Verordening planadviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht 2015

Geldend van 17-03-2015 t/m heden

Intitulé

Verordening planadviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht 2015.

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Deventer;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 februari 2015, nummer 2014-002559, gelet op artikel 82 van de Gemeentewet,

BESLUIT

Vast te stellen;

De Verordening planadviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht 2015.

Artikel 1. Planadviesraad en Adviesraad
  • 1.

    Er is een Planadviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht, in deze verordening de “Planadviesraad” genoemd.

  • 2.

    Er is een Adviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht, in deze verordening de “Adviesraad” genoemd.

  • 3.

    De Planadviesraad is aangewezen als de welstandscommissie als bedoeld in artikel 1, eerste lidonder n, van de Woningwet en de commissie op de monumentenzorg, als bedoeld in artikel 15 van de Monumentenwet 1988.

  • 4.

    De (Plan)adviesraad is werkzaam voor het hele grondgebied van de gemeente Deventer, inclusief het gebied dat krachtens artikel 35 van de Monumentenwet 1988 is aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht.

Artikel 2. Samenstelling, benoeming en vergadering van de Planadviesraad
  • 1. De Planadviesraad bestaat uit zes leden die, na voordracht van Het Oversticht, op voorstel van burgemeester en wethouders worden benoemd en ontslagen door de gemeenteraad, en wel;

    • a.

      een lid dat als voorzitter optreedt;

    • b.

      een wisselend lid met deskundigheid op het gebied van stedenbouw en/of architectuur.

    • c.

      twee leden, die over specifieke deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg beschikken of daarmee bijzondere affiniteit hebben;

    • d.

      een lid dat over specifieke deskundigheid op het gebied van landschapsarchitectuur en groen beschikt;

    • e.

      een lid met deskundigheid op het gebied van stedenbouw, architectuur dan wel cultuurhistorie, dat tevens de functie van secretaris vervult.

  • 2. Tot voorzitter of lid zijn niet benoembaar:

    • a.

      leden van een bestuursorgaan van de gemeente Deventer;

    • b.

      ambtenaren in dienst bij een bestuursorgaan van de gemeente Deventer of daarmede op grond van hun werkzaamheden gelijk te stellen personen in de uitoefening van hun functie.

  • 3. De gemeenteraad ontslaat de voorzitter of een lid van de planadviesraad:

    • a.

      op zijn verzoek;

    • b.

      wanneer hij uit hoofde van ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;

    • c.

      bij de aanvaarding van een ambt of betrekking welke bij deze verordening onverenigbaar is verklaard met het lidmaatschap van de planadviesraad;

    • d.

      wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • e.

      wanneer hij ingevolge een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.

  • 4. Gelet op artikel 12b, vierde lid, van de Woningwet worden de voorzitter en de leden bedoeld in het eerste lid onderdeel b en e, benoemd voor een periode van drie jaar. Zij kunnen eenmaal voor een periode van ten hoogste drie jaar worden herbenoemd.

  • 5. De Planadviesraad stelt een rooster van aftreden vast.

  • 6. De Planadviesraad komt bijeen na schriftelijke oproep door de secretaris of op verzoek van burgemeester en wethouders.

  • 7. De Planadviesraad beraadslaagt en besluit niet indien niet minimaal drie van de leden, de voorzitter daaronder begrepen, aanwezig zijn. W aaronder ten minste één lid als bedoeld in het eerste lid onder c of d, in het geval voor een goede beoordeling van een plan deze specifieke deskundigheid vereist.

  • 8. De Planadviesraad besluit bij meerderheid van stemmen. De minderheid kan vorderen dat uit het advies haar afwijkende mening blijkt. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.

  • 9. In spoedeisende gevallen kan van het bepaalde in het zevende of achtste lid worden afgeweken, waarvan mededeling moet worden gedaan in het uit te brengen advies.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming en vergadering van de adviesraad
  • 1. De Planadviesraad benoemt uit haar midden een Adviesraad welke bestaat uit ten minste drie leden te weten;

    • a.

      een lid dat over de deskundigheid op het gebied van stedenbouw, architectuur dan wel cultuurhistorie beschikt en naast de functie van secretaris tevens de functie van voorzitter vervult;

    • b.

      een lid met deskundigheid op het gebied van stedenbouw en/of architectuur;

    • c.

      een lid dat over specifieke deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg beschikt of daarmee bijzondere affiniteit heeft.

