Aansluitverordening riolering Gouda 2015

Geldend van 01-01-2015 t/m heden

Intitulé

De raad van de gemeente Gouda,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.;

gelet op artikelen 149 en 229, eerste lid, onder b van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de volgende verordening: Aansluitverordening riolering Gouda 2015.

artikel 1 definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

afvalwater: alle water waarvan de belanghebbende zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Dit kan bestaan uit hemelwater, vuilwater en/of grondwater;

belanghebbende: degene die krachtens eigendom, bezit of beperkt zakelijk recht het genot heeft van een op de riolering aan te sluiten en/of aangesloten pand en/of perceel.

drukriool: riolering, bestemd voor de afvoer van vuilwater, waarbij het transport van het afvalwater plaatsvindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk;

gemeentelijk deel van de rioolaansluiting: het deel van de rioolaansluiting van de ontstoppingsvoorziening tot het gemeentelijk riool, inclusief de ontstoppingsvoorziening. Bij afwezigheid van een ontstoppingsvoorziening is de gehele rioolaansluiting particulier;

gemeentelijk riool: de riolering die bij de gemeente in eigendom en beheer is en dient voor inzameling en transport van afvalwater, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen en installaties van overeenkomstige aard, met uitzondering van de rioolaansluiting;

gesloten verharding: verharding van een aaneengesloten, onlosmakelijk verbonden materiaal, zoals beton of asfalt;

grond water: al het water dat zich onder de heersende grondwaterstand in de bodem bevindt;

hemelwater: water afkomstig uit neerslag zoals regen, sneeuw en hagel;

instandhouding en deugdelijk beheer: het op hoogte houden van de particuliere rioolaansluiting in geval van zetting van de bodem zodat de rioolaansluiting blijft functioneren en het waterdicht houden van de rioolaansluiting om intreden van grondwater in de leiding en uittreden van afvalwater in de bodem te voorkomen.

lozingstoestel: een op de rioolaansluiting aangesloten voorziening met afvalwaterafvoer in het pand of op het perceel;

ontstoppingsvoorziening: een, in opdracht van de gemeente aangebrachte put of een hulpstuk met deksel van waaruit de werking van de rioolaansluiting kan worden gecontroleerd en waarop de belanghebbende het particuliere deel van de rioolaansluiting dient aan te sluiten;

open verharding: verharding van een aaneengesloten, niet verbonden materiaal, zoals betontegels of straatstenen.

particuliere deel van de rioolaansluiting: het deel van de rioolaansluiting van het (de) pand(en) en/of het (de) perce(e)l(en) tot de ontstoppingsvoorziening of, indien er geen ontstoppingsvoorziening aanwezig is, de gehele rioolaansluiting tot aan het gemeentelijk riool;

rioolaansluiting: deel van de riolering dat de waterdichte verbinding vormt tussen het pand of perceel en het gemeentelijk riool. Dit kan zijn via een verbinding waarop slechts één pand of perceel is aangesloten of via een verbinding van een verzamelaansluiting waarop meerdere panden of percelen zijn aangesloten;

vuilwater: water waarin bezinkbare, opdrijvende en opgeloste verontreinigende en/of schadelijke stoffen aanwezig zijn, dat overwegend afkomstig is van menselijke- en dierlijke stofwisseling, huishoudelijke werkzaamheden of bedrijfsmatige werkzaamheden.

artikel 2toepasbaarheid

De verordening is van toepassing op de aanleg, vervanging, wijziging en het buiten gebruik stellen van rioolaansluitingen, evenals voor het beheer en onderhoud van bestaande rioolaansluitingen.

artikel 3rechten en plichten

  • 1.

    Belanghebbenden kunnen voor het afvoeren van afvalwater gebruik maken van het gemeentelijk riool. Hiervoor is een rioolaansluiting nodig.

  • 2.

    Voor:

    • a)

      het tot stand brengen (de aanleg) van een rioolaansluiting;

    • b)

      het wijzigen van een rioolaansluiting;

is een aanvraag vereist. Belanghebbende maakt hiervoor gebruik van het ‘Aanvraagformulier rioolaansluiting’.

