Groenvisie “Groen tot in de kern(en)” 2009-2024

Geldend van 17-07-2010 t/m 21-08-2016

De raad van de gemeente Bladel;

gezien het voorstel van Burgemeester en wethouders d.d. 20 oktober 2009;

besluit:

tot vaststelling van de Groenvisie “Groen tot in de kern(en)” overeenkomstig het bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte ontwerp.

1 Inleiding

1.1 Aanleiding en probleemstelling

De aanleiding voor het ontwikkelen van de Groenvisie voor de gemeente Bladel is tweeledig:

 

• In 1998 heeft de gemeente een Groenstructuurvisie opgesteld. Deze visie is een tactisch beleidsstuk en vormde de basis voor de bestuurlijke besluitvorming omtrent het te voeren groenbeleid in de gemeente Bladel. Het is de wens van de gemeente Bladel om de Groenstructuur­visie te actualiseren.

• Onlangs is de strategische Toekomstvisie ´Leven in Bladel is samen toekomst ma­ken´gereed gekomen. Deze toekomstvi­sie fungeert als parasol voor al het ande­re beleid van de gemeente Bladel. Door het maken van de Groenvisie gelijk op te laten lopen met de ontwikkeling van de Toekomstvisie heeft het groen een duidelijke plaats in de Toekomstvisie gekregen.

De gemeente Bladel ziet de Groenvisie als een beleidsdocument waarin de ambities, doelen, kaders en randvoorwaarden voor het openbaar groen zijn verwoord, zodanig dat ze doorvertaald kunnen worden naar een beheerstrategie voor het openbaar groen.

1.2 Doel

De doelen van de Groenvisie zijn:

• Werkbare beschrijving van de identiteit en kwaliteiten van het openbaar groen binnen de vijf kernen van de gemeente.

• Integrale middellange termijnvisie op langdurige instandhouding van de waarden en functies van het openbaar groen binnen de kernen.

• Kaders stellen voor en richting geven aan beheer en onderhoud van het openbaar groen.

1.3 Positie Groenvisie

Openbaar groen staat niet op zich zelf, maar maakt deel uit van de openbare ruimte in een gemeente. In de Groenvisie is daarom de relatie met andere beleidsterreinen aangegeven en waar nodig verduidelijkt: communicatie, milieu, bomen, natuurlijk groen, water en spelen.

In het onderstaande schema wordt de relatie tussen de Groenvisie en de relevante andere plannen weergegeven.

1.4 Afbakening

De Groenvisie heeft betrekking op de gemeentelijke groene elementen in de openba­re ruimte binnen de bebouwde kom van de vijf kernen in de gemeente Bladel (Bladel, Casteren, Hapert, Hoogeloon, Netersel) en op de bij de gemeente in beheer zijnde zogenaamde verbindingsstructuren tussen de dorpen (lanen, sloten en bermen) in het buitengebied.

Bij het bepalen van de kaders en randvoorwaarden wordt rekening gehouden met de aanwezigheid en invloed van groene elementen van andere disciplines, eigenaren en beheerders binnen en buiten de bebouwde kom.

1.5 Leeswijzer

In de Groenvisie wordt het beleid voor het groen in Bladel op hoofdlijnen uitgewerkt. De Groenvisie is opgedeeld in twee aparte delen:

• een beleidsdeel

• een beheerdeel

 

Dit rapport bevat het beleidsdeel van de Groenvisie. De opbouw van dit beleidsdeel is als volgt: na de inleiding in hoofdstuk 1 wordt in hoofdstuk 2 in algemene zin inge­gaan op het belang van groen in de openbare ruimte. In hoofdstuk 3 komt de kwali­teit van de openbare ruimte aan de orde. Vanaf hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op het groen in Bladel. Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de hoofdgroenstruc­tuur en het groen in de kernen van Bladel. Hoofdstuk 5 bevat de visie op het groen, welke in het laatste hoofdstuk 6 per kern wordt uitgewerkt.

Het beheerdeel van de Groenvisie bevat een beschrijving van de gewenste ontwikke­lingen die afkomstig zijn uit het beleidsdeel van de Groenvisie. Zo mogelijk zijn de gewenste ontwikkelingen uitgewerkt tot concrete projecten of acties en voorzien van prioriteit en globale kostenraming.

2 Het belang van groen

Het belang van groen wordt steeds meer onderkend. Groen is al lang geen vervangbaar decor meer, maar een basis voor gezondheid en leefbaarheid. In de publicatie Recht op groen, in 2005 uitgebracht door de Raad Landelijk gebied, zijn de functies van groen in vier 'containerbegrippen' ondergebracht:

• Groen zorgt voor leefbaarheid: prettig ontmoeten, prettig wonen, prettig ontspannen, spelen en bewegen, bijdragen bij aan de identiteit van de buitenruimte in samenhang met archi­tectuur en stedenbouwkundige inrichting, beleven van natuur en jaargetijden, verminderen van het gevoel van onveiligheid.

• Groen draagt bij aan de gezondheid van mensen: herstel van stress, stimuleert tot bewegen, bevordert concentratie, verge­makkelijkt sociaal contact, bijdrage aan geluidssanering, adsorberen van fijn stof, stikstofverbindingen en ozon.

• Groen heeft een economische functie: creëert een aantrekkelijke omgeving voor wonen, toerisme, recreatie en wer­ken, meerwaarde van onroerend goed, opvang van water/retentie leidt tot besparingen op investeringen in rioolstelsels.

• Groen heeft een functie voor natuur: verhoging biodiversiteit, specifieke biotopen, beleven van natuur leidt tot draagvlak voor natuurbehoud en natuurontwikkeling.

