Nota Algemene voorzieningen 2015-2018

Geldend van 01-01-2015 t/m heden

Intitulé

Nota Algemene voorzieningen 2015-2018

De raad van de gemeente Hulst;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2014;

gezien het voorstel van de Commissie Samenleving d.d. 3 december 2014;

gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning;

gelet op het bepaalde in de Kadernota Samenleving Hulst 2013-2016;

overwegende, dat het noodzakelijk is op het terrein van Algemene voorzieningen over beleid te beschikken;

De raad van de gemeente Hulst;

B E S L U I T :

de nota Algemene voorzieningen 2015-2018 voor de gemeente Hulst vast te stellen.

Hoofdstuk 1 Inleiding

Op 27 juni 2013 heeft gemeenteraad de Kadernota Samenleving Hulst 2013-2016 “Eigen Kracht” vastgesteld (hierna te noemen: de kadernota). In deze kadernota zijn de uitgangspunten geformuleerd voor nieuw beleid, de manier van werken en ieders rol daarin. Tevens is in deze kadernota aangegeven, dat de diverse beleidsterreinen in onderlinge samenhang verder worden uitgewerkt in een viertal onderliggende nota’s, te weten:

  • 1.

    accommodatiebeleid;

  • 2.

    mantelzorg en vrijwilligersbeleid, maatschappelijke stage en subsidiebeleid;

  • 3.

    jeugdzorg en opvoedondersteuning, passend onderwijs;

  • 4.

    transities sociaal domein AWBZ/Wmo, Participatie en mobiliteit.

Volgens de kadernota zijn de inwoners van Hulst verantwoordelijk voor het eigen leven en het optimaal benutten van hun mogelijkheden om zelfredzaam te zijn en deel te nemen aan de samenleving. De gemeente Hulst ondersteunt hierbij zo nodig en maakt onderscheid tussen vitale inwoners, inwoners met een (tijdelijke) beperking en inwoners die (tijdelijk) afhankelijk zijn.

Dit gegeven vertaalt zich in het beroep op algemene- dan wel maatwerkvoorzieningen door burgers, waarbij in eerste aanleg een beroep kan worden gedaan op algemene- en indien nodig vervolgens op maatwerkvoorzieningen.

Naar aanleiding van het voorgaande is de opzet van de onderliggende nota’s gewijzigd en wel zodanig, dat volstaan wordt met twee onderliggende nota’s: Algemene voorzieningen en Maatwerkvoorzieningen. De ontwikkelingen op het terrein accommodaties vragen om een specifieke visie. Deze voorzieningen maken in principe onderdeel uit van de algemene voorzieningen, doch zullen in een afzonderlijk nota worden uitgewerkt.

Zowel de onderwerpen jeugdzorg en transitie AWBZ/Wmo zouden eveneens deel uit kunnen maken van de nota Algemene voorzieningen. Echter, wettelijke termijnen hebben bepaald dat de gemeente reeds met ingang van 1 oktober 2014 over beleid hieromtrent moeten beschikken. Inmiddels zijn de beleidsnota 100% Jeugd en de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 Zeeuws-Vlaanderen door de gemeenteraad vastgesteld.

Samenvattend zullen er in dit kader en vanaf dit moment drie nota’s worden opgesteld:

  • 1.

    algemene voorzieningen;

  • 2.

    maatwerkvoorzieningen;

  • 3.

    accommodaties.

In deze nota wordt ingegaan op het beleid over de algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen kunnen als volgt worden gedefinieerd: private of publieke diensten of faciliteiten die een relatie hebben met de gemeente, die bedoeld zijn voor alle burgers in de gemeente. Deze voorzieningen dienen te voldoen aan de navolgende criteria: laagdrempelig, vrijblijvend in gebruik, lokaal aangeboden en een vraag gestuurd aanbod.

Uitgangspunt is dat algemeen gebruikelijke voorzieningen niet als maatwerkvoorziening verstrekt worden. In die zin zijn het voorliggende voorzieningen die voor een ieder bestemd zijn en gebruikt kunnen worden. Denk hierbij aan: boodschappendienst, bibliotheekvoorziening, maar ook maatschappelijk werk en welzijnswerk.

Op 19 mei 2014 vond de voortgangsconferentie Hulst Voor Elkaar plaats. Tijdens deze conferentie werden in een viertal ateliers de navolgende onderwerpen besproken: Ondernemen en welzijn, Vraagverlegenheid, Vervoer en Vitale kernen en wijken. De opbrengsten van deze ateliers zijn als input betrokken bij het opstellen van deze nota.

Een lijst van deelnemers aan de verschillende ateliers, alsmede de verslagen van de ateliers zijn opgenomen in bi jlage 1.

Hoofdstuk 2 Kaders

Het onderwerp algemene voorzieningen is niet nieuw binnen de gemeente Hulst. In bestaande beleidsstukken wordt dit onderwerp besproken of zijn hierover standpunten ingenomen. Het bepaalde in deze nota sluit aan bij de uitgangspunten van de Kadernota Samenleving Hulst 2013-2016 en de, zogenaamde, Kernwaarden 3 D’s. Daarnaast vormt het begrip Eigen Kracht een centraal gedachtengoed binnen deze nota. In dit hoofdstuk worden de kaders genoemd, waarbinnen het onderwerp algemene voorzieningen in de vervolghoofdstukken wordt uitgewerkt.

2.1 Uitgangspunten Kadernota Samenleving Hulst 2013-2016

In de kadernota worden onderwerpen als: Hulst Voor Elkaar, de nieuwe Participatiewet en de herijking van het accommodatie- en subsidiebeleid nader beschreven. De onderwerpen zijn uitgewerkt op basis van de volgende criteria:

  • 1.

    Inwoners van Hulst zijn verantwoordelijk voor het eigen leven en benutten optimaal hun mogelijkheden om zelfredzaam te zijn en deel te nemen aan de samenleving.

  • 2.

    De gemeente Hulst ondersteunt hierbij zo nodig en maakt onderscheid tussen vitale inwoners, inwoners met een (tijdelijke) beperking en inwoners die (tijdelijk) afhankelijk zijn.

  • 3.

    Niet het aanbod tot ondersteuning staat centraal, maar de vraag en de unieke situatie van de inwoner(s). Ondersteuning wordt eenvoudig en zonder bureaucratie ingericht.

  • 4.

    De gemeente streeft naar een eenduidige toegang tot ondersteuning.

  • 5.

    Wederkerigheid in dienstverlening tussen inwoners wordt gestimuleerd.

  • 6.

    De gemeente Hulst is een regisserende gemeente, en werkt aan en stimuleert samenwerking tussen maatschappelijke organisaties en zo nodig het bedrijfsleven, inwoners en hun organisaties.

  • 7.

    Verenigingen worden getoetst op hun eigen kracht en mogelijkheden, en het subsidiebeleid wordthier op aangepast.

  • 8.

    Samenwerking tussen verenigingen wordt verder gestimuleerd.

  • 9.

    Sport-, welzijn- en onderwijsaccommodaties worden getoetst op hun meerwaarde.

  • 10.

    De gemeente Hulst werkt aan een goed, veilig en zorgzaam woon-, werk- en leefklimaat.

  • 11.

    Beheersbare kostenontwikkeling voor alle samenwerkende organisaties.

2.2 Kernwaarden 3 D’s

In het beleidsdocument Dienstverleningsmodel Sociaal Domein zijn met betrekking tot de visie op de toegang tot de 3 decentralisaties een aantal kernwaarden gedefinieerd. Tevens bedient dit beleidsdocument zich van een zogenaamde ‘bouwtekening’, waarin de Hulsterse visie op het sociaal domein is weergegeven. Deze bouwtekening is opgenomen in bijlage 2 .

Kenmerken van de kernwaarden zijn:

  • ·

    toekomstgericht;

  • ·

    integrale inrichting en aansturing van het sociaal domein (dus alle transities);

  • ·

    aansluiten op de (reeds geformuleerde) visie;

  • ·

    borging van innovatie.

De concrete kernwaarden die als uitgangspunt voor deze nota Algemene voorzieningen dienen, zijn:

  • ·

    Beleidsregisseur: De gemeente richt zich op het invullen van de effecten welke bereikt moeten worden: de Wat-vraag. Hier worden doelen, gewenste resultaten en in te zetten middelen bepaald. De concrete invulling van de uitvoeringsregie en uitvoering komen tot uitdrukking in: de Hoe-vraag. Deze wordt buiten de organisatie belegd, met ruimte voor de deskundige.

  • ·

    Integrale benadering:Het beleid wordt integraal ontwikkeld én de instrumenten en middelen uit het deelfonds sociaal domein worden breed (ontschot) ingezet.

  • ·

    De eigen kracht van de inwoner en de samenleving wordt benut: De eigen kracht betekent feitelijk dat de eigen kwaliteiten van de burger moeten worden benut. Eigen verantwoordelijkheid betekent dat die burger gestimuleerd moet worden om daadwerkelijk zelf aan de slag te gaan. Vrijblijvendheid past niet bij het gebruik van voorzieningen uit het sociaal deelfonds.