Op basis van de aanvraag stellen burgemeester en wethouders een ontwerp vast van het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting. Het vastgestelde ontwerp vormt het uitgangspunt voor de aanleg van de gehele rioolaansluiting door gemeente en belanghebbende.

  • 3.

    Voor:

    • a)

      het vervangen van een rioolaansluiting waarin nog geen ontstoppingsvoorziening is opgenomen;

    • b)

      het buiten gebruik stellen van een rioolaansluiting;

is een melding vereist. Belanghebbende maakt hiervoor gebruik van het ‘Aanvraagformulier rioolaansluiting’.

  • 4.

    Indien meer dan één rioolaansluiting van een belanghebbende op het gemeentelijk riool tot stand wordt gebracht, alsmede in het geval dat meer dan één rioolaansluiting wordt vervangen, gewijzigd of buiten gebruik wordt gesteld, zijn het tweede en derde lid voor iedere rioolaansluiting afzonderlijk van toepassing.

  • 5.

    Bij aanleg van een rioolaansluiting biedt de belanghebbende het hemelwater en het vuilwater gescheiden aan op de perceelgrens.

  • 6.

    Het is het belanghebbende niet toegestaan om grondwater, dat door lekkages intreedt in de rioolaansluiting, af te voeren naar het gemeentelijk riool.

  • 7.

    Van een onderscheid tussen een gemeentelijk en particulier deel van de rioolaansluiting is alleen sprake bij:

    • a)

      bestaande situaties waarbij fysiek een ontstoppingsvoorziening aanwezig is;

    • b)

      nieuwe situaties waarbij een rioolaansluiting moet worden aangelegd, vervangen of gewijzigd en er een ontstoppingsvoorziening wordt aangebracht.

  • 8.

    De belanghebbende is aan burgemeester en wethouders bij aanleg en wijziging van een rioolaansluiting kosten verschuldigd voor:

    • a)

      het in behandeling nemen van de aanvraag (legeskosten);

    • b)

      het aanleggen of wijzigen van het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting (aanlegkosten bestaande uit kosten van de gemeente, de aannemer, inzet materieel en de benodigde materialen).

  • 9.

    De belanghebbende en de gemeente verplichten elkaar informatie ter beschikking te stellen over de afmetingen en de ligging van de rioolaansluiting en de ontstoppingsvoorziening.

  • 10.

    De gemeente is verantwoordelijk voor de feitelijke aanleg, de instandhouding en het deugdelijke beheer van het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting. Het is belanghebbende niet toegestaan werkzaamheden uit te voeren aan het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting anders dan het realiseren van de aansluiting op de ontstoppingsvoorziening en het via de ontstoppingsvoorziening inspecteren, reinigen of ontstoppen van het particuliere deel van de rioolaansluiting.

  • 11.

    De belanghebbende is verantwoordelijk voor de feitelijke aanleg, de instandhouding en het deugdelijke beheer van het particuliere deel van de rioolaansluiting. In geval meerdere belanghebbenden via één verzamelleiding een rioolaansluiting hebben of wensen, zijn alle belanghebbenden gezamenlijk verantwoordelijk voor de feitelijke aanleg, de instandhouding en het deugdelijke beheer van het particuliere deel van de rioolaansluiting.

  • 12.

    Na schriftelijke vaststelling van het ontwerp van het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting en een akkoord van belanghebbende op de begroting van de aanlegkosten, vindt de aanleg plaats binnen de in onderling tussen burgemeester en wethouders en belanghebbende afgesproken termijn. De belanghebbende legt het particuliere deel van de rioolaansluiting aan en sluit dit aan op de ontstoppingsvoorziening op basis van:

    • a)

      het vastgestelde ontwerp van het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting;

    • b)

      de van toepassing zijnde technische eisen, voorwaarden en uitgangspunten zoals vermeld op het ‘Aanvraagformulier rioolaansluiting’.

  • 13.

