Luchthavenregeling Zweefvliegveld Castricum

Geldend van 04-02-2012 t/m heden

Intitulé

Luchthavenregeling Zweefvliegveld Castricum

Provinciale Staten van Noord-Holland,

Besluiten vast te stellen:

Luchthavenregeling Zweefvliegveld Castricum

Algemeen

Artikel 1

In deze luchthavenregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    exploitant: de houder van een luchthavenregeling

  • b

    gebruiker: een natuurlijke of rechtspersoon die vluchten uitvoert, niet zijnde een luchtvaartmaatschappij;

  • c.

    luchthavengebied: het gebied dat bestemd is voor gebruik als luchthaven;.

  • d.

    luchthaven: een terrein geheel of gedeeltelijk bestemd voor het opstijgen en het landen van luchtvaartuigen met inbegrip van:

    1°. de daarmee verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen

    op de grond,

    2°. de afwikkeling van het in de aanhef en onder 1° bedoelde

    luchtverkeer, of

    3°. bedrijfsmatige activiteiten die samenhangen met de afwikkeling

    van het in de aanhef en onder 1° bedoelde luchtverkeer;

  • e.

    PS: provinciale staten van Noord-Holland.

  • f.

    PWN: Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland;

  • g.

    egeling: de Regeling burgerluchthavens;

  • h.

    Rvglt: Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen

  • i.

    UDP: Uniforme daglicht periode

  • j.

    Wet: de Wet luchtvaart;

  • k.

    zweefvliegtuig: zweeftoestel met vaste vleugel;

  • l.

    zweeftoestel: luchtvaartuig niet zijnde een TMG, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht kan worden gehouden door aerodynamische reactiekrachten en waarvan de vrije vlucht niet afhankelijke is van een motor.

Artikel 2

De exploitant van de luchthaven als bedoeld in artikel 3 is Eerste Zaanse ZweefvliegClub (EZZC), gevestigd aan de Beverwijkerstraatweg 205 te Castricum.

Artikel 3

Deze luchthavenregeling is van toepassing op de luchthaven aan de Beverwijkerstraatweg 205 te Castricum, gemeente Castricum, geografische positie 52˚32’12’’ N 004˚37’38’’ E zoals aangegeven op de bij deze luchthavenregeling behorende kaart (bijlage 1).

Artikel 4

Van de luchthaven, genoemd in artikel 3, mag uitsluitend gebruik worden gemaakt door de exploitant van de luchthaven, genoemd in artikel 2, en gebruiker.

Regels voor het luchthavenluchtverkeer

Artikel 5
  • 1. Onverminderd de bepalingen uit de wet, Besluit burgerluchthavens en de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen, mag de luchthaven uitsluitend worden gebruikt voor zweefvliegen met een lier door exploitant met beperkt gastgebruik:

  • 2. Het gelijktijdig starten en landen van luchtvaartuigen is verboden.

  • 3. De luchthaven heeft twee banen met vier startrichtingen.

  • 4. Het gebruik of doen gebruiken van de luchthaven is alleen toegestaan in UDP.

  • 5. Er zijn maximaal 2 rijdende voertuigen in het terrein toegestaan, te weten:

    * Één voertuig ten behoeve van de instructeur(s) of de persoon/ personen belast met de dagelijkse leiding;

    * Één voertuig voor het uitrijden van de lierkabel.

Milieugebruiksruimte

Artikel 6

De 56 dB(A) Ldengeluidscontour valt binnen het luchthavengebied.

Artikel 7

De 10-6 Plaatsgebonden Risicocontour valt binnen het luchthavengebied.

Rapportageverplichting

Artikel 8

Het gebruiksjaar betreft de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 9
  • 1. Binnen vier weken na het einde van elk van de vier kalenderkwartalen overlegt de exploitant aan PS een rapportage over het gebruik van de luchthaven gedurende het betreffende kwartaal.

  • 2. Binnen vier weken na het einde van een gebruiksjaar overlegt de exploitant een rapportage over het gebruik van de luchthaven gedurende het gebruiksjaar.

  • 3. De inhoud van de rapportage dient in ieder geval te voldoen aan de vereisten gesteld in de punten a t/m j uit hoofdstuk 3 van de luchtvaartverordening zoals dit door het college van PS is vastgesteld.

Inwerkingtreding

Artikel 10

Deze luchthavenregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst voor zover de verklaring als bedoeld in artikel 8.49 van de Wet Luchtvaart is verkregen van de minister van Infrastructuur en Milieu.

Citeertitel

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als “Luchthavenregeling Zweefvliegveld Castricum”.

Ondertekening

Haarlem, 12 december 2011.
Provinciale Staten van Noord-Holland,
J.W. Remkes, voorzitter.
J.J.M. Vrijburg, wnd griffier.

TOELICHTING

ALGEMEEN

·Onderwerp luchthavenregeling

Op 1 november 2009 is de wet ‘Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens - RBML’ inwerking getreden en zijn de provincies bevoegd om beslissingen te nemen over het ‘landzijdige’ gebruik van het luchthavengebied. Hieronder vallen de milieugebruiksruimte (geluid, externe veiligheid, aantal vliegtuigbewegingen) en de ruimtelijke indeling. Ook de handhaving van de besluiten met betrekking tot ‘landzijdige’ aspecten is een provinciale verantwoordelijkheid. De invulling van deze nieuwe bevoegdheid door de provincie omvat het opstellen en handhaven van luchthavenbesluiten, luchthavenregelingen en ontheffingen voor luchtvaartactiviteiten van tijdelijke en uitzonderlijke aard. De ‘luchtzijdige’ aspecten (oftewel het luchtruimgebruik en alle veiligheidsaspecten) blijven een Rijksverantwoordelijkheid, vallend onder de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW).

