welke andere functies zij vervullen en of deze bezoldigd of onbezoldigd zijn. Dit geschiedt door plaatsing van de opgave op de gemeentelijke website.

  • 3. Om tot lid van de commissie benoemd te worden mogen de leden rechtstreeks nog middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst hebben gegeven of beloofd.

  • 4. De leden mogen, om iets in dit ambt te doen of na te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte hebben aangenomen of zullen aannemen.

  • 5. De leden zijn getrouw aan de Grondwet, zullen de wetten nakomen en vervullen hun plicht als lid van de commissie naar eer en geweten.

  • 6. De commissie kan voor de leden van de commissie een gedragscode vaststellen en brengt haar code ter kennis aan de raad.

Artikel 7 Ontslag en non-actief

  • 1. De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-actief.

  • 2. Het lidmaatschap eindigt:

    • a.

      na de benoemingsperiode, totdat in de opvolging is voorzien;

    • b.

      op eigen verzoek, totdat in de opvolging is voorzien;

    • c.

      bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie.

    • d.

      wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • e.

      indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.

  • 3. De raad kan een lid tijdelijk op non-actief stellen:

    • a.

      als tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld;

    • b.

      als er een ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten en of omstandigheden die tot ontslag leiden, zoals genoemd in het tweede lid, onder d.

  • 4. De leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen:

    • a.

      wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend of langdurig ongeschikt zijn hun functie te vervullen;

    • b.

      wanneer het lidmaatschap naar het oordeel van de raad schade toebrengt aan het (publieke) vertrouwen in de commissie.

  • 5. De leden zijn ontslagen als de raad besluit tot intrekking van de verordening, omdat hij, na verdere overwegingen, in overleg met één of meerdere raden in de regio besluit tot een gezamenlijke invulling van de rekenkamer(functie).

Artikel 8 Vergoeding voor werkzaamheden van de leden van de rekenkamercommissie

  • 1. De voorzitter ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van 300 % van het bedrag genoemd in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads-en commissieleden (gemeenteklasse Ridderkerk). De andere leden ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van 230 % van het bedrag.

  • 2. De bedoelde bedragen worden geïndexeerd bij ministeriële regeling.

  • 3. De leden wordt de mogelijkheid geboden gebruik te maken van de opting-in-regeling.

  • 4. Voor de reis-, parkeer- en verblijfskosten die zij ten behoeve van hun lidmaatschap maken, kunnen de leden een vergoeding ontvangen die gelijk is aan die welke verstrekt wordt aan het personeel van de BAR-organisatie.

  • 5. Daar waar de leden wensen dat hun werkzaamheden worden geacht te zijn uitgevoerd door hun persoonlijke onderneming, worden de in dit artikel genoemde bedragen vermeerderd met BTW.

  • 6. Daar waar de leden wensen dat hun (onkosten-)vergoeding wordt uitbetaald aan hun werkgever, worden de in dit artikel genoemde bedragen, indien nodig, vermeerderd met BTW. De werkgever mag hiervoor een factuur indienen.

  • 7. Naast deze (onkosten-) vergoedingen ontvangen de leden en de voorzitter geen andere vergoedingen van welke aard dan ook.

Artikel 9 Secretariaat

  • 1. De commissie bepaalt wie haar secretaris is, die geen lid van de commissie kan zijn.

  • 2. Secretaris kan niet zijn de ambtenaar, door of vanwege het bestuur van de gemeente Ridderkerk, Albrandswaard, Barendrecht of van de Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie aangesteld of daaraan ondergeschikt.

  • 3. In afwijking van het tweede lid kan de secretaris wel tevens zijn ambtenaar van de burgerlijke stand, vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht en/of ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.

  • 4. De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar taken terzijde. De commissie bepaalt wat onder de ondersteunende taken van de secretaris voor de commissie dient te worden verstaan.

  • 5. De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de commissie over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht.

  • 6. De commissie bepaalt de vergoeding voor de secretaris.

  • 7. Voor de reis-, parkeer- en verblijfskosten die de secretaris ten behoeve van zijn functie maakt, kan hij een vergoeding ontvangen die gelijk is aan die welke verstrekt wordt aan het personeel van de BAR-organisatie.

Artikel 10 Reglement van orde

De commissie kan een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vaststellen. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad.

