Reglement van Bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland

Geldend van 01-01-2019 t/m heden

Intitulé

Reglement van Bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland

Besluit van Provinciale Staten van 24 mei 2006 tot vaststelling van het Reglement van Bestuur voor het hoogheemraadschap van Delfland (Prov. Blad 2006, nr. 52) en gewijzigd bij besluit van Provinciale Staten van 30 januari 2008 (Prov. Blad 2008, nr. 14) en bij besluit van Provinciale Staten van 16 december 2009 (Prov. Blad 2010, nr. 6) en bij besluit van Provinciale Staten van 28 januari 2015 (Prov. Blad 2015, nr. 993)

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen  

Artikel 1

In dit reglement wordt verstaan onder:  

a. waterkeringen: zeewering, dijken, kaden en andere kunstmatige of natuurlijke hoogten, onder welke benaming ook, die dienen tot kering van zee-, rivier-, boezem- of polderwater;

b. wateren: oppervlaktewateren die dienen voor de afvoer en/of aanvoer en/of berging van water; deze worden naar functie onderscheiden

in:

1. primaire wateren: wateren en watergangen onder welke benaming ook, die als zodanig zijn aangegeven respectievelijk vastgelegd in de legger als bedoeld in artikel 78, tweede lid van de Waterschapswet;

2. secundaire wateren: overige wateren en watergangen onder welke benaming ook, niet zijnde primaire wateren, die als zodanig zijn aangegeven, respectievelijk vastgelegd in de legger als bedoeld in artikel 78, tweede lid van de Waterschapswet;

c. kunstwerken: waterstaatkundige werken, die van belang zijn voor de taakuitoefening van het waterschap.

d. watersysteem: samenhangend geheel van één of meer oppervlaktelichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken.  

Hoofdstuk 2. Gebied, taken en onderhoudsverplichtingen

Artikel 2

1. De begrenzing van het gebied, waarin de onderscheidene taken, bedoeld in artikel 3 worden uitgeoefend, is aangegeven op de bij dit reglement behorende bijlage bij het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland (17.1145_02). Gedeputeerde Staten zijn bevoegd de begrenzing zonodig nader in detail te bepalen.

2. Een gewaarmerkt exemplaar van de in het eerste lid bedoelde kaart berust bij de provincie Zuid-Holland en bij het hoogheemraadschap.  

Artikel 3

1. Het hoogheemraadschap heeft tot taak de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet uitdrukkelijk aan andere publiekrechtelijke lichamen is opgedragen.

2. Deze taak omvat de zorg voor het watersysteem en de zorg voor de zuivering van afvalwater, daaronder mede begrepen het stedelijk afvalwater dat afkomstig is vanuit het beheersgebied van een aangrenzende waterbeheerder en dat krachtens artikel 3.4, eerste lid van de Waterwet om doelmatigheidsredenen wordt gezuiverd op een zuiveringstechnisch werk dat in beheer is bij het hoogheemraadschap.

3. Als uitvloeisel van de taak, bedoeld in het tweede lid is het hoogheemraadschap tezamen met de aangrenzende waterschappen belast met de zorg voor de instandhouding van de landscheidingen tussen het hoogheemraadschap enerzijds en de aangrenzende waterschappen anderzijds.

4. De taak van het hoogheemraadschap omvat mede de zorg voor de toepassing van de Scheepvaartverkeerswet, voorzover het wateren betreft waarvoor het hoogheemraadschap is aangewezen als bevoegd gezag.

Artikel 4

1.Het onderhoud van waterkeringen berust bij het hoogheemraadschap, voor zover het betreft het instandhouden van stabiliteit en profiel, tenzij een derde daartoe verplicht is. 

2. Het onderhoud van primaire wateren berust bij het hoogheemraad-schap, tenzij een derde daartoe verplicht is.

3. Het onderhoud van kunstwerken berust bij het hoogheemraadschap, tenzij een derde daartoe verplicht is, of, indien zodanige verplichting ontbreekt of niet bekend is, bij de zakelijk gerechtigde tot het kunstwerk.

