Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor het Kernwinkelgebied in de Binnenstad van de gemeente Dordrecht

Geldend van 01-01-2020 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor het Kernwinkelgebied in de Binnenstad van de gemeente Dordrecht

De RAAD van de gemeente Dordrecht;

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 9 december 2014, kenmerk SO/1331122;

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de navolgende

Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor het Kernwinkelgebied in de Binnenstad van de gemeente Dordrecht

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;

  • b.

    onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ);

  • c.

    jaar: een kalenderjaar;

  • d.

    openbare weg, zoals bedoeld in, hoofdstuk II van de Wegenwet;

  • e.

    openbare aankondiging: alle tot het publiek gerichte mededelingen welke erop gericht zijn de belangstelling van het publiek te trekken van hetgeen wordt aangekondigd;

  • f.

    niet-woning: een onroerende zaak die niet tot woning dient, conform artikel 17 lid 3 van de Wet WOZ.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de titel "reclamebelasting" wordt, onder de bij deze verordening gestelde voorwaarden, binnen het gebied als bedoeld in artikel 2 bij onroerende zaken zijnde niet-woningen een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.

  • 2.

    Deze verordening is van toepassing binnen het afgebakende gebied van de gemeente Dordrecht zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart "Kernwinkelgebied". Dit gebied wordt begrensd door: Voorstraat West, Grote Spuistraat, Voorstraat Midden, Voorstraat Augustijn, Vriesestraat, Scheffersplein, Kolfstraat, Visstraat, Statenplein, Sarisgang, Statenplaats, Nieuwstraat, Achterom, Bagijnhof en de Johan de Wittstraat tot aan de Spuihaven.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak zijnde een niet-woning, waarop en waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen.

  • 2.

    Indien geen gebruiker voor het WOZ-object niet-woning is geregistreerd en waarop en waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen, wordt de verschuldigde belasting geheven van de eigenaar van het WOZ-object niet-woning.

Artikel 4 Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen:

  • a.

    die korter dan 13 weken aanwezig zijn;

  • b.

    die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt;

  • c.

    die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;

  • d.

    die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen;

  • e.

    aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of het centrummanagement;

  • f.

    aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;

  • g.

    die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen;

  • h.

    die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde artikelen en producten in een etalage of in de winkel;

  • i.

    bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak;

  • j.

    aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak op basis van de waarde zoals bepaald op grond van Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).

  • 2.

    Het belastingbedrag bedraagt bij een WOZ-waarde tot en met € 300.000,--: € 250,--.

  • 3.

    Het belastingbedrag bedraagt bij een WOZ-waarde van € 300.001,-- tot en met € 800.000,--: € 365,--.

  • 4.

    Het belastingbedrag bedraagt bij een WOZ-waarde van meer dan € 800.000,--: € 500,--.

  • 5.

    Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar wordt verminderd, wordt de aanslag reclamebelasting ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.

  • 2.

    Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 7 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, waarbij de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Kwijtschelding

Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en invordering van de reclamebelasting.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Reclamebelasting Kernwinkelgebied Dordrecht".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2014.
De griffier, De voorzitter,
M. van Hall A.A.M. Brok

Bijlage Heffingsgebied

Heffingsgebied