Al deze functies kunnen deels op andere wijze vervuld worden, maar de groene open­bare ruimte vervult meerdere functies tegelijkertijd. Een groene inrichting van de openbare ruimte is dus een efficiënte manier om deze maatschappelijk gewenste doe­len te bereiken.

3 De kwaliteit van de openbare ruimte

Kwaliteit wordt verkregen door de juiste balans tussen inrichting, onderhoud en ge­bruik. Deze drie delen hangen sterk samen en kunnen niet los van elkaar worden ge­zien.

Kwaliteit van de inrichting

Het materiaalgebruik, de vormgeving en de maat­geving zijn voorbeelden van factoren die bepalen of het groen een luxe of een robuuste, een gecul­tiveerde of meer natuurlijke uitstraling heeft. Ook kan de inrichting aangeven welke functies het groen heeft.

Kwaliteit van het onderhoud

Bij de kwaliteit van het groenonderhoud wordt onderscheid gemaakt in technische aspecten en verzorgingsaspecten. Technische aspecten hebben te maken met de mate waarin het groen vakbekwaam wordt onderhouden en veilig in gebruik is. Tot de verzorgingsaspecten wordt het zorgen voor schone en hele groen­voorzieningen gerekend.

Kwaliteit en gebruik Regulerende en stimulerende maatregelen kunnen nodig zijn om het gebruik van de openbare ruimte in goede banen te leiden. De maatregelen variëren van handhaving tot het treffen van maatregelen om een bepaald gebruik van de ruimte, dat misschien onvoorzien maar niet onwenselijk is, toch mogelijk te maken.

4 Het groen in Bladel

4.1 De groene identiteit van Bladel

Bladel is een middelgrote gemeente in de Noord­Brabantse Kempen met ruim 19.100 inwoners en een totale oppervlakte van 7.571 hectare. De gemeente bestaat in haar huidige vorm sinds 1 januari 1997 en kent 5 kernen: Bladel, Casteren, Hapert, Hooge­loon en Netersel. Bladel is fraai gelegen in de beekdalen van de Groote Beerze en de Kleine Beerze, te midden van bos­en heidegebieden en weids agrarisch landschap. De beken hebben interessante natuurlijke potenties. Een deel van het stroomgebied van de Beerze maakt deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur en is aangewezen als Robuuste Verbinding.

De ligging van de kernen in de gemeente Bladel hangt historisch gezien samen met de goede vestigingsmogelijkheden op de overgang tussen hoge en lage gronden. De hoge gronden waren geschikt als bouwland en de lage gronden werden gebruikt als weide­gebied.

De ontwikkeling van de kernen hing in het verleden samen met de noord­zuidrichting van de wegen, parallel aan de beekdalen. Tot de aanleg van de tramlijn Eindhoven­Reusel in 1897 lagen de dorpen in de Kempen erg geïsoleerd. Het tot stand komen van deze tramlijn bevorderde de komst van de industrie, met name kleinschalige fa­briekjes. In 1959 werd Bladel aangewezen als ontwikkelingskern en kon daardoor fi­nanciële faciliteiten bieden aan nieuwe industrieën. Sinds die tijd hebben veel be­drijven van uiteenlopende aard zich in de gemeente gevestigd.

Tegenwoordig zorgen de A67 en de N284, de voornaamste infrastructurele verbindin­gen, voor een grotere nadruk op de oost­westverbindingen.

4.2 De functie van de openbare ruimte

De functie / het gebruik van de openbare ruimte is richtinggevend voor de keuze van inrichting en de wijze van beheer. Zo zal een plein in een kern waar veel mensen komen anders ingericht en beheerd worden dan een boombeplanting langs een verbindingsweg of een singelbeplanting langs een dorpsrand.

In Bladel wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende drie functiegebieden:

• De centrumgebieden en bijzondere locaties.

• De overige bebouwde kom (zonder nader onderscheid tussen woon­en werkgebieden).

• De overgangen naar het buitenge­bied (voornamelijk extensief be­heerd bosplantsoen).

4.3 Groen en kwaliteit in Bladel

Voordat de kwaliteit van het groen in Bladel kan worden beoordeeld, is het belang­rijk om vast te stellen wat in Bladel onder de kwaliteit van het groen verstaan wordt. 

In de voorgaande Groenstructuurvisie werd gesteld dat de kwaliteit van het groen een 

samenspel is tussen de technische, de functionele en de belevingskwaliteit.  

Voor de beoordeling van deze kwaliteiten werd gekeken naar de volgende kenmer­ken: de technische staat, verzorgingsgraad, herkenbaarheid/representativiteit, vei­ligheid en ecologie. Het gebruik van de openbare ruimte was niet meegenomen als 

onderdeel van kwaliteit. Door deze waarde toe te voegen aan de criteria wordt voor 

de beoordeling van de waarde en de uitstraling van het groen gekeken naar:  

• de inrichting (het ontwerp); 

• het onderhoud; 

• het gebruik (inclusief veiligheid); 

• de waarde voor de natuur (ecolo­gie). 

Deze vier kwaliteitskenmerken moeten goed in balans zijn met elkaar. De afstemming stelt vanaf het begin hoge eisen aan de samenwerking tussen de verschillende disciplines. Zo dienen de middelen voor groenonderhoud toereikend te zijn om het in de ontwerpfase bedoelde beeld te kunnen realiseren en behouden. In de gebruiksfase moet bij steeds terugkerende onderhouds of gebruiksproblemen worden bekeken of met een (kleine) aanpassing van het ontwerp het probleem kan worden opgelost.

Deze manier van beoordelen sluit goed aan bij de manier van werken van de afdeling 

Openbare Werken van de gemeente Bladel. Bij een goed ontwerp kan het beheer ef­

ficiënt en tegen lage kosten worden uitgevoerd, is de slijtage minimaal en door be­perkte mate van ingrijpen is de waarde voor de natuur hoger. 

De bewoners van de gemeente Bladel zijn over het algemeen tevreden over de openbare ruimte. De hoeveelheid en kwaliteit van de groenvoorzieningen, de speelterreinen en het water is volgens de bewoners voldoende. Dit wordt ondersteund met de gegevens van de Databank Gemeentelijk Groenbeheer van Alterra. Uit dit onderzoek blijkt dat Bladel relatief veel groen heeft (44 % meer dan vergelijkbare gemeenten) dat tegen lage kosten wordt beheerd. In een enquête die gehouden is onder de bewoners werd het onderhoud van het groen beoordeeld rond de 6,5. 

4.4 Opbouw van het groen in Bladel

Het groen in Bladel is onderverdeeld in: 

De hoofdgroenstructuur: 

• Laan­ en wegbeplantingen 

• grotere groenobjecten 

• dorpsranden 

Het groen in de kernen. 

4.4.1 Hoofdgroenstructuur

De verschillende kernen van de gemeente Bladel liggen te midden van agrarisch gebied, bossen en het beekdal van de Beerze en zijn onderling verbonden door (historische) verbindingswegen. Omdat de hoofdgroenstructuur vanouds samenhangt met de structuur van de verbindingswegen tussen de kernen, bestaat de inrichting van de groene hoofdstructuur voornamelijk uit bomenlanen. De kwaliteit van de laanstructuren verschilt sterk.

Op de randen van de beekdalen worden de bomenstructuren gevormd door enkelzijdige wegbeplanting. Langs de wegen in de oude akkergebieden en de grootschalige ontginningen komen, afhankelijk van de beschikbare ruimte, meer dubbelzijdige wegbeplantingen voor. Bij de oude bebouwingspatronen bestaat de typerende beplanting uit een combinatie van wegbeplanting en particulier groen.

Naast de laanen wegbeplantingen vormen grotere groenobjecten, zoals sportparken, volkstuinencomplexen en bosschages binnen de bebouwde kommen, een belangrijk onderdeel van de groene hoofdstructuur. Door hun groene uitstraling en relatief rustige ligging is hun waarde voor de groene structuur en voor de natuur groot.

De dorpsranden vormen de overgang tussen de bebouwde kom en het buitengebied.

De groene structuur van Bladel wordt versterkt door wegbegeleidende hagen van verschillende soorten. Dit hagenpatroon wordt ook elders in de Kempen aangetroffen.

4.4.2 Groen in de kernen

Het groen in de kernen (buurten blokgroen) is een samenspel tussen gras, bodembedekkende beplantingen, hagen en bosplantsoen. De belangrijkste stedenbouwkundige punten hebben accenten gekregen in de vorm van parels: groene elementen die zowel in ontwerp, materiaalgebruik als in beheer extra aandacht krijgen. Dit versterkt de herkenbaarheid van een plek en de identiteit van het groen.

5 Visie op het groen in Bladel

5.1 Groen als basis voor de identiteit

Bladel ontleent een groot deel van haar identiteit aan het karakter en de hoe veelheid openbaar groen.

O penbaar groen in Badel is een essentieel onderdeel van de openbare ruimte en vormt de basis voor de leefkwaliteit.

Groen (beplanting), blauw (water), rood (bebouwing) en grijs (wegen) zijn op elkaar afgestemd en versterken elkaar.

In Bladel is tenminste 120 m2 openbaar groen per huishouden aanwezig.

 

Bladel is een groene gemeente en vindt het belangrijk dit zo te houden. Door dit 

groen te beschermen of, wanneer het niet anders kan, te compenseren stelt Bladel 

het groen veilig voor de toekomst. 

De norm van 75 m2 openbaar groen per huishouden uit de publicatie Recht op Groen werd in 2007 ruimschoots gehaald met 120 m2 openbaar groen per huishouden.

  

Gewenste ontwikkelingen: 

• Versterken van de groen en waterstructuur in samenhang met de omgeving.

• Behouden van de hoeveelheid groen.

5.2 Gebruik staat voorop

Het openbaar groen heeft verschillende, soms gecombineerde functies.

Het openbaar groen is goed toegankelijk.

Voorbeelden van functies die het openbaar groen kunnen vervullen zijn functies die te maken hebben met de economie, de gezondheid van mensen en de natuur. Belangrijk is dat het openbaar groen toegankelijk is voor iedereen. Het is belangrijk om een beeld te hebben van de meningen en de wensen van de gebruikers van de openbare ruimte (openbaar groen) in de kernen om hierop te kunnen inspringen bij de (her)inrichting en het beheer van het openbare gebied (zie ook paragraaf 5.4).

Gewenste ontwikkeling:

• Behouden van de juiste balans tussen inrichting, beheer en gebruik.

5.3 Wetten en regels

Het beheer en onderhoud voldoen aan de wettelijke normen.

De gemeente Bladel werkt met een gedragscode voor bestendig beheer van gemeentelijke groenvoorzieningen.

Bij inrichting en beheer van het openbaar groen is regelgeving van toepassing bijvoorbeeld de Flora en faunawet, de Arbeidsomstandighedenwet (ARBO) en regels voor veilig en gezond werken (VCA). Door wetgeving in de gemeentelijke organisatie te verankeren, weten bestuurders en ambtenaren hoe ze met deze wetten en de hieruit voortvloeiende verplichtingen moeten omgaan. Het verankeren van de Flora en faunawet kan bijvoorbeeld door te gaan werken volgens de Gedragscode bestendig beheer groenvoorzieningen van Vereniging Stadswerk Nederland. Deze Gedragscode moet in het gemeentelijk beleid geimplementeerd door het opstellen van gemeentebreed flora en faunabeleid. Dit wordt verder uitgewerkt in het Landschapsbeleidsplan.  Het naleven van wetten betekent regelmatig inspectie, controle of monitoring van de voorzieningen en het uitvoeren en registreren van maatregelen. Voorbeelden hiervan zijn het controleren van laanbomen en speelvoorzieningen op veiligheid. Dit is onderdeel van het reguliere beheer en geregeld in beheer en werkplannen of bestekken.

Gewenste ontwikkeling:

Gemeentebreed implementeren van aan groen gerelateerde wetten en regels.

5.4 Communicatie

Bewoners worden betrokken bij de inrichting van de directe woonomgeving. Bewoners worden betrokken bij wijzigingen in het openbaar groen.

De gemeente is eindverantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het openbaar groen.

Gemeente Bladel vindt het belangrijk om klantgericht te werken. Met betrekking tot communicatie wordt onderscheid gemaakt in drie vormen van communicatie, waarbij de rol van de bewoners steeds groter wordt:  

• Informeren 

• Inspraak 

• Samenspraak 

Op dit moment worden bewoners bij grootschalige werkzaamheden in hun straat ge­informeerd en uitgenodigd te reageren op de hoofdlijnen van het nieuwe plan.

5.5 Milieu

Beheerwerkzaamheden vinden plaats op duurzame wijze en met milieuvriendelijke methoden.

Bij wijzigingen in de openbare ruimte wordt gekeken naar preventieve maatregelen (ook in ontwerp en planvorming) en nietchemische of volledig milieuvriendelijke methoden of middelen.

Behaalde resultaten op milieugebied zijn geborgd in de organisatie.

Gemeente Bladel heeft een lange traditie op het gebied van duurzaam beheer. Binnen de provincie Noord-Brabant was en is Bladel op dit gebied vooruitstrevend. Uitgangspunt is dat de gemeente een voorbeeldfunctie heeft en bewoners en bedrijven dit voorbeeld zullen volgen.

Voor duurzaam beheer van het openbaar groen wordt ingestoken op de Barometer Duurzaam Terreinbeheer van Stichting Milieukeur. In Bladel is dit zo consequent gedaan dat het landelijk één van de eerste gemeente is die niveau “goud” heeft weten te halen en nog steeds een van de weinige gemeenten op dit niveau is.

Voorbeelden van beheer waarbij voor meer milieuvriendelijke methoden gekozen kan worden zijn: onkruidbestrijding in openbaar groen, onkruidbestrijding op verharding, het schonen en baggeren van watergangen, het verwijderen van algen, graffiti of beplakking en de gladheidbestrijding. Verder is het van belang hoe er met "afval" wordt omgegaan: wordt bagger en slootvuil op de kant gezet of afgevoerd en wordt van snoeihout rillen gemaakt of wordt het hout versnipperd. Preventieve maatregelen zijn maatregelen om onkruidgroei in verharding en beplanting te voorkomen, maar ook maatregelen die de plaatselijke luchtkwaliteit in positieve zin kunnen beïnvloeden. Zo lijkt de vorm van groenvoorzieningen van invloed te zijn op de (plaatselijke) luchtkwaliteit.

Op 29 mei 2008 ontving de gemeente Bladel het certificaat "Goud" van de Barometer Duurzaam Terreinbeheer. Na Wageningen is Bladel op dat moment de tweede gemeente in Nederland die het gouden certificaat in bezit heeft. Al vanaf 1985 is gemeente Bladel bezig met een meer natuur- en milieuvriendelijk beheer van de openbare ruimte. De eerste stap was het overschakelen naar ecologisch groenbeheer. Daarna werd het bestrijdingsmiddelengebruik op verhardingen stopgezet. Anno 2009 worden de sportvelden niet meer met kunstmest maar met ecologische meststoffen bemest en is ook de gladheidbestrijding zo milieuvriendelijk mogelijk.

Gewenste ontwikkelingen:

•  Handhaven niveau "goud" in de Barometer Duurzaam Terreinbeheer.

•  Optimaliseren duurzame inrichting en beheer van de openbare ruimte.

5.6 Bomen

De bomenbeplanting is goed doordacht: de juiste boom staat op de juiste plaats en het accent daarbij ligt op de middellange of lange termijn.

De boomsoorten zijn zoveel mogelijk inheems.

Bomen worden gezond oud in hun natuurlijke of gekweekte vorm. Monumentale bomen zijn onaantastbaar.

Waardevolle bomen zijn beschermd.

Het zoeken naar de juiste boom op de juiste plek houdt in dat er keuzes worden gemaakt. Zo kan het bijvoorbeeld een keus zijn om in een woonstraat geen bomen (terug) te plaatsen omdat er niet voldoende ruimte is. Kiezen voor de juiste boom op de juiste plaats kan ook inhouden dat er in sommige gevallen voor een minder duurzame boomsoort wordt gekozen of dat bomen worden verwijderd voordat ze tot volledige wasdom zijn gekomen. De keuzes worden zichtbaar in de randvoorwaarden die in de ontwerpfase worden omschreven. Hierbij geldt dat niet het aantal bomen in de straat van belang is, maar de plaats waar ze staan en de ontwikkelingsmogelijkheden. Het huidige bomenbestand voldoet op onderdelen niet aan de visie. Bomen zijn te groot voor hun standplaats, hun conditie laat te wensen over of ze verkeren in de aftakelingsfase. Op termijn worden de bomen die niet op de juiste plaats staan vervan gen wanneer de vitaliteit terugloopt. Onder monumentale bomen wordt verstaan bomen met een hoge (cultuur)historische waarde. Waardevolle bomen zijn bomen met een bijzondere betekenis, bijvoorbeeld de Amaliaboom of bomen van een bijzondere soort.

