Nota Landschapsbeleidsplan Natuurlijk van nature 2009-2024

Geldend van 17-07-2010 t/m heden

Intitulé

Nota Landschapsbeleidsplan Natuurlijk van nature 2009-2024

De raad van de gemeente Bladel;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 oktober 2009;

besluit:

het Landschapsbeleidsplan “Natuurlijk van nature” vast te stellen in overeenstemming met het bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte ontwerp, echter met inbegrip van de tekstwijziging voortvloeiende uit het aangenomen amendement van de raadsfractie GL, te weten: in hoofdstuk 4, paragraaf 4.5 “Oude Akkers” wordt in de in het kader opgenomen tekst ten aanzien van de streefsituatie in de eerste zin na het woord “akkercomplexen” de navolgende tekst ingevoegd:

 , te beschouwen met inbegrip van aan- en/of tussengelegen historische akkerwegen en bermen,

1 Inleiding

Gemeente Bladel maakt werk van behoud en versterking van het landschap en de natuurlijke waarden in Bladel. Een Landschapsbeleidsplan is hierbij een onmisbaar instrument.

1.1 Aanleiding

De aanleiding voor het ontwikkelen van een nieuw Landschapsbeleidsplan voor de gemeente Bladel is tweeledig:

- Het vorige Landschapsbeleidsplan dateert uit 1999. Er hebben zich sinds 1998 in de provincie Noord-Brabant vele ontwikkelingen voorgedaan en het is mede daarom de wens van de gemeente Bladel om het vorige Landschapsbeleidsplan te actualiseren.

- Onlangs is de strategische Toekomstvisie "Leven in Bladel is samen toekomst maken" gereed gekomen. Deze toekomstvisie fungeert als parasol voor al het andere beleid van de gemeente Bladel. Door het maken van het nieuwe Landschapsbeleidsplan gelijk te laten oplopen met de ontwikkeling van de Toekomstvisie hebben landschap en natuur een duidelijke plaats in de Toekomstvisie gekregen.

1.2 Doel

In het Landschapsbeleidsplan wordt de gemeentelijke visie op het landschap en de natuur verwoord. Aangezien zowel landschaps- als natuurbeheer gebaat is met beheer dat over een langere periode hetzelfde is, blijft het beleid uit het Landschapsbeleidsplan uit 1999 nagenoeg ongewijzigd. Wel is het gemeentelijke landschapsbeleid aangepast op basis van veranderingen in het beleid van hogere overheden en wijzigingen in de wet- en regelgeving.

De doelen van het Landschapsbeleidsplan zijn:

• Het aangeven van de relatie tussen het gemeentelijke landschapsbeleid en de diverse ruimtelijke ontwikkelingen, zoals vastgelegd in het beleid van hogere overheden.

• Het verwoorden van de visie van de gemeente op het behoud en de ontwikkeling van natuur en landschap.

• Het creëren van draagvlak voor landschaps­en natuurbeleid.

• Het geven van een kader voor het beheer en onderhoud van bestaande landschapselementen in gemeentelijk eigendom.

• Het stimuleren van het beheer van bestaande en de aanleg van nieuwe landschapselementen.

 

Het Landschapsbeleidsplan bestrijkt een periode van ongeveer 10 tot 15 jaar.

1.3 Positie Landschapsbeleidsplan

Het Landschapsbeleidsplan is niet het enige gemeentelijke plan dat op strategisch niveau uitspraken bevat over landschap en natuur in de gemeente Bladel. Het verschil met de andere strategische beleidsplannen is dat in het Landschapsbeleidsplan het hoger beleid (Europa, Rijk en provincie) en beleid van andere terreinbeheerders (Waterschap, Brabants Landschap e.a.) met elkaar in verband wordt gebracht waardoor inzichtelijk wordt waar de gemeente Bladel met haar eigen landschaps- en natuurbeleid het meeste effect sorteert. Het Landschapsbeleidsplan op zijn beurt vormt een kader waarbinnen tactische- en operationele beleids- en beheerplannen ontwikkeld kunnen worden. In het onderstaande schema wordt de relatie tussen het Landschapsbeleidsplan en andere relevante plannen weergegeven.

1.4 Afbakening

Het Landschapsbeleidsplan omvat het gehele buitengebied van de gemeente Bladel. De kernen (Bladel, Casteren, Hapert, Hoogeloon en Netersel), de bedrijventerreinen en de locatie waar het Kempisch Bedrijvenpark wordt ontwikkeld, vallen buiten dit plan hoewel de overgangen tussen de bebouwde kom en het buitengebied een aandachtspunt zijn.

Het Landschapsbeleidsplan omvat ook de gebieden die door andere terreinbeheerders dan de gemeente zelf worden beheerd. In de meeste gevallen sluiten de beleidsdoelen van de andere terreinbeheerders naadloos aan op die van de gemeente Bladel. De volgende organisaties hebben grotere en kleinere openbare gebieden binnen de gemeentegrenzen in beheer:

• Staatsbosbeheer 

• Stichting Brabants Landschap 

• Natuurmonumenten 

• Waterschap De Dommel 

• Overige particulieren 

1.5 Leeswijzer

Het Landschapsbeleidsplan is opgedeeld in twee aparte delen:

• een beleidsdeel

• een beheerdeel

 

Dit rapport bevat het beleidsdeel van het Landschapsbeleidsplan en is opgebouwd uit zes hoofdstukken.

• Hoofdstuk 1 is een inleidend hoofdstuk waarin onder andere de doelstellingen van het Landschapsbeleidsplan zijn opgenomen.

• Hoofdstuk 2 bevat een inventarisatie van het hogere en flankerende beleid dat relevant is voor het landschapsbeleid van de gemeente Bladel zelf.

• De hoofdstukken 3, 4 en 5 bevatten het gemeentelijke landschaps­en natuurbeleid. Voor de leesbaarheid en een goed begrip is het gemeentelijk beleid als het ware uiteengerafeld in onderdelen. In hoofdstuk 3 gaat het om de meer algemene beleidonderdelen als biodiversiteit, compensatie en recreatie. In hoofdstuk 4 gaat het om het beleid per landschapseenheid zoals Natuurparels, Ecologische Verbindingszones en Oude akkers en in hoofdstuk 5 is het onderdeel Kleine Landschapselementen uitgediept. In de drie beleidshoofdstukken is de te bereiken 'streefsituatie' of zijn de 'uitgangspunten' in een kader gezet en voorzien van een toelichting. Waar mogelijk mondt het beleid uit in een aantal gewenste ontwikkelingen.

• Hoofdstuk 6 bevat een korte weergave van de projecten en activiteiten die als uitwerking van het vorig Landschapsbeleidsplan zijn uitgewerkt.

 

Het beheerdeel van het Landschapsbeleidsplan takt aan op het laatste hoofdstuk uit het beleidsdeel. Het beheerdeel bevat vier hoofdstukken: een inleiding, een uitwerking in projecten, een uitwerking in de vorm van een beheervisie op de kleine landschapselementen en hoofdstuk over de realisatie en financiële consequenties.

2 Beleidsinventarisatie

Het landschapsbeleid van Bladel kan niet los worden gezien van beleid van hogere overheden (Europa, Rijk, provincie), beleid van andere terreinbeheerders (Waterschap De Dommel, Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten), beleid van aangrenzende gemeenten (Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden) en hoger beleid en

flankerend beleid van de gemeente Bladel zelf. De rol van de gemeente Bladel bestaat vooral uit het uitwerken en uitvoeren van het hogere beleid, het participeren in het beleid van andere terreinbeheerders, het stroomlijnen van het gemeentelijke beleid met het beleid van buurgemeenten en het intern afstemmen van het beleid binnen de

eigen gemeente.

2.1 Europa

2.1.1 Natura 2000

Natura 2000 is het Europese netwerk van natuurgebieden, waarin natuurbescherming centraal staat. Dit netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn uit 1979 en Habitatrichtlijn uit 1992. Eenmaal aangewezen gebieden blijven in principe voor altijd als natuurgebied voortbestaan. Het netwerk dient in 2010 voltooid te zijn. Ook moeten dan de beheerdoelen voor al deze gebieden geformuleerd zijn, zodat de uitvoering kan starten. 

Binnen het reconstructiegebied Beerze-Reusel (waarin Bladel ligt) is voor de

volgende gebieden de aanwijzing tot Natura 2000-gebied in procedure:

• Regte Heide en Riels Laag.

• Kempenland-West.

Het gebied Kempenland-West ligt voor een deel op Bladels grondgebied. Ook Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, Rijkswaterstaat en particulieren beheren terreinen in dit gebied. De provincie Noord-Brabant is bezig met het ontwikkelen van een beheerplan voor Kempenland-West (zie paragraaf 2.3).

2.1.2 Kaderrichtlijn Water

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is sinds eind 2000 van kracht. De KRW ziet erop toe dat de kwaliteit van het oppervlakte­en grondwater in Europa in 2015 op orde is. Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water zijn nauw met elkaar verbonden. Alle Natura 2000­gebieden liggen namelijk in één van de vier zogenoemde 'stroomgebieden' van de KRW. Provincie Noord­Brabant ligt in het stroomgebied Maas. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van rijk, provincies, Rijkswaterstaat, waterschappen en gemeenten om de doelen vast te stellen om ervoor te zorgen dat de waterkwaliteit in een stroomgebied voldoet aan de Europese eisen. Tevens moeten zij vaststellen welke maatregelen zij willen uitvoeren om deze doelen te bereiken. Hiervoor moet een stroomgebiedsbeheersplan (SGBP) worden opgesteld. Natura 2000­gebieden moeten in principe in 2015 aan alle KRW­doelen voldoen. Waterkwaliteitseisen ­aanvullend op de KRW doelen ­die noodzakelijk zijn voor het bereiken van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen, moeten worden opgenomen in het stroomgebieds­beheerplan, samen met de maatregelen en termijnen voor de realisatie.

2.1.3 Countdown 2010

In 2001 hebben de Europese landen afgesproken om het biodiversiteitverlies in 2010 te stoppen. Om mee te helpen deze doelstelling te behalen, is in 2004 de Europese Countdown 2010 campagne gestart. In 2005 hebben de Ministeries van LNV, VROM, de provincie Brabant, het IUCN Nederlands Comité en het European Centre for Nature Conservation afgesproken samen te werken in het kader van de Europese Countdown

2010 Campagne. In 2008 heeft de gemeente Bladel de Countdown 2010 verklaring ondertekend en daarmee aangegeven actief te willen meewerken om het verlies aan biodiversiteit te stoppen.

2.2 Rijk

2.2.1 Nota Natuur, Bos en Landschap in de 21e eeuw

In 2000 is de Nota Natuur, Bos en Landschap in de 21e eeuw uitgekomen. Het is een actualisering van het Natuurbeleidsplan uit 1990, waarin een begin is gemaakt met de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in Nederland. De EHS is een netwerk van gebieden waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. De EHS vormt de ruggengraat van de Nederlandse natuur.

2.2.2 Nota Ruimte

De Nota Ruimte (2006) zegt dat het ruimtelijk beleid beter moet gaan voldoen aan maatschappelijk wensen en sneller uitgevoerd moet worden. Het kabinet schept ruimte voor ontwikkeling van het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet' en verschuift het accent van het stellen van ruimtelijke beperkingen naar het stimuleren van maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. De Nota Ruimte ondersteunt gebiedsgerichte ontwikkeling waarin alle betrokken partijen kunnen participeren.

Concreet wordt in de Nota Ruimte onder andere geconstateerd dat de huidige Ecologische Hoofdstructuur (EHS) te versnipperd is en onvoldoende samenhangt om als een echt robuust ecologisch systeem te kunnen functioneren. Om de EHS te versterken dienen zogenaamde 'Robuuste Verbindingen' te worden gerealiseerd. De belangrijkste functie van deze verbindingen is natuur maar daarnaast kunnen ze bijdragen aan het versterken van de landschappelijke kwaliteit, cultuurhistorische identiteit, duurzaam waterbeheer en betere toeristisch­recreatieve mogelijkheden. Het streven is om in 2018 alle twaalf Robuuste Verbindingen te hebben gerealiseerd.

2.2.3 Agenda Landschap

Met de Agenda Landschap (2009) heeft de rijksoverheid een nieuwe weg ingeslagen in het landschapsbeleid. Met de Agenda Landschap streeft zij naar een mooi en gevarieerd landschap waarin mensen hun activiteiten kunnen ontplooien. Hiertoe zijn drie opgaven beschreven die daaraan richting kunnen geven:

• Zorgvuldig omgaan met de ruimte. Dat vraagt om het maken van integrale keuzes, bundelen van wonen en werken en het open en groen houden van het landschap.

