Beleidsregels Re-integratie participatiewet gemeente Bronckhorst 2015

Geldend van 01-01-2015 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Re-integratie participatiewet gemeente Bronckhorst 2015

Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Gemeente Bronckhorst 2015

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a. belanghebbende: het lid van de doelgroep dat aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden;

b. doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7, eerste lid onder a van de Participatiewet door de gemeente ondersteuning kan worden geboden;

c. uitkeringsgerechtigde: een persoon, jonger dan 65 jaar, die een uitkering

heeft in het kader van de Participatiewet, de Ioaw of de Ioaz;

d. niet-uitkeringsgerechtigde: de persoon bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a van de Participatiewet;

e. re-integratietraject: een traject, bestaande uit één of meer reintegratievoorzieningen, met een duidelijke tijdspanne, dat voorziet in het toeleiden van belanghebbende naar algemeen geaccepteerde arbeid;

f. trajectplan: een schriftelijk plan, waarin de stappen staan aangegeven die door belanghebbende dienen te worden ondernomen teneinde diens uitstroom naar algemeen geaccepteerde arbeid mogelijk te maken en waarin de wederzijdse rechten en plichten staan aangegeven;

g. activering: het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten ter voorbereiding op een traject gericht op het voorkomen van een sociaal isolement;

h. arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 6,

eerste lid, onder a van de Participatiewet;

i. voorziening: instrument gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de wet;

Artikel 2 Re-integratietraject/ trajectplan

  • 1. Het college draagt zorg voor goede en begrijpelijke informatie richting de belanghebbende over alle regels, rechten en plichten ten aanzien van re-integratie-instrumenten en voorzieningen die onderdeel kunnen zijn van een re-integratietraject.

  • 2. Het college zal bij het bieden van ondersteuning bij arbeidsinschakeling zoveel mogelijk individueel maatwerk betrachten. In nauwe samenspraak met de belanghebbende wordt de inhoud van het reïntegratietraject bepaald met als doel de kortste weg naar

    betaald werk te realiseren en uitstroom uit de uitkering te bewerkstellingen.

  • 3. De wederzijdse afspraken worden schriftelijk vastgelegd en aan belanghebbende kenbaar gemaakt.

Hoofdstuk 2 Re-integratievoorzieningen

Artikel 3 Bepalingen over voorzieningen

  • 1. Belanghebbende kan aanspraak maken op re-integratievoorzieningen die doelmatig en passend zijn volgens de vastgestelde re-integratieverordening.

  • 2. Indien belanghebbende niet of niet behoorlijk aan de verplichtingen van de Participatiewet, IOAZ, IOAW en de gemeentelijke verordeningen voldoet, kan het college bepalen geen reintegratievoorzieningen beschikbaar te stellen of lopende re-integratievoorzieningen te beëindigen.

  • 3. Het college kan een voorziening beëindigen indien:

    a. de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt;

    b. de belanghebbende niet meer behoort tot de doelgroep van de verordening;

    c. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.

  • 4. Als een re-integratievoorziening is gestart, dient belanghebbende deze af te ronden. Alleen indien de belanghebbende duurzame arbeid heeft verworven en overleg heeft gehad met de gemeente Bronckhorst, kan hij de re-integratievoorziening voortijdig beëindigen.

  • 5. Het college kan voor de uitvoering van voorzieningen, naast re-integratiebedrijven, afspraken maken met derden, waaronder werkgevers.

Artikel 4 Financiën omtrent re-integratietraject

  • 1. De hoogte van financiële middelen die worden ingezet bij een re-integratietraject, hierin inbegrepen sociale activering, bedragen maximaal € 8.500,00. (Dit is het totale reintegratietrajectbedrag

    exclusief eventuele premies)

  • 2. Het college kan aan een belanghebbende in het kader van een re-integratietraject een bijdrage verstrekken in de directe kosten. (vervoerskosten, kosten en kleding en schoeisel noodzakelijk voor het verrichten van de werkzaamheden binnen het traject).

  • 3. Van het bedrag genoemd onder lid 1 kan in bijzondere gevallen worden afgeweken.

Artikel 5 Participatieplaats

  • 1. Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde een participatieplaats aanbieden als onderdeel van een re-integratietraject.