  • 2. De Adviesraad komt bijeen na schriftelijke oproep door de secretaris of op verzoek van burgemeester en wethouders.

  • 3. De Adviesraad beraadslaagt en besluit niet indien niet minimaal twee van de leden aanwezig zijn. Waaronder ten minste één lid als bedoeld in het eerste lid onder c in het geval voor een goede beoordeling van een plan deze specifieke deskundigheid is vereist.

  • 4. De Adviesraad besluit bij meerderheid van stemmen of bij gelijkluidende stem in het geval slechts twee van de leden aanwezig zijn. De minderheid kan vorderen dat uit het advies haar afwijkende mening blijkt. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.

  • 5. In spoedeisende gevallen kan van het bepaalde in het zevende of achtste lid worden afgeweken, waarvan mededeling moet worden gedaan in het uit te brengen advies.

Artikel 4. Wanneer advies wordt uitgebracht

De Planadviesraad brengt advies uit in de door het bevoegd gezag voorgelegde gevallen:

  • a.

    ten aanzien van alle omgevingsvergunningplichtige activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a (bouwwerken), onder f (rijksmonumenten) en onder h (slopen in een door het rijk aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht) en artikel 2.2, eerste lid onder h (reclame ingevolge artikel 4:15 van de Algemene plaatselijke verordening Deventer), b (gemeentelijk/provinciaal monument), c (slopen in een bij verordening aangewezen beschermd stads- en dorpsgezicht) en g (slopen op grond van een bestemmingsplan)van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (W abo);

  • b.

    ten aanzien van de vertaling van de stedenbouwkundige ambities in beeldkwaliteitsplannen en de toetsbaarheid van deze plannen;

  • c.

    bij de voorbereiding van besluiten als bedoeld in artikel 13a van de W oningwet ten aanzien van de vraag of het uiterlijk van een (bestaand) bouwwerk;

  • d.

    bij de voorbereiding van besluiten op grond van de Algemene plaatselijke verordening Deventer waarbij beoordeeld moet worden of het beoogd gebruik hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving voldoet aan redelijke eisen van welstand;

  • e.

    ten aanzien van andere aangelegenheden, waarin burgemeester en wethouders dit wenselijk achten, zoals ten aanzien van de openbare ruimte.

Artikel 5. Vorm en termijn waarin het advies wordt uitgebracht
  • 1. De Planadviesraad brengt binnen twee weken nadat daarom door of namens het bevoegd gezag is verzocht, schriftelijk en met redenen omkleed advies uit in het geval:

    • a.

      het een afwijzend advies betreft;

    • b.

      het een positief advies betreft aangaande een monument;

    • c.

      het een advies na vooroverleg betreft;

    • d.

      het bevoegd gezag dit wenselijk acht, zoals ten aanzien van bezwaar- of beroepszaken, complexe en/of gevoelige plannen.

  • 2. Een schriftelijk advies als bedoeld in het eerste lid kan achterwege blijven en met een zogenaamd stempeladvies tijdens de vergadering worden afgedaan in het geval;

    • a.

      het een positief advies betreft;

    • b.

      het advies eenvoudig in de vergadering op de aanvraag genoteerd kan worden;

    • c.

      het een kleine ingreep van een monument betreft waarbij er geen monumentale waarden in het geding zijn.

  • 3. De uit te brengen adviezen worden gericht aan het college van burgemeester en wethouders, doch toegezonden aan de manager van het team dat de aanvraag behandelt waarop het advies betrekking heeft dan wel – in geval advies is gevraagd in het kader van een bezwaarschriftprocedure – aan de secretaris van de Algemene Bezwaarschriftencommissie.

  • 4. De Planadviesraad ontvangt na de definitieve besluitvorming schriftelijk bericht over het door burgemeester en wethouders/gemeenteraad genomen besluit, inclusief de overwegingen indien van het advies wordt afgeweken.