Artikel 5

De onderhoudsplichtigen en de onderhoudsverplichtingen betreffende de waterkeringen en wateren worden aangegeven respectievelijk vastgelegd in de legger, bedoeld in artikel 78, tweede lid van de Waterschapswet.  

1. In de legger wordt vermeld wat de functie is van het desbetreffende waterstaatswerk, wie met het onderhoud is belast en wat het onderhoud omvat.

2. Ten aanzien van de vaststelling van de legger als bedoeld in artikel 78, tweede lid van de Waterschapswet zijn de artikelen 73 en 74 van de Waterschapswet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

Vervallen. 

Hoofdstuk 3

Zetel en bestuur

Artikel 7

Het hoogheemraadschap heeft zijn zetel in Delft.

Artikel 8

Het bestuur van het hoogheemraadschap bestaat uit een Algemeen Bestuur, aangeduid onder de benaming van Verenigde Vergadering, een Dagelijks Bestuur, aangeduid onder de benaming dijkgraaf en hoogheemraden en een voorzitter, aangeduid onder de benaming dijkgraaf.

Artikel 9
  • 1. Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden. Van deze leden vertegenwoordigen:

    • a.

      eenentwintig leden de categorie ingezetenen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder de letter a van de Waterschapswet; 

    • b.

      vier leden de categorie ongebouwd als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder de letter b van de Waterschapswet;

    • c.

      één lid de categorie natuurterreinen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder de letter c van de Waterschapswet;

    • d.

      vier leden de categorie bedrijven als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder de letter d van de Waterschapswet.

  • 2.

    • a.

      De leden bedoeld in het eerste lid, onder b worden benoemd door de Land- en Tuinbouworganisatie Noord.

    • b.

      De leden bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, worden benoemd door de Kamer van Koophandelop voordracht van de regionale raad van de Regio Zuidwest, genoemd in het Besluit vaststellingregio’s.

    • c.

      Het lid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden benoemd door de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren. 

Artikel 10

1. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de voorzitter en ten hoogste vijf andere leden.

2. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 41, tweede lid van de Waterschapswet.

Artikel 11

Vervallen. 

Artikel 12

1. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan te allen tijde daaruit ontslag nemen. Het doet daarvan schriftelijk bericht aan het Algemeen Bestuur.

2. Schorsing van en tussentijds verlies van het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur brengen terstond schorsing van, onderscheidenlijk verlies van het lidmaatschap van het Dagelijks Bestuur mee.

Artikel 13

Vervallen. 

Hoofdstuk 4 Bevoegdheden en verplichtingen bestuur

Artikel 14

Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast.

Artikel 15

Het Dagelijks Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Het zendt dit reglement aan het Algemeen Bestuur.  

Artikel 16

1. Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur kunnen commissies instellen die hen van advies dienen over onderwerpen die het belang van het hoogheemraadschap betreffen.

2. In het Reglement van Orde voor de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en voor de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur worden, indien toepassing wordt gegeven aan het gestelde in het eerste lid, regels gesteld omtrent de benoeming, de zittingsduur, de adviestaken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de commissie.

3. Tot lid van een commissie kunnen mede worden benoemd niet tot het bestuur van het hoogheemraadschap behorende personen.

4. Indien adviescommissies worden ingesteld ten behoeve van het Algemeen Bestuur, is op die commissies artikel 35 van de Waterschapswet van toepassing.  

Artikel 17

Artikel 86, vierde lid van de Waterschapswet blijft ten aanzien van de daarin genoemde beslissingen van het Dagelijks Bestuur buiten toepassing.

Artikel 18

Vervallen. 

Hoofdstuk 5

Toezicht

Artikel 19

Vervallen. 

Artikel 20

Het dagelijks bestuur zendt onverwijld aan Gedeputeerde Staten:

 

  • a. ontwerpbesluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van een vergunning voor het permanent onttrekken van grondwater of permanent infiltreren van water in een milieubeschermings-gebiedvoor grondwater, als bedoeld in artikel 5.5 van de Waterverordening Zuid-Holland;

  • b. besluiten tot vaststelling van een calamiteitenplan, als bedoeld in artikel 5.29, eerste lid van de Waterwet;

  • c. besluiten tot oprichting of deelneming in een rechtspersoon. 