    In geval een belanghebbende een eigen rioolaansluiting wordt toegekend, terwijl zijn pand en/of perceel loost via een gezamenlijke rioolaansluiting waarmee meerdere panden en/of percelen op het gemeenteriool zijn aangesloten, blijft de belanghebbende verantwoordelijk voor de instandhouding en het deugdelijke beheer van het gedeelte van de gezamenlijke rioolaansluiting gelegen op zijn perceel tot het moment dat de gezamenlijke rioolaansluiting buiten gebruik kan worden gesteld.

  • 14.

    Belanghebbende is verantwoordelijk voor het juiste gebruik van de gehele rioolaansluiting. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:

    • a)

      het via de rioolaansluiting lozen van stoffen die, vanwege hun aard en samenstelling, de rioolaansluiting of het gemeentelijk riool kunnen verstoppen;

    • b)

      het via de rioolaansluiting lozen van stoffen die, door hun aard of concentratie, de constructie van de rioolaansluiting of het gemeentelijk riool aantasten en/of kunnen deformeren.

  • 15.

    Burgemeester en wethouders zijn gerechtigd om vanuit de ontstoppingsvoorziening een inwendige inspectie uit te voeren van zowel het particuliere deel van de rioolaansluiting als het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting. De belanghebbende is verplicht hieraan medewerking te verlenen en de gemeente toegang te verschaffen tot de ontstoppingsvoorziening. De belanghebbende neemt hierbij tevens lid 19 in acht.

  • 16.

    De belanghebbende neemt het initiatief voor het verhelpen van verstoppingen of gebreken. Als de oorzaak ligt in het niet functioneren van het gemeentelijk deel, stelt de belanghebbende de gemeente hiervan op de hoogte. De gemeente herstelt zo spoedig mogelijk de werking van het gemeentelijk deel. De kosten voor herstel in verband met het niet functioneren van het gemeentelijk deel als gevolg van een onjuist gebruik door de belanghebbende verhaalt de gemeente op de belanghebbende.

  • 17.

    Belanghebbende is gerechtigd om vanuit de ontstoppingsvoorziening een inwendige inspectie uit te voeren van het particuliere deel van de rioolaansluiting. In geval van een verstopping in het particuliere deel van de rioolaansluiting is belanghebbende gerechtigd om vanuit de ontstoppingsvoorziening de verstopping te verhelpen. Bij genoemde gevallen ziet de belanghebbende er op toe dat de ontstoppingsvoorziening niet wordt beschadigd en na uitvoering van de werkzaamheden weer volledig met het deksel wordt afgesloten. Als de ontstoppingsvoorziening gelegen is op gemeentelijk grondgebied neemt belanghebbende het bepaalde in de leden 18 en 20 in acht.

  • 18.

    Voor werkzaamheden in gemeentelijk grondgebied aan het particuliere deel van de rioolaansluiting, evenals voor een inspectie in de ontstoppingsvoorziening is voorafgaande aan de werkzaamheden een melding bij burgemeester en wethouders verplicht. Belanghebbende meldt de werkzaamheden minimaal drie weken voor de uitvoering daarvan. In geval van calamiteiten kan worden volstaan met een melding op het moment dat de calamiteit zich voordoet.

  • 19.

    Indien de ontstoppingsvoorziening ligt op particulier gebied mag de belanghebbende de toegankelijkheid van de ontstoppingsvoorziening niet belemmeren. Ontstoppingsvoorzieningen moeten altijd bereikbaar zijn. De belanghebbende is hiervoor verantwoordelijk. De bovenzijde van de ontstoppingsvoorziening moet daarom altijd vrij zijn van gesloten verharding, struiken, bomen en andere belemmerende obstakels.

  • 20.

    Voor de werkzaamheden in gemeentelijk grondgebied zijn de ‘Standaard Voorwaarden Graafwerkzaamheden’ van de gemeente Gouda van toepassing. Onder ‘eigenaar’ dient daarbij de in deze verordening bedoelde belanghebbende te worden verstaan.

artikel 4 aanleg of wijziging van een rioolaansluiting

1.De belanghebbende dient bij burgemeester en wethouders een aanvraag in, conform artikel 3, lid 2a of 2b.