  • 5. Het bevoegd gezag kan in het verzoek om advies de Planadviesraad een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door het bevoegd gezag worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag op grond van een wettelijke bepaling is verlengd en de dit besluit aan de aanvrager is bekendgemaakt.

Artikel 6. Extra deskundigheid

De Planadviesraad is bevoegd deskundigen uit te nodigen en te horen.

Artikel 7. Afdoening bij mandaat
  • 1. De Planadviesraad mandateert het uitbrengen van advies ten aanzien van de in artikel 4 genoemde onderwerpen aan de Adviesraad mits:

  • a. het gaat om plannen waarop vanuit de welstandsnota het bijzondere toetsingsniveau van toepassing is;

  • b. het gaat om monumentenplannen en plannen in het beschermde stads- en dorpsgezicht;

  • c. het gaat om plannen die behoren tot de categorie waarover de mening van de planadviesraad als bekend mag worden verondersteld, waartoe in ieder geval behoren de plannen, waarop een beeldkwaliteitsplan of anderszins een beleidsregel inzake welstand van toepassing is;

  • d. het niet gaat om (uit esthetisch oogpunt) ingrijpende en/of belangrijke (bouw)plannen;

  • e. het niet gaat om de advisering in bezwaarschriftprocedures, waarbij welstandsaspecten in het geding zijn, ten aanzien waarvan de afvaardiging van de Planadviesraad krachtens mandaat in eerste aanleg heeft geadviseerd.

  • 2. De Planadviesraad mandateert het uitbrengen van advies aan het college van burgemeester en wethouders ten aanzien van de in artikel 4 genoemde onderwerpen aan de secretaris van deze raad, mits:

  • a. het gaat om plannen waarop vanuit de welstandsnota het reguliere toetsingsniveau van toepassing is;

  • b. het gaat om plannen waarop vanuit de welstandsnota het bijzondere toetsingsniveau van toepassing is en waarbij sprake is van een kleine ingreep;

  • c. het gaat om plannen waarop de criteria voor reclameplannen van toepassing zijn;

  • d. het gaat om plannen waarop de criteria voor kleine bouwplannen van toepassing zijn;

  • e. het gaat om plannen die behoren tot de categorie waarover de mening van de Planadviesraad als bekend mag worden verondersteld, waartoe in ieder geval behoren de plannen, waarop een beeldkwaliteitsplan of anderszins een beleidsregel inzake welstand van toepassing is;

  • f. het niet gaat om (uit esthetisch oogpunt) ingrijpende en/of belangrijke (bouw)plannen;

  • g. het niet gaat om de advisering in bezwaarschriftprocedures, waarbij welstandsaspecten in het geding zijn, ten aanzien waarvan de secretaris krachtens mandaat in eerste aanleg heeft geadviseerd.

Artikel 8. Openbaarheid van vergaderen
  • 1. De vergaderingen van de Planadviesraad zijn openbaar. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. Een vergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in artikel 10, eerste lid van de Wet openbaarheid van bestuur en in gevallen waarin het belang van de openbaarheid van bestuur niet opweegt tegen de in artikel 10, tweede lid van die wet genoemde belangen. Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager - of de voorzitter een verzoek doen tot niet openbare behandeling dienen zij daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen;

  • 2. Belanghebbenden als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht krijgen op verzoek spreekrecht toegekend over een voorliggend plan en gedurende een door de voorzitter dan wel secretaris te bepalen tijd.

Artikel 9. Jaarlijkse verantwoording
  • 1. De secretaris van de (Plan)adviesraad draagt er zorg voor dat, indien een inspreker hierom verzoekt, van het verhandelde in een vergadering een schriftelijk verslag wordt opgesteld.

  • 2. De secretaris draagt verder zorg voor de opstelling van een (jaar)verslag van de door de (Plan)adviesraad verrichte werkzaamheden, waarin tenminste wordt uiteengezet op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan de criteria als bedoeld in artikel 12a, lid 1 onderdeel a, van de Woningwet. Dit verslag wordt jaarlijks voor 1 april van het daarop volgende jaar aan burgemeester en wethouders aangeboden.

Artikel 10. Onvoorziene omstandigheden

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.