  • ·

    Binnen het budget, met ruimte voor innovatie:Doelstelling is via goed budgetbeheer exploitatie, investeringen, projecten en voorzieningen te bekostigen vanuit de beschikbare budgetten en 10% van deze in te zetten voor innovatie.

  • ·

    Resultaatgericht: Gerichte sturing vindt plaats op te bereiken doelen, resultaten, effecten en de inzet van middelen.

  • ·

    Inzet op innovatie: Het beleid van de gemeente is gericht om te komen tot nieuwe samenwerkingsverbanden, nieuwe werkwijzen en tot efficiëntere of voordeligere vormen van ondersteuning.

  • ·

    Lokaal, tenzij ….: Daar waar dit een toegevoegde waarde is, zullen taken op regionaal niveau worden belegd en uitgevoerd. Maar op voorhand hebben lokale uitvoeringsdiensten het primaat.

  • ·

    Privaat , tenzij …: De uitvoeringstaken worden privaat belegd, tenzij er factoren zijn die om een publieke uitvoering vragen.

  • ·

    Zoveel mogelijk inclusief: Inclusie staat voor gelijkwaardigheid en volwaardig burgerschap. Een inclusieve samenleving is een samenleving waar iedereen, ongeacht zijn of haar culturele achtergrond, sekse, leeftijd én talenten of beperkingen tot zijn recht kan komen. Dit door op een gelijkwaardige manier deel te nemen aan de maatschappij.

  • ·

    Samen met maatschappelijke partners en inwoners: Samenwerking tussen alle partners, zowel lokaal, (sub)regionaal, landelijk als internationaal is een belangrijk uitgangspunt. Er zal sprake zijn van verticale samenwerking tussen regisseurs als uitvoerders én van horizontale samenwerking tussen regisseurs onderling, alsmede tussen uitvoerders onderling. De gemeente richt zich op samenwerking met zowel publieke als private partijen om de gewenste resultaten te bereiken en vraagt van haar partners een optimale inzet gericht op samenwerking.

2.3 Eigen kracht

In de kadernota en de kernwaarden 3 D’s staat de eigen kracht centraal. Er wordt vanuit gegaan dat actieve mensen dienstbaar zijn aan elkaar. De huidige ontwikkelingen in het sociaal domein vereisen een ongekende omslag in denken én werken van alle betrokkenen, in het besef dat door het Rijk de budgetten enorm worden gekort. De gemeente kan deze tekorten niet opvangen en moet klaar zijn om verantwoordelijkheid te nemen voor ondersteuning in de leefdomeinen werk, inkomen, welzijn, zorg, opvoeden en veiligheid. Ook wordt het nodige van burgers zelf verwacht.

We stappen over van een tijdperk van verzorging door de overheid naar een tijdperk gekenmerkt door eigen regie en eigen verantwoordelijkheid van de burger. In de kadernota is bepaald om te werken aan een samenleving die niet van bovenaf wordt aangestuurd, maar waar samenwerking tussen de gemeente, maatschappelijke instellingen en inwoners vanzelfsprekend is. Kenmerkend hiervoor is dat er veel activiteiten in het zogenaamde voorveld plaatsvinden. In het kader van deze ‘preventie’ wordt van de burger verwacht dat deze actief meedoet in de samenleving. Dit heeft een collectief aspect, namelijk: de leefbaarheid in de omgeving van de burger wordt versterkt, en een algemeen aspect, namelijk: de burger blijft ‘in de running’ en vitaal. Daarom willen we er de vitaliteit van zo veel mogelijk burgers bevorderen.

Een vitale burger staat volop in het leven en heeft daarmee veel te bieden aan de samenleving.

Bij betrokkenheid van vitale burgers wordt niet alleen gedoeld op het doen van vrijwilligerswerk, maar ook op het betrokken zijn bij elkaar en vanuit die betrokkenheid iets voor elkaar willen betekenen, zonder dat dit altijd het predicaat van vrijwilligerswerk hoeft te krijgen. Daarnaast is een vitale burger geestelijk en lichamelijk gezond en doet daarom nauwelijks of geen beroep op ondersteuning, waardoor dit een besparing oplevert die kan worden ingezet voor andere zaken.

Een vitale burger is een burger die betrokken is bij zijn woon-, leef- en/of werkomgeving en deze betrokkenheid tot uitdrukking brengt door vrijwillig actief te zijn in sociale structuren, waardoor hij/zij zich ‘goed in zijn vel’ voelt. Vitale burgers doen het op eigen kracht, wat de cirkel weer rondmaakt. Echter, het bewustwordingsproces van burgers over hun vitaliteit is een proces dat tijd nodig heeft. Vanuit het verleden is de burger immers ‘verzorgd’ door de overheid.

Hoofdstuk 3 Beschrijving algemene voorzieningen

3.1 Definitie

Een voorziening is algemeen als deze voldoet aan de volgende criteria:

  • ·

    laagdrempelig, lokaal aanbieden;

  • ·

    vrijblijvend gebruik;

  • ·

    vraaggestuurd aanbod;

  • ·

    eenvoudig en zonder bureaucratie.

De begrippen ‘algemene voorzieningen’ en ‘collectieve voorzieningen’ worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze zijn niet gelijk aan elkaar. Op grond van de gekozen benaming in de nieuwe Wmo wordt in deze nota het begrip Algemene voorzieningen gehanteerd. Een algemene voorziening is meeromvattend dan een collectieve voorziening. Men spreekt van een collectieve voorziening als deze voorziening collectief georganiseerd is (zoals bijvoorbeeld vervoer). De toegang hiervoor is gelijk aan een individuele voorziening; er wordt immers een beschikking afgegeven (bijvoorbeeld een vervoerspasje op naam). Een algemene voorziening is laagdrempelig toegankelijk. Hiervoor is geen beschikking nodig (bijvoorbeeld gebruikmaken van een boodschappenbusje).

Indien een voorziening algemeen is vormgegeven, maar de toegang afhankelijk is van toetsing op individueel niveau op basis van persoonskenmerken- en gezinsomstandigheden, dan is er juridisch sprake een individuele voorziening (bijvoorbeeld Wmo-vervoer met taxipasje). De individuele toetsing voor toegang tot de collectief geregelde voorziening kan leiden tot een besluit mét beschikking en een besluit zónder beschikking. Een voorbeeld van een besluit met een beschikking is een Wmo-vervoersvoorziening. Een voorbeeld van een besluit zonder beschikking is alarmering via Stichting Hulst Voor Elkaar. De algemene voorzieningen die op basis van individuele toetsing toegankelijk zijn, worden behandeld in de nota Maatwerkvoorzieningen.

3.2 Voorwaardenscheppend

In de kadernota is met betrekking tot de ondersteuning bepaald dat niet het aanbod, maar de vraag en de unieke situatie van de inwoner(s) centraal staat. Tevens is bepaald dat ondersteuning eenvoudig en zonder bureaucratie wordt ingericht én dat algemene voorzieningen worden opgezet en geëxploiteerd door verenigingen, stichtingen en particulieren met een algemeen maatschappelijk doel.

De gemeente zal sturing aan algemene voorzieningen geven door in verordeningen, beleidsregels en subsidieregels voorwaarden op te nemen. Hierdoor wordt onder andere een efficiënt(er) gebruik van voorzieningen nagestreefd.

3.3 Preventief, curatief of repressief

Algemene voorzieningen zijn niet alleen in het (maatschappelijk) voorveld beschikbaar, maar zijn ook beschikbaar als \blijkt dat een burger meer specifieke ondersteuning in één of meerdere levensdomeinen nodig heeft. Hierbij is bijlage 2 relevant . Afbeelding: Integrale bouwtekening sociaal domein gemeente Hulst) .

Veelal worden de algemene voorzieningen aangeduid als zijnde preventief beleid en de voorzieningen gericht op maatwerkondersteuning zouden dan meer passen in het curatieve en/of het repressieve beleid. Hierbij moet worden opgemerkt dat preventief beleid ook nog verschillende gradaties kent, waarbij het primaire preventieve beleid zich richt op het voorkomen van problematiek door het wegnemen van de oorzaken, het secundaire preventieve beleid zich richt op het vroegtijdig opsporen van problematiek en daarop in te springen en het tertiaire preventieve beleid gericht is op het voorkomen van escalatie van problematiek.

Het voeren van een integraal of totaal beleid in het sociaal domein doet recht aan iedere burger en heeft aandacht voor zowel preventief, als curatief, als repressief beleid. In deze nota bevinden de algemene voorzieningen zich op het gebied van preventief, omdat ze zich in het voorveld bevinden én voor iedereen toegankelijk zijn.

Hoofdstuk 4 Clustering van voorzieningen

4 .1 S pecifieke deelterreinen

Voor de decentralisatie van de AWBZ-taken naar de Wmo 2015 dient de gemeente een aantal keuzes te maken. Deze keuzes worden vastgelegd in een nader op te stellen Uitvoeringsplan Wmo. Dit plan maakt geen deel uit van deze beleidsnota over algemene voorzieningen, maar heeft hier wel raakvlakken mee. Het Uitvoeringsplan Wmo vormt een uitwerking van de kadernota. In het uitvoeringsplan zal bijvoorbeeld aangegeven worden op welke manier invulling wordt gegeven aan de toegang, het inrichten van lichte en zware ondersteuning, de contractering van de zorgaanbieders, de eigenbijdrage-systematiek, de vormgeving van de PGB voor de nieuwe taken en het financieringsmodel voor beloning van aanbieders.

