Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR356986
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR356986/1
Regeling vervallen per 01-01-2018
Beleidsregels individuele inkomenstoeslag 2015
Geldend van 21-01-2015 t/m 31-12-2017 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2015
Intitulé
Beleidsregels individuele inkomenstoeslag 2015Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen;
Gelet op artikel 8, eerste lid en aanhef en onderdeel b, en tweede lid van de Participatiewet;
Overwegende dat het wenselijk is om regels vast te leggen over welke groepen niet in aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag en in welke gevallen personen uitzicht hebben op inkomensverbetering;
BESLUIT
vast te stellen: Beleidsregels individuele inkomenstoeslag 2015
Artikel 1 Uitzicht op inkomensverbetering
Het college is van oordeel dat sprake is van uitzicht op inkomensverbetering als de
belanghebbende uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgt (studenten).
Artikel 2 Geen inkomenstoeslag
Het college verleent geen individuele inkomenstoeslag indien in de referteperiode een maatregel is opgelegd wegens een schending van de arbeids- of re-integratieverplichting.
Artikel 3.
Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2015.
Toelichting
Algemeen
Met ingang van 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Eén van de wijzigingen ten opzichte van de Wet werk en bijstand is de vervanging van de langdurigheidstoeslag door de individuele inkomenstoeslag. Deze toeslag is, net als de langdurigheidstoeslag, bedoeld voor personen die langdurig van een laag inkomen rond moeten komen zonder uitzicht op inkomensverbetering.
Bij verordening moeten regels vastgesteld worden over het verlenen van een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Naast het bovengenoemde geldt het criterium ‘geen uitzicht hebben op inkomensverbetering’ als voorwaarde om in aanmerking te komen voor de langdurigheidtoeslag. De nadere invulling van deze voorwaarde wordt neergelegd in onderhavige beleidsregels. Hierbij wordt verwezen naar de Verordening Individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Sittard-Geleen 2015: het college kan voor de uitvoering van de Individuele inkomenstoeslag nadere beleidsregels vaststellen.
Iedere aanvraag wordt beoordeeld op de criteria uit de verordening maar ook op de vraag of er sprake is van ‘uitzicht op inkomensverbetering’. Daarvoor moet worden gekeken naar de omstandigheden van het geval. Op die manier voorkomt de gemeente dat de toeslag terecht komt bij personen die het niet echt nodig hebben.
In artikel 36 Participatiewet staat dat bij de beoordeling van de aanvraag de omstandigheden van de persoon moeten worden betrokken. Tot de omstandigheden worden in ieder geval gerekend:
- a.
De krachten en bekwaamheden van die persoon; en
- b.
De inspanningen die de persoon (en de eventuele partner) heeft verricht om te komen tot inkomensverbetering.
Toelichting bij artikel 1
Voor studenten (opleiding als bedoeld in de WTOS of studie als bedoeld in de WSF 2000) geldt dit in het bijzonder. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat een studerende die een opleiding of scholing volgt of heeft gevolgd met studiefinanciering of een tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, op de peildatum of gedurende de referteperiode, zicht heeft op inkomensverbetering. Die personen hebben in beginsel dan ook geen recht op de toeslag. Omdat het niet is toegestaan om categorieën bij voorbaat uit te sluiten van de aanspraak op de individuele inkomenstoeslag moet ook hier altijd een individuele toetsing plaatsvinden. Als iemand bijvoorbeeld in de afgelopen drie jaar slechts enkele maanden onderwijs heeft gevolgd kan niet automatisch worden aangenomen dat die persoon zicht heeft op inkomensverbetering.
Toelichting bij artikel 2
Een belanghebbende aan wie in de referteperiode een maatregel is opgelegd wegens een schending van een arbeids- of re-integratieverplichting heeft in beginsel geen zicht op inkomstenverbetering (zie ook CRvB 17-12-2013, nr. 12/83 WWB, ECLI:NL:CRVB:2013:2842). Het college beoordeelt in dergelijke gevallen niettemin telkens het uitzicht op inkomstenverbetering van belanghebbende als hij zijn verplichtingen niet zou hebben geschonden (zie ook Rechtbank Rotterdam 20-06-2013, nr. ROT 12/520, ECLI:NL:ROT:2013:CA3895). Het enkele feit dat een belanghebbende zijn arbeids- of re-integratieverplichting heeft geschonden, veronderstelt niet dat hij, als hij zijn verplichtingen niet had geschonden, wel uitzicht op inkomstenverbetering zou hebben gehad. Dit is mogelijk wel het geval indien belanghebbende een (goede) baan heeft laten lopen, maar als hij enkel onvoldoende heeft meegewerkt aan een re-integratieactiviteit, hoeft geen sprake te zijn van geen zicht op inkomstenverbetering. Daarom moet het college dit telkens individueel beoordelen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl