Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Schiedam houdende regels omtrent de heffing en invordering van rechten havengeld pleziervaartuigen (Verordening Havengeld Pleziervaartuigen 2015)

Geldend van 26-11-2019 t/m 01-01-2021

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Schiedam houdende regels omtrent de heffing en invordering van rechten havengeld pleziervaartuigen (Verordening Havengeld Pleziervaartuigen 2015)

De raad van de gemeente Schiedam;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2014 (kenmerk: BVBEL nr. 14INT00395) ;

gelet op artikel 229, eerste lid van de Gemeentewet;

gelezen het advies van de raadscommissie van 4 november 2014;

besluit vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering van rechten havengeld pleziervaartuigen 2015

Aard van de heffing; belastbaar feit

Artikel 1

Onder de naam havengeld pleziervaartuigen wordt een recht geheven terzake van het gebruik overeenkomstig de bestemming met een pleziervaartuig van voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn, alsmede terzake van het genot van diensten door het gemeentebestuur met betrekking tot een pleziervaartuig verstrekt.

Begripsbepalingen

Artikel 2

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    havengeld: het havengeld pleziervaartuigen als bedoeld in artikel 1;

  • b.

    haven: wateren binnen de gemeente die voor de scheepvaart openstaan met uitzondering van de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg;

  • c.

    pleziervaartuig: een schip dat hoofdzakelijk of nagenoeg geheel bestemd of gebruikt wordt voor recreatie (niet zijnde bedrijfsvervoer en niet tegen betaling), sportbeoefening of vrije tijdsbesteding, waaronder begrepen vlotten, zeilplanken en soortgelijke drijvende voorwerpen;

  • d.

    schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting;

  • e.

    gebruik van de haven: het in artikel 1 bedoelde gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen;

  • f.

    jachthaven: de door het college aangewezen gedeelten van de haven bestemd voor het gebruik door pleziervaartuigen;

  • g.

    doorvaart: een pleziervaartuig dat de Schiedamse haven doorkruist en binnen 1 dag weer verlaat;

  • h.

    woonschip: een schip, uitsluitend of in hoofdzaak als woning gebezigd of tot woning bestemd;

  • i.

    tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel;

  • j.

    termijn: een in de tabel genoemde tijdsduur waarin het gebruik van de haven plaatsvindt;

  • k.

    1 dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangende op de eerste dag daarvan te 00:00 uur, of een gedeelte daarvan.

Belastingplicht

Artikel 3

Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar van het pleziervaartuig, degene aan wie het pleziervaartuig in gebruik is gegeven of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt.

Maatstaf van heffing en tarieven

Artikel 4

De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel en met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.

Tarieftoepassing

Artikel 5

Voor de toepassing van de tarieven wordt de lengte van een pleziervaartuig gesteld op de lengte over alles uitgedrukt in meters.

Vrijstellingen

Artikel 6

Havengeld pleziervaartuigen wordt niet geheven terzake van:

  • a.

    het gebruik van de haven terzake waarvan zeehavengeld of binnenhavengeld wordt geheven of waarvoor door de gemeente bij overeenkomst een vergoeding is bedongen;

  • b.

    een schip in directe dienst van een gemeente of ander openbaar lichaam;

  • c.

    een woonschip;

  • d.

    een pleziervaartuig waarvan het gebruik van de haven zich uitsluitend beperkt tot een doorvaart tussen de Nieuwe Maas en de Schiedamse Schie of omgekeerd dan wel van of naar een wateroppervlak in de haven waarvoor door de gemeente bij overeenkomst een vergoeding is bedongen;

  • e.

    met een pleziervaartuig van ondergeschikte betekenis, zoals een roeiboot en een kano;

  • f.

    tijdens evenementen in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening.

Verschuldigdheid

Artikel 7

Het havengeld is verschuldigd op het tijdstip waarop het gebruik van de haven een aanvang neemt.

Wijze van heffing en tijdstip van betaling

Artikel 8

  • 1. Het havengeld wordt geheven bij wege van gedagtekende nota.

  • 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het havengeld binnen een maand na dagtekening van de in het eerste lid bedoelde nota worden betaald.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het tweede lid gestelde termijn.

Herhaald gebruik binnen termijn; verlenging termijn

Artikel 9

  • 1. Indien met een vaartuig binnen de termijn meer dan één maal gebruik van de haven wordt gemaakt, geldt als tijdstip, bedoeld in artikel 8, uitsluitend het tijdstip waarop het eerste gebruik van de haven binnen de termijn een aanvang neemt.

  • 2. Indien het gebruik van de haven met een vaartuig wordt voortgezet nadat de termijn is verstreken, vangt een nieuwe termijn aan en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van de haven opnieuw een aanvang. Het in de vorige volzin bepaalde vindt geen toepassing ingeval het gebruik van de haven wordt beëindigd voor des middags twaalf uur op de dag, volgende op de laatste volle dag van de verstreken termijn.

Kwijtschelding

Artikel 10

Voor het ingevolge deze verordening geheven havengeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Artikel 11

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.

Overgangsrecht

Artikel 12

De "Verordening Havengeld Pleziervaartuigen 2014", vastgesteld bij raadsbesluit van 14 november 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Inwerkingtreding

Artikel 13

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.

Citeertitel

Artikel 14

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Havengeld Pleziervaartuigen 2015".

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 13 november 2014
de griffier, de voorzitter,
J.Gordijn, C.H.J. Lamers

Bijlage 1: Tarieventabel 2020 behorende bij de Verordening havengeld pleziervaartuigen 2015

Soort vaartuig

 

Heffingsmaatstaf

 

Per

Tarief

 
 
 
 
 
 

Pleziervaartuig

 

Lengte van 2,50 m1 tot 10m1

 

dag

€ 5,65

 
 

Van 10m1 tot 15m1

 

dag

€ 8,40

 
 

Vanaf 15 m1

 

dag

€ 11,40

De bedragen genoemd in de tarieventabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.