Regeling vervallen per 01-01-2015

Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v.

Geldend van 04-03-2015 t/m 26-07-2016

Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v.

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    natuur- en landschapsbeleid: de nota’s Natuurbeleid: natuurlijk eenvoudig, Programma Natuur- en landschapsbeleid 2013 -2020 (inclusief het programma Natuur en Landschap 2013-2015) en Limburgse Land- en tuinbouw Loont (inclusief het onderliggende uitvoeringsprogramma);

  • b.

    steunmodule: een regeling voor de verstrekking van een subsidie die als steunmaatregel als bedoeld in art. 107, eerste lid van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt beschouwd;

  • c.

    Social Return on Investment: het opnemen van sociale voorwaarden, eisen en wensen in inkoop-, aanbestedings- en subsidieverleningstrajecten zodat de subsidieontvanger een bijdrage levert aan het provinciaal beleid ten aanzien van:

    • -

       Het bieden van werkgelegenheid aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De concrete invulling hiervan gebeurt aan de hand van reguliere banen, leerwerkplekken, stageplekken en (werk)ervaringsplaatsen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of jongeren zonder startkwalificatie.

    • -

       Het bevorderen van maatschappelijke participatie. De concrete invulling hiervan gebeurt in dit verband aan de hand van een expliciete koppeling van kansarme, kwetsbare en niet actieve burgers en activiteiten op het gebied van kunst en cultuur, sport en bewegen, onderwijs, (informele) zorg, burgerparticipatie, welzijn en vrijwilligerswerk.

Artikel 2 Subsidieverstrekking 

  • 1 Deze verordening is niet van toepassing op subsidies waarop de Subsidieregeling Natuurbeheer Limburg, de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer Limburg of de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Limburg van toepassing is.

  • 2 Deze verordening is niet van toepassing op aanvragers waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de markt is verklaard.

  • 3 Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van het gebiedsgerichte beleid en die zijn vermeld in de bijlage bij deze verordening.

  • 4 Voor zover de in het derde lid genoemde subsidie een steunmaatregel als bedoeld in art. 107, eerste lid van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is en niet bij of krachtens genoemd Verdrag is vrijgesteld van de verplichting tot aanmelding, kan alleen subsidie worden verstrekt overeenkomstig de voorwaarden, neergelegd in een steunmodule.

  • 5 Gedeputeerde Staten kunnen slechts subsidies verstrekken voor zover dit niet in strijd is met Europeesrechtelijke verplichtingen dan wel / Europeesrechtelijke regelgeving.

  • 6 Er wordt alleen steun toegekend aan (landbouw)ondernemingen die geen ondernemingen in moeilijkheden zijn.

  • 7 De subsidie dient een stimulerend effect te hebben. De subsidie wordt geacht een stimulerend effect te hebben wanneer de begunstigde vóórdat de werkzaamheden aan het project of de activiteiten zijn begonnen, een aanvraag voor subsidie bij Gedeputeerde Staten heeft ingediend.

  • 8 Subsidie wordt slechts verstrekt:

    • a.

      voor kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de totstandkoming van een activiteit;

    • b.

      als de begroting sluitend is.

  • 9 Gedeputeerde Staten kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.

  • 10 Gedeputeerde Staten kunnen steunmodules vaststellen.

  • 11 Gedeputeerde Staten kunnen subsidieplafonds vaststellen, al dan niet voor bepaalde categorieën van activiteiten.

  • 12 Gedeputeerde Staten kunnen de subsidieontvanger ten aanzien van Social Return on Investment nadere verplichtingen opleggen.

Artikel 3 Niet subsidiabele kosten

Er wordt geen subsidie verstrekt voor:

  • a.

    kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd;

  • b.

    kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de subsidieaanvraag;

  • c.

    verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten;

  • d.

    kosten van bodemsanering voor zover verhaal op de vervuiler of een beroep op fondsen mogelijk is;

  • e.

    kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, boetes of sancties;

  • f.

    kosten van activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden gedekt uit de inkomsten die met deze activiteiten verband houden;

  • g.

    kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen;

  • h.

    kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager, onderhoud of herstelwerkzaamheden;

  • i.

    exploitatiekosten die niet verband houden met de aanloopfase van een activiteit.

Aanvraag en subsidieverlening

Artikel 4 Aanvraag

  • 1 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten of bij een door hen aangewezen instantie op een daartoe vastgesteld formulier.

  • 2 Gedeputeerde Staten kunnen tijdstippen of periodes vaststellen voor het indienen van een aanvraag, al dan niet voor afzonderlijke categorieën van activiteiten. Gedeputeerde Staten kunnen daarbij selectiecriteria aangeven of prioriteiten naar gebied, gemeente, doelstelling of activiteit.

