Beleidsregels individualisering en verlaging uitkeringsnorm gemeente Wijchen

Geldend van 22-01-2015 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2015

Intitulé

Beleidsregels individualisering en verlaging uitkeringsnorm gemeente Wijchen

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijchen,

gelet op de artikelen 1:3, vierde lid, 3:42, titel 4.3 en titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

gelet op de Participatiewet;

overwegende dat het college bevoegd is beleidsregels vast te stellen met betrekking tot verlaging van de uitkering zoals is gesteld in de artikelen 27, 28 en 33 lid 4 van de Participatiewet;

besluit

vast te stellen de:

Beleidsregels individualisering en verlaging uitkeringsnorm gemeente Wijchen

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (PW), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet hervorming kindregelingen (WHK).

  • 2.

    In de beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      de wet: de Participatiewet;

    • b.

      de rekennorm: de norm voor gehuwden ingevolge artikel 21 onder b Participatiewet zoals deze ten tijde van de toepassing geldt;

    • c.

      het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen;

    • d.

      commerciële (ver)huur: het in gebruik geven of nemen van een onroerende zaak voor een bepaalde periode, tegen periodieke betaling én marktconforme prijs;

    • e.

      woonkosten:

      • 1.

        als een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag;

      • 2.

        als een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, bestaande uit de rioolrechten, het eigenaars- gedeelte van de onroerendezaakbelasting, de opstalverzekering en het eigenaarsdeel van de waterschapslasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor groot onderhoud;

Artikel 2 – Toepasselijkheid

  • 1.

    De bepalingen van deze beleidsregels gelden voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze beleidsregels alleen als beide echtgenoten 21 jaar of ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd zijn.

  • 2.

    De bepalingen van deze beleidsregels laten de toepassing van artikel 18 lid 1 van de wet onverlet.

Artikel 3 - Verlaging woonsituatie

  • 1.

    De verlaging in verband met de woonsituatie, zoals bedoeld in artikel 27 van de wet, bedraagt 16% van de rekennorm:

    • a.

      indien er door de belanghebbende(n) een woning wordt bewoond waarvoor geen woonkosten verschuldigd zijn;

    • b.

      indien er door de belanghebbende(n) geen woning wordt bewoond;

    • c.

      indien een derde rechtstreeks de volledige woonkosten voor de belanghebbende(n) betaald.

  • 2.

    Wanneer er sprake is van een gedeeltelijke(rechtstreekse) betaling van de woonkosten door derden, of doordat derden de lasten niet in rekening brengen bij belanghebbende(n), zal de hoogte van deze bijdrage, of de niet in rekening gebrachte kosten afgezet tegen de woonkosten, in mindering worden gebracht op het recht op uitkering.

Artikel 4 - Verlaging schoolverlaters

  • 1.

    De verlaging voor een schoolverlater tot 27 jaar, zoals bedoeld in artikel 28 van de wet, bedraagt 15% van de rekennorm.

  • 2.

    De verlaging wordt toegepast gedurende zes maanden na het tijdstip van de beëindiging aan onderwijs of een beroepsopleiding.

Artikel 5 - Commerciële huurprijs

  • 1.

    Onder commerciële huur als bedoeld in artikel 22a, lid 4 onder b of c van de wet wordt verstaan een kale huurprijs ter hoogte van minimaal 16% van de rekennorm.

  • 2.

    Onder commerciële onderhuur als bedoeld in artikel 22a, lid 4 onder b of c van de wet wordt verstaan, de huurprijs inclusief een vergoeding voor onder meer gas-, water- en elektragebruik, ter hoogte van minimaal 20% van de rekennorm.

  • 3.

    Op gemotiveerde gronden kan het college een lagere vergoeding zien als een commerciële overeenkomst.

Artikel 6 - Commerciële kostgangersvergoeding

  • 1.

    Van een commerciële kostgangersvergoeding als bedoeld in artikel 22a, lid 4 onder b of onder c van de wet is sprake, indien de te betalen vergoeding minimaal 35% van de rekennorm bedraagt.

  • 2.

    Op gemotiveerde gronden kan het college een lagere vergoeding zien als een commerciële overeenkomst.

Artikel 7 - Eisen aan overeenkomst

  • 1.

    De (onder)huur- of kostgangersovereenkomst moet schriftelijk en op individuele basis vastgelegd zijn.

  • 2.

    De vergoedingen moeten jaarlijks op een vaste datum worden geïndexeerd.

  • 3.

    De kosten moeten aantoonbaar zijn, middels betalingsbewijs per bank van ten minste:

    • a.

      de laatste 3 maanden voor de aanvraagdatum;

    • b.

      of vanaf de datum van inwoning.

Artikel 8 - Inkomsten uit huur, onderhuur of kostgeld

  • 1.

    De inkomsten uit commerciële verhuur, zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 van de wet, worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 65,00 per maand.

  • 2.

    De inkomsten van een of meerdere kostganger(s), zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 van de wet, worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 350,00 per maand.

  • 3.

    Het bedrag dat wordt vrijgelaten wordt jaarlijks opnieuw berekend. De grondslag van de berekening vloeit voort uit hoofdstuk 6.1 van de Recofa-richtlijnen Vrij te laten bedrag (Vtlb), met een afronding van € 5,00 naar boven.

  • 4.

    Het college kan afwijken van voorgaande artikelen, wanneer de verhuurder of kostgever kan aantonen dat er meer kosten gemaakt worden.

Artikel 9 – Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als: “Beleidsregels individualisering en verlaging uitkeringsnorm gemeente Wijchen”.

Artikel 10 - Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na hun bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2015.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 6 januari 2015.
Burgemeester en wethouders
drs. J.W.M. van der Knaap mr. J.Th.C.M. Verheijen
secretaris burgemeester