Artikel 11 Vergaderingen

  • 1. De vergaderingen van de commissie zijn besloten.

  • 2. De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

  • 3. De commissie komt in vergadering bijeen zo dikwijls als de voorzitter of ten minste twee van de overige leden dat nodig achten.

  • 4. De voorzitter beslist over het bijwonen van de vergaderingen door anderen dan de commissieleden en het secretariaat.

Artikel 12 Quorum

  • 1. Voor het houden van een vergadering en voor het nemen van besluiten is vereist dat de meerderheid van de commissie, waaronder in ieder geval de voorzitter of diens vervanger, aanwezig is.

  • 2. De commissie besluit bij meerderheid van stemmen, minderheidsstandpunten mogen in de rapportage worden verwoord. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de voorzitter.

Artikel 13 Geheimhouding

  • 1. Om de onderzoeken van de commissie naar behoren te kunnen uitvoeren zijn de stukken, die onder oplegging van geheimhouding aan de commissie ter beschikking worden gesteld, ook beschikbaar voor de secretaris van de commissie en de door de commissie aangewezen deskundigen/onderzoekers

  • 2. De commissie vergadert in beslotenheid, haar uitgebrachte rapporten zijn openbaar.

  • 3. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.

  • 4. De leden van de commissie en degenen die ten behoeve van de commissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen, totdat de geheimhouding is opgeheven.

  • 5. De geheimhouding is opgeheven zodra de commissie haar rapportage aanbiedt aan de raad.

  • 6. Het gestelde in artikel 5 geldt niet ten aanzien van de informatie die andere bestuursorganen onder geheimhouding ter beschikking hebben gesteld aan de commissie.

Artikel 14 Onderwerpselectie

  • 1. De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.

  • 2. Alvorens een onderwerp te kiezen, vindt afstemming plaats met de rekenkamer(commissie) van Albrandswaard en Barendrecht, om te bezien of sprake is van gelijktijdig door hen uit te voeren onderzoek of om te komen tot een mogelijke afstemming of gezamenlijke aanpak.

  • 3. Jaarlijks vindt in september in de auditcommissie afstemming plaats met de gemeente Ridderkerk en de BAR-organisatie over voorgenomen onderzoeken. De rekenkamercommissie meldt uiterlijk 10 september aan de griffie welke onderwerpen in het volgende jaar onderzocht kunnen gaan worden.

  • 4. Jaarlijks treedt de commissie in gezamenlijk overleg met de fractievoorzitters en de griffier over eventueel gewenste onderzoeksonderwerpen.

  • 5. De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, dan zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

  • 6. De commissie kan zogenaamde quick scans uitvoeren welke betrekking hebben op een beperkter terrein dan de onderzoeken welke normaliter worden uitgevoerd.

  • 7. De commissie streeft er naar ten minste twee onderzoeken/quick scans per jaar uit te voeren.

  • 8. De in het eerste lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd.

  • 9. De commissie beargumenteert de keuze voor te onderzoeken onderwerpen op basis van de volgende criteria en is bevoegd daaraan andere criteria toe te voegen:

    • a.

      Is het onderwerp een prioriteit binnen het gemeentelijk beleid.

    • b.

      Is er sprake van een groot maatschappelijk belang.

    • c.

      Is er sprake van een groot financieel belang.

    • d.

      Is er sprake van risico’s voor de doelmatigheid, rechtmatigheid of doeltreffendheid.

    • e.

      Is het onderwerp niet onlangs onderzocht door anderen (het college uit hoofde van artikel 213a, de accountant, een onderzoeksbureau, de BAR-organisatie).

    • f.

      Is de rekenkamercommissie in het bijzonder geschikt om onderzoek te doen naar het onderwerp op basis van haar bevoegdheden, kennis of vaardigheden.

    • g.

      Is er voldoende variatie in de onderwerpen die de rekenkamercommissie in één jaar en over de jaren heen onderzoekt.

    • h.

      Is het een onderwerp dat beter onderzocht zou kunnen worden door een enquêtecommissie uit de raad.

  • 10. In haar plan van aanpak en haar onderzoeksrapport neemt de commissie haar argumentatie voor haar keus van het onderwerp op.

Artikel 15 Werkwijze

  • 1.

    De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

  • 2.

    De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.

  • 3.

    De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle voor hem werkzame ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de voor hem werkzame ambtenaren zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken.