Een aanvraag wordt in behandeling genomen als:

  • a)

    het ‘Aanvraagformulier rioolaansluiting’ volledig en naar waarheid is ingevuld;

  • b)

    in de situatie van nieuw- en/of verbouw van een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk de belanghebbende beschikt over een omgevingsvergunning met de activiteit ‘bouwen’ en/of ‘strijdig gebruiken’, krachtens artikel 2.1 lid 1a en/of artikel 2.1 lid 1c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • c)

    belanghebbende beschikt over een eventueel krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer benodigde vergunning;

  • d)

    de aanvrager de verschuldigde legeskosten voldaan heeft.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen de belanghebbende, voor de behandeling van de aanvraag, verplichten tot het leveren van aanvullende informatie.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan het ontwerp en uitvoering van de rioolaansluiting op basis van de volgende gronden:

  • a)

    technische redenen;

  • b)

    de openbare orde;

  • c)

    het voorkomen of beperken van schade of overlast;

  • d)

    de bruikbaarheid van de openbare gronden;

  • e)

    het veilig en doelmatig gebruik van de openbare gronden;

  • f)

    het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare gronden;

  • g)

    de bescherming van het uiterlijke aanzien van de omgeving;

  • h)

    de bescherming van groenvoorzieningen;

  • i)

    de verkeersveiligheid en/of doorstroming van het verkeer;

  • j)

    andere meldingen en geplande werkzaamheden aan en in openbare gronden.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders wijzen de aanvraag voor een rioolaansluiting af of laten deze buiten behandeling als:

  • a)

    niet wordt voldaan aan een of meerdere voorwaarden zoals gesteld in leden 1 tot en met 3, of als de belanghebbende onvoldoende informatie levert om de aanvraag te kunnen beoordelen;

  • b)

    aansluiting van de rioolaansluiting op het gemeentelijk riool of wijziging van die aansluiting om technische, juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.

Aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk als:

    • 1.

      de gevraagde afvoercapaciteit van de aan te sluiten rioolaansluiting te groot is voor het aanwezige gemeentelijk riool;

    • 2.

      de rioolaansluiting op een drukriool onder verhoogde atmosferische druk moet plaatsvinden, maar de opgegeven druk onvoldoende is;

    • 3.

      de rioolaansluiting onder vrij verval moet worden aangelegd maar de rioolaansluiting niet onder vrij verval (minimaal 1 cm/m) kan worden aangelegd en aangesloten op het gemeentelijk riool;

    • 4.

      het afvalwater dat naar het drukriool wordt afgevoerd ook hemelwater en/of grondwater bevat;

    • 5.

      het laagste punt van het afvoergat van een lozingstoestel lager is gelegen dan 750 mm boven het gehanteerde polderpeil, zonder dat wordt aangesloten via een pompinstallatie die is voorzien van een terugslagklep of balkeerklep;

  • c)

    de aanvraag betrekking heeft op een afvoerleiding voor niet verontreinigd drainagewater, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater of bodem kan worden aangesloten;

  • d)

    de aanvraag betrekking heeft op een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater of bodem kan worden aangesloten of als dit bronneringswater door middel van retourbemaling kan worden afgevoerd;

  • e)

    de aanvraag betrekking heeft op een afvoerleiding voor industrieel afvalwater of afvalwater vanuit een horecagelegenheid die niet is voorzien van een olie-/zandafscheidingsput c.q. een vetvangput;

  • f)

    bij gebruik van de rioolaansluiting instroming van grondwater in het gemeentelijk riool kan optreden.

  • 5.

    Indien het ontwerp van de rioolaansluiting (technisch) uitvoerbaar is op grond van lid 3 en de aanvraagde rioolaansluiting niet wordt afgewezen of buiten behandeling gelaten op grond van lid 4, legt de gemeente het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting aan op basis van het vastgestelde ontwerp.