De gemeenteraad heeft op 25 september 2014 de beleidsnota 100% Jeugd vastgesteld. Hierin staat bijvoorbeeld wat de gemeente wil bereiken op het gebied van het onderwerp jeugd, hoe de jeugdzorg georganiseerd wordt en welke budgetten hiervoor beschikbaar zijn. Het onderdeel jeugd wordt behandeld in een afzonderlijke nota en daarom geen onderdeel uit van deze nota over algemene voorzieningen.

Ook wordt hier het onderwerp Vervoer genoemd. De aanwezigheid van openbaar vervoer is een belangrijk goed om de vitaliteit van burgers en de bereikbaarheid van (vitale) kernen te bevorderen. Echter, de gemeente heeft weinig tot geen invloed op dit onderwerp, omdat openbaar vervoer een provinciale verantwoordelijkheid betreft. De gemeente zal daarentegen wél haar stem laten horen als het gaat om de kwaliteit van openbaar vervoer.

De tegenhanger van algemeen vervoer is het individueel vervoer. Nu wordt in dit kader gesproken over maatwerkvoorzieningen. Het onderwerp wordt in de nader op te stellen nota Maatwerkvoorzieningen behandeld. Overigens, in het licht van de 3 D’s (zie de bouwtekening in bijlage 2) wordt vervoer in de toekomst als algemene voorziening gezien.

Om de benoeming van de specifieke deelterreinen in deze paragraaf te vervolmaken, wordt melding gemaakt van het gegeven dat de zogenaamde ‘woningaanpassingen’ in de toekomst als maatwerkvoorziening zullen verdwijnen. Er zullen in de nabije toekomst voldoende levensloopbestendige woningen zijn, omdat er vooruitlopend op die nieuwe situatie thans met woningcorporaties afspraken worden gemaakt over levensloopbestendig bouwen én dat particulieren bij het aanvragen van een bouwvergunning conform het Bouwbesluit hierop worden gewezen.

4 . 2 Vitale kernen

Waar hebben we mee te maken?

De kern of de wijk heeft een maat die bij uitstek geschikt is voor het organiseren van ondersteuning dicht bij de inwoner. Zo kan de ondersteuning beter aansluiten bij de leef- en belevingswereld van mensen. Het is voor de meeste mensen, en zeker voor oudere mensen met een beperking en kinderen, heel belangrijk dat er in de buurt zorg- en welzijn- voorzieningen zijn. Daarnaast is het belangrijk dat er in de kern of de wijk binnen- en buitenruimte beschikbaar zijn die zijn afgestemd op de behoeften van jong en oud om te spelen, te sporten, te ontspannen, van cultuur te genieten, elkaar te ontmoeten en samen activiteiten te ontplooien.

In dit kader wordt verwezen naar het Masterplan Voorzieningen Zeeuws-Vlaanderen (2011), waarin beargumenteerde uitspraken zijn gedaan over de beschikbaarheid van voorzieningen in de gemeente Hulst in relatie tussen het aanbod van voorzieningen en de vraag ernaar. Bij de behandeling van het masterplan heeft het gemeentebestuur van Hulst bepaald dat het herschikken van voorzieningen op kernniveau gezien wordt als ‘stip op de horizon’, maar dat tot dat moment maatwerk per kern en per onderwerp van beleid mogelijk is.

Daarnaast is het belangrijk dat er voldoende aanbod is van geschikte woningen, met name voor mensen met een beperking, en dat de woonomgeving een toegankelijke inrichting heeft en veilig is.

Het succes van maatschappelijke ondersteuning is grotendeels afhankelijk van de inzet van bewoners voor elkaar. Sociale samenhang is hierbij van cruciaal belang, want bewoners die elkaar kennen en zich betrokken voelen bij hun buurt en hun buren zetten zich makkelijker voor elkaar in. Tot een paar jaar geleden was sprake van de subsidieregel Opbouwwerk. Dit is thans niet meer het geval. Opbouwwerk zet zich in voor groepen mensen uit de bevolking. Opbouwwerk brengt mensen samen in groepen organisaties om concrete knelpunten aan de pakken in hun woon- en leefomgeving. Leefbaarheid en sociale cohesie zijn hierbij sleutelbegrippen. Het gaat om knelpunten op het gebied van: wonen, werken, voorzieningen en leefbaarheid. Er zijn inmiddels meerdere leefbaarheidsplannen met succes verwezenlijkt. Deze plannen zijn gemaakt dóór en vóór burgers, die hierbij met raad en daad worden bijgestaan door ervaringsdeskundigen.

Wat willen we bereiken?

Leefbare en levensloopbestendige wijken en kernen, die de zelfredzaamheid van bewoners vergroten en daarmee individuele zorgvragen van burgers verminderen.

Wijken en kernen waar mensen zo lang mogelijk kunnen blijven wonen en hun sociale netwerk in stand houden.

4.3 De ‘nieuwe’ vereniging

Waar hebben we mee te maken?

Kunst, cultuur en sport zijn van grote waarde voor de samenleving: door te bewegen en te ontmoeten, door het creëren van en een (gezamenlijk) doel na te streven, blijven mensen gezonder en wordt sociaal isolement voorkomen. Dit komt de leefbaarheid in de kernen ten goede.

Kunnen er door het leggen van de juiste contacten combinaties worden gemaakt? Met andere woorden: kan er meer samenwerking tot stand komen? Kunnen activiteiten gecombineerd worden opgepakt en werkt dit versterkend en kostenreducerend?

De gemeente Hulst heeft verenigingen die de mogelijkheid bieden om op vaste tijden activiteiten te beoefenen. Denk aan verenigingen waar teamsporten worden beoefend of verenigingen waar muziek wordt gemaakt, waarbij dit uit praktisch oogpunt gebeurt. Onze gemeente kent veel verenigingen waar dit goed geregeld is en waar burgers terecht kunnen. Behoud hiervan is een belangrijke voorwaarde om actief te zijn en te blijven, alsmede om te ontmoeten.

Daarnaast is er een trend dat er meer burgers zijn die zelf willen bepalen wanneer men een activiteit doet. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het onderzoek van de Zeeuws Sportmonitor naar de actieve leefstijl van Zeeuwse inwoners. De verenigingen die team- of groepsactiviteiten aanbieden, kunnen hierop inspelen door een breder aanbod te realiseren. Er moet worden voorkomen dat er onvoldoende aanbod is, met als gevolg dat de groep burgers die zelf willen bepalen wanneer men een activiteit doet, inactief wordt en beperkt wordt in haar ontmoetingen. Daarnaast zijn er ontwikkelingen die gevolgen hebben voor deelname van burgers aan verenigingsactiviteiten, zoals ontgroening, vergrijzing en krimp. Ook hiervan is het gevolg dat steeds meer burgers inactief worden, waardoor men elkaar niet meer ontmoet. Dit heeft ook nadelige gevolgen voor het fysieke en psychische welbevinden van de burgers.

Wat willen we bereiken?

Zoveel mogelijk mensen actief laten deelnemen aan de maatschappij, dit om uitval te voorkomen. In de kadernota staat de ‘eigen kracht’ centraal. Hierbij is een vitale (actieve) burger en de bewustwording daarvan essentieel. Om burgers te activeren is een belangrijke taak voor het verenigingsleven weggelegd, aangezien burgers daar in hun vrije tijd elkaar kunnen ontmoeten en elkaar kunnen versterken. Verenigingen die team- of groepsactiviteiten aanbieden, moeten dit kunnen blijven doen.

Daarnaast zijn er twee groepen burgers die bereikt dienen te worden. Ten eerste burgers die nooit deelnemen aan verenigingsactiviteiten en ten tweede burgers die afhaken vanwege het niet aansluiten van het aanbod van de verenigingen aan de behoefte van de individuele burger. Verenigingen die mogelijkheden hebben, zullen zelf op zoek moeten gaan om kansen te benutten. Hierbij zullen ze niet meer alleen door de gemeente worden ondersteund, maar zullen ze tevens contacten met het bedrijfsleven

dienen aan te gaan.

4.4 Gezonde leefstijl

Waar hebben we mee te maken?

Gezondheid kan worden gedefinieerd als eentoestand van algeheel welbevinden, zowel lichamelijk, geestelijk als maatschappelijk: de zogenaamde vitale burger. Gezondheid is een voorwaarde om op eigen kracht te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Overgewicht is echter een toenemend probleem dat de gezondheid van de mensen bedreigt. In Zeeland is overgewicht met name bij kinderen groeiende, zoals blijkt uit onderzoek van GGD Zeeland. Om overgewicht te verminderen, dan wel tegen te gaan, dient het aantal inwoners met een gezonde leefstijl toe te nemen. Een gezonde leefstijl is gericht op gezond voedingspatroon en gezond bewegen.

Wat willen we bereiken?