• Mensen en bedrijven betrekken bij het landschap. Iedereen mag meedoen, meedenken en meebetalen.

• Tot stand brengen van een duurzame financiering van landschapsinrichting en ­beheer. Daarbij wordt ingezet op landschappelijk verantwoord ondernemen. Een nieuw subsidiestelsel voor natuur­en landschapsbeheer is hiervoor één van de instrumenten.

2.3 Provincie Noord-Brabant

2.3.1 Buitengebied in ontwikkeling

In het kader van de revitalisering van het landelijk gebied heeft de provincie de nota Buitengebied in ontwikkeling (BiO)(2004) gemaakt. Het doel van de nota is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied en het verhogen van landschappelijke waarden. De provincie wil verruimde mogelijkheden geven voor nieuwe ontwikkelingen die betrekking kunnen hebben op agrarische en agrarisch verwante functies, nevenactiviteiten en verbrede landbouw. Ook wordt ruimte geboden voor niet agrarische activiteiten zoals wonen, andere vormen van bedrijvigheid, recreatie, dienstverlening en zorg. Voor alle nieuwe activiteiten geldt dat ze moeten passen in de aard, schaal en het karakter van het landelijk gebied. Voorwaarden voor de verruiming van de mogelijkheden zijn dat de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verbetert en dat er een gebiedsvisie wordt opgesteld als aanvullend kader. Gemeente Bladel heeft gebiedsvisies voor bebouwingsconcentraties in het buitengebied en voor het toeristisch­recreatief gebied Bladel (zie paragraaf 2.5).

2.3.2 Reconstructieplan Beerze-Reusel

Het reconstructieplan Beerze Reusel (2005) geeft vanuit een integrale visie aan hoe het landelijke gebied van Beerze Reusel zich de komende 12 jaar moet gaan ontwikkelen. Het gebied Beerze Reusel omvat de gemeenten Goirle, Hilvarenbeek, Oisterwijk (Moergestel), Oirschot, Eersel, Bladel en Reusel­De Mierden. Het Reconstructieplan gaat uit van een integrale zonering van het gehele buitengebied waarbij drie typen gebieden worden onderscheiden:

• Extensiveringsgebieden. Dit zijn de gebieden in en rondom natuurgebieden en rondom kernen en bebouwingsclusters. In deze gebieden is vergroting van een bouwblok, hervestiging of nieuwvestiging van intensieve veehouderij niet meer mogelijk. Voor de langere termijn is het de bedoeling dat de intensieve veehouderijen hier verdwijnen vanwege de nadelige effecten op natuur (ammoniakuitstoot) en woongebieden (stankoverlast).

• Verwevingsgebieden. Dit zijn de gebieden waar sprake is van vermenging van functies zoals landbouw, wonen, natuur, landschap en recreatie en toerisme. In een verwevingsgebied is hervestiging of uitbreiding van de intensieve veehouderij mogelijk als de omgeving dit toelaat. Nieuwvestiging is niet mogelijk. Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG's).Dit zijn de gebieden met een overwegend agrarische functie. Het accent komt hier wat meer te liggen op de intensieve veehouderij. Deze sector mag hier uitbreiden, hervestigen en nieuwvestigen. Een LOG draagt er toe bij dat de overlast van intensieve veehouderijen, die nu op ongunstige locaties zijn gelegen, zal afnemen. Het betreft hier te verplaatsen bedrijven vanuit de randen rondom natuurgebieden en kernen. Op het grondgebied van de gemeente Bladel liggen (gedeeltelijk) twee landbouwontwikkelingsgebieden: Broekens eind/Duizel­Noord (op de grens van Bladel met Eersel) en Hulsel­Bladel (op de grens van Bladel met Reusel­De Mierden). Het is de taak van gemeenten om de LOG's planmatig aan te pakken door het opstellen van een landbouwontwikkelingsplan en beeldkwaliteitsplan. De gemeente Bladel beschikt over een landbouwontwikkelingsplan en concept­beeldkwaliteitsplan voor beide gebieden. Er dient nog een vertaalslag plaats te vinden in inrichtingsplannen

2.3.3 Brabant in Ontwikkeling, Interimstructuurvisie Noord-Brabant

De Interimstructuurvisie Noord­Brabant (2008) bevat in hoofdzaak bestaand ruimtelijk beleid zoals opgenomen in "Brabant in balans. Streekplan Noord­Brabant 2002". De hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid zijn geformuleerd aan de hand van vijf leidende principes:

• Meer aandacht voor de onderste lagen.

• Zuinig ruimtegebruik.

• Concentratie van de verstedelijking.

• Zonering van het buitengebied.

• Grensoverschrijdend denken en handelen.

Op de kaart "Ruimtelijke Hoofdstructuur" is het grondgebied van de provincie opgedeeld in de Groene Hoofdstructuur (GHS) en de Agrarische Hoofdstructuur (AHS).

Daarnaast zijn nog 12 Regionale Landschapseenheden (RLNE) aangeduid. De GHS en AHS zijn onderverdeeld.

De Interimstructuurvisie bevat naast een visiedeel ook een uitvoeringsagenda waarin is aangegeven hoe men de omschreven doelen vanaf 2008 wil gaan bereiken.De Interimstructuurvisie wordt binnenkort vervangen door de Structuurvisie RO. Deze bevindt zich op dit moment in het stadium van Voorontwerp.

2.3.4 Paraplunota Ruimtelijke Ordening

De Paraplunota Ruimtelijke Ordening (2008) bestaat uit beleidsregels die een nadere uitwerking vormen van het beleid uit de Interimstructuurvisie. De nota vormt daarnaast de basis voor het inzetten van instrumenten zoals (regionale) uitwerkings­, reconstructie­en gebiedsplannen en voor instrumenten als "Beleidsbrief rood met groenkoppeling", Beleidsnota ecologische bouwstenen" en "Beleidsregel natuurcompensatie".

De plankaart behorende bij de Paraplunota betreft de kaart "Zonering van het buitengebied". Ten behoeve van het Landschapsbeleidsplan Bladel zijn de volgende gebieden van belang:

• De landbouwontwikkelingsgebieden (LOP's) Hulsel­Bladel en Broekens eind/Duizel­Noord.

• De Regionale Natuur­en Landschapseenheden (RNLE­en): Kempische grensbossen en Kempische landgoederen.

• De vier (Natte) Natuurparels: Neterselsche Heide, Kroonvensche Heide, Cartierheide, Groote Beerze/Aa of Goorloop die voor een deel in de RNLE­en liggen.

• De Robuuste Verbinding die gekoppeld is aan de Groote Beerze, Aa of Goorloop en Dalemstroompje en die de drie RNLE­en met elkaar moet verbinden.

• De ecologische verbindingszones (Kleine Beerze, Wagenbroeks Loopje, Raamsloop en de droge ecologische verbindingszones). Regionaal waterbergingsgebied rondom Groote Beerze en Aa of Goorloop en reserveringsgebieden waterberging rondom Raamsloop en Kleine Beerze.

2.3.5 Ontwerp-structuurvisie Robuuste Verbinding De Beerze

Voortvloeiend uit de Interimstructuurvisie heeft de provincie Noord­Brabant een Ontwerp­structuurvisie opgesteld om de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) tussen de Dommel en de Belgische grens te versterken door het realiseren van een Robuuste Verbinding (REV) langs De Beerze. Deze Ontwerp­structuurvisie (2009) gaat in op de aanpassingen die nodig zijn aan de Beerze en haar stroomgebied om de karakteristieken in het landschap en de samenhang tussen cultuur en natuur weer in ere te herstellen. In de Structuurvisie is een schetsontwerp (het "Toekomstperspectief") voor De Beerze opgenomen dat is uitgewerkt in drie thema's:

• De Beerze leeft.

• De Beerze werkt.

• De Beerze bruist.

Met 'De Beerze' wordt bedoeld het stroomgebied van De Beerze, dat van zuid naar noord wordt gevormd door een stelsel van diverse kleine beken: Aa of Goorloop, Dalemstroompje, Kleine Beerze, Groote Beerze en Essche Stroom.

Voor de realisatie van de Robuuste Verbinding (REV) zijn 12 deelprojecten

onderscheiden. Voor gemeente Bladel zijn de volgende deelprojecten van

belang:

• Deelgebied 09. Groote Beerze (traject Westelbeers - Baest)

• Deelgebied 10. Groote Beerze (traject Moerasbos - Grijze Steen)

• Deelgebied 11. Aa of Goorloop en Dalemstroompje

• Deelgebied 11a. Waterpark Groote Beerze

• Deelgebied 11b. Natuurpark Groote Beerze

• Deelgebied 12. Kleine Beerze

De Beerze ontspringt op de arme zandgronden van het Kempisch Plateau (podzolgronden) als de kleine beekjes Aa of Goorloop, het Dalemstroompje en de Kleine Beerze. De Aa of Goorloop en het Dalemstroompje stromen samen tussen Hapert en Bladel en vormen zo de Groote Beerze. De stroompjes banen zich een weg tussen de diverse hogere dekzandruggen (podzolgronden en stuifzanden) in de natuurlijke laagsten, de beekdalen (voornamelijk beekeerdgronden). Op de flanken van de dekzandruggen liggen eeuwenlang door de mens sterk opgehoogde akkercomplexen (enkeerdgronden) met daarbij de bewoningskernen.

Het stroomgebied helt af van ruim 30 m +NAP aan de grens tot circa 3 m +NAP bij de plaats waar de Beerze, dan inmiddels Essche Stroom genaamd,

samenvloeit met de Dommel.

Uit: De Atlas van De Beerze - De Beerze in Beeld

2.3.6 Inrichtingsplan Groote Beerze (deelgebied 10)

Het inrichtingsplan voor deelgebied 10 van REV De Beerze dateert van 2005. Het gaat om het gebied tussen het Moerasbos van RWZI Hapert en het natuurgebied Grijze Steen in de gemeente Bladel. Dit traject van de Groote Beerze is nog sterk gekanaliseerd. In het inrichtingsplan is, in overleg met belanghebbende partijen in het gebied, voorgesteld om de beek weer de ruimte te geven. Het plan voorziet in een smalle beek die vrij door een breed beekdal meandert en 's winters buiten haar oevers kan treden.

2.3.7 Beheerplan Kempenland-West

Natura 2000-gebied Kempenland-West omvat restanten van het eertijds uitgestrekte heidelandschap in Midden-Brabant. Van west naar oost gaat het om de Rovertse Heide en het ven Papschot, een aaneengesloten gebied vanaf de Reusel bij de landgoederen Wellenseind en De Utrecht via de Mispeleindsche en Neterselsche Heide tot en met de Landschotsche Heide, en ten slotte het Klein en Groot Meer bij Vessem. De terreinen zijn van belang vanwege de natte en droge heide met daarin een aantal vennen.

Tussen de heideterreinen stromen de laaglandbeken Reusel, Groote Beerze en Kleine Beerze, waarvan grote delen van de middenlopen eveneens tot het Natura 2000-gebied behoren. 

In het beheerplan Kempenland-West (2009) worden voor habitats en soorten instandhoudingsdoelstellingen en bijbehorende maatregelen opgenomen:

• Habitats: stuifzanden met struikheide, vochtige en droge heide, zwakgebufferde vennen, beken en rivieren met waterplanten, pioniervegetaties met snavelbiezen en beekbegeleidende bossen.

• Habitats: stuifzanden met struikheide, vochtige en droge heide, zwakgebufferde vennen, beken en rivieren met waterplanten, pioniervegetaties met snavelbiezen en beekbegeleidende bossen. Soorten: kleine modderkruiper en drijvende waterweegbree.

Het beheerplan is een kader voor vergunningverlening voor relevante activiteiten in het gebied.

2.4 Waterschap De Dommel

2.4.1 Visie Aa of Goorloop en Dalemstroompje (deelgebied 11)

Voor deelproject 11 van REV De Beerze is in 2008 een visie gemaakt. In deze visie is de gewenste ontwikkelingsrichting van de beekdalen Aa of Goorloop en Dalemstroompje opgenomen. De doelstellingen voor dit gebied zoals opgenomen in de Structuurvisie Robuuste Verbinding De Beerze, zijn gekoppeld aan de water- en natuurdoelstellingen zoals:

• Beekherstel.