Artikel 11. Intrekking en inwerkingtreding
  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015.

  • 2. De ‘Verordening planadviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht’ vastgesteld op 23 mei 2012, wordt ingetrokken op de dag dat deze verordening in werking treedt.

Artikel 12. Naamstelling

Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening planadviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 februari 2015

de griffier          de voorzitter,

Drs. S.J.Peet      Ir. A.P. Heidema

Toelichting

Verordening planadviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht 2015

1.Algemeen

De ‘Verordening planadviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht’ is een reglement van orde voor de welstandscommissie bedoeld in de Woningwet en de commissie op het gebied van de monumentenzorg uit de Monumentenwet 1988. Bij het opstellen van het reglement van orde is bovendien aansluiting gezocht en rekening gehouden met de regels omtrent de samenstelling, inrichting en werkwijze van de welstandscommissie zoals deze op grond van artikel 8 van de W oningwet zijn opgenomen in de Bouwverordening van de gemeente Deventer.

De leden van de Planadviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht (hierna te noemen Planadviesraad), zijn onafhankelijke van de gemeente Deventer en worden op voordracht van het college benoemd door de gemeenteraad.

In het reglement zijn de ‘Verordening adviesraad welstand’ en de ‘Verordening planadviesraad monumenten en beschermd stadsgezicht’ samengevoegd. Aanleiding voor de samenvoeging is de werkwijze voor de welstandsbeoordeling op basis van de W elstandsnota die op 1 januari 2012 in werking is getreden.

2.Welstandstoets en werkwijze

De nieuwe werkwijze gaat uit van een planadviesraad, bestaande uit zeven leden, waarin alle voor beoordeling van ruimtelijke plannen noodzakelijke disciplines vertegenwoordigd zijn. Gedacht moet worden aan disciplines op het gebied van architectuur, stedenbouw, landschap, bouwhistorie en restauratie. In een voorkomend geval is de planadviesraad bovendien bevoegd om extra deskundigheid uit te nodigen. De planadviesraad is bevoegd om ieder voorgelegd bouw en/of monumentenplan aan de criteria uit de W elstandsnota te toetsen.

Niet ieder plan hoeft echter even zwaar te worden beoordeeld. De W elstandsnota kent twee toetsingsniveaus ‘regulier’ en ‘bijzonder’. Het bijzonder toetsniveau geldt voor een klein aantal gebieden in de gemeente, waaronder het beschermde stadsgezicht, en een aantal belangrijke toegangswegen. Plannen in deze gebieden worden zwaarder getoetst omwille van bijvoorbeeld het behoud van de cultuurhistorische waarde van een dergelijk gebied. Criteria voor deze gebieden zijn opgenomen in een redegevende omschrijving en minder concreet dan de criteria voor de gebieden met het reguliere toetsingsniveau. Het reguliere toetsingsniveau geldt voor het gros van de gemeente. De in de Welstandsnota opgenomen criteria zijn gericht op handhaving van de huidige kwaliteit. Daarbij zijn voor kleine bouwplannen gelegen in gebieden waarvoor het regulier toetsingsniveau geldt criteria opgesteld. Een plan dat voldoet aan deze criteria voldoet zonder meer aan welstand. Soortgelijke criteria zijn opgesteld voor reclames. Met dat verschil dat daarvoor geen onderscheid is gemaakt naar toetsingsniveau.

3.Mandatering

Het is de planadviesraad toegestaan om de beoordeling van plannen vanwege het verschil in toetsingsniveau te mandateren aan een aantal aangewezen leden uit de Planadviesraad, de zogenaamde Adviesraad of aan de secretaris van de Planadviesraad. De Adviesraad kent drie leden met de disciplines op het gebied van monumentenzorg, architectuur en/of stedenbouw.

Aan het mandateren van de toetsing van plannen zijn regels gesteld. Zo moet de mening van de Planadviesraad ten aanzien van eventuele criteria waaraan plannen worden getoetst, uit bijvoorbeeld beeldkwaliteitsplannen of andere beleidsregels, bekend zijn. Verder is mandaat van de toetsing van ingrijpende en/of belangrijke plannen uitgesloten. Eveneens kan geen herhaald advies worden gegeven door de gemandateerde als bezwaar tegen een plan wordt ingesteld waarover deze heeft geadviseerd.