  • 6.

    Bij aanleg of wijziging van rioolaansluitingen, waarbij het gemeentelijk riool gelegen is in gemeentelijk grondgebied, wordt de ontstoppingsvoorziening gesitueerd binnen ca. één meter van de perceelsgrens op particulier grondgebied of, indien de gevel van het aan te sluiten pand direct grenst aan het gemeentelijk grondgebied, binnen ca. één meter van de perceelsgrens op gemeentelijk grondgebied.

  • 7.

    Bij aanleg of wijziging van rioolaansluitingen, waarbij het gemeentelijk riool in particulier grondgebied ligt, wordt de ontstoppingsvoorziening gesitueerd bovenop het gemeentelijk riool.

  • 8.

    Na aanleg van het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting legt de belanghebbende het particuliere deel van de rioolaansluiting aan waarbij de aansluiting op de ontstoppingsvoorziening op ordentelijke wijze geschiedt.

artikel 5 beheer en vervanging van een rioolaansluiting

  • 1.

    De belanghebbende is vrij om, vanuit beheeroogpunt, het particuliere deel van de rioolaansluiting te vervangen met inachtneming van artikel 3, lid 12. Bij vervanging ziet de belanghebbende er op toe dat de ontstoppingsvoorziening niet wordt beschadigd en het particuliere deel ordentelijk op de ontstoppingsvoorziening wordt aangesloten. Als de ontstoppingsvoorziening op gemeentelijk grondgebied ligt neemt de belanghebbende artikel 3 leden 18 en 20 in acht.

  • 2.

    In gevallen waarbij (nog) geen ontstoppingsvoorziening in de rioolaansluiting aanwezig is, gaat de gemeente over tot het aanbrengen van een ontstoppingsvoorziening op het moment dat de rioolaansluiting door belanghebbende wordt vervangen. In die gevallen doet de belanghebbende een melding bij de gemeente conform artikel 3, lid 3a. De gemeente legt op haar kosten het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting aan en de belanghebbende legt op zijn kosten het particuliere deel van de rioolaansluiting aan.

  • 3.

    Het staat burgemeester en wethouders vrij om, vanuit beheeroogpunt, het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting te vervangen. Bij vervanging wordt de ontstoppingsvoorziening door de gemeente weer op de oorspronkelijke hoogte gesteld.

artikel 6 buiten gebruik stellen van een rioolaansluiting

  • 1.

    De belanghebbende doet bij de gemeente een melding conform artikel 3, lid 3b.

  • 2.

    Als een rioolaansluiting buiten gebruik is geraakt koppelt de gemeente ter plaatse van de ontstoppingsvoorziening de particuliere rioolaansluiting af en verwijdert zij het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting of sluit zij deze water- en gronddicht af.

  • 3.

    De belanghebbende verwijdert het particuliere deel van de rioolaansluiting.

artikel 7strafbepaling

  • 1.

    Het is anderen dan de gemeente of anderen dan derden in opdracht van de gemeente verboden werkzaamheden te verrichten aan het gemeentelijk riool en/of het gemeentelijk deel van de rioolaansluiting.

  • 2.

    Overtreding van het in lid 1 bepaalde wordt bestraft met een geldboete van de tweede categorie.

artikel 8 toezicht op naleving

Met het toezicht op de naleving van deze verordening, evenals met de opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten, zijn - behalve de in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde ambtenaren - de door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen ambtenaren belast.

artikel 9intrekking oude verordening

De Aansluitverordening riolering Gouda, datum inwerkingtreding 1 januari 2006, wordt ingetrokken.

artikel 10overgangsrecht

Een vastgesteld ontwerp dat onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening van kracht is, wordt gelijkgesteld met een vastgesteld ontwerp als bedoeld in artikel 3, lid 2.

artikel 11inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op die van haar bekendmaking.

artikel 12citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Aansluitverordening riolering Gouda 2015.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda in de openbare vergadering van 17 december 2014.

De raad van de gemeente voornoemd,

, voorzitter

, griffier