Deze luchthavenregeling betreft de luchthaven met grasbaan gelegen aan de Beverwijkerstraatweg 205 te Castricum, bestaande uit percelen die kadastraal bekend zijn onder: sectie D, nrs. 300, 631 en 809 gelegen in de gemeente Castricum met een totale afmeting van circa 85 ha, onderdeel uitmakend van duingebied.

·Vergunningsituatie

De exploitant is in het bezit van een ontheffing van artikel 14 LVW t.b.v. zweefvliegen met een lier afgegeven door IVW (Inspectie Verkeer en Waterstaat) gedateerd 14 oktober 2009 met een geldigheidsduur tot 1 april 2010. In het kader van de RBML zijn de artikel 14 LVW ontheffingen tot 1 november 2010 verlengd en dienen deze ontheffingen omgezet te worden in een luchthavenregeling onder de RBML.

PROCEDUREEL

De ontwerp-luchthavenregeling Zweefvliegveld Castricum heeft van 29 juli 2011 tot 9 september 2011 ter inzage gelegen. Tegen de ontwerp-luchthavenregeling zijn geen zienswijzen ingediend.

BELEIDSOVERWEGINGEN

·Toetsing aan ons provinciaal luchtvaart beleid

De Provincie Noord-Holland zal luchthavenbesluiten of luchthavenregelingen vaststellen voor de bestaande luchthavens voor de kleine en recreatieve luchtvaart. De provincie Noord-Holland zal aanvragen voor nieuwe luchthavens voor de gemotoriseerde kleine luchtvaart toetsen aan de Provinciale beleidsnota Regionale Luchthavens.

Met de overgang naar de RBML zijn de mogelijkheden tot ontheffingen op grond van Artikel 14 WLV vervallen. De afgegeven artikel 14 ontheffingen blijven op grond van het overgangsrecht geldig totdat PS hiervoor een luchthavenregeling hebben afgegeven. Per 1 november 2009 hebben de provincies de mogelijkheid een luchthavenregeling op te stellen.

Conclusie toetsing aan beleid:

De onderhavige luchthavenregeling betreft een bestaande luchtvaartactiviteit met een recreatieve functie welke past in het provinciaal beleid. Voor bestaande situaties kiest de provincie ervoor om vanuit deze nota geen aanvullende eisen te stellen. De bestaande activiteiten zullen wel waarnodig vanuit de natuurwetgeving in de op te stellen Natura 2000 beheerplannen worden getoetst aan het (ontwerp)aanwijzingsbesluit. Onderhavige luchthaven ligt in een NB-wet gebied. De provincie heeft besloten om via een overeenkomst tussen Eerste Zaanse Zweefvliegclub (EZZC) en PWN in te zetten op een duurzame voortzetting van het gebruik van het watervlak (nabij de luchthaven) Ook dit zal via het Natura 2000 beheerplan worden meegenomen en getoetst.;

Volgens het besluit van 30 september 2009 (staatsblad 2009-412) houdende regels voor burgerluchthavens (Besluit Burgerluchthavens), hoofdstuk 2 artikel 5, lid 2 onder b volstaat voor onderhavige activiteit in ieder geval een luchthavenregeling.

·Geluidsbelasting en externe veiligheid

Binnen de RBML wordt de Lden (Level, Day, Evening, Night) geluidsindicator gehanteerd voor het bepalen van de geluidsbelasting. De Lden is een indicator voor de totale geluidsbelasting op jaarbasis, waarbij vliegtuigpassage in de avond, nacht en vroege ochtend zwaarder meetellen dan passages overdag. Met het gebruik van de Lden systematiek sluit Nederland zich aan bij de EU-richtlijn voor omgevingslawaai. Bij een luchthavenregeling dient de 56 dB(A)Lden geluidscontour binnen het luchthavengebied te vallen.

Gebaseerd op de aard van het verkeer, zweefvliegen, dat van deze luchthaven gebruik maakt, zal de 56 dB(A) LDEN contour nooit buiten de grenzen van het luchthavengebied komen en kunnen derhalve contourberekeningen achterwege blijven.

·Externe veiligheid

Externe veiligheid wordt uitgedrukt in Plaatsgebonden Risico (PR). Dit is de kans dat gedurende een periode van één jaar een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval, waarbij die persoon zich permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt.

Het PR wordt grotendeels bepaald door:

  • ·

    Ongevalkans (Kans per vliegtuigbeweging op een ongeval van een bepaald type).

  • ·

    Aantal vliegtuigbewegingen;

  • ·

    Letaliteit (Kans op overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongeval, voor iemand die zich in het ongevalgevolggebied bevindt, voor lichtverkeer is dit kleiner dan 13%);

  • ·

    Maximum Take-Off Weight (MTOW Licht verkeer < 5700 kg);

Bij een luchthavenregeling dient de plaatsgebondenrisicocontour van 10-6 binnen het luchthavengebied te vallen.

Gebaseerd op het de aard van het verkeer, zweefvliegen, dat van deze luchthaven gebruik maakt, zal de 10-6 Plaatsgebonden Risicocontour nooit buiten de grenzen van het luchthavengebied komen en kunnen derhalve contourberekeningen achterwege blijven.

EINDCONCLUSIE

Het vaststellen van deze luchthavenregeling is in overeenstemming met de geldende wet -en regelgeving en met het bepaalde in het Provinciale beleidsnota Regionale Luchthavens.

BIJLAGEN:

Bijlage 1 – gebiedskaart