  • 4.

    De commissie kan de bevoegdheden genoemd onder het derde lid mandateren aan een van haar leden of haar secretaris.

  • 5.

    Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen.

  • 6.

    De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) onderwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.

  • 7.

    De commissie stelt vervolgens het betrokken bestuursorgaan in de gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste vier weken bedraagt, zijn reactie aan de commissie te geven op de conclusies en aanbevelingen van het conceptonderzoeksrapport.Het betrokken bestuursorgaan deelt, indien van toepassing ten minste mee:

    • a.

      welke aanbevelingen worden overgenomen en op welke wijze; of

    • b.

      indien aanbevelingen niet worden overgenomen, de motivering waarom van aanbevelingen wordt afgeweken.

  • 8.

    Indien aard en omvang van het onderzoek dit toestaan kan het wederhoor zoals is vastgelegd in artikel 6 en 7 gelijktijdig plaatsvinden, met inachtneming van een termijn van tenminste 4 weken.

  • 9.

    Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen inclusief de reactie van het betrokken bestuursorgaan op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het betrokken bestuursorgaan, het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.

  • 10.

    Na het uitbrengen van het rapport aan de raad, maakt de commissie de resultaten met een persbericht openbaar en bepaalt zij welke eventuele verdere perscontacten zij wenst over de resultaten. Woordvoerder van de commissie is de voorzitter, tenzij de commissie anders bepaalt.

  • 11.

    De commissie brengt jaarlijks vóór 1 april verslag uit aan de raad over haar werkzaamheden van het voorgaande jaar. In het verslag rapporteert de commissie ten minste over:

    • a.

      stand van zaken onderzoeken

    • b.

      overige activiteiten van de commissie

    • c.

      de besteding van het budget, onderverdeeld zoals opgenomen in artikel 17, tweede lid.

Artikel 16 Behandeling door de raad

  • 1. De griffier draagt zorg voor een van hem uitgaand raadsvoorstel en een concept-raadsbesluit voor behandeling van het onderzoek in de desbetreffende raadscommissie en de raad.

  • 2. Het conceptbesluit bevat indien nodig een opdracht aan het onderzochte orgaan om binnen twee maanden met een plan van aanpak ter uitvoering van de door de raad overgenomen aanbevelingen te komen. Indien nodig kan het tevens bevatten de opdracht om over één jaar te rapporteren wat met de door de raad overgenomen aanbevelingen is gedaan.

  • 3. De voorzitter wordt uitgenodigd de behandeling van het rapport in de raadscommissie bij te wonen om daar het rapport toe te lichten en eventuele vragen te beantwoorden. De voorzitter neemt geen deel aan de beraadslagingen van de rapportages in de raadscommissie en de raad.

Artikel 17 Budget

  • 1. De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

  • 2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

    • a.

      de vergoedingen aan de leden voor het bijwonen van de commissievergaderingen;

    • b.

      de overige vergoedingen aan de leden zoals genoemd in deze verordening;

    • c.

      de vergoedingen aan de secretaris;

    • d.

      externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld;

    • e.

      drukwerk;

    • f.

      de door de commissie gewenste lidmaatschappen, zoals die van de NVRR;

    • g.

      de door de commissie gewenste cursussen, congressen, seminars e.d., ook voor wat betreft verblijfskosten;

  • 3. De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad en zijn griffier.

Artikel 18 Contact

  • 1. Ten aanzien van de raad is de griffier voor de commissie het eerste aanspreekpunt.

  • 2. Ten aanzien van de ambtelijke organisatie is de gemeentesecretaris of een door hem aan te wijzen ambtenaar het eerste aanspreekpunt.

Artikel 19 Voorziening

In de gevallen, zover het de werkwijze van de commissie betreft, waarin deze verordening niet voorziet, beslist de commissie met inachtneming van de bepalingen in de wet. De commissie stelt de raad hiervan op de hoogte.

Artikel 20 Inwerkingtreding en intrekking

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.

  • 2.

    Op het moment van inwerkingtreding vervalt de Verordening op de Rekenkamercommissie Ridderkerk 2005, vastgesteld op 26 september 2005, met de daarop volgende wijzigingen.

Ondertekening

Ridderkerk, 23 april 2015
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
mr. J.G. van Straalen mw. A. Attema