Artikel 5 Gegevens 

Naast het formulier zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 4 bevat de aanvraag in ieder geval:

  • a.

    een liquiditeitsprognose gedurende de looptijd van het project bij een aanvraag vanaf € 125.000,00;

  • b.

    de aanvraag moet bevoegdelijk (indien van toepassing conform de statuten, inschrijving KvK) ondertekend zijn;

Artikel 6 Beslistermijn verlening 

  • 1 Gedeputeerde Staten beslissen op een subsidieaanvraag binnen twaalf weken na ontvangst of, in voorkomend geval, binnen twaalf weken na afloop van een termijn als bedoeld in artikel 4, tweede lid, mits deze aanvraag aan alle vereisten voldoet.

  • 2 Gedeputeerde Staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste twaalf weken verdagen. Van de verdaging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.

Voorschotten

Artikel 7 Bevoorschotting provinciale subsidie

  • 1 Op subsidies tot € 125.000,00 zal direct bij de subsidieverleningsbeschikking een voorschot worden verleend van 90%.

  • 2 Voor subsidies vanaf € 125.000,00 zal in de subsidieverleningsbeschikking op basis van de ingediende liquiditeitsprognose van de aanvrager, een schema voor een automatische bevoorschotting worden opgenomen tot maximaal 90%.

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 8 Uitvoering activiteiten 

  • 1 De activiteiten starten uiterlijk binnen twee maanden na subsidieverlening, tenzij in de subsidieverleningsbeschikking een andere termijn is bepaald.

  • 2 De activiteiten worden afgerond binnen twee jaren na de subsidieverlening, tenzij in de subsidieverleningsbeschikking anders is bepaald.

  • 3 De activiteiten mogen niet zijn gestart, voordat de aanvraag voor subsidieverlening bij de Provincie Limburg is ingediend.

Artikel 9 Opdrachten aan derden 

Indien de subsidieontvanger geen aanbestedende dienst of anderszins aanbestedingsplichtig is, dient deze voor het verstrekken van opdrachten aan derden de Regels aanbesteding provincie Limburg bij subsidiëring toe te passen.

Artikel 10 Boekhouding 

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die te allen tijde de informatie bevat die nodig is voor een juist inzicht in de realisatie van de te subsidiëren activiteiten en voor een juiste subsidieverstrekking, hetgeen inhoudt dat:

    • a.

      alle ontvangsten en uitgaven in de administratie zijn vastgelegd met onderliggende bewijsstukken;

    • b.

      bewijsstukken, als onderdeel van de administratie, aanwezig zijn ten name van de gesubsidieerde en dat daaruit de aard van de geleverde goederen en diensten duidelijk blijkt.

  • 2 De administratie wordt bewaard tot 5 jaar na vaststelling van de subsidie, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald.

  • 3 De subsidieontvanger is verplicht aan Gedeputeerde Staten te allen tijde inzage te verlenen in de administratie en alle inlichtingen te verstrekken.

Artikel 11 Voortgang uitvoering 

  • 1 De subsidieontvanger brengt eenmaal per jaar, of zo vaak als in de subsidieverleningsbeschikking is bepaald, aan de hand van het daarvoor bestemd formulier, schriftelijk verslag uit aan Gedeputeerde Staten over de inhoudelijke en financiële voortgang van de activiteiten.

  • 2 Gedeputeerde Staten kunnen in de beschikking als bedoeld in het eerste lid bepalen dat rapportage over de voortgang geheel achterwege kan blijven.

Artikel 12 Publiciteit 

De subsidieontvanger vermeldt in iedere externe communicatie, dat de activiteit geheel of gedeeltelijk is gerealiseerd met financiële steun van de Provincie Limburg.

Artikel 13 Informatieverstrekking 

De subsidieontvanger doet onmiddellijk mededeling aan Gedeputeerde Staten over alle feiten en omstandigheden, waaronder bijvoorbeeld verzoeken tot zijn faillissement of tot surseance van betaling, waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij invloed kunnen hebben op de aanspraak op subsidie.

 Vaststelling

Artikel 14 Aanvraag subsidievaststelling

  • 1 De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in na afloop van de activiteiten. In de subsidieverleningsbeschikking wordt daarvoor een termijn opgenomen.