• Vernatting van de in het projectgebied liggende Natuurparels.

• Realisatie van natuurdoeltypen.

• Bronherstel.

• Waterberging en waterconservering.

Diverse belanghebbenden hebben meegewerkt aan de visie zoals Milieuvereniging Bladel, Werkgroep Kempenland, Staatsbosbeheer en ZLTO.Waterberging en waterconservering.

2.4.2 Inrichtingsplan De Kleine Beerze (deelgebied 12)

De Kleine Beerze is deelproject 12 van de REV De Beerze. Slechts een klein deel van deze beek ligt op Bladels grondgebied. De integrale ontwikkeling van De Kleine Beerze moet er toe leiden dat er de komende jaren een belangrijke schakel ontstaat in de Robuuste Verbinding de Beerze. Het watersysteem moet duurzaam worden en beter bestand zijn tegen de veranderingen in het klimaat. Tegelijkertijd moet aandacht worden besteed aan thema’s als leefbaarheid en plattelandseconomie zoals agrarische en recreatieve ontwikkeling.

Het Inrichtingsplan Kleine Beerze moet nog worden opgesteld. Naar verwachting komt dit plan medio 2010 in de inspraak en wordt het medio 2011 vastgesteld waarna de uitvoering kan beginnen. In de aanloop naar dit Inrichtingsplan zijn al twee planprocessen doorlopen:

• In 2005 zijn vier provinciale gebiedspilots gestart waaronder de gebiedspilot Waterkwaliteit De Kleine Beerze. Doel van deze gebiedspilot was het vinden van oplossingen om waterlopen zoals De Kleine Beerze aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water te laten voldoen. In de gebiedspilot heeft Waterschap De Dommel nauw samengewerkt met gemeente Bladel, gemeente Eersel, Brabants Landschap, Brabant Water en landbouworganisatie ZLTO. Door die praktische samenwerking zijn oplossingen gevonden die effectief zijn en elkaar versterken.

Een groot aantal oplossingen is inmiddels uitgevoerd.

• Bovengenoemde gebiedspilot is afgerond in 2008 en vormde input voor het in 2009 opgestelde Plan op Hoofdlijnen. Dit plan bevat het inhoudelijk kader voor de verdere concrete uitwerking van de gebiedsontwikkeling in het gebied van de Kleine Beerze in een Inrichtingsplan. Het Plan op Hoofdlijnen is een onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Eersel, gemeente Oirschot, waterschap De Dommel, provincie Noord-Brabant, ZLTO en Brabants Landschap inzake de gebiedsontwikkeling Kleine Beerze.

2.4.3 Wagenbroeks Loopje

Het Wagenbroeks Loopje is aangewezen als natte Ecologische Verbindingszone (EVZ) en ligt geheel op grondgebied van de gemeente Bladel. De grondverwerving voor het realiseren van de ecologische verbindingszone is inmiddels rond. De planontwikkeling is gestart.

2.4.4 Definitief ontwerp herinrichting Raamsloop

De Raamsloop is de verbindende factor tussen de natuurgebieden De Kroonvensche Heide en landgoed De Utrecht en is mede om die reden aangewezen als (natte) Ecologische Verbindingszone (EVZ). Beide natuurgebieden aan de uiteinden van de Raamsloop bestaan voor een aanzienlijk deel uit hogere zandgronden met droge of natte, maar vooral schrale vegetaties. De Raamsloop functioneert het meest optimaal als deze eveneens een schraal en voedselarm karakter behoudt of krijgt.

Waterschap De Dommel heeft de gemeenten Reusel-de Mierden en Bladel nauw betrokken bij de planvorming omtrent de Raamsloop. Een deel van de Raamsloop ligt namelijk op Bladels grondgebied. Een belangrijke tabel uit het definitief ontwerp voor de herinrichting is onderstaande tabel waarin een relatie wordt gelegd tussen de doelsoorten en de daarvoor benodigde inrichtingselementen.

De inrichting van EVZ Raamsloop is in drie fasen opgedeeld. Fase 1 en 2 zijn afgerond. Fase 3 start na de grondverwerving en dit betreft het gedeelte van de Raamsloop op Bladels grondgebied.

2.4.5 Beeldkwaliteitplan Landbouwontwikkelingsgebieden Brabantse Kempen

In de gemeenten Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden liggen vier landbouwontwikkelingsgebieden (LOG's). Voor deze LOG's zijn gemeentelijke landbouwontwikkelingsplannen gemaakt en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. Het concept-beeldkwaliteitplan beschrijft de na te streven beeldkwaliteit in de LOG`s. In dit beeldkwaliteitplan wordt beschreven op welke ruimtelijke kenmerken de gemeenten moeten inspelen en welke streefbeelden daarbij gelden. De gewenste beeldkwaliteit wordt zowel op gebiedsniveau (landschappelijke inpassing) als op erfniveau (inpassing bedrijven op kavel) beschreven. Het plan bevat vier soorten

richtlijnen:

• Samenhang landschap, bebouwing en beplanting.

• Beplanting.

• Situering en ordening van de gebouwen onderling en op het perceel.

• Architectonische vormgeving.

Voor gemeente Bladel zijn de afspraken voor LOG Hulsel-Bladel en LOG Broekenseind/Duizel-Noord van belang. Het beeldkwaliteitsplan is nog niet bestuurlijk vastgesteld maar moet nog worden uitgewerkt in een Inrichtingsplan. Gemeente Reusel-De Mierden en Bladel hebben gezamenlijk een projectleider voor de LOG's in dienst genomen.

2.5.1 Dorpenplan

Het Dorpenplan (2004) bevat het volkshuisvestingsbeleid van de gemeente Bladel. Er is voor gekozen de huisvestingsmogelijkheden bij voorkeur te zoeken binnen het bestaande stedelijk gebied. Als één van de doelen van het Dorpenplan is opgenomen: "Het vastleggen van de specifieke 'kerneigen' bebouwingskarakteristieken, bijvoorbeeld hoe om te gaan met de randen". In het plan zijn voor elke kern structuurkaartjes opgenomen waarin is aangeven of de dorpsranden hard of zacht moeten zijn en waar doorzichten naar het buitengebied moeten blijven of juist moeten worden aangebracht.

2.5.2 Leefomgevingsplan Bladel 2005-2030

In 2005 is het Leefomgevingsplan "Bladel op weg naar een betere leefomgeving" uitgebracht. In dit plan is voor het groen in het buitengebied de volgende hoofddoelstelling geformuleerd: "Het handhaven en waar mogelijk verbeteren van een duurzaam netwerk van bos- en natuurgebieden die voldoende met elkaar in verbinding staan om de instandhouding van flora en fauna te verzekeren. Het streven is er tevens

op gericht een verbinding tot stand te brengen met groenelementen in de kernen. Waar mogelijk dienen gebieden voornamelijk toegankelijk te zijn voor extensieve recreatie zoals wandelen, fietsen en vissen."

2.5.3 Structuurvisie Bladel

De Structuurvisie Bladel (2008) is de actualisatie van de StructuurvisiePlus (Duurzaam Ruimtelijk Structuurbeeld en Dorpenplan) van 2004. De Structuurvisie bestaat uit twee delen: Deel A Ruimtelijk Casco en Deel B Projectenplan. Deel A is gereed, deel B nog niet. In deel A wordt vanuit een analyse van het plangebied een visie geformuleerd. Deze visie beschrijft het ontwikkelingskader (bestaand en nieuw beleid) en droombeeld voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. De visie is een afwegingskader maar tegelijk ook een inspiratiekader voor

ruimtelijke ontwikkeling. De visie resulteert in het ruimtelijk casco op kaart en een toelichting op de onderdelen van het casco. Kaart en toelichting zijn nadrukkelijk aan elkaar gekoppeld en bieden de nodige handvatten voor het Landschapsbeleidsplan.

2.5.4 Gebiedsvisies

Gemeente Bladel heeft in 2008 twee Gebiedsvisies opgesteld:

• Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties in het buitengebied:

o Hoogeloon: Hoogcasteren, Heuvel en Landrop/Breestraat

o Casteren: omgeving Hoogeind/Heistraat

o Hapert: Ganzestraat en Dalem

o Netersel: Polderdijk, De Hoeve en Fons van der Heijdenstraat

• Gebiedsvisie voor het toeristisch/recreatief ontwikkelingsgebied Bladel (ten zuiden van de N284) zoals opgenomen in het Reconstructieplan Beerze-Reusel.

De gebiedsvisies bevinden zich tussen de Structuurvisie Bladel en het Bestemmingsplan in. De gebiedsgerichte visies kunnen benut worden als ontwikkelingskader, inspiratiekader en toetsingskader voor concrete verzoeken in betreffende gebieden. In het geval van het toeristisch/recreatief ontwikkelingsgebied moeten ontwikkelingen

ook voldoen aan de aspecten zoals genoemd in de Regionale beleidsvisie dag- en verblijfrecreatie De Kempen die is opgesteld door de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden.Gebiedsvisie voor het toeristisch/recreatief ontwikkelingsgebied Bladel (ten zuiden van de N284) zoals opgenomen in het Reconstructieplan Beerze-Reusel.

2.5 Stichting het Noordbrabants Landschap

Sinds 1932 strijdt Brabants Landschap voor het behoud van natuur- en

landschapsschoon in Noord-Brabant. Anno 2009 heeft zij verspreid over de provincie circa 16.500 hectare in eigendom en beheer. Naast het aankopen en beheren van terreinen zet Brabants Landschap zich ook in voor natuur en landschap buiten de grotere natuurgebieden. Het gaat daarbij vooral om behoud, herstel en ontwikkeling van landschapselementen in het agrarische gebied. Via voorlichting aan verschillende doelgroepen en financiële ondersteuning van projecten wordt hier invulling aan gegeven. De uitvoering van deze taak is sinds 1980 door de Provincie ondergebracht bij Brabants Landschap. Vanaf 1993 wordt dit onderdeel het Coördinatiepunt

Landschapsbeheer genoemd. Soortbescherming is een onderdeel van het

Coördinatiepunt Landschapsbeheer. De soorten waar speciale

beschermingsmaatregelen voor worden uitgevoerd zijn kenmerkende soorten van het agrarisch cultuurlandschap: weidevogels, uilen, zwaluwen, de grote gele kwikstaart, amfibieën en vleermuizen.

3 Landschapsbeleid Bladel - Algemeen

Het landschapsbeleid van de gemeente Bladel wordt voor het overgrote deel direct bepaald door het beleid van de provincie Noord-Brabant. De provincie is leidend of sturend en de gemeente Bladel is volgend. Afhankelijk van de schaal en het soort gebied waarvoor het beleid verder moet worden vormgegeven en uitgevoerd, zijn of worden samenwerkingsconstructies gevormd waarin gemeente Bladel actief participeert. Zo vindt de aanpak van de reconstructie in Noord-Brabant plaats in clusters. Samen met de gemeenten Reusel-De Mierden, Eersel, Oirschot, Hilvarenbeek, Oisterwijk (Moergestel) en Goirle maakt de gemeente Bladel deel uit van het

reconstructiegebied Beerze-Reusel. Deze gemeenten hebben zitting in de

Reconstructiecommissie Kempenland samen met partijen als provincie, Brabantse Milieufederatie (BMF), Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO), Waterschap De Dommel, de recreatiesector, het bedrijfsleven en het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE). Een ander voorbeeld is het samenwerkingsverband van de gemeente Bladel met Waterschap De Dommel, Dienst Landelijk Gebied (DLG), Staatsbosbeheer, Brabants Landschap en Natuurmonumenten bij het realiseren van de Natuurparels.

Daar waar het primaat voor landschaps- en natuurbeleid bij de gemeente Bladel zelf ligt, richt het beleid zich in eerste instantie op behoud en beheer van bestaande natuur- en landschappelijke waarden en in tweede instantie op herstel en versterking van de kwaliteit van het buitengebied door natuur- en landschapsontwikkeling:

• Het behouden en beheren van bestaande natuur- en landschappelijke waarden in de gemeente Bladel gebeurt via sectoraal beleid en een daaraan gekoppelde beheerstrategie als het gaat om gemeentelijke eigendommen. Het planologisch veiligstellen van elementen en het op eenvoudige wijze omzetten naar natuur wordt geregeld in het bestemmingsplan buitengebied (onder meer door het aanlegvergunningenstelsel) en heeft zowel betrekking op gemeentelijke als particuliere eigendommen.