Gewenste ontwikkelingen:

•  Optimaliseren van de bestaande boombeplantingen.

•  Aanvullen bomenbeleid (kapverordening) met beleid voor waardevolle, monumentale en/of in dendrologisch opzicht bijzondere bomen.

5.7 Natuurlijk groen

De biodiversiteit in de kernen is hoog.

Groene structuren sluiten zo goed mogelijk op elkaar aan en vormen verbindingen voor flora en fauna.

Natuurlijk groen ziet er verzorgd (schoon) uit.

Het zwaartepunt van het natuurnetwerk van Bladel ligt in het buitengebied. Het natuurbeleid buiten de bebouwde kom is uitgewerkt in het Landschapsbeleidsplan.   

Voor natuurlijk groen in de kernen van Bladel geldt dat natuurlijke processen zoveel mogelijk begeleid worden en variatie in structuur wordt geboden voor soorten en milieus die van nature in deze streek voorkomen. Binnen de bebouwde kom wordt vooral ingestoken op voorzieningen voor vogels, amfibieën, insecten, vlinders en kleine zoogdieren. Wanneer natuurlijke onderdelen van elkaar worden gescheiden door barrières zoals wegen, water en dergelijke wordt gezorgd voor goede aansluitingen. Natuurlijk groen oogt anders dan het meer cultuurlijk groen in de straten en vraagt een ander beheer. In natuurlijk groen is het bijvoorbeeld gewenst om snoeiafval te laten liggen, om natuurlijke processen zichtbaar te maken of om voedselbronnen of schuilgelegenheden te creëren. Voor de beplanting wordt zo veel mogelijk gekozen voor inheemse soorten met een extra waarde voor de natuur in de vorm van bijvoorbeeld bessen voor vogels, waardplanten voor vlinders en dergelijke.

Wat zwerf- en grof afval betreft, kent natuurlijk groen dezelfde verzorgingsgraad als al het andere groen. Verder heeft natuurlijk groen vaak meer baat bij geleidelijke overgangen tussen beplantingsvormen (zoomen mantelvegetaties) dan het meer cultuurlijk groen. Beheerders hebben hiervoor richtlijnen en heldere afspraken nodig.

Bij groenvoorzieningen is er sprake van werkzaamheden die gedurende vele jaren achtereen op vrijwel gelijke wijze en op dezelfde tijd worden uitgevoerd. Planten en dieren (ook beschermde soorten) komen daar meestal voor door of vanwege deze regelmatig terugkerende werkzaamheden. Zo blijft bijvoorbeeld jaarlijks planmatig een gedeelte van de begroeiing staan om bescherming te bieden aan de fauna. De wetgever noemt dit bestendig beheer. De Floraen faunawet biedt de mogelijkheid om voor de werkzaamheden die onder het bestendig beheer vallen vrijstelling van de ontheffingsplicht te krijgen, mits er aantoonbaar en conform een goedgekeurde gedragscode wordt gewerkt.

5.8 Water

Watergangen met hun groene omgeving zijn belangrijke elementen in de groene structuur van Bladel.

Oevers zijn natuurvriendelijk ingericht en worden als zodanig beheerd.

Het meeste water in Bladel is in beheer bij waterschap De Dommel. Het beheer van watergangen door de gemeente beperkt zich tot een aantal bermsloten.

Naast de watergangen zijn in Bladel poelen, vijvers en wadi’s aangelegd. Deze elementen zijn aangelegd in het kader van waterberging en/of natuur en worden beheerd met aandacht voor natuurontwikkeling.

5.9 Spelen

Openbaar groen biedt speelruimte voor kinderen van alle leeftijdsgroepen. Bij de inrichting van een speelplek staan doelmatigheid en veiligheid centraal.

Voor spelen wordt onderscheid gemaakt tussen (formele) speelplekken en (informele) speelruimte. Speelplekken zijn speciaal ingericht met speeltoestellen en nodigen uit tot spelen. Speelruimte is niet speciaal voor spelen ingericht, maar biedt wel ruimte om te spelen, afhankelijk van de fantasie van de spelende kinderen. Er is continu aandacht voor spelen nodig. De leeftijdsopbouw van een buurt of wijk verandert voortdurend en speelvoorzieningen moeten mee veranderen. Het speelruimtebeleid ligt formeel bij de afdeling Welzijn. De aanleg van formele speelplekken gebeurt in nauw overleg met de afdeling Openbare Werken.

Gewenste ontwikkeling:

• In samenwerking met de afdeling Welzijn optimaliseren van speelmogelijkheden in de openbare ruimte (openbaar groen).

5.10 De hoofdgroenstructuur

De hoofdgroenstructuur van gemeente Bladel maakt deel uit van de stedenbouwkundige structuur van de kernen.

Het hoofdstructuurgroen is robuust, doordacht en onaantastbaar waarbij het accent ligt op de lange termijn.

In Bladel wordt de hoofdgroenstructuur als vertrekpunt genomen voor nieuwe (stedenbouwkundige) ontwikkelingen, waardoor het groen de ruimte en de tijd heeft of krijgt om tot wasdom te komen en de functie van hoofdstructuurgroen te vervullen.