In de regionale Gezondheidsnota 2013-2016 is als speerpunt opgenomen ‘Zeeuws Vlaanderen op gezond gewicht’. Hierbij wordt gestreefd naar een toename van het aantal inwoners met een gezonde leefstijl. Het plan is voornamelijk gericht op het stimuleren van een gezond voedingspatroon en gezond bewegen.

Het volgende wordt door de gemeente Hulst nagestreefd (0-meting: Regionale Volksgezondheid Toekomstverken ning Zeeland, Lokaal rapport Gemeente Hulst, mei 2012):

  • ·

    het percentage kinderen met overgewicht is, in de kernen waar sprake is van een integrale aanpak, eind 2016 gedaald tot 9% voor jongens en 10% voor meisjes;

  • ·

    het percentage volwassenen tot 65 jaar dat voldoet aan de NNBG(Nederlandse norm gezond bewegen) is eind 2016 gestegen tot 75%;

  • ·

    het percentage 65-plussers dat voldoet aan de NNBG is eind 2016 gestegen tot 70%

Door middel van het project HOGG, Hulst Op Gezond Gewicht wordt hier handen en voeten aan gegeven.

4.5 Mantelzorg

Waar hebben we mee te maken?

Mantelzorg is een vorm van vrijwilligerswerk en behoort in de zorgwereld tot het begrip ‘Informele zorg’. De informele zorg vormt ook wel de schakel tussen professionele zorg en de zorgvrager.

In de kadernota worden vier speerpunten voor mantelzorg genoemd: sturing, scholing, netwerkactivering en informatievoorziening.

Sinds de vaststelling van de kadernota zijn de volgende landelijke ontwikkelingen van belang:

  • ·

    concept Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • ·

    brief staatssecretaris van Rijn dd. 25 april 2013 Hervorming langdurige zorg: naar een waardevolle toekomst;

  • ·

    brief staatssecretaris van Rijn dd. 20 juli 2013 Versterken, verlichten en verbinden.

Ook in de nieuwe Wmo heeft de gemeente de verantwoording voor de ondersteuning van mantelzorgers. In de oude Wmo lag de gemeentelijke opdracht voor ondersteuning van mantelzorgers besloten in prestatieveld vier. In de nieuwe Wmo en de nieuwe wet Langdurige zorg wordt de positie van de mantelzorger verder versterkt. Het doel is om de taak van mantelzorger te verlichten, overbelasting te voorkomen en om informele en de professionele zorg beter met elkaar te verbinden en te laten samenwerken.

Mantelzorgers houden het langer vol als ze weten dat:

  • ·

    ze goede ondersteuning krijgen;

  • ·

    goed toegerust zijn;

  • ·

    kunnen rekenen op rugdekking als dit nodig is.

Mantelzorgers moeten zelf op tijd ondersteuning krijgen. Of er moet vervangende zorg komen voor de persoon waarvoor de mantelzorgers zorgen. Dit dient de gemeente te gaan organiseren via maatwerk. Bijvoorbeeld door respijtzorg: individuele ondersteuning, bijvoorbeeld door het bieden van een mantelzorgwoning. Daarnaast wordt de gemeente verantwoordelijk voor de vormgeving van het mantelzorgcompliment. Tot 1 januari 2015 is dit de verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid. Deze individuele ondersteuning voor mantelzorgers, met onder andere respijtzorg, en de vormgeving van het mantelzorgcompliment worden verder behandeld in de Nota Individuele voorzieningen. In de context van deze nota over algemene voorzieningen gaat het alleen om collectieve ondersteuning, zoals deze nu bijvoorbeeld is vormgegeven via het Steunpunt Mantelzorg in de gemeente Hulst.

Wat willen we bereiken?

  • ·

    Adequate ondersteuning van mantelzorgers.

  • ·

    Burgers wonen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving.

4.6 Vrijwilligerswerk

Waar hebben we mee te maken?

Vrijwilligers vormen het sociale cement van de samenleving. Zonder dit cement wordt de samenleving schraal en veel minder leefbaar. Denk bijvoorbeeld aan de talloze vrijwilligers die zich inzetten voor sportclubs, die helpen bij vakantieactiviteiten voor kinderen of op huisbezoek gaan bij ouderen. Maar ook aan mensen die spontaan met elkaar een buurtfeest organiseren.

Vrijwilligers zijn onmisbaar. Miljoenen mensen beleven plezier aan het vrijwilligerswerk. Toch staat de vrijwillige inzet onder druk, bijvoorbeeld door onnodige regels of door het ontbreken van voldoende nieuwe vrijwilligers. Dat vraagt om beleid voor vrijwilligerswerk, gericht op het zo goed mogelijk ondersteunen en stimuleren van alle burgers die zich vrijwillig inzetten.

De gemeente Hulst zet in door middel van ondersteunen, waarderen, stimuleren en verbinden.

Ondersteunen

De verenigingen in de gemeente Hulst functioneren over het algemeen op basis van vrijwilligers. In de kadernota is aangegeven dat zij een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van Hulst leveren.

Er komt echter steeds meer druk op deze vrijwilligers te liggen, door afname van het aantal vrijwilligers én afname van de zogenaamde kartrekkers, als gevolg van onder andere de krimp, vergrijzing en individualisering. De verenigingen zijn niet in staat om op ‘eigen kracht’ een oplossing te vinden voor dit probleem en doen een beroep op de gemeente om te ondersteunen bij het vinden van vrijwilligers of de bestaande vrijwilligers te behouden.

De gemeente ziet hierin een ondersteunende rol voor een uitvoeringsorganisatie om samen met organisaties nieuwe vrijwilligers te scholen en vrijwilligerswerk en vrijwilligersklussen te vinden.

Waarderen

Waardering van de vrijwilligers is belangrijk om hen te behouden. Vanuit de gemeente is er een waarderingsbeleid opgezet om ook vrijwilligers in op z’n tijd in het zonnetje te zetten. Voor organisaties met vrijwilligers is het van belang om ook een vrijwilligersbeleid te hebben en de vrijwilligers te waarderen.

Stimuleren

Voor de burgers waarvoor betaalde arbeid nog niet mogelijk is, kan in het kader van re-integratie het verrichten van maatschappelijke nuttige werkzaamheden een mooi, tijdelijk alternatief zijn, om betrokken te blijven bij de samenleving, bijvoorbeeld om het eigen netwerk uit te breiden. De gemeente wil daarbij echter verschillende waarborgen implementeren die verdringing op de arbeidsmarkt tegengaan. Wij vinden het van belang dat verdringing van regulier werk wordt voorkomen. Het is daarom bijvoorbeeld niet de bedoeling dat werkzaamheden waarvoor een bestaande vacature beschikbaar is of werkzaamheden waar recentelijk nog gewoon voor werd betaald, worden ingezet als tegenprestatie en/of voor vrijwilligerswerk.

Het moet gaan om onbeloonde en additioneel werk. Additioneel op reguliere arbeid. Het betreft werkzaamheden waar geen enkele bereidheid is om daar een geldelijke beloning voor te betalen. De beoordeling hiervan is plaats- en tijdgebonden. Dat betekent dat het noodzakelijk is om regelmatig te evalueren. Tevens hierbij aandacht voor verdringing van de arbeidsmarkt.

De gemeente wil met het volgende uitgangspunt waarborgen dat vrijwillige inzet van uitkeringsgerechtigden niet leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt:

·de onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden die als maatwerk

opgedragen kunnen worden en/of als regulier vrijwilligerswerk worden uitgevoerd, moeten additioneel van aard zijn en mogen niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Additionele werkzaamheden omvatten aanvullende activiteiten die onder normale bedrijfseconomische omstandigheden niet rendabel zijn om een gezonde bedrijfsvoering op orde te houden.

Maatschappelijke stages zijn ook een belangrijke stimulans om de jeugd te enthousiasmeren vrijwilligerswerk te doen. De financiering door het Rijk zal vanaf 2015 worden stopgezet. Inzet is om na stopzetting van financiering door het Rijk toch dit concept te behouden.

Verbinden

Verbinden van vrijwilligers en vrijwilligerswerk is belangrijk. Vaak weten de vrijwilligers niet waar vrijwilligerstaken ingevuld moeten worden en organisaties die vrijwilligers zoeken, weten hen niet te vinden. Matching is hierdoor de oplossing. Belangrijk hierbij is dat bij alle organisaties en

vrijwillige burgers het “matchingbureau” ook bekend en laagdrempelig is.

Wat willen we bereiken?

Stimuleren van samenwerking tussen verenigingen, alsmede verbinden van vrijwilligers onderling en tussen de vrijwilligers en organisaties. Een uitvoeringsorganisatie die vrijwilligerswerk en – organisaties ondersteunt. Activering van burgers in het vrijwilligerswerk, in het algemeen en participatie als vrijwilliger van jongeren, in het bijzonder.

4.7 Voor- en vroegschoolse educatie

Waar hebben we mee te maken?

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is onderwijs voor peuters en kleuters met een taalachterstand. Hiermee kunnen kinderen op een speelse manier hun achterstand inhalen. Zo kunnen zij een goede start maken op de basisschool.