• Voorbeelden van versterking van de natuur- en landschappelijke waarden zijn de realisatie van droge ecologische verbindingszones en de aanleg van nieuwe landschapselementen. Dit vindt nu primair plaats op gemeentegronden. Ook zonder grootschalige grondaankopen kan landschapsontwikkeling door de gemeente vorm krijgen. Waar zich bijvoorbeeld een mogelijkheid voordoet om op kleine schaal grond te ruilen, is dat een kans die gemeente Bladel moet benutten. Er is een ontwikkeling gaande waarbij aanvullend aan het bovenstaande mogelijkheden ontstaan voor het vrijmaken van middelen voor landschapsontwikkeling in de gemeente. Het principe van deze regeling houdt in dat indien de gemeente gronden heeft in de EHS, deze aan de provincie kunnen worden verkocht. De provincie stelt de voorwaarde dat een deel van de gemeentelijke opbrengst ten goede moet komen aan het plaatselijke natuur- en

landschapsbeleid.

3.1 Biodiversiteit

Streefsituatie

De biodiversiteit in de gemeente Bladel is hoog.

De populatie boomvalken in en rondom de gemeente Bladel is toegenomen.

Toelichting

Door het ondertekenen van de Countdown 2010 verklaring heeft gemeente Bladel aangegeven actief en concreet te willen werken aan het stoppen van het biodiversiteitverlies in Nederland. Eén van de methoden om dit voornemen te realiseren is het kiezen van doelsoorten en het afstemmen van het beheer van natuur en landschap op deze soorten. Een andere manier om de overlevingskansen van (bedreigde) soorten te vergroten is het realiseren van verbindingszones tussen gebieden waarin zich populaties van (bedreigde) soorten bevinden.

Gemeente Bladel heeft gekozen voor de boomvalk als doelsoort. De reden hiervoor is tweeledig. Aan de ene kant is de boomvalk een soort die in Bladel al in beperkte mate voor komt en die aan de top van een voedselketen staat. Dit betekent dat wanneer een gebied geschikt is of wordt gemaakt als leef- en foerageergebied voor deze soort hiervan vele andere soorten dieren (die lager in de voedselketen staan) profiteren. De

tweede reden is dat de boomvalk vanuit communicatieoogpunt een aansprekende soort is. Een andere belangrijke soort in Bladel is de gladde slang. 

De boomvalk (Falco subbuteo) is een trekvogel die grote afstanden aflegt en overwintert in Afrika. Het is een weinig talrijke broedvogel van open bossen en parken. In het verleden kwam de boomvalk in Nederland vooral voor in de bossen op de zandgronden. De soort doet het daar de laatste jaren erg slecht. In het half open (agrarisch) landschap wordt de soort echter steeds meer gezien. Boomvalken nemen de oude nesten in gebruik van kraaien en andere vogels en leggen twee tot vier eieren. De boomvalk jaagt op grote insecten zoals libellen die overgebracht worden van klauwen naar bek en in de vlucht worden opgegeten. Ook kleine vogels worden in de vlucht gevangen. Zijn snelheid en vliegkunsten stellen hem in staat om zelfs zwaluwen te grijpen.

Gewenste ontwikkelingen

• Het vaststellen en uitvoeren van het actieprogramma voor de toename van de biodiversiteit.

• Meewerken aan het realiseren van een corridor tussen Bergeijk en Reusel ’t Goor om de twee bedreigde populaties van de gladde slang te verenigen.

3.2 Natuurwetgeving

Streefsituatie

Gemeente Bladel beschikt over een implementatieplan natuurwetgeving.

Gemeente Bladel werkt met gedragscodes voor bestendig beheer van water, groen en bos en natuur.

Gemeente Bladel werkt met een gedragscode voor ruimtelijke ontwikkeling en inrichting.

Gemeente Bladel werkt met een gedragscode voor bestendig gebruik.

Toelichting

De natuurwetgeving (Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet) is van grote invloed op de handelswijze van gemeenten, zo ook in de gemeente Bladel. De Flora- en faunawet verplicht dat minimaal de nu beschermde soorten in stand moeten worden gehouden. Het is van belang om de natuurwetgeving in de gemeentelijke organisatie te implementeren. Dit om ervoor te zorgen dat bestuurders en ambtenaren weten hoe ze met deze wetten en de hieruit voortvloeiende verplichtingen moeten omgegaan. De implementatie vraagt enerzijds om concrete afspraken over hoe er gehandeld moet worden wanneer voorgenomen activiteiten een nadelige invloed hebben op de aanwezige beschermde soorten. Anderzijds vraagt het om gericht en strategisch flora en faunabeleid om als gemeente de juiste keuzes te kunnen maken en ook burgers hierover correct te kunnen informeren onder andere bij vergunningverlening. Het gaat er onder meer om hoe de gemeente aantoont dat zij zorgvuldig handelt en om het aanwijzen van gebieden waar beschermde soorten strikte bescherming krijgen en gebieden waar activiteiten voorrang krijgen.

De wetgeving biedt diverse handvatten om het handelen conform deze wetgeving te vereenvoudigen. Ook landelijk komen op dit vlak steeds meer producten en instrumenten op de markt waar gemeente Bladel baat bij kan hebben. Voorbeelden zijn:

• Gedragscode beheer groenvoorzieningen van Vereniging Stadswerk Nederland.

• Gedragscode ruimtelijk ontwikkeling (inclusief bestendig gebruik) van Vereniging Stadswerk Nederland.

• Gedragscode zorgvuldig bosbeheer van het Bosschap.

• Gedragscode natuurbeheer van het Bosschap.

Gedragscode flora en fauna voor waterschappen van Unie van Waterschappen.

• Gedragscode voor beheer van provinciale wegen van IPO.

• Handreiking bestemmingsplannen van Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

• Protocol natuurtoets Natuurbeschermingswet (LNV).

• Nationale database Flora en Fauna van Gegevensautoriteit Natuur (GaN).

Met name bij bos- en natuurgebieden, water en groenvoorzieningen is er sprake van werkzaamheden die gedurende vele jaren achtereen op vrijwel gelijke wijze en op dezelfde tijd worden uitgevoerd. Planten en dieren (ook beschermde soorten) komen daar meestal voor door of vanwege deze regelmatig terugkerende werkzaamheden. De wetgever noemt dit bestendig beheer. De Flora- en faunawet biedt de mogelijkheid om voor de werkzaamheden die onder het bestendig beheer vallen vrijstelling van de ontheffingsplicht te krijgen, mits er aantoonbaar en conform een goedgekeurde gedragscode wordt gewerkt. Een goedgekeurde gedragscode geldt voor een periode van vijf jaar. Een voorbeeld: Voor het uitvoeren van een dunning in een bosgebied moet onderzocht worden of daar beschermde dier- of plantensoorten voorkomen. Is dit het geval dan moet ontheffing worden aangevraagd om op die locatie de dunningswerkzaamheden te mogen uitvoeren. Wanneer door middel van een gedragscode is aangetoond dat het dunnen onderdeel uitmaakt van het bestendig beheer in het gebied (en dus geen incidentele actie is) hoeft er geen ontheffing voor de werkzaamheden te worden aangevraagd.

Gemeenten hebben bij het werken met natuurwetgeving diverse rollen. In geen daarvan zijn zij het bevoegd gezag (dat is de Algemene Inspectie Dienst AID). In veel gevallen is de gemeente initiatiefnemer, in andere gevallen opdrachtgever aan derden of verlener van vergunningen waarbij de natuurwetgeving voor de aanvrager een rol kan spelen. Gemeenten hebben hierin een informatieplicht.

Gewenste onwikkeling

Het ontwikkelen van gemeentebreed flora- en faunabeleid voor het omgaan met natuurwetgeving.

3.3 Recreatie

Streefsituatie

Recreatieve routes in Bladel maken onderdeel uit van een regionaal netwerk en zijn onmisbaar voor recreatie en toerisme in en rondom Bladel.

De recreatieve routes in Bladel zijn gekoppeld aan landschappelijk waardevolle gebieden.

De recreatieve routes in Bladel zijn van hoge kwaliteit.

Toelichting

Door de ligging tussen bos- en natuurgebieden is de gemeente Bladel aantrekkelijk om in te wandelen, te fietsen, paard te rijden of op een andere manier in voort te bewegen. In het gebied liggen dan ook regionale en lokale recreatieve routes voor lange afstand en middellange afstanden, zoals de Beemdenroute in het noorden van de gemeente en de Aa-dalroute, de Cartierheideroute, het Vennekespad en het Sniederspad in het zuiden van de gemeente en een aantal een ATB-routes. Ook is er een mindervalidenpad en zijn er diverse ruiterroutes in Bladel. In samenwerking met provincie, SRE, Brabants Landschap, Lokaal Toeristisch Platform, Staatsbosbeheer, Waterschap De Dommel, Gehandicaptenplatform en heemkundekringen is inmiddels een knooppuntennetwerk voor fietser en wandelaars gerealiseerd dat zich uitstrekt tot in België.

Gewenste ontwikkelingen

Het verhogen van de kwaliteit van de recreatieve routes in Bladel door het

opstellen van een beheer- en onderhoudsplan voor de recreatieve routes.

3.4 Landschappelijke inpassing bebouwing

Streefsituatie

Recreatieterreinen in Bladel zijn landschappelijk ingepast: de overgang van deze terreinen naar het omringende gebied is overwegend groen.

De dorpsranden van de vijf kernen in gemeente Bladel zijn visueel aantrekkelijk: de beplanting is diffuus en het karakteristieke beeld van de kern is van buitenaf goed herkenbaar.

Individuele bebouwing in het agrarisch landschap is passend in het landschap. Eventueel hinderlijke elementen zijn door (erf)beplanting aan het oog onttrokken.

Toelichting

De randen van bebouwde kommen en recreatieterreinen die grenzen aan agrarische gebieden spelen in visueel opzicht een belangrijk rol. Aandacht voor een zorgvuldige inpassing van deze randen is gewenst. Voor recreatiecomplexen mag de overgang tussen de complexen en het buitengebied bestaan uit een 'harde' groene afscheiding bestaande uit opgaande groenvoorzieningen. In het geval van de kernen is een dergelijke harde afscheiding lang niet altijd gewenst. Het gewenste beeld voor de overgangen tussen kern en buitengebied bestaat uit een diffuse overgang met verspreid liggende hagen, struwelen en erfbeplantingen. Hierdoor kan het zicht op hinderlijke elementen worden weggenomen terwijl de ligging en het karakteristieke beeld van de kern vanuit het buitengebied goed herkenbaar blijft.

Voor de landschappelijke inpassing van individuele bebouwing is een belangrijke rol voor particulieren weggelegd. Gemeente Bladel kan particulieren stimuleren om bebouwing landschappelijk in te passen bijvoorbeeld door het aanleggen van erfbeplanting. Stimuleren kan in de vorm van het geven van voorlichting en advies (bijvoorbeeld over subsidies of verwijzing naar de juiste instanties) en het tegengaan van onnodige beperkingen in de sfeer van regelgeving.

Gewenste ontwikkelingen

• Aanpassen dorpsranden zoals uitgewerkt in het Dorpenplan. Dit plan bevat voor iedere kern wensen ten aanzien van de inrichting van de dorpsranden (harde rand, zachte rand, zichtlijnen).

• Stimuleren van de landschappelijke inpassing van bebouwing in de LOG's.

• Stimuleren van ondernemers om (recreatie)terreinen en gebouwen beter in het landschap in te passen.

3.5 Compensatie groen

Streefsituatie

Elke gekapte boom en gerooid groter groenelement wordt (fysiek of financieel) gecompenseerd.

Toelichting

Gemeente Bladel heeft de gewoonte om groen (zowel gemeentelijk als particulier) dat wordt gekapt of gerooid te compenseren. Bij gebrek aan ruimte binnen de bebouwde kom vindt een groot gedeelte van de compensatie inmiddels plaats in het buitengebied. Om meer armslag te krijgen wil gemeente Bladel plaats van een fysieke compensatie van het groen gaan werken met een financieel compensatiefonds.

In het kader van de groencompensatie zijn de volgende documenten van belang:

• Provinciale Beleidsnota 'Rood voor groen, nieuwe landgoederen in Brabant'.

• Provinciale Beleidsnota 'Verbrede inzet van de Aanpak Ruimte voor Ruimte' (Regeling Buitengebied in ontwikkeling (BIO)).

Gewenste ontwikkeling

• Overschakelen van fysieke groencompensatie naar financiële groencompensatie middels een fonds. Via dit fonds dienen specifieke uitvoeringsprojecten te worden gerealiseerd (relatie Grextwet)

4 Landschapsbeleid Bladel - gebiedspecifiek

In bijlage 1 is opgenomen de Landschapskaart van de gemeente Bladel. Hierop zijn zowel de diverse landschapseenheden als de landschapselementen aangegeven. Het beleid voor de landschapseenheden volgt in dit hoofdstuk, dat voor de landschapselementen volgt in hoofdstuk 5.

4.1 Regionale Natuur- en Landschapseenheden (RNLE-en)

Het beleid voor de RNLE­en is gericht op het beschermen en ontwikkelen van natuur­en landschapswaarden, cultuurhistorische (landschaps)waarden, recreatie met een groen karakter en een bij de schaal en aard van het gebied passende landbouw. Op Bladels grondgebied bevinden zich de RNLE­en Kempische Landgoederen en Kempische grensbossen. Binnen één of beide RNLE­en vallen de Natuurparels, overige bos­en natuurgebieden waaronder de gemeentebossen, een deel van de Robuuste Ecologische Verbinding De Beerze, een aantal natte en droge ecologische verbindingen en een deel van een waardevolle bolle akker. De Natuurparels, de overige bos­en natuurgebieden en de gemeentebossen worden in deze paragraaf behandeld. De rest van de gebieden volgen in latere paragrafen.

4.1.1 Natuurparels

Streefsituatie

Natuurparels zijn hoogwaardige natuurgebieden.

Natuurparels vormen een netwerk met de omliggende overige bos­- en natuurgebieden.

De waterkwaliteit in Natuurparels is hoog.

Toelichting

De aanduiding van een gebied als (Natte) Natuurparel houdt in dat het actuele of potentiële hoogwaardige natuur betreft. Natuurparels herbergen over het algemeen beschermde en bedreigde planten­en diersoorten. Ook komen er vaak bijzondere abiotische verschijnselen voor zoals kwel, stuifzanden, intacte morfologie van beekdalen en dergelijke. Iedere Natuurparel heeft eigen specifieke kenmerken. In Natuurparels staat behoud en ontwikkeling van natuurwaarden voorop. Voor elke Natuurparel moeten een streefbeeld en natuurdoeltypen worden bepaald welke leidend zijn bij de ontwikkeling en het beheer van het gebied.

Volgens de KRW moet in 2015 alle wateren in het stroomgebied Maas voldoen aan de doelstellingen. In stroomgebied Maas zullen veel wateren de goede toestand (of het goede potentieel) niet bereikt hebben in 2015, wat aanleiding geeft om de doelstellingen te faseren. Eén en ander vindt echter plaats buiten de directe invloedssfeer van de gemeente Bladel en wordt in dit Landschapsbeleidsplan daarom niet verder behandeld.

In Bladel ligt een aantal Natuurparels die ieder door een andere terreinbeheerder worden beheerd. Het gaat onder andere om de volgende gebieden:

• De Neterselsche Heide ligt in de RNLE Kempische Landgoederen en is in beheer bij het Brabants Landschap (sinds maart 2002).

• De Cartierheide ligt in de RNLE Kempische Grensbossen en wordt beheerd door Staatsbosbeheer.

• Rond de beken de Groote Beerze en de AA of Goorloop liggen enkele natte natuurparels. Deze natuurparels worden voor een deel beheerd door Waterschap De Dommel. De rest is in handen van particulieren.

 

De Kroonvensche Heide ligt in de RNLE Kempische Grensbossen en is in beheer bij de gemeente zelf.

Aangezien alleen de Kroonvensche Heide in beheer is bij de gemeente zelf, wordt hierop verder ingezoomd. Voor de Kroonvensche Heide heeft gemeente Bladel in 1997 een plan voor ontwikkeling en beheer opgesteld. Zwaartepunt in dit plan zijn de drie vennen zelf omdat de belangrijkste ecologische waarden van het gebied nauw verbonden zijn aan de vennen. Het Kroonvennengebied is door de provincie Noord­Brabant aangewezen als kerngebied voor amfibieën en reptielen. In het plan zijn voor de verschillende gebiedsdelen (vennen en omringende gebieden) streefbeelden omschreven waarop het beheer is afgestemd. Onder beheer vallen in dit verband ook natuurontwikkelingsactiviteiten (natuurbouw) en activiteiten in het kader van de recreatie. Het plan is niet volledig uitgevoerd vanwege het ontbreken van grondposities.

Gewenste ontwikkeling

• Actualiseren van ontwikkel­en beheerplan voor de Kroonvensche Heide.

4.1.2 Overige bos- en natuurgebieden

Streefsituatie

De overige bos­en natuurgebieden vormen een waardevol leefgebied voor meer algemene soorten en dieren.

De overige bos­en natuurgebieden vormen een netwerk met de nabij liggende Natuurparels.

Het beheer in de overige bos­en natuurgebieden voldoet aan de voorwaarden van het FSC keurmerk.

Het beheer van de diverse overige bos­en natuurgebieden is onderling op elkaar afgestemd.

De overgangen van de overige bos­en natuurgebieden naar het agrarisch gebied zijn structuurrijk en bestaan uit inheemse beplantingen.

Toelichting

Naast de Natuurparels worden overige bos­en natuurgebieden onderscheiden. Deze gebieden herbergen vaak grote aantallen meer algemene soorten planten en dieren. Daarnaast vervullen deze gebieden vaak een belangrijke functie als stapsteen gelegen tussen de Natuurparels of als een beschermende schil om de Natuurparels heen. In de overige bos­en natuurgebieden staat behoud en vergroting van natuurwaarden voorop. In de zogeheten bosreservaten staan spontane processen centraal. Net als bij de Natuurparels moeten voor elk van de overige bos­en natuurgebieden streefbeelden en natuurdoeltypen worden bepaald als hulpmiddel bij het beheer van de gebieden.

Op het grondgebied van de gemeente Bladel liggen zowel in het noorden als in het zuiden omvangrijke bos­en natuurgebieden die doorlopen tot ver buiten de gemeentegrenzen. Hieronder staan de gebieden opgesomd. Natuurparels staan aangemerkt met een * en tevens is aangegeven welke gebieden in gemeentelijk eigendom zijn:

• De Mispeleindse en Neterselsche Heide *  

• De Peelsche Heide 

• Boswachterij Hapert (gemeente) 

• De Cartierheide * 

• Pals (gemeente) 

• De Kroonvensche Heide * (gemeente) 

• Heieind (gemeente) 

• De Pan (gemeente) 

• Hoogeloonsbosch of Koebosch (gemeente) 

• De Vloed (gemeente) 

• Hoogeind (gemeente) 

• Overig (gemeente) 

Voor de overige bos- en natuurgebieden worden door de beheerders afzonderlijke beheerplannen opgesteld. Afstemming van terreindoelstellingen tussen de verschillende eigenaren en beheerders kan grote voordelen bieden voor natuur, landschap en recreatie. In het Streekhuis is onlangs afgesproken dat een vast en regelmatig terugkerend overleg tussen de diverse terreinbeheerders geïntroduceerd wordt.

De bossen en natuurterreinen van de gemeente Bladel zijn circa 700 hectare groot en liggen geografisch verspreid. Voor deze gebieden is in 1999 een bosbeheerplan gemaakt waarin onder meer het geïntegreerd bosbeheer is uitgewerkt. Inmiddels voldoet het bosbeheer aan de voorwaarden van het ambitieuzere FSC-keurmerk.

De gemeentelijke bosgebieden in het zuiden van Bladel sluiten veelal aan op beekdalen. Dit biedt kansen voor een gevarieerd bosrandbeheer waarbij wordt gestreefd naar structuurrijke overgangen tussen bos en agrarisch gebied bestaande uit inheemse soorten. De aanleg van poelen op deze overgangen bijvoorbeeld is een aanvullende mogelijkheid die veel perspectief biedt voor de natuur. De poel kan

daarbij zowel in het agrarische gebied als in het bos worden gesitueerd.

Geïntegreerd bosbeheer streeft naar de integratie van productie (economie) en natuur (ecologie). Het bos wordt daarbij niet als gewas gezien maar als een half natuurlijk ecosysteem waaruit een deel van de geproduceerde biomassa wordt geoogst. Wat betreft natuur richt geïntegreerd bosbeheer zich met name op diversiteit: soortensamenstelling, structuurvariatie en dood hout. De productie is gericht op zwaar zaaghout met een lange productieduur door middel van extensief beheer. Geïntegreerd bosbeheer leidt bijna vanzelf tot een mooi bos. Enerzijds beantwoordt een dergelijk bos aan de wensen van de huidige samenleving, anderzijds biedt het de nodige flexibiliteit.

Gewenste ontwikkelingen

• Omvormen bosranden en voeren van natuurlijk bosrandbeheer in de

gemeentebossen.

• Deelnemen aan regelmatig overleg tussen diverse terreinbeheerders.

• Versterken van zwakke plekken in de ecologische structuur door strategische bosbouw.

• Behouden FSC-keurmerk voor de gemeentelijke bossen.Behouden FSC-keurmerk voor de gemeentelijke bossen.

4.2 Robuuste Ecologische verbinding (REV)

Streefsituatie

De primaire functie van de Robuuste Ecologische Verbinding De Beerze is natuur en het verbinden van natuurgebieden.

In REV De Beerze is landbouw en recreatie nevengeschikt aan natuur en extensief van karakter (agrarisch natuurbeheer, recreatief medegebruik).

REV De Beerze bestaat uit de beek met beekdalbos en (nat) grasland met water en vorm een aaneengesloten stelsel met op niet al te grote afstanden een grote stapsteen.

De landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve waarde van het gebied rondom de REV is hoog.

REV De Beerze wordt op natuurlijke wijze beheerd.

De waterkwaliteit in REV De Beerze is hoog.

Toelichting

In (de omgeving van) Bladel ligt de Robuuste Ecologische Verbinding De Beerze. In Bladel zelf maken de Aa of Goorloop, het Dalemstroompje, de Kleine Beerze en de Groote Beerze onderdeel uit van deze REV. De totale oppervlakte van de REV in Bladel bedraagt circa 300 hectare. De Kleine Beerze wordt in Bladel beschouwd als 'Ecologische Verbindingszone (EVZ) en daarom (ook) in betreffende paragraaf behandeld.

REV De Beerze wordt ingericht als beekdalbos (beken, bos van bron en beek, natte ruigte en moeras) en grasland (variërend van natte dotterbloemgraslanden tot droog grasland) en het beheer is gericht op de langdurige instandhouding van dit landschapstype. Diersoorten die baat hebben bij de realisatie van de REV zijn soorten als beekprik, waterspitsmuis, kamsalamander, poelkikker, donker pimpernelblauwtje, das, gladde slang en otter.

De realisatie van de EHS (dus ook de REV) is primair een taak van de provincie. In welke mate REV De Beerze kan worden gerealiseerd is in grote mate afhankelijk van de verwerfbaarheid van gronden. Gemeente Bladel denkt mee over de realisatie van REV De Beerze en heeft verder een faciliterende rol. Als de kans zich voordoet dat de gemeente grond in de EHS kan verwerven kan ze deze grond inzetten voor natuur en landschap. Hiervoor zijn grofweg twee mogelijkheden:

• De gemeente richt de gronden zelf in ten behoeve van natuur en landschap en beheert ze vervolgens op natuurlijke wijze. Deze optie is met name interessant bij kleinschaligere gebieden en bij specifieke belangen van de gemeente. Het streefbeeld voor de inrichting van deze gronden is:

  • • Beekbegeleidende beplantingen.

  • • Beplantingen op perceelgrenzen loodrecht op de beek.

  • • Beplanting op de randen van de beekdalen op de overgang met de hogere zandgronden.

  • • Poelen bijvoorbeeld in overhoeken.

• De gemeente gebruikt de gronden als ruilgrond. Deze optie is interessant wanneer de grond op een voor natuurontwikkeling ongunstige plek gelegen is. Dit principe kan dus ook worden toegepast voor gemeentegronden buiten de EHS.

Volgens de KRW moet in 2015 alle wateren in het stroomgebied Maas voldoen aan de doelstellingen. Zoals reeds genoemd bij de Natuurparels valt het verbeteren van de waterkwaliteit in beken buiten de directe invloedssfeer van de gemeente Bladel en wordt er in dit Landschapsbeleidsplan niet verder op ingegaan.