Hoofdstuk 6

Overgangs en slotbepalingen

Artikel 21

Nadere voorzieningen ter uitvoering van dit reglement vereist, doch waaromtrent een regeling ontbreekt, worden door Gedeputeerde Staten getroffen.

Artikel 22

Vervallen. 

Artikel 23

Vervallen. 

Ondertekening

Den Haag, 24 mei 2006
Provinciale Staten van Zuid-Holland,
J. Franssen, voorzitter
H. Engels-Van Nijen, griffier
 

De Bijlage behorende bij het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland wordt vervangen door de bij dit besluit gevoegde Bijlage bij het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland (17.1145_02).

foto

Toelichting besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 17 oktober 2018 met nummer 7124, tot wijziging van het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland.

B

Tot 1 januari 2015 was het Bosschap verantwoordelijk voor de benoeming van vertegenwoordigers van de categorie natuurterreinen in het algemeen bestuur van het waterschap. Op 1 januari 2015 is het Bosschap opgeheven. Van eind februari 2015 tot 1 januari 2018 heeft de minister middels het Besluit aanwijzing Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren als benoemende organisatie van waterschapsbestuurders de Vereniging van Bos- en Natuurterreineneigenaren (VBNE) aangewezen. De gedachte was destijds dat de provincies deze aanwijzing uiterlijk in 2017 in de verschillende reglementen van de waterschappen zouden opnemen. Dat is nog niet gebeurd. Met dit besluit wordt het aanwijzen van de VBNE alsnog in het reglement van bestuur opgenomen. De VBNE is als belangenbehartiger van bos- en natuurterreineigenaren het geschikte lichaam om de vertegenwoordigers van de categorie natuurterreinen voor de waterschapsbesturen te benoemen.

C

Het hoogheemraadschap heeft de provincie er in haar brief van 15 mei 2018 op gewezen dat de tekst van artikel 7: ‘De zetel van het hoogheemraadschap is gevestigd te Delft’ tekstueel niet juist is en verzocht om de tekst aan te passen. De tekst wordt gewijzigd in: Het hoogheemraadschap heeft zijn zetel in Delft.

A, D

Bijlage: Kaart met grens beheergebied

In de afgelopen jaren is gebleken dat er onduidelijkheden waren over de ligging van de formele grens tussen waterschappen, of dat grenzen zijn veranderd zonder dat dat formeel is vastgelegd. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft in de afgelopen jaren alle grenzen nagelopen en met de buurwaterschappen (nieuwe) afspraken gemaakt over de ligging van de grens. Dat heeft tot aanpassingen van de grenzen geleid.

Daarnaast is op 18 juli 2017 van Rijkswaterstaat, mede namens de betrokken waterschappen, een verzoek ontvangen om de beheergrens tussen het Hoogheemraadschap van Delfland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard langs de N209 bij Rotterdam The Hague Airport over een beperkte afstand in zuidelijke richting te verleggen. Door het verleggen van deze grens wordt tegemoet gekomen aan de wens om het watersysteem langs de daar aan te leggen nieuwe Rijksweg binnen één waterschap te houden.

Op de grens tussen Delfland en Rijnland is de kaart aangepast ter hoogte van de Sijtwendetunnel. Door de aanleg van deze tunnel is de waterscheiding op een andere plaats te komen liggen, met een wijziging van de grens tussen de waterschappen tot gevolg. Met de huidige wijziging van de kaart wordt de nieuwe situatie formeel vastgelegd.

Los van deze grenswijzigingen heeft afstemming tussen provincie en waterschap plaatsgevonden om op een hoger detailniveau dan in het verleden te bewerkstelligen dat beide overheden identieke grenzen hanteren.

Dit alles heeft geleid tot een nieuwe kaart, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd en onderdeel gaat uitmaken van het reglement.