  • 2. Bij een participatieplaats staat het activeren van de klant voorop en niet direct gerichte arbeidstoeleiding.

  • 3. Het college zet de participatieplaats alleen in, indien door de plaatsing van een uitkeringsgerechtigde de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen onaanvaardbare verdringing plaatsvindt.

  • 4. De voorziening participatieplaats wordt ingezet voor uitkeringsgerechtigde met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en er op termijn mogelijkheden zijn richting regulier werk.

  • 5. De participatieplaats kenmerkt zich door:

    a. werken met behoud van uitkering;

    b. werken bij een publiek/privaat bedrijf of instelling;

    c. kent geen arbeidsovereenkomst en geen loonkostensubsidie;

    d. duurt maximaal 12 maanden. Deze termijn kan met een maximale duur van 12 maanden verlengd worden.

  • 6. De participatieplaats kent de mogelijkheid van toekenning van:

    a. begeleidingskosten ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde aan de werkgever;

    b. vergoeding van scholingskosten ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde;

    c. aanvullende dienstverlening gericht op ondersteuning van werkgever dan wel de uitkeringsgerechtigde, voor zover dit noodzakelijk geacht wordt voor een succesvol traject gericht op arbeidsinschakeling.

    d. een premie voor de uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 10a lid 6 Participatiewet. De hoogte van de premie bedraagt € 360.- per half jaar.

  • 7. Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de participatieplaats door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.

  • 8. Het college betrekt bij de beoordeling bedoelt in lid 7:

    a. het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de participatieplaats uitvoert;

    b. de scholingswens van de belanghebbende.

Artikel 6 Participatievoorzieningen beschut werk

Per kalenderjaar stelt de Gemeente Bronckhorst 1,77 fte aan plekken voor beschut werk beschikbaar aan belanghebbenden in de doelgroep als bedoeld in artikel 9 lid 1 van de Reintegratieverordening.

Artikel 7 Scholing

  • 1. Het college kan een vorm van scholing aanbieden gericht op arbeidsinschakeling.

  • 2. Het college stelt de volgende voorwaarden ten aanzien van scholing:

    a. scholing komt aan de orde, nadat door de belanghebbende een aantoonbare inspanning is verricht tot het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid en deze arbeid ondanks de inspanningen van belanghebbende niet voorhanden is;

    b. scholing is arbeidsmarktrelevant;

  • 3. De volgende scholing is uitgesloten:opleiding en/of scholing waarvoor een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening

  • 4. De goedkoopst adequate scholingsmogelijkheid moet worden benut.

  • 5. Kosten van scholing en kosten die direct gerelateerd zijn aan de toegekende scholing bedragen maximaal € 4.000,- per jaar. De kosten worden direct aan het opleidingsinstituut vergoed. De kosten kunnen ook op declaratiebasis aan het opleidingsinstituut worden

    vergoed.

Hoofdstuk 3 Specifieke doelgroepen

Artikel 8 Niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers

  • 1. Niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers komen in aanmerking voor een voorziening als bedoeld in hoofdstuk drie van de Re-integratieverordening Participatiewet Gemeente Bronckhorst.

  • 2. De hoogte van financiële middelen die worden ingezet bij een re-integratietraject aan de doepgroep genoemd in lid 1 van dit artikel bedraagt maximaal € 3.000,00.

  • 3. Belanghebbenden genoemd in lid 1 van dit artikel hebben geen recht op een voorziening wanneer het netto gezinsinkomen van belanghebbende meer bedraagt dan 1,5 maal het toepasselijke netto wettelijk minimumloon

  • 4. Belanghebbenden genoemd in lid 1 van dit artikel hebben geen recht op een voorziening wanneer het gezinsvermogen van belanghebbende meer bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrenzen als bedoeld in artikel 34, lid 3 Participatiewet.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 10 Onvoorziene situaties

In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist het college.

Artikel 11 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2015 en kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels re-integratie Participatiewet gemeente Bronckhorst”.

  • 2. Op dat tijdstip worden de “Uitvoeringsregel re-integratie”, zoals vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 17 janauri 2012, ingetrokken.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van 18 november 2014,
College van burgemeester en wethouders
secretaris, de burgemeester,
A.H. van Hout H.A.J. Aalderink