Gewenste ontwikkelingen

• Deelnemen aan het project De Levende Beerze (zowel in het overall project als in deelprojecten).

• Nakomen van afspraken in het strategisch grondoverleg.

• Versterken van de landschappelijke structuur in de beekdalen door waar nodig en mogelijk pachtgronden vrij te maken en in te richten bijvoorbeeld met landschapselementen.

• Stimuleren van de aanleg van landschapselementen door particulieren op particulier grondgebied in REV De Beerze.

4.3 Ecologische verbindingszones (EVZ's) - nat

Streefsituatie

De ecologische waarde van natte ecologische verbindingszones is hoog.

Natte EVZ's in Bladel zijn gemiddeld 25 meter breed en bestaan tevens uit een reeks kleine landschapselementen die dienen als stapstenen.

Natte EVZ's kenmerken zich door hun open karakter.

Natte EVZ's worden op natuurlijke wijze beheerd.

De waterkwaliteit in natte EVZ's is hoog.

Toelichting

De ecologische verbindingszones (EVZ's) zijn lijnvormige natuur­en landschapselementen, hebben voornamelijk een ecologische functie en zijn over het algemeen van een kleiner schaalniveau dan de Robuuste Ecologische Verbindingen (REV's). Ze verbinden natuurgebieden met elkaar en geven daarmee planten­en diersoorten de gelegenheid zich van het ene naar het andere natuurgebied te verplaatsen. Het is daarbij van belang dat er zo min mogelijk barrières zoals infrastructurele voorzieningen aanwezig zijn.

In Bladel zijn drie beken / beekdalen benoemd als natte EVZ. Het gaat om:

• De Kleine Beerze (die ook een onderdeel van REV De Beerze is).

• De Raamsloop (in totaal 9,3 km waarvan slechts een klein onderdeel op Bladels grondgebied).

• Het Wagenbroeks Loopje (ten noorden van de kom Hapert).

 

Natuurontwikkeling in de EVZ's is primair een taak van Waterschap De Dommel. Net als bij REV De Beerze kan de gemeente hierin meedenken en faciliterend zijn. Uiteraard dienen gemeentelijke landschapselementen binnen de EVZ's natuurlijk te worden beheerd. Verder kan de gemeente particulieren stimuleren om op hun eigen grond beplantingen aan te brengen, poelen te graven en bepaalde beheermaatregelen te nemen. Zo kunnen agrariërs beheerovereenkomsten afsluiten voor het op milieu­en natuurvriendelijke manier beheren van perceelranden in de EVZ's.

Het verbeteren van de waterkwaliteit volgens de KRW is geen primaire taak van gemeente Bladel.

Gewenste ontwikkelingen

• Stimuleren aanleg landschapselementen door particulieren op particulier grondgebied.

• Versterken van de landschappelijke structuur in de beekdalen bijvoorbeeld door:

- Kleinschalige bosaanplant een aantal stapstenen te realiseren bijvoorbeeld in de vorm van beekbegeleidende beplantingen, beplantingen op perceelgrenzen loodrecht op de beek en beplantingen op de overgang van het beekdal met de hogere zandgronden.

- De aanleg van poelen in de beekdalen als ecologische stapstenen.

4.4 Ecologische verbindingszones (EVZ's) - droog

Streefsituatie

De ecologische waarde van droge ecologische verbindingszones is hoog.

Droge ecologische verbindingszones in Bladel zijn gemiddeld 20 meter breed (droog profiel, dus exclusief eventuele sloot) en bestaan verder uit een reeks kleine landschapselementen die dienen als stapstenen.

Droge ecologische verbindingszones hebben veelal de vorm van gelaagde houtsingels.

Droge ecologische verbindingszones worden op natuurlijke wijze beheerd.

Toelichting

Net als de natte EVZ's zijn ook de droge EVZ's lijnvormige natuur­en landschapselementen. Deze EVZ's zijn niet langs beken gelegen, maar soms wel langs een andersoortige waterloop. Ze verbinden natuurgebieden met elkaar en geven daarmee planten­en diersoorten de gelegenheid zich van het ene naar het andere natuurgebied te verplaatsen. Het is daarbij van belang dat er zo min mogelijk barrières zoals infrastructurele voorzieningen aanwezig zijn.

Droge EVZ's zijn vooral gericht op de doelsoorten boomvalk, vleermuizen, boommarters en uilen. Aangezien deze soorten zich aan de top van de voedselpiramide bevinden hebben dieren die zich op een lager niveau in deze piramide bevinden ook profijt van de maatregelen die voor de doelsoorten worden genomen.

In Bladel zijn de volgende lijnvormige objecten benoemd als droge EVZ:

• Netersel West

• Netersel Zuid

• Mr. van Hasseltweg

• Westelbeersedijk

• Nabij Ir. Mettropweg

 

De droge EVZ's zijn nog niet in volledige eigendom van de gemeente. Gemeente Bladel heeft zich tot doel gesteld actief bezig te zijn met de grondaankoop ten behoeve van de realisatie van de droge EVZ's. Is de benodigde grond eenmaal in gemeentelijk bezit, dan draagt de gemeente zorg voor een optimale inrichting van het gebied en vervolgens een natuurlijk beheerwijze. De provincie heeft een tijdelijke subsidieregeling waardoor de gemeente voor het realiseren van droge EVZ's 100% subsidie kan krijgen. De gemeente beschouwt het ook als haar taak om de eigenaars van aanliggende gronden te stimuleren om hun perceelranden grenzend aan de droge EVZ op milieu­en natuurvriendelijke wijze te beheren.

Gewenste ontwikkelingen

• Starten van actieve grondverwerving en inrichting van de droge EVZ's.

• Stimuleren aanleg of natuurvriendelijk beheer van landschapselementen door particulieren op particulier grondgebied in of nabij de droge EVZ's.

4.5 Oude akkers

Streefsituatie

Grote oude akkercomplexen zijn te herkennen aan de relatieve openheid, bolle ligging en besloten randzones.

De kleinschaliger oude akkercomplexen zijn herkenbaar aan een afwisseling (mozaïek) van kleine akkertjes veelal met beplanting op de akkerranden.

Toelichting

Oude akkercomplexen zijn cultuurhistorisch waardevolle overblijfselen in het landschap van De Kempen. Oude akkercomplexen kunnen zowel grootschalig als kleinschalig zijn. Beide typen zijn herkenbaar aan het karakteristieke bodemprofiel en het bijbehorende reliëf. Oude akkers zijn veelal te vinden in de nabijheid van (oude) bebouwingsconcentraties en bebouwingslinten. Vaak ook liggen ze aansluitend op de laaggelegen beekdalen. Gemeente Bladel vindt het van belang het karakteristieke bodemprofiel en de bijbehorende hoogteverschillen van de akkercomplexen te behouden. Bij grote oude akkercomplexen is daarbij ook de openheid van belang. Specifieke waarden zijn beschermd via het aanlegvergunningenstelsel in het Bestemmingsplan Buitengebied. Het aanbrengen van (opgaande) beplanting mag alleen aan de randen van deze grootschalige complexen. Dit in tegenstelling tot de kleinschaliger oude akkers. Hier mag de kleinschaligheid en afwisseling tussen de diverse akkertjes verder worden benadrukt door het aanbrengen van (perceel)beplanting.

Gewenste ontwikkelingen

• Verwerken resultaten van het archeologisch­en natuurhistorisch onderzoek in beleid en beheer voor de oude akkercomplexen.

4.6 Besloten agrarische gebieden

Streefsituatie

Besloten agrarische gebieden zijn herkenbaar aan een karakteristieke afwisseling tussen kleine (lijnvormige) landschapselementen en open ruimtes.

De lijnvormige landschapselementen vormen een groene dooradering van het besloten agrarisch gebied.

Het beheer van de landschapselementen is gericht op onder meer struweelvogels.

Toelichting

Besloten agrarische gebieden zijn veelal jonge heideontginningen die aansluiten op de natuurparels en/of overige bos­en natuurgebieden. Ook gebieden met een afwisseling van kleine bosjes en andere kleine (lijnvormige) landschapselementen, zoals singels en bomenrijen behoren tot de besloten agrarische gebieden.

Een aantal van deze gebieden behoort tot de Robuuste Verbinding (REV) De Beerze of tot een natte Ecologische Verbindingszone (EVZ) en zijn onder die noemer in dit Landschapsbeleidsplan al aan de orde geweest. Natuurontwikkeling voert daar de boventoon. Buiten deze gebieden is met name langs zandwegen of op perceelsgrenzen een verdere verdichting met beplantingen gewenst. Deze groene elementen kunnen een samenhangende groene dooradering door het agrarisch gebied gaan vormen. De overgang tussen de grotere bos­en natuurgebieden en het besloten agrarisch gebied wordt op die manier 'verzacht', wat zowel landschappelijk fraai als ecologisch waardevol is. In een aantal gevallen is de aanleg van poelen van belang.

Gewenste ontwikkelingen

• Versterken van de beplantingstructuren langs zandwegen en percelen.

• Stimuleren aanleg landschapselementen door particulieren op particulier grondgebied.

• Uitbreiden aantal poelen.

4.7 Grootschalige ontginningen en Landbouwontwikkelingsgebieden

Streefsituatie

Grootschalige ontginningen zijn herkenbaar aan hun unieke weidsheid en openheid.

In Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG's) is natuur en landschap nevengeschikt aan intensieve vormen van landbouw.

Toelichting

Grootschalige ontginningen zijn relatief weidse en open gebieden met een grootschalig, vaak rationeel ontginningspatroon. In theorie gaat het bij de grootschalige ontginningen om twee verschillende types:

• Jonge heide­ontginningen

• Schaalvergroting binnen oude ontginningen

 

Het verschil tussen de jonge heideontginningen en de oudere ontginningen waar schaalvergroting heeft plaatsgevonden (bijvoorbeeld door ruilverkaveling) is echter niet of nauwelijks meer waarneembaar zodat in dit plan er geen onderscheid meer wordt gemaakt. Landbouw is de belangrijkste functie in de grootschalige ontginningen. De bebouwing in deze gebieden is geconcentreerd langs enkele hoofdwegen waardoor de gebieden een geordende indruk maken.

In de grootschalige ontginningen staat het conserveren van de grootschalige openheid voorop. Boombeplanting moet beperkt blijven tot de bestaande lanenstructuur langs de grotere wegen en de daaraan grenzende erfbeplantingen. Een zorgvuldige inpassing van bebouwing is ook een belangrijk aandachtspunt en geldt voor zowel individuele bebouwing als dorpsranden. Voor het weidevogelbehoud kan de gemeente een rol spelen in het stimuleren van vrijwillige weidevogelbescherming met en door de lokale agrariërs. Aandachtspunten daarbij zijn bijvoorbeeld nestbescherming, het behoud van een deel van het graslandareaal en het voorkomen van onrust in het broedseizoen.

Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG's) zijn ook grootschalige ontginningen maar in de LOG's krijgt met name de intensieve landbouw meer mogelijkheden dan elders. Er bevinden zich twee Landbouwontwikkelingsgebieden (gedeeltelijk) binnen de gemeentegrenzen van Bladel:

• LOG Hulsel Bladel.

• LOG Broekenseind/Duizel­Noord.

 

De gemeenten Reusel­-De Mierden en Bladel werken samen aan het opknappen van het platteland binnen het reconstructieplan Beerze-­Reusel. Eén van de activiteiten daarbij is het helpen verplaatsen van de intensieve veehouderijbedrijven die zich bevinden in en rondom dorpskernen en natuurgebieden, naar gebieden die meer geschikt zijn voor intensieve veehouderij zoals de LOG's. Aan de LOG's worden extra eisen gesteld voor wat betreft landschap, infrastructuur en duurzaamheid. Gemeente Bladel heeft samen met gemeente Reusel­-De Mierden een projectleider aangesteld die de wensen en eisen uit het goedgekeurde de Landbouwontwikkelingsplan en het Beeldkwaliteitplan voor de LOG's naar concrete maatregelen vertaalt.

Gewenste ontwikkelingen

• Landschappelijke inpassing van bebouwde kommen.

• Landschappelijke inpassing van individuele bebouwing door het stimuleren van de aanleg en het natuurvriendelijk onderhoud van erfbeplantingen.

• Stimuleren van vrijwillige weidevogelbescherming in grootschalige ontginningen.

