Afvalstoffenverordening gemeente Eindhoven

Geldend van 02-02-2005 t/m 13-05-2021

Intitulé

Afvalstoffenverordening gemeente Eindhoven

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend, dat de raad van deze gemeente in zijn vergadering van 21 december 2004 heeft vastgesteld de volgende:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen.

In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan:

  • a.

    wet: Wet milieubeheer;

  • b.

    inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan;

  • c.

    ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats;

  • d.

    inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, klein chemisch afvalbox of big bag, ten behoeve van één huishouden;

  • e.

    inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van meerdere huishoudens;

  • f.

    inzameldienst: de krachtens artikel 7, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;

  • g.

    andere inzamelaars: de krachtens artikel 7, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen;

  • h.

    inzamelvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 11;

  • i.

    gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;

  • j.

    wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;

  • k.

    motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders.

Artikel 2. Beslistermijn.
  • 1. Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.

  • 2. Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen.

Artikel 3. Indiening aanvraag.
  • 1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen.

  • 2. Voor bepaalde, door het college aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.

Artikel 4. Voorschriften en beperkingen.
  • 1. Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van de bescherming van het milieu.

  • 2. De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

  • 3. De vergunning wordt voor bepaalde tijd verleend.

  • 4. De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht deze of een gewaarmerkt afschrift daarvan ter inzage te geven op eerste vordering van een ambtenaar, die belast is met de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.

Artikel 5. Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing.

De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens verordening anders is bepaald.

Artikel 6. Intrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing.

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

  • a.

    indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    indien op grond van verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging moet worden gevorderd in het belang van de bescherming van het milieu;

  • c.

    indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • d.

    indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn binnen een redelijke termijn;

  • e.

    indien de houder dit verzoekt.

Paragraaf 2. Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 7. Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars
  • 1. Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 2. Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 8 Afzonderlijke inzameling
  • 1. Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden in ieder geval de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld:

    • a.

      asbest en asbesthoudend afval;

    • b.

      autobanden;

    • c.

      bouw- en sloopafval;

    • d.

      elektrische en elektronische apparatuur;

    • e.

      glas;

    • f.

      groente-, fruit- en tuinafval;

    • g.

      grof huishoudelijk (rest)afval;

    • h.

      grof tuinafval;

    • i.

      grond;

    • j.

      hout;

    • k.

      huishoudelijk restafval;

    • l.

      kadavers;

    • m.

      klein chemisch afval (kca);

    • n.

      kringloopgoederen;

    • o.

      metalen;

    • p.

      papier en karton;

    • q.

      schoon puin;

    • r.

      textiel

  • 2. Het college kan een omschrijving vaststellen van de in het eerste lid genoemde categorieën.

Artikel 9. Inzamelmiddelen en –voorzieningen.
  • 1. De inzameling kan plaatsvinden via:

    • a.

      een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;

    • b.

      een inzamelmiddel voor een groep percelen;

    • c.

      een inzamelvoorziening voor een groep percelen;

    • d.

      een inzamelvoorziening op wijkniveau;

    • e.

      een brengdepot op lokaal niveau.

  • 2. Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.

Artikel 10. Frequentie van inzamelen.
  • 1. Huishoudelijk restafval wordt tenminste eenmaal per twee weken bij elk perceel ingezameld.

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan het college clusterplaatsen aanwijzen waar huishoudelijk restafval eenmaal per twee weken nabij elk perceel wordt ingezameld.

  • 3. In afwijking van het eerste lid kan het college delen van de gemeente aanwijzen waar huishoudelijk restafval eenmaal per week bij elk perceel wordt ingezameld.

  • 4. Groente-, fruit- en tuinafval wordt tenminste eenmaal per twee weken afzonderlijk bij elk perceel ingezameld.

  • 5. In afwijking van het vierde lid kan het college clusterplaatsen aanwijzen waar groente-, fruit- en tuinafval eenmaal per twee weken afzonderlijk nabij elk perceel wordt ingezameld.

  • 6. In afwijking van het vierde lid kan de gemeenteraad delen van de gemeente aanwijzen waar groente-, fruit- en tuinafval niet afzonderlijk bij elk perceel wordt ingezameld.

  • 7. Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel worden ingezameld.

Artikel 11. Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning.
  • 1. Het is verboden zonder inzamelvergunning van het college huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.

  • 2. De inzamelvergunning kan worden geweigerd in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 3. Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere inzamelaars.

  • 4. Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.

Paragraaf 3. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 12. Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen.
  • 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars en aan de houders van een inzamelvergunning.

  • 2. Het verbod geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 13. Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen.
  • 1. Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst of de andere inzamelaars.

  • 2. Het college kan besluiten dat het aan anderen dan gebruikers van percelen verboden is om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de houder van een inzamelvergunning.

Artikel 14. Afzonderlijk ter inzameling aanbieden.
  • 1. Het is verboden om de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden:

    • a.

      asbest en asbesthoudend afval;

    • b.

      autobanden;

    • c.

      bouw- en sloopafval;

    • d.

      elektrische en elektronische apparatuur;

    • e.

      glas;

    • f.

      groente-, fruit- en tuinafval;

    • g.

      grof huishoudelijk (rest)afval;

    • h.

      grof tuinafval;

    • i.

      grond;

    • j.

      hout;

    • k.

      huishoudelijk restafval;

    • l.

      kadavers;

    • m.

      klein chemisch afval (kca);

    • n.

      kringloopgoederen;

    • o.

      metalen;

    • p.

      papier en karton;

    • q.

      schoon puin;

    • r.

      textiel.

  • 2. Het college kan de inzameldienst en andere inzamelaars aanwijzen aan wie de in het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.

  • 3. Het is verboden de aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens het tweede lid aangewezen inzameldienst en andere inzamelaars.

Artikel 15. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel.
  • 1. Het is voor de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie krachtens artikel 9, tweede lid, voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen een inzamelmiddel is aangewezen of van gemeentewege is verstrekt, verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via het daartoe aangewezen of verstrekte inzamelmiddel.

  • 2. Het is voor de gebruiker van een perceel verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd.

  • 3. Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ter inzameling moeten worden aangeboden.

  • 4. Het college kan regels stellen met betrekking tot het maximale gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en het maximale aantal inzamelmiddelen dat per keer kan worden aangeboden.

  • 5. Indien van gemeentewege een inzamelmiddel aan de gebruiker van een perceel is verstrekt kan het college regels stellen omtrent de voorwaarden waaronder het inzamelmiddel is verstrekt, het gebruik en het reinigen daarvan.

  • 6. Indien het inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt, kan het college eisen stellen aan het te gebruiken inzamelmiddel.

  • 7. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op een andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.

  • 8. Het is verboden voor anderen dan de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie krachtens artikel 9, tweede lid, een inzamelmiddel is verstrekt of aangewezen, hun afvalstoffen ter inzameling aan te bieden via dit inzamelmiddel.

Artikel 16. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ten behoeve van een groep percelen.
  • 1. Het is de gebruiker van een perceel voor wie krachtens artikel 9, tweede lid, mede ten behoeve van zijn perceel een inzamelmiddel voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen is aangewezen, verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via het betreffende inzamelmiddel.

  • 2. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor een groep percelen aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd.

  • 3. Het college kan regels stellen omtrent de plaats en de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ten behoeve van een groep percelen moet worden aangeboden.

  • 4. Indien van gemeentewege een inzamelmiddel ten behoeve van een groep percelen is verstrekt kan het college regels stellen omtrent de voorwaarden waaronder het inzamelmiddel is verstrekt, het gebruik en het reinigen daarvan.

  • 5. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze aan te bieden via een inzamelmiddel ten behoeve van een groep percelen dan krachtens het derde lid is bepaald.

  • 6. Het is verboden voor anderen dan de gebruikers van percelen voor wie krachtens artikel 9, tweede lid, een inzamelmiddel is aangewezen, huishoudelijke afvalstoffen via dit inzamelmiddel aan te bieden.

Artikel 17. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen.
  • 1. Het is de gebruiker van een perceel voor wie krachtens artikel 9, tweede lid, mede ten behoeve van zijn perceel een inzamelvoorziening voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen is aangewezen, verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via de betreffende inzamelvoorziening.

  • 2. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening voor een aantal percelen aan te bieden, dan de categorie waarvoor deze inzamelvoorziening krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd.

  • 3. Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen moeten worden aangeboden.

  • 4. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze aan te bieden via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen dan krachtens het derde lid is bepaald.