5.10.1 Laan- en wegbeplantingen

De laan en wegbeplantingen hangen vanouds samen met de aanwezige landschapspatronen en de structuur van de verbindingswegen tussen de kernen.

De laan en wegbeplantingen lopen vanuit het buitengebied (zo ver mogelijk) de kernen in.

De laan en wegbeplantingen vormen sterke en duidelijk herkenbare structuren.

De laan en wegbeplantingen vormen een verbinding tussen de kernen en het omringende landschap. Wanneer deze structuren worden doorgezet in de kernen, versterkt dit de structuur van het groen en krijgen flora en fauna meer kansen zich binnen de kernen te verspreiden. Er zal een afweging gemaakt moeten worden tussen afstemmen, doortrekken of verbinden van de structuren. Het kan bijvoorbeeld een keuze zijn om in de hoofdboomstructuur rood en grijs te laten wijken voor of te laten aanpassen aan de daar aanwezige bomen.

Gewenste ontwikkeling:

• Beschermen bestaande laan en wegbeplantingen bij nieuwe (stedenbouwkundige) ontwikkelingen.

5.10.2 Sportparken

Sportparken zijn een onderdeel van de hoofdgroenstructuur van Bladel. Sportparken hebben een open (wijds) karakter en worden omzoomd door brede, aaneengesloten groengordels die vooral uit inheemse beplantingen bestaan.

Milieuvriendelijk beheer is ook doorgevoerd in het beheer van de sportvelden.

Beplantingsranden langs sportvelden beschutten de sporter tegen de wind. Daarnaast is hun waarde voor de natuur groot. Het is belangrijk dat de beplantingen rondom sportparken worden beschermd en goed worden beheerd zodat ze hun functie goed kunnen blijven vervullen. 

Het beleid van de sportvelden ligt bij Welzijn, de uitvoering bij de afdeling Openbare Werken.

5.10.3 Volkstuinen

De randen van de volkstuincomplexen zijn een onderdeel van de hoofdgroen structuur van Bladel.

De volkstuincomplexen hebben een hoge natuurfunctie.

Op de volkstuincomplexen is nauwelijks tot geen openbaar groen aanwezig. De grond is nagenoeg geheel uitgegeven ten behoeve van individuele tuinen. Opname van de volkstuincomplexen in de Groenvisie heeft geen direct gevolg voor de bewoners en gebruikers van de volkstuinen.

5.10.4 Dorpsranden

De randen van de bebouwde kommen en recreatieterreinen die grenzen aan agrarische gebieden, spelen in visueel opzicht een belangrijke rol.

De dorpsranden vormen de overgang tussen de kernen en het omringende landschap.

In de dorpsranden wordt een landschappelijk en natuurlijk groenkarakter nagestreefd, waardoor het omringende landschap als het ware de dorpskern binnentreedt. Hierbij kan gedacht worden aan geleidelijke overgangen tussen landschap en dorp of juist een sterk contrast. Door het herstellen of aanbrengen van zichtlijnen kunnen verrassende doorkijkjes worden gecreëerd. De dorpsranden worden nader uitgewerkt in het Landschapsbeleidsplan.

5.11 Groen in de kernen

Het groen in iedere kern heeft een eigen identiteit.

Het onderhoud van het groen in de kernen is kwaliteitsgestuurd.

Het groen in de kernen is aangepast aan de actuele eisen en wensen van de gebruiker en gevarieerd in inrichting en sortiment.

Openbaar groen in de kernen is duidelijk te onderscheiden van particuliere tuinen en zorgt (samen met particuliere tuinen) voor een groen straatbeeld. Openbaar groen ziet er verzorgd (= schoon) uit, is onderhoudsarm en de beplanting staat op de juiste plaats.

De beplanting heeft een rustieke uitstraling, is robuust en vaak inheems.

Op markante punten zijn kleuraccenten aanwezig.

Het patroon van hagen versterkt de identiteit en herkenbaarheid van het groen in de kernen.

Gemeente Bladel is bezig met de van een budgetgestuurd naar een kwaliteitgestuurd beheer van het groen. Door deze vorm van beheer behoudt of krijgt het groen in iedere kern een eenduidig onderhoudsbeeld terwijl het groen toch zijn “eigen” uitstraling behoudt. Het meer resultaatgerichte beheer krijgt vorm door de werken met beeldbestekken voor groenonderhoud. Bij het streven naar een onderhoudsarme beplanting is het van belang de juiste beplanting te kiezen. Soorten die zijn aangepast aan hun standplaats (grondsoort, groeiruimte) zullen sterk en gezond zijn, zonder dat ze te groot worden voor hun standplaats. De in Bladel veel toegepaste hagen zijn door het doordachte concept onderhoudsarm (machinaal onderhoud en 100% bedekkingsgraad). Het beeld verschilt per seizoen en combineert zo strakke lijnen met een hoge belevingswaarde.

6 Uitwerking per kern

De grotere dorpen Bladel en Hapert onderscheiden zich door hun stedelijkheid en dynamiek. De dorpen Casteren, Hoogeloon en Netersel hebben vooral een landelijk karakter. De bewoners voelen zich sterk verbonden met hun dorp en wonen er vaak al lang. Bij verdere dorpsontwikkeling, gaat de aandacht vooral uit naar de kernen Bladel en Hapert, wat de druk op het groen kan vergroten.

