Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Rijnland (Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Rijnland)

Geldend van 01-01-2019 t/m heden

Intitulé

Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Rijnland (Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Rijnland)

Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 19 februari 2003 en van Noord-Holland van 10 februari 2003 tot vaststelling van het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Rijnland (Prov. Blad van Zuid-Holland van 2003, nr. 13 en Prov. Blad van Noord-Holland van 2003, nr. 43,) gewijzigd bij besluit van 16 december 2009 (Prov. Blad 2010, nr. 3A) en gewijzigd bij besluit van 28 januari 2015 (Prov. Blad 2015, nr. 997)

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen.

Artikel 1.

In dit reglement wordt verstaan onder:

 

a. waterkeringen: zeewering, dijken, kaden en andere kunstmatige of natuurlijke hoogten, onder welke benaming ook, die dienen tot kering van zee-, rivier-, boezem- of polderwater.

b. wateren: oppervlaktewateren die dienen voor de afvoer en/of aanvoer en/of berging van water; deze worden naar functie onderscheiden in:

  • 1. primaire wateren: wateren en watergangen onder welke benaming ook, die als zodanig zijn aangegeven, respectievelijk vastgelegd in de legger als bedoeld in artikel 78, tweede lid van de Waterschapswet;

  • 2. overige wateren: wateren en watergangen onder welke benaming ook, niet zijnde primaire wateren, die als zodanig zijn aangegeven, respectievelijk vastgelegd in de legger als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet;

c. kunstwerken: waterstaatkundige werken die van belang zijn voor de taakuitoefening van het hoogheemraadschap;

d. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland en Gedeputeerde Staten van Noord- Holland, tenzij anders is aangegeven.

e. watersysteem: samenhangend geheel van één of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken.

Hoofdstuk 2. Gebied, taken en onderhoudsverplichtingen.

Artikel 2.

1. De begrenzing van het gebied waarin de onderscheidene taken, bedoeld in artikel 3 worden uitgeoefend, is aangegeven op de bij dit reglement behorende kaart. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd de begrenzing zonodig nader in detail te bepalen.

2. Een gewaarmerkt exemplaar van de in het eerste lid bedoelde kaart berust bij de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland en bij het hoogheemraadschap.

Artikel 2a

De waterstaatswerken die zijn opgenomen in de als bijlage bij dit besluit opgenomen op 16 december 2015 gesloten ‘Overeenkomst tot overdracht van het beheer van polders (fase 2) in de gemeente Leiden’ gaan per 1 januari 2017 in beheer over van de gemeente Leiden naar het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Artikel 2b

De waterstaatswerken die zijn opgenomen in de als bijlage bij dit besluit opgenomen ‘Overeenkomst tot overdracht van het feitelijk beheer van watergangen, kunstwerken en waterkeringen in Bennebroekerpolder-Noord en Bennebroekerpolder-Zuid gelegen in de gemeente Bloemendaal’ gaan per 1 juli 2014 in beheer over van de gemeente Bloemendaal naar het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Artikel 3.

1. Het hoogheemraadschap heeft tot taak de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet uitdrukkelijk aan andere publiekrechtelijke lichamen is opgedragen.

2. Deze taak omvat de zorg voor het watersysteem en de zorg voor de zuivering van afvalwater, daaronder mede begrepen het stedelijk afvalwater dat afkomstig is vanuit het beheersgebied van een aangrenzende waterbeheerder en dat krachtens artikel 3.4, eerste lid van de Waterwet om doelmatigheidsredenen wordt gezuiverd op een zuiveringstechnisch werk dat in beheer is bij het hoogheemraadschap.

3. Als uitvloeisel van de taak, bedoeld in het tweede lid, is het hoogheemraadschap tezamen met de aangrenzende waterschappen belast met de zorg voor de instandhouding van de landscheidingen tussen het hoogheemraadschap enerzijds en de aangrenzende waterschappen anderzijds.

4. De taak van het hoogheemraadschap omvat mede de zorg voor de toepassing van de Scheepvaartverkeerswet, voor zover het wateren betreft waarvoor het hoogheemraadschap is aangewezen als bevoegd gezag.

5. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland wijzen, als bedoeld in artikel 5a van de Waterschapswet, de waterstaatswerken, gelegen in de Kikkerpolder in de gemeenten Leiden en Oegstgeest

aan, die op een door hen te bepalen datum in beheer van het hoogheemraadschap overgaan.

Artikel 4.