  • 5. Het is verboden voor anderen dan de gebruikers van percelen voor wie krachtens artikel 9, tweede lid, een inzamelvoorziening is aangewezen, huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden via deze inzamelvoorziening.

Artikel 18. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau.
  • 1. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te bieden dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd.

  • 2. Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden via een inzamelvoorziening op wijkniveau.

  • 3. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op een andere wijze via een inzamelvoorziening op wijkniveau ter inzameling aan te bieden dan krachtens het tweede lid is bepaald.

  • 4. Het verbod in artikel 15, zevende lid, artikel 16, vijfde lid en artikel 17, vierde lid geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau overeenkomstig dit artikel.

Artikel 19. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal niveau.
  • 1. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal niveau aan te bieden dan de categorieën waarvoor het brengdepot krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd.

  • 2. Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden bij het brengdepot op lokaal of regionaal niveau.

  • 3. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau ter inzameling aan te bieden dan krachtens het derde lid is bepaald.

  • 4. Het verbod in artikel 15, zevende lid, artikel 16, vijfde lid en artikel 17, vierde lid, geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau overeenkomstig dit artikel.

Artikel 20. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel of inzamelvoorziening.
  • 1. Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel of inzamelvoorziening als bedoeld in artikel 9 van deze verordening ter inzameling kunnen worden aangeboden.

  • 2. Het college kan regels stellen over de plaats en de wijze waarop deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.

  • 3. Het college kan regels stellen over het maximale gewicht, de afmetingen en het volume waarop deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.

  • 4. Het is verboden deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.

Artikel 21. Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden.
  • 1. Het college stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.

  • 2. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is bepaald.

Artikel 22. Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen.

In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars.

Paragraaf 4. Inzameling van bedrijfsafvalstoffen.

Artikel 23. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst.

Het college kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de inzameldienst worden ingezameld.

Artikel 24 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst
  • 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de inzameldienst.

  • 2. Het verbod geldt niet voor de krachtens artikel 23 aangewezen categorieën bedrijfsafvalstoffen, voorzover degene die gebruik maakt van de inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee ontstane betalingsplicht op grond van de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht.

  • 3. Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen en plaatsen waarop de krachtens artikel 23 aangewezen bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen worden aangeboden.

  • 4. Het is verboden de krachtens artikel 23 aangewezen bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze regels.

Artikel 25. Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.
  • 1. Het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.

  • 2. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze regels.

Paragraaf 5. Zwerfafval en illegale dumping.

Artikel 26. Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging.
  • 1. Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.

  • 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  • 3. Het verbod is niet van toepassing op:

    • a.

      het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;

    • b.

      het thuiscomposteren van groente-, fruit- en tuinafval;

    • c.

      voorzover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg.

  • 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de Wet bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.

Artikel 27. Achterlaten van afvalstoffen in de openbare ruimte.
  • 1. Het is verboden om afvalstoffen achter te laten anders dan in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.

  • 2. Het is verboden om klein chemisch afval achter te laten in de in het eerste lid genoemde voorzieningen.

Artikel 28. Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen.
  • 1. Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden.

  • 2. Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen of deze omver te werpen.

Artikel 29. Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren.

De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:

  • a.

    een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten;

  • b.

    zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd;

  • c.

    zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, voorzover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.

Artikel 30. Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal.
  • 1. Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt of laat verspreiden, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen.

  • 2. Wanneer geen gehoor wordt gegeven aan een verzoek tot opruimen van een daartoe aangewezen ambtenaar, kan de gemeente opdracht geven tot opruimen, waarbij de kosten hiervan verhaald worden op degene als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 31. Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden.
  • 1. Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed.

  • 2. Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen:

    • a.

      direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;

    • b.

      direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;

    • c.

      indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.

Paragraaf 6. Overige onderwerpen die de verordening aangaan.

Artikel 32. Verbod opslag van afvalstoffen.
  • 1. Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben.

  • 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  • 3. Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, andere inzamelaars of aan houders van een inzamelvergunning.

Artikel 33. Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden.

Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken.

Paragraaf 7. Slotbepalingen.

Artikel 34. Strafbepaling.

Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3º, Wet op de economische delicten:

Artikel 11: Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning.

Artikel 12: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen.

Artikel 13: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen.

Artikel 14: Afzonderlijk ter inzameling aanbieden.

Artikel 15: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel.

Artikel 16: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ten behoeve van een groep percelen.

Artikel 17: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen.

Artikel 18: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau.

Artikel 19: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau.

Artikel 20: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel.

Artikel 21: Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden.

Artikel 24: Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst.

Artikel 25: Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.

Artikel 26: Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging.

Artikel 27: Achterlaten van straatafval.

Artikel 28: Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen.

Artikel 29: Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren.

Artikel 30: Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal.

Artikel 31: Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden.

Artikel 32: Verbod op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen.

Artikel 33: Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden.

Artikel 35. Toezichthouders.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 18.4, derde lid, van de wet aangewezen ambtenaren.

Artikel 36. Inwerkingtreding.
  • 1. Deze verordening treedt in werking zes weken na bekendmaking.

  • 2. Afdeling 4.2 en de volgende artikelen van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven worden ingetrokken:

    a artikel 4.4.3 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren

    • b.

      artikel 4.4.4 Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten;

      c . artikel 4.4.7 Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande afvalstoffen;

    • d.

      artikel 4.7.1, eerste lid, onder e en f: Opslag bromfietsen, motorvoertuigen, caravans, afvalstoffen, mest, ingekuilde landbouwproducten e.d.

Artikel 37. Overgangsbepaling.
  • 1. Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 36, tweede lid en krachtens artikel 5.2.1 van de APV blijven - indien en voorzover het gebod of het verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.

  • 2. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening bedoeld in artikel 36, tweede lid en krachtens artikel 5.2.1 van de APV blijven - indien en voorzover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.

  • 3. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de verordening bedoeld in artikel 36, tweede lid en op grond van artikel 5.2.1 van de APV is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.

  • 4. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 36 is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 36, tweede lid.

  • 5. In afwijking van het eerste lid, blijft een vergunning of ontheffing van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.

  • 6. Gebod- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in de verordening bedoeld in artikel 36, tweede lid zijn niet van toepassing:

    • a.

      gedurende zes weken na het in werking treden van deze verordening;

    • b.

      ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.

  • 7. De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 36, tweede lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Artikel 38. Citeerbepaling.

Deze verordening wordt aangehaald als:" Afvalstoffenverordening Eindhoven".

Algemene toelichting

Bredere grondslag: in het belang van de bescherming van het milieu.

De afvalstoffenverordening heeft betrekking op die bepalingen die worden gesteld voor het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen. Op grond van de wet (artikel 10.23) zijn gemeenten verplicht een afvalstoffenverordening vast te stellen in het belang van de bescherming van het milieu. De Memorie van Toelichting zegt over dit artikel het volgende: "De gemeenten zijn gehouden om een afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels worden vastgesteld in het belang van het milieu. Dat is ruimer dan de doelmatige verwijdering van afvalstoffen. Ook regels die beogen de milieuaspecten van handelingen met afvalstoffen te beperken, zijn daardoor mogelijk."

Bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen.

Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld. Blijkens de Wet mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt.

Inhoud van de afvalstoffenverordening.

De wet (artikel 10.24) schrijft de verplichte inhoud van de afvalstoffenverordening voor en somt een aantal onderwerpen op die facultatief in de afvalstoffenverordening kunnen worden opgenomen. Daarbij gaat het om regels voor de ontdoenerskant (huishoudens) en de inzamelkant (o.a. de inzameldienst). De regels betreffende de ontdoenerskant hebben betrekking op het gescheiden aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen en op de manier waarop deze afvalstoffen moeten worden aangeboden. De inzamelkant heeft betrekking op welke categorieën afvalstoffen van gemeentewege worden ingezameld, en welke instantie dit doet. Het gaat dan vooral om de inzameling van bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen dan de inzameldienst, bijvoorbeeld de inzameling van oud papier en karton door verenigingen.

De wet biedt de mogelijkheid om in de afvalstoffenverordening regels te stellen omtrent het direct veroorzaken van zwerfvuil en illegale dumpingen. Het gaat daarbij om een verbod, bijvoorbeeld om afval op straat of in het water te werpen. De regels kunnen ook de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen (bijvoorbeeld een afvalbak bij een snackbar) en het gebruik daarvan voorschrijven, of een verbod om ter inzameling gereed gezet afval te doorzoeken ("morgensterrenverbod"). De regels kunnen ook betrekking hebben op het opruimen van zwerfafval.

De inzameldienst.