Aan de secretaris wordt voorts gemandateerd onder meer de plannen waarop de reguliere toetsing van toepassing is en de reclameplannen. Advisering ten aanzien van monumentenplannen, hele kleine ingrepen daargelaten, is vanwege de dar aanwezige monumentendeskundigheid voorbehouden aan de ‘kleine’- dan wel volledige planadviesraad. De planadviesraad kan voorts de toetsing van de overige plannen mandateren aan de ‘kleine’ planadviesraad.

Voor de planadviesraad blijft naast de beoordeling van ingrijpende en/of belangrijke plannen over het adviseren inzake nieuw welstandsbeleid (beeldkwaliteitsplannen), trends en andere uitspraken op principieel niveau.

4.Termijn en wijze van advisering

Veel welstandstoetsen vinden plaats in het kader van een aanvraag om omgevingsvergunning voor een bouw- of monumentenplan. Voor de beoordeling van deze aanvragen om omgevingsvergunning geldt in de meeste gevallen een beslistermijn van acht weken, welke eenmalig met zes weken kan worden verlengd.

De aan de planadviesraad (of gemandateerde) geboden adviestermijn van maximaal twee weken is afgestemd op de beslistermijn van de omgevingsvergunning. Er is naar gestreefd om de noodzaak van een uitgebreid schriftelijk advies zo klein mogelijk te houden. De inzet is dat zoveel mogelijk plannen gelijktijdig met de beoordeling kunnen worden geadviseerd. Het plan wordt in dat geval voorzien van een stempel eventueel met een korte notatie, een zogenaamd ‘stempeladvies’. Deze wijze van advisering komt de doorlooptijd van omgevingsvergunningen ten goede.

Voor een goede doorloopsnelheid van de plannen beoordeelt de secretaris wekelijks de aan hem gemandateerde plannen, de Adviesraad tweewekelijks en de Planadviesraad komt eens in de zes weken bij elkaar. Afhankelijk van het aanbod van de plannen kunnen voornoemde vergaderfrequenties worden aangepast.

5.Openbaarheid van de vergadering

De wettelijke taken van de Planadviesraad worden uitgevoerd in openbaarheid. Daarvan kan slechts worden afgeweken als de belanghebbende een beroep doet op artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur en zodanige aangelegenheden aan de orde zijn dat daarmee de aanvrager in zijn recht staat openbaarheid te weigeren. Om belanghebbende in de gelegenheid te stellen van dit recht gebruik te maken wordt voorafgaand aan de welstands- vergadering de agenda bekend gemaakt.

Belanghebbenden en/of aanvragers hebben de mogelijkheid, indien tijdig vooraf gemeld, om in te spreken dan wel het plan toe te lichten. De aanvrager van een plan waarover een negatief advies wordt afgegeven, krijgt in ieder geval de mogelijkheid om het plan toe te lichten voordat het advies definitief wordt gemaakt.

De verplichting tot openbaar vergaderen heeft betrekking op de vergaderingen waarin het welstandsadvies formeel wordt vastgesteld. Het is niet verplicht voor informeel vooroverleg over een voorlopige aanvraag of een schetsplan. De potentiële bouwer kan in het stadium van vooroverleg gebaat zijn bij beslotenheid. Openbaarheid zou dan remmend op het vooroverleg kunnen werken, terwijl uit oogpunt van de korte bouwplanprocedure vooroverleg bij bijzondere plannen in veel gevallen noodzakelijk is.

6.Jaarlijkse verantwoording

Een jaarverslag is een wettelijke verplichting en bij uitstek geschikt om te signaleren waar de welstandsnota als beleidskader onvoldoende houvast heeft kunnen bieden bij de welstandsbeoordeling en kan tevens dienen ter verantwoording waarom in specifieke gevallen is afgeweken van het vastgestelde beleid. Het jaarverslag kan voor de gemeenteraad dan ook aanleiding zijn voor bijstelling van het gemeentelijk welstandsbeleid.