1. Het onderhoud van waterkeringen berust bij het hoogheemraadschap, voor zover het betreft het instandhouden van stabiliteit en profiel; tenzij een derde daartoe verplicht is.

2. Het onderhoud van primaire wateren berust bij het hoogheemraadschap; tenzij een derde daartoe verplicht is.

3. Het onderhoud van kunstwerken berust bij het hoogheemraadschap, tenzij een derde daartoe wettelijk verplicht is, of, indien zodanige verplichting ontbreekt of niet bekend is, bij de zakelijk gerechtigde tot het kunstwerk.

Artikel 5.

1. De onderhoudsplichtigen en de onderhoudsverplichtingen betreffende waterkeringen en wateren worden aangegeven respectievelijk vastgelegd in de legger, bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.

2. In de legger wordt vermeld wat de functie is van het desbetreffende waterstaatswerk, wie met het onderhoud is belast en wat het onderhoud omvat.

3. Ten aanzien van de vaststelling van de legger als bedoeld in artikel 78, tweede lid van de Waterschapswet zijn de artikelen 73 en 74 van de Waterschapswet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6.

vervallen

Hoofdstuk 3. Zetel en bestuur.

Artikel 7.

De zetel van het hoogheemraadschap is gevestigd te Leiden.

Artikel 8.

Het bestuur van het hoogheemraadschap bestaat uit een algemeen bestuur, aangeduid onder de benaming verenigde vergadering, een dagelijks bestuur, aangeduid onder de benaming dijkgraaf en hoogheemraden en een voorzitter, aangeduid onder de benaming dijkgraaf.

Artikel 9.

1. Het algemeen bestuur bestaat uit dertig leden. Van deze leden vertegenwoordigen:

  • a. eenentwintig leden de categorie ingezetenen, als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, van de Waterschapswet;

  • b. vier leden de categorie ongebouwd als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b, van de Waterschapswet;

  • c. één lid de categorie natuurterreinen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel c, van de Waterschapswet;

  • d. vier leden de categorie bedrijven als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Waterschapswet.

2

  • a.

    De leden bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden benoemd door de Land- en Tuinbouworganisatie Noord, met dien verstande dat bij de benoeming acht word geslagen op een adequate vertegenwoordiging van de verschillende bedrijfssectoren binnen de land en tuinbouw in het gebied.

  • b.

    Het lid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt benoemd door de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren.

  • c.

    De leden,  bedoeld  in het eerste lid, onderdeel d, worden benoemd door de Kamer van Koophandel op gezamenlijke voordracht van de regionale raad van de Regio Zuidwest en de Regio Noordwest, genoemd in het Besluit vaststelling regio's. Bij de benoeming wordt zorggedragen voor een adequate vertegenwoordiging van de categorie bedrijven in het gebied van zowel de RegioZuidwest als de Regio Noordwest, voor zover gelegen binnen het gebied van het hoogheemraadschap.

Artikel 10.

vervallen

Artikel 11.

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en ten hoogste vijf andere leden.

2. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 41, tweede lid, van de Waterschapswet.

Artikel 12.

Vervallen.

Artikel 13.

1. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het doet daarvan schriftelijk bericht aan het algemeen bestuur.

2. Schorsing van en tussentijds verlies van het lidmaatschap van het algemeen bestuur brengen terstond schorsing van, onderscheidenlijk verlies van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur mee.

Artikel 14 Benoeming voorzitter.

  • 1.

    Voor de toepassing van artikel 46, derde en vijfde lid, van de Waterschapswet wordt onder gedeputeerde staten verstaan: gedeputeerde staten van Zuid-Holland.

  • 2.

    Gedeputeerde staten van Zuid-Holland zenden, na het horen van gedeputeerde staten van Noord-Holland, de aanbeveling door aan de Minister.

  • 3.

    De aflegging van de eed (verklaring en belofte), bedoeld in artikel 50 van de Waterschapswet, vindt plaats in handen van de commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland.

Hoofdstuk 4. Bevoegdheden en verplichtingen bestuur

Artikel 15.

Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast.

Artikel 16.

Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Het zendt dit reglement aan het algemeen bestuur.

Artikel 17.

1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen commissies instellen die hen van advies dienen over onderwerpen die het belang van het hoogheemraadschap betreffen.

2. In het reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur en voor de vergaderingen van het dagelijks bestuur worden, indien toepassing wordt gegeven aan het gestelde in het eerste lid, regels gesteld omtrent de benoeming, de zittingsduur, de adviestaken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de commissie.