De aanwijzing van de inzameldienst behoeft niet langer te geschieden bij de verordening zelf. Zij kan ook geschieden bij besluit van burgemeester en wethouder krachtens de verordening. Hiermede is tegemoet gekomen aan de praktijk, waarin in toenemende mate wordt gewerkt met verschillende inzameldiensten voor diverse deelstromen van het huishoudelijk afval.

Overige wetgeving.

Met betrekking tot de inzameling van afvalstoffen zijn ook andere wetten en verordeningen van belang, zoals de Wet milieubeheer (milieuvergunning), de bouwverordening (bouwvergunning) en de APV (plaatsen voorwerpen op of aan de openbare weg).

Opbouw van de afvalstoffenverordening.

Paragraaf 1: Algemene bepalingen.

Paragraaf 2: Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (regels over inzameldienst, andere inzamelaars en houders van een inzamelvergunning en de inzamelstructuur).

Paragraaf 3: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen (regels voor de burger over de aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen).

Paragraaf 4: Inzameling van bedrijfsafvalstoffen.

Paragraaf 5: Zwerfafval.

Paragraaf 6: Overige onderwerpen die de afvalstoffenverordening aangaan.

Paragraaf 7: Slotbepalingen (strafbaarstelling, toezicht en overgangstermijn).

Artikelsgewijze toelichting.

Paragraaf 1. Algemene bepalingen.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen.

Definities uit de Wet milieubeheer(Wm).

In dit artikel zijn alleen die begripsomschrijvingen opgenomen die specifiek zijn voor deze verordening. Relevante begrippen die reeds in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen Wm) zijn omschreven, worden, voorzover bij de omschrijving in de wet wordt aangesloten, niet in dit artikel herhaald.

Grof huishoudelijk afval.

Het begrip huishoudelijke afvalstoffen omvat ook grof huishoudelijk afval. Grof huishoudelijk afval: 'huishoudelijke afvalstoffen die te groot en te zwaar zijn om op dezelfde wijze als de andere huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst te worden aangeboden'.

Inzamelen.

Het begrip 'inzamelen' is gedefinieerd om uitdrukkelijk vast te leggen dat er sprake is van een brede omschrijving. Hiervoor is gekozen om recht te doen aan het feit dat een gemeentelijke inzamelstructuur steeds meer bestaat uit zowel haal- als brengvoorzieningen op verschillende niveaus. Om te kunnen beoordelen of het verlenen van een inzamelvergunning in strijd is met de gemeentelijke inzamelstructuur, moet dan ook naar dat geheel van haal- en brengvoorzieningen worden gekeken. Ook voor het innemen van huishoudelijke afvalstoffen in een winkel, of een brengvoorziening voor textielafval, is een inzamelvergunning nodig (tenzij sprake is van een aanwijzing op grond van artikel 7, tweede lid - zie de toelichting bij artikel 7). Bovendien maakt een bredere omschrijving van het begrip inzamelen de veelheid van termen als "aan te bieden of over te dragen", "achterlaten", etc. overbodig. Wel is een ondergrens aangebracht: voordat sprake kan zijn van inzamelen, dienen de afvalstoffen ter inzameling te worden aangeboden. Voor de omschrijving van het begrip 'ter inzameling aanbieden' geldt dezelfde brede invulling met betrekking tot haal- en brengvoorzieningen, echter nu gezien van de kant van degene die zich van afval wenst te ontdoen.

Zwerfafval en illegale dumping.

De Wet milieubeheer voorziet niet in een definitie van het begrip zwerfafval. Dit heeft te maken met het feit dat het begrip in de praktijk weinig problemen oplevert, terwijl een juridisch sluitende definitie moeilijk te geven is.

In het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) en het Convenant verpakkingen III, deelconvenant zwerfafval is wel een definitie voor zwerfafval opgenomen: "Zwerfafval is afval dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen. Dit afval bestaat voornamelijk uit verpakkingsmateriaal van consumpties (blikjes, flesjes, wikkels, patatbakjes), sigarettenpeuken, kauwgomresten en allerhande gebruiksgoederen als kranten, folders en tissues".

Onder illegale dumping van afval wordt verstaan het bewust achterlaten van grotere hoeveelheden afval (bijvoorbeeld met een volume van tenminste en plastic tas). De ontdoener kiest er namelijk zeer bewust voor om het afval niet via de daarvoor geëigende manier af te voeren, maar om het onbeheerd achter te laten in de openbare ruimte. Veel voorkomend illegaal gedumpt afval is huisvuil, tuinafval, fietswrakken, accu's, meubilair en autobanden. Ook het bijplaatsen van afval bij inzamelvoorzieningen valt onder illegale dumping.

Gebruiker van een perceel.

De omschrijving "gebruiker van een perceel" sluit aan bij de begripsomschrijving in de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht. Deze omschrijving is opgenomen om te kunnen bepalen dat alleen diegenen die in de gemeente betalen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, gebruik mogen maken van de inzamelvoorzieningen (zie de toelichting bij artikel 13).

Wegen en motorrijtuigen.

De omschrijvingen van de begrippen 'wegen' en 'motorrijtuigen' zijn ontleend aan de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2. Beslistermijn.

Dit artikel ziet op gebruikelijke termijnen.

Artikel 3. Indiening aanvraag.

Dit artikel ziet op gebruikelijke termijnen.

Artikel 4. Voorschriften en beperkingen.

Belang van de bescherming van het milieu.

De gemeenteraad stelt in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast. De voorschriften of beperkingen die aan een vergunning of ontheffing krachtens de afvalstoffenverordening kunnen worden verbonden beogen dus het belang van het milieu te beschermen.

De memorie van toelichting zegt daarover het volgende. "De gemeenten zijn gehouden om een afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels worden vastgesteld in het belang van het milieu. Dat is ruimer dan de doelmatige verwijdering van afvalstoffen. Ook regels die beogen de milieuaspecten van handelingen met afvalstoffen te beperken, zijn daardoor mogelijk."

Vergunning voor bepaalde tijd.

De vergunning wordt voor bepaalde tijd verleend om geen partijen te bevoordelen en van tijd tot tijd anderen de gelegenheid te geven een vergunning te verwerven.

Paragraaf 2. Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 7. Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars.

De aanwijzing van de inzameldienst bij uitvoeringsbesluit.

De gemeente is op basis van artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm verplicht bij of krachtens de verordening een inzameldienst aan te wijzen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Op grond van artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm kan de inzameldienst voortaan bij uitvoeringsbesluit worden aangewezen in plaats van bij verordening.

De aanwijzing van andere inzamelaars.

De nieuwe, bredere grondslag van de afvalstoffenverordening ten aanzien van huishoudelijk afval is vastgelegd in de wet (artikel 10.24, tweede lid, onder b). Op basis hiervan kunnen regels worden gesteld voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Zoals de Memorie van Toelichting stelt, gaat het hierbij vooral om de inzameling van bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen dan de inzameldienst. De wet (artikel 10.24, eerste lid, onder a) kan zo geïnterpreteerd worden dat de verplichting om een inzameldienst aan te wijzen alleen geldt voor de ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen bij of nabij elk perceel. Het college kan andere inzamelaars aanwijzen die belast worden met de inzameling van afzonderlijke categorieën huishoudelijke afvalstoffen.

Detaillisten en reparatiebedrijven.

De aanwijzing op grond van het tweede lid van dit artikel kan ook worden gebruikt om detaillisten die bijvoorbeeld batterijen van particulieren inzamelen, op hun verzoek aan te merken als inzamelpunt. Zij hoeven dan niet te beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 11. In het kader van de aanwijzing als inzamelpunt kunnen nadere afspraken worden gemaakt met de inzamelende persoon of instantie over bijvoorbeeld de wijze van inzameling, opslag en de afgifte aan de gemeente, monitoring, etc. Indien detaillisten en/of reparatiebedrijven in een amvb zijn aangewezen als inzamelende instantie is de gemeente niet bevoegd daarover nadere regels te stellen. Dit betekent dat detaillisten en/of reparatiebedrijven geen vergunning of aanwijzing van de gemeente nodig hebben om huishoudelijke apparaten in te nemen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur.

Er kan sprake zijn van vier soorten inzamelaars voor (categorieën van) huishoudelijke afvalstoffen:

  • 1.

    de inzameldienst, die door B&W is aangewezen;

  • 2.

    andere inzamelaars die door B&W zijn aangewezen om bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen;

  • 3.

    inzamelaars die van B&W een vergunning hebben gekregen om bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen;

  • 4.

    inzamelaars die in het kader van producentenverantwoordelijkheid door de minister zijn aangewezen bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.

Europese aanbesteding.