Peuterspeelzalen en organisaties voor kinderopvang bieden voorschoolse educatie aan. Voorschoolse educatie is voor peuters van 2 en 3 jaar. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie. Zij bepalen welke kinderen in aanmerking komen. Hieromtrent zijn afspraken gemaakt met het Centrum voor Jeugd en Gezin Zeeuws-Vlaanderen. Vroegschoolse educatie is voor kinderen uit groep 1 en 2 van de basisschool. De basisschool is verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie. De gemeente en de basisschool zijn gezamenlijk verantwoordelijk om afspraken te maken over de aansluiting van de voorschoolse educatie op de vroegschoolse educatie.

Het huidige beleid wordt ingezet om de kinderen die ondersteuning door middel van VVE nodig zouden hebben te bereiken. Het is duidelijk dat er maar een deel van de veronderstelde doelgroep hiervan gebruik maakt. Het bereik onder de doelgroep zal omhoog moeten, om zodoende deze kinderen maximale mogelijkheden in hun ontwikkeling te kunnen bieden. Daarnaast lijkt de ‘warme overdracht’ van de voorschoolse voorziening naar het basisonderwijs niet structureel te zijn opgenomen in de werkwijzen van beide werkvormen, waardoor de aansluiting niet optimaal is.

Wat willen we bereiken?

Kinderen met een mogelijke ontwikkelingsachterstand worden op een zodanige wijze ondersteund dat zij zo optimaal mogelijk hun talenten kunnen ontwikkelen, waardoor zij kunnen opgroeien tot de vitale burgers van onze samenleving.

Hoofdstuk 5 Conclusies en voortgang

5.1 Conclusies

In deze nota is ingegaan op het beleidsterrein van de algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen kunnen als volgt worden gedefinieerd: private of publieke diensten of faciliteiten die een relatie hebben met de gemeente, die bedoeld zijn voor alle burgers in de gemeente. Deze voorzieningen dienen te voldoen aan de navolgende criteria: laagdrempelig, vrijblijvend in gebruik, lokaal aangeboden en een vraag gestuurd aanbod.

Uitgangspunt is dat algemeen gebruikelijke voorzieningen niet als maatwerkvoorziening verstrekt worden. In die zin zijn het voorliggende voorzieningen die voor een ieder bestemd zijn en gebruikt kunnen worden. Denk hierbij aan: boodschappendienst, bibliotheekvoorziening, maar ook maatschappelijk werk en welzijnswerk. Bij de totstandkoming van deze nota is rekening gehouden met een aantal kaders, te weten: de Kadernota Samenleving Hulst 2013-2016, de Kernwaarden 3 D’s en De vitale burger. Input voor deze nota is gegeven tijdens de voortgangsconferentie Hulst Voor Elkaar die gehouden is op 19 mei 2014.

De onderwerpen AWBZ en Jeugd worden in aparte beleidsnota’s uitgewerkt, te weten het Uitvoeringsplan Wmo en de nota 100% Jeugd, omdat deze nota’s binnen wettelijke termijnen vereist zijn. Daarnaast is het onderwerp Openbaar vervoer een provinciale aangelegenheid, waarop de gemeente alleen indirect haar stem kan laten horen, en wordt het onderwerp Individueel vervoer behandeld in de (nader op te stellen) nota Maatwerkvoorzieningen.

Binnen de nota Algemene voorzieningen is over de volgende onderwerpen vermeld wat de gemeente Hulst in de periode 2014-2018 wil bereiken.

Vitale kernen

Leefbare en levensloopbestendige wijken en kernen, die de zelfredzaamheid van bewoners vergroten en daarmee individuele zorgvragen van burgers verminderen en wijken en kernen waar mensen zo lang mogelijk kunnen blijven wonen en hun sociale netwerk in stand houden.

De ‘nieuwe’ vereniging

Zoveel mogelijk mensen actief laten deelnemen aan de maatschappij.

Om burgers te activeren is een belangrijke taak voor het verenigingsleven weggelegd. Er zijn twee groepen burgers die bereikt dienen te worden: burgers die nooit deelnemen aan verenigingsactiviteiten en burgers die afhaken vanwege het niet aansluiten van het aanbod van de verenigingen bij hun behoefte.

Gezonde leefstijl

Er wordt gestreefd naar een toename van het aantal inwoners met een gezonde leefstijl. Om dit te bereiken dient een gezond voedingspatroon en gezond bewegen gestimuleerd te worden.

Mantelzorg

Er wordt ingezet op een adequate ondersteuning van mantelzorgers. Daarnaast moeten burgers zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. Ook jongeren zullen actief participeren als vrijwilliger.

Vrijwilligerswerk

Zowel de vraag naar vrijwilligerswerk, als de vraag naar vrijwilligers staat centraal. Aandacht gaat uit naar het stimuleren van samenwerking tussen verenigingen én het verbinden van vrijwilligers onderling en tussen de vrijwilligers en de organisaties. Vereniging kunnen op een aanvaardbaar niveau blijven functioneren en deelnemende burgers kunnen elkaar blijven ontmoeten.

Voor- en vroegschoolse edu catie

Kinderen met een mogelijke ontwikkelingsachterstand worden op een zodanige wijze ondersteund dat zij zo optimaal mogelijk hun talenten kunnen ontwikkelen, waardoor zij kunnen opgroeien tot de vitale burgers van onze samenleving.

5.2 Vervol gstappen

Om de in de vorige paragraaf vermelde doelstellingen te bereiken zullen binnen de looptijd van deze nota (2015 - 2018) verschillende vervolgstappen gezet worden. Sommige acties kunnen betrekkelijk eenvoudig gestalte krijgen. Een kenmerk van deze acties is dat deze vallen binnen de uitvoering van beleid, waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd is.

Andere acties vergen een nadere uitwerking, bijvoorbeeld in de vorm van beleidsregels of verordeningen. In dit proces wordt de gemeenteraad direct betrokken, tevens zal hierbij aandacht zijn voor inspraak door diverse adviesorganisaties en andere belanghebbenden.

Bij deze vervolgstappen wordt aandacht besteed aan het bepaalde in de Kernwaarden 3 D’s. Het gaat dan specifiek om het aspect van het voeren van beleidsregie door de gemeente. De gemeente richt zich op het invullen van effecten die bereikt moeten worden, ook wel de indicatoren. Daarnaast worden doelen, resultaten en in te zetten middelen bepaald. Deze zaken worden geregeld in een uitvoeringsovereenkomst die met een betreffende uitvoeringsorganisatie wordt gesloten. Hiermee komt de uitvoeringsregie bij de betreffende uitvoeringsorganisatie te liggen. De gemeente controleert en stuurt eventueel bij op grond van verantwoordingsverplichtingen.

Expliciet wordt v ermeld dat waar er vervolgstappen worden gezet die financiële consequenties hebben , buiten de vastgestelde begroting, deze consequenties voor de gemeenteraad inzichtelijk worden gemaakt met het oog op een te nemen besluit.

·Vitale kernen:

Wat gaan we daarvoor doen?

  • -

    Eigen kracht beter benutten van: dorps- en wijkraden, sociale en culturele organisaties, alsmede sportorganisaties.

  • -

    Subsidiëring 1 fte Opbouwwerk en hiervoor subsidiebeleidsregel 8 Opbouwwerk weer activeren.

  • -

    Werken met kernteams per dorp/wijk.

  • -

    Met het Zorgkantoor afspraken maken.

  • -

    Verder inrichten laagdrempelig, breed loket.

Indicatoren?

  • -

    Aantal bij de gemeente ingediende leefbaarheidsprojecten.

  • -

    Aantal in de gemeente georganiseerde evenementen.

  • -

    Een overeenkomst met het Zorgkantoor.

Wat mag het kosten?

Budget neutraal.

·De nieuwe vereniging:

Wat gaan we daarvoor doen?

Om goed te kunnen inspelen op de behoeften van de burgers dient de vraag goed in beeld te worden gebracht. Dit dient te gebeuren door middel van enquêteren en monitoren van bestaande onderzoeken. Aangezien de gemeente alleen een beleidregisserende rol heeft, dienen de burgers nauw betrokken te worden bij het in beeld brengen van de vraag. Een mogelijkheid om hier invulling aan te geven en ook een bewezen succes is het fenomeen ‘sportdorpen’. Een sportdorp is een samenwerkingsverband van sportverenigingen en andere lokale partijen in een wijk of dorpskern met als doel zoveel mogelijk inwoners vanuit hun eigen behoefte meer en vaker te laten sporten. Dit in een bereikbare en geschikte omgeving. Deze opzet kan ook breder worden opgezet om op andere beleidsterreinen niet-actieven te vitaliseren. Het succes van de sportdorpen kan gebruikt worden om de verenigingen te overtuigen van het nut en voordeel van het inspelen op de veranderde vraag en zodoende verder te kijken dan de traditionele rol. Om de verenigingen te stimuleren meer in te spelen op de vraag van de burger en de niet-actieven te betrekken bij hun activiteiten zal gericht gesubsidieerd moeten worden. Hierbij kan het zogenaamde segmenteringsinstrument worden ingezet. Dit is een instrument om bij verenigingen de ambities en mogelijkheden inzichtelijk te maken.