6.1 Het groen in de kern Bladel

Bladel is een domeinakkerdorp dat voor het eerst genoemd werd in een akte uit 922. Tegenwoordig is Bladel een dorp met een combinatie van oude en nieuwe gebouwen en een levendig karakter. Het is de grootste kern binnen de gemeente (9.820 inwo­ners) en sinds de herindeling van 1 januari 1997 de hoofdkern van de gemeente.

Groene structuur

Het dorpscentrum vormt samen met de oude bebouwingslinten Sniederslaan, Europalaan, Bleijenhoek en Heeleind de hoofdstructuur van Bladel. De hoofdstructuur wordt verder aangevuld met de Markt, het Albrecht Rodenbachplein en sportpark De Smagtenbocht. Vlak buiten de kern liggen het JARAbos en de Groote Beerze. De laanen boomstructuur wordt, begeleid door hagen, doorgezet tot in de kern.

Er is een duidelijk onderscheid tussen de hoofdgroenstructuur en het groen in de wijken. Ook op de twee industrieterreinen, de Sleutel en de Beemd, is er ruimte voor groene aankleding. De wijk Veilig Oord neemt een bijzondere plaats in vanwege zijn bosachtige karakter. Ten noorden van het dorpscentrum is er ruimte voor groen, aan de zuidzijde van het dorpscentrum is deze ruimte minder aanwezig.

Gewenste ontwikkelingen

• Verbeteren continuïteit van de boombeplanting langs de hoofdwegen. • Versterken onderlinge samenhang van het groen ten noorden van het centrum.

• Ontwikkelen groene structuur tussen Zwartakkers en de Beemdstraat op het moment dat daar een woongebied wordt ontwikkeld.

• Ontwikkelen van een aansluiting op natuurpark Groote Beerze ten zuiden van Schalieven.

• Beschermen van de overgang naar het beekdal van de Groote Beerze aan de westzijde en aan de zuidzijde naar het Wagenbroeks Loopje.

6.2 Het groen in de kern Casteren

Casteren is een oud kerkdorp en telt ongeveer 1.000 inwoners. Daarmee is Casteren het op één na kleinste dorp van de gemeente Bladel. De vorm van het middeleeuwse Casteren is sinds de eerste helft van de negentiende eeuw weinig veranderd. Er staan veel mooi gerestaureerde oude boerderijen. Het dorpsplein wordt op korte termijn opnieuw ingericht om er een ontmoetingsplek te maken.

Groene structuur

De oude bebouwingslinten langs de Kranenberg, Kerkstraat, Hemelrijken en de Dorpsstraat vormen de basis voor de structuur, aangevuld met het Sportpark De Smeel. De uitvalswegen ten oosten van het dorp worden begeleid door enkele bomenrijen. De hoofdgroenstructuur is in relatie tot de landschappelijke ligging van de kernen nog niet voldoende aanwezig.

De belangrijkste groenstructuur van Casteren ligt aan de westrand van het dorp langs de Gagelvelden. Het aanwezige groen is vaak gekoppeld aan een functie, zoals het driehoekige plein, het Nieveld, en het pleintje aan het Kerkeneind.

Op diverse plaatsen zijn karakteristieke openingen naar het buitengebied aanwezig. Deze moeten behouden blijven.

Gewenste ontwikkelingen

• Versterken van de groene hoofdstructuur bij de toekomstige herinrichting van Kranenberg en Kerkstraat.

• Beschermen van de karakteristieke doorzichten naar het omringende landschap.

6.3 Het groen in de kern Hapert

Het oorspronkelijk middeleeuwse kerkdorp Hapert (5.200 inwoners) maakt met zijn molen en knotbomen een landelijke en rustige indruk. Dalem, de kleinste kern van de gemeente Bladel, ligt wat afgelegen van de grotere dorpen en hoort bij Hapert.  

De bebouwing bestaat uit een paar boerderijen en er zijn geen voorzieningen of historische monumenten van betekenis.

Groene structuur

De historische bebouwingslinten zijn de dragers van de dorpsstuctuur. De Oude Provinciale Weg en De Wijer maken met het aanwezige groen heel sterk deel uit van de hoofdgroenstructuur en vormen een verbinding met het buitengebied. Het gezicht van de entrees vanaf de Provincialeweg wordt bepaald door het groen.

In het midden van het dorp, in het verlengde van de Burgemeester Van Woenseldreef, vormt een reeks van groene ruimtes een schakel tussen het parkgebied rond het voormalige gemeentehuis en het buitengebied. De structuur wordt aangevuld met de Markt, de tuin bij het oude gemeentehuis aan de Arnold van Rodelaan, de dierenweide en het sportpark De Lemelvelden.

In Hapert is veel aandacht aan de inrichting van de openbare ruimte besteed. De hoofdwegen worden begeleid door bomen, hagen en bermen en in straten is veel formeel groen aanwezig. Typerend zijn de gesnoeide platanen en beukenhagen.

In de nabije toekomst wordt een tweede bedrijventerrein aangelegd tegenover het bestaande bedrijventerrein: het Kempisch Bedrijvenpark. Door de duurzame en groenE inrichting van dit bedrijventerrein wordt 30 ha openbaar groen met een hoge natuurwaarde aan het areaal toegevoegd.

Net zoals Bladel grenst Hapert direct aan een Robuuste Verbinding De Beerze. Aan de zuid en westzijde van Hapert zijn de overgangen naar het (beekdal)landschap geleidelijk, aan de noordzijde zou dit verbeterd kunnen worden.

Gewenste ontwikkelingen

• Verbeteren van de overgang tussen kern en landschap aan de noordkant door het meer de kern “in trekken” van de bestaande groenstructuur.