5 Landschapsbeleid Bladel - Landschapselementen

Bladel is een gemeente met veel kleine landschapselementen. Ten behoeve van het vorig Landschapsbeleidsplan is in 1998 een veldinventarisatie van deze landschapselementen uitgevoerd. De onderzoeksmethode voor deze inventarisatie is opgenomen in bijlage 2. De landschapselementen zijn opgenomen op de Landschapskaart in bijlage 1.

Onder kleine landschapselementen wordt verstaan:

Vlakvormige landschapselementen:

o Bosjes en overhoeken met boombeplanting < 2 hectare (BS). Bosjes zijn dichte beplantingen bestaande uit opgaande bomen. Overhoeken met boombeplanting ofwel boomweiden worden gekenmerkt door op regelmatige afstand van elkaar geplante bomen waarvan het kronendek in principe niet gesloten is. De onderetage bestaat uit gras dat al of niet beweid wordt.

Lijnvormige landschapselementen:

o Houtwallen (HW). Dit zijn lijnvormige elementen begroeid met bomen en struiken, in dit geval op door de mens opgeworpen aarden wallen.

o Houtsingels (SI). Dit zijn lijnvormige elementen bestaande uit bomen en/of struiken.

o Bomenrijen (BR). Dit zijn lijnvormige beplantingen die bestaan uit op regelmatige afstand staande bomen, voornamelijk op perceelranden en langs zandpaden. Laanbeplantingen langs verharde wegen behoren niet tot deze categorie.

o Bermen, zeer geschikt voor ecologisch beheer (BE). Veel bermen langs wegen in het buitengebied komen in aanmerking voor natuurvriendelijk beheer. In het kader van de inventarisatie van kleine landschapselementen zijn de bermen meegenomen die op grond van breedte, ligging en afwezigheid van beschaduwende beplanting meer dan gemiddelde kwaliteit en potenties bezitten voor verschralingsbeheer gericht op bloemrijk grasland.

• Puntvormige landschapselementen

o Solitairen / (kleine) boomgroepen (SO). Hier gaat het om alleenstaande bomen alsmede kleine groepjes bomen die als het ware als een solitair opgroeien en als een eenheid beheerd worden.

o Poelen (PO). Dit kunnen zowel de natuurlijke als de gegraven waterpartijen zijn voor zover ze kleiner zijn van circa 1 hectare.

 

Wegbeplantingen langs wegen (in gemeentelijk beheer) zijn wel geïnventariseerd maar er vindt in het Landschapsbeleidsplan geen verdere planvorming plaats. Hiervoor wordt verwezen naar de Groenvisie.

Erfbeplantingen zijn alle landschapselementen (vlakvormig, lijnvormig of puntvormig) rondom een woning of bedrijfsgebouw die in particulier eigendom zijn. Erfbeplantingen zijn alleen meegenomen in de inventarisatie en vermeld op de kaart wanneer zij van groot landschappelijk belang zijn.

5.1 Belang van kleine landschapselementen

Uitgangspunten

Kleine landschapselementen zijn mede bepalend voor de identiteit van het buitengebied.

Kleine landschapselementen zijn van groot belang voor de ruimtelijke opbouw en de ecologische kwaliteit van het landschap.

Kleine landschapselementen bij oude bebouwingspatronen versterken het historisch karakter.

Toelichting

De afwisseling tussen besloten en meer open gebieden is een belangrijke kwaliteit van het Bladelse landschap. Verspreid liggende bosjes zijn visueel bepalend voor het karakter van een gebied. Bomenrijen en singels vormen de verbinding tussen deze bosjes, waardoor een netwerk van groenelementen aanwezig is.

Gemeente Bladel vindt het van belang om landschapselementen te herstellen, goed te onderhouden en in aantal uit te breiden. Eén van de landschapselementen waarvoor de gemeente zich inzet betreft de boomstructuur langs wegen en dorpsranden. Deze structuur vormt een belangrijke bijdrage aan de opbouw van het landschap en de inpassing van de dorpskernen in het landschap. De gemeentelijke plannen met betrekking tot deze structuur zijn uitgewerkt in de Groenvisie.

Voor de aanleg van nieuwe landschapselementen door de gemeente zijn vaak (smalle) stroken (landbouw)grond nodig die particulier eigendom zijn. Voor actieve aanleg van landschapselementen door de gemeente is dus niet alleen budget nodig maar is vooral ook samenwerking van groot belang.

5.2 Bescherming van bestaande landschapselementen

Uitgangspunten

Landschapselementen zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Monumentale erfbeplantingen zijn opgenomen op de gemeentelijke lijst van monumentale en bijzondere bomen.

Toelichting

Landschapselementen die zijn vastgelegd in het bestemmingsplan, zijn 'niet verplaatsbaar'. Dit betekent dat de landschappelijke of ecologische waarde van het gebied onherstelbaar wordt aangetast wanneer het landschapselement wordt verwijderd. In het Bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Bladel zijn alleen landschapselementen vastgelegd waarvoor geldt dat zij niet verplaatsbaar zijn. In alle gevallen gaat het daarbij om gemeentelijk elementen die ouder zijn dan tenminste tien jaar.

De bescherming van houtopstanden en beplantingen is op verschillende manieren geregeld.

• In de bestemmingsplannen:

o Detailbestemming

o Gebiedsbestemming met bijbehorend aanlegvergunningenstelsel

• In de Boswet

• In de gemeentelijke APV (het kapvergunningenstelsel)

 

Gemeente Bladel wil monumentale erfbeplanting (in overleg met de eigenaars) op een gemeentelijke lijst van monumentale en bijzondere bomen (behorende bij het kapvergunningenstelsel) plaatsen. Zie hiervoor ook de Groenvisie.

Gewenste ontwikkeling

• Aanvullen bomenbeleid (kapverordening) met beleid voor waardevolle, monumentale en/of in dendrologisch opzicht bijzondere erfbeplantingen (bomen).

5.3 Beheer van landschapselementen

Uitgangspunten

Onderhoudswerkzaamheden vinden plaats op natuur­en milieuvriendelijke wijze en met natuur­en milieuvriendelijke methoden.

Snoeihout uit kleine landschapelementen wordt ter plekke verwerkt tot bijvoorbeeld faunavoorzieningen.

Toelichting

Grootschalig onderhoud en ingrijpende beheermaatregelen kunnen een verstorend effect hebben op (bijzondere) flora en fauna in landschapselementen. Gemeente Bladel beheert haar eigen kleine landschapselementen op een natuur­en milieuvriendelijke manier en tracht de beheermaatregelen over het hele buitengebied te spreiden in tijd en plaats, zodat flora en fauna zo min mogelijk gestoord worden. De gemeente onderkent daarnaast het belang van een natuur ­en milieuvriendelijk onderhoud van particuliere landschapselementen (erfbeplantingen). De meeste bestaande kleine landschapselementen zijn immers in bezit bij en in beheer van particulieren. Het stimuleren van particulieren kan onder andere door ze wegwijs te maken in allerlei regelgeving en stimulerende maatregelen. Ook voorlichting geven over bijvoorbeeld het verwerken van snoeihout behoort tot de mogelijkheden. Het Stimuleringskader Groene en Blauwe Diensten (STIKA) geeft hiervoor een aantal mogelijkheden (zie beheerdeel van het Landschapsbeleidsplan).

Snoeihout kan op meerdere manier worden verwerkt (in volgorde van duurzaamheid):

• Stapelen in langwerpige rillen of op hopen. Op deze manier worden schuil­en nestgelegenheden gecreëerd voor diverse soorten dieren.

• Verspreid laten liggen. Door dood hout niet te verkleinen tot snippers maar in takvorm te laten verteren wordt voorkomen dat voedingsstoffen in één keer vrijkomen en kunnen leiden tot een begroeiing bestaande uit onder andere brandnetels. Bovendien profiteren diverse insecten van de aanwezigheid van dood hout en ook paddenstoelen nemen in aantal en diversiteit toe.

• Versnipperen tot strooisel voor bodembedekking of ter versteviging of aanduiding van paden. Het nadeel hiervan is dat voedingsstoffen explosief vrijkomen en kunnen leiden tot een ongewenste begroeiing van ruigtekruiden. De gemeente Bladel past deze mogelijkheid zelf niet toe. Eventuele houtsnippers gaan rechtstreeks naar de energiecentrale.

• Verbranden. Het verbranden van snoeihout is gebonden aan strenge regelgeving en heeft negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit. Het stookvergunningenbeleid is in de APV geregeld.

 

Gewenste ontwikkelingen

• Beheren van gemeentelijke landschapselementen op een natuur­en milieuvriendelijke wijze.

• Stimuleren van particulieren om landschapselementen (erfbeplantingen) op eigen grond op een natuur­en milieuvriendelijke wijze te beheren.

5.4 Stimulering nieuwe aanleg van landschapselementen

Uitgangspunten

Bij aanleg van nieuwe landschapselementen wordt de bestemming van het gebied waarin ze worden aangelegd in overleg met de eigenaar bepaald en vastgelegd.

Kleine landschapselementen bestaan uit een gevarieerde inheemse beplanting met een hoge landschappelijke en ecologische waarde. Plantmateriaal voor nieuwe landschapselementen is bij voorkeur afkomstig van kwekers met SKAL­of milieukeurcertificaat.

Toelichting

De gemeente Bladel vindt het belangrijk om niet alleen zelf landschapselementen te herstellen, nieuw aan te leggen en goed te onderhouden, maar ook om de aanleg door particulieren(zowel agrariërs als andere bewoners en gebruikers van het buitengebied) te stimuleren. Hiertoe participeert Bladel in de subsidieregeling Stimuleringskader Groen Blauwe Diensten. Deze maatregel is bedoeld voor de aanleg en het onderhoud van particuliere landschapselementen in het buitengebied. Een gebiedscoördinator, die wordt aangesteld door de provincie, voert deze maatregel uit.

Voor het aanleggen van erfbeplantingen kan een beroep worden gedaan op deskundigheid en financieringsmaatregelen van Stichting Brabants Landschap. Voorts coördineert Stichting Brabants Landschap het vrijwillig landschapsbeheer en de soortenbescherming in het agrarische cultuurlandschap. De aanleg van nieuwe landschapselementen heeft niet automatisch effect op de bestemming van het betreffende gebied. Enkel in overleg met de grondeigenaar en afhankelijk van de aard van het landschapselement dat wordt aangelegd wordt het bestemmingsplan aangepast voor het (deel van) het perceel waarop het landschapselement wordt aangelegd. Dit is een voorwaarde om in aanmerking te kunnen komen voor de aanleg van benoemde permanente landschapselementen uit het Stika-­pakket.

Gewenste ontwikkelingen

• Implementeren van het Stimuleringskader Groen Blauwe Diensten (STIKA).

• Adviseren van en communiceren met particulieren die eigen kleine landschapselementen (erfbeplanting) willen herstellen en natuurvriendelijk beheren of particulieren die op eigen grond kleine landschapselementen willen realiseren. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de diensten van de veldcoördinator die door de provincie wordt aangesteld.

6 Stand van zaken Landschapsbeleidsplan 1999

Dit Landschapsbeleidsplan is een actualisering van en aanvulling op het vorige Landschapsbeleidsplan dat dateert uit 1999. Als uitwerking van het vorig plan is tussen 1999 en 2009 een groot aantal projecten geheel of gedeeltelijk uitgevoerd. Een deel van de in het beheerdeel van dit Landschapsbeleidsplan voorgestelde projecten en activiteiten zijn een vervolg op of nadere uitwerking van de gereedgekomen projecten. Een overzicht van de uitgevoerde projecten en activiteiten is hieronder opgenomen zodat zichtbaar wordt waarop de nieuwe projecten en activiteiten (opgenomen in het beheerdeel van het Landschapsbeleidsplan) voortborduren.

6.1 Groote Beerze (deelgebied 09)

Voor deelgebied 09 van Robuuste Verbinding De Beerze was een beekherstelplan beschikbaar, opgesteld door Waterschap De Dommel in samenwerking met Brabants Landschap en de Gemeente Oirschot. Een groot gedeelte van de voorstellen uit het beekherstelplan voor deelgebied 09 van Robuuste Verbinding De Beerze is inmiddels gerealiseerd. Tussen het Westelbeerse Broek en de Aardbossen bij de Schepersweg is de beek grotendeels weer in oude glorie hersteld. Het omliggende beekdal biedt nieuwe kansen voor de al bestaande, vaak zeldzame natuur. Daarnaast is er ruimte gemaakt voor de ontwikkeling van ‘nieuwe natuur’ in de vorm van bos, natte graslanden en moeras.