De Europese aanbestedingsregels kunnen bij het inzamelen van afval in een gemeente van toepassing zijn op de inzameling zelf (uitbesteden) en op de aanschaf van middelen zoals (ondergrondse) afvalcontainers, inzamelvoertuigen en minicontainers. Ook het uitbesteden van de inzameldienst dient in vrijwel alle gevallen Europees te gebeuren.

Artikel 8. Afzonderlijke inzameling.

Landelijk afvalbeheersplan.

Het Landelijk afvalbeheersplan (LAP) benoemt de volgende door de consument te scheiden afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton, glas, textiel, elektrische en elektronische apparatuur, klein chemisch afval, en componenten van grof huishoudelijk afval. In deze afvalstoffenverordening is aangesloten bij het LAP. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan het college een omschrijving vaststellen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen.

Provinciale milieuverordening.

De gemeente is op basis van de provinciale milieuverordening van de provincie Noord-Brabant (PMV) verplicht om bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk in te zamelen en daarover regels op te nemen in de verordening. Het betreft de categorieën klein chemisch afval, oud papier en karton, glas, textiel en elektrische en elektronische apparatuur en asbesthoudend materiaal.

GFT-afval.

De wet (artikel 10.21 tweede lid) verplicht gemeenten tot de afzonderlijke inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval). Afwijking van deze verplichting is mogelijk in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen,

bijvoorbeeld:

  • 1.

    om redenen van de GFT-kwaliteit;

  • 2.

    kostenniveau;

  • 3.

    milieuhygiëne.

Op grond van de wet kan bij verordening worden bepaald dat in een deel van het grondgebied geen gft wordt ingezameld. In dit geval is de inspraakverordening van toepassing en stelt het college de inspecteur Milieuhygiëne op de hoogte van het voornemen. De gemeente Eindhoven heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt (zie artikel 10, lid 6 van deze verordening).

Elektrische en elektronische apparatuur.

Op 13 augustus 2004 is het Besluit beheer wit- en bruingoed ingetrokken en treden de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur en (de meeste artikelen van) het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur in werking. Evenals het Besluit beheer wit- en bruingoed voorziet de nieuwe regelgeving in producentenverantwoordelijkheid voor elektrische en elektronische apparatuur (zoals wit- en bruingoed). De nieuwe regelgeving is een implementatie van de Europese richtlijnen inzake elektrische en elektronische apparatuur (richtlijn nr. 2002/95/EG en nr 2002/96/EG).

Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het Besluit beheer wit- en bruingoed zijn:

  • b

    De nieuwe regelgeving heeft een grotere reikwijdte. Zo vallen vanaf 13 augustus 2004 ook automaten, fitnessapparaten en medische hulpmiddelen onder de nieuwe regelgeving. Ook bepaalde verlichtingsapparatuur (zoals TL-buizen en spaarlampen) valt onder de reikwijdte, met die kanttekening dat de regelgeving voor verlichtingsapparatuur pas op 13 augustus 2005 inwerking treedt. De hieronder genoemde verplichtingen voor gemeenten worden dus pas in augustus 2005 van kracht voor deze producten.

  • b

    Particulieren, detaillisten en (in bepaalde gevallen) bedrijven moeten afgedankte apparatuur vanaf 13 augustus 2004 kosteloos bij gemeenten in kunnen leveren.

  • b

    Vanaf augustus 2005 zullen nieuwe apparaten van een 'kca-logo' voorzien moeten worden.

Aanvulling lijst met andere categorieën.

De lijst genoemd in artikel 8 bevat categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld. Deze categorieën zijn voorgeschreven door wet- en regelgeving, bijvoorbeeld gft en elektrische en elektronische apparatuur (elektrische apparaten), dan wel aanbevolen in beleidsdocumenten. De raad kan deze lijst naar behoefte met andere categorieën uitbreiden, bijvoorbeeld om te voorkomen dat de ter inzameling aangeboden afvalstoffen schade toebrengen aan de inzamelvoertuigen.

Afstemming met artikel 14.

In artikel 14 is een verbod opgenomen om opgesomde categorieën anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden. Artikelen 8 en 14 zijn op elkaar afgestemd.

Textiel.

Textiel is een afvalstof in de zin van artikel 1.1, eerste lid, Wm. Dit wordt bevestigd door een uitspraak (voorlopige voorziening) van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS 28-01-2003, 200206958/1). De Raad van State oordeelde dat het ingezamelde textiel (draagbare en niet-draagbare kleding, lakens, dekens, grote lappen stof en gordijnen) is aan te merken als een huishoudelijke afvalstof, omdat de aangeboden kleding kennelijk ongesorteerd wordt aangeboden en daarom nog een sorteerbewerking moet ondergaan. Een deel van de ingezamelde textiel kan namelijk gebruikt worden overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming, een deel is slechts geschikt voor een ander gebruik en een deel is onbruikbaar. De Raad van State verwijst ook naar een uitspraak van het Hof van Justitie, waarin werd geoordeeld dat het toepassingsgebied van het begrip afvalstof afhangt van de term "zich ontdoen van". In de genoemde feiten ligt volgens de Raad van State een aanwijzing besloten dat de huishoudens zich van het textiel hebben willen ontdoen, voornemens zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moeten ontdoen. Zo beschouwd is textiel een huishoudelijke afvalstof. De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling daarvan.

Het inzamelen van textiel door middel van containers in de openbare ruimte (textielbakken) valt onder de afvalstoffenverordening. Deze manier van inzamelen komt niet in aanmerking voor een collectevergunning (artikel 5.2.1 van de APV).

Het aan huis inzamelen van textiel met de bedoeling om het aan te wenden overeenkomstig zijn oorspronkelijk gebruik (bruikbare kleding, gordijnen, dekens enz.), valt onder de collecte bepaling (artikel 5.2.1 van de APV).

Benadrukt moet worden dat de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een voorlopige voorziening is en dat in een bodemprocedure anders kan worden bepaald.

Omschrijving van categorieën huishoudelijke afvalstoffen.

Het vastleggen van een omschrijving van de verschillende categorieën huishoudelijke afvalstoffen is van belang om te kunnen ingrijpen bij vervuiling van de fracties vanwege verkeerd aanbiedgedrag. Een te zeer vervuilde fractie kan leiden tot kostentoerekening voor de verwijdering door de be- of verwerker aan de gemeente, en in het uiterste geval tot weigering van de ingezamelde fractie. Een sluitende omschrijving is erg moeilijk. Daarom stelt het college door middel van een uitvoeringsbesluit (ook) een "welles-nietes-lijst" vast, waarin is aangegeven welke componenten tot de betreffende afvalcategorie behoren en welke juist niet.

De inzameling van de categorieën genoemd in dit artikel geschiedt door en voor rekening van de gemeente Eindhoven.

Artikel 9. Inzamelmiddelen en –voorzieningen.

In artikel 9 worden de verschillende manieren aangegeven waarop huishoudelijk afval kan worden ingezameld. Hiermee wordt recht gedaan aan de vervaging van het onderscheid tussen huis-aan-huisinzameling en inzameling via brengvoorzieningen op verschillende niveaus.

Inzameling bij elk perceel.

De inzameling bij elk perceel is individueel en vindt plaats bij elke woning via een haalsysteem. De bewoners maken gebruik van individuele inzamelmiddelen, zoals vuilniszakken of minicontainers.

In een aantal gevallen heeft de gemeente bij hoogbouwcomplexen een 1100 liter rolcontainer als bewaar- of inzamelmiddel voor een groep percelen verstrekt. Deze hoogbouwcomplexen hebben een (inpandige) ruimte waar deze inzamelmiddelen worden gestald. Deze inzamelmiddelen worden buitengezet op de dag van inzameling.

Benadrukt moet worden dat de inzameling via een of meer inzamelcontainers bij één flat, hoewel bedoeld voor meerdere gebruikers van percelen, moet worden gezien als inzameling bij de desbetreffende percelen.

Inzameling nabij elk perceel.

In afwijking van artikel 10.21 Wm kan de raad op grond van artikel 10.26 eerste lid, onder b, Wm bij verordening besluiten dat - in plaats van bij elk perceel - nabij elk perceel wordt ingezameld. Gemeenten moeten daarbij wel voldoen aan randvoorwaarden die zijn opgenomen in de 'Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel'. Deze regeling is in november 1998 in werking getreden en regelt dat de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen laagdrempelig moet zijn.

Inzameling nabij elk perceel kan op de volgende manieren plaatsvinden, via clusterplaatsen en via inzamelvoorzieningen nabij elk perceel. Een clusterplaats is een plaats waar de burger zijn minicontainer op de dag van ophalen naar toe brengt. Een inzamelvoorziening is een verzamelcontainer die op een vaste plats in de openbare ruimte permanent toegankelijk is. Deze kan boven- of ondergronds zijn.