3. Indien adviescommissies worden ingesteld ten behoeve van het algemeen bestuur, is op die commissies artikel 35 van de Waterschapswet van toepassing.

Artikel 18.

Artikel 86, vierde lid, van de Waterschapswet blijft ten aanzien van de daarin genoemde beslissingen van het dagelijks bestuur buiten toepassing.

Artikel 19.

vervallen

Artikel 20.

vervallen

Hoofdstuk 5. Toezicht.

Artikel 21.

Het toezicht op het hoogheemraadschap wordt uitgeoefend door Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten bepalen in onderling overleg op welke wijze de voorbereiding en besluitvorming zal plaatsvinden over hetgeen ter zake van het gemeenschappelijk toezicht moet worden beslist.

Artikel 22.

Voor de toepassing van artikel 3.12 van de Waterwet wordt de aanwijzing gegeven door gedeputeerde staten van de provincie op wier grondgebied in hoofdzaak het besluit betrekking heeft.

Artikel 23.

Het dagelijks bestuur zendt onverwijld aan Gedeputeerde Staten:

  • a. ontwerpbesluiten tot vaststelling van een peilbesluit, als bedoeld in artikel 4.2 van de Waterverordening Rijnland;

  • b. ontwerpbesluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van een vergunning voor het permanent onttrekken van grondwater of permanent infiltreren van water in een milieubeschermingsgebied voor grondwater, als bedoeld in artikel 5.3 van de Waterverordening Rijnland;

  • c. besluiten tot vaststelling van een calamiteitenplan, als bedoeld in artikel 5.29, eerste lid van de Waterwet;

  • d. besluiten tot oprichting of deelneming in een rechtspersoon.

Artikel 24.

vervallen

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen.

Artikel 25.

Provinciale Staten van Zuid-Holland zijn bevoegd tot besluitvorming omtrent wijzigingen van dit reglement indien en voorzover deze van beperkte strekking zijn.

Artikel 26.

Nadere voorzieningen ter uitvoering van dit reglement vereist, doch waaromtrent een regeling ontbreekt, worden door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland getroffen.

Artikel 27.

vervallen.

Ondertekening

Den Haag, 19 februari 2003
Provinciale Staten van Zuid-Holland,
J. FRANSSEN, voorzitter
M.H.J. VAN WIERINGEN-WAGENAAR, griffier 
 
Haarlem, 10 februari 2003
Provinciale Staten van Noord-Holland
J. REMKES, voorzitter
H.W.M. OPPENHUIS-DE JONG, griffier

Bijlage behorende bij het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Rijnland

 

Toelichting behorende bij het besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 17 oktober 2018 met nummer 7123 en van Provinciale Staten van Noord-Holland van 14 november 2018 met kenmerk 74-2018, tot wijziging van het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Rijnland.

A en B

Herpoldering

Het was tot eind van de zeventiger jaren van de vorige eeuw provinciaal beleid om bij uitbreiding van stedelijke bebouwing het betreffende gebied te onttrekken aan de taakstelling  en het gezag van het waterschapsbestuur en over te dragen aan het gemeentebestuur (het zogenaamde ‘ontpolderen’).

In 1991 is geconcludeerd dat de Waterschapswet er vanuit gaat dat waterbeheer wordt uitgeoefend door waterschappen en is besloten om de in het verleden ontpolderde gebieden zo veel mogelijk weer in waterschapsverband te brengen. Binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland is dit proces nog niet afgerond. Hoewel de kaart van het waterschap geen witte vlekken bevat zijn er nog steeds waterstaatswerken die formeel niet bij het waterschap in beheer zijn.

Artikel 5a van de Waterschapswet beschrijft het proces als waterstaatswerken in beheer overgaan naar het waterschap. Bij of krachtens reglement worden waterstaatswerken aangewezen die in beheer overgaan naar het waterschap en wordt de datum daarvoor bepaald. De oude en nieuwe beheerder gaan over tot levering en aanvaarding van de onroerende goederen en stellen gezamenlijk vast of een verrekening nodig is en tot welk bedrag. In de praktijk wordt er meestal een overeenkomst gesloten tussen de oude en de nieuwe beheerder, waarin de waterstaatswerken worden geïdentificeerd en waarin de afspraken worden vastgelegd over de overdracht.

