Algemene subsidieverordening welzijn gemeente Bladel 2014

Geldend van 28-11-2014 t/m heden

Intitulé

De raad van de gemeente Bladel;

gelezen het voorstel R2014.061 van burgemeester en wethouders van 9 september 2014;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

gelet op artikel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht,

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Algemene subsidieverordening welzijn gemeente Bladel 2014

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bladel;

  • b.

    de raad: de gemeenteraad van de gemeente Bladel;

  • c.

    subsidie: de aanspraak op financiële middelen, verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde diensten of goederen;

  • d.

    begroting: de raming van inkomsten en uitgaven voor een jaar;

  • e.

    subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies krachtens deze verordening;

  • f.

    activiteitenprogramma: het door aanvrager opgestelde programma, waarin de in het betrokken jaar uit te voeren activiteiten wordt vermeld met de doelstelling, de te hanteren methoden en de benodigde personele, materiële en organisatorische middelen;

  • g.

    jaarverslag: het door de instelling vastgesteld inhoudelijk en financieel verslag over een jaar;

  • h.

    beleidskader: het Beleidskader Welzijn, Maatschappelijke Ondersteuning en Zorg, zijnde het door de raad vast te stellen plan als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning;

  • i.

    jaarprogramma: het jaarlijks door het college vast te stellen overzicht van voor subsidie in aanmerking te komen activiteiten.

Artikel 2. Reikwijdte

  • 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, educatie, recreatie, emancipatie, sport, cultuur en kunst, jeugd, ouderen en mensen met een beperking, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen, en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).

  • 2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3. Beleidsregels

Het college kan nadere beleidsregels vastleggen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 4. Vaststelling beleidskader, subsidieplafond en jaarprogramma

  • 1. De raad stelt het beleidskader vast, in beginsel voor een periode van vier jaar. Vaststelling vindt plaats, uiterlijk in de vergadering waarin de begroting van de gemeente wordt vastgesteld voor het eerste jaar waarvoor het beleidskader zal gelden.

  • 2. De raad stelt het subsidieplafond jaarlijks vast, uiterlijk in de vergadering waarin de begroting van de gemeente wordt vastgesteld. De raad kan meerdere subsidieplafonds vaststellen, waarmee een koppeling gelegd wordt tussen een bepaald bedrag en een bepaald beleidsterrein of cluster van activiteiten.

  • 3. Het college stelt, rekening houdend met het beleidskader, het subsidieplafond, en de vastgestelde begroting van de gemeente, het jaarprogramma vast, uiterlijk vier weken na vaststelling van de begroting van de gemeente.

Artikel 5. Aanvraag

  • 1. De aanvraag voor subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij het college.

  • 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager een activiteitenprogramma over.

  • 3. Indien bij een eerdere aanvraag voor dezelfde activiteiten een subsidie hoger dan 500 euro is verstrekt, of indien een subsidie wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 6, tweede lid, dient de aanvrager naast een activiteitenprogramma ook een begroting te overleggen. Deze begroting bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan.

  • 4. Een rechtspersoon die voor de eerste maal een subsidie aanvraagt die per kalenderjaar wordt verstrekt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.

  • 5. In de beleidsregels kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

  • 6. Het college kan bepalen dat andere gegevens moeten worden overlegd die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn, dan die genoemd zijn in het tweede tot en met vijfde lid van dit artikel.

Artikel 6. Aanvraagtermijn

  • 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend tot acht weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 3. In de beleidsregels kunnen andere termijnen worden gesteld.

  • 4. Een instelling die het voornemen heeft om gedurende meerdere jaren dezelfde of in hoofdzaak dezelfde activiteiten uit te voeren, kan volstaan met één subsidieaanvraag voor de gehele looptijd van de subsidieovereenkomst van het beleidskader. De aanvraag moet in dat geval worden ingediend voor 1 mei voorafgaande aan het eerste jaar van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 7. Beslistermijn

  • 1. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, uiterlijk 31 december voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid, binnen acht weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

  • 3. In de beleidsregels kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 8. Weigerings- en intrekkingsgronden

  • 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt.

  • 2. Onverminderd het vorige lid kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:

    • a.

      als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

    • b.

      in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

    • c.

      als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • d.

      als de subsidieverstrekking in strijd is met een wettelijk voorschrift;

    • e.

      als al een gemeentelijke subsidie voor de activiteiten is ontvangen;

    • f.

      als de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan of heeft kunnen beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;

    • g.

      als de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet passen binnen de gemeentelijke beleidsdoelstellingen en het actuele beleidskader.

  • 3. Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Artikel 9. Verantwoording

Bij de verleningsbeschikking wordt vermeld op welke wijze de subsidie-ontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Artikel 10. Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger

  • 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat onverwijld aan het college.

  • 2. Een subsidie-ontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:

    • a.

      beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen;

    • d.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 11. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

  • 1. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.

  • 2. Bij subsidies hoger dan 50.000 euro verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.

Artikel 12. Verantwoording subsidies tot 5.000 euro

Subsidies tot 5.000 euro worden door het college direct vastgesteld.

Artikel 13. Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000 euro

  • 1.

    Indien de subsidieverlening 5.000 euro bedraagt of hoger, maar minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in bij het college:

    • a.

      bij een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar;

    • b.

      bij een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid, uiterlijk dertien weken na het verricht zijn van de activiteiten.

  • 2.

    De aanvraag tot subsidievaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

    • b.

      een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.

    • d.

      Het college kan verlangen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de subsidievaststelling van belang zijn, worden overgelegd. Dit staat vermeld in de beschikking als bedoeld in artikel 9.

  • 3.

    Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, is ingediend, kan het college de subsidie-ontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 14. Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro

  • 1.

    Indien de subsidieverlening 50.000 euro bedraagt of hoger, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in bij het college:

    • a.

      bij een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, waarvoor de subsidie is verleend;

    • b.

      bij een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten.

  • 2.

    De aanvraag tot subsidievaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

    • b.

      een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;

    • d.

      een accountantsverklaring.

    • e.

      Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de subsidievaststelling van belang zijn, worden overgelegd. Dit staat vermeld in de beschikking als bedoeld in artikel 9.

  • 3.

    Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, is ingediend, kan het college de subsidie-ontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 15. Vaststelling subsidies vanaf 5.000 euro

  • 1.

    Bij een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, stelt het college vóór 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft de subsidie definitief vast.

  • 2.

    Bij een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid, stelt het college binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie definitief vast.

  • 3.

    Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 4.

    Indien blijkt dat de verleende subsidie niet, of niet volledig, overeenkomstig haar bestemming is gebruikt, of geheel of gedeeltelijk aan de reserve is toegevoegd, kan het college besluiten tot vaststelling op een ander bedrag dan het bedrag dat vermeld is in de beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 16. Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan deze verordening in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

  • 2.

    Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 17. Slotbepalingen

  • 1.

    De ‘Algemene subsidieverordening welzijn 2008’ wordt ingetrokken.

  • 2.

    Op aanvragen die zijn ingediend voor de datum van vaststelling van deze verordening zijn de bepalingen van de ‘Algemene subsidieverordening welzijn 2008’ van toepassing.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Bladel 2014.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 6 november 2014.
De raad voornoemd,
de griffier,
L.A.J. Dirks
de voorzitter,
mr. A.H.J.M. Swachten