De rol van de gemeente Bladel bij dit deelproject bestond uit het ruilen van gemeentegrond met particuliere grond in het beekdal. Ook zijn gemeentelijke landschapselementen overgegaan naar Brabants Landschap.

6.2 Waterpark Groote Beerze (deelgebied 11a)

Eén van de deelprojecten van Robuuste Verbinding De Beerze is het Waterpark Groote Beerze. Enige jaren geleden was de rioolwaterzuivering in het Waterpark aan renovatie toe. Gelijktijdig met de uitbreidingswerkzaamheden van de rioolwaterzuivering is begonnen met werkzaamheden aan de Beerze en in het Beerzedal. In 2001 was het totale project gereed. Over een lengte van 800 meter zijn bochten aangebracht in de Beerze, er is een stuw verwijderd en er is zes hectare landbouwgrond omgetoverd tot zuiverings­en moerasbos, aangelegd voor natuurontwikkeling. In de riet­en biezenvelden en het moerasbos wordt het gezuiverde water van de rioolwaterzuivering op natuurlijke wijze nog eens extra gezuiverd. Het moerasbos is toegankelijk voor publiek en biedt tevens de mogelijkheid voor berging van 30.000 m3 water.

6.3 Natuurpark Groote Beerze (deelgebied 11b)

Een ander deelproject van Robuuste Verbinding De Beerze betreft het Natuurpark Groote Beerze. De eerste fase van dit deelproject is uitgevoerd in 2002 door de gemeente Bladel in samenwerking met Waterschap De Dommel. Hierbij werd het voormalig agrarische gebied in het beekdal van de Groote Beerze ingericht als een parkachtig landschap bestaande uit opgaande landschappelijke beplantingen, extensieve graslandjes, rietmoerasjes en poelen met een natuurlijk karakter, gebaseerd op historische kaarten. De meanderende beek wordt nu begeleid door een afwisselende reeks van bosjes en singels. Over een lengte van 250 meter is een meanderende zijtak gegraven. Een twintig hectare groot bosgebied werd aangelegd met uitnodigende wandel­en fietspaden. Binnen dit project is een regenwateropvang met een buffercapaciteit van 2.400 m3 gecreëerd ten behoeve van acht hectare bebouwd gebied in Bladel.

Het Natuurpark heeft ook een educatieve functie gekregen. Het onderhoud van het groen gebeurt bijvoorbeeld samen met de leerlingen van het Pius X college. Deze school heeft een ‘groene’ opleiding en de leerlingen kunnen zo ervaring opdoen met onderhoud van ecologisch groen. Daarnaast is het JARA­bos een onderdeel van het Natuurpark. Het JARA­bos is een initiatief van basisschool Het Palet en Milieuvereniging Bladel­Hoogeloon. In nauwe samenspraak met de gemeente Bladel is een 'stuk natuur' aangelegd met een faciliteit voor praktisch natuurwijs. Een ander object dat in het Natuurpark een plaats heeft gekregen is het kunstwerk dat de oude tramverbinding die er in vroege tijden lag, markeert. Het kunstwerk bestaat uit een zichtlijn tussen Bladel en Hapert.

6.4 Kleine Beerze

Van EVZ De Kleine Beerze (nu ook deelgebied 12 van REV De Beerze) is het gedeelte tussen de Hoogcasterseweg en Vessemseweg grotendeels gerealiseerd.

6.5 Aanleg landschapselementen - poelen

Gemeente Bladel heeft in samenwerking met Bosgroep Zuid­Nederland en Reconstructiecommissie Beerze­Reusel de afgelopen vijf jaar op diverse locaties in bossen en natuurgebieden in totaal 36 poelen aangelegd. De aanlegwerkzaamheden werden gecombineerd met het reconstrueren van bosranden of het uitvoeren van beheerwerkzaamheden in bosranden. Van de 36 poelen liggen er 31 binnen en 5 buiten de gemeentegrens. Voor 12 poelen heeft de gemeente Bladel vanuit de Reconstructie subsidie gekregen. Met het aanleggen van de ieder ongeveer 1.000 m2 grote poelen wil de gemeente de biodiversiteit verhogen. Poelen zijn een geschikt biotoop voor libellen en amfibieën en bieden daarnaast drinkgelegenheid voor grote zoogdieren. De kaart met daarop de locaties van de poelen is opgenomen als bijlage 4.

6.6 Aanleg landschapselementen - bomenrijen

Van 2003 tot heden is een groot aantal landschapselementen (bomenrijen en bosschages door de gemeente gerealiseerd.

6.7 Droge ecologische verbinding bij Netersel

Bij Netersel is in 2005 vier hectare aangeplant ten behoeve van het creëren van de droge ecologische verbinding (EVZ). Een gedeelte van deze aanplant is aangelegd als compensatie voor verdwenen groen elders in de gemeente.

6.8 Reconstructie bosbranden

Van 2005 tot 2009 heeft de gemeente Bladel ongeveer 10 hectare bosranden gereconstrueerd. Het ging hierbij vooral om het aanbrengen van een mantel­en zoomvegetatie langs bestaande bosranden. Hierbij zijn inheemse bloeiende en besdragende struiken aangeplant. Gemeente Bladel heeft deze werkzaamheden in gezamenlijkheid met Bosgroep Zuid­Nederland uitgevoerd en ook voor deze werkzaamheden subsidie ontvangen vanuit de Reconstructie. Door het aanbrengen van de randvegetaties krijgen bosranden meer waarde voor vogels, kleine en grotere zoogdieren en een soort zoals de gladde slang.

6.9 Wandelroutenetwerk

De gemeente Bladel heeft een aantal jaren gewerkt aan het realiseren van een wandelroutenetwerk op basis van knooppunten. Het systeem is hetzelfde als die van het al eerder bestaande fietsroutenetwerk. Het wandelroutenetwerk (inclusief mindervalidenpad bij Netersel) is ontworpen in nauwe samenwerking met het Lokaal Toeristisch Platform Bladel, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, Waterschap De Dommel, Gehandicaptenplatform en heemkundekringen. De coördinatie was in handen van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE).

7 Conclusies en aanbevelingen

De hoge landschappelijke waarden van het gebied van de gemeente Bladel vragen om bescherming met behulp van wettelijke en bovenwettelijke beschermende constructies. Maatschappelijke ontwikkelingen zijn aanleiding tot veel claims op het landschappelijke waardevolle gebied. Zonder de beschermende constructies is het onmogelijk om landschap en natuur in stand te houden of zo mogelijk de waarden ervan te versterken.

De gemeente is zich bewust van de landschappelijke rijkdom waarover zij mede de regie voert. Europese en landelijke – zowel rijks­als provinciale wettelijke regelingen voor in standhouding en ontwikkeling – worden omarmd en gebruikt. In het bijzonder is dit het geval voor de beide stroomgebieden van de parallelle bekenstelsels de Grote Beerze en de Kleine Beerze. Er wordt intensief samengewerkt met onder meer de provincie Noord Brabant, Waterschap De Dommel en omliggende gemeenten om de druk en de claims op dit unieke buitengebied te reguleren. Beschermende constructies als Ecologische Hoofdstructuur, Natura 2000 en Ecologische Verbindingszones moeten de garanties zijn voor het veiligstellen van waarden van landschap en natuur. Hierdoor blijft de landschappelijke erfenis bewaart voor toekomstige generaties, zo mogelijk in verbeterde en versterkte vorm. Het huidige Ruimtelijke Ordeningsbeleid richt zich in de eerste instantie op het behoud en in tweede instantie op verbetering. Daarbij is het beheer gericht op streefsituaties voor de aanwezige biodiversiteit.

Recreatief medegebruik is geïntegreerd in het landschap. Dit is mogelijk tengevolge van de afstemming hiervan op de draagkracht van de natuur en het landschap. Wandel­en fietsroutes zijn ruim aanwezig en kwalitatief goed. Ook zorgt een gebiedsvisie aangaande bebouwingsconcentraties voor regulering van (uitbreiding van) bouwlocaties. Zo ook voor de landbouw. Voor gezond agrarisch ondernemen zijn landbouwontwikkelingsgebieden aangewezen.

Landschapsbeheer is in beweging. Potenties moeten worden benut. Dit is alleen mogelijk door alert te zijn op ontwikkelingen. Niet alleen ontwikkelingen die bedreigend zijn voor het voortbestaan van wat er is. Ook moeten kansen in het oog worden gehouden die waardevol zijn voor de landschappelijke ontwikkeling op lange termijn. Hiervoor is aansluitend op het beleidsdeel van dit plan een beheerdeel opgesteld. Een aantal projecten dat in het vorige Landschapsbeleidsplan is geïntroduceerd en ook nieuwe projecten worden uitgewerkt. Aanbevolen wordt om aan maatregelen gebonden subsidies te benutten en structureel voldoende beheerbudget aan te wenden voor het opheffen van achterstanden in landschapsbeheer. Verder moet het planologische kader waarmee structurele landschapselementen worden beschermd in ruimere mate gestalte krijgen. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie: Gemeentelijke aandacht voor landschap en natuur werkt stimulerend voor particuliere eigenaren van landschappelijke objecten!

Literatuur en websites

Nota Natuur, Bos en Landschap in de 21e eeuw, Rijksoverheid, 2000 Kaderrichtlijn Water, Rijksoverheid, 2000

Nota Ruimte, Rijksoverheid, 2006

Agenda Landschap, Rijksoverheid, 2009

Buitengebied in ontwikkeling, Provincie Noord­Brabant, 2004

Reconstructieplan Beerze­Reusel, Provincie Noord­Brabant, 2005

Brabant in Ontwikkeling, Interimstructuurvisie Noord­Brabant, Provincie Noord­Brabant, 2008

Paraplunota Ruimtelijke Ordening, Provincie Noord­Brabant, 2008 Structuurvisie Robuuste Verbinding De Beerze, Provincie Noord­Brabant, 2008

Voorontwerp Structuurvisie RO, Provincie Noord­Brabant, 2009 Beekherstelplan Groote Beerze, Waterschap De Dommel

Inrichtingsplan Groote Beerze, Waterschap De Dommel, 2005

Visie Aa of Goorloop en Dalemstroompje, Waterschap De Dommel

Gebiedspilot Waterkwaliteit De Kleine Beerze, Eco Consult i.o.v. Waterschap De Dommel, 2008

Plan op Hoofdlijnen De Kleine Beerze, Waterschap De Dommel, 2009

Definitief ontwerp herinrichting Raamsloop, Waterschap De Dommel Beeldkwaliteitplan LOG's Brabantse Kempen, Waterschap De Dommel, 2009

Dorpenplan, Gemeente Bladel, 2004

Structuurvisie Bladel, Gemeente Bladel, 2008

Leefomgevingsplan Bladel, Gemeente Bladel, 2005.

Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties buitengebied, Gemeente Bladel, 2008

Gebiedsvisie toeristisch/recreatief gebied Bladel, Gemeente Bladel, 2008

Nota van Uitgangspunten Bestemmingsplan Buitengebied, Gemeente Bladel, 2008

Handreiking Ecologische Bouwstenen, Provincie Noord­Brabant, 2006

Landschapsbeleidsplan, Gemeente Bladel, 1999

De Kroonvennen ­plan voor ontwikkeling en beheer, DLG Noord­Brabant, 1997

Beheersplan voor de gemeentebossen van Bladel, Gemeente Bladel, 1999

Beheerplan Neterselsche Heide, Stichting Het Noordbrabants Landschap, 2004

De Flora­en faunawet, van beperking naar verruiming ­beheer groenvoorzieningen, Vereniging Stadswerk Nederland, 2008

www.minlnv.nl

www.natuurbeheer.nu

www.brabant.nl

www.brabantslandschap.nl

www.dommel.nl

www.bladel.nl

www.debeerze.nl

www.bosgroepen.nl

www.streekhuis.nl

www.sre.nl

www.faunabeheereenheid.nl

www.faunafonds.nl

www.reuseldemierden.nl

www.fsc.nl

www.countdown2010.nl

www.natura2000.nl

Ondertekening

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 17 december 2009.
 
De raad voornoemd,
de griffier,          de voorzitter,

Bijlage 1: Landschapskaart Bladel

Bijlage 2: Werkwijze waardering landschapselementen

Bijlage 3: Lijst inheemse streekeigen beplanting

Bijlage 4: Locaties poelen

[Klik hier om het document te downloaden]