De gemeente Leiden en het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben op 16 december 2015 een overeenkomst gesloten over de overdracht van de waterstaatswerken in de polders Schuttersveld, Wijkpark Stevenshof, Pesthuispolder Noord, Pesthuispolder Zuid, poldergebied gelegen aan de Telderskade en het poldergebied gelegen aan de Vollenhovenkade. Op dezelfde manier hebben de gemeente Bloemendaal en het hoogheemraadschap in 2014 een overeenkomst gesloten met betrekking tot het onder beheer brengen van de waterstaatswerken in de Bennebroekerpolder-Noord en de Bennebroekerpolder-Zuid. Met het tussenvoegen van de artikelen 2a en 2b in het reglement wordt een laatste formele stap gezet om de overdracht af te ronden.

Ook in de Kikkerpolder in de gemeente Leiden moet nog herpoldering plaatsvinden. Daarover zijn gemeente en waterschap in gesprek, maar er is nog geen overeenkomst. Middels de wijziging van artikel 3 lid 5 wordt het mogelijk gemaakt voor gedeputeerde staten om in een later stadium deze overdracht formeel af te ronden.

C

Tot 1 januari 2015 was het Bosschap verantwoordelijk voor de benoeming van vertegenwoordigers van de categorie natuurterreinen in het algemeen bestuur van het waterschap. Op 1 januari 2015 is het Bosschap opgeheven. Van eind februari 2015 tot 1 januari 2018 heeft de Minister middels het Besluit aanwijzing Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren als benoemende organisatie van waterschapsbestuurders de Vereniging van Bos- en Natuurterreineneigenaren (VBNE) aangewezen. De gedachte was destijds dat de provincies deze aanwijzing uiterlijk in 2017 in de verschillende reglementen van de waterschappen zouden opnemen. Dat is nog niet gebeurd. Met dit besluit wordt het aanwijzen van de VBNE alsnog in het reglement van bestuur opgenomen. De VBNE is als belangenbehartiger van bos- en natuurterreineigenaren het geschikte lichaam om de vertegenwoordigers van de categorie natuurterreinen voor de waterschapsbesturen te benoemen.

D en E

Benoeming dijkgraaf

Bij de benoeming van een nieuwe dijkgraaf heeft de wetgever in artikel 46 van de Waterschapswet een rol toebedeeld aan gedeputeerde staten. Hoe een en ander moet worden ingevuld als het een interprovinciaal waterschap betreft, is niet bepaald. Het is gebruikelijk om in het reglement voor dergelijke waterschappen iets op te nemen over de rolverdeling tussen de betrokken colleges. Dat is tot nu toe in het geval van Rijnland nog niet gebeurd. Tijdens het proces van de benoeming van de nieuwe dijkgraaf in 2017 is gebleken dat het toch handig is om hierover een bepaling op te nemen. Met de nu voorgestelde bepaling is voor het waterschap duidelijk aan welk college zij de correspondentie kan richten.

De bepaling over de beëdiging die in artikel 20 stond is verplaatst naar het nieuwe artikel 14.

F

Bijlage: Kaart met grens beheergebied

In de afgelopen jaren is gebleken dat er onduidelijkheden waren over de ligging van de formele grens tussen waterschappen, of dat grenzen zijn veranderd zonder dat dat formeel is vastgelegd. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in de afgelopen jaren alle grenzen nagelopen en met de buurwaterschappen (nieuwe) afspraken gemaakt over de ligging van de grens. Dat heeft tot allerlei kleine aanpassingen van de grenzen geleid en tot een wat grotere wijziging op de grens met Delfland bij Leidschendam-Voorburg (Sijtwendetunnel).

Daarnaast heeft een afstemming tussen provincie en waterschap plaatsgevonden om op een hoger detailniveau dan in het verleden te bewerkstelligen dat beide instanties identieke grenzen hanteren. Dat heeft geleidt tot een nieuwe kaart, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd en onderdeel gaat uitmaken van het reglement.

Den Haag, 17 oktober 2018

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

griffier,

voorzitter,

 

 

 
 
 

  

Haarlem, 12 november 2018

  

Provinciale Staten van Noord-Holland,

 

griffier, voorzitter,

Bijlage

Bijlage behorende bij artikel I, onder A, artikel 2a.

Overeenkomst tot overdracht van het beheer van polders (fase 2) in de gemeente Leiden

  

Bijlage behorende bij artikel I, onder A, artikel 2b.

Overeenkomst tot overdracht van het feitelijk beheer van watergangen, kunstwerken en waterkeringen in Bennebroekerpolder-Noord en Bennebroekerpolder-Zuid gelegen in de gemeente Bloemendaal

  

Bijlage behorende bij artikel I, onder F.

Bijlage bij het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Rijnland (17.1145_3)