De regeling bepaalt dat de afstand tussen het perceel waar de huishoudelijke afvalstoffen ontstaan tot aan de clusterplaats voor huishoudelijk afval maximaal 75 meter mag zijn. De gemeenteraad kan deze afstand in bijzondere gevallen tot maximaal 125 meter verlengen. Voor de inzamelvoorzieningen geldt hetzelfde, echter aangevuld met een aantal extra eisen. Deze eisen zijn: de inzamelvoorziening is voor iedereen goed bereikbaar en toegankelijk, de afvalstoffen kunnen eenvoudig worden achtergelaten en er wordt bij de inzamelvoorzieningen nabij elk perceel gelegenheid gegeven om ten minste 12 aaneengesloten uren per week huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden.

Indien de raad besluit tot de inzameling nabij elk perceel, is hij verplicht om de inspraakverordening toe te passen (zie artikel 10.26, tweede lid, Wm). Daarnaast is het college verplicht om de inspecteur Milieuhygiëne op de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit (zie artikel 10.26, derde lid, Wm).

Inzamelvoorziening op wijkniveau.

Gedacht kan worden aan zogenaamde wijkcontainers, waar de burger bijvoorbeeld glas en oud papier en karton naar toe brengt, en de standplaatsen voor de chemokar.

Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid.

Het college kan voor iedere gebruiker van een perceel per categorie huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen via welk(e) inzamelmiddel of -voorziening wordt ingezameld. De inzamelmiddelen kunnen van gemeentewege worden verstrekt of geplaatst, of moeten door de burger zelf worden aangeschaft. Bij dit uitvoeringsbesluit kan worden gedacht aan een overzicht van de gemeente, waarop is aangegeven waar ingezameld wordt via inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel, dan wel via inzamelvoorzieningen voor een groep gebruikers van percelen. In december 1999 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over kwaliteitsverbetering van de inzameling van huishoudelijk afval. Bij een aantal hoogbouwcomplexen wordt momenteel met zakken ingezameld. Het besluit tot kwaliteitsverbetering is o.a. bedoeld om dit systeem van inzameling te vervangen door een systeem met ondergrondse containers. Daarnaast kan het besluit betekenen dat de rolcontainers bij hoogbouwcomplexen ook vervangen worden door ondergrondse containers.

Dit uitvoeringsbesluit kan goed gecombineerd worden met het uitvoeringsbesluit op grond van artikel 20, eerste lid van deze verordening.

In de artikelen 15 t/m 18 wordt naar artikel 9, tweede lid, terugverwezen. Specifieke aanwijzing van de groep gebruikers van percelen die hun afvalstoffen via een bepaalde inzamelvoorziening mogen (of moeten) aanbieden, is van belang om tegen te gaan dat ook inwoners uit andere delen van de gemeente gebruik maken van de inzamelvoorziening, met als gevolg bijvoorbeeld een vroegtijdig overvolle container.

Artikel 10. Frequentie van inzamelen.

Inzamelfrequentie.

De wet bepaalt dat de gemeente, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, er voor zorgdraagt dat tenminste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel. Op grond van artikel 10.21, tweede lid, Wm wordt daarbij in ieder geval groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk ingezameld. In de praktijk wordt de wekelijkse inzameling ingevuld door groente-, fruit- en tuinafval en restafval alternerend in te zamelen. De wet biedt de mogelijkheid om huishoudelijk afval en groente-, fruit- en tuinafval - in het belang van een doelmatig beheer - met een bij de verordening aangegeven regelmaat in te zamelen. Indien de gemeente besluit tot afwijking van de wekelijkse inzamelfrequentie (de ene week restafval de andere week groente-, fruit- en tuinafval), is hij op grond van de wet verplicht om de inspraakverordening toe te passen (artikel 10.26). Daarnaast is het college verplicht om de inspecteur Milieuhygiëne op de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit.

De wekelijkse inzamelplicht bij elk perceel geldt uitdrukkelijk niet voor grof huishoudelijk afval.

Het tweede lid is een uitwerking van de mogelijkheid die de wet biedt om - in het belang van een doelmatig beheer - huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel in te zamelen (zie ook de toelichting op artikel 9). Op grond van het tweede lid wordt de frequentie van inzameling van huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel geregeld. Dit is van belang voor de zogenaamde clusterplaatsen.

Het derde lid kan worden gebruikt om een afwijking van de inzamelfrequentie in een deel van de gemeente vast te leggen. Bij de hoogbouw en in het centrum, waar huishoudelijk afval via zakken ter inzameling wordt aangeboden, wordt wekelijks ingezameld.

Het zesde lid heeft betrekking op delen van de gemeente waar niet bij elk perceel huishoudelijke afval wordt ingezameld. De wet biedt de mogelijkheid aan de raad om - in het belang van een doelmatig beheer - een gedeelte van het grondgebied van de gemeente vast te stellen waar geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. Bij 'een deel van de gemeente' kan gedacht worden aan het aanwijzen van bepaalde wijken, maar ook aan bepaalde bebouwingstypen. In dat geval moet de gemeente minstens één plaats ter beschikking stellen waar deze huishoudelijke afvalstoffen achtergelaten kunnen worden. Afwijking van de wettelijke inzamelplicht van groente-, fruit- en tuinafval is mogelijk in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld om redenen van de GFT-kwaliteit, kostenniveau of de milieuhygiëne. Indien de raad besluit om niet bij elk perceel in te laten zamelen is hij verplicht om de inspraakverordening toe te passen, en moet het college de inspecteur Milieuhygiëne op de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit. Van deze mogelijkheid heeft de raad reeds gebruik gemaakt en besloten dat er in bepaalde delen van de gemeente, met name bij percelen zonder tuin, geen groente-, fruit- en tuinafval wordt ingezameld (besluit van 21 december 1999). Dit besluit blijft na vaststelling van de afvalstoffenverordening van kracht. Gebruikers van de percelen waar groente-, fruit- en tuinafval niet afzonderlijk wordt ingezameld, kunnen hun groente-, fruit- en tuinafval op de milieustraten aanbieden.

Het college kan op basis van het zevende lid de frequentie van inzameling bij elk perceel bepalen van andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen dan huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval. Dit artikel heeft alleen betrekking op de categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk bij elk perceel worden ingezameld, zoals oud papier en karton.

Artikel 11. Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning.

De inzamelvergunning.

Gemeenten zijn belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Zij hebben daarmee ook het recht om andere dan de aangewezen inzameldienst en andere inzamelaars (zie artikel 7) te verbieden om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij zij daartoe beschikken over een vergunning van het college. Op basis van artikel 4 van deze verordening kunnen aan de vergunning voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van de bescherming van het milieu.

De Memorie van Toelichting zegt dat op basis van artikel 10.24, derde lid, Wm regels kunnen worden gesteld voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Hierbij gaat het vooral om de inzameling van bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen dan de inzameldienst, bijvoorbeeld de inzameling van oud papier door verenigingen. Deze regels kunnen een vergunningstelsel voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door anderen inhouden, behoudens voorzover daarin is voorzien in een amvb op grond van artikel 10.17 Wm producentenverantwoordelijkheid).

Initiatieven voor de inzameling van afzonderlijke categorieën huishoudelijke afvalstoffen moeten passen binnen de inzamelstructuur zoals die door middel van de artikelen 7 en 8 van deze verordening is bepaald. Het college beoordeelt initiatieven waarvoor op grond van dit artikel een vergunning wordt aangevraagd, op hun bijdrage aan de optimalisering van de inzamelstructuur.

Oud papier en karton.

Oud papier en karton wordt door een groot aantal verenigingen ingezameld. Het is de bedoeling om deze inzamelstructuur vooralsnog te laten voortbestaan. Bij herziening wordt vergunning verleend voor de inzameling in een inzamelwijk. De maximale omvang van een inzamelwijk is zodanig dat de ter inzameling aangeboden huishoudelijke afvalstoffen in één dag ingezameld kunnen worden.

Brede omschrijving van "inzamelen".

In dit kader is de brede omschrijving die in artikel 1 is gegeven van het begrip inzamelen van belang. Ook het innemen van huishoudelijke afvalstoffen in de winkel (bijvoorbeeld batterijen, tl-lampen, huishoudelijke apparaten) valt hieronder. Wanneer de gemeente deze serviceverlening op prijs stelt en hiervoor geen vergunning wil vereisen, kunnen de betreffende winkels op grond van artikel 7, tweede lid, door het college worden aangewezen als inzamelende persoon of instantie.

Paragraaf 3. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 12 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen.

Het tweede lid is nodig, omdat het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is indien sprake is van een inzamelplicht die personen of instanties hebben gekregen bij Amvb in het kader van producentenverantwoordelijkheid (zie de toelichting bij de artikelen 7 en 11). In dit geval mag de burger zijn huishoudelijke afvalstoffen, zoals bijvoorbeeld elektrische en elektronische apparatuur, ook aan deze personen of instanties aanbieden.

Artikel 13. Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffendoor anderen dan de gebruikers van percelen.

Dit artikel bepaalt dat alleen diegenen die binnen de gemeente afvalstoffenheffing betalen, huishoudelijke afvalstoffen mogen aanbieden aan de inzameldienst. Achtergrond van dit artikel is de toename in het illegaal aanbieden van afvalstoffen door inwoners van andere gemeenten (afvaltoerisme) of door bedrijven van binnen en buiten de eigen gemeente, die op deze manier de kosten van de verwijdering van hun afvalstoffen willen ontlopen.

Het tweede lid is toegevoegd omdat het wenselijk kan zijn om ook te reguleren wat mag worden aangeboden aan een houder van een inzamelvergunning. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn in verband met afspraken in het kader van producentenverantwoordelijkheid, waarbij de afnamegarantie 'ten minste om niet' voor onder andere oud papier en karton alleen geldt voor papier en karton ingezameld bij huishoudens (dus niet bij bedrijven).

Recreatiewoningen en aanleunwoningen.

Als recreatiewoningen onderdeel uitmaken van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (vakantieparken), dan is het vrijkomende afval bedrijfsafval. Hetzelfde geldt voor wooneenheden bij zorginstellingen.

Als de recreatiewoning of wooneenheid een perceel is in de zin van de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen vrijkomen, is de zorgplicht van de gemeente van toepassing. Daartegenover staat dat de gemeente in dat geval ook een afvalstoffenheffing kan heffen. Ontstaan er op een perceel niet geregeld huishoudelijke afvalstoffen, dan geldt de zorgplicht van de gemeente niet en kan eveneens geen afvalstoffenheffing worden geheven.

Artikel 14. Afzonderlijk ter inzameling aanbieden.

Landelijk afvalbeheersplan.

Het Landelijk afvalbeheersplan (LAP) benoemt de volgende door de consument te scheiden afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton, glas, textiel, elektrische en elektronische apparatuur, klein chemisch afval, en componenten van grof huishoudelijk afval. In deze Afvalstoffenverordening is aangesloten bij het LAP.

Schade aan inzamelvoertuig.

De ter inzameling aangeboden afvalstoffen mogen geen schade toebrengen aan de inzamelvoertuigen. Om deze reden moeten harde materialen zoals steen, steenachtige materialen en metalen, afzonderlijk ter inzameling worden aangeboden.

Afstemming met artikel 8.

In artikel 8 is een opsomming opgenomen van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld. Artikel 14 houdt een verbod in voor de burger. Artikel 14 is in overeenstemming met artikel 8.

Artikel 15. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel

Bij inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel kan worden gedacht aan minicontainers, afvalemmers, kratjes, kca-boxen en dergelijke, maar ook aan huisvuilzakken of big bags.

Al dan niet van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen.

De inzamelmiddelen kunnen al dan niet van gemeentewege worden verstrekt. Het eerste lid betreft het verbod om categorieën huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via een aangewezen of van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel. De burger dient het inzamelmiddel zelf aan te schaffen, indien dit door de gemeente wordt verstrekt, bijvoorbeeld: de huisvuilzak.

Uitvoeringsbesluiten.

Artikel 15 biedt tevens de basis tot het stellen van diverse regels die relevant zijn voor de bedoelde inzamelmiddelen. In het onderstaande wordt (niet uitputtend) aangegeven welke regels door het college kunnen worden gesteld.

Plaats van aanbieden.

Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel op de krachtens artikel 21 vastgestelde inzameldag langs de inzamelroute op de weg kan worden geplaatst, eventueel uit te breiden met nadere aanwijzingen voor een specifiek verzamelpunt voor het plaatsen van de inzamelmiddelen. Dit kan gebeuren vanuit oogpunt van verkeersveiligheid, maar bijvoorbeeld ook om redenen van doelmatige inzameling en arbeidsbelasting. In de Wet milieubeheer ('inzameling nabij de percelen') is hiervoor uitdrukkelijk de bevoegdheid gecreëerd (zie ook de toelichting bij artikel 9).

Voorgeschreven kan worden dat bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen (met name klein chemisch afval) niet op de weg mogen worden geplaatst, maar persoonlijk moeten worden aangeboden aan de inzamelaar. Klein chemisch afval kan nu naar de chemokar worden gebracht die op vaste standplaatsen staat.

Verder kan worden bepaald dat het inzamelmiddel zodanig op de weg moet worden geplaatst dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen. Dit is vooral voor clusterplaatsen van belang.

Wijze van aanbieden.

Gedacht kan worden aan de volgende regels:

het inzamelmiddel dient goed gesloten te zijn;

er mag geen sprake zijn van uitsteeksels, die kunnen leiden tot verwondingen of het scheuren van de huisvuilzak.

Maximaal gewicht en maximaal aantal inzamelmiddelen per keer.

Het maximaal toelaatbare gewicht zal onder meer samenhangen met de wijze van inzameling, de toelaatbare arbeidsbelasting van de huisvuilbeladers, het gebruikte inzamelvoertuig. Behalve een beperking aan het gewicht per inzamelmiddel kan ook een beperking worden opgelegd naar aantal inzamelmiddelen dat per keer mag worden aangeboden. Er kan op dit punt een koppeling worden gelegd met de tarieven in de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht. Overigens moet daarbij wel worden gelet op de handhaafbaarheid van de bepaling.

Voorwaarden waaronder het inzamelmiddel wordt verstrekt.

Op grond van dit lid kan het college regels stellen over voorwaarden waaronder het inzamelmiddel wordt verstrekt. Gedacht kan worden aan de juridische basis van de verstrekking (bijvoorbeeld bruikleenovereenkomst), regels in geval van verhuizing van een gebruiker van een perceel, aansprakelijkheid voor de schade of verdwijning van het verstrekte inzamelmiddel).

De regels kunnen ook betrekking hebben op gevallen waarbij bewoners geen mogelijkheid hebben om hun inzamelmiddel te stallen. Voorbeelden zijn duplexwoningen en woningen boven winkels.

Gebruik en reiniging van het verstrekte inzamelmiddel.

Met betrekking tot het gebruik van vaste inzamelmiddelen kunnen bijvoorbeeld regels worden gesteld rond het aanbrengen van veranderingen aan de container. Dit kan in het bijzonder relevant zijn wanneer de gemeente ook met herkenningssystemen voor individuele containers werkt. Daarnaast kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een verbod op het deponeren van hete vloeistoffen in de container. Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel in het belang van de doelmatige verwijdering (voorkomen dat afval in de container blijft plakken) regelmatig wordt gereinigd. De burger kan dit eventueel uitbesteden, maar blijft zelf verantwoordelijk voor de naleving van de regels gesteld krachtens de verordening.

Eisen aan het inzamelmiddel.

Wanneer het inzamelmiddel niet door de gemeente wordt verstrekt, kan worden vereist dat het inzamelmiddel aan bepaalde normen voldoet (bijvoorbeeld de NEN-norm voor huisvuilzakken). Ook kan via deze bepaling worden geregeld dat alleen huisvuilzakken met een gepatenteerde gemeentelijke opdruk mogen worden gebruikt indien wordt gewerkt met een systeem van dure zakken als vorm van tariefdifferentiatie. Voor bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen (bijvoorbeeld asbest) kunnen specifieke eisen aan het inzamelmiddel worden gesteld.

Het achtste lid is bedoeld om afvaltoerisme tegen te gaan.

Artikel 16. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ten behoeve van een groep percelen.

Plaats van aanbieden.

Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel op de krachtens artikel 21 vastgestelde inzameldag langs de inzamelroute op de weg kan worden geplaatst, eventueel uit te breiden met nadere aanwijzingen voor een specifiek verzamelpunt voor het plaatsen van de inzamelvoorziening. Dit kan gebeuren vanuit oogpunt van verkeersveiligheid, maar bijvoorbeeld ook om redenen van doelmatige inzameling en arbeidsbelasting. In de Wet milieubeheer ('inzameling nabij de percelen') is hiervoor uitdrukkelijk de bevoegdheid gecreëerd (zie ook de toelichting bij artikel 9).

Inpandige inzamelvoorzieningen.

In hoogbouw kan een inpandige inzamelvoorziening aanwezig zijn als bewaarmiddel voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen voor meerdere huishoudens.

Voorwaarden waaronder de inzamelvoorziening wordt verstrekt.

Op grond van dit lid kan het college regels stellen over voorwaarden waaronder de inzamelvoorziening wordt verstrekt. Gedacht kan worden aan de juridische basis van de verstrekking (bijvoorbeeld bruikleenovereenkomst), aansprakelijkheid voor de schade of verdwijning van het verstrekte inzamelmiddel).

Gebruik en reiniging van het verstrekte inzamelmiddel.

Met betrekking tot het gebruik kunnen bijvoorbeeld regels worden gesteld rond het aanbrengen van veranderingen aan de container. Dit kan in het bijzonder relevant zijn wanneer de gemeente ook met herkenningssystemen voor individuele containers werkt. Daarnaast kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een verbod op het deponeren van hete vloeistoffen in de container. Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel in het belang van de doelmatige verwijdering (voorkomen dat afval in de container blijft plakken) regelmatig wordt gereinigd. De burger kan dit eventueel uitbesteden, maar blijft zelf verantwoordelijk voor de naleving van de regels gesteld krachtens de verordening.

Het zesde lid is bedoeld om afvaltoerisme tegen te gaan.

Artikel 17. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen.

Dit artikel betreft inzamelvoorzieningen nabij de percelen voor huishoudelijk restafval, bijvoorbeeld een ondergrondse container.

Wijze van aanbieden.

Regels die door het college kunnen worden gesteld ten aanzien van (ondergrondse) containers omtrent de wijze van aanbieding zijn bijvoorbeeld:

  • 1.

    de container moet goed gesloten worden;

  • 2.

    het is verboden afvalstoffen naast de verzamelcontainer te plaatsen;

Het vijfde lid is bedoeld om afvaltoerisme tegen te gaan.

Artikel 18. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau.

Bij inzamelvoorzieningen op wijkniveau kan in de eerste plaats worden gedacht aan glasbakken, textielbakken en papierbakken. Dit zijn permanent aanwezige voorzieningen. De voorzieningen op wijkniveau kunnen ook mobiel of niet permanent aanwezig zijn, bijvoorbeeld de chemokar Het gebruik van de wijkvoorzieningen is niet beperkt tot de gebruikers van een bepaalde groep percelen. Glas, oud papier en karton, textiel en klein chemisch afval kunnen ook naar de milieustraat worden gebracht.

Artikel 19. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal niveau.

Brengdepot.

Met de term 'brengdepot' wordt de milieustraat bedoeld, een bemande voorziening op lokaal niveau waar meerdere afvalcomponenten heen kunnen worden gebracht.

Wettelijke plicht brengdepots .

De gemeente is verplicht om op tenminste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente (of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt) een brengdepot te realiseren. Een brengdepot is vereist voor de inzameling van grof huishoudelijk afval (en daarin te onderscheiden fracties), maar in een aantal gevallen ook voor de inzameling van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. Zo moeten burgers uit delen van de gemeente waar bepaalde afvalstoffen niet worden ingezameld, zoals gft in de hoogbouw, deze afvalstoffen bij een brengdepot kunnen afgeven.

Toegang voor burgers van Eindhoven.

De milieustraten zijn alleen toegankelijk voor burgers van Eindhoven. Voorbeelden van regels die het college kan stellen zijn:

  • 1.

    bedrijfswagens krijgen geen toegang;

  • 2.

    bezoekers van de milieustraten moeten aantonen dat ze inwoner van Eindhoven zijn;

  • 3.

    voor de toegang tot de milieustraat is een pas vereist.

Artikel 20. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel.

Uitvoeringsbesluit op grond van het eerste lid.

De mogelijkheid om huishoudelijke afvalstoffen te kunnen aanbieden zonder inza­melmiddel of -voorziening (bij het perceel of op een ander inzamelniveau) heeft betrekking op grof huishoudelijk (rest)afval, grof tuinafval, kringloopgoederen en oud papier en karton.

Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid.

Voorbeelden van regels die het college kan stellen:

1.   grof huishoudelijk (rest)afval en grof tuinafval moeten gebundeld aangeboden worden;

2.   kringloopgoederen moeten ter hand gesteld worden;

3.   oud papier en karton moet gebundeld of in dozen aangeboden worden;

4.   oud papier en karton moet op een bepaald tijdstip op de inzameldag bij of nabij elk perceel worden aangeboden.

Voor de inzameling van grof huishoudelijk (rest)afval en grof tuinafval bij of nabij elk perceel is in de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht een tarief opgenomen. Het college kan regels stellen over de wijze van betaling voor de inzameling van deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen.

Uitvoeringsbesluit op grond van het derde lid.

Op grond van het derde lid kunnen regels gesteld worden over het volume, gewicht of afmetingen.

Artikel 21. Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden.

Uitvoeringsbesluit op grond van het eerste lid.

Het vaststellen van dagen en tijden is alleen relevant wanneer inzameling in een vaste route gebeurt. Dit is alleen aan de orde bij inzameling via een inzamelmiddel (voor de gebruiker van een perceel of voor een groep percelen; zie artikel 9, lid 1 onder a en b). Voor de inzameling via een inzamelroute bij de percelen kan worden gedacht aan de volgende regels:

  • 1.

    plaatsing op de weg mag niet geschieden vóór een bepaald tijdstip (dag en tijdstip);

  • 2.

    het inzamelmiddel dient zo spoedig mogelijk na lediging, doch uiterlijk voor een bepaald tijdstip op de vastgestelde inzameldag, van de weg te zijn verwijderd;

  • 3.

    grof huishoudelijk (rest)afval, grof tuinafval en kringloopgoederen worden alleen op afroep bij of nabij elk perceel ingezameld. De afvalstoffen moeten dan op de overeengekomen dag, tijdstip en plaats worden aangeboden.

Inzamelvoorzieningen voor een groep percelen en inzamelvoorzieningen op wijkniveau zijn permanent toegankelijk, met uitzondering van de chemokar waarvoor het college de dagen en tijden per standplaats bepaalt.

Ten slotte kunnen op basis van dit artikel de openingstijden van de milieustraten worden vastgelegd.

Dit uitvoeringsbesluit kan goed gecombineerd worden met het uitvoeringsbesluit op grond van artikel 9, tweede lid van deze verordening.

Artikel 22. Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen.

Dit artikel biedt de grondslag voor een door het college vast te stellen calamiteitenregeling. Ook kan worden gedacht aan een regeling voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij wegopbrekingen.

Paragraaf 4. Inzameling van bedrijfsafvalstoffen.

Artikel 23. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst.

De inzameldienst kan naast huishoudelijke afvalstoffen ook bedrijfsafvalstoffen (of een bepaalde categorie van bedrijfsafvalstoffen) inzamelen. Gedacht kan worden aan (een beperkte hoeveelheid) restafval, oud papier en karton van kantoren en winkels en verpakkingsglas van de horeca.

De gemeente heeft op dit punt geen zorgplicht en kan niet bepalen wie er binnen de gemeente al dan niet mogen inzamelen zoals dat bij huishoudelijke afvalstoffen het geval is.

Artikel 24. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst.

Het college kan, op soortgelijke manier als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. Een uitgangspunt is dat bedrijven dezelfde inzamelmiddelen en -voorzieningen moeten gebruiken als burgers.

Artikel 25. Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.

Inzameling bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.

De wet is de basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen (artikel 10.23, derde lid). De memorie van toelichting zegt hierover: "Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 Wm voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt."

De wet geeft de gemeente uitdrukkelijk de bevoegdheid om regels te stellen over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in het belang van de bescherming van het milieu.

Vergunningstelsel.

De gemeente mag geen vergunningstelsel hanteren voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen.

Paragraaf 5. Zwerfafval.

Inleiding.

De VNG, het ministerie van VROM en SVM-pact (Stichting Verpakkingen en Milieu) hebben het deelconvenant Zwerfafval ondertekend. In het convenant zijn de volgende doelstellingen geformuleerd.

  • 1.

    Het bedrijfsleven moet zorgen dat in 2005 het aandeel blikjes en petflesjes in het zwerfafval met 80% is afgenomen (ten opzichte van de vastgestelde 50 miljoen blikjes en flesjes in 2001).

  • 2.