• Beschermen van de overgang van Hapert naar het beekdal van de Groote Beerze tegen verstedelijking.

• Verbeteren van de overgangen naar het (beekdal)landschap aan de zuiden westzijde van Hapert. ​

6.4 Het groen in de kern Hoogeloon

De oudste bebouwing van het middeleeuwse kerkdorp Hoogeloon (2170 inwoners) bevond zich op de westoever van de Kleine Beerze, waarbij geen bebouwing direct om de ‘eenzame kerk’ stond. Het typerende wegenpatroon in noordzuidrichting, parallel aan de beekdalen, is nog goed herkenbaar in de vorm van Hoogeloon. De ruimte tussen de oudere lintbebouwingen zijn in de laatste decennia met nieuwe woonbuurten opgevuld. In Hoogeloon staat een uit de Middeleeuwen (± 1400) daterende toren, daarnaast zijn bij opgravingen onder andere grafheuvels uit de bronstijd en overblijfselen van de Romeinse tijd gevonden.

Groene structuur

Het oude bebouwingslint (Vessemseweg, Hoofdstraat, Breestraat) en het Valensplein zijn de ruggengraat van Hoogeloon. Bij een recente reconstructie is de hoofdstructuur langs het lint versterkt. Bij de hoofdstructuur hoort ook het sportpark De Roetwijer. Vanaf het lint lopen de zijwegen, tussen de verschillende uitbreidingswijken door, in de richting van het buitengebied. Langs deze verbindingen is in meer of mindere mate groen aanwezig. Door versterking van het structureel groen langs de zijstraten wordt de opbouw van het dorp duidelijker. De openbare ruimte in Hoogeloon is zorgvuldig ingericht en heeft een groene uitstraling door de aanwezigheid van hagen, bermen en bomen die de wegen begeleiden. De openbare ruimtes liggen verspreid over het dorp en vormen geen echte groenstructuur. Aan de oostkant van het dorp is een aantal waardevolle, groen ingerichte openbare ruimtes te vinden. Aan de noordkant vormt de zachte dorpsrand een fraaie overgang naar het landschap.

Gewenste ontwikkelingen

• Versterken van de hoofdgroenstructuur langs de Casterseweg, Hoofdstraat, Hoogcasterseweg en Heuvelseweg in relatie tot de landschappelijke ligging van de kern.

• Versterken van de structuur tussen de hoofdstructuur en het landschap rond Hoogeloon.

• Versterken van de groene structuur in de zijstraten.

• Behouden van groene doorzichten op die plaatsen waar Hoogeloon enkel uit lintbebouwing bestaat.

6.5 Het groen in de kern Netersel

Netersel is onderdeel van de Acht Zaligheden. De oorsprong van Netersel gaat terug op een pachthoeve van de abdij van Postel. Om de hoeve heen ontwikkelde zich een domeinakkerdorp waarvan de structuur nog zichtbaar is.

Het dorp is eeuwenlang een agrarische nederzetting gebleven en de structuur is weinig veranderd. Vanuit het centrum lopen de historische bebouwingslinten waarlangs Netersel is gegroeid.

Groene structuur

Doordat Netersel vrijwel alleen uit historische linten bestaat, komt de relatie tussen de historische ontsluitingspatronen en de hoofdgroenstructuur duidelijk naar voren. De beplanting van de hoofdstructuur bestaat uit (Iaan)bomen met beukenhagen als onderbeplanting.

Er is een duidelijk verschil tussen de hoofdstructuur en het groen in de wijken. Het dorp heeft een groene en landelijke uitstraling door de groen ingerichte voortuinen en de laanbeplanting langs de wegen. De laanbomen, binnen en buiten de kom, de bomen en het gras op de groene pleinen, de bermen en hagen vormen een duidelijke en bijzonder waardevolle structuur.

De zeer open bebouwingsstructuur maakt dat het buitengebied van grote invloed is op de beleving van de openbare ruimte. Doordat er weinig uitbreidingen buiten de linten zijn, komen de akkercomplexen diep het dorp in en is bijna overal in de kern contact met het landschap.

Het belangrijkste grootschalige groen in Netersel zijn de twee driehoekige ruimtes van het Carolus Simplexplein in het centrum van het dorp en het sportpark De Groesbocht.

Gewenste ontwikkeling

• Beschermen van de karakteristieke doorzichten naar het omringende landschap. ​

7 Conclusies en aanbevelingen

Gemeente Bladel is met haar groenbeleid en groenbeheer op de goede weg. In de loop der jaren zijn veel van de doelen die gemeente Bladel zichzelf had gesteld gehaald.

In vergelijking met andere gemeenten doet Bladel het uitstekend. Zo is gemeente Bladel koploper op het gebied van het natuuren milieuvriendelijk beheren van de openbare ruimte (inclusief het openbaar groen) terwijl opvallend genoeg de gemiddelde beheerkosten van het groen lager zijn dan in andere, vergelijkbare gemeenten. Gemeente Bladel is groen in twee opzichten en wil dat graag zo houden.

Een aantal zaken in het openbaar groen kunnen nog worden geoptimaliseerd. Zo verdient de voor Bladel zo kenmerkende groenstructuur bestaande uit bomenlanen en hagen blijvende aandacht en bescherming.

De Groenvisie is een geactualiseerde versie van de vorige Groenstructuurvisie. Alle gewenste ontwikkelingen zoals beschreven in de Groenvisie passen binnen de huidige groene beleiden beheerkaders en zullen nagenoeg allemaal met behulp van het huidige groenbeheerbudget kunnen worden bewerkstelligd.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 17 december 2009.

 

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,