  • 2 De subsidieontvanger verstrekt bij de aanvraag tot subsidievaststelling de volgende gegevens als het gaat om:

    • a.

      de vaststelling van een verleend subsidiebedrag dat € 125.000,00 of meer bedraagt: het financieel overzicht van de gerealiseerde subsidiabele projectkosten en de gerealiseerde inkomsten, gespecificeerd overeenkomstig de definitieve begroting, moet zijn voorzien van een (goedkeurende) controleverklaring van een onafhankelijke accountant;

    • b.

      de vaststelling van een verleend subsidiebedrag dat minder dan € 125.000,00 bedraagt: facturen en bewijsstukken van de betaling aan de hand van de daarvoor bestemde formulieren. Waar dit niet mogelijk is, worden de betalingen gestaafd door stukken met vergelijkbare bewijskracht;

  • 3 De subsidieontvanger verstrekt naast de gegevens in het tweede lid, van dit artikel bij de aanvraag tot subsidievaststelling een inhoudelijke eindrapportage.

  • 4 De aanvraag tot subsidievaststelling dient te worden ingediend bij Gedeputeerde Staten of bij een door hen aangewezen instantie op een daartoe vastgesteld formulier.

Artikel 15 Beslistermijn vaststelling

  • 1 Gedeputeerde Staten stellen de subsidie vast binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling, mits deze aanvraag aan alle vereisten voldoet.

  • 2 Gedeputeerde Staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste twaalf weken verdagen. Van de verdaging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.

  • 3 Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is ontvangen, kunnen Gedeputeerde Staten na een eenmalig rappel overgaan tot ambtshalve vaststelling.

     

Verplichtingen subsidieontvanger na subsidievaststelling

Artikel 16 Instandhouding

De subsidieontvanger houdt minstens vijf jaar na subsidievaststelling, of zo lang als in de desbetreffende paragraaf in de bijlage bij deze verordening of in de beschikking staat vermeld, de activiteiten of de resultaten van de activiteiten in stand.

Artikel 17 Terugbetaling vergoeding  

  • 1 In de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de subsidieontvanger een vergoeding verschuldigd die door Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld.

  • 2 De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag waarmee de subsidie heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen.

  • 3 Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de economische waarde van eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het moment waarop de vergoeding verschuldigd wordt.

  • 4 In afwijking van het eerste lid kunnen Gedeputeerde Staten op verzoek beslissen dat een vergoeding niet verschuldigd is, als aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

    • a.

      de activiteiten worden door een ander overgenomen;

    • b.

      de realisatie van de doelstelling komt niet in gevaar;

    • c.

      de activa en passiva worden tegen boekwaarde overgenomen.

Bijzondere en slotbepalingen

Artikel 18 Intrekking en terugvordering

  • 1 De subsidieverlening of subsidievaststelling kan worden gewijzigd of worden ingetrokken als subsidieverstrekking in strijd is met ingevolge een verdrag voor de Provincie geldende verplichtingen.

  • 2 Bij de vaststelling, intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is.

  • 3 De wijziging of intrekking werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de wijziging of intrekking anders is bepaald.

Artikel 19 Afwijkingsbevoegdheid

  • 1 Gedeputeerde Staten kunnen de bepalingen gesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover van toepassing, gelet op het belang van een doelgerichte of evenwichtige subsidieverstrekking, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen 2, vierde lid, en 3, onderdelen a, c en g.

  • 3 . De afwijkingsbevoegdheid bedoeld in het eerste lid geldt niet als de toepassing ervan in strijd met Europeesrechtelijke verplichtingen is.

Artikel 20 Toezicht 

Gedeputeerde Staten kunnen ambtenaren aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald.

Artikel 21 Overgangsbepaling in verband met intrekking bestaande subsidieverordening

 

  • 1.

    De Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg d.d. 18 februari 2014 (Prov. Blad 2014/13) wordt ingetrokken.

  • 2.

    Voor subsidiebesluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de bepalingen van de verordening genoemd in het eerste lid van dit artikel van toepassing, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject

  • 3.

    Aanvragen die op basis van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg d.d. 18 februari 2014 (Prov. Blad 2014/13) zijn ingediend en waarover bij inwerkingtreding van deze Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v. nog niet is beslist, worden geacht op basis van deze Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v. te zijn ingediend, tenzij Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat de aanvrager in zijn belangen wordt geschaad. In dat laatste geval handelen Gedeputeerde Staten overeenkomstig de ingetrokken verordening.

Artikel 22 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015

Artikel 23 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v.. Voor de bijlagen kunt u klikken op onderstaande link

Bijlage bij Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2015

Ondertekening

Gedeputeerde Staten voornoemd, drs. Th.J.F.M. Bovens, voorzitter

mr. A.C.J.M. de Kroon, secretaris