    Het bedrijfsleven moet voor 1 januari 2005 de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval reduceren met ten minste 2/3 (t.o.v. de 50 miljoen blikjes en flesjes in het zwerfafval in 2001).

  • 3.

    De rijksoverheid, de VNG en het bedrijfsleven dragen er zorg voor dat door een gezamenlijke inspanning uiterlijk in het jaar 2005 het overige zwerfafval met ten minste 45% ten opzichte van het jaar 2002 is verminderd.

Gemeenten spelen een belangrijke rol bij het voorkomen en de bestrijding van zwerfafval. Dit is belangrijk voor het verbeteren van de directe leefomgeving van de burger.

Nieuwe wettelijke grondslag.

In deze paragraaf van de afvalstoffenverordening zijn een aantal artikelen over het voorkomen en beperken van zwerfafval opgenomen. De juridische basis van deze artikelen is veranderd. Voorheen waren deze artikelen gebaseerd op de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeente op grond van de Gemeentewet. De artikelen vinden nu hun grondslag in de Wet milieubeheer.

Gemeenten kunnen in hun afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht.

De regels betreffende het voorkomen en bestrijden van zwerfafval in de Afvalstoffenverordening en de handhaving van deze regels is het sluitstuk van een goede aanpak van de zwerfafval.

Artikel 26. Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging.

Dit artikel heeft een milieubeschermende functie en beoogt de gemeenten een instrument te geven om zwerfafval en illegale dumpingen tegen te gaan. In een aantal gevallen is een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit, van toepassing bij het brengen van stoffen op of in de bodem.

Met opzet worden in het eerste lid ook de termen "stof" en "voorwerp" gebruikt en niet alleen de term "afvalstof", omdat niet altijd duidelijk is of de desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn.

Artikel 27. Achterlaten van afvalstoffen in de openbare ruimte.

Bij dit artikel gaat het om afval dat "onderweg", dus buiten een perceel, ontstaat. Het dient niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht te komen. Het is van belang de burger (in dit geval ook toeristen) de mogelijkheid te bieden om zich op een verantwoorde manier ter plekke ervan te ontdoen. Het gaat meestal om afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht.

Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd.

Artikel 28. Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen.

Morgensterren.

Het eerste lid heeft betrekking op wat wel de "morgenster"-problematiek wordt genoemd. Een morgenster is iemand die voor zijn levensonderhoud in vuilnis en afval zoekt. Dit artikel beoogt paal en perk te stellen aan het doorzoeken en verwijderen van ter inzameling aangeboden afvalstoffen voordat de medewerkers van de inzameldienst ter plaatse zijn. Vaak immers heeft dit doorzoeken tot gevolg dat het huisvuil verspreid ligt en de inzameldienst zijn werk niet meer goed kan verrichten. Het aldus ontstane zwerfafval veroorzaakt een extra belasting van de gemeentelijke veegdienst.

Het is vanzelfsprekend dat inspecteurs, controleurs of de milieupolitie wel in de gelegenheid zijn gesteld om de inhoud van ter inzameling gereedstaande zakken, emmers en (mini)containers te onderzoeken.

Artikel 29. Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren.

Wet milieubeheer.

Een inrichting, zoals bedoeld in dit artikel, kan vergunningsplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer. De verplichting zoals opgenomen onder c van deze bepaling kan in dit geval als voorschrift aan een dergelijke vergunning worden verbonden. Het is ook mogelijk dat een inrichting meldingsplichtig is op grond van het Besluit Horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. In dat geval vloeit de verplichting rechtstreeks uit dit Besluit voort.

Artikel 30. Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal.

Promotiemateriaal.

Dit artikel heeft betrekking op reclame- en promotiemateriaal dat op straat aan het publiek worden uitgereikt. Bij promotiemateriaal kan gedacht kan worden aan monsters of miniverpakkingen, waarin ter promotie een product in een kleine hoeveelheid wordt aangeboden. Op grond van dit artikel kan degene die promotiemateriaal uitreikt, worden verplicht het promotiemateriaal, de verpakking of de inhoud daarvan op te ruimen of op te laten opruimen.

Artikel 31. Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden.

Het tweede lid heeft vooral betekenis in verband met het op kosten van de overtreder laten reinigen van de weg (bestuursdwang).

Paragraaf 6. Overige onderwerpen die de verordening aangaan.

Artikel 32. Verbod opslag van afvalstoffen.

Bij de afvalstoffenverordening kunnen in ieder geval regels worden gesteld omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen. De wet geldt voor de opslag van alle afvalstoffen. Ook hier is, net als bij de bepalingen over zwerfafval, sprake van facultatief medebewind.

Artikel 33. Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden.

Nieuw wettelijk regiem autowrakken.

Op 2 juli 2002 is het Besluit beheer autowrakken (Staatsblad 2002, 259, hierna te noemen BBA) in werking getreden. Dit besluit verplicht autofabrikanten om een hoogwaardig inname- en verwerkingssysteem voor autowrakken op te zetten.

De Nota van toelichting van het BBA spreekt van een autowrak indien een voertuig niet meer op economisch rendabele wijze in rijtechnisch voldoende staat is te brengen. Dit zal van geval tot geval door een persoon belast met de handhaving bepaald moeten worden.

Zich ontdoen van een autowrak door huishoudens.

Dit artikel is een uitwerking van het BBA. Gemeenten moeten in hun Afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan een autodemontagebedrijf, een garage en autoschadeherstelbedrijf of aan een persoon die in een ander land dan Nederland is gevestigd.

Autowrakken, afkomstig van huishoudens, zijn op grond van het BBA uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval.

Paragraaf 7. Slotbepalingen.

Artikel 34. Strafbepaling.

Aanduiding strafbare feiten.

In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit worden aangeduid om strafrechtelijk gehandhaafd te kunnen worden.

De strafbaarstelling van artikel 10.23 uit de Wet milieubeheer over de gemeentelijke afvalstoffenverordening is geregeld in de Wet op de economische delicten (Wed). Aangezien niet alle bepalingen in de afvalstoffenverordening zich voor strafrechtelijke handhaving lenen, is de strafbaarstelling geclausuleerd. Artikel 1a, aanhef, onder 3º Wed luidt: "Economische delicten zijn eveneens: overtredingen van voorschriften , gesteld bij of krachtens: …. de Wet milieubeheer, 10.23 - voorzover aangeduid als strafbare feiten - en ……."

In de afvalstoffenverordening moet daarom expliciet worden aangegeven welke overtredingen een strafbaar feit opleveren. Uitsluitend indien dat het geval is, vormt de overtreding een economisch delict in de zin van artikel 1a, onder 3º Wed.

Strafmaat.

In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval van de afvalstoffenverordening hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie. Artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht stelt de hoogte van een boete van de vierde categorie vast op maximaal 11.250 euro. Artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht geeft de officier van justitie de mogelijkheid om met een boete strafvervolging te voorkomen. Het openbaar ministerie heeft richtlijnen opgesteld voor boetes. De boete voor het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval of voor zwerfafval is op dit moment gesteld op een standaardbedrag van 46 euro.

Artikel 35. Toezichthouders.

Aanwijzing van de toezichthouder in de afvalstoffenverordening is noodzakelijk, indien een toezichthouder tevens opsporingsbevoegdheden dient te krijgen. Alleen voor de aanwijzing van toezichthouders is een bepaling opgenomen in de Afvalstoffenverordening. Opsporingsambtenaren worden namelijk aangewezen in de artikelen 141 en 142 Wetboek van Strafvordering.

Artikel 36. Inwerkingtreding.

Dit artikel ziet op gebruikelijke termijnen.

Artikel 37. Overgangsbepaling.

De gemeente Eindhoven heeft een inzamelstructuur die door middel van deze verordening is bekrachtigd. Vergunningen die zijn verleend krachtens artikel 5.2.1 van de APV, maar materieel inzamelvergunningen zijn, komen ook te vervallen. In de praktijk gaat het alleen om de inzameling van textiel. Artikel 5.2.1 ziet alleen op de collecteren van geld of goed, in dit geval direct bruikbare kleding. Deze kleding mag niet op straat aangeboden worden, maar moet aan de collectant ter hand gesteld worden.

Voor de huis-aan-huisinzameling van textiel, zijnde geen direct bruikbare kleding, is een vergunning krachtens de Afvalstoffenverordening vereist.

Ondertekening

Eindhoven, 22 december 2004.
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,
Sakkers, burgemeester.
Langerwerf, secretaris.
Uitgegeven, 22 december 2004.
Mij bekend,
de gemeentesecretaris van Eindhoven,
ir. C.A.J.M. Langerwerf.
EE04050363.def