Er is een onderscheid te maken in:

  • -

    moderne prestatievereniging: richt zich op een bepaalde doelgroep en is regionaal georiënteerd en stelt hoge eisen aan technisch kader;

  • -

    vitale brede vereniging: speelt in op de behoefte van de markt, werkt samen met andere organisaties en heeft een gevarieerd aanbod voor verschillende doelgroepen;

  • -

    recreatieve vereniging: richt zich op de directe omgeving (kern-/wijkniveau) en het accent ligt op gezelligheid en ontspanning.

Op grond van de hiervoor genoemde soorten verenigingen kan een indeling worden gemaakt van de verenigingen van de gemeente Hulst. Ondanks het feit dat dit instrument voornamelijk gericht is op sportverenigingen is het ook voor verenigingen van andere beleidsterreinen hanteerbaar.

I ndicatoren?

De Zeeuwse sportmonitor 2013 kan fungeren als nulmeting. In overleg met SportZeeland zal worden bekeken wanneer de 1-meting kan plaatsvinden, door hen dan wel door de gemeente. Daarbij zal het aanvraagformulier subsidie vanaf 2016 zodanig worden ingericht, dat de gewenste resultaten kunnen worden gemeten:

  • -

    aantal soorten verenigingen;

  • -

    soorten doelgroepen per vereniging;

  • -

    aantal leden per vereniging;

  • -

    aantal incidentele/structurele samenwerkingsverbanden met andere organisaties.

Wat mag het kosten?

Eenmalige kosten voor het uitvoeren van het segmenteringsinstrument bedragen € 2.500,--.

De structurele kosten voor het op een andere wijze subsidiëren op basis van het segmenteringsinstrument kunnen budgettair verlopen. Hierbij zullen beleidsregel 23 en 43 komen te vervallen en het budget ad € 46.000,-- beschikbaar stellen voor een nieuwe beleidsregel. Daarnaast dienen ook de beleidsregels vanuit kunst en cultuur te worden bekeken of deze opgenomen kunnen worden in de beleidsregel en het budget daarvoor beschikbaar stellen.

·Gezonde leefstijl:

Wat gaan we daarvoor doen?

Het project HOGG (Hulst Op Gezond Gewicht) zal worden ingezet om bovenstaande doelen te bereiken. Hulst op gezond gewicht is een afgeleide van de landelijke JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht). Dit is een kern-/wijkgerichte aanpak waarbij uiteenlopende partijen worden betrokken, van burger tot bedrijfsleven. Publiek-private samenwerking speelt in dit project een belangrijke rol. Burgers worden gevraagd om een actieve rol te spelen. Het project start in een wijk of kern waar de meeste gezondheidswinst te behalen is. Op dit moment is al gestart met het Reynaertcollege. Door de maandelijkse ‘Gezondheidspleinen’ is de bewustwording bij de leerlingen groeiende. De intentie is er om deze verder uit te breiden naar de basisscholen, daarna volwassenen 65-plussers.

In wijkservicepunten, gezondheidscentra en gemeentelijke loketten informeren we burgers over gezond leven en bewegingsaanbod in de buurt.

Eigen kracht blijft centraal staan, vanuit gemeente hebben wij een beleid regisserende rol, dat wil zeggen dat wij er zorg voor dragen dat de drempels zo laag mogelijk zijn om de burger zijn gezonde leefstijl te kunnen leven. Gestreefd wordt naar:

  • -

    een breed aanbod van beweegmogelijkheden dat aansluit bij de vraag van de burger;

  • -

    stimuleringsprojecten om bewustwording van gezonde leefstijl bij de burgers te bevorderen.

In dit kader zal beleidsregel 42 Breedtesport worden aangepast.

Indicatoren?

  • -

    Percentage dat voldoet aan Nederlandse Norm gezond bewegen (één maal in de vier jaar bij het basisonderwijs).

  • -

    Inzicht hebben in beweeggedrag en voedingspatroon (één maal in de twee jaar bij het voortgezet onderwijs).

  • -

    Cijfers GGD overgewicht.

Wat mag het kosten?

Kosten voor uitvoeren HOGG.

·Mantelzorg:

Wat gaan we daarvoor doen?

  • -

    Continueren van collectieve ondersteuning van mantelzorgers.

  • -

    Collectieve ondersteuning van vrijwillers continueren.

  • -

    Continueren van Maatschappelijke Stages.

  • -

    Vormgeven aan een integraal loket waar burgers met alle ondersteuningsvragen terecht kunnen,

maar ook met meldingen van zorg over naasten en buren.

  • -

    Bevordering van laagdrempelig vrijwilligerswerk door participatie in website www.wehelpen.nl

  • -

    Aanpassen beleidsregel 16 Mantelzorg en vrijwilligerswerk.

  • -

    Afstemming met ziektekostenverzekeraar t.a.v. mantelzorgbeleid.

Indicatoren ?

-Aantal geregistreerde mantelzorgers bij Steunpunt Mantelzorg.

Wat mag het kosten?

Budgetneutraal voor collectieve ondersteuning mantelzorgers en vrijwilligers ten opzichte van 2014.

·Vrijwilligerswerk:

Wat gaan we ervoor doen?

Door het ontwikkelen van een vrijwilligerssteunpunt en een vacaturebank wordt getracht vraag en aanbod op het gebied van vrijwilligersbeleid bij elkaar te brengen. In dit kader zal www.wehelpen.nl gepositioneerd worden via de site van Hulst voor Elkaar. Tevens moet het inzetten van vrijwilligers via reïntegratiebedrijven en het opzetten van een vrijwilligerspool verder worden ontwikkeld. Ook zal worden gestreefd om de Maatschappelijke stages (specifieke doelgroep jongeren) ook na het schooljaar 2014/2015 te behouden. Het segmenteringsinstrument dat zal worden ingezet om ambities en mogelijkheden van de verenigingen inzichtelijk te maken kan worden gebruikt om de verenigingen te stimuleren samen te werken met andere organisaties en zodoende elkaar te versterken op het gebied van vrijwilligerswerk. Zoals aangegeven in de kadernota is het actief persoonlijk benaderen van mogelijke vrijwilligers essentieel.

Indicatoren?

  • -

    Aantal aangegane samenwerkingsverbanden tussen verenigingen.

  • -

    Aantal vacante vrijwilligerstaken.

  • -

    Aantal matches vrijwilligerswerk.

  • -

    Aantal uren maatschappelijke stages.

  • -

    Aantal matches www.wehelpen.nl

Wat mag het kosten?

Het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op het terrein van vrijwilligersbeleid en het stimuleren van samenwerken tussen de verenigingen kan budgettair neutraal verlopen.

Het rijk stopt met de financiering van de maatschappelijke stages met ingang van het schooljaar 2015/2016. Om deze maatschappelijke stages te kunnen voortzetten, is het noodzakelijk om het beschikbare gemeentelijke budget hiervoor te behouden. Het Reynaertcollege heeft toegezegd om het schoolbudget voor deze maatschappelijke stages de komen jaren in te blijven zetten.

·Vroeg- en voorschoolse educatie:

Wat gaan we daarvoor doen?

Het is nodig om de afgesloten Samenwerkingsovereenkomst VVE (afgesloten door de voorschoolse voorzieningen, het CJG, de onderwijsorganisaties en de Zeeuws-Vlaamse gemeenten) te complementeren met bindende maatregelen. Op een aantal van deze maatregelen zal een (gemeentelijke) financiële prikkel worden toegepast in de vorm van het verstrekken van subsidie.

Indicatoren?

  • -

    Unieke aantallen VVE-geïndiceerden.

  • -

    Uniek aantal deelnemers aan voorschoolse educatie.

  • -

    Uniek aantal deelnemers aan vroegschoolse educatie.

  • -

    Aantallen ‘warme overdracht’ van voorschool naar vroegschool.

Wat mag het kosten?

De budgettaire mogelijkheden worden bepaald door doeluitkering Onderwijs Achterstanden Beleid. Deze doeluitkering wordt door de Rijksoverheid voor een bepaalde termijn toegekend. De huidige uitkeringstermijn loopt tot en met 2015.

5. 3 Monitoring en verantwoording

De belangrijkste bronnen voor beleids- en verantwoordingsinformatie zijn de afgegeven

beschikkingen aan- en de declaratiegegevens van aanbieders. Het gaat hier bijvoorbeeld om sportverenigingen en vrijwilligersorganisaties die een subsidierelatie met de gemeente hebben. Naast gegevens over uitgevoerde activiteiten en uit te voeren activiteiten, ontvangt de gemeente in het kader van de verantwoordingsplicht van deze aanbieders overige informatie zoals het aantal vrijwilligers waarop met succes een beroep is gedaan en het aantal deelnemers per georganiseerde activiteit. De beleids- en verantwoordingsinformatie wordt gebruikt om tijdig bij te kunnen sturen, om beleid te formuleren en om prestaties te kunnen beoordelen. Tevens is hierbij aandacht voor eventueel misbruik en oneigenlijk gebruik. Na constatering hiervan wordt, met inachtneming van betreffende juridische gronden, maatregelen genomen.

Tijdens voortgangsgesprekken en evaluatiegesprekken met aanbieders zal, indien nodig, door de gemeente worden bijgestuurd met het oog op het bereiken van de doelstellingen. Hierover wordt structureel aan het college van burgemeester en wethouders gerapporteerd. Daarnaast zal jaarlijks aan de gemeenteraad en aan de inwoners worden gerapporteerd over de inzet van middelen en de bereikte doelstellingen met betrekking tot het onderwerp Algemene voorzieningen.

Tot slot:

Er wordt ingezet op goede effectmeting, registratie en monitoring, zodat gestuurd kan worden op inzet en inkoop van de gewenste algemene voorzieningen. Uitgangspunt hierbij is zo min mogelijk bureaucratie. Daarnaast wordt transparant gecommuniceerd over de inzet van middelen en bereikte doelstellingen richting het gemeentebestuur en de inwoners.

Dit besluit werd in de raadsvergadering van 18 december 2014 aangenomen.

De gemeenteraad van de gemeente Hulst

De Griffier De Raadsvoorzitter

Bijlage 1

Verslagen ateliers Voortgangsconferentie Hulst Voor Elkaar d.d. 19-05-2014

A telier : Vitale kernen en wijken

Voorzitter:<geanonimiseerd>

Secretaris:<geanonimiseerd>

Naam instelling

Naam<geanonimiseerd>

CZ

Samenwerkende Zorgboeren Zuid

Curamus

Curamus

Juvent

Stichting Zorgsaam

MEE Zeeland

Emergis

Hulst voor Elkaar

Gemeente Hulst, raadslid

WMO raad

KBO Hulst

Dorpsraad Sint-Jansteen

Cliëntenraad Sociale Zekerheid

Dorpsraad Nieuwe-Namen

Curamus

Burger

Burger

Burger

Burger

Burger

Woonstichting Hulst

Wijkraad Hulst-Zuid

Wijkraad Hulst-Zuid

Burger

Gemeente Hulst, raadslid

Burger

Burger

Gemeente Hulst

Gemeente Hulst

Gemeente Hulst

Gemeente Hulst

Introductie:

Het is belangrijk dat de vraag naar en het aanbod van welzijns- en zorgvoorzieningen per wijk/kern op elkaar aansluiten. Kunnen sport en cultuur de onderlinge verbondenheid verder versterken? En wat betekent dit voor de beschikbare accommodaties en voorzieningen?

Een verkenningstocht naar wat er is en hoe we het willen in de (nabije) toekomst, als vervolg op het Masterplan Voorzieningen.

Wat zijn vitale kernen?

  • -

    Een leven lang actief zijn in je eigen omgeving.

  • -

    Actief meedoen van iedereen.

  • -

    Voorzieningen worden beter benut, de sociale structuur wordt versterkt en gezondheidsachterstanden worden verkleind.

1. Wat heb je echt nodig voor een leefbare kern?

In een leefbare kern is er tenminste één gebouw waar je elkaar kunt ontmoeten.

In dit gebouw is een pinautomaat, met name voor senioren, een absolute must.

Er is aandacht voor elkaar. Men is betrokken!

Er worden activiteiten georganiseerd.

Er zijn betaalbare woningen. Er is tevens aandacht voor levensbestendig wonen en er is een passende woningvoorraad.

Leegstand moet worden voorkomen.

Er wordt aan ondernemers de ruimte gegeven om te ondernemen.

In een leefbare kern zorgt men binnen de mogelijkheden voor elkaar. Daar waar zorg niet onderling te regelen is, faciliteert de gemeente.

2.Wie spelen hierbij een belangrijke rol?

Inwoners van de kern spelen de belangrijkste rol.

Leefbaarheidsideeën komen uit de kern zelf. Hiervoor is en aanjager nodig, bijvoorbeeld een dorps- of een wijkraad.

Inwoners kunnen zelf heel goed aangeven wat goed voor ze is en waar hun wensen liggen, een voorbeeld hiervan zijn de Droomplannen.

In kernen en wijken waar geen aanjagers zijn, is het de taak van de gemeente om leefbaarheidsplannen te maken.

Niet alleen individuen, maar ook verenigingen spelen een belangrijke rol. De gemeente moet zorgen voor goede faciliteiten voor deze verenigingen.

3.Wat verwachten wij van de speelser?

Het benutten van eigen kracht.

Men is pro-actief en heeft er aandacht voor dat ‘vrijwillig’ niet ‘vrijblijvend’ betekent.

4.Wat hebben we nog meer nodig om het te organiseren/realiseren?

Maatwerk per kern.

Gevoel van veiligheid in je eigen omgeving.

Durf elkaar om zorg te vragen.

Als zorg vóór inwoners niet dóór inwoners georganiseerd kan worden, moet de gemeente faciliteren. Dit niet alleen voor de kern Hulst, maar voor heel de gemeente Hulst.

Er moet een éénloket-functie zijn, waar je zorg kunt inkopen.

Atelier: V ervoer

Voorzitter: <geanonimiseerd>

Secretaris: <geanonimiseerd>

Naam instelling

Naam<geanonimiseerd>

Tragelzorg

Hulst voor Elkaar

Curamus

Curamus

Burger

Gemeente Hulst

Wethouder

WMO raad

KBO Sint Jansteen

Cliëntenraad Sociale Zekerheid

Curamus

KBO Hengstdijk

KBO Hengstdijk

Lydia Caluwe

Jolanda Bogaert

t'Huus

Lid PS voor PvdA

Moveo Training & Advies

Seniorenraad

Gemeente Hulst

Introductie:

Na een korte voorstelronde geeft de voorzitter een algemene toelichting op het vervoer in de gemeente Hulst. Hierbij komt aan bod: Wmo-vervoer, buurtbus, openbaar vervoer en ander doelgroepenvervoer.

De groep wordt na de introductie verdeeld in vier subgroepen met elk een eigen stelling.

Hieronder volgt in steekwoorden per stelling de opbrengst van het atelier:

Integratie doelgroepen in vervoer?

  • ·

    Vanzelfsprekend, mits de toegankelijkheid is gewaarborgd en dat individueel vervoer blijft bestaan voor burgers met een specifieke beperking.

  • ·

    Kijk ook naar combi-mogelijkheden met zittend ziekenvervoer.

  • ·

    Efficiënter organiseren: geen 5 taxi’s achter elkaar, geen lege bussen.

  • ·

    Alles OV-tarief.

Buurtbus, uitbreiding stimuleren?

  • ·

    Stimuleren dat de buurtbus blijft rijden eventueel met vergoeding.

  • ·

    Oplossen rollator probleem: koffer of fietsenrek.

  • ·

    Uitbreiding met specifieke doelgroepen onder begeleiding, bv. verstandelijk gehandicapten.

  • ·

    Aanpassing buurtbus en deze toegankelijker maken.

  • ·

    Inzetten voor ziekenhuisbezoek.

  • ·

    Kosten dekken door sponsoring.

Wat verwachten we van een nieuw vervoerssysteem?

  • ·

    Fysiek en financieel toegankelijk.

  • ·

    Meerdere doelgroepen moeten samen kunnen reizen.

  • ·

    Inzetten van kleinere bussen.

  • ·

    Vervoer regelen van de voordeur of kern naar bushaltes kernlijnen.

  • ·

    Goede verbindingen voor iedereen.

  • ·

    Toegankelijk maken van de openbare ruimte, bereikbaarheid haltes vergroten.

  • ·

    Individueel vervoer voor specifieke doelgroepen laten bestaan.

Verbetering leefbaarheid door aanpassing vervoerssysteem?

Ja mits:

  • ·

    Grotere frequentie op drukkere lijnen.

  • ·

    Meer aangepast vervoer.

  • ·

    Haltes goed bereikbaar en op kortere afstand.

  • ·

    Betaalbaar vervoer.

Atelier: Vraagverlegenheid en eigen netwerkontwikkeling

Voorzitter: <geanonimiseerd>

Secretaris: <geanonimiseerd>

Naam instelling

Naam<geanonimiseerd>

Samenwerkende Zorgboeren Zuid

Zorgboerderij De Groenen Hof

Hulst voor Elkaar

Dokterspraktijk Groenendijk

Klaverblad Zeeland

Curamus

Curamus

Curamus

MEE Zeeland

MEE Zeeland

Witte Boussen

Curamus

Cliëntenraad Verpleeghuis Curamus

Burger

Burger

C1000

De commissie Samenleving PvDA

ABGH

KBO Boschkapelle

Cliëntenraad Sociale Zekerheid

Seniorenraad

Seniorenraad

Privazorg

Burger

Burger

Klaver4

Klaver4

Introductie:

In tegenstelling tot wat veelal wordt gedacht, is het voor veel mensen lastig om anderen om ondersteuning te vragen. Wat is hiervoor nodig om dit wél te doen en wat betekent dit voor je netwerk en de professionele hulpverlener?

Als je het zelf niet kunt, kan iemand in je omgeving het dan doen? Hoe vraag je iemand om een dienst, durf je dat, kan dat? Hoe herkent je omgeving een vraag?

Zorg geven lukt meestal wel, maar belastbaarheid is een andere kwestie. Niet ieder durft zorg aan te bieden, mede uit angst om permanent hulpverlener te worden.

Ouderen denken vaak niemand in hun omgeving te hebben, maar vaak benutten niet hun potentieel.

·Starten met korte casus door Petra Vinke

Petra voert zgn. keukentafelgesprekken en vraagt bij burgers die ondersteuning vragen vaak naar de mogelijkheden die bv. de kinderen hebben om boodschappen te doen of om vervoer te organiseren. Mensen voelen zich echter vaak bezwaard, ze willen niet afhankelijk zijn anderen.

·Gevraagd wordt naar de herkenbaarheid van dit verhaal

Het probleem wordt herkend. Vraagverlegenheid zorgt er ook voor dat niet iedereen aan het loket komt. Het is goed om in beeld te brengen wat per week nodig is. Betrek de huisarts daarbij en houdt oog voor de belastbaarheid. Er zijn veel vindplekken en maak er gebruik van zoals bijv. huisartsen. Zorg wordt niet geleverd voor mensen die het nodig hebben.

·Waarom is het moeilijk om de ander om hulp te vragen?

Mensen willen liever nog betalen voor hulp betalen dan vrijwillige hulp te aanvaarden. Ze willen niet afhankelijk zijn. Mensen accepteren de taxi als neutraal, anoniem. Liever geen bekenden, ook uit gène.

  • ·

    Waar maakt u zich bezorgd over?

    • 1.

      De weg weten naar het loket (14 stemmen, 1e plaats).

    • 2.

      Signaleren hulpbehoefte (11 stemmen, 2e plaats).

    • 3.

      Overbelasting van mantelzorgers, mantelzorg in psychiatrie/jongeren.

    • 4.

      Groep vormen in de wijk van mensen die hulp wil bieden (vrijwilligerswerk/mantelzorg).

    • 5.

      Mensen leren hulp te vragen, men is nu vaak bezwaard.

    • 6.

      Mensen kennen elkaar niet in een buurt.

    • 7.

      Eenzaamheid signaleren, ook in verzorgingshuis zitten.

    • 8.

      Betrokkenheid en elkaar helpen zitten meer in de opvoeding.

    • 9.

      Hulpverlener moet uitgaan van de vraag.

    • 10.

      Veilige en neutrale plek om probleem te melden en hulp te vragen.

    • 11.

      Niet durven vragen omdat het geld kosten.

    • 12.

      Geen mantelzorg geven omdat het geld kost (bv. minder gaan werken).

    • 13.

      Niemand in de buurt om iets aan te vragen.

Vervolgens vinden de aanwezigen (met stickers) dat de volgende stellingen/zorgpunten de meeste aandacht vragen.

1e plaats aandachtspunt 1 “De weg weten naar het loket”.

2e plaats aandachtspunt 2 “Signaleren hulpbehoefte”.

3e plaats voor aandachtspunt 7 “Signaleren eenzaamheid, ook in verzorgingshuizen”.

4e plaats voor aandachtspunten 4 en 10 “Groep mensen die in de wijk samenstellen die willen helpen in de wijk” en “Veilige en neutrale plek om hulp te vragen”.

Niet behandeld werden de vervolgvragen voor de 4 aandachtspunten

Wat moet er over 2 jaar klaar zijn?

Wie moet daar aan mee doen?

Atelier: O ndernemen en welzijn

Voorzitter: <geanonimiseerd>

Secretaris: <geanonimiseerd>

Naam instelling

Naam<geanonimiseerd>

Ergo Advies de Vaan

PIBLW-Reïntegratie

Tragelzorg

Curamus

Sportfysiotherapeut

Curamus

Curamus

Stichting Hulst voor Elkaar

Witte Boussen

Praktijkondersteuner Pallion

Hulst voor Elkaar

Burger

Burger

C1000

Albert Heijn

Albert Heijn

PvdA

KBO Sint Jansteen

WMO raad

Cliëntenraad Sociale Zekerheid

Wijkraad Hulst-Zuid

Introductie: Hoe kunnen slimme verbindingen tussen ondernemen en welzijn /zorg worden gelegd?

De voorzitter trapt af met het schetsen van enkele passende voorbeelden:

  • -

    In het oosten van het land heb je het “naoberschap’. Vanouds was het een heel ruime en intensieve vorm van burenhulp, die onontbeerlijk was voor de bewoners van boerderijen en in dorpen die niet kunnen rekenen op goede openbare voorzieningen. Binnen de noaberschap geldt de noaberplicht. Dit houdt in een verplichting, de noabers (in een ruime zin des woords) bij te staan in raad en daad indien dat nodig is.

  • -

    Wat kan een winkel betekenen voor de zorgsector, en andersom? Een voorbeeld hiervan is het gebruik van alternatieve munten in Zwitserland (Zurich). Daar hebben ze al een alternatieve munt sinds 1937. De voorzitter toont aanvullend een zogenaamde “makkie”, welke worden gebruikt in Amsterdam. Het principe: Makkies kun je verdienen als je voor een buurtbewoner of een organisatie in de buurt een klus doet. Daarmee help je de buurt, je buren én jezelf, want met gespaarde Makkies vind je weer de helpende hand van een buur of kun je betalen bij lokale winkeliers en ondernemers En in Tholen heeft men bv. een soort “deposito”. Het zijn alternatieve betaalmiddelen die als ruilhandel fungeren. Dit kan ook in de sociale sector.

  • -

    De voorzitter schetst het plan voor de realisatie van een winkel “onder de toren” in Hulst. Een sociaal initiatief van verschillende ondernemers i.s.m. TragelZorg. Het initiatief is echter helaas niet doorgegaan.

Aan de hand van de introductie en de daarbij gehanteerde voorbeelden ontstaat een enthousiaste discussie, waarbij ervaringen, standpunten en stellingen over en weer worden gedeeld.

Hieronder volgt een bondige opsomming van resultaten hiervan:

  • ·

    Burgers en ondernemers hebben elkaar nodig. Ondernemers hebben hierbij een signaalfunctie naar de professionals. Makkies zouden hierbij kunnen passen.

  • ·

    Professionele hulp is tegenwoordig het sluitstuk geworden. Eerst wordt een beroep op de zelfredzaamheid van de burger gedaan. In voorliggende liggen kansen voor ondernemers. Bv. behoefte aan schoonmaak van kantoren/winkels, services die iedere ondernemer moet inkopen. Deze kunnen ook als werkervaringsplek worden ingevuld.

  • ·

    In huidige re-integratiewetgeving wordt onvoldoende rekening gehouden met de risico’s die bij ondernemers worden gelegd. Bv. bij ziekte van een medewerker, is er voor een ondernemer meteen een groot probleem. De risico’s moeten minimaal zijn en niet bij de ondernemers liggen.

  • ·

    Enkele voorbeelden worden geschetst van succesvolle samenwerking tussen ondernemers en welzijn/zorg: - Het voorbeeld van het beheer van de bloembakken in de stad wordt als een goed initiatief beschouwd. Deze kunnen goed onderhouden worden door burgers met een beperking/werklozen. - Een zorgorganisatie kan voor de inkoop van de keuken samenwerken met bijvoorbeeld het kassenproject in Westdorpe. Hierdoor kan de organisatie kostendekkend producten voor maaltijden betrekken en in de kassen wordt gewerkt mbv uitkeringsgerechtigden (re-integratie).

  • ·

    Gesignaleerd wordt dat de hiervoor geschetste voorbeelden ook een potentiële keerzijde kennen: het risico op verdringing. Zowel op het gebied van de arbeidsmarkt als op het gebied van ondernemerschap. Verdringing dient altijd voorkomen te worden.

  • ·

    Er wordt een overheid geschetst die terugtreedt en zorgtaken aan naasten overlaat. Maar wie vult het gat dat ontstaat in van de professionele hulp? Gaan werknemers thuis hulp bieden en wat is daarvan dan de consequentie voor ondernemers/ondernemingen?

    Als mogelijke oplossing hiervoor worden gedacht aan bv. een coöperatie op te richten waarin deze problemen kunnen worden aangepakt. Gezamenlijk zijn ondernemers minder kwetsbaar.

  • Dergelijke initiatieven bestaat reeds. Het voorbeeld van De Zorgbalie wordt aangehaald. Dit betreft een collectief van bedrijven, een selectie van maatschappelijk verantwoorde ondernemers. Zij bieden dienstverlening aan mantelzorgers, zonder dat dit de overheid geld kost. Verbinding zorg-welzijn-ondernemers.

  • ·

    Geconstateerd wordt dat in Hulst door samenwerking al grotendeels de grenzen tussen de welzijns- en zorgorganisaties zijn verdwijnen. De succesvolle verbinding met ondernemers moet op termijn zo ook mogelijk zijn.

  • ·

    Er worden diverse voorbeelden geschetst van succesvolle inzet van vrijwilligers in diverse projecten. Dit kan ook in combinatie met ondernemers is de algemene opinie.

  • ·

    De website van de ondernemers van Hulst, www.hulstonline.nl, heeft behoefte aan meer “traffic”. Hiervoor zou een brug geslagen moeten kunnen worden tussen de welzijn- en zorgsector en economie. Op de site zal ook ruimte moeten komen voor initiatieven zoals bv www.wijhelpen.nl.

Bijlage 2

Afbeelding: Integrale bouwtekening